Overzicht

Detail Brooklyn Bridge (ca. 1970) (foto: Frans Smolders)

1. Woest

Over deze blog, met als directe aanleiding de grote Van Genk-tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum in Amsterdam.

2. Penning

Over het publieke debuut van Willem van Genk als kunstenaar, via een artikel van R.E. Penning op zaterdag 6 december 1958 in de Haagsche Courant.

3. Hilversum

Over de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid, in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum (deel I).

4. Hilversum (2)

Over de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid, in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum (deel II).

5. Oudejans

Over een filmpje dat Har Oudejans in 1964 maakte bij de opening van de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid.

6. Leningrad

Over de beide tekeningen van Leningrad die in 1964 te zien waren tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid.

7. Rome

Over het werk Rome Termini.

8. Pilsen

Over een reis naar Tsjechoslowakije en het werk Kathedraal Pilsen.

9. Willem Franciscus Antonius Maria

Over de geboorte van Willem van Genk.

10. Grootouders

Over de grootouders van Willem van Genk.

11. Jozef van Genk

Over de ouders  van Willem van Genk.

12. Nieuwe Realisten

Over de tentoonstelling Nieuwe Realisten, in 1964 bij het Haags Gemeentemuseum.

13. Schmela

Over de tentoonstelling Van Genk’s phantastische Wirklichkeit, in 1964 bij Galerie Schmela in Düsseldorf. 

14. Zondagsschilder

Over de wederwaardigheden van Willem van Genk binnen het circuit van zondagsschilders en naïeven in de tweede helft van de jaren zestig.

15. Wimmie (volgens Willy en Jacqueline)

Over de jeugd van Willem van Genk door de ogen van zijn zusters Willy en Jacqueline.

16. Wimmie (volgens Tiny)

Over de jeugd van Willem van Genk door de ogen van zijn zuster Tiny.

17. Wimmie (volgens Willem)

Over de jeugd van Willem van Genk door zijn eigen ogen.

18. Moskou

Over de eerste pogingen van Willem van Genk om Moskou te bezoeken.

19. Brattinga vs. Persoon

Over de samenwerking tussen Willem van Genk en Pieter Brattinga.

20. Brattinga vs. Van Genk

Over het roerige slot van de samenwerking tussen Willem van Genk en Pieter Brattinga.

Leipzig | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 50 x 65 cm | coll. Arnulf Rainer, Wenen

21. Lijstje

Over enkele werken die Willem van Genk rond 1970 maakte.

22. Collages

Over enkele werken die Willem van Genk in het begin van de jaren zeventig maakte.

23. Zelfportret in De Ark

Over de periode van Willem van Genk bij Galerie De Ark in Boxtel (deel I).

24. De waarheid van Willem van Genk

Over de periode van Willem van Genk bij Galerie De Ark in Boxtel (deel II).

25. Zeppelins

Over de zeppelins van Willem van Genk.

26. Project Asbery

Over de beide Project Asbery-werken van Willem van Genk.

27. Nico van der Endt

Over Willem van Genk en Nico van der Endt.

28. Jassen

Over de raincoats van Willem van Genk.

29. Keulen

Over de tekening Keulen (deel I).

30. Keulen (2)

Over de tekening Keulen (deel II).

31. USA

Over de reis van Willem van Genk naar New York.

32. Keleti

Over het werk Keleti Station.

33. Dick Walda

Over Willem van Genk en Dick Walda.

34. Arnhem

Over de tekening Arnhem.

35. Trolleybussen

Over de bus-assemblages van Willem van Genk (deel I).

36. Ratelband

Over de bus-assemblages van Willem van Genk (deel II).

37. Balpen

Over de balpentekeningen van Willem van Genk (deel I).

38. Zagreb etc.

Over de balpentekeningen van Willem van Genk (deel II).

39. Het orkest van Coburg

Over het orkest van Coburg binnen het werk van Willem van Genk.

Detail Collage ’78 (1978) – links het gebouw waar Galerie De Ark in Boxtel van 1973 tot 1976 was gevestigd

40. Grafiek

Over de etsen en litho’s van Willem van Genk.

41. Krabbegat

Over Willem van Genk en Bergen op Zoom.

42. Jeugd

Over Willem van Genk en Harreveld.

43. Düsseldorf revisited

Over de zoektocht van Nico van der Endt naar verdwenen werken van Willem van Genk.

44. Onverbiddelijk

Over het op verschillende wijze duiden van Willem van Genk.

45. Op weg naar het einde

Over de laatste jaren van Willem van Genk.

46. Zwakzinnigen nazorg

Over het werk Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (deel I).

47. Zwakzinnigen nazorg (2)

Over het werk Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (deel II).

48. Zwakzinnigen nazorg (3)

Over het werk Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (deel III).

49. Knipsels

Over de in- en uitgeknipte tekeningen van Willem van Genk.

50. Postuum

Over boeken en tentoonstellingen over Willem van Genk in de periode 2005-2020.

51. Harmelenstraat

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel I).

52. Harmelenstraat (2)

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel II).

53. Herman

Over de stiefbroer van Willem van Genk (deel I).

54. Harmelenstraat (3)

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel III).

55. Herman (2)

Over de stiefbroer van Willem van Genk (deel II).

56. Harmelenstraat (4)

Over het appartement waar Willem van Genk van 1964 tot 1998 woonde (deel IV).

57. Blauwe Tram

Over het afscheid van de Blauwe Tram binnen het werk van Willem van Genk.

Detail Bahnhöfe van weleer (ca. 1965)

58. Japan

Over Japan binnen het werk van Willem van Genk (deel I).

59. Japan (2)

Over Japan binnen het werk van Willem van Genk (deel II).

60. Vader en kinderen

Over Jozef van Genk en zijn kinderen.

61. Pa

Over Jozef van Genk en de Tweede Wereldoorlog.

62. Schwebebahn

Over het werk Schwebebahn Wuppertal (deel I).

63. Schwebebahn (2)

Over het werk Schwebebahn Wuppertal (deel II).

64. Bovenbuurman

Over enkele teruggevonden werken.

65. Voorburg

Over de periode dat het gezin Van Genk in Voorburg woonde.

66. Bouwend ’s Gravenhage

Over de collage Bouwend ’s Gravenhage.

67. Plaatsen

Over Haarlem, Madurodam en Nijmegen bij Willem van Genk.

68. Amsterdam

Over de collage Amsterdam (deel I).

69. Amsterdam (2)

Over de collage Amsterdam (deel II).

70. Overzicht

Over de teksten die tot op heden op deze blog zijn verschenen.

Met dank aan Marijke Bijmans, Nico van der Endt, Albert Roozenburg, Frans Smolders, Jan Vellekoop, Dick Walda, Irene Zalme en vele anderen.

Amsterdam (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over de collage Amsterdam. Het eerste deel is hier te vinden.

Amsterdam (catalogus Willem van Genk, Boxtel 1976). De rode lijn geeft aan tot waar de linkerkant later is bijgeknipt

Teksten kunnen soms helpen om onderdelen van de collage thuis te brengen. Daarbij zijn drie categorieën te onderscheiden: teksten die horen bij een afgebeeld gebouw (GASTHOF VICTORIA HOTEL, VROOM & DREES […], DE BIJENKORF, KAPPER); teksten die waarschijnlijk ooit zijn toegevoegd aan de oorspronkelijke tekeningen (ZINGENDE TOREN, VERKADE KOEKEN, JA…. DE BIJENKORF HEEFT HET!”….. ); en teksten die aan de collage als geheel zijn toegevoegd. In die laatste categorie valt het centrale titelwoord AMSTERDAM, maar ook een aantal teksten in rood/oranje als tramways yesterday exit (bij de tram langs de Westerkerk) en BENELUX (in de tekening van de omgeving van het Muntplein). Dat laatste lijkt weer verband te houden met toevoegingen rondom de meeste tondo’s die te maken hebben met de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958: EXPO […] WORLDFAIR BRU […], EXPO 1958, BRUXELLES EXPO en zo verder. Tekstuele verwijzingen naar die tentoonstelling komen overigens op zowel de voor- als achterkanten van veel meer werken van Van Genk voor.

Sommige gebouwen of locaties werden door Van Genk vaker afgebeeld, ook op tekeningen die niet zijn opgenomen in de collage. Van de omgeving van het Weesperpoortstation, een  kopstation dat van 1843 tot 1939 in gebruik was, bestaat een separate tekening die te zien was tijdens de tentoonstelling Woest. Het station had een gietijzeren overkapping naar Brits ontwerp en was het vertrekpunt voor de spoorverbinding naar Utrecht en Arnhem. Een andere locatie die Van Genks aandacht had was de Haarlemmerpoort: de Stichting Willem van Genk bezit een tekening met vrijwel exact hetzelfde perspectief als dat op de tekening die werd gebruikt in de collage. Bovendien is er een opvallende overeenkomst met de ets Colonnade.

De omgeving van de Dam keert verschillende malen terug op Amsterdam, met tekeningen van het Koninklijk Paleis, de Nieuwe Kerk, de Bijenkorf en het Beurspoortje. De Dam wordt ook weergegeven op Drieluik Amsterdam, in een wijds perspectief van het Paleis tot aan de Damstraat. De hoek van de Dam met de Nieuwendijk is op het ‘drieluik’ vrijwel identiek aan de afbeelding rechts beneden op Amsterdam, inclusief het spandoek met de tekst DE BOEKENWEEK. Kunstenaar Marcel van Eeden schonk in 2014 aan Stichting Collectie De Stadshof een fotoboek dat hij bij een antiquariaat in Den Haag had gevonden, met Van Genk naamstempel plus het jaartal 1947: ‘Van Genk gebruikte zulke platenboeken voor zijn stadstaferelen.’ Als voorbeeld toont de website met het bericht het middendeel van Drieluik Amsterdam naast een foto van de Dam uit het boek. [1]

Detail Drieluik Amsterdam (middendeel)

De collage Amsterdam werd in 1976 getoond tijdens de tentoonstelling Willem van Genk in galerie De Ark in Boxtel. In de bijbehorende catalogus stond een foto van het werk die vrij korrelig was afgedrukt, waardoor details vrijwel niet te onderscheiden waren. Wel was er een drietal foto’s toegevoegd van individuele tekeningen. De collage mat volgens de catalogus 98 x 227 cm. Na 1976 verdween Amsterdam jarenlang uit zicht. In een lijst die Nico van der Endt in 2000 opstelde met nog te verkopen werken van Willem van Genk, staat onder het kopje NIET GELOKALISEERDE WERKEN onder meer “Amsterdam tekeningen collage”.

Van der Endt maakte geen melding van Amsterdam in de lopende tekst van zijn boek Kroniek van een samenwerking uit 2014. Wel staat er een afbeelding van de collage in het boek, met de vermelding dat deze in het bezit is van het Museum of Everything van James Brett en dat de maten nog maar 97 x 216 cm zijn. In vergelijking met de catalogusfoto uit 1976 mist het werk inderdaad een strook links, die dus ca. 11 cm breed en 97 cm lang zou zijn. Navraag leerde dat Van der Endt in 2013 Amsterdam namens Dick Walda had verkocht aan James Brett, minus de strook aan de linkerkant. [2] In 2016 was het werk te zien tijdens de tentoonstelling van het Museum of Everything in de Kunsthal in Rotterdam.

Vorig jaar kreeg ik een aantal van de foto’s toegestuurd die waren gebruikt in de catalogus van De Ark uit 1976. [3] Daaronder was ook de foto van Amsterdam, waarop nu duidelijker de verdwenen strook te onderscheiden viel. Te zien was dat de twee grote tekeningen aan de linkerkant (met respectievelijk het Beurspoortje en de Bijenkorf) verder doorliepen; dat de tekening daartussen ook veel groter was en het Damrak ter hoogte van het Beursplein afbeeldde; en dat in de tekening met de Bijenkorf nog een inzetstuk was geplaatst van een gebouw met veel ramen en een torentje. Enkele weken eerder was de tweede druk verschenen van Dick Walda’s boek over Willem van Genk Koning der stations. De twee fragmenten van Amsterdam die hij daarin afdrukte, bleken afkomstig uit de verdwenen strook. Het gebouw van het inzetstuk was het Paleis op de Dam [4]

Dick Walda liet recentelijk weten dat hij het werk rond 2000 van Jacqueline van Genk had gekregen, samen met het stadsgezicht Arnhem:

Ik kreeg – in het bijzijn van regisseur Jan Keja en curator Remmerswaal – een rol mee die onder haar bed had gelegen.
Terug in Amsterdam bleek het om twee werken van Willem te gaan:
Arnhem en Amsterdam.
Amsterdam was vrij groot en ik had geen plaats om het op te hangen.
De rol verdween naar de kelder en het is een wonder boven wonder dat de twee werken behouden zijn gebleven.

[…]

Toen ik in Amsterdam ruimer ging wonen heeft Amsterdam een tijdje in mijn werkkamer gehangen.
De tekening was er slecht aan toe en ik vroeg een papier-restaurateur om advies.
De randen waren in slechte staat en verfomfaaid.
De man (die nooit van Willem had gehoord) sneed de rafelranden van
Amsterdam af die ik cadeau deed aan Mattheus Engel, de fotograaf die Willem vele malen fotografeerde.
Een rondje later haalde Nico van der Endt er opnieuw een papier-restaurateur bij die ook zorgen had over de slechte staat van het werk dat hij uiteindelijk aanbood aan de Engelsman Brett, toentertijd een fanatiek verzamelaar van Willem’s werk.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik weinig affiniteit had met
Arnhem en Amsterdam, vooral door de deplorabele staat waarin de tekeningen verkeerden. [5]

Arnhem schonk Walda aan regisseur Jan Keja, met wie hij de documentaire Ver van huis had gemaakt. Het bezoek aan Jacqueline kreeg, enigszins verdicht, eveneens een plaats in de tweede druk van Koning der stations. [6]


NOTEN

[1] Het bericht is hier te vinden.

[2] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 9 november 2020.

[3] Met dank aan mw. A. Heesen-Gennissen.

[4] De fragmenten zijn te zien op p. 140 en p. 150.

[5] E-mail van Dick Walda aan Jack van der Weide, 11 november 2020.

[6] Cf. pp. 53-56.

Amsterdam

Amsterdam | ca. 1967 | gemengde techniek op papier | 97 x 216 cm | Museum of Everything, Londen

Tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 kregen vijf tekeningen in de catalogus de titel “Amsterdam”. Drie keer betrof het impressies van het afscheid van de (Noord-Hollandse) Blauwe Tram, twee keer een stadsgezicht met in de verte het centraal station. Amsterdam lijkt een grote aantrekkingskracht op de Hagenaar Van Genk te hebben uitgeoefend, gezien de hoeveelheid werken die hij aan de stad wijdde. Opvallend vaak maakt het centraal station deel uit van de voorstelling, geheel of gedeeltelijk. Zo bezit Stichting Collectie De Stadshof onder meer de collage Centraal Station Amsterdam en Stichting Willem van Genk Drieluik Amsterdam en een historisch gezicht op het station vanaf de linkerkant, met op de voorgrond een haventafereel. [1] Een tekening getiteld Amsterdam Centraal Station, afgebeeld in Een getekende wereld (1998) en daar gedateerd ‘ca. 1959’, verdween begin deze eeuw uit zicht en was tot voor kort in handen van een Amerikaanse collectioneur die er in 2019 € 125.000,- voor vroeg. [2]

Net als in het geval van Den Haag verwerkte Van Genk een groot aantal vroege tekeningen van Amsterdam in een collage. Werd dit voor Den Haag Bouwend ’s Gravenhage (naar een prominente, centraal geplaatste test), voor Amsterdam was het resultaat Amsterdam (idem). Opnieuw werden de tekeningen soms verknipt of op een andere manier bewerkt. Een poging tot datering brengt de inmiddels bekende problemen met zich mee: de oorspronkelijke tekeningen stammen grofweg uit de periode 1945-1960, de collage als zodanig zal in de tweede helft van de jaren zestig zijn ontstaan. Nico Van der Endt dateert het werk ‘ca. 1950-1975’, maar dat laatste jaartal lijkt te laat. [3]

Amsterdam heeft een oppervlakte van iets meer dan twee vierkante meter waarop zo’n zestig afbeeldingen te zien zijn die sterk variëren in omvang. Ook in die opzichten is de collage daarmee te vergelijken met Bouwend ’s Gravenhage. Wel lijkt dat laatste werk iets evenwichtiger opgebouwd, door de plaatsing van de tekeningen maar ook door een zekere herhaling van bepaalde afbeeldingen (Binnenhof, Vredespaleis, Stadhuis). Het procedé om fragmenten van gebruikte tekeningen elders in het werk te plaatsen, ontbreekt in Amsterdam. Anders dan in Bouwend ’s Gravenhage zijn daarentegen in Amsterdam de verschillende onderdelen van de collage steeds rood of oranje omrand en is een aantal kleinere fragmenten monochroom in rood uitgevoerd. [4] Het is mogelijk dat deze rode fragmenten alle afkomstig zijn uit één grote tekening, maar hiervoor zijn geen verdere aanwijzingen – afgezien van twee fragmenten linksonder die aan elkaar passen.

Meest opvallend in het rechterdeel van Amsterdam is een grote tekening aan de onderkant, waarop afgebeeld een bocht in de Amstel ter hoogte van het Martin Luther Kingpark, voorheen het Amstelpark. Beperken we ons tot de grotere tekeningen in dit rechterdeel, dan zien we in de strook boven de Amsteltekening van links naar rechts het voormalige Weesperpoortstation, de Haarlemmerpoort en de omgeving van het Muntplein. Daar weer boven zijn afgebeeld het Amstelhotel, de Sint-Nicolaaskerk, het centraal station (achter- en voorzijde) en de toren van de Oude Kerk. Helemaal rechts zijn van boven naar beneden te zien de Oudezijdsvoorburgwal vanaf de Armbrug, de Zuiderkerk vanaf Staalmeestersbrug en de hoek van de Dam met de Nieuwendijk.

De Haarlemmerpoort in Amsterdam – links: detail Amsterdam; rechts: tekening uit de collectie van Stichting Willem van Genk

Het linkerdeel van Amsterdam is iets gefragmenteerder en de verschillende onderdelen zijn minder scherp afgesneden. Boven het midden is een tekening geplaatst van de Dam omstreeks 1900: zowel de oude Beurs van Zocher als de toren van de Beurs van Berlage zijn te onderscheiden. Daaronder is vier keer het 12-verdiepingenhuis van J.F. Staal aan het Victorieplein te zien. In het midden is het Paleis op de Dam afgebeeld. De verticale strook helemaal links toont aan de bovenkant het in 1912 gesloopte Beurspoortje, dat vanaf het Rokin toegang gaf tot de Dam en herinnerde aan het vroegere Beursgebouw van Hendrick de Keyser. Aan de onderkant is de hoofdingang van de Bijenkorf te zien.

Kleinere afbeeldingen zijn er in feite in drie soorten: de genoemde rood-monochrome tekeningfragmenten, tondo’s en overige inzetstukken. De negen rode fragmenten zijn relatief klein, waardoor de afbeelding vaak moeilijk thuis te brengen is. Linksboven is het gebouw van de Engels Hervormde Kerk aan het Begijnhof te zien; meer naar rechts, overlappend met de tekening van de historische Dam, is de toren van de Zuiderkerk afgebeeld. In de grote Amsteltekening is in het water een rood fragment geplaatst met eenzelfde voorstelling.

Ook de meeste afbeeldingen in de tondo’s zijn lastig te duiden. De tondo boven de historische Dam-tekening toont een deel van een stadsplattegrond van Amsterdam, geknipt uit een grotere tekening waarvan het overgebleven deel te zien was in een van de vitrines van de tentoonstelling Woest. Dat laatste geldt voor nog drie andere tondo’s, waarvan echter de voorstelling onduidelijk is. De tondo tussen de vier afbeeldingen van het 12-verdiepingenhuis toont de niet meer bestaande Maria Magdalenakerk van Pierre Cuijpers aan de Spaarndammerstraat. Dat de kerk in 1965 werd afgebroken, zal Van Genk alleen maar hebben gevoed in zijn gevoelens van onmacht waar het om de afbraak van historische gebouwen ging.

Blijven over zo’n twintig inzetstukken van uiteenlopende omvang, die in sommige gevallen zelfstandige tekeningen zouden kunnen zijn geweest maar in andere gevallen overduidelijk uit- of afsneden zijn. De voorstellingen zijn in een aantal gevallen thuis te brengen, waarbij soms sprake lijkt van associaties, geografisch of anderszins. Zo staan tegen de bovenrand links, boven de historische damtekening, afbeeldingen van het oude Hoofdpostkantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal, het Victoria Hotel aan het begin van het Damrak en de Mozes en Aäronstraat die tussen het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk loopt – locaties die min of meer bij elkaar in de buurt liggen. Het fragment rechtsonder, met een detail van de voorgevel van de Bijenkorf, past daar ook bij maar een aangrenzend inzetstuk met een tram die langs de Westerkerk rijdt, lijkt hier weinig mee te maken te hebben. De twee grote inzetstukken boven de Amsteltekening stellen mogelijk het afscheid van de Blauwe Tram in de Raadhuisstraat (links) en de kruising Reguliersgracht/Keizersgracht voor.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Drieluik Amsterdam stond op 19 september 2019 prominent afgedrukt in de bijlage van Het Parool over de tentoonstelling Woest.

[2] Mededeling Ans van Berkum, 5 februari 2019. De tekening (60 x 40 cm) staat in Een getekende wereld afgebeeld op p. 113.

[3] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 54. In Een getekende wereld krijgt de collage de datering ‘ca 1959’ (p. 107).

[4] In Willem van Genk bouwt zijn universum zijn op p. 1 en p. 7 voorbeelden te zien van monochrome tekeningen in rood.

Plaatsen

Vaarwel tram | ca. 1957 | gemengde techniek op papier | afmetingen onbekend | Museum Dr. Guislain, Gent

Voor een onderzoeker die Nederland niet of niet goed kent, moet het een opgave zijn om het werk van Willem van Genk te bestuderen. Zelf kom ik een heel eind als het om Arnhem gaat – in het geval van Van Genk eigenlijk onontbeerlijk – en lukt het aardig in het geval van Amsterdam en Den Haag om locaties thuis te brengen, maar het blijft desalniettemin vaak een hele speurtocht. Bovenstaande tekening staat afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum, op dezelfde pagina als een tekening van de Hofplaats in Den Haag. Dientengevolge, en ook omdat het hier (weer) leek te gaan om het afscheid van de Blauwe Tram, veronderstelde ik dat het om een locatie in Den Haag of Voorburg ging. Het gebouw links op de tekening kon daarbij mogelijk een aanknopingspunt vormen.

Te rade gaand bij een inwoner en kenner van Den Haag, gaf deze onmiddellijk aan dat het volgens hem ging om de Amsterdamse Poort in Haarlem, de enig overgebleven stadspoort aan het einde van de oude route van Amsterdam naar Haarlem. Uiteraard was dit helemaal correct en klopte het opschrift VAARWEL TRAM eveneens met de historische laatste rit van de Noord-Hollandse Blauwe Tram op 31 augustus 1957, die reed op het traject Amsterdam – Zandvoort en daarbij ook Haarlem aandeed. Dat die specifieke kennis iets toevoegt aan inzicht in het oeuvre van Van Genk in het algemeen, moge duidelijk zijn. Onder meer draagt het bij aan de kennis over de wijze waarop Van Genk een locatie weergaf; aan kennis over zijn fascinatie met vervoersmiddelen in het algemeen en de Blauwe Tram in het bijzonder; aan kennis over het motief van de vergankelijkheid in zijn werk; en zo verder.

Wel degelijk Haags is een tekening op de achterkant van Station Berlin Ost (ca. 1965), waarbij Van Genk zelf de clou in feite al weggaf door het nadrukkelijke opschrift VISIT MADURODAM plus kleinere, moeilijk leesbare aantekeningen waaronder de reisaanduiding met lijn 3 van de Haagse Tram. Afgebeeld is de omgeving van het oude stadhuis in Den Haag, met ook herberg ’t Goude Hooft – of, zoals Van Genk schrijft, Het Gouden Hoofd. Verder zijn onder meer aangeduid een [R]ywielstalling en Café het ZUID. Voor de huizen rijdt een tram met een schaarbeugel.

Detail Station Berlin Ost (ca. 1965)

Is het tegenwoordig lijn 9 waarmee men Madurodam bereikt, ook historisch gezien was lijn 3 eigenlijk niet de aangewezen tramlijn voor de miniatuurstad. Wel deed deze tram het Valkenbosplein aan, op enkele minuten lopen van de Magnoliastraat, waar de familie Van Genk jarenlang woonde. In het algemeen is de kans groot dat Madurodam indruk op de kunstenaar heeft gemaakt, vanwege het structurele vogelvluchtperspectief bij de bezoeker. Anderzijds is het een – wat mij betreft: intrigerende – vraag wat een tekening van de Dagelijke Groenmarkt in Den Haag doet op de achterkant van een werk over Berlijn.

Van Den Haag naar Gelderland: Van Genks liefde voor trolleybussen lijkt er nooit toe te hebben geleid dat Nijmegen een belangrijke rol ging spelen binnen zijn werk. Altijd was Arnhem de trolleystad, terwijl het vervoermiddel tussen 1952 en 1969 toch ook nog geen vijfentwintig kilometer naar het zuiden te bezichtigen was. Dit doet vermoeden dat de fascinatie met Arnhem eerst kwam en dat de liefde voor trolleybussen daar een afgeleide van was, in plaats van andersom. Nijmegen moet het doen met enkele aanduidingen op tekeningen van landkaarten en plattegronden; een tondo met de torenspits van de Sint-Stevenkerk op Geldersche tramwegen; en een titelloze tekening die is afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum. [1]

Op die tekening is de Nijmeegse tramlijn 2 te zien, ook wel “het bergspoor” genoemd. Van Genk toonde waar die bijnaam vandaan kwam: tussen 1912 en 1955 liep de lijn van het centrum van de stad naar het naburig Berg en Dal, via een voor Nederlandse begrippen behoorlijk heuvelachtig terrein. De tekening beeldt twee trams af op en bij het viaduct over de Van Randwijckweg tussen Beek en Berg en Dal. Dit was een geliefd plaatje in toeristische gidsen en op prentbriefkaarten, zodat aangenomen mag worden dat Van Genk de scène ook van foto’s kende.

Zonder titel (District Mooi Nederland) | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 23,5 x 34 cm | Museum Dr. Guislain, Gent

Afgebeeld is de situatie waarbij een tram met twee wagons op het viaduct staat, terwijl een volgtram nog onder het viaduct rijdt. Links op de tekening zien we twee Nederlandse wegwijzers van de V.V.V. met de aanduidingen Beek en Berg en Dal, rechts een Duitse wegwijzer met de richtingen Deutschland en Nimwegen. Op de voorgrond staat een driehoekig waarschuwingsbord met een doodshoofd en de tekst GEVAARLIJKE HELLING! De tram op het viaduct draagt het cijfer 2; op de twee wagons is reclame te zien voor Coca-Cola (rechts) en Boers en Zn (links). De volgtram heeft het getal 10 op een deur staan. In de volgtram staat een conducteur, ernaast een rangeerder met een seinvlag. Wat verder opvalt bij beide trams zijn de beugels tussen de wagens en de bovenleiding: het zijn ouderwetse sleepbeugels, niet de ruitvormige, dubbele schaarbeugels (tweebeenpantograaf) van de meeste Nijmeegse trams van na de oorlog. Links op de achtergrond is nog wel een stukje van een tram met een duidelijke schaarbeugel te zien.

Berspoor – Berg en Dal (ansichtkaart), ca. 1950

Vanwege de vele foto’s is het niet moeilijk de tekening van Van Genk te vergelijken met de historische situatie. Waar de weergave in grote lijnen overeenkomt, lijken verschillende details ontsproten aan de verbeelding van de kunstenaar. Zo zijn de wegwijzers en het waarschuwingsbord weliswaar historisch correct, maar waren ze niet op de betreffende locatie te vinden in deze constellatie. Ook de reclame op de tramstellen komt niet overeen met de Nijmeegse realiteit in de jaren veertig en vijftig. Op geen van de honderden foto’s die ik heb gevonden, is een reclame voor Coca-Cola of het (mij onbekende) bedrijf Boers & Zn te zien. ‘Draper van den Broek’ (een bekende Nijmeegse meubelhandel) was veruit de meest voorkomende tekst. Een naam die mij zelf vertrouwd in de oren klinkt, maar die Van Genk weinig zal hebben gezegd.


NOOT

[1] Toen ik in 2015 een bestand met de tekening van Museum Dr. Guislain kreeg toegestuurd, was de titel daarvan District Mooi Nederland. ‘Bergspoor Mooi Nederland’ was de naam die vaak werd afgedrukt op ansichtkaarten met foto’s van de tramlijn.

Bouwend ’s Gravenhage

Bouwend ‘s Gravenhage | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 102 x 212 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem | foto: Museum van de Geest, Haarlem

Willem van Genk verhuisde in de zomer van 1940 vanuit Harreveld naar de Magnoliastraat in Den Haag. Hij was op dat moment dertien jaar en zou de rest van zijn leven in de Nederlandse residentie blijven wonen. Des te opmerkelijk is het dat Den Haag in zijn werk relatief zelden wordt afgebeeld – Arnhem, Amsterdam en zelfs Moskou komen veel vaker voor. Tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 was een van de werken (catalogusnummer 20) getiteld Den Haag, maar hoogstwaarschijnlijk betrof het een tekening van de laatste rit van de Blauwe Tram in Amsterdam. Van Genk zelf was tot het laatste moment in het ongewisse gelaten over de tentoonstelling, dus de eventuele vergissing werd buiten zijn weten om gemaakt. [1]

Wat Van Genk tussen ca. 1940 en 1960 aan tekeningen van Den Haag had (en dat was toch nog wel flink wat), verwerkte hij grotendeels in de collage Bouwend ’s Gravenhage. Het gaat om een relatief vroege collage, weliswaar later dan Geldersche Tramwegen maar vroeger dan bijvoorbeeld Kathedraal Pilsen, Bahnhöfe van weleer of Internationale. Net als bij veel andere collages stelde Van Genk het werk samen uit oudere tekeningen, die hij soms verknipte of op een andere manier bewerkte. Bouwend ’s Gravenhage bestaat in grote lijnen uit twee stroken, en voor de overzichtelijkheid kan elke strook worden opgesplitst in twee delen, wat vier kwadranten oplevert:

De centrale afbeelding in kwadrant I is meteen de meest autobiografische component van de collage. Weergegeven is woningcomplex De Papaverhof dat in 1921 gebouwd werd naar ontwerp van De Stijl-architect Jan Wils. De Papaverhof is een Rijksmonument, bestaande uit 128 woningen die zijn aangelegd rond een (verdiept) plantsoen. Waarschijnlijk was de architectuur van Wils iets te modern naar de smaak van Van Genk, maar De Papaverhof lag en ligt tegenover Magnoliastraat 10. Zijn weergave van het complex correspondeert exact met het uitzicht vanuit de woning, die op de tweede verdieping is gesitueerd. [2] In het midden van zowel de boven- als onderkant van de grote tekening zijn nog twee kleine, bijna identieke tekeningen toegevoegd van het uitzicht vanuit een andere hoek.

Het tweede kwadrant heeft als meest in het oog springende afbeelding een tekening van het Vredespaleis tegen een donkere achtergrond, met eronder de woorden BOUWEND ’s GRAVENHAGE V.V.V. De letters zijn geknipt uit een document over Den Haag, wat onder meer te zien is aan de rode, nog leesbare afkorting H.T.M. (Haagsche Tramweg-Maatschappij). Hetzelfde procedé paste Van Genk toe in de afbeelding van de ooievaar in kwadrant III, eveneens afkomstig uit een document over tramlijnen in Den Haag. [3] Meest opvallend in dit kwadrant zijn de drie naast elkaar geplaatste tekeningen van het Oude Stadhuis aan de Groenmarkt. Kwadrant IV is ten slotte tegelijkertijd het kleinste en het drukste deel van de collage, met een groot aantal over elkaar heen geplakte tekeningen en knipsels. In dit kwadrant bevindt zich ook de signatuur van Van Genk, zij het niet helemaal in de uiterste hoek, plus zijn naam en woonplaats.

Voor Bouwend ’s Gravenhage knipte Van Genk vaak tekeningen op, verwisselde hij onderdelen of gebruikte hij gebouwen of voertuigen uit andere tekeningen waarvan de omtrekken niet meer in de collage voorkwamen (maar die hij meestal wel bewaarde). Voorbeelden van dat laatste zijn het gebouw boven het Vredespaleis in kwadrant II en de bus aan de onderkant van kwadrant III, beide afkomstig uit tekeningen waarvan de resten staan afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum. [4] De tekening helemaal links in kwadrant III kan op twee manieren worden aangevuld met fragmenten die in 2015 te zien waren tijdens de Stadshof-tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag: zowel de uitgeknipte tondo (met alleen maar een rasterstructuur) als de tekening waaruit de nieuwe tondo afkomstig was, lagen daar in de vitrines met een kleine greep uit de collectie van Museum Dr. Guislain.

Links: ‘Knipsel, uit de bibliotheek van Willem van Genk’ (Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 108); rechts: detail Bouwend ’s Gravenhage

Uit de grote tekening van het Vredespaleis in kwadrant II is linksboven een rechthoek geknipt, waarna op de vrijgekomen plaats een andere afbeelding van hetzelfde gebouw is aangebracht. Uit de verwijderde rechthoek knipte Van Genk het dakdeel en de toren, die hij respectievelijk iets naar rechts in kwadrant II en aan de onderrand van kwadrant IV opplakte. Ook van de tekening met de tram in kwadrant IV (met de tekst Het residentie orkest speelt ook voor U) is een gedeelte afgeknipt waarvan schuin daarboven weer een fragment is opgeplakt.

Een speciale categorie vormen de vijftien tondo’s in Bouwend ’s Gravenhage, die in meer dan de helft van de gevallen afkomstig zijn uit tekeningen in het werk zelf. Duidelijk te zien is dit in de rechter bovenhoek van kwadrant II, waar de tondo’s uit twee tekeningen van de Hofvijver zijn omgewisseld; en aan de onderkant van kwadrant IV, waar de gele kleur de uitwisseling toont. Bij de drie tekeningen van het Oude Stadshuis in kwadrant III heeft Van Genk het principe zelfs in drievoud toegepast op de toren van het gebouw.

De collage bevat een groot aantal afbeeldingen van kerken, die gedeeltelijk te identificeren zijn. De Grote of Sint-Jacobskerk komt een aantal keren voor, getekend vanuit verschillende hoeken. Aan de rechterkant van kwadrant II zien we de kerk vanuit de Prinsestraat; boven het verhoogde koor is een tondo toegevoegd van de andere kant van het koor. De tondo is afkomstig uit de tweede tekening van links in kwadrant III, waar de vrijgekomen ruimte is opgevuld met een tondo uit een kleinere tekening iets naar rechts. Daar verschijnt ook weer het torentje van het Oude Gemeentehuis. Iets naar beneden staat de toren van de Sint-Jabcobskerk afgebeeld, gezien vanaf de hoek Torenstraat/Riviervismarkt.

De tekening aan de linker zijkant van kwadrant III toont de Sint-Jacobus de Meerderekerk van Pierre Cuypers aan de Parkstraat, waarbij de omkadering suggereert dat het om een blik vanuit een raam gaat. De ingevoegde tondo is afkomstig uit een tekening van de Elandkerk aan het Elandplein, op enkele honderden meters van de Sirtemastraat waar de AVO-werkplaats was gevestigd. De kerk op het kruispunt van de vier kwadranten ten slotte is de Sint Barbarakerk aan de Beeklaan – de kerk waar in 2005 de uitvaartmis voor Willem van Genk werd gehouden.

Bouwend ’s Gravenhage 1946/8 en Bloeiend ’s Gravenhage 1948/1

Bouwend ’s-Gravenhage, met als ondertitel V.V.V. maandblad gewijd aan den stoffelijken en cultureelen opbouw van stad en badplaats, was een uitgave van het VVV in Den Haag in de jaren 1946-1947. Officieel was het een voortzetting van de Haagsche gids (‘officieel orgaan van de Vereeniging tot bevordering van het vreemdelingenverkeer te ‘s-Gravenhage, Scheveningen en omstreken’), die eind jaren twintig was begonnen maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd stopgezet. Bouwend ’s-Gravenhage ging in 1948 nog even verder als Bloeiend ’s Gravenhage, dat echter na tien nummers stopte. [5] Het zou te kort door de bocht zijn om Van Genks collage vanwege de woorden BOUWEND ’s GRAVENHAGE V.V.V. te dateren op 1946/1947. Wel is aannemelijk dat hij de publicatie bij het maken van de collage in zijn hoofd had.

In Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (ca. 1978) zou Van Genk nog een keer terugkomen op de titel Bouwend ’s Gravenhage, in de context van de afbraak van enkele historische kerken in Den Haag – kerken die overigens niet lijken voor te komen op de collage. Zelfportret – Zwakzinnigennazorg kent als enig ander groter werk een nadrukkelijke Haagse component, maar verder is de stad opvallend afwezig in Van Genks oeuvre. Voor kleinere sporen moeten we ons wenden tot enkele vroege tekeningen, die hij kennelijk niet wilde verknippen voor de collage.

Hofplaats, Den Haag | ca. 1950 | gemengde techniek op papier | afmetingen onbekend | Museum Dr. Guislain, Gent

Zo bezit Museum Dr. Guislain een tekening van de Hofplaats in Den Haag, een klein plein bij de kruising van Spui/Hofweg met Lange Poten/Spuistraat. Te zien zijn enkele trams en gebouwen, met op de voorgrond een parkeerplaats met auto’s en touringcars van onder andere Sommeling, Ebato en Hotam. Op een spandoek staat de tekst BOEKENWEEK WINKELSTAD SPUISRAAT POTEN etc. De tekening is afgedrukt in Willem van Genk bouwt zijn universum, met als titel Groot Arnhem. [6] Hoewel dit uiteraard een redactiefout kan zijn, zegt het ongewild iets over de alomtegenwoordigheid van Arnhem binnen het oeuvre van Van Genk versus de relatieve afwezigheid van Den Haag.


NOTEN

[1] ‘Gisteren hoorde de schilder pas van de heer Beljon, dat er een tentoonstelling van zijn werk was ingericht. De organisatoren hebben het niet eerder durven doen, omdat ze nog steeds benauwd waren dat hij het niet goed zou vinden, misschien dat hij bang zou worden.’ (Telegraaf, 18 januari 1964)

[2] Op de website Oozo.nl is een foto te zien van het uitzicht op De Papaverhof vanuit Magnoliastraat 10, dat vrijwel gelijk is aan de afbeelding op de tekening van Van Genk. Daar is ook te lezen dat Magnoliastraat 10 in 1924 is gebouwd en een oppervlakte heeft van 110 m2.

[3] De tekening waaruit de ooievaar in kwadrant II afkomstig was, was te zien in een van de vitrines van de tentoonstelling Woest.

[4] Respectievelijk betreft het de ‘Knipsels, uit de bibliotheek van Willem van Genk’ op p. 6 (onder) en p. 108 (boven). De tekening op pagina 6 toont het Stedelijk Badhuis Scheveningen, dat op de plaats stond van het latere Kurhaus en dat Van Genk dus uitsluitend van oude foto’s gekend kan hebben. Een mogelijke bron is hier te zien.

[5] Uit het voorwoord van het eerste nummer van Bloeiend ’s Gravenhage: ‘Een nieuw jaar – en een nieuwe naam. […] De naam is er een, welke wil aangeven dat voor ons het accent gelukkig weer kan worden verlegd van het wederopbouwen van de geschonden stad en badplaats naar de bloesems en vruchten, welke uit die wederopbouw te voorschijn zijn gekomen.’

[6] Op p. 142.

Bovenbuurman

Ravenna | 1964 | gemengde techniek op hardboard | 31 x 40 cm | particuliere collectie| foto: Galerie Hamer, Amsterdam

Nico van der Endt over het jaar 1996: ‘Ondertussen telefoon van Dick Heesen, mijn voorganger inzake Willem met de vraag of ik belangstelling heb een aantal schilderijen en etsen te verkopen die hij – enigszins tot mijn verrassing – indertijd als betaling voor onkosten heeft verkregen. Het gaat om de werken Schwebebahn Wuppertal, Station Berlin-Ost, Colonnade St. Pieter, de kleine tekening Raadhuisstraat en Zelfportret in de Ark.’ [1] Alle  genoemde werken belandden bij particuliere verzamelaars en in 1998 werden ze getoond tijdens de grote tentoonstelling in museum De Stadshof in Zwolle. Ook werden ze afgebeeld in Een getekende wereld.

Vier van de vijf werken bleven in beeld en waren opnieuw te zien tijdens de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum. [2] ‘De kleine tekening Raadhuisstraat’ (een van de vier werken die Van Genk maakte naar aanleiding van de laatste rit van de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Zandvoort op 31 augustus 1957) was terechtgekomen bij een verzamelaar die boven Galerie Hamer woonde en daar met grote regelmaat werken aanschafte. In 1999 kocht hij ook nog ‘twee kleinere werken’ van Van Genk, Dom van Ravenna en Smolny Kathedraal. [3] Hij overleed enkele jaren later, zijn verzameling kwam terecht bij enkele familieleden. De verblijfplaats van de werken van Van Genk kon door de organisatie van Woest niet meer worden achterhaald. [4]

Schwebebahn Wuppertal en Colonnade St. Pieter waren in respectievelijk 1996 en 1997 verkocht aan verzamelaar Jan Vellekoop uit Vlaardingen, die de werken regelmatig uitleende voor kleinere of grotere tentoonstellingen en wiens belangstelling voor Van Genk groot was en bleef. [5] In juli 2020 nam Vellekoop zich voor de werken van ‘de bovenbuurman van Hamer’ op te sporen en al na enkele dagen had hij ze getraceerd. De eigenaar bleek naast de drie schilderijen ook nog drie etsen van Van Genk te bezitten – Silja Line, Colonnade en Minsk – en nodigde ons (Jan Vellekoop en ondergetekende) uit om de werken te komen bezichtigen, hetgeen we begin augustus deden.

Raadhuisstraat (Amsterdam) kwam eerder ter sprake in de post over de Blauwe Tram: het is een kleine tekening die in 1964 al te zien was tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in Hilversum. De afbeelding toont twee gevelrijen met ervoor rijen mensen die onder toezicht van de politie staan te wachten op de laatste Blauwe Tram, waarvan in de verte de koplampen te zien zijn. Het gaat duidelijk om een avond- of nachtscène, de straatlantaarns branden; ook de donkerrode lucht, die contrasteert met de zwart-witte huizen, moet in die context worden geïnterpreteerd. Opvallend is het zeer nadrukkelijke verdwijnpunt, waar de tram staat en waar de gevelrijen, de avondhemel en vooral de tramrails naartoe wijzen. Het werk is rechtsonder tweemaal gesigneerd. Op de achterkant staat, niet in het handschrift van Van Genk, ‘Einde blauwe tram Amsterdam in 1957’.

Detail Raadhuisstraat (Amsterdam)

Smolny Kathedraal is een werk dat Van Genk in zijn woning op de ombouw van zijn opklapbed had staan. Het komt bovendien niet voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, hetgeen erop duidt dat het voor de kunstenaar een speciale betekenis had – of dat hij het niet goed genoeg achtte om te worden tentoongesteld. Te zien is de kathedraal uit de titel, achter een hek en met eromheen enkele bomen en andere gebouwen. Om de afbeelding is een bruine rand getekend, waarop versieringen zijn aangebracht – de golvende lijntjes en punten die zullen terugkeren op de rood/gele stroken van latere schilderijen. Het werk is rechtsonder gesigneerd, met in de signatuur het jaartal 1964. Rechtsonder zijn twee ijs-etende meisjes getekend met behulp van sjablonen. Dit vertoont overeenkomsten met de techniek die de Amerikaanse kunstenaar Henry Darger hanteerde voor het weergeven van de vele meisjes in zijn beeldend werk. De oranje contouren om de twee figuurtjes lijken later te zijn toegevoegd.

Detail Smolny Kathedraal

De achterkant van Smolny Kathedraal werd door Van Genk uitgebreid beplakt, betekend en beschreven, uiteraard vooral met verwijzingen naar de USSR – onder meer is prominent het woord ЛЕНИНГРАД (Leningrad) te lezen. Het geheel lijkt enigszins op de achterkant van Metrostation Moskou, eveneens uit 1964, vanwege de grote hoeveelheid contourtekeningen van profielen en maskerachtige tronies. [6] Er lijkt voor Van Genk een connectie te hebben bestaan tussen dergelijke contourtekeningen en het communisme, aangezien ze ook voorkomen op bijvoorbeeld 50 jaar USSR en Het waarheidsfestival.

Dom van Ravenna stond eveneens op de ombouw van het opklapbed van Van Genk en kwam evenmin voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, maar was wel te zien tijdens de tentoonstelling Zondagsschilders II (1967) in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Afgebeeld is niet de barokke domkerk in Ravenna, maar de Byzantijnse basiliek San Vitale in die stad. Uit de basiliek komt een mensenstroom die het midden lijkt te houden tussen een processie – er wordt een spandoek meegedragen met de tekst CHRISTUS VINCIT – en een bruiloftsstoet. Tientallen nonnen met kaarsen sluiten zich vanaf links en rechts bij de mensenzee aan. Op de voorgrond maakt een fotograaf foto’s, rechtsonder staat een koets. Links en rechts in beeld staan bomen, rechts zijn op de achtergrond ook nog enkele andere gebouwen te zien met op een zijgevel een reclame voor MARTINI. De achterkant van Ravenna (een betere titel) was eveneens beschreven en beplakt, maar Van Genk leek het oppervlakte eerst als palet te hebben gebruikt.

Ravenna (achterkant)


NOTEN

[1] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.

[2] Zelfportret in De Ark maakte inmiddels deel uit van de collectie van het Museum of Everything van James Brett en werd in de zomer van 2020 al weer teruggehaald.

[3] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 117. Smolny Kathedraal staat afgebeeld op p. 73, onder de titel Smolny Kathedraaal, Leningrad. Volgens een toeristische website gaat het bij deze kathedraal om ‘één van de mooiste gebouwen van Sint-Petersburg’.

[4] De verzamelaar schafte van Van Genk ook nog een trolleybus-assemblage aan – om precies te zijn de bus die staat afgebeeld op pagina 35 van Een getekende wereld. De bus wordt daar ten onrechte gerekend tot de collectie van De Stadshof.

[5] In 2012 verscheen in het tijdschrift Out of Art een interview met Jan Vellekoop, waarin hij vertelt over ‘zijn fascinatie voor het werk van Willem van Genk’. Het interview is hier te lezen.

[6] De achterkant van Metrostation Moskou is afgedrukt in de catalogus van de tentoonstelling Woest, pp. 74-75. Het werk krijgt daar abusievelijk de datering 1966.

Schwebebahn (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over het schilderij Schwebebahn Wuppertal. Het eerste deel is hier te vinden.

Schwebebahn Wuppertal (achterzijde) | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 61 x 61 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen | foto: Museum van de Geest, Haarlem

Een aantal werken van Willem van Genk kent een rijk bewerkte achterkant, met knipsels, tekeningen en teksten die in verband lijken te staan met de voorstelling op de voorkant. Vaak heeft die voorstelling betrekking op een stad of land, waardoor ook de verschillende onderdelen van de achterkant naar die geografische omgeving verwijzen: naar Praag en Tsjechoslowakije (Praag), naar Moskou en de Sovjet-Unie (1 mei parade), naar Rome en Italië (Roma Termini) en zo verder. Het zijn met name werken in olieverf op hardboard of karton uit de periode 1963-1967 die een dergelijke collageachtige keerzijde hebben. Het kan daarom een factor zijn bij de datering van werken als aan dergelijke achterkant aanwezig is. Andersom is het mogelijk te voorspellen of er sprake is van een collage, zoals recent bleek bij drie werken die in bezit zijn van een particuliere verzamelaar maar die niet eerder in detail waren bekeken. In twee gevallen was voldaan aan de genoemde criteria, in beide gevallen was de achterkant bewerkt.

Van de volgende werken is mij bekend dat de achterkant een collage bevat: [1]

  • 1 mei parade
  • Alt Heidelberg – Bergstraβe
  • Colonnade St. Pieter
  • Dom van Ravenna
  • Great Railroads of the World
  • Madrid
  • Metrostation Moskou
  • Praag
  • Roma Termini
  • Schwebebahn Wuppertal
  • Smolny kathedraal
  • Station Berlin Ost
  • Vesuvius

Mogelijk kan deze lijst worden uitgebreid met Engelenburcht, London en Reiseland Italien, die aan de gestelde criteria lijken te voldoen. Dat Van Genk ook informatie aanbracht op de achterkant van andersoortige werken blijkt onder meer uit Bahnhof Friedrichstrasse, Laatste Blauwe Tram en de collages Köln en Minsk-Mosca. [2] Toch zijn de keerzijdes hier aanzienlijk minder bewerkt en is bovendien met name sprake van teksten.

De collage op de achterkant van Schwebebahn Wuppertal bevat een tiental grotere onderdelen, terwijl er daarnaast een vergelijkbaar aantal kleinere knipsels en papiertjes is aangebracht. Ook zijn er met pen, potlood en viltstift teksten toegevoegd, zowel op de opgeplakte gedeeltes als rechtstreeks op de boardplaat. Niet door Van Genk zelf aangebracht zijn twee etiketten van het Frans Halsmuseum in Haarlem voor de tentoonstellingen Zondagssschilders II (1967; tegen de bovenrand) en, grotendeels afgescheurd, Zondagsschilders I (1966; linksonder). Vooral dat laatste is opmerkelijk omdat Zweefbaan Wuppertal, zoals de titel volgens de stickers luidde, niet wordt genoemd in de catalogus van die tentoonstelling. [3]

Linksboven heeft Van Genk een velletje papier opgeplakt waarop hij informatie over het zweefspoor over de Wupper heeft genoteerd – de naam in vier talen, een lijst met stations, enkele historische feiten en zo nog het een en ander. Er zijn toevoegingen van later datum in een andere kleur pen, onder meer over een Nederlandse equivalent van de zweeftrein:  verder noemen we nog de tijdelijke luchtspoor boven het zogenaamde «Deltaplan» in ons land. Onder het aantekeningenbriefje is een krantenfoto geplakt, met linksonder de kop en het bijschrift: “HOCHBAHN” ONTZET en Een zwaargeladen vrachtwagen daverde in het centrum van Wuppertal tegen een van de pilaren van de bekende “Hochbahn”. Er was alleen materiële schade, maar die mocht er dan ook zijn. Het betrof een ongeval op 11 september 1968 in Wuppertal, dat ook de Nederlandse kranten haalde. De foto en het bijschrift waren daarbij meestal standaard, de kop verschilde. Gezien de datum van het ongeval werd de krantenfoto dus pas opgeplakt ná de beide tentoonstellingen in Haarlem.

Een krantenknipsel linksboven toont in grote letters de naam HARTOG en daaronder de tekst Op Uw verzoek wordt U per auto van het station gehaald. Van Genk voegde met zwarte balpen toe: maar dit is niet het station Hilversum. Het knipsel kwam uit een advertentie van de meubelfirma Henk Hartog die filialen had in Amsterdam en Arnhem en die geïnteresseerde kopers vervoer vanaf de plaatselijke treinstations aanbood. [4] Mogelijk was er voor Van Genk een associatie met Simon den Hartog, die in 1964 de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum had ingericht. Het verband met de Schwebebahn in Wuppertal liep via het woord “trein”.

Dat Wuppertal in Duitsland ligt, verklaart de vele verwijzingen op de achterkant naar dit land in het algemeen en naar de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Van Genk hinkte duidelijk op twee gedachten: enerzijds had hij bewondering voor het technische vernuft van de Duitsers en de razendsnelle wederopbouw na 1945, anderzijds was hij het naziregime nog bepaald niet vergeten. Dit komt samen in de zin Het Duitsche “Wirtschafswunder” «KRUPP» werkt weer op volle toeren, in balpen onder de tekst OP DE RAILS. Rechtsonder is de minst verbloemde verwijzing naar nazi-Duitsland te zien, een balpentekening van een adelaar met gespreide vleugels op een krans met daarin een swastika – het wapen van het Derde Rijk, zij het dat in de tekening van Van Genk de armen van de swastika naar links gericht zijn. Onder de adelaar tekende hij een 1 mei-optocht met rode vlaggen, met erboven de teksten Bonn grijpt naar Afrika en «éénheid met Spanje en Portugal?».

Ook verwijzend naar oorlogssituaties zijn de vier tekeningen van tanks in een boslandschap, twee prominent in blauwe balpen en twee wat vager in potlood. De beide balpentekeningen vertonen duidelijke overeenkomsten met twee andere werken van Van Genk met afbeeldingen van tanks, in Een getekende wereld genoemd Tank en Tank II. Tank maakte in 1964 deel uit van de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in Hilversum en is waarschijnlijk catalogusnummer 18, Mockba. W.F. Hermans beschrijft het werk in zijn essay over de tentoonstelling als volgt: ‘Alleen de afbeelding van de tank is er een die gemaakt moet zijn door iemand die zich vlak bij de grond moet hebben bevonden – alsof hij al bijna door het oorlogsgeweld verpletterd was. […] Het lijkt of de tank een getatoeëerde huid heeft’. [5] Nico van der Endt verkocht de tekening in 1997 aan de Oostenrijke kunstenaar Arnulf Rainer. [6]

Boven: Tank (Moskou) | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 31 x 40 cm | Collectie Arnulf Rainer, Wenen

Onder: Tank II | ca. 1965 | gemengde techniek | 31 x 40 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Tank II is een tekening van hetzelfde formaat als Tank, met een vergelijkbare voorstelling: een tank van het Sovjetleger op een stenen weg, gezien vanuit kikkerperspectief, met op de achtergrond de vage contouren van een stad. Mogelijk heeft Van Genk de tekening gemaakt in de periode dat Tank onder de hoede van Pieter Brattinga was, als een soort kopie uit zijn geheugen. Er zijn duidelijke verschillen tussen beide tekeningen, onder meer het uiterlijk van de tank en de soldaat met de vlag op de geschutskoepel op Tank II, die ontbreekt op Tank. De twee balpentekeningen op de achterkant van Schwebebahn Wuppertal zouden schetsen kunnen zijn uit dezelfde periode als Tank II. Een eventueel verband met de afbeelding op de voorzijde is een opmerkelijke overeenkomst tussen de vorm van de tank zoals getekend door Van Genk en de vorm van het station (geschutskoepel) met de naar buiten stekende monorail (loop).

Linksboven zijn drie etiketten opgeplakt van Feine Oelfabe für Studien van de firma KREUL, mogelijk verf waarmee Van Genk werkte. Eronder staat in balpen ook een filiaal van Agfa in Bergstrasse te Wuppertal! Het verband kan worden gelegd met behulp van de tekst, iets naar links, IG Farben AG: IG Farben was een Duits chemieconcern dat in 1925 was ontstaan uit een samenwerkingsverband van acht ondernemingen, waaronder Agfa. Het concern produceerde voor de nazi’s het Zyklon B-gas dat in de concentratiekampen werd gebruikt. De samenwerking na de oorlog tussen Agfa en het Belgische Gevaert waar zijn zus Nora voor had gewerkt, kan voor Van Genk daarmee een dubbelzinnige lading hebben gehad – net als het gebruik van in Duitsland geproduceerde olieverf.

De twee stadplattegrondjes op de achterkant van Schwebebahn Wuppertal zijn beide van Keulen, meer precies van de omgeving van de Dom en het Hauptbahnhof. Ook dit is een indicatie dat er voor Van Genk een verband bestond tussen Keulen en Wuppertal, mogelijk omdat hij beide steden op één reis had bezocht. Over de reisorganisatie geeft hij eveneens een aanwijzing: het aantekeningenbriefje linksboven, met informatie over de zweeftrein, is ondertekend met een naamstempel waaraan met groene pen het woord Cebuto is toegevoegd – een woord dat we ook tegenkomen op de groene touringcar op de voorkant van het werk. Cebuto was oorspronkelijk een samenwerkingsverband van toeristenbusondernemers, die uitgroeide tot een reisorganisatie die bekend stond om haar meerdaagse reizen met een goede verzorging tegen betaalbare tarieven. [7]

Links: detail Schwebebahn Wuppertal (voorkant). Midden: detail Schwebebahn Wuppertal (achterkant). Rechts: een bus van Cebuto, ca. 1965

De collages die Willem van Genk in het midden van de jaren zestig placht te maken op de achterkanten van zijn schilderingen op hardboard en karton, kunnen in grote lijnen op eenzelfde manier worden gelezen als zijn werk in het algemeen: een chaotisch lijkende stortvloed van teksten en beelden krijgt structuur en betekenis door een zorgvuldige en uitgebreide analyse. Wel is het zo dat in deze collages de artistieke bewerking geringer is, waardoor de associatieve samenhang als ordenend principe belangrijker wordt. Anders uitgedrukt: het is makkelijker om het werk van Van Genk via de voorkant te benaderen, maar de achterkant kan veel toegevoegde informatie bevatten – al is wel wat geduld nodig om die informatie boven water te krijgen.


NOTEN

[1] De achterkanten van Colonnade St. Pieter, Metrostation Moskou, Praag, Metrostation Moskou, Station Berlin Ost, Schwebebahn Wuppertal en Vesuvius zijn te vinden in de catalogus van Woest (pp. 62, 74-75, 110-111, 128, 135, 139); die van Great Railroads of the World en Roma Termini in Een getekende wereld (pp. 58-59, 120-121); die van 1 mei parade in Kroniek van een samenwerking (pp. 86-87); die van Alt Heidelberg – Bergstraβe en Madrid in de catalogus van galerie De Ark uit 1976 (pp. 22-23). De achterkanten van Dom van Ravenna en Smolny kathedraal ken ik uit eigen waarneming.

[2] De achterkanten van Bahnhof Friedrichstrasse en Minsk-Mosca zijn te vinden in de catalogus van Woest (pp. 78, 108-109), die van Köln en Laatste Blauwe Tram ken ik uit eigen waarneming.

[3] Het ronde stickertje met cat. 37 hoort bij het etiket van Zondagsschilders II.

[4] De advertentie was onder meer te zien in het Algemeen Dagblad op 7 mei 1965.

[5] Hermans, “De werkelijkheid van Willem van Genk”, p. 9.

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109. Van der Endt geeft als maten 50 x 65 cm (hetgeen onjuist lijkt) en als titel Russische tank. Albert Schmela refereert aan het werk als ‘die Arbeit ‘Russischer Pantzer’’ (brief van Albert Schmela aan Pieter Brattinga, 2 december 1964; archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[7] In een advertentie in het Algemeen Handelsblad van 25 mei 1957 biedt Cebuto onder meer een tweedaagse busreis naar Wuppertal aan (voor fl. 56,-).

Schwebebahn

062 Schwebebahn M

Schwebebahn Wuppertal | ca. 1965 | olieverf op hardboard | 61 x 61 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen | foto: Museum van de Geest, Haarlem

Sommige werken van Willem van Genk worden vaker afgebeeld dan andere. Factoren daarvoor zijn met name voorstelling en beschikbaarheid. Zelfportret in de Ark sierde in 1997 het omslag van Koning der stations van Dick Walda, vooral vanwege de weergave van het gezicht van de kunstenaar. Het werk is momenteel echter in bezit van het Museum of Everything van James Brett, waardoor het in Nederland minder vaak te zien is. Zelfportret – Zwakzinnigennazorg werd in 2010 gebruikt voor het omslag van Willem van Genk bouwt zijn universum en is in bezit van Stichting Collectie de Stadshof. Beide grote zelfportretten maakten deel uit van de tentoonstelling Woest maar behoorden tot de eerste werken die door de respectieve eigenaars weer werden teruggehaald. Van Stichting Collectie de Stadshof zijn ook World Aircraft II – Cubana Airways (Cubaanse luchthaven), Great Railroads of the World en Het project Asberry – Havanna (Project Asbery II), eveneens relatief populaire en daardoor vaker afgebeelde werken.

Schwebebahn Wuppertal is in particulier Nederlands bezit en wordt net als bijvoorbeeld Station Berlin Ost (idem) regelmatig ter beschikking gesteld voor tentoonstellingen. Beide eigenaren bezitten meerdere Van Genks, maar de voorkeur gaat bij afbeeldingen duidelijk uit naar de genoemde werken die tegelijkertijd compact, representatief en compositorisch aantrekkelijk zijn. Station Berlin Ost staat afgebeeld in Een getekende wereld, in Willem van Genk bouwt zijn universum en in Woest, werd gebruikt voor een ansichtkaart van Galerie Hamer en schopte het zelfs tot de voorkant van een notitieboekje van het (toen nog) Outsider Art Museum. Schwebebahn Wuppertal staat afgebeeld in Een getekende wereld en in Woest, werd gebruikt als kleurenillustratie bij een artikel over Van Genk in Het Parool in 2014 en was in datzelfde jaar te zien op de voorkant van een vouwblad van Galerie Hamer. [1]

Beide werken maakten ook al deel uit van de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders, die in 1967 gehouden werd in De Vishal in Haarlem. In de catalogus bij die tentoonstelling draagt Station Berlin Ost de titel Berlijn en krijgt het de datering 1964-1966. [2] Bij Schwebebahn Wuppertal ontbreekt helaas een datering; wel is een detail van het werk afgebeeld. Een getekende wereld en Woest geven als datering voor Schwebebahn Wuppertal 1960, maar dit is onverenigbaar met een affiche op het werk dat enkele optredens van The Beatles in Duitsland aankondigt – in Berlijn, Leipzig, Dortmund, Coburg, Keulen en Wuppertal zelf. Naast het Beatles-affiche is een advertentie te zien voor een kunstgalerie in Düsseldorf die bekend in de oren klinkt: BESUCHEN SIE […] DAS AUSSTELLUNGSHAUS […] GALERIE SCHMELA DÜSSELDORF. Met het oog op Van Genks expositie bij de galerie van Alfred Schmela in het najaar van 1964, lijkt een datering van ca. 1965 voor Schwebebahn Wuppertal waarschijnlijk.

De Wuppertaler Schwebebahn is een hangende monorail in de Duitse stad Wuppertal in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, zo’n vijftig kilometer ten noordoosten van Keulen. De Einschienige Hängebahn System Eugen Langen, die in 1901 werd geopend, is met 470 stalen dragers op 12 meter hoogte gebouwd boven de rivier de Wupper. De lijn is 13,3 kilometer lang, loopt van Vohwinkel in het westen naar Oberbarmen in het oosten en telt twintig stations. Eén van de belangrijkste is in de wijk Elberfeld station Hauptbahnhof, vroeger Döppersberg geheten. Aanvankelijk was dit stationsgebouw een vooral uit gietijzer en glas bestaande Jugendstil-constructie, ontworpen door de Berlijnse architect Bruno Möhring, die in de volksmond de “Elberfelder badkuip” werd genoemd. Omdat het gebouw de groeiende stroom reizigers niet meer aankon en ook de stijl als verouderd werd beschouwd, kwam er in 1926 een stenen ombouw om het station en ernaast gelegen Köbo-haus. [3]

die-wuppertaler-schwebebahn-gtw-1-202207

Elberfeld-Wuppertal-Schwebebahn-Doeppersberg-Wuppertal-Wuppertal-Stadtkreis

Station Hauptbahnhof/Döppersberg, voor (onder) en na (boven) 1926.

In Schwebebahn Wuppertal van Willem van Genk kijken we vanaf de straat schuin omhoog naar een station van de zweeftrein dat volgens de teksten Elberfeld Döppersberg heet. Het station heeft nog het oorspronkelijke Jugendstil-uiterlijk, maar de context is duidelijk die van de jaren zestig van de twintigste eeuw – de afbeelding lijkt de situatie te tonen zoals die zou zijn geweest als het oorspronkelijke gebouw was blijven bestaan. Het uiterlijk van het gebouw vertoont overeenkomsten met de zeppelinachtige rasterstructuren die typerend zijn voor stations in het werk van Van Genk. In de linker bovenhoek en aan de bovenzijde van Schwebebahn Wuppertal is eveneens een metalen constructie te zien, die de scène gedeeltelijk inkadert. Die constructie is te interpreteren als een van de dragers van de zweeftrein, waarop politieke graffiti is aangebracht.

Op de afbeelding zijn twee zweeftreinen afgebeeld. De trein rechts (met reclames TRINK Coca Cola en HERO’S konserven) is net vertrokken richting Oberbarmen, de trein in het station komt uit die richting en gaat naar het ander eindstation Vohwinkel. Achter het station is bebouwing te zien met op het hoekgebouw de teksten HOTEL AM BAHNHOF en MÜNCHENER PILSNER. In de rechter bovenhoek wordt in grote letters reclame gemaakt voor een ander biermerk, WICKÜLER. Boven de trein die net is vertrokken, is de torenspits van een kerk zichtbaar. Het motief van het vervoer gaat verder op de voorgrond, met een Duitse stadsbus (STADTLINIE HAUPTBAHNHOF) bij een Haltestelle en twee Nederlandse touringcars, een groene van NV WESTLA […] SCHAPPIJ met op de voorkant het woord CEBUTO; en een rode van REISBUREAU HOTAM.

Eveneens op de voorgrond, in de linker benedenhoek, staat een spoorwegbeambte, vooral herkenbaar aan het gevleugelde wiel op zijn pet. Hij maakt een gebaar met zijn linkerarm naar de beschouwer, die hij ook aankijkt. Een dergelijk procedé, met een personage aan de onderkant van de afbeelding dat tot bij de schouders is afgesneden, past Van Genk veel vaker toe. Iets meer naar rechts staat voor de groene touringcar een man met in zijn linkerhand een ijsco en in zijn rechter een tros ballonnen met lachende gezichtjes. Mogelijk gaat het om een oorlogsinvalide, teksten en parafernalia die daarop zouden kunnen wijzen zijn moeilijk te onderscheiden.

Met name in en rondom het stationsgebouw op Schwebebahn Wuppertal wemelt het van de teksten. Enerzijds zijn dat aanduidingen in alle soorten en maten die te maken hebben met de functie van het gebouw: haltestelle, ELECTR. SCHWEBEBAHNEN, Eingang zum Bahnsteige, DEUTSCHE BAHN en, op de dakrand, WUPPERTALER STADTWERKLE A.G. ELBERF […] BARMEN. Er zijn ERFRISCHUNGEN, SOUVENIERS en REISEFÜHRER te krijgen. Daarnaast is er een overvloed aan reclameteksten, met voor Van Genk typische merken als MARTINI, 7UP, Agfa GEVAERT en MAGGI. Specifiek voor in Duitsland gesitueerde werken zijn PERSIL, EMSER P […] Bad Ems en 4711 KÖLNISCH WASSER. Ook lijken er verkiezingen in aantocht te zijn: van de CDU is een banier met de oproep VERSTARKT UNSER REIHE! terwijl linksboven op de metalen staander een heel ander politiek geluid te lezen is: WÄHLT DIE KPD! en FREIHEIT FÜR SPANIE […], plus een leuze over de Spaanse dictator FRANCO.

Spanje keert terug op enkele van de vele affiches en reclameborden die zijn afgebeeld. In het station, rechts van de trein naar Vohwinkel, wordt achtereenvolgens geadverteerd voor reizen naar SEVILLA, naar Spanje als geheel (met LUFTHANSA), naar het Iberisch schiereiland en ook apart naar PORTUGAL. Aan de andere kant van het station hangt boven de advertentie voor Galerie Schmela een aankondiging voor de DRUPA, een grote beurs voor de gedrukte media, eveneens in Düsseldorf. [4] Het is dan ook niet vreemd dat de aankondiging tevens een reclame is voor de Schnellschneider van de firma KRAUSE.

Naast een algemene autobiografische component – een fascinatie met vervoermiddelen en reizen – zijn er enkele specifieke details op Schwebebahn Wuppertal die direct met de biografie van Willem van Genk te maken hebben. De verwijzing naar de Belgische firma Gevaert (boven de pet van de spoorwegbeambte), die in 1964 fuseerde met het Duitse Agfa AG, keert terug in meerdere werken. Het meest duidelijke voorbeeld is Zelfportret in De Ark, waar het portret van de kunstenaar wordt gepresenteerd als een foto van Gevaert Photo – ANVERS. Van Genks zuster Nora werkte tot in de jaren vijftig als fotografe in Antwerpen, omdat in België minder naar diploma’s werd gevraagd. Ze was onder meer in dienst bij Gevaert, waar ze veel studiowerk deed als portretfotografe. Later begon ze een eigen atelier. [5]

whatsapp-image-2020-08-20-at-14.50.21

De rode bus van Hotam (Reisprogramma Hotam 1956, archief Jan Vellekoop)

Nog dichter bij huis in letterlijke zin is de rode touringcar van reisbureau Hotam: Hotam (Hooijmans Taxi Maatschappij) was gevestigd aan het Valkenbosplein in Den Haag, op korte afstand van Magnoliastraat 10 waar het gezin Van Genk lange tijd woonde. Het reisbureau annex busbedrijf verzorgde zowel dagtochten als meerdaagse vakanties, waarbij gebruik werd gemaakt van een rode, zeer herkenbare touringcar. [6] Uiteraard valt niet uit te maken of Willem van Genk ook daadwerkelijk met een bus van Hotam Wuppertal heeft bezocht, of dat hij de bus aan zijn schilderij heeft toegevoegd vanwege een persoonlijke associatie. Duidelijk is wel dat hij dermate onder de indruk was van de Schwebebahn dat hij het vervoermiddel verschillende malen tekende en schilderde, vaak in combinatie met de omgeving van Keulen. Verdere informatie voegde hij toe op de achterkant van het werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Kees Keijer, “Van Genk zag alles”, in: Het Parool, 17 april 2014. Het vouwblad van Galerie Hamer verscheen ter gelegenheid van de expositie willem van genk, een “museale” tentoonstelling, van 22 maart tot 3 mei 2014.

[2] Dat het om dit werk gaat is af te leiden uit een etiket op de achterkant van het werk en een stickertje met het bewuste catalogusnummer (36).

[3] Informatie ontleend aan het lemma “Wuppertaler Schwebebahn” in Wikipedia. Op Youtube is een filmpje van ongeveer een half uur te zien van het hele traject van de Schwebebahn. (Beide geraadpleegd op 17 augustus 2020.) Op 16:00 rijdt de trein station Hauptbahnhof binnen. Vanaf 27:00 is station Werther Brücke te zien, dat als enige noch oorspronkelijke Jugendstilelementen bezit.

[4] De DRUPA (‘Druck und Papier’) wordt sinds 1951 om de vier of vijf jaar gehouden. In de jaren zestig van de twintigste eeuw was er een DRUPA-beurs in 1962 en in 1967.

[5] E-mails van Albert Roozenburg en Irene Zalme aan Jack van der Weide, 8 en 12 augustus 2020.

[6] Bij een historische foto van het Valkenbosplein op internet: ‘Bij het plantsoentje op de voorgrond had links Reisbureau Hotam een speciale parkeerplek voor z’n Bordeaux-rode bus.’ (“Bomenbuurt Den Haag – Valkenbosplein”, geraadpleegd op 21 augustus 2020)

 

Japan (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over Japan in het werk van Willem van Genk. Het eerste deel is hier te vinden.

Internazionale

Internationale | ca. 1967 | gemengde techniek op papier | 98 x 174,5 cm | Alpha Cubic International, Japan

De naam BRATTINGA keert terug in de rechtermarge van een ander werk over Tokio van Van Genk, Station Tokyo. Het betreft opnieuw een tekening van het hoofdstation in de Japanse hoofdstad, waarbij Van Genk het gebouw enigszins vervormd heeft weergegeven. Het werk houdt het midden tussen stadsgezicht en een collage. Centraal staat de afbeelding van het stationsgebouw, met daaromheen enkele brede randen waarin kleinere tekeningen zijn opgenomen. Aan de bovenkant is een afbeelding van Amsterdam Centraal Station aangebracht, waarmee Van Genk de overeenkomsten tussen de beide stationsgebouwen benadrukt. Veel andere tekeningen in de rand hebben juist geen stedelijk karakter en zouden gemaakt kunnen zijn onder invloed van de Japan-tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.

Internationale is een collage die eveneens Japan tot onderwerp heeft. De verschillende tekeningen zijn opvallend recht in het werk geplaatst, een uitzondering bij de collages van Van Genk. De middelste afbeelding bevat onder meer een atoomwolk met het woord HIROSHIMA en lijkt geïnspireerd door het Japan-boek uit het interview met Bibeb, waarin ‘Japanse kersebloesem, vogels, enz. worden gesteld tegenover mannen met zwaarden die hoofden afhakken, tanks, martelingen en de atoombom.’ [1] De tekening links van het midden laat de serene kant van Japan zien, met een landschap met pagodes, bomen en een gele zon. [2] Een rode zon is het middelpunt van een clustertje afbeeldingen daaronder, dat eveneens bestaat uit meer verstilde afbeeldingen. Die vormen een contrast met de grote tekening daarnaast van een 1 mei-optocht, met vele borden en spandoeken met Japanse karakters en als onderschrift in cyrillisch schrift ИНТЕРНАЧИОНАЛ.

Iets minder exclusief gericht op Japan lijkt een collage van rond dezelfde tijd, Glimpses of Asia. De titel (die ook prominent op het werk zelf staat) wekt het vermoeden dat het werk op meer landen in Azië betrekking heeft, maar het is moeilijk om afbeeldingen te vinden die níet met Japan te maken hebben. Een groot deel van de opschriften onderstreept dit: JAPAN TRADE FAIR, TOKYO, KYOTO. De verschillende afbeeldingen laten verbanden zien met zowel New Japan als Internationale, zij het dat traditionele elementen (landschappen, pagodes, bloemen, bomen, een Boeddhabeeld) overheersen. Over het hele werk is de Japanse berg Fuji geschilderd, met erboven een zonnewiel.

059 Detail Airports II

Detail Airports II – Japan Airlines (ca. 1969)

Eind jaren zestig maakt Van Genk een drietal werken op board die geïnspireerd waren op vliegen en vliegvelden. Een van de drie is Airports II – Japan Airlines, ook bekend als Arthur Hailey Airport 1. Hier lijkt de titel eveneens niet helemaal de lading van de afbeeldingen te dekken: er zijn Japanse elementen in het werk aanwijsbaar – met name het vliegtuig van Japan Airlines, midden onder – maar die zijn bepaald niet in de meerderheid. Het tondo met tekst in het vak rechtsonder bevat de duidelijkste connectie met Japan: tegen een achtergrond van een kaart van Japan, overdekt door een spinnenweb, staat een uiteenzetting over een VERHAAL DAT ZICH AFSPEELT AAN DE ZELFKANT VAN HET LEVEN IN EEN GROTE JAPANSE STAD. Het blijkt de kafttekst te zijn van de roman Nihon Sanmon Opera (1959) van de Japanse schrijver Takeshi Kaikō, gebaseerd op Die Dreigroschenoper van Bertold Brecht.

Vier van de zeven Japan-werken van Van Genk stonden in 1976 in de catalogus van de overzichtstentoonstelling bij galerie De Ark van Dick Heesen. [3] De twee Hilversumse Tokio-tekeningen ontbraken uiteraard, evenals Tokyo Station. New Japan werd weliswaar nog afgebeeld maar was op dat moment al verkocht voor fl. 8.000 aan het Stedelijk Museum in Amsterdam. [4] In een brief aan Heesen uit het voorjaar 1975 schreef Van Genk: «NEW JAPAN» zulke imperialistische landen zie ik niet meer terug komen (Er is wel een gelijknamig jaarboek v.d. ambassade wat niet in de handel is), met boven NEW JAPAN de toevoeging (ASD stedelijk) en erachter een omgekeerde swastika. In dezelfde brief ging Van Genk in op het verschil tussen zijn stadsgezichten en de collages, waarmee hij echter met name duidde op de olieverfschilderijen met dat woord in de titel (Collage ‘70 etc.). [5]

Rond 1970 leek de houding van Van Genk ten opzichte van Japan te zijn veranderd. Het land was niet meer het onderwerp van afzonderlijke werken en ook verwijzingen waren er nog maar sporadisch. In Kollage van de haat (1971) is in het middenpaneel, links van de man met het pistool, een optocht met Sovjet-vlaggen afgebeeld met daartussen een spandoek met de tekst DOWN WITH JAPANESE IMPERIALISM. Aan de rechterkant van de schietende man klinkt de reclamekreet GEBRUIK JAPANLAK. Het is een combinatie waar ik eerder al op wees met betrekking tot Zelfportret – zwakzinnigennazorg: Japan als verfoeilijk kapitalistisch dan wel imperialistisch land dat tegelijkertijd het materiaal levert waarmee de kunstenaar werkt.

Tokyo Station werd in 1985 door Galerie Hamer verkocht aan de Collection de l’Art Brut in Lausanne voor ongeveer fl. 3.000. [6] Zes jaar later verruilden twee andere Japan-werken van eigenaar, waarbij de prijzen aanzienlijk waren gestegen:

Via Monika Kinley uit Engeland komt het verzoek van een Japanse firma met een prestigieuze collectie outsiderkunst om een tweetal werken te mogen aankopen, die daarna in een expositie getoond zullen worden. Na verder overleg met Monika Kinley wordt besloten tot verkoop over te gaan van de werken Glimpses of Asia (97,5 x 180 cm) en Internationale (98 x 174,5 cm) voor de prijs van fl. 30.000 (ca. 14.000 euro) elk. [7]

De twee werken werden getoond tijdens de groepstentoonstelling Selection from the Collection bij de galerie van het modehuis Alpha Cubic in Tokio. Daarmee kreeg Van Genk enkele decennia na de breuk met Brattinga dan toch de gewenste aandacht in Japan. Voor de tentoonstelling Woest werd in 2018 en 2019 tevergeefs geprobeerd om de twee werken weer op te sporen, nadat de eigenaar van Alpha Cubic was overleden.

Bij een bezoek dat Nico van der Endt rond 2000 aan Willem van Genk bracht in een van de pensions waar deze zijn laatste levensjaren sleet, kreeg hij bij wijze van uitzondering een cadeau van de kunstenaar: een boekje op A5-formaat, met op het groene omslag in witte verf het woord JAPAN. Het ging om een werkstuk over Japan voor de Handelshogeschool in Rotterdam uit 1915/16, dat Van Genk ooit had gevonden en dat hij had bewerkt met aantekeningen, versieringen, literatuurlijsten en extra pagina’s. Brattinga figureerde prominent – al op de eerste pagina schreef Van Genk, boven de persoonlijke gegevens van de oorspronkelijke eigenaar: Japankenner bij uitstek: Pieter Brattinga, gevolgd door diens adres. Ernaast stond het bekende stempel met W.F.A.M. v. Genk Den Haag, met in het midden toegevoegd in groene balpen BRAGAH.

Japan NvdE 1.2 - 1.3

Japan NvdE 31-32

Pagina’s uit het Japan-boekje dat Van Genk schonk aan Nico van der Endt

Het boekje levert veel informatie over een periode in het werk van Van Genk (ruwweg: 1958-1968), niet alleen voor wat betreft Japan maar ook in meer brede zin. De schetsen en versieringen in potlood en pen tonen vaak bloemen, bomen, landschappen, tempels en pagodes, maar er zijn ook fabrieken, elektriciteitsmasten en schepen te onderscheiden. De teksten geven aan wat Van Genk bezig hield, waar hij inspiratie vandaan haalde en vooral welke bronnen hij raadpleegde. Er zijn toevoegingen die duidelijk van later datum zijn, te herkennen aan een chaotischer handschrift en een andere balpen. Ze versterken de indruk dat Van Genk zich met het vorderen der jaren directer en meer intuïtief ging uiten. Decennia later mocht Van der Endt het boekje hebben omdat, aldus de kunstenaar, Japan had ‘afgedaan’. [8]


 

NOTEN

[1] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 123.

[2] Een pagode kan behalve Japans ook Chinees, Koreaans of anderszins zijn. De pagode die Van Genk afbeeldde op London (ca. 1965) was die in het Londense park Kew Gardens.

[3] De afbeelding van Airports II – Japan Airlines in de catalogus (p. 52) laat zien dat Van Genk ná 1976 nog een aantal elementen aan het werk toevoegde, zoals het opschrift SOVIET SPACE RESEARCH ’78.

[4] Prijs volgens een lijst die Dick Heesen in 1976 aan Nico van der Endt gaf. Het Stedelijk Museum had in 1965 via de galerie van Alfred Schmela al het werk Metrostation Opéra aangekocht voor DM 4.000.

[5] Brief van Willem van Genk aan Dick Heesen, 23 april 1975 (archief Jack van der Weide). Het jaarboek waarop Van Genk duidt is mogelijk de publicatie New Japan van krantenuitgever Mainichi, die in de jaren vijftig en zestig jaarlijks verscheen.

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 51. Van der Endt noemt het werk Kyoto.

[7] Ibid., pp. 67-69.

[8] ‘Inderdaad verbaasde het mij ook dat ik het mocht hebben, maar hij was al wat onverschilliger geworden. Het gebeurde in het tweede pension. […] Het werkstuk zal hij ergens uit een vuilnisbak hebben gevist of op de rommelmarkt gevonden.’ (E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 13 juli 2020)

Japan

New Japan-SM

New Japan | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 102 x 203,5 cm | Stedelijk Museum, Amsterdam

In 1964 waren tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid twee werken te zien met de titel Tokyo. Catalogusnummer 2, de kleinste van de twee, werd gebruikt voor het affiche van de expositie. Catalogusnummer 7 werd gefotografeerd door Eddy de Jongh en diende als illustratie bij het interview door Bibeb met Willem van Genk voor Vrij Nederland. Beide werken waren in het najaar opnieuw te zien tijdens de Duitse herhaling van de Hilversumse tentoonstelling bij de galerie van Alfred Schmela in Düsseldorf, Van Genk’s Phantastische Wirklichkeit. Schmela wist beide tekeningen te verkopen, voor respectievelijk DM 1.500 en DM 2.500, waarna ze uit zicht verdwenen. Dat er afbeeldingen van de twee werken bekend zijn, is te danken aan respectievelijk het tentoonstellingsaffiche en de foto van Eddy de Jongh. Het affiche is in kleur maar enigszins vaag, de foto is in zwart-wit maar wel meer gedetailleerd. [1]

Affiche Hilversum 001

Affiche voor de tentoonstelling bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum, 1964 (ontwerp: Pieter Brattinga)

In het interview met Bibeb laat Van Genks zwager Peter Persoon de interviewster een reproductie van een van de Tokio-tekeningen zien: ‘De zwager spoedt zich de kamer uit, komt terug met de van de affiche geknipte en ingelijste reproduktie van Van Genks ‘1 Mei in Tokio’. Hij houdt het omhoog: ‘Hoeveel denkt u dat dit waard is. Toch zeker f 200,-?’’ [2] Inderdaad is rechtsonder op de afbeelding een 1 mei-optocht met de bekende rode vlaggen te onderscheiden. Het gaat verder om een tekening van de stad in vogelvluchtperspectief, met nadruk op gebouwen en vervoersmiddelen, en met op de voorgrond enkele half afgesneden personen – een bekend procedé bij Van Genk. De andere Tokyo, eveneens een straatscène, kent een perspectief op ooghoogte en is grotendeels symmetrisch. Op de achtergrond staan twee gebouwen, op de voorgrond ligt een zebrapad over een weg waarop een tram rijdt en waarover personen lopen. Opnieuw is er een optocht met vlaggen afgebeeld, opnieuw ook zijn op de voorgrond enkele afgesneden personen te zien. [3]

Van Genk was in 1964 nog nooit in Japan geweest en zou er ook daarna nooit naartoe gaan. Zijn fascinatie met het land was echter groot. En hoewel iemand die de taal machtig is zou moeten vaststellen of de Japanse karakters op de werken correct zijn, lag het in ieder geval in Van Genks bedoeling om betekenisvolle opschriften aan te brengen op zijn werken. Als hij met Bibeb de tentoonstelling in Hilversum bezoekt: ‘Hij vertaalt spandoeken uit Tokio op de eerste mei. ‘De kinderen van Hiroshima’, praat geërgerd over de zwarte draden en kabels die Tokio ontsieren, omdat ze de bloesems verdringen.’ Ondanks die ergernis leken het toch juist die tegenstellingen te zijn die hem in het land fascineerden: ‘Ook weer terecht is zijn grote Japanboek. Japanse kersebloesem, vogels, enz. worden gesteld tegenover mannen met zwaarden die hoofden afhakken, tanks, martelingen en de atoombom.’ [4]

Via de tentoonstelling in Hilversum kwam Van Genk in contact met Pieter Brattinga, die het op zich had genomen om de kunstenaar internationaal te laten doorbreken. Brattinga stelde onder meer een tentoonstelling in Japan in het vooruitzicht, iets wat Van Genk uiteraard wel zag zitten. ‘Het doet mij plezier U te kunnen mededelen dat ik in onderhandeling ben inzake een tentoonstelling van Uw werken in Duitsland, Japan en de Verenigde Staten’, schrijft Brattinga aan zijn protegé op 9 juni 1964. Vier maanden later lijkt zuster Addy de moed in dat opzicht al bijna te hebben opgegeven: ‘Was het nog de bedoeling om ook in Recklinghausen, New York en Japan voor hem te exposeren?’ [5] Van Genk zelf bleef desalniettemin hoopvol en benadrukte bij voortduring in zijn werken de verbondenheid van Brattinga met Japan, met teksten als PIETER ∙ BRATTINGA & CO ∙ NEW ∙ YORK ∙ TOKYÔ ∙ DJAKARTA.

Genoemde tekst is rechtsonder te vinden op de collage New Japan. Zou dit nog een latere toevoeging kunnen zijn, aan de linkerkant van het werk staat in grote letters BRATTING en (twee keer) BRAGAH – de gangbare datering 1960 is daarmee niet vol te houden. Als zo vaak bij Van Genks collages lijkt een datering rond het midden van de jaren zestig meer op zijn plaats, waarbij oudere tekeningen in die periode tot een nieuw geheel zijn gemaakt. [6] Een aantal afbeeldingen op New Japan vertoont duidelijke gelijkenissen met de twee Hilversumse Tokio-werken, inclusief 1 mei-optochten. De grootste tekening in de collage laat het centrale treinstation van Tokio zien, een bakstenen gebouw uit 1914 dat geïnspireerd zou zijn door station Amsterdam Centraal.

Japanse kunst 1958

Affiche voor de tentoonstelling met Japanse kunst in het Haags Gemeentemuseum, 1958 (ontwerp: W. Stek)

Rechtsboven op New Japan bevindt zich een afbeelding van een boek, wat op zich te beschouwen is als een voorloper van de vele boekomslagen die Van Genk begin jaren zeventig in zijn geschilderde collages opneemt. In dit geval gaat het uiteraard om een boek over Japan, Japan in der Welt. Die japanische Expansion seit 1854 (1936) van de Oostenrijkse journalist Anton Zischka – zijn naam wordt iets naar links eveneens vermeld. Naast boeken geeft Van Genk op New Japan, rechts van de tekening met het treinstation in Tokio, nog een andere bron over Japan: JAPANSCHE KUNST IN HAAGS GEMEENTEMUSEUM. Van 23 september tot 8 november 1958 was in het Gemeentemuseum in Den Haag een grote tentoonstelling met schilder- en beeldhouwkunst uit Japan te zien, die Van Genk ongetwijfeld zal hebben bezocht. Het ging om een uiterst prestigieuze, reizende tentoonstelling: eerdere locaties waren het Musée Nationale d’Art Moderne in Parijs en het Victoria and Albert Museum in Londen, na Den Haag zou de expositie alleen nog doorreizen naar Rome.

De geëxposeerde, veelal tamelijk verstilde werken in het Gemeentemuseum leken in niets op de tekeningen van het drukke stadsleven die Van Genk in New Japan zou gebruiken. [7] Desalniettemin was de tentoonstelling op zich een teken dat er, dertien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, weer veel belangstelling bleek te bestaan voor Japan in het algemeen. Onduidelijk is waar en wanneer deze belangstelling specifiek bij Van Genk haar oorsprong vond, want er zijn eigenlijk geen vroege tekeningen van het Aziatische land bekend. Rond het midden van de jaren zestig had hij echter genoeg materiaal om New Japan te maken.

(wordt vervolgd)


 

NOTEN

[1] De tekening van Van Genk die voor het affiche werd gebruikt, is ook te zien op een andere foto van Eddy de Jongh (geraadpleegd op 15 juli 2020).

[2] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 114.

[3] De foto van Eddy de Jongh is hier te zien (geraadpleegd op 15 juli 2020).

[4] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, pp. 122-123.

[5] Brief van Addy Persoon-van Genk aan Pieter Brattinga, 5 oktober 1964 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[6] De datering 1960 wordt onder meer aangehouden in Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 136; Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 58; Looijen e.a., Woest, p. 118. Ook het Stedelijk Museum gaat in haar documentatie uit van deze datering.

[7] Een indruk van de werken die te zien waren in het Haags Gemeentemuseum biedt de catalogus Japanse kunst (‘s-Gravenhage 1958).