Jan Cremer

Still uit de Brandpunt-reportage over Van Genk’s fantastische werkelijkheid – Willem van Genk aan de maaltijd in zijn kosthuis

Jan Cremer kwam eerder zijdelings ter sprake op deze blog in de context van het drieluik Kollage van de haat (1971). Enkele maanden geleden zocht en vond ik contact met Cremer, die Willem van Genk inderdaad eind jaren vijftig vluchtig had meegemaakt. Naar aanleiding daarvan schreef ik onderstaande tekst voor het literatuurhistorische tijdschrift De Parelduiker, die uiteindelijk niet werd gepubliceerd – de redactie vond na rijp beraad de link met literatuur te klein.


‘Jan Cremer, Jan Cremer heeft er ook gezeten.’

In 1965 verscheen de bundel Bibeb & VIP’s, waarin vijfentwintig interviews waren verzameld die Bibeb voor Vrij Nederland had gehouden tussen februari 1962 en februari 1965. Daarbij was de literatuur goed vertegenwoordigd: maar liefst elf geïnterviewden waren afkomstig uit de wereld van de letteren, van Remco Campert, Gerrit Kouwenaar en Lucebert tot Simon Vestdijk, Jan Wolkers en Gerard (toen nog: van het) Reve. Ook Jan Cremer kwam aan bod. Het interview met hem was van september 1964, toen hij pas vierentwintig jaar oud was maar er van zijn roman Ik, Jan Cremer in een half jaar tijd al bijna 100.000 exemplaren waren verkocht. Bibeb liet hem vooral praten over zijn succes en geld: ‘Als de 100.000 vol is, komt  er een gouden boek, dat kost een paar duizend gulden. Echt goud, ik kan ’t altijd verpatsen.’ [1]

Een andere geïnterviewde in het boek was Wim/Willem van Genk (1927-2005), een kunstenaar uit Den Haag die begin 1964 korte tijd in de schijnwerpers stond met zijn eerste tentoonstelling. Ook het actualiteitenprogramma Brandpunt maakte een reportage over hem, waarbij men niet om de hete brij heen draaide bij de vraag naar de reden voor alle ophef: ‘In de kantine van De Jongs steendrukkerij in Hilversum kan men met de bizarre tekeningen van deze zondagsschilder kennismaken. […] De expositie heeft nogal wat publiciteit getrokken. Willem van Genk is namelijk geestelijk gestoord.’ [2] De tentoonstelling werd geopend door W.F. Hermans, die veel bewondering had voor het werk van Van Genk: ‘Zijn tekeningen zijn huiveringwekkend mooi, maar zullen velen herinneren aan iets dat zij liever vergeten.’ [3]

“Geestelijk gestoord” was Van Genk niet, wel was hij autistisch en waarschijnlijk schizofreen. Na een aantal mislukte baantjes was hij eind jaren veertig terecht gekomen op een zogeheten AVO-werkplaats, waarbij AVO stond voor Arbeid Voor Onvolwaardigen. Hier moest hij afwasborsteltjes in elkaar zetten of stukjes kabel in zakjes doen. Hij woonde in een armoedig pension, op een minuscule kamer die hij met een zwakzinnige grondwerker moest delen. Van Genk verdiende veertig gulden per week, waarvan hij vijf gulden in handen kreeg als zakgeld. ’s Avonds liep hij vier kilometer naar zijn jongste zuster Willy – geld voor de tram had hij niet – om in haar warme huiskamer te kunnen tekenen. Inmiddels worden voor werken van Van Genk bedragen van zes cijfers betaald

Jan Cremer en Willem van Genk kenden elkaar. Cremer was in 1958 naar Den Haag gekomen waar hij zich had ingeschreven aan de Academie voor Beeldende Kunsten, die hij nog geen half jaar later zou verruilen voor de Vrije Academie. Ook Van Genk had zich een eind 1958 met zijn tekeningen bij de Academie voor Beeldende Kunsten gemeld, waarbij toenmalig directeur Joop Beljon onmiddellijk zag dat hij met een groot talent van doen had. Toen ik Jan Cremer een paar maanden geleden per e-mail vroeg of hij zich zijn toenmalige stadsgenoot nog wist te herinneren, antwoordde hij onmiddellijk bevestigend: ‘Jazeker heb ik Willem van Genk gekend, eerder veel “meegemaakt”. Lieve zachtaardige knaap die volkomen onbegrepen en als een zwerver behandeld werd.’ [4] Hun wegen bleken elkaar te hebben gekruist op Van Genks woon- en eetadres:

Als Rijkspupil was ik gebonden aan een meldingsplicht ondanks dat ik dagelijks op de academie zat. Dat bracht mij op allerlei vreemde eetadressen waar ik me met etenstijd moest melden zodat men overzicht had op mijn leven. Zo kwam ik terecht in een sober, armoedige, naar doorgekookt eten ruikend pension ergens in de buurt van het Rijswijkseplein. Daar zat ik naast Willem van Genk, de enige waar ik aanspraak mee had omdat wij tweeën over kunst konden praten. De rest van de eetpubliek bestond uit een zooitje werklozen, daklozen, zwervers, recidivisten en zojuist uit de gevangenis ontslagen dinergasten, veel reclasseringdiscipelen die weer aan de maatschappij moesten wennen.

Van Willem herinner ik me nog goed hoe hij altijd, ook tijdens het eten van de dagelijkse stamppot, koortsachtig en snel tekende op het papieren tafelkleed en daar helemaal in opging – zeer tot ongenoegen van de waardin die hem hard verwensingen toeschreeuwde terwijl ze het volgetekende papier woest onder zijn bord vandaan trok en verfrommelde. Als een geschrokken vogeltje dook hij dan ineen. Later werd hij bekend en las ik over hem in krant of weekblad en dacht daarbij altijd aan dat schreeuwende wijf. Wat had zij  een prachtige kunstcollectie gehad kunnen hebben.

In een tweede mail voegt hij nog een paar details toe: ‘Ik herinner me nu ook weer dat de waardin kwaad zijn potlood in tweeën brak en dat ik hem een setje B6 Caran d’Ache heb gegeven.’

Jan Cremer (1964)

Cremers beschrijving past bij de impressie die Bibeb geeft van het pension:

Het kosthuis van Wim van Genk is een arm café, met verlof-A. Een kale, smalle ruimte, waarin op ’t moment dat we binnenkomen, een aantal mannen wezenloos zit te staren. Totdat een dikke vrouw, ze draagt een pan, schreeuwt: ‘Jongens aan tafel.’ Ze gehoorzamen, bijna zonder geluid. Van Genk zit met de rug naar me toe, het hoofd naar voren, net als de anderen, doodstil. De vrouw schudt op elk bord een schep rode kool, haar mollige teenager-dochter doet er een schep aardappels bij, de zoon, Joop deelt dunne jus uit. Volgt ’t commando: ‘bidden!’, en ’t eten, haastig, onderworpen. [5]

De enige keer dat Jan Cremer in het interview met Bibeb wordt genoemd, is inderdaad als het over het pension gaat in een gesprek tussen Van Genk en zijn zuster Addy:

De zuster: ‘Hij is in een kosthuis, hij draagt z’n geld daar af, ze zorgen voor hem.’

Van Genk: ‘Er komen daar ook volmaakte arbeiders, de jongens van de avo zijn de kneusjes, die iedereen veracht. We zijn de achterlijken. […] Jan Cremer, Jan Cremer heeft er ook gezeten.’ [6]

Wie de beide interviews van Bibeb leest, ziet dat het contrast tussen de twee kunstenaars schrijnend is: de schlemiel Van Genk komt niet goed uit zijn woorden, is straatarm, verricht arbeid voor onvolwaardigen en is afhankelijk van zijn familie. Cremer is een spraakwaterval die in korte tijd schatrijk is geworden en alleen maar meer, groter en verder wil. Het is voorstelbaar dat Van Genk jaloers op zijn dertien jaar jongere kunstbroeder was: de man die net als hij een achtergrond had op de Haagse kunstacademie en die net als hij was geprezen door W.F. Hermans, maar die het wél had gemaakt, die wél was doorgebroken, die bovendien avonturen had beleefd en reizen had gemaakt waarvan Van Genk alleen maar kon dromen.

Detail Kollage van de haat (1971)

Begin jaren zeventig verkeerde Van Genk in een persoonlijke crisis en schilderde hij een aantal werken waarop hij zijn angsten en obsessies de vrije loop liet. Op een van die werken, Kollage van de haat (1971), beeldde hij het omslag van Ik, Jan Cremer af, met duidelijk zichtbaar een opdruk die aangeeft dat het om de tweeëntwintigste druk ging. Hij had al een veel eerdere druk in bezit kunnen hebben: Cremer bevestigde desgevraagd dat hij Van Genk een exemplaar van zijn boek had gestuurd toen het in maart 1964 was verschenen. Volgens een nicht van Van Genk had diens (zeer katholieke) oudste zuster Tiny de zending onderschept, omdat ze het een vies boek vond en dus niet geschikt voor haar broertje. [7]

Bijna zestig jaar later was Cremer duidelijk nog steeds begaan met Van Genk. ‘Afgrijselijk hoe een talent kapot is gemaakt’, besloot hij zijn laatste e-mail.


Naschrift: kort na publicatie van deze blogtekst kreeg ik van Albert Roozenburg, zoon van Willem van Genks zuster Riet, de bevestiging dat het verhaal over het onderschepte exemplaar van Ik, Jan Cremer klopte, “maar ik weet niet zeker of het Tiny was die het boek heeft achtergehouden. Ik vermoed Addy. Jan Cremer heeft inderdaad een boek gestuurd aan Willem (6e druk), p/a P.A. Persoon.” De zesde druk verscheen in juli 1964.

Het briefje bij het exemplaar van Ik, Jan Cremer dat de auteur aan Willem van Genk stuurde


NOTEN

[1] Bibeb, Bibeb & Vip’s (Amsterdam 1965), p. 211.

[2] De reportage van Brandpunt is integraal opgenomen in de documentaire Ver van huis. Een zoektocht naar het werk en leven van Willem van Genk van Dick Walda en Jan Keja (IKON 2001). Deze documentaire is ook te vinden op YouTube.

[3] W.F. Hermans, “De werkelijkheid van Willem van Genk”, in: Kunst van nu 1 (1963-1964), 5, pp. 8-9. Willem Otterspeer geeft in het tweede deel van zijn Hermansbiografie een verslag van de opening (De zanger van de wrok [Amsterdam 2015], pp. 362-364).

[4] Alle citaten van Jan Cremer komen uit twee e-mails die hij mij stuurde op 14 oktober 2020.

[5] Bibeb en VIP’s, p. 118.

[6] Idem, p. 114.

[7] Mededeling van Irene Zalme, 18 september 2019.

Overzicht

Detail Brooklyn Bridge (ca. 1970) (foto: Frans Smolders)

1. Woest

Over deze blog, met als directe aanleiding de grote Van Genk-tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum in Amsterdam.

2. Penning

Over het publieke debuut van Willem van Genk als kunstenaar, via een artikel van R.E. Penning op zaterdag 6 december 1958 in de Haagsche Courant.

3. Hilversum

Over de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid, in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum (deel I).

4. Hilversum (2)

Over de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid, in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum (deel II).

5. Oudejans

Over een filmpje dat Har Oudejans in 1964 maakte bij de opening van de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid.

6. Leningrad

Over de beide tekeningen van Leningrad die in 1964 te zien waren tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid.

7. Rome

Over het werk Rome Termini.

8. Pilsen

Over een reis naar Tsjechoslowakije en het werk Kathedraal Pilsen.

9. Willem Franciscus Antonius Maria

Over de geboorte van Willem van Genk.

10. Grootouders

Over de grootouders van Willem van Genk.

11. Jozef van Genk

Over de ouders  van Willem van Genk.

12. Nieuwe Realisten

Over de tentoonstelling Nieuwe Realisten, in 1964 bij het Haags Gemeentemuseum.

13. Schmela

Over de tentoonstelling Van Genk’s phantastische Wirklichkeit, in 1964 bij Galerie Schmela in Düsseldorf. 

14. Zondagsschilder

Over de wederwaardigheden van Willem van Genk binnen het circuit van zondagsschilders en naïeven in de tweede helft van de jaren zestig.

15. Wimmie (volgens Willy en Jacqueline)

Over de jeugd van Willem van Genk door de ogen van zijn zusters Willy en Jacqueline.

16. Wimmie (volgens Tiny)

Over de jeugd van Willem van Genk door de ogen van zijn zuster Tiny.

17. Wimmie (volgens Willem)

Over de jeugd van Willem van Genk door zijn eigen ogen.

18. Moskou

Over de eerste pogingen van Willem van Genk om Moskou te bezoeken.

19. Brattinga vs. Persoon

Over de samenwerking tussen Willem van Genk en Pieter Brattinga.

20. Brattinga vs. Van Genk

Over het roerige slot van de samenwerking tussen Willem van Genk en Pieter Brattinga.

Leipzig | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 50 x 65 cm | coll. Arnulf Rainer, Wenen

21. Lijstje

Over enkele werken die Willem van Genk rond 1970 maakte.

22. Collages

Over enkele werken die Willem van Genk in het begin van de jaren zeventig maakte.

23. Zelfportret in De Ark

Over de periode van Willem van Genk bij Galerie De Ark in Boxtel (deel I).

24. De waarheid van Willem van Genk

Over de periode van Willem van Genk bij Galerie De Ark in Boxtel (deel II).

25. Zeppelins

Over de zeppelins van Willem van Genk.

26. Project Asbery

Over de beide Project Asbery-werken van Willem van Genk.

27. Nico van der Endt

Over Willem van Genk en Nico van der Endt.

28. Jassen

Over de raincoats van Willem van Genk.

29. Keulen

Over de tekening Keulen (deel I).

30. Keulen (2)

Over de tekening Keulen (deel II).

31. USA

Over de reis van Willem van Genk naar New York.

32. Keleti

Over het werk Keleti Station.

33. Dick Walda

Over Willem van Genk en Dick Walda.

34. Arnhem

Over de tekening Arnhem.

35. Trolleybussen

Over de bus-assemblages van Willem van Genk (deel I).

36. Ratelband

Over de bus-assemblages van Willem van Genk (deel II).

37. Balpen

Over de balpentekeningen van Willem van Genk (deel I).

38. Zagreb etc.

Over de balpentekeningen van Willem van Genk (deel II).

39. Het orkest van Coburg

Over het orkest van Coburg binnen het werk van Willem van Genk.

Detail Collage ’78 (1978) – links het gebouw waar Galerie De Ark in Boxtel van 1973 tot 1976 was gevestigd

40. Grafiek

Over de etsen en litho’s van Willem van Genk.

41. Krabbegat

Over Willem van Genk en Bergen op Zoom.

42. Jeugd

Over Willem van Genk en Harreveld.

43. Düsseldorf revisited

Over de zoektocht van Nico van der Endt naar verdwenen werken van Willem van Genk.

44. Onverbiddelijk

Over het op verschillende wijze duiden van Willem van Genk.

45. Op weg naar het einde

Over de laatste jaren van Willem van Genk.

46. Zwakzinnigen nazorg

Over het werk Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (deel I).

47. Zwakzinnigen nazorg (2)

Over het werk Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (deel II).

48. Zwakzinnigen nazorg (3)

Over het werk Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (deel III).

49. Knipsels

Over de in- en uitgeknipte tekeningen van Willem van Genk.

50. Postuum

Over boeken en tentoonstellingen over Willem van Genk in de periode 2005-2020.

51. Harmelenstraat

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel I).

52. Harmelenstraat (2)

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel II).

53. Herman

Over de stiefbroer van Willem van Genk (deel I).

54. Harmelenstraat (3)

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel III).

55. Herman (2)

Over de stiefbroer van Willem van Genk (deel II).

56. Harmelenstraat (4)

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel IV).

57. Blauwe Tram

Over het afscheid van de Blauwe Tram binnen het werk van Willem van Genk.

Detail Bahnhöfe van weleer (ca. 1965)

58. Japan

Over Japan binnen het werk van Willem van Genk (deel I).

59. Japan (2)

Over Japan binnen het werk van Willem van Genk (deel II).

60. Vader en kinderen

Over Jozef van Genk en zijn kinderen.

61. Pa

Over Jozef van Genk en de Tweede Wereldoorlog.

62. Schwebebahn

Over het werk Schwebebahn Wuppertal (deel I).

63. Schwebebahn (2)

Over het werk Schwebebahn Wuppertal (deel II).

64. Bovenbuurman

Over enkele teruggevonden werken.

65. Voorburg

Over de periode dat het gezin Van Genk in Voorburg woonde.

66. Bouwend ’s Gravenhage

Over de collage Bouwend ’s Gravenhage.

67. Plaatsen

Over Haarlem, Madurodam en Nijmegen bij Willem van Genk.

68. Amsterdam

Over de collage Amsterdam (deel I).

69. Amsterdam (2)

Over de collage Amsterdam (deel II).

70. Overzicht

Over de teksten die tot op heden op deze blog zijn verschenen.

Met dank aan Marijke Bijmans, Nico van der Endt, Albert Roozenburg, Frans Smolders, Jan Vellekoop, Dick Walda, Irene Zalme en vele anderen.