Japan (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over Japan in het werk van Willem van Genk. Het eerste deel is hier te vinden.

Internazionale

Internationale | ca. 1967 | gemengde techniek op papier | 98 x 174,5 cm | Alpha Cubic International, Japan

De naam BRATTINGA keert terug in de rechtermarge van een ander werk over Tokio van Van Genk, Station Tokyo. Het betreft opnieuw een tekening van het hoofdstation in de Japanse hoofdstad, waarbij Van Genk het gebouw enigszins vervormd heeft weergegeven. Het werk houdt het midden tussen stadsgezicht en een collage. Centraal staat de afbeelding van het stationsgebouw, met daaromheen enkele brede randen waarin kleinere tekeningen zijn opgenomen. Aan de bovenkant is een afbeelding van Amsterdam Centraal Station aangebracht, waarmee Van Genk de overeenkomsten tussen de beide stationsgebouwen benadrukt. Veel andere tekeningen in de rand hebben juist geen stedelijk karakter en zouden gemaakt kunnen zijn onder invloed van de Japan-tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.

Internationale is een collage die eveneens Japan tot onderwerp heeft. De verschillende tekeningen zijn opvallend recht in het werk geplaatst, een uitzondering bij de collages van Van Genk. De middelste afbeelding bevat onder meer een atoomwolk met het woord HIROSHIMA en lijkt geïnspireerd door het Japan-boek uit het interview met Bibeb, waarin ‘Japanse kersebloesem, vogels, enz. worden gesteld tegenover mannen met zwaarden die hoofden afhakken, tanks, martelingen en de atoombom.’ [1] De tekening links van het midden laat de serene kant van Japan zien, met een landschap met pagodes, bomen en een gele zon. [2] Een rode zon is het middelpunt van een clustertje afbeeldingen daaronder, dat eveneens bestaat uit meer verstilde afbeeldingen. Die vormen een contrast met de grote tekening daarnaast van een 1 mei-optocht, met vele borden en spandoeken met Japanse karakters en als onderschrift in cyrillisch schrift ИНТЕРНАЧИОНАЛ.

Iets minder exclusief gericht op Japan lijkt een collage van rond dezelfde tijd, Glimpses of Asia. De titel (die ook prominent op het werk zelf staat) wekt het vermoeden dat het werk op meer landen in Azië betrekking heeft, maar het is moeilijk om afbeeldingen te vinden die níet met Japan te maken hebben. Een groot deel van de opschriften onderstreept dit: JAPAN TRADE FAIR, TOKYO, KYOTO. De verschillende afbeeldingen laten verbanden zien met zowel New Japan als Internationale, zij het dat traditionele elementen (landschappen, pagodes, bloemen, bomen, een Boeddhabeeld) overheersen. Over het hele werk is de Japanse berg Fuji geschilderd, met erboven een zonnewiel.

059 Detail Airports II

Detail Airports II – Japan Airlines (ca. 1969)

Eind jaren zestig maakt Van Genk een drietal werken op board die geïnspireerd waren op vliegen en vliegvelden. Een van de drie is Airports II – Japan Airlines, ook bekend als Arthur Hailey Airport 1. Hier lijkt de titel eveneens niet helemaal de lading van de afbeeldingen te dekken: er zijn Japanse elementen in het werk aanwijsbaar – met name het vliegtuig van Japan Airlines, midden onder – maar die zijn bepaald niet in de meerderheid. Het tondo met tekst in het vak rechtsonder bevat de duidelijkste connectie met Japan: tegen een achtergrond van een kaart van Japan, overdekt door een spinnenweb, staat een uiteenzetting over een VERHAAL DAT ZICH AFSPEELT AAN DE ZELFKANT VAN HET LEVEN IN EEN GROTE JAPANSE STAD. Het blijkt de kafttekst te zijn van de roman Nihon Sanmon Opera (1959) van de Japanse schrijver Takeshi Kaikō, gebaseerd op Die Dreigroschenoper van Bertold Brecht.

Vier van de zeven Japan-werken van Van Genk stonden in 1976 in de catalogus van de overzichtstentoonstelling bij galerie De Ark van Dick Heesen. [3] De twee Hilversumse Tokio-tekeningen ontbraken uiteraard, evenals Tokyo Station. New Japan werd weliswaar nog afgebeeld maar was op dat moment al verkocht voor fl. 8.000 aan het Stedelijk Museum in Amsterdam. [4] In een brief aan Heesen uit het voorjaar 1975 schreef Van Genk: «NEW JAPAN» zulke imperialistische landen zie ik niet meer terug komen (Er is wel een gelijknamig jaarboek v.d. ambassade wat niet in de handel is), met boven NEW JAPAN de toevoeging (ASD stedelijk) en erachter een omgekeerde swastika. In dezelfde brief ging Van Genk in op het verschil tussen zijn stadsgezichten en de collages, waarmee hij echter met name duidde op de olieverfschilderijen met dat woord in de titel (Collage ‘70 etc.). [5]

Rond 1970 leek de houding van Van Genk ten opzichte van Japan te zijn veranderd. Het land was niet meer het onderwerp van afzonderlijke werken en ook verwijzingen waren er nog maar sporadisch. In Kollage van de haat (1971) is in het middenpaneel, links van de man met het pistool, een optocht met Sovjet-vlaggen afgebeeld met daartussen een spandoek met de tekst DOWN WITH JAPANESE IMPERIALISM. Aan de rechterkant van de schietende man klinkt de reclamekreet GEBRUIK JAPANLAK. Het is een combinatie waar ik eerder al op wees met betrekking tot Zelfportret – zwakzinnigennazorg: Japan als verfoeilijk kapitalistisch dan wel imperialistisch land dat tegelijkertijd het materiaal levert waarmee de kunstenaar werkt.

Tokyo Station werd in 1985 door Galerie Hamer verkocht aan de Collection de l’Art Brut in Lausanne voor ongeveer fl. 3.000. [6] Zes jaar later verruilden twee andere Japan-werken van eigenaar, waarbij de prijzen aanzienlijk waren gestegen:

Via Monika Kinley uit Engeland komt het verzoek van een Japanse firma met een prestigieuze collectie outsiderkunst om een tweetal werken te mogen aankopen, die daarna in een expositie getoond zullen worden. Na verder overleg met Monika Kinley wordt besloten tot verkoop over te gaan van de werken Glimpses of Asia (97,5 x 180 cm) en Internationale (98 x 174,5 cm) voor de prijs van fl. 30.000 (ca. 14.000 euro) elk. [7]

De twee werken werden getoond tijdens de groepstentoonstelling Selection from the Collection bij de galerie van het modehuis Alpha Cubic in Tokio. Daarmee kreeg Van Genk enkele decennia na de breuk met Brattinga dan toch de gewenste aandacht in Japan. Voor de tentoonstelling Woest werd in 2018 en 2019 tevergeefs geprobeerd om de twee werken weer op te sporen, nadat de eigenaar van Alpha Cubic was overleden.

Bij een bezoek dat Nico van der Endt rond 2000 aan Willem van Genk bracht in een van de pensions waar deze zijn laatste levensjaren sleet, kreeg hij bij wijze van uitzondering een cadeau van de kunstenaar: een boekje op A5-formaat, met op het groene omslag in witte verf het woord JAPAN. Het ging om een werkstuk over Japan voor de Handelshogeschool in Rotterdam uit 1915/16, dat Van Genk ooit had gevonden en dat hij had bewerkt met aantekeningen, versieringen, literatuurlijsten en extra pagina’s. Brattinga figureerde prominent – al op de eerste pagina schreef Van Genk, boven de persoonlijke gegevens van de oorspronkelijke eigenaar: Japankenner bij uitstek: Pieter Brattinga, gevolgd door diens adres. Ernaast stond het bekende stempel met W.F.A.M. v. Genk Den Haag, met in het midden toegevoegd in groene balpen BRAGAH.

Japan NvdE 1.2 - 1.3

Japan NvdE 31-32

Pagina’s uit het Japan-boekje dat Van Genk schonk aan Nico van der Endt

Het boekje levert veel informatie over een periode in het werk van Van Genk (ruwweg: 1958-1968), niet alleen voor wat betreft Japan maar ook in meer brede zin. De schetsen en versieringen in potlood en pen tonen vaak bloemen, bomen, landschappen, tempels en pagodes, maar er zijn ook fabrieken, elektriciteitsmasten en schepen te onderscheiden. De teksten geven aan wat Van Genk bezig hield, waar hij inspiratie vandaan haalde en vooral welke bronnen hij raadpleegde. Er zijn toevoegingen die duidelijk van later datum zijn, te herkennen aan een chaotischer handschrift en een andere balpen. Ze versterken de indruk dat Van Genk zich met het vorderen der jaren directer en meer intuïtief ging uiten. Decennia later mocht Van der Endt het boekje hebben omdat, aldus de kunstenaar, Japan had ‘afgedaan’. [8]


 

NOTEN

[1] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 123.

[2] Een pagode kan behalve Japans ook Chinees, Koreaans of anderszins zijn. De pagode die Van Genk afbeeldde op London (ca. 1965) was die in het Londense park Kew Gardens.

[3] De afbeelding van Airports II – Japan Airlines in de catalogus (p. 52) laat zien dat Van Genk ná 1976 nog een aantal elementen aan het werk toevoegde, zoals het opschrift SOVIET SPACE RESEARCH ’78.

[4] Prijs volgens een lijst die Dick Heesen in 1976 aan Nico van der Endt gaf. Het Stedelijk Museum had in 1965 via de galerie van Alfred Schmela al het werk Metrostation Opéra aangekocht voor DM 4.000.

[5] Brief van Willem van Genk aan Dick Heesen, 23 april 1975 (archief Jack van der Weide). Het jaarboek waarop Van Genk duidt is mogelijk de publicatie New Japan van krantenuitgever Mainichi, die in de jaren vijftig en zestig jaarlijks verscheen.

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 51. Van der Endt noemt het werk Kyoto.

[7] Ibid., pp. 67-69.

[8] ‘Inderdaad verbaasde het mij ook dat ik het mocht hebben, maar hij was al wat onverschilliger geworden. Het gebeurde in het tweede pension. […] Het werkstuk zal hij ergens uit een vuilnisbak hebben gevist of op de rommelmarkt gevonden.’ (E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 13 juli 2020)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s