Overzicht (2)

New York Strip – Mr. Petrov | 1971 | gemengde techniek op hardboard | 65 x 160 cm | Collectie Stichting Willem van Genk, Haarlem

70. Overzicht

Over de teksten die tot half december 2020 op deze blog waren verschenen.

71. Jan Cremer

Over Willem van Genk en Jan Cremer.

72. Madeleintje

Over een jeugdliefde van Willem van Genk (deel I).

73. Madeleintje (2)

Over een jeugdliefde van Willem van Genk (deel II).

74. Broeders en zusters

Over de Broeders van Huijbergen en de Zusters van liefde voor Jezus.

75. Metro

Over de metro in het werk van Willem van Genk.

76. Ze rijden ook in Moskou

Over een Russische trolleybus.

77. Aanbevelend

Over Jozef van Genk, in het bijzonder als winkelier.

78. Aanzet tot een catalogue raisonné

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel I – Hilversum 1964).

79. Aanzet tot een catalogue raisonné (2)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel II – Hilversum 1964).

80. Aanzet tot een catalogue raisonné (3)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel III – Hilversum 1964).

Uit: Album van Antwerpen (Boerentoren)

81. Aanzet tot een catalogue raisonné (4)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel IV – Boxtel 1976).

82. Aanzet tot een catalogue raisonné (5)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel V – Boxtel 1976).

83. Aanzet tot een catalogue raisonné (6)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel VI – Boxtel 1976).

84. Aanzet tot een catalogue raisonné (7)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel VII – Zwolle 1998).

85. Aanzet tot een catalogue raisonné (8)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel VIII – Zwolle 1998, Amsterdam 2019).

86. Aanzet tot een catalogue raisonné (9)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel IX – Amsterdam 2019 en overig tweedimensionaal).

87. Aanzet tot een catalogue raisonné (10)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel X – assemblages).

88. Aanzet tot een catalogue raisonné (11)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XI – assemblages).

89. Aanzet tot een catalogue raisonné (12)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XII – assemblages).

90. Context

Over de zussen en de vader van Willem van Genk.

Weesperplein | ca. 1950 | gemengde techniek op papier | ca. 32 x 30 cm

91. Rondvaart

Over een vroege ets.

92. Bibeb

Over een interview met Willem van Genk in 1964 (deel I).

93. Bibeb (2)

Over een interview met Willem van Genk in 1964 (deel II).

94. Vroeg

Over de doop van Willem van Genk en een jeugdtekening.

95. Tijdlijn

Over belangrijke gebeurtenissen in het leven van Willem van Genk.

96. Zwagers

Over de zwagers van Willem van Genk.

97. Station

Over het werk Centraal Station Amsterdam.

98. Pilsen 2

Over het werk Pilsen 2 (deel I).

99. Pilsen 2 (2)

Over het werk Pilsen 2 (deel II).

100. Overzicht (2)

Over de teksten die na half december 2020 op deze blog zijn verschenen.

Pilsen 2 (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over het werk Pilsen 2. Het eerste deel is hier te vinden.

Een zeppelin boven Pilsen, 25 augustus 1930

In het najaar van 1967 was in De Vishal in Haarlem de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders te zien, naar aanleiding van een prijsvraag voor zondagsschilders die een jaar eerder door omroep VARA was gehouden. Van Willem van Genk werden acht werken getoond, waaronder “Markt te Pilsen, o/b. 70 x 80.” De centrale afbeelding van de (latere?) collage Kathedraal Pilsen bestond op dat moment al maar was uitgevoerd in inkt op papier, waarbij ook het formaat niet overeenkwam. Ook het onderste deel van Pilsen 2 heeft andere maten, plm. 47 x 75 cm. Zou er derhalve nog een derde werk zijn met een afbeelding van Pilsen? Mijn hypothese is dat het werk in Haarlem een oudere versie van het onderste deel van Pilsen 2 betrof, door Van Genk op enig moment kleiner gemaakt.

Dat het onderste deel van Pilsen 2 gemaakt is na en naar aanleiding van de reis naar Tsjecho-Slowakije in 1963, lijkt zeer waarschijnlijk. Een nadrukkelijke aanwijzing is de tekst BAYREUTHER FESTSPIELE op het dak van een touringcar rechts onder: in 1963 stond op de heenweg een stadbezoek aan Bayreuth op het programma, met als gevolg dat Van Genk op Kathedraal Pilsen onder meer een groot portret van Richard Wagner opnam. Op Pilsen 2 wordt Wagner ook nog genoemd op een concertenlijst aan de voorkant van het DOM KULTURY, het cultuurhuis aan het plein. [1] Verder is uiteraard van belang dat zowel op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen als op het onderste deel van Pilsen 2 het Náměstí Republiky in Pilsen is afgebeeld.

Het onderste deel van Pilsen 2 lijkt te zijn bijgesneden, waarna Van Genk om dit te verhullen een rode rand om de afbeelding aanbracht. [2] Een vergelijkbaar procedé paste hij toe bij Orkest van Coburg (WVG-0098), waar hij eveneens een ouder werk kleiner maakte en een rand aanbracht om dit te verhullen (zie hier). Er is op Pilsen 2 rechtsonder ook geen sprake van een echte signatuur, slechts van het bekende monogram – dat bovendien voor een deel verdwijnt achter de rode rand. Daarbij loopt de onderrand van de afbeelding dwars door een 1 mei-optocht en zien we alleen de bovenkant van de meegedragen rode vlaggen. Ook ander beeldelementen suggereren een afbeelding die aanvankelijk groter was.

De vier inzetstukken op het onderste deel van Pilsen 2 zijn waarschijnlijk eveneens later aangebracht. De oude stoomtrein in het landschap met de koe is ook te zien op Brooklyn Bridge (twee maal; WVG-0050) en op Zelfportret Zwakzinnigen-nazorg (WVG-0096), de trein van de Indonesische staatsspoorwegen eveneens op Brooklyn Bridge en op Great Railroads of the World (WVG-0066). Daarbij is aan de randen van dit deel duidelijk te zien dat er een boardplaat is bevestigd achter het onderste deel als geheel. Het bovenste deel met de zeppelins is iets breder en ligt hoger dan het onderste deel. Een foto van de achterzijde zou mogelijk een en ander kunnen verhelderen maar is niet beschikbaar.

Als met al heeft het er alle schijn van dat Willem van Genk Pilsen 2 heeft samengesteld uit twee werken: een oudere afbeelding van het Náměstí Republiky in Pilsen, kleiner gemaakt en bijgewerkt; en een afbeelding van een aantal Russische luchtschepen/zeppelins, die overeenkomsten vertoont met werk dat rond 1970 is gemaakt. Mogelijk was Van Genk met beide werken afzonderlijk niet tevreden en heeft hij door ze samen te voegen een nieuwe constellatie gecreëerd, vergelijkbaar met het hergebruik van oude tekeningen in collages als Bouwend ‘s Gravenhage, Amsterdam of Brooklyn Bridge. Wel lijkt het verband hier concreter te zijn, met name door de omvang van de samengevoegde delen. Een volgende vraag is daarom wat dat verband tussen beide afbeeldingen is.

Details Pilsen 2 (boven links), Brooklyn Bridge (boven rechts) en Great Railroads of the World (onder)

Een eerste connectie tussen zeppelins en Pilsen die ik vond, leek veelbelovend. In oktober 1938 hadden de nazi’s het zogenoemde Sudetenland, delen van Tsjecho-Slowakije waar veel etnische Duitsers woonden, bezet. Kort erna kwam er een speciale propagandavlucht van de LZ130 Graf Zeppelin II over de ‘bevrijde’ gebieden, de Sudetenlandfahrt. Pilsen lag weliswaar buiten die gebieden, maar de zeppelin zou er heel goed te zien kunnen zijn geweest. Probleem daarbij is wel dat de zeppelins op Pilsen 2 Russische luchtschepen zijn, te herkennen aan een kleine Sovjetvlag op de staart en ook, als men nauwkeurig kijkt, de cyrillische teksten CCCP en AEPOΦΛΟΤ op de romp – net als in het geval van de beide Asbery-werken.

Een betere optie kwam naar voren toen een Tsjechische kennis mij wees op een tweetal foto’s die op internet circuleerden, waarop een zeppelin boven Pilsen te zien is. Enig zoekwerk leverde op dat het ging om de eerste Graf Zeppelin, de LZ 127, die op 25 augustus 1930 op de route van Friedrichshaven (de thuisbasis van de zeppelins) naar Berlijn over een aantal Tsjechische steden was gevlogen, waaronder Pilsen. Omdat men bang was voor spionageactiviteiten vanuit het luchtschip, kregen de Škoda-fabrieken de opdracht om veel rook te produceren. [3] Van Genk kan op de hoogte zijn geweest van het verhaal of de foto’s, maar opnieuw is problematisch dat de zeppelins op Pilsen 2 Russische luchtschepen zijn, terwijl de kunstenaar beslist ook wist hoe hij Duitse exemplaren moest weergeven. [4]

Toen viel ineens het kwartje: Sovjet-luchtschepen boven een Tsjechische stad in een werk dat waarschijnlijk eind jaren zestig is gemaakt. Nico van der Endt in een interview, gevraagd naar Van Genks vroegere sympathieën voor de Sovjet-Unie: “I think 1956 marks the first shadow on his political beliefs, when Russian tanks restored order in Hungary, together with the revelation by party leader Nikita Khrushchev of the Stalin crimes. The final rift came in 1968 after the Prague Spring, when the Soviets crushed Alexander Dubček’s reform movement.” [5] Wat Van Genk met Pilsen 2 uitbeeldde was de militaire overmacht van de Sovjet-Unie ten opzichte van Tsjecho-Slowakije, door een ouder werk over Pilsen te verbinden met een nieuwer werk over fictieve Russische luchtschepen. [6] Visionair was dit hoogstwaarschijnlijk niet. Hij las de krant.


NOTEN

[1] Ook ‘dom kultury’ is, opvallend genoeg, Pools. In het Tsjechisch spreekt men van ‘kulturní dům’.

[2] Ik zeg steeds ‘lijkt’ omdat ik slechts beschik over foto’s van het werk. Een meer nauwkeurige analyse zou veel kunnen verhelderen, maar het is tot op heden niet gelukt om contact met de eigenaar te krijgen.

[3] Met dank aan Tomáš Vaněk. Volgens een andere bron werden de foto’s gemaakt tijdens een vlucht om de wereld op 3 oktober 1928 (geraadpleegd op 21 september 2021).

[4] Duitse zeppelins komen onder andere voor op Brooklyn Bridge, Het project Asbery – Moskou (WVG-0068) en World Aircraft I – KLM (WVG-0074).

[5] Nico van der Endt interview: ‘Willem van Genk was a visionary, a man discovering a universal truth about the human species’ (geraadpleegd op 21 september 2021).

[6] James Brett spreekt over “the obscure carriers of 1970s airline fiction” (‘Willem van Genk – Megalopolis’, in: Raw Vision 108 [2021], p. 66).

Pilsen 2

Pilsen 2 | ca. 1970 | gemengde techniek op board (boven) en doek (onder)| 94 x 75 cm | Collectie Arnulf Rainer, Wenen

In 1997 kreeg Nico van der Endt bezoek van de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer (1929): “Voor zijn inmiddels beroemde collectie outsiderkunst […] verwerft hij van Willem een drietal werken […]. Later in het jaar verwierf hij nog een autobus (assemblage).” [i] De werken die Rainer kocht waren respectievelijk Leipzig (WVG-0011), Tank (WVG-0018), Pilsen 2 (WVG-0043) en de assemblage WVG-6023. Het was de organisatie van de tentoonstelling Woest niet gelukt om contact met Rainer te leggen, [ii] zodat de werken later dat jaar niet te zien waren in het Outsider Art Museum in Amsterdam.

Pilsen 2 is een merkwaardig hybride werk dat Van Genk in ieder geval voor een deel leek te hebben gemaakt naar aanleiding van zijn reis naar Tsjechoslowakije in 1963, waarover ik eerder schreef (hier). Het is overduidelijk samengesteld uit twee delen, die op enig moment aan elkaar werden bevestigd. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 staat in het bijschrift “Bovendeel olie op    | Onderdeel olie op    “, alsof er voor de respectieve ondergronden twee verschillende materialen waren gebruikt. Nico van der Endt bezat nog de verkoopnota uit 1997, waarop inderdaad stond dat het bovenste deel op board was geschilderd en het onderste deel op doek. [iii]

Het bovenste deel van Pilsen 2 toont een drietal zeppelins in een decor van een luchthaven annex montagelocatie, met rechts een hangar, in het midden een ankermast, daartussenin een zeppelin in aanbouw en boven in beeld de onderzijde van een raketvormig luchtschip of projectiel. De zeppelin links lijkt recht op de toeschouwer af te komen, die in het midden ligt aangemeerd aan de ankermast. De kleinere zeppelin rechts vliegt weg. Op de staart van de middelste zeppelin is een rood vlaggetje met een hamer en een sikkel te zien. Tegen de horizon zijn enkele kleine gebouwen geschilderd, met name achter de ankermast. Linksboven is een logo van het tijdschrift LIFE aangebracht.

Het procedé om een afbeelding voor te stellen als de omslag van een tijdschrift, meestal Life, werd door Van Genk vaker gebruikt in werken op board die hij rond 1970 maakte. Het logo van Life komt voor op elf werken, allen behorend tot wat Dick Heesen de ‘gele serie’ noemde (zie hier). In die werken zijn daarnaast ook logo’s te zien van de tijdschriften REVUE en REALTA SOVIETICA en The National Geographic Magazine (op Collage ’70 = WVG-0069), van Look en BUNTE (op World Aircraft I – KLM = WVG-0074) en van FLIGHT (op Airports I – Tokyo Haneda (Int.) = WVG-0075). Een groot deel van deze werken komt voor op het lijstje dat Addy van Genk begin 1972 stuurde aan Pieter Brattinga, met recente werken van haar broer (zie hier).

Ook op dat lijstje stonden de twee Project Asbery-werken met prominente Sovjet-zeppelins, die lieten zien dat de mogelijkheid van Sovjet-Russische luchtschepen Van Genk eind jaren zestig duidelijk bezighield (zie hier). Met name Het project Asbery – Havanna (WVG-0067) toont opmerkelijke overeenkomsten met het bovenste deel van Pilsen 2. Naast voor de hand liggende paralellen als de grote zeppelin(s) en het logo van Life, kent ook Het project Asbery – Havanna een decor van een luchthaven annex montagelocatie, zij het iets meer op de achtergrond. Link is een zeppelin aan een ankermast te zien, rechts een rij hallen voor montage, onderhoud of opslag. Net als op het bovenste deel van Pilsen 2 zijn de genoemde beeldelementen in blauw uitgevoerd om ze te onderscheiden van de voorstelling op de voorgrond. In beide werken zijn tegen de horizon enkele uiterst kleine gebouwen te zien, die de omvang van de zeppelins benadrukken. Het project Asbery – Havanna lijkt in een aantal opzichten een verbeterde, uitgewerkte versie te zijn van het bovenste deel van Pilsen 2, dat daarmee ca. 1965-1970 kan worden gedateerd.

Op het onderste deel van Pilsen 2 is, net als op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen, de oostzijde van het centrale plein van Pilsen te zien, het Náměstí Republiky. Een oriëntatiepunt vormt het hoekgebouw met de toren rechts, met op beide werken het woord KAVARNA (café) boven de hoofdingang. Een verschil is dat de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen een laag perspectief kent en dat daar de Sint-Bartholomeüskathedraal hoog boven de andere gebouwen op het plein uittorent. Op het onderste deel van Pilsen 2 is juist sprake van een hoger perspectief en is de kathedraal niet te zien. Mogelijk wordt juist vanáf de kathedraal gekeken, het stenen ornament in de linker bovenhoek zou in die richting kunnen wijzen.

De gebouwen op het plein zijn voorzien van een grote hoeveelheid teksten, op de daken van de gebouwen is onder meer ŠKODA-PLZĚN-LENINA en Fabrika-Pharmačeutica “PLZĚN CINDERELLAH” en JACOBOWITSCH te lezen. De grotere teksten hebben voor een deel betrekking op de 1 mei-viering: RUDÉ PRÁVO 1 MÁJ en (cyrillisch) 1 MAЯ. Aan de onderzijde van de afbeelding zijn inderdaad de rode vlaggen van een 1 mei-optocht te zien, die ook aan de gebouwen hangen. Verder is het plein gevuld met, en omgeven door touringcars, auto’s, spandoeken, trams en trolleybussen. Midden op het plein spuit een fontein, in de lucht hangt een vliegtuig en aan de horizon zijn de contouren van fabrieken afgebeeld. Links en rechts op de afbeelding zijn met witte verf twee maal twee over elkaar liggende, transparante vierkanten geschilderd, waarbij de overlappende delen gearceerd zijn.

Detail Pilsen 2

In de lucht boven het marktplein heeft Van Genk vier kleinere inzetstukken ingevoegd, drie tondo’s en een achthoek. De kleinste tondo links bevat een afbeelding van een groep personen met erdoorheen teksten of tekens in wit en geel. Mogelijk gaat het om een begrafenis of een rituele verbranding. De witte ‘tekens‘ zouden dan rook kunnen voorstellen; in de gele tekens is ’70 te onderscheiden. Rondom de tondo is een witte rand aangebracht die doet denken aan het papier onder een taart of gebakje. In de grotere achthoek ernaast is een oude stoomtrein te zien in een landschap met een koe die BUH! roept (wellicht tegen de trein die WUH zegt); in het gras ligt een koeienvlaai.

Weer verder naar rechts staat een tondo met een blauwe rand en daaromheen tekst VISIT THE RAILWAY MUSEUM LONDON TRANSPORT VETERAN CARS UNDERGROUNDLINES. Afgebeeld is een groep personen in een soort ouderwetse touringcar met de teksten MILLINGATE – NEW GATE en THE DUNLOP en GENERAL en AUTOMATON LINE OMNIBUS. Op de achtergrond is de Tower Bridge in Londen te zien, op de voorgrond een hond die WAF roept. Het vierde inzetstuk is een tondo met een versierde gele rand, een abeelding van een sneltrein in een landschap met daaronder de tekst INDONESISCHE STAATSSPORWEGEN. Over de tondo is met witte verf een spinnenweb geschilderd.

Rondom het onderste deel van Pilsen 2 is een rode rand aangebracht met daarop in witte letters een Poolse tekst – PO CO DtUGO SZUCAć? JEžELI WSZYSTKIE WIADOMOśCI O POLSCE, en zo verder. Met enige schrijffouten staat er ongeveer: “Waarom zo lang zoeken? Al het nieuws over Polen is te vinden in de maandelijkse uitgave Polska. Bestellingen en informatie: Mazowiecka straat 11, Warschau. Het tijdschrift Polska transporteert je elke maand als een vliegend tapijt.” [iv] Het gaat derhalve om een reclametekst voor het maandblad Polska, waarbij rood en wit inderdaad de kleuren van de Poolse vlag zijn.

(wordt vervolgd)


[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109.

[ii] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 16 juli 2019.

[iii] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 2 september 2019.

[iv] Met dank aan Karolina Gościniak. De vertaalmachines op internet hadden met name moeite met de woorden ZACZAROWANY DYWAN (betoverd tapijt, i.e. vliegend tapijt): een onverwacht beeld, waarbij Van Genk ook nog de tweede Z in spiegelschrift had geschreven.

Station

Centraal Station Amsterdam | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 130 x 110,5 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

In de roman Brullen (2015) van Marie Kessels staat de hoofdpersoon, fotograaf Dana, met haar vriend Joachim naar opstijgende vliegtuigen te kijken:

Ieder vliegtuig afzonderlijk doemde nu weer voor hem op als een schitterend, imposant object. Op een gegeven ogenblik zagen we er een recht van voren, puur dreiging, boosaardigheid en schoonheid, zoals de schizofrene kunstenaar Willem van Genk het heeft geschilderd in zijn Cubaanse luchthaven, waar we allebei veel van houden omdat het een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk is. Het laat ons zo goed voelen wat het van een kunstenaar vraagt om door de glazen wand heen te breken die ons van de werkelijkheid scheidt.

Ik wees. ‘Kijk, net die ene Van Genk met dat vliegtuig recht van voren! Vind je niet dat het bijna de energie heeft van een tijger die losbreekt en je ieder moment kan verscheuren, die je dwingt je zo snel mogelijk uit de voeten te maken? Maar je springt er niet voor opzij en je zoekt geen veilig heenkomen.’

Joachim knikte en verzonk in gepeins. Misschien hoorde hij in gedachten Willem Frederik Hermans’ bewonderende woorden: ‘Willem van Genk is in een web gevangen, zoals iedereen. Maar hij heeft toch het overzicht over het geheel behouden. Zijn tekeningen zijn huiveringwekkend mooi, maar zullen menigeen herinneren aan iets wat hij liever vergeet.’ [i]

Kessels’ typeringen van “dreiging, boosaardigheid en schoonheid” en “een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk” getuigen van een scherp inzicht in het werk van Van Genk. Ze sluiten aan bij onder meer Nico van der Endts stelling dat bij Van Genk tegendelen altijd samengaan, dat er sprake is van nevenschikking van traditioneel tegenstrijdige begrippen (macht vs. onmacht, angst vs. verlangen). [ii] Ook W.F. Hermans gaf al in 1964 aan dat in zijn spinnenweb-metafoor Van Genk niet óf de spin óf het slachtoffer van de spin is, maar beide: macht en onmacht, controle en overweldiging bestaan in zijn werk naast elkaar. [iii]

Het belang van het werk van Willem van Genk voor de roman komt tot uitdrukking in het omslagbeeld, dat een ander werk van de kunstenaar toont: Centraal Station Amsterdam (WVG-0042), een collage die net als Cubaanse luchthaven | World Aircraft II – Cubana Airways (WVG-0073) in het bezit is van Stichting Collectie De Stadshof. [iv] Met de inhoud van de roman lijkt die collage echter weinig van doen te hebben. Treinen en stations spelen slechts een marginale rol in het boek en hoewel er sprake is van een “geluidscollage” (229) en van “paranoïde geesten” met “hun volstrekte fixatie op alles wat er niet deugt aan deze wereld” (182) – een beschrijving die op Van Genk zou kunnen slaan – is het moeilijk om een verband te leggen.

Centraal Station Amsterdam is een van de ongeveer vijftien collages op papier die Willem van Genk in de jaren zestig maakte met gebruikmaking van voornamelijk oudere tekeningen. Twee van die collages, Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052) en Amsterdam (WVG-0047), kwamen eerder uitgebreid aan bod (hier en hier) en ook in dit geval gaat het om grote en kleine tekeningen met ingevoegde fragmenten, tondo’s en teksten. Het werk bestaat ruwweg uit twee helften, waarop tweemaal een spoorwegemplacement wordt getoond. In het bovenste deel van de collage is die centrale tekening minder groot en is onder meer ook een landschap met molens te zien. Opvallend zijn de teksten CENTRAAL STATION (bovenste deel) en FALLER [v] (rechts onder), gele en rode inzetstukken (met name in het onderste deel) en een meisjeshoofd (links onder). De aandacht van de kijker wordt echter vooral getrokken naar de door stoomwolken omgeven treinen in het onderste deel, op een emplacement dat een (voor Van Genk typisch) nadrukkelijk symmetrisch lijnperspectief kent met het stationsgebouw als verdwijnpunt.

Ans van Berkum merkte eerder op dat in Centraal Station Amsterdam “een verbinding [wordt gelegd] tussen Amsterdam Centraal Station en een station in Moskou”. [vi] Inderdaad gaat het in de onderste centrale tekening niet om een Nederlands maar om een Russisch station, waarschijnlijk in Moskou. [vii] De opschriften op de treinen zijn gesteld in cyrillisch schrift en om alle twijfel weg te nemen heeft een van de stoomlocomotieven het woord CCCP op de voorkant staan. In de bovenste centrale tekening gaat het wel degelijk om het Centraal Station in Amsterdam. Het stationsgebouw zelf ligt verscholen achter het bord met het woord STATION, erboven is wel de torenspits van de niet meer bestaande Maria Magdalenakerk van Pierre Cuijpers aan de Spaarndammerstraat te zien.

De titel Centraal Station Amsterdam is daarmee voor dit werk niet helemaal juist. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 was de titel Centraal Station, en het weglaten van de plaatsnaam lijkt een goede oplossing. Het gaat in deze collage om een nevenschikking van Nederland en de Sovjet-Unie, meer specifiek van Amsterdam en Moskou, aan de hand van met name twee grote treinstations. Op de strook tussen het bovenste en het onderste deel van het werk staat de treinroute tussen die beide stations getekend, langs alle steden die onderweg worden aangedaan. In Nederland voert de route van AMSTERDAM (geheel links) via onder meer APELDOORN, DEVENTER en OLDENZAAL naar West-Duitsland (met Die Deutsche Bundesbahn) waar BENTHEIM, OSNABRÜCK, HANNOVER en BRAUNSCHWEIG worden gepasseerd.

In de Deutschen Demokratischen Republik (met de Deutsche Reichsbahn) gaat de reis langs BRANDENBURG, POTSDAM, BERLIN en FRANKFURT (ODER),naar de Volkspolen in Polska. Na WARSZAWA en BREST/LITOWSK begint de C.C.C.P., waar MINSK en SMOLENSK kennelijk belangrijke stations zijn. Het traject eindigt in MOSKOU, helemaal rechts op de strook. Die heeft, mede door de langgerekte vorm, wel iets weg van de Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana), de Romeinse reiskaart die de lijn als principe kent. Weliswaar ís de route van Amsterdam naar Moskou ook een min of meer horizontale lijn, maar gezien vanuit een trein lijkt deze nog veel rechter. Daarbij is het beeld van de wereld die zich aanpast aan de reiziger ook een aantrekkelijke metafoor voor de blik van Van Genk op de werkelijkheid.

Detail Centraal Station Amsterdam

Het onderste, Moskovitische deel van Centraal Station Amsterdam is relatief helder van opzet, met één centrale tekening en een aantal kleinere inzetstukken. Die inzetstukken kennen bovendien gedeeltelijk een logische opbouw, met vliegtuigen aan de bovenkant (waaronder een afbeelding van de luchthaven Vnukovo) en een tekening van de metro aan de onderkant. Het bovenste, Amsterdamse deel van het werk is veel meer gefragmenteerd, zowel formeel als inhoudelijk. Ook hier onder meer een metro en vliegtuigen, maar de metro (herkenbaar aan een grote rode M) is van Rotterdam en het squadron ernaast vliegt boven een Russische stad. Daar weer naast is een tekening van (blijkens het opschrift) TOKYO geplaatst.

Boven de centrale tekening van het station in Amsterdam heeft Van Genk opnieuw de tegenstelling Amsterdam/Moskou tot uitdrukking gebracht, met twee iets grotere, naast elkaar geplaatste tekeningen. Op de rechter tekening rijdt een tram langs het water door een landschap met molens. Het betreft de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Haarlem die langs de Haarlemmertrekvaart rijdt op de Haarlemmerweg, met nog nauwelijks bebouwing. De molens zijn de 1200 Roe, de 1100 Roe en Molen de Bloem. [viii] Rechts heeft Van Genk een gebouw getekend met het opschrift ONS GENOEGEN: een buurtboerderij aan de Spaarndammerdijk.

Dit Hollandse landschap met water en molens staat in contrast met de tekening links ervan, een emplacement in de Sovjet-Unie met modern materieel in een industriële omgeving. In een begeleidende tekst laat Van Genk geen misverstanden bestaan over zijn boodschap: stijging van de electrische productie van 1940 tot en met 1953. De Sovjetunie produceert momenteel (1953!) zeventig (70) maal zoveel electrische energie als het oude Rusland in 1913. Ter verduidelijking is over de afbeelding een staafgrafiek getekend met cijfers voor respectievelijk 1940, 1946, 1950 en 1953. Duidelijk is daarmee dat in ieder geval dit deel van het werk significant ouder is dan de volledige collage, die rechtsonder het jaartal (19)66 meekrijgt. [ix]

Van Genk lijkt in het bovendeel van Centraal Station Amsterdam minder gestructureerd en meer associatief te werk te zijn gegaan dan in het deel eronder. Steden en vervoer zijn de belangrijkste motieven, waarbinnen voor zijn werk specifieke elementen te zien zijn: Bergen op Zoom, Arnhem, een TURMAC-reclame op een tram, de Beurs van Berlage, namen van luchtvaartmaatschappijen et cetera. Vertrouwd is ook het vermelden van boektitels: onder meer de boeiende Rembrandtroman van Theun de Vries (i.e. Rembrandt. Meester tussen licht en donker) en Amsterdam oud en nieuw  STEMMINGEN EN STUDIES door Corn J GIMPEL en H HEUFF en Van paardetram naar dubbelgelede door Ir Leideritz WJM (ondertitel: “Een historische terugblik op ruim 100 jaar bussen en trams in Amsterdam”) – om me te beperken tot de linker bovenhoek. [x]

Detail Centraal Station Amsterdam. Links Bergen op Zoom, rechts Arnhem

Centraal Station Amsterdam is op verschillende manieren in verband te brengen met andere collages op papier van Willem van Genk: via de verwijzingen naar Amsterdam met Amsterdam (WVG-0047), via de opvallende stoomwolken in het onderste deel met Vervoer USSR (WVG-0060), via de nadruk op treinen met Bahnhöfe van weleer (WVG-0051). Uiteraard dient eveneens te worden gewezen op de vele collages over de Sovjet-Unie: Moskou (WVG-0053), Minsk-Mosca (WVG-0055), 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), Vervoer USSR, zeker ook Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) en zelfs Urbanisme et Architecture (WVG-0054). In het algemeen vormen de collages op papier misschien wel het meest ontoegankelijke deel van het oeuvre. De esthetische waarde ervan is niet altijd voor de hand liggend, maar de fascinerende werking is vrijwel grenzeloos.


NOTEN

[i] Marie Kessels, Brullen (Amsterdam 2015), p. 219. Een afbeelding van Cubaanse luchthaven (eigenlijk World Aircraft II – Cubana Airways) is hier te zien. Het personage Joachim kent de tekst van Hermans mogelijk omdat die schrijver “een van zijn helden” is (181).

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25.

[iii] Hermans, ‘De werkelijkheid van Willem van Genk’, p. 9.

[iv] Het colofon vermeldt slechts “Omslagbeeld Willem van Genk”, zonder titel (of fotograaf).

[v] Faller is “een Duitse fabrikant van modelspoorbaantoebehoren en in het verleden van racebaansystemen” (Wikipedia).

[vi] Carine Neefjes, ‘Curator Ans van Berkum onderzoekt oeuvre Willem van Genk’, in: Outsider Art Now, vol. 2 (2018), pp. 7-17 (9).

[vii] Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gaat het om het Kiev-station in Moskou, dat Van Genk in meerdere werken vastlegde.

[viii] Cf. ‘De Haarlemmertrekvaart en de Haarlemmerweg’ (geraadpleegd 31 augustus 2021).

[ix] De volledige tekst in het tondo rechtsonder: BRAGAH STUDIO / COPYRIGHT hilversum / PIETER BRATTINGA 66 / [onleesbaar] / WFAM van GENK / ‘s GRAVENHAGE.

[x] De naam ‘Leideritz’ keert terug in de context van een bus-assemblage van Van Genk, WVG-6022 (zie hier). In de catalogus van de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic in het American Folk Art Museum in New York (2014) was sprake van een assemblage onder de titel Untitled (Plan Leideritz Trolley). Navraag leerde dat deze titel betrekking had op een tekst op de bus.

Zwagers

V.l.n.r. Agnes van Genk, Karel Bijmans, Riet van Genk, Tiny van Genk, Leonarda Pennenkamp, Jozef van Genk; ca. 1958.

In februari 1986 neemt Nico van der Endt tijdens een bezoek aan Harmelenstraat 28 een gesprek met Willem van Genk op. Daarin onder meer de volgende passage:

WvG: Nee maar ja dus, ik heb in de familie heb ik een architect gehad. Een zekere Cor Brugelmans, da’s een eh, van m’n overleden zuster, die pas is overleden …

NvdE: Man van je overleden zuster?

WvG: Ex-man, hè, vorige man hè, niet de huidige man hè, nou ja dat was een architect, en eh … nou ja die heb, die had ook … die had een ontwerp van een wolkenkrabber gemaakt, op een kruispunt … precies op een kruispunt hè, zoiets dat moet … Memphis, ergens in de buurt, Iowa …

NvdE: Dat is gebouwd?

WvG: Had hij ontworpen. ’t Is Nooit neergezet hè?

De zwager over wie het hier gaat is Cor Bruglemans, die van 1944 tot 1955 een relatie had met Nora van Genk. Cornelis Johannes Aloijsius Bruglemans werd geboren op 19 februari 1906 in Roosendaal. Hij had zich als architect gevestigd in Antwerpen, waar hij in 1931 trouwde met Elisabeth Maria Hendrika Hendrickx uit Borgerhout. Uit zijn relatie met Nora van Genk (1916) werd een dochter geboren, het oudste kleinkind van Jozef van Genk. Nora van Genk overleed in juli 1984, Cor Bruglemans in november 1992.

Willem van Genk had negen zusters van wie er vijf trouwden. Van die vijf bleven er twee kinderloos en kregen er drie elk twee kinderen. Jozef van Genk had derhalve in totaal zes kleinkinderen, vijf meisjes en één jongen. Leny, Jacqueline, Isabella en Willy trouwden niet en hadden ook geen kinderen. Nora had dochters uit twee verschillenden relaties, waarmee het aantal zwagers van Willem van Genk op zes kwam. In hoeverre hij op de hoogte was van het feit dat Nora en Cor Bruglemans niet getrouwd waren, is onduidelijk. Volgens hun dochter had Willem haar vader wel een aantal malen ontmoet. [1]

De Tweede Wereldoorlog viel voor veel dochters Van Genk samen met de leeftijd waarop onder meer normale omstandigheden verlovingen en huwelijken aan de orde waren geweest. De eerste die trouwde, in februari 1948, was Agnes (1920). Haar man Karel Bijmans, geboren op 17 november 1919 in Den Haag, kwam eerder ter sprake – mogelijk had Jozef van Genk hem tijdens de bezetting geholpen te ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland. Zeker lijkt wel dat de ouders van de bruid en die van de bruidegom elkaar al kenden. Agnes en Karel kregen twee dochters; Agnes overleed in februari 1988, Karel in oktober 1990.

Riet van Genk (1919) trouwde in februari 1953 met Martin (Martinus Johannes) Roozenburg, geboren op 15 oktober 1921 in Pangkalan Brandan. Ze kregen een zoon en een dochter. Volgens hun zoon hadden zijn ouders “elkaar leren kennen op het werk: Ministerie van Defensie (toen nog Marine dacht ik), maar zeker pas ruim na de oorlog.” [2] Riet overleed in november 1995, Martin in oktober 2002. Waarschijnlijk was hij de “doodgewaande zwager” die Willem van Genk in februari 1997 tegenkwam op het verjaardagsfeestje van zijn oudste zuster. [3]

Addy van Genk (1917) trouwde in november 1954 met Peter (Petrus Adrianus) Adrianus Persoon, geboren in Den Haag op 3 april 1905. Voor Peter was dit zijn tweede huwelijk, eerder was hij in augustus 1931 getrouwd met Pieternella Maria Hendrika Gerritse. Zijn beroep was op dat moment magazijnmeester; het paar kreeg in december 1932 een dochter. Pieternella Persoon-Gerritse overleed in september 1953, waarna haar man een jaar later hertrouwde. Peter Persoon overleed in maart 1971 aan de gevolgen van een auto-ongeval. Zijn schoonzuster Tiny vertelde hier in 1998 over:

Die man die had een ongeluk gehad. Hij bracht vrienden weg en het had gevroren, en hij bracht ze weg. En d’r kwam een vrouw, en die wou nog net oversteken … op het laatste nippertje, en die vrouw die was aan de overkant, maar hij gleed door tegen een boom aan, en hij moest naar de Ursula en hij is niet meer bijgekomen. Maar mijn zuster ging altijd op d’r fietsje, terwijl ’t vroor, naar de Ursula en dat was een heel end […] Maar ja, Peter, dat was Peter haar man, die kon ook tekenen hoor, en schilderen, maar anders, meer rechtlijnig. Eer hangt ook nog iets bij Wim dat hij gemaakt heeft. [4]

Over Peter Persoon weten we iets meer door het interview van Bibeb met Willem van Genk uit 1964. Hij figureerde daarin als Van Genks betweterige “forse zwager, de koele blik achter brilleglazen.” Hij domineert het gesprek, probeert gewichtig te klinken en kleineert Van Genk en zijn echtgenote.

In de brieven van Addy van Genk aan Pieter Brattinga en Alfred Schmela (zie hier) komt haar echtgenoot nauwelijks voor – op zichzelf een interessant gegeven, zeker gezien een opmerking van Peter Persoon tegen Bibeb: “‘Mijn vrouw heeft een ongeluk gehad, schedelbasisfractuur, is nooit helemaal terechtgekomen. Maar goed, we behartigen nu zijn zaken.” [5] Het lijkt echter vooral Addy te zijn die uiteindelijk de zaken van haar broer behartigt, van psychische of neurologische beperkingen is in de brieven weinig te merken. Uit haar laatste brief aan Brattinga: “Mijn man heeft een ernstig auto-ongeval gehad en ligt nu in Wassenaar in het ziekenhuis.” [6] Zelf overleed ze een jaar later.

Tiny van Genk (1914) was de oudste van de negen dochters van Jozef van Genk maar trouwde zelf pas in 1956, op tweeënveertigjarige leeftijd. Echtgenoot Theo van den Heuvel was volgens haar de reden dat haar broer zich op het maken van trolleybus-assemblages had gestort. In het eerder geciteerde interview uit 1998 zegt ze hierover:

Mijn man – daar staan zijn trammetje, zie je – mijn man, die gaf Wim een beetje aandacht. Hij was de enige, die andere zwagers deden dat niet. En mijn man was een top-technicus eigenlijk, maar als er bij Wim wat stuk was of wat dan ook, dan ging hij meteen naar ‘m toe. Ja, een ander die liet er dagen overheen gaan maar hij – meteen, à la seconde, meteen! […] Die anderen kwamen nooit, trouwens. Al die zwagers zijn ook dood, ‘k heb er nog maar één. Maar mijn man zijn hobby waren die trammetjes, dat vond Wim prachtig. En hij kon d’r wel eens een paar woorden mee wisselen, over trammetjes.

In Dick Walda’s boek Koning der stations zijn Tiny’s opmerkingen hierover vergelijkbaar: “Mijn man was geluidstechnicus met als hobby het maken van kleine trams. Alles wat u hier ziet is gemaakt door mijn man. Wim heeft die traditie voortgezet. Maar zijn voorliefde gaat meer uit naar trolleybussen. […] Dat hij met die trolleybussen is begonnen, is een soort heimwee naar mijn man. Alles wat met vroeger te maken heeft, wil hij vasthouden.” [7]

Wat Tiny niet aan de interviewers vertelde, was dat zij in 1956 met een gescheiden man was getrouwd – voor een keurige katholieke dame bepaald niet iets om aan de grote klok te hangen. Theodore Ferdinand Marie van den Heuvel was op 18 september 1915 geboren in Amsterdam. Hij trouwde in november 1937 met Cornelia Kraan uit Haarlem; het paar kreeg vijf kinderen, de jongste werd geboren in augustus 1954. In april 1955 werd het huwelijk ontbonden door de arrondissementsrechtbank in Den Haag. Elf maanden later trouwde Theo van den Heuvel met Tiny van Genk. Hij overleed in augustus 1980.

“Mijn man heeft – toen Wim bekender werd – gezorgd voor zijn zakelijke contacten, want mijn broer heeft geen verstand van geld, het interesseert hem niet”, aldus Tiny. [8] Het zou inderdaad goed kunnen dat Tiny en Theo na het overlijden van Peter en Addy Persoon de zaakwaarneming overnamen. In dat geval waren zij het wellicht die hadden aangedrongen op de breuk met Pieter Brattinga. Ook tijdens Van Genks periode bij galerie De Ark in Boxtel (1973-1976) speelden zij mogelijk een rol. [9] Volgens Tiny had haar broer veel respect voor haar man: “‘Het was een volmaakt stukje mens’, staat er ook in een van die dingen, dat is echt … Niemand is volmaakt hè? Maar hij zag in hem een volmaakt stukje mens.” [10]

De grafsteen van Tiny van den Heuvel-van Genk

De laatste van de zusters die trouwde was Nora van Genk, met de eveneens gescheiden Ben (Hubertus Marinus George) Zalme. Bij het huwelijk in augustus 1958 was zij tweeënveertig jaar oud. Hun dochter werd in december 1959 geboren, kort na het overlijden van grootvader Jozef van Genk. Nora van Genk was daarmee de moeder van zowel diens oudste als diens jongste kleinkind. [11]

In het geciteerde interview uit 1998 met Tiny van Genk merkt Ans van Berkum op over Theo van den Heuvel, na de loftuitingen van zijn weduwe: “Maar hij had veel aandacht voor Wim en hij zorgde voor Wim en hij gaf … ”, waarop Tiny haar onderbreekt: “Nou, zó veel aandacht had-ie nou ook al weer niet, maar hij práátte met ‘m, hij lúisterde naar ‘m, en dat is belangrijk. Terwijl de anderen dat niet deden, want Wim die werd een beetje … Ze lieten ‘m eigenlijk maar praten. Hij is niet zo in tel geweest bij die andere zwagers; nee, nee.”


NOTEN

[1] E-mail van Irene Zalme aan Jack van der Weide, 16 juni 2021.

[2] E-mail van Albert Roozenburg aan Jack van der Weide, 8 augustus 2020.

[3] “Hij […] vertelt mij dat hij – sinds lange tijd – weer eens heeft deelgenomen aan een verjaardagsfeestje. Zijn oudste zuster blijkt de dag ervoor 84 jaar te zijn geworden; hij trof daar zelfs een doodgewaande zwager aan.” (Walda, Koning der stations, p. 91)

[4] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink, 1998 (opname in mijn bezit). De Ursulakliniek was een neurokliniek in Wassenaar, waarschijnlijk ging het dus om hoofdletsel.

[5] Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 117.

[6] Brief van Addy Persoon-van Genk aan Pieter Brattinga, 22 februari 1971 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[7] Walda, Koning der stations, pp. 32, 37.

[8] Ibid., p. 34.

[9] Pieter van der Linden, die in die periode een aantal administratieve, juridische en ook praktische zaken voor Van Genk regelde, liet weten dat hij als dank daarvoor van Tiny een schilderij mocht uitzoeken (e-mail van Pieter van der Linden aan Jack van der Weide, 7 december 2020). Nico van der Endt, die na de periode bij De Ark in beeld kwam, gaf desgevraagd aan nooit met Theo van den Heuvel te maken hebben gehad en hem zelfs nooit te hebben ontmoet (e-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 27 juli 2021).

[10] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink, 1998. Tiny verwijst hier naar het interview met Bibeb, waar Van Genk inderdaad zegt over een van zijn zwagers: “’t Is een volmaakt stukje mens.” Of dit een compliment is, valt echter te betwijfelen.

[11] Nadere gegevens over Ben Zalme zijn op verzoek van de familie verwijderd.

Tijdlijn

Willem van Genk, 1986 (foto: Nico van der Endt)

Veel, heel veel is nog onduidelijk over het leven van Willem van Genk. Onderstaande tijdlijn maakte ik een jaar geleden op verzoek van Nico van der Endt, waarna er mondjesmaat informatie kon worden toegevoegd. Uiteraard is de kennis van dit moment leidend, in de zin dat gegevens kunnen ontbreken of onjuist kunnen zijn. Tentoonstellingen en boekpublicaties zijn eveneens opgenomen, waardoor de tijdlijn doorloopt ná het overlijden van de kunstenaar in 2005.

Wat de tentoonstellingen betreft heb ik me een enkele keer gebaseerd op het overzicht in Een getekende wereld (1998), al ben ik me ervan bewust dat die lijst soms gegevens bevat die niet geheel juist zijn. In het geval van de reizen heb ik me noodzakelijkerwijs moeten beperken tot wat ik te weten kwam uit boeken en artikelen over Van Genk en enkele documenten die beschikbaar zijn. Het LaM in Villeneuve d’Ascq heeft een aantal van die documenten uiterst bruikbaar gefotografeerd. Veel is verloren gegaan bij de ontruiming in 1998 van het appartement in de Harmelenstraat. Onduidelijk is of de Stichting Willem van Genk en/of Museum Dr. Guislain over documenten beschikken, vergelijkbaar met die uit de collectie van het LaM.


188215 aprilGeboorte Maria Martina Hoogstraten te Naaldwijk.
188710 novemberGeboorte Josephus Johannes Maria van Genk te Bergen op Zoom.
191515 aprilHuwelijk Jozef van Genk en Maria Hoogstraten.
19272 aprilGeboorte Willem Franciscus Antonius Maria van Genk in ziekenhuis Antoniushove in Voorburg; gedoopt in de Sint Martinuskerk in Voorburg.
193225 novemberOverlijden Maria van Genk-Hoogstraten.
ca. 1932-1933 Verblijf bij gezin tante in Bergen op Zoom.
19332 februariVerhuizing binnen Voorburg van Van de Wateringelaan 25 naar Van Aremberglaan 157.
19349 meiHuwelijk Jozef van Genk en Maria Anna Heesen (1893-1951).
 5 juniVerhuizing binnen Voorburg naar Van Aremberglaan 86.
193511 septemberVerhuizing binnen Voorburg naar Van Alphenstraat 93.
1939meiVerhuizing van Voorburg naar Harreveld (jeugdinternaat).
1940juliVerhuizing van Harreveld naar Den Haag (Magnoliastraat 10).
 septemberVerhuizing van Den Haag naar Huijbergen (weeshuis).
1941juliVerhuizing van Huijbergen naar Den Haag.
ca. 1941-1942 Opleiding tot elektrotechnicus.
1944 januariOndervraagd door de SD.
ca. 1945-1946 Oproep voor militaire dienst.
  Kortstondige baantjes in Den Haag (tekenaar bij reclamebureau, typist bij farmaceutisch bedrijf, broodverkoper, hulpje schoenmaker).
1947 Tewerkgesteld in een AVO-werkplaats aan de Haagse Sirtemastraat.
195220 februariHuwelijk Jozef van Genk en Leonarda Pennekamp (1887-1954).
ca. 1952-1962 Groepsreizen naar onder meer Parijs, Madrid, Kopenhagen, Rome en Keulen.
19583 oktoberOverlijden Jozef van Genk.
 ca. novemberAanmelding bij de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten; toegelaten tot de avondacademie.
1963juniGroepsreis naar Tsjechoslowakije.
196418 januariOpening tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum (tot 18 maart).
 maartInterview met Bibeb.
  Beëindiging werkzaamheden AVO-werkplaats.
 24 juniOpening groepstentoonstelling Nieuwe realisten bij Gemeentemuseum in Den Haag (tot 30 augustus; daarna andere musea in Europa).
  Trekt in bij zuster Willy van Genk (Harmelenstraat 28, Den Haag).
 3 oktoberOpening tentoonstelling Van Genk’s phantastische Wirklichkeit bij Galerie Alfred Schmela in Düsseldorf (tot 25 oktober).
196523 aprilOverlijden Isabella van Genk (43).
1966 Deelname prijsvraag zondagsschilders VARA – eervolle vermelding.
 12 novemberOpening groepstentoonstelling Nederlandse zondagsschilders: de droomwereld der naïeven bij De Vishal in Haarlem (tot 18 december; daarna andere musea in Nederland).
196715 septemberOpening groepstentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders bij De Vishal in Haarlem (tot 15 oktober; daarna andere musea in Nederland).
  Deelname landelijke schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland – winnaar.
 4 novemberOpening groepstentoonstelling Kunstenaars in eigen tijd (deelnemers Co-op wedstrijd Zuid-Holland) bij Stedelijk Museum in Schiedam (tot 13 november).
 25 novemberOpening groepstentoonstelling Kunstenaars in eigen tijd (landelijke deelnemers Co-op wedstrijd) bij De Doelen in Rotterdam (tot 3 december) + prijsuitreiking door Mies Bouwman.
 10 decemberOverlijden Leny van Genk (52).
197215 februariOverlijden Addy Persoon-van Genk (54).
 2 novemberOpening groepstentoonstelling Naiv Kunst bij Louisiana Museum in Humblebæk, Denemarken (tot 4 februari 1973; daarna andere locaties in Scandinavië).
 14 septemberOverlijden Willy van Genk (48).
1973 Breuk met Pieter Brattinga.
  Eerste contact met Galerie De Ark in Boxtel.
 21 decemberOpening duo-tentoonstelling met etnografica Anuschka bij Galerie De Ark in Boxtel (tot 27 januari 1974).
19746 juliOpening groepstentoonstelling Nederlandse zondagsschilders bij De Schouwzaal in Hapert (tot 10 augustus).
 oktoberDeelname Galerie De Ark aan kunstbeurs IKI in Düsseldorf.
197522 meiOpening groepstentoonstelling Der Einzelne und die Masse bij Städtische Kunsthalle in Recklinghausen (tot 30 juli).
19767 februariOpening groepstentoonstelling para-naïeven, tussen waan en zin bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 15 maart).
 21 meiOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Galerie De Ark in Boxtel (tot 14 juni).
  Begin samenwerking met Galerie Hamer in Amsterdam
 28 novemberOpening groepstentoonstelling Nederlandse naïeve kunst bij De Vishal in Haarlem (tot 2 januari 1977).
1977aprilDeelname Galerie Hamer aan kunstbeurs Dutch Art Fair ’77 Amsterdam in Amsterdam.
 9 juliOpening groepstentoonstelling Peintres naïfs bij Nationaal Museum voor Moderne Kunst in Tokyo (tot 28 augustus; daarna andere musea in Japan).
197816 decemberOpening groepstentoonstelling winterexpositie van naïeven uit binnen- en buitenland bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 4 februari 1979).
197928 aprilOpening groepstentoonstelling Nederlandse naïeve kunst bij Slot Zeist in Zeist (tot 4 juni).
1980maartReis naar New York + deelname Galerie Hamer aan kunstbeurs Art Expo in New York.
198110 februariOpening groepstentoonstelling Acquisitions 1980 bij Collection de l’Art Brut in Lausanne (tot 24 mei).
 12 decemberOpening tentoonstelling Willem van Genk bij De Kunstzaal in Hengelo (tot 10 januari 1982).
19825 meiOpening tentoonstelling Tekeningen en schilderijen van Willem van Genk bij Erasmushuis in Utrecht (tot 4 juni).
 2-10 augustusReis naar Berlijn.
1983novemberReis naar Parijs.
30 decemberOpening groepstentoonstelling bij VARA-studio in Hilversum (tot 30 januari 1984).
1984juniReis naar Zwitserland (Yverdon, Lausanne) via Parijs.
8 juniOpening groepstentoonstelling bij Galerie de l’Hôtel de Ville in Yverdon-les-Bains (tot 29 juli).
20 juliOverlijden Nora Zalme-van Genk (68).
19853 meiOpening groepstentoonstelling Naïeven in de collectie van het Stedelijk bij Stedelijk Museum in Amsterdam (tot 17 juni).
 27 juliOpening groepstentoonstelling Naïeve kunst uit de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam bij Librije Hedendaagse Kunst in Zwolle.
 zomerGroepstentoonstelling zomerexpositie bij Galerie Hamer in Amsterdam.
198610 juniOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Collection de l’Art Brut in Lausanne (tot 26 oktober).
19877 februariOpening groepstentoonstelling contrasten bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 22 maart).
 13 juniOpening groepstentoonstelling In Another World, outsider art bij Ferens Art Gallery in Hull (tot 19 juli; daarna andere locaties in Groot-Brittannië).
 28 oktober – 3 novemberReis naar Brussel.
 28 oktoberOpening duo-tentoonstelling met Madge Gill bij Art en Marge in Brussel.
198823 februariOverlijden Agnes Bijmans-van Genk (67).
 29 aprilOpening groepstentoonstelling Outsiders bij Galerie Suzanne Zander in Keulen (tot 1 juni).
 Reis naar Barcelona.
 augustus – septemberReis naar Moskou.
 decemberOpening groepstentoonstelling Naïeve kunst bij Galerie Kadans in Den Haag.
19894 maartOpening groepstentoonstelling museum in zicht bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 8 april).
 8 juliOpening groepstentoonstelling Het speelse element bij Kunsthuis 13 in Velp (tot 3 september).
 25 novemberOpening groepstentoonstelling 20 jaar galerie hamer – deel II: “art brut” of “outsider art” bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 31 december).
 15 decemberOpening groepstentoonstelling Vijf x vijf bij Het kasteel van Rhoon in Rhoon (tot 28 januari 1990).
199021 septemberOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Musée de l’Art Brut L’Aracine in Neuilly-sur-Marne (tot 16 december).
 20 decemberOpening duo-tentoonstelling met Gorki Bollar bij Informatie Centrum voor Naïeve Kunst in Rotterdam (tot 25 februari 1991).
199129 februariOpening duo-tentoonstelling met Gorki Bollar bij Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb (tot 25 mei).
  Groepstentoonstelling Selection from the Collection bij Alpha Cubic International in Tokyo.
 5 septemberOpening groepstentoonstelling Passages dl. 3 bij Art en Marge in Brussel (tot 26 oktober).
 5 oktoberOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Galerie d’Art Modeste in Parijs (tot 13 november).
 26 oktoberOpening groepstentoonstelling outsider art bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 30 november).
199214 maartOpening groepstentoonstelling Visies en visioenen. Naïeve kunst en outsider art bij Slot Zeist in Zeist (tot 3 mei).
 27 juniOpening groepstentoonstelling Naïeve en outsiderkunst bij Kunstgalerij in Lochem (tot 15 augustus).
 novemberReis naar Lissabon.
1993 Reis via Warschau, Moskou en Leningrad naar Helsinki, Stockholm en Göteborg.
 30 oktoberOpening groepstentoonstelling outsiders bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 28 november).
1994 Insita 4 in Bratislava.
1995septemberReis naar Noorwegen en Zweden.
 najaarGroepstentoonstelling outsiders bij Galerie Hamer in Amsterdam.
 26 novemberOverlijden Riet Roozenburg-van Genk (76).
19964 januariOpgenomen in psychiatrische kliniek Bloemendaal (drie maanden).
 24 oktoberOpgenomen in psychiatrische kliniek Bloemendaal (drie maanden).
 30 novemberOpening duo-tentoonstelling twintig jaar samenwerking met Gorki Bollar bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 19 januari 1997).
 16 novemberBegin curatele.
199710 februariOpgenomen in psychiatrische kliniek Bloemendaal (drie weken).
 14 aprilZiekenhuisopname vanwege beroerte (vijf weken).
 26 meiZiekenhuisopname vanwege uitdroging (vier dagen).
 19 juniOpening Insita 5 in Bratislava (tot 10 augustus) – Grand Prix.
 11 septemberReis naar Stockholm.
 ca. 15 septemberZiekenhuisopname vanwege beroerte.
 14 novemberOpening groepstentoonstelling Art Brut, collection de l’Aracine bij Château de Villeneuve in Vence (tot 28 februari 1998).
 6 decemberOpening tentoonstelling willem van genk bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 4 januari 1998) + presentatie Koning der Stations (Dick Walda).
1998juniDeelname Galerie Hamer aan Kunstrai in Amsterdam.
 zomerVerhuizing naar particulier verzorgingstehuis Huize Walcott (Thomsonplein 8, Den Haag).
 10 oktoberOpening tentoonstelling Willem van Genk: een getekende wereld bij museum De Stadshof in Zwolle (tot 4 maart 1999).
  Publicatie Willem van Genk. Een getekende wereld (Ans van Berkum e.a.).
199917 maartOpening tentoonstelling Willem van Genk. Een getekende wereld bij museum Charlotte Zander in Bönnigheim (tot 23 mei).
 2 juniOpening tentoonstelling Willem van Genk. Een getekende wereld bij Collection de l‘Art Brut in Lausanne (tot 19 september).
 augustusAn Remmerswaal neemt curatorschap over.
 6 novemberOpening tentoonstelling De wereld van Willem van Genk bij Artotheek Den Haag.
 26 novemberOpening groepstentoonstelling Gestoorde vorsten bij Museum Dr. Guislain in Gent (tot 31 mei 2000).
2000 Verhuizing naar particuliere verzorgingstehuis Roël (Van Aerssenstraat 8, Den Haag).
  Solo-presentatie door Collection de l’Art Brut bij Giza Art Space van Shiseido in Tokyo.
 19 meiOpening groepstentoonstelling Transport bij Galerie Atelier Herenplaats in Rotterdam (tot 16 juli).
 13 juliOprichting Stichting Willem van Genk.
 novemberSolo-presentatie tijdens Insita 6 in Bratislava.
200131 oktoberUitzending documentaire Ver van huis (Dick Walda en Jan Keja).
200228 septemberOpening duo-tentoonstelling willem van genk (1927) & siebe wiemer glastra (1910-1973) bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 2 november).
 11 decemberVerhuizing naar medisch verzorgingstehuis Duinhage (De Savornin Lohmanlaan 202, Den Haag).
200512 meiOverlijden.
 18 meiBegrafenis.
  Tentoonstelling De wereld volgens Willem van Genk bij museum Het Dolhuys in Haarlem.
20064 meiOpening groepstentoonstelling Oltre la ragione bij Palazzo della Ragione in Bergamo (tot 2 juli).
200710 januariOpening groepstentoonstelling Beautés Insensées [= Oltre la ragione] bij Salle d’exposition du Quai Antoine 1er in Monaco (tot 25 februari).
 23 maartOpening groepstentoonstelling Under Control bij Werkplaats voor Beeldende Kunsten in Den Haag (tot 20 april).
 9 meiOverlijden Tiny van den Heuvel-van Genk (93).
200831 meiOpening groepstentoonstelling Heterotopia bij Deutsches Architekturmusem (DAM) in Frankfurt (tot 24 augustus).
201010 aprilOpening groepstentoonstelling hamer highlights bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 29 mei).
 15 meiOverlijden Jacqueline van Genk (91).
 25 septemberOpening groepstentoonstelling Habiter Poétiquement le Monde bij LaM in Lille (tot 10 januari 2011).
  Publicatie Willem van Genk bouwt zijn universum (Patrick Allegaert e.a.).
 19 novemberOpening tentoonstelling Willem van Genk bouwt zijn universum bij Casla in Almere (tot 26 februari 2011).
201422 maartOpening tentoonstelling willem van genk, een “museale” tentoonstelling bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 3 mei).
  Publicatie Willem van Genk. Kroniek van een samenwerking (Nico van der Endt).
 10 septemberOpening tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic bij Museum of American Folk Art in New York (tot 30 november).
20159 juniOpening groepstentoonstelling Essenties 1 bij museum Het Dolhuys in Haarlem (tot 13 september).
 13 juniOpening groepstentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders bij Gemeentemuseum in Den Haag (tot 4 oktober).
20165 maartOpening groepstentoonstelling Museum of Everything in museum Kunsthal in Rotterdam (tot 22 mei).
  Opening Willem van Genk-kamer bij museum Het Dolhuys in Haarlem.
2019meiPublicatie tweede, herziene druk Koning der Stations (Dick Walda).
 19 septemberOpening tentoonstelling Woest bij Outsider Art Museum in Amsterdam (tot 3 januari 2021).
  Publicatie Willem van Genk – Woest (Hans Looijen e.a.).
20215 maartOpening tentoonstelling Megalopolis bij La Collection de l’Art Brut in Lausanne (tot 27 juni).

Vroeg

Het Oosteinde in Voorburg rond 1930. Op de voorgrond ziekenhuis Antoniushove, daarnaast de Martinuskerk

De vier adressen van het gezin Van Genk in Den Haag tussen 1915 en 1925 waren Westeinde 257, Malakkastraat 6, Columbusstraat 106 en Renbaanstraat 7 – waarbij dat laatste adres feitelijk in Scheveningen lag. Uit advertenties blijkt dat zich op elk van deze adressen in deze periode een winkel bevond, korte tijd eerder of later. Ook Jozef van Genk zal voor zijn zaak hebben geadverteerd, maar tot op heden is niet duidelijk in welke krant dat was. In Columbusstraat 106, waar zijn winkel van januari 1922 tot maart 1923 was gevestigd, werd hij opgevolgd door poelier H. Siesage. [1] In juni 1925 verhuisde het gezin Van Genk naar Voorburg.

Een geboorteakte van Willem van Genk is niet te vinden. Wel geeft zuster Tiny in een interview uit 1998 een enigszins verdekte aanwijzing over zijn geboorte, als ze spreekt over het karakter van haar moeder:

Mijn moeder was een … ja, die wist wat ze wilde, wat ze … stond in het midden van het leven, en eh … en ’t was geen twijfelaar of wat dan ook, helemaal niet, het eh … was een hele, vrouw met een … op het kritieke moment wist ze wat ze doen moest, want d’r is heel wat gebeurd bij ons hoor. Maar zij wist … anders waren er verschillende eigenlijk eh, ongelukkig geworden. We hadden wel eens een brand, en eh … en ze wist meteen alles te blussen en eh … en met Willem ook, meteen een zuurstofapparaat, “Maar zuster, is er dan hier geen zuurstofapparaat?” Hadden ze niet eens aan gedacht in, in dat ziekenhuis, dat was in Antoniushove, in Voorburg. Ja ik haal ’t misschien een beetje door elkaar, maar … [2]

Ziekenhuis Sint Antoniushove aan het Oosteinde in Voorburg, opgericht in 1913, was aanvankelijk een ouderenpension waar al snel ook zieken en noodlijdenden van alle gezindten (maar toch vooral katholieken) welkom waren. De verpleging en verzorging was voor een belangrijk deel in handen van zusters Augustinessen. Naast het ziekenhuis lag de imposante, neogotische Martinuskerk.

Waarschijnlijk was dat niet de kerk waar het gezin Van Genk op zondag heen ging: de Martinus lag op ruim een half uur lopen van het adres waar Jozef en Maria van Genk vanaf 1927 woonden, Van de Wateringelaan 25. Op iets meer dan tien minuten lopen van hun woning lag de Haage Liduinakerk aan de Schenkweg, waardoor het waarschijnlijker was dat ze tot die parochie behoorden. [3] Een woordvoerster van het parochiesecretariaat Maria Sterre der Zee bevestigde dit: “Het klopt dat destijds een gedeelte van Voorburg hoorde bij de Liduinaparochie. Het betreft het gedeelte vanaf de spoorlijn.” [4]

Na de sloop van de Liduinakerk in 1977 fuseerde de Liduinaparochie met de Marlotkerk tot de Driekoningengemeenschap. Koster Wim Kuipers van de Driekoningengemeenschap vond in een doopboek van de Liduinakerk inderdaad een aantekening over de doop van Willem van Genk – zij het niet in de eigen kerk:

Die 2 Aprilis 1927 in ecclesia
S. Martini in Voorburg baptizatus
est Wilhelmus Franciscus Antonius
Maria van Genk.
Pater: Joseph Joës Maria v. Genk
Mater: Maria Martina Hoogstraten
(v. Wateringestraat 25)

Willem van Genk was dus gedoopt in de Martinuskerk, op de dag van zijn geboorte. In eerste instantie leek het er daarmee op dat het gezin Van Genk behoorde tot de parochie van St Martinus, maar de vraag was wel waarom er dan een aantekening in een doopboek van de Liduinaparochie stond. Wim Kuipers gaf daarvoor na enig nadenken een plausibele verklaring:

Het is eigenlijk wel duidelijk dat de familie destijds tot de Liduinaparochie behoorde. Waarschijnlijk is Willem van Genk in het ziekenhuis Antoniushove geboren. Het ziekenhuis was in die tijd gevestigd naast de Martinuskerk. De traditie was, dat kinderen gelijk na hun geboorte of daags erna gedoopt werden. Uit praktische redenen is het aannemelijk dit in de Martinuskerk heeft plaatsgevonden. Vandaar de latere aantekening in het doopboek van de Liduinakerk. [5]

Dit sloot bovendien aan op de eerder geciteerde opmerking van Tiny van Genk over haar moeder in Antoniushove, waarschijnlijk had zij het over de geboorte van haar broer (“en met Willem ook”).

Jeugdtekening Willem van Genk (particuliere collectie)

Bij de spullen van haar oude tantes trof een nicht van Willem van Genk, de oudste dochter van zijn zuster Nora, enkele jaren geleden een jeugdtekening van de kunstenaar aan. Het ging om een potloodtekening van een verkeersknooppunt bij een station met enkele panden – termen als ‘straattafereel’ of ‘straatscène’ zijn feitelijk niet van toepassing, omdat er vrijwel geen personen of vervoersmiddelen te zien zijn. Blijkens het onderschrift betreft het STATION ROOSENDAAL en de STEENBERGSCH STRAATWEG – de letter S is steeds gespiegeld geschreven. Er is geen ondertekening of datering maar de overeenkomsten met later werk van Van Genk zijn opmerkelijk.

Er zijn vier wegen die bij elkaar komen bij een constructie met het opschrift ROOSENDAALSCH STATION (zonder gespiegelde S’en). Tussen de twee wegen op de voorgrond is een steenstrook getekend met links een rond verkeersbord met een P, met daaronder de tekst STATION VIADUCT A. Rechts daarvan staat een ander bord, met de tekst Naar Bergen OZ STOOMtram TRAMhalte. Op de steenstrook tussen de twee voorste wegen liggen tramrails die eindigen bij een stootblok. Op de vier wegen zijn pijlen getekend die alle in de richting van het station wijzen, met voor het station een tros van acht pijlen die juist de andere kant uit wijzen.

Aan de linkerkant van de tekening is een deel van een gevelrij te zien met de aanduiding steenbergsch str weg, daaronder een onleesbare tekst en mogelijk een huisnummer 3. Aan de rechterkant is op de straathoek een bioscoop getekend met de naam METROPOLE, waar een  FILM kennelijk 22 cts kost. In de deuropening staat de enige menselijke figuur op de tekening, een portier met een pet. Onder de dakrand staat in grote letters COBES CATENBURG. Het station, waar alle wegen naartoe leiden, kan worden betreden via een verhoging onder een stenen boog waar zeven deuren zijn, die vermoedelijk naar de stationshal leiden. De spoorbaan ligt erboven, de getekende rookkringels wijzen misschien op een trein die net voorbij is gereden.

Vader Jozef van Genk, afkomstig uit Bergen op Zoom, had in Roosendaal tussen 1913 en 1915 zijn winkel op het adres Brugstraat 62, een straat die uitkwam bij het station. Hier werden ook zijn twee oudste dochters geboren. Tussen 1908 en 1911 woonde hij  bovendien in Steenbergen. Verschillende plaatsnamen op de jeugdtekening hebben daarmee een biografische achtergrond, die met name te maken heeft met de familie van vaderszijde in westelijk Noord-Brabant. Anderzijds lijken de details niet te kloppen: er is of was geen Steenbers(ch)e straat(weg) in Roosendaal, [6] al helemaal niet bij het station in die plaats dat er bovendien heel anders uitzag dan op de tekening.

Van Genk leek uit te zijn gegaan van bestaande elementen en vervolgens zijn fantasie de vrije loop te hebben gelaten. Desgevraagd werd dit bevestigd door de Heemkundekring Roosendaal:

Wij hebben uw vraag m.b.t. de jeugdtekening van Willem van Genk voorgelegd aan diverse leden van onze Heemkundekring. Zij komen allen tot de conclusie: de geschetste situatie was niet Roosendaal, noch in Bergen op Zoom of in Zevenbergen. De jonge Willem heeft in zijn fantasie Roosendaal een fantastisch station toegedacht. [7]

De bioscoop op de tekening past in deze constructie: in Den Haag was in 1936 de zeer luxe bioscoop Metropole Palace geopend, gelegen aan de Carnegielaan – niet ver van de Laan Copes van Cattenburch. Die laatste was genoemd naar de Haage burgemeester Lodewijk Constantijn Rabo Copes van Cattenburch (1771-1841), die derhalve in Roosendaal niet van belang was.

Al met al zijn er duidelijke aanknopingspunten tussen de jeugdtekening en het latere werk van Willem van Genk: de stadssetting, het motief van openbaar vervoer, de opschriften, zelfs de relatieve symmetrie en het nadrukkelijke perspectief. Anderzijds kan men ook stellen dat deze zaken niet persé ongewoon zijn voor een kindertekening en dat het juist interessant is dat Van Genk er in zijn later werk aan is blijven vasthouden. De situatie met het fictieve station doet denken aan Schwebebahn Wuppertal (zie hier), meer in het algemeen is de tekening een geheel eigen pick & mix van bestaande elementen. Zo heeft er nooit een stoomtram gereden tussen Roosendaal en Bergen op Zoom – dat was ook niet nodig, aangezien er al sinds 1863 een treinverbinding tussen beide steden bestond.

Links: detail jeugdtekening Willem van Genk. Rechts: detail litho WVG-0131d

Als laatste wil ik wijzen op enkele intrigerende overeenkomsten tussen de jeugdtekening en enkele litho’s die Van Genk in 1995 maakte (zie hier), een kleine zestig jaar later. Ook daar een station met rookkringels van een trein, maar vooral: ook daar een man met een uniformpet met een prominente klep, en profil gezien. Wat ontbreekt op de jeugdtekening is de webstructuur, nadrukkelijk aanwezig op diezelfde litho’s en ook op veel ander werk, zeker waar het om stations gaat. De vraag of men daar conclusies uit moet of kan trekken (en zo ja: welke), laat ik graag aan anderen.


NOTEN

[1] Zie bijvoorbeeld een advertentie in de Haagsche Courant van 22 april 1924.

[2] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink (opname in mijn bezit).

[3] De kloosternaam ‘Lidwina’ die Leny van Genk later zou aannemen, zou ook op een verband met de Liduinaparochie kunnen wijzen.

[4] E-mail van Monique Meeussen aan Jack van der Weide, 2 juli 2021.

[5] E-mail van Wim Kuipers aan Jack van der Weide, 8 juli 2021.

[6] In Bergen op Zoom, waar Willem van Genk na het overlijden van zijn moeder in 1932 enige tijd woonde, is wél een Steenbergse straat.

[7] E-mail van Cees Talboom aan Jack van der Weide, 23 juni 2021.

Bibeb (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over journaliste Bibeb en Willem van Genk. Het eerste deel is hier te vinden.

Het Vrije Volk, 6 november 1967: Willem van Genk ontvangt uit handen van George Lampe de eerste prijs in de schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland

In 1964 stonden Nederlandse schrijvers, kunstenaars, politici en wat dies meer zij in de rij om door Bibeb te worden geïnterviewd. Willem van Genk behoorde zeker niet tot die groep, zijn naam is bijna een dissonant tussen die van Joris Ivens, Simon Vinkenoog, Maup Caransa, Jan Cremer en anderen die dat jaar met de journaliste in gesprek gingen; de vraag is dan ook waarom hij werd uitverkoren. Volgens Bibebs zoon Wouter Schaper was er gezien bepaalde details in de gepubliceerde tekst overduidelijk sprake van een zeer bewuste keuze van haar kant, om stelling te nemen in de controverse rond Van Genk. Een teken van haar grote betrokkenheid was ook dat ze de krant met haar artikel over Van Genk bewaarde, iets wat ze maar zeer zelden deed. [1]

Schaper wist zeker dat er rond 1960 bij hen thuis werd gesproken over zeer gedetailleerd getekende stadsgezichten waar George Lampe en Bibeb van onder de indruk waren; “ik weet van geen ander dan Van Genk die dergelijke tekeningen destijds maakte.” Daarbij waren Joop Beljon en Lampe redelijk goed bevriend, “ze stonden op één lijn denk ik, en het zou best kunnen dat in dat kader George meneer Van Genk een keer heeft gezien.” En waar Beljon niet te spreken was over de minachtende houding van Speijer, nota bene de psychiater van Van Genk, zullen Lampe en Bibeb dit met hem eens zijn geweest. Bibeb toonde daarmee in het interview haar boosheid: “Ik denk dat ze gewoon heeft gezegd: meneer Speijer, dit is heel verkeerd wat u doet.”

De kritiek op Speijer werd vrij subtiel verpakt. In een kadertekst bij het artikel in Vrij Nederland leidt Bibeb de persoon Wim/Willem van Genk in, en vertelt ze over zijn werk en over zijn schrijnende leef- en werkomstandigheden. Ze eindigt met de zinnen: “Ondertussen is Van Genks positie in de werkplaats door al die publiciteit (de T.V. o.a.) nog kwetsbaarder geworden. Zeker ook door de helaas te brallend uitgevallen brochures van de heer Beljon. Van Genk moet daar zo gauw mogelijk vandaan.” [2] Schaper: “Dat moet je lezen als een dodelijke opmerking richting Speijer. De verstaander in Den Haag weet genoeg.” In het artikel zelf haalt Bibeb Beljons tekst uit de Hilversumse catalogus aan, specifiek diens zin “Een psychiater hield tegenover mij staande, dat de geestelijke inhoud van Willem van Genk gelijk staat met nul komma nul…” Uiteraard is die psychiater Speijer, die elders in het stuk bij naam wordt genoemd – als “Spijer”, en steeds in een negatieve context.

In het hele artikel valt de naam van Plokker niet één keer. Toch was deze het, mogelijk mede vanwege het eerder besproken artikel in De Tijd, die Van Genk het meeste angst inboezemde. Op 1 april 1964, toen het interview al was afgenomen maar nog niet was verschenen, stuurde Van Genk een ietwat paniekerige briefkaart aan “mevr. Lampe”:

Hiermede laat ik U weten om de grootste voorzichtigheid te betrachten in verband van het gesprek met een zekere doktor Plokker uit Leidschendam (oh misschien ben ik wel wat onduidelijk doch ik ben W. van Genk) en doktor Plokker heeft tenslotte wel met inrichtingen te maken dus vertel U niets over mijn verdiensten Geachte lezer U heeft die persoon natuurlijk nodig, doch behandel U hem goed en juist, verder nu al reeds bedankt voor het mooie artikel in de krant [3]

Acht jaar later blijken Bibeb en Van Genk opnieuw contact te hebben. In haar nalatenschap bevindt zich een brief van Van Genk van 7 juni 1972. De kunstenaar was, zo valt op te maken uit het wat warrige betoog, kort daarvóór onverwacht bij haar in Scheveningen langsgekomen. Hij trof haar wel thuis maar ze was bezig met het opruimen of ordenen van boeken. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt, voor maandag 5 juni, maar toen was het Van Genk niet gelukt om op het afgesproken tijdstip naar Scheveningen te komen: “En ik zou maandag om 2 uur bij U komen, maar ik was in werkelijkheid bezet, door het betalen van een vacansiereis naar de U.S.S.R. en ik moest dat bedrag nog bij de bank halen (die ’s middags al vroeg gesloten is)”. [4] Vandaar zijn briefje. 

Tussen deze feitelijkheden door prijst Van Genk Bibebs omgang met hem (“U heeft mij beleeft ontvangen, ook voor zoo ver ik uw ken, U bent een mens die altijd optimistisch door het leven gaat”), refereert hij aan het interview uit 1964 (“we halen geen oude koeien uit de sloot wat dat boek van uw betreft V.I.P. …. (misschien had u achteraf wel gelijk)”) en spreekt hij over zijn opvattingen over kunst en over zijn eigen werk. Dat laatste onderwerp vermengt zich in zijn betoog zich met zijn mening over de afbraak van monumenten, die ook terugkeert in zijn werk:

Ik til niet zo hoog aan “kunst” mits men de sloping in de nederlandse steden ziet – Neen beste lezer ik zal heus geen lid worden van openbaar Kunstbezit (de Rotterdamse Koninginne Kerk affaîre ligt nog vers in het verleden) En er blijft geen bouwwerk van Cuijpers overeind in Amsterdam. Neen geachte Lezer, ik zie alleen Machtspaddestoelen [5]

De associatie van Bibeb met George Lampe, samen met de hierboven genoemde vakantie naar de USSR, zorgt voor een uitweiding die doet denken aan Van Genks twijfel over reisbestemmingen in het interview uit 1964:

en wat die reis naar de U.S.A. betreft dit is beslist een platte leugen Die heb ik nog nooit gemaakt omdat hij niet georganiseerd was …. want in werkelijkheid kost een 2persoons nest in een «Industry-hotel» (één weekje logies zonder iets erbij in New.York (city) een zevenduizend gulden …. terwijl voor 700 gulden geheel verzorgde charterreizen naar Moskou en Leningrad bestaan!

De reis naar de Verenigde Staten had Van Genk in 1967 gewonnen als eerste prijs bij een schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland. Eerder was hij in diezelfde wedstrijd uitgeroepen tot beste zondagsschilder van Zuid-Holland, waarbij hij de prijs kreeg uitgereikt door George Lampe. [6] In de kantlijn van zijn brief tekent Van Genk bij de passage over de Amerikareis een logo van Co-op.

Detail Kollage van de haat (1971)

In 1972 maakte Van Genk een persoonlijke crisis door. In februari was zijn zuster Addy gestorven, in september zou ook zijn zuster Willy overlijden. Haar broer woonde sinds 1964 bij haar, ten tijde van zijn bezoek aan Bibeb in Scheveningen moet zij al zwaar ziek zijn geweest. Het is in deze periode dat hij zijn ‘woedende’ drieluiken schilderde, met daarop veel referenties aan geweld, dood en kanker. Op Kollage van de haat (1971) staat op het linkerdeel ook een verwijzing naar het interview uit 1964. Een stervende of zwaar zieke persoon ligt in bed, omgeven door een groot aantal graffiti-achtige teksten, enkele boeken en een krant met daarop WIM VAN GENT LITERATUR BIBEB: “IK BEN …. EEN .. STUK .. GRIJS …. PAKPAPIER” …… V.N. 4 APRIL ’64. [7] Op het rechterdeel van het drieluik is een boek afgebeeld van de psychiater E.A.D.E Carp, Toekomstige psychiatrie. Van Plokker of Speijer geen spoor, al was die laatste wel ooit een van de assistenten van Carp. [8]

In 1973 schildert Van Genk Microcollage ’73 | Studiereis van Beatrix en Claus, waar Plokker wél prominent aanwezig is. Dat werk toont onder meer een man met een bril met een donker montuur, die zich met een revolver door het hoofd schiet. Op een tekststrook die over de afbeelding is aangebracht, staat J.H. Plokker, Artistic Self-Expression in Mental Disease: Mouton Skilton ’62 – de Engelse titel van het beroemde boek van Plokker, met de uitgever en het jaar van uitgave. [9] Interessant is ook de brief die de zelfmoordenaar kennelijk net heeft geschreven en die voor een deel leesbaar is: Afscheidsbrief ’72 Geachte lezer Ik maak een eind aan mijn leven, ik kan het leven niet meer aan …. Excuus mijn daad Geachte lezer …. Plokke. Alles – het portret, de formulering ‘Geachte lezer’, andere teksten op het werk – wijst op een zelfportret-als-zelfmoordenaar, waarbij Plokkers boek nadrukkelijk een rol speelt.

Detail Microcollage ’73 | Studiereis van Beatrix en Claus (1973)

“Het is duidelijk dat Plokker Van Genk uit zijn evenwicht bracht”, stelt Ans van Berkum naar aanleiding van dit werk, en daar valt weinig tegenin te brengen. [10] Met haar daaropvolgende conclusies ben ik het echter pertinent níet eens: “Wat ook vaststaat is dat het werk van Van Genk in de ogen van Plokker geen genade zou hebben gevonden. […] Van Genk is het bewijs van Plokkers ongelijk.” [11] Als gezegd behoorde Van Genk beslist niet tot de groep patiënten waar Plokker over schrijft en had deze ook eigenlijk geen mening over het werk. Het was Speijer die Van Genk op één hoop veegde met de veel ernstiger verstoorde personen die het object van Plokkers onderzoek vormden. Het was Speijer die, uitermate tendentieus, Plokker aanhaalde om zijn eigen punt te maken – een punt dat erop neer kwam dat hij het werk waardeloos achtte, vermengd met zijn mening over de persoon van de maker en mogelijk ook met zijn belangen bij het behouden van een goedkope werkkracht. Het was deze houding waartegen Bibeb stelling nam, door Van Genk te interviewen en in haar tekst haar mening door te laten schemeren.

Het kwaad was echter al geschied, voor Van Genk was Plokker een autoriteit geworden die hem op zijn positie binnen de wereld van de beeldende kunst wees. The pictorial art of the mentally ill has been attracting the attention of psychiatrist and psychologist for some decades, schreef hij op een aantal werken [12] – de eerste zin uit de inleiding bij (de Engelse versie van) Plokkers boek. Tegen Bibeb in 1964: “Dokter Spijer heeft gezegd, nou moet je niet denken dat je guldens gaat verdienen met de kunst. Dat schrijven in de kranten houdt vanzelf op.” [13] Voor Speijer stelde Van Genk niets voor, stelde diens werk niets voor en was Plokker de autoriteit waarop hij zich dacht te kunnen beroepen.

In een beschouwing uit 1963 wijst George Lampe onbewust op een belangrijk verschil tussen Plokkers patiëntenpopulatie en Van Genk. Hij citeert Plokker zelf, waar die opmerkt dat de door hem geobserveerde schizofrenen op geen enkele manier hechten aan het werk dat zij maken. Bij Van Genk was juist het omgekeerde het geval, hij kon nauwelijks afstand doen van zijn werk. Het was Lampe met name te doen om het verschil te formuleren tussen moderne kunst en de beeldende uitingen van schizofrenen, “tussen de kunstenaar en de schizofrene niet-kunstenaar. Over aan schizofrenie lijdende kunstenaars gaat het wat mijn beschouwing betreft, niet.” [14] Dat laatste is jammer, want dat was nou net de categorie waar Willem van Genk misschien in had kunnen vallen.


NOTEN

[1] Met Wouter Schaper wisselde ik tussen 20 en 30 juni 2021 een aantal e-mails. Op 26 juni had ik telefonisch een uitgebreid gesprek met hem.

[2] In de boekversie is dit einde vervangen door: “Van Genk heeft na deze publicatie de kans gekregen voor zichzelf te werken.” (Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 111) Wouter Schaper: “Haar kennende weet ik dat ze dit niet heeft bedoeld als een zuiver informatieve tekst!”

[3] Archief Wouter Schaper.

[4] Idem.

[5] Vgl. met name Zelfportret – zwakzinnigennazorg (ca. 1978).

[6] Zie hier.

[7] Achter de datum staat de afkorting L.R.P., waarvan de betekenis mij niet bekend is.

[8] Zie hier. Van Genk refereert ook aan het interview met Bibeb op het middendeel van Collage 2000 Beljon Inc. (1971).

[9] De Engelse vertaling verscheen pas in 1964.

[10] Van Berkum, ‘Een vogel boven de stad’, p. 49.

[11] Ibid., p. 52.

[12] In ieder geval op Zelfportret in De Ark (ca. 1974) en De grote naïeven (ca. 1975). Ook de tweede zin van Plokkers inleiding wordt op deze twee werken nog voor een deel geciteerd.

[13] Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 114.

[14] George Lampe, ‘De schizofreen is nooit kunstenaar’, in: Vrij Nederland, 16 maart 1963.

Bibeb

Bibeb & VIP’s (1965), met o.a. het interview met Willem/Wim van Genk

Tussen 1947 en 1964 was Willem van Genk tewerkgesteld in een werkplaats voor ‘onvolwaardigen’ in Den Haag. Beide jaartallen zijn afkomstig uit het interview dat journaliste Bibeb (pseudoniem van Elisabeth Maria Lampe-Soutberg, 1914-2010) met hem hield naar aanleiding van zijn eerste solotentoonstelling in 1964. Het beginjaar komt expliciet ter sprake: “Waarop ik wil weten hoelang hij al in die werkplaats voor onvolwaardigen zit. Van Genk: ‘Van ‘47’”. Uit de inleiding bij het interview kan het eindjaar worden afgeleid: “Het jaar dat dit interview werd geschreven werd hem het werk en z’n salarisje waarvan hij kon sparen voor z’n reizen afgenomen.” [1]

Van Genk werkte daarmee achttien jaar op de AVO-werkplaats, een periode waarover opmerkelijk weinig gegevens te vinden zijn. Het interview met Bibeb is met afstand de belangrijkste bron en zelfs daar is de informatie schaars. De journaliste laat in haar artikel ook Van Genks jongste zuster Willy aan het woord, bij wie hij elke avond op bezoek gaat om rustig te kunnen tekenen:

ZUSTER: ‘Meneer Beljon kan wel zeggen dat hij een kunstenaar is, en ik geloof ’t ook wel, maar de meeste mensen zijn geen kunstenaar. Als hij de kost kon verdienen, kunnen we hem weghalen. Wie wil hem nu onderhouden? De geneeskundige dienst heeft hem zelf weggehaald. Ze hadden hem een goed kosthuis beloofd. ’t Is toch waar, je zat de hele dag te tekenen, dat vinden ze een soort afwijking.’ [2]

Eerder heeft een andere zuster, Addy, al iets meer details gegeven:

Terwijl z’n zuster vertelt dat hij op de ambachtsschool is geweest en veel baantjes heeft gehad, allemaal voor een blauwe maandag. De laatste bij een schoenmaker en toen bleef hij met de bakfiets zolang bij ’t station, stond-ie maar naar de treinen te kijken. Op een gegeven dag had ie geen werk, toen zijn ze hem komen halen. Ja, wie moest voor hem zorgen? ‘Toen ik nog thuis was, at hij met de pot mee. Toen we allemaal getrouwd waren, toen ik trouwplannen had…’ [3]

De suggestie is dat de laatste zin moet worden aangevuld met ‘toen kon dat niet meer’. Van Genk woonde bij zijn zusters – hij had er negen – die één voor één hun eigen leven gingen leiden.

In de jaren negentig bevestigt Van Genks zuster Tiny het verhaal over de baantjes die haar broer na de oorlog had, “Allemaal blauwe-maandag-baantjes. Het duurde overal maar heel kort en dan begonnen de moeilijkheden.” Volgens Tiny was hij eerst jongste bediende op een reclamebureau op de Mauritskade, waarna een aanstelling volgde als kantoorbediende bij een grossierderij in medicijnen aan de Oude Scheveningseweg. Zijn laatste baas was een schoenmaker in de Van Musschenbroekstraat. [4] Het gezin Van Genk, bestaande uit vader Jozef van Genk, een aantal van zijn dochters plus hun onaangepaste broer, woonde in die tijd op het adres Magnoliastraat 10.

Tussen 1947 en 1964 verdwijnt Willem van Genk vrijwel volledig van de radar. [5] We weten dat zijn vader voor de derde keer trouwde in 1952, weer weduwnaar werd in 1954 en overleed in oktober 1958. Kort daarna meldde zijn zoon zich bij de Academie voor Beeldende Kunsten van Joop Beljon en verscheen er een stuk over hem in de Haagsche Courant. [6] Het duurde tot 1964 alvorens de kunstenaar opnieuw opdook, toen hij in Hilversum zijn eerste solo-expositie kreeg – dankzij Beljon, die intussen het een en ander te stellen had met Van Genks psychiater Nico Speijer, die tevens hoofd was van de AVO-werkplaatsen. Beljon vroeg Speijer of Van Genk door de week een middag vrij kon krijgen om naar de academie te komen maar Speijer weigerde dit pertinent: “U bemoeit zich met zaken waar u niets mee te maken heeft. Zal ik u eens zeggen wat de geestelijke inhoud is van die van Genk? Nul, nul.” [7]

Begin 1964 was er dus ineens aandacht voor Van Genk, ook omdat het in Hilversum ging om een tentoonstelling van een kunstenaar met een ongewone mentale gesteldheid. Onder meer verscheen er op 8 februari een artikel in het dagblad De Tijd, met als kop ‘Van Genks panorama’s. Geniaal of vreemd?’ Een auteur ontbreekt, het artikel is afkomstig “Van onze Haagse redactie”. Uitgangspunt is, zoals al aangekondigd in de kop, “de vraag of hij een nieuw ontdekt, geniaal kunstschilder is of een simpele man met beperkte verstandelijke vermogens, van wie niet ontkend kan worden dat hij met enige vaardigheid de tekenpen hanteert.” Volgens de inleiding bij het artikel is de controverse over Van Genk “nog maar in beperkte kring in Den Haag opgevlamd”, maar met de tentoonstelling in Hilversum zou dat wel eens breder kunnen worden.

Wie hem uiteraard geniaal vond was academiedirecteur Joop Beljon, die volgens het artikel met de tentoonstelling hoopte te bereiken dat zijn protegé meer en betere faciliteiten tot zijn beschikking kreeg. Maar ook de andere partij in de controverse kwam aan het woord:

Wie bepaald geen geniaal schilder ziet in Willem van Genk is dr. N. Speijer, als psychiater verbonden aan de werkplaats waar Van Genk de hele dag is ondergebracht. […] ‘Het zijn aardige tekeningen, maar ik en anderen, die deskundiger zijn op dat terrein, zien er bepaald geen talent in. Het zijn steriele, verstolde werken, die een oncreatief beeld geven. […] Ik kan u verwijzen naar het boek dat dr. Plokker erover heeft geschreven: “Geschonden beeld.”’

In het genoemde boek, het proefschrift van de psychiater J.H. Plokker, beschouwde deze het beeldende werk van schizofrenen dat volgens hem niet individueel bepaald, sterk naar binnen gericht en primitief van vorm zou zijn. Kunst was het op geen enkele manier. Plokkers ideeën waren zeer invloedrijk en zijn boek werd vertaald in het Frans, Duits en Engels. [8] In het artikel in De Tijd kwam hij, via Beljon, even aan het woord: “Ook dr. Plokker heeft eens werk van Van Genk gezien en voorzichtig opgemerkt, […] dat de zorg voor het detail waarmee de schilder tekent een aanduiding kan zijn van sociale onaangepastheid.”

Willem van Genk verlaat de AVO-werkplaats

In een telefoongesprek met Wouter Schaper, de zoon van Bibeb die haar nalatenschap beheert, wees hij me erop dat Plokkers reactie overduidelijk diplomatiek geformuleerd was. Daarbij ging het bovendien over de kunstenaar en niet over het werk, laat staan dat het een kwaliteitsoordeel bevatte. Plokker was in die tijd geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis ‘Hulp en Heil’ in Leidschendam, waar hij als een van de eersten in Nederland een atelier voor creatieve therapie had laten inrichten. De doelgroep uit zijn boek bestond uit opgenomen patiënten, waartoe Van Genk uiteraard niet behoorde. [9] Wel was Plokker in het algemeen uitermate geïnteresseerd in beeldende kunst, schilderde hij zelf en was hij lid van de Haagse Kunstkring, waar hij mogelijk al over Van Genk had gehoord en zelfs misschien al werk van hem had gezien.

Wie hoogstwaarschijnlijk ook al vóór 1964 bekend was met het werk van Van Genk was George Lampe (1921-1982), een Haags schilder, illustrator en auteur van beschouwingen over beeldende kunst. In de tweede helft van de jaren vijftig ontving Lampe bij hem thuis op verwijzing van een kindertherapeut een tijdlang een aantal patiënten die bij hem gingen tekenen. Eind jaren vijftig kreeg hij een aanstelling aan de progressieve Vrije Academie in Den Haag, waar hij later directeur werd. Lampe en Plokker kenden elkaar goed – Plokker was van 1953 tot 1972 bestuurslid van de Vrije Academie. George Lampe was getrouwd met Bibeb.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 116 en p. 111.  

[2] Ibid., p. 120.

[3] Ibid., p. 116.

[4] Walda, Koning der stations, p. 32. In de Van Musschenbroekstraat bevond zich op nummer 120 inderdaad een schoenmakerij. Het reclamebureau aan de Mauritskade was waarschijnlijk A.R.O. (Algemene Reclame Onderneming) op nummer 85. Een grossierderij in medicijnen aan de (Oude) Scheveningseweg heb ik niet kunnen vinden.

[5] De AVO-werkplaatsen vielen onder de stichting Schroeder van der Kolk. In de archieven van de stichting is echter geen spoor van Willem van Genk te vinden (e-mails van Cynthia Hamberg aan Jan Vellekoop, 31 mei 2021 en 25 juni 2021).

[6] Zie hier.

[7] Geciteerd in: Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 81.

[8] Zie ook: Liesbeth Reith, “Vormsels, beeldende expressie, kunst? De collectie Plokker”, in: Patrick Allegaert e.a. (red.), Verborgen werelden. Outsiderkunst in het Museum Dr. Guislain, Tielt 2007, pp. 53-57.

[9] Plokker had ook een praktijk voor ambulante zorg, die mogelijk ooit was bezocht door Van Genk. Diens geliefde Blauwe Tram stopte voor de deur bij ‘Hulp en Heil’.

Rondvaart

Rondvaart (WVG-0087)| 1966 | ets | ca. 15 x 23 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht

Op YouTube werden ten tijde van de tentoonstelling Woest enkele “kunstverhalen” geplaats, korte video’s waarin Ans van Berkum en Hugo Borst werken van Willem van Genk bespraken. In het kunstverhaal over Waarheidsfestival (WVG-0049) gaat Van Berkum onder meer in op een rechthoek van ongeveer vijftien bij twintig centimeter aan de onderkant van het werk: ‘Midden onder de centrale figuur heeft Van Genk een stuk van zijn ets Silja Line geplakt, met daarop een ronde schildering met de titel van een expositie in Den Haag waaraan hij zelf deelnam, Nieuwe realisten.’ [i] Die laatste opmerking is uiteraard correct en ook had Van Genk inderdaad een afdruk van een van zijn etsen gebruikt. Dit was echter niet Silja Line (WVG-0064) maar een ets die lange tijd onbekend was, al had juist Van Berkum haar kunnen herkennen.

Volgens Nico van der Endt maakte Van Genk ‘een vijftal etsen in verschillende kleuren (vervaardigd gedurende zijn avondverblijf op de Academie en afgedrukt door collega’s)’. [ii] Vier van de etsen – Minsk (WVG-0062), Tunnel Napels (WVG-0063), Silja Line en Collonade (WVG-0065) – waren bekend, de vijfde (Rondvaart) werd alleen genoemd in het oeuvre-overzicht in de monografie uit 1998. [iii] Recentelijk bleek echter dat Stichting Collectie De Stadshof die vijfde ets wel degelijk bezat: ‘Er is 1 ets: Rondvaart op de Dnepper bij Kiel, 1966 (reg nr: OS13070701 SH10156) is sinds 17 augustus 1999 in langdurige bruikleen van dhr. J.B. Meinen, Papendrecht, aan Stg Coll. De Stadshof. Afm. 18,6 x 19 cm.’ [iv] Die informatie verhelderde veel en riep tegelijkertijd ook een aantal vragen op.

Allereerst de titel. De noord-Duitse stad Kiel is gelegen aan de Kieler Förde, aan het noordelijk begin van het Noord-Oostzeekanaal, niet aan (of in de buurt van) een rivier genaamd “Dnepper”. En waarom zou Van Genk in Kiel een rondvaart maken? De naam “Dnepper” doet denken aan die van de rivier de Dnjepr, die niet bij Kiel stroomt maar wel bij Kiev. Kijken we goed naar het opschrift op de ets, dan staat daar hoogstwaarschijnlijk W.F.A.M. van GENK s’HAGE ‘66 rondvaart op de Dneppr nabij Kiev. Het gaat dus inderdaad om de Dnjepr en om Kiev, in 1966 na Moskou en Leningrad de derde stad van de Sovjet-Unie en daarmee zeker een aandachtspunt voor Van Genk.

De vier andere etsen werden gemaakt in 1967, Rondvaart leek dus in meerdere opzichten een eerste poging voor Van Genk om zich met de voor hem nieuwe techniek uiteen te zetten. Daarbij zal hij, zoals Van der Endt opmerkte, geholpen zijn door docenten en/of studiegenoten. De bruikleengever van de ets, J.B. Meinen uit Papendrecht, was de kunstenaar Jan Bernard Meinen (1945-2001), die vanaf 1963 een opleiding volgde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. [v] Meinen, die onder mee naam maakte als graficus en etser, zou zeer goed een van degenen kunnen zijn geweest die Van Genk hielpen.

De afbeelding is redelijk elementair opgezet maar toont een aantal voor Van Genk specifieke elementen. Te zien is de binnenruimte van een rondvaartboot met helemaal links twee meisjes, van wie er een vlechten heeft en een ijsje eet. Voor hen zit een echtpaar, nog een rij naar voren een tweede echtpaar met een kind; de vrouw draagt een hoofddoek, de man heeft een krant in zijn handen. Schuin achter het tweede paar zit een man met een bril en een hondje (mogelijk een zelfportret) en voor het gezelschap staat de gids die in een microfoon spreekt. Door de glazen overkapping van de boot – een voor Van Genk typische webstructuur – is een brug te zien waarover een trein of tram rijdt.

Detail 50 jaar Sovjet-Unie (1966)

Van Genk bezat uiteraard afdrukken van zijn eigen etsen, die hij soms gebruikte in zijn werken. In Reiseland Italien (WVG-0037) is linksboven de ets Collonade ingevoegd, in Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) Minsk. Rondvaart lijkt maar liefst negen keer te zijn gebruikt, niet allen in Waarheidsfestival maar ook in Vervoer USSR (WVG-0060), in 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), in Kathedraal Pilsen (WVG-0044), eveneens in Amsterdam Moskou per KLM en, vier keer, in Urbanisme et architecture (WVG-0054). In Amsterdam Moskou per KLM staat Rondvaart links naast Minsk, wat duidelijk het verschil in formaat tussen beide etsen toont.

Van Rondvaart zijn geen genummerde en gesigneerde exemplaren bekend, zoals van de andere vier etsen. Desalniettemin lijkt ook bij dit werk een verschil te bestaan tussen officiële en niet-officiële afdrukken, waarbij die laatste vaak te herkennen zijn aan een gestippelde rand rond de afbeelding. Een duidelijk voorbeeld hiervan is te vinden in Een getekende wereld, waar de ets Collonade staat afgebeeld mét een gestippelde rand – het betreft derhalve een niet-genummerd exemplaar. [vi] Ook veel van de etsafdrukken bij Museum Dr. Guislain in Gent hebben vermoedelijk een dergelijke rand.

Details Urbanisme et architecture (ca. 1965)

Bij gebruik in andere werken is de rand van Rondvaart niet altijd goed te zien, omdat Van Genk de ets meestal heeft verknipt. In vier gevallen is een tondo verwijderd, in vier andere gevallen is juist alleen een tondo gebruikt – hetgeen doet vermoeden dat tondo’s en omtrekken op elkaar zouden kunnen passen. Urbanisme et architecture laat beide vormen zien: links is drie keer een omtrek gebruikt, rechts één keer een tondo. Ook in Waarheidsfestival ontbreekt een tondo, waarbij Van Genk de vorm van het uitgeknipte deel associeerde met het ronde logo van de tentoonstelling Nieuwe Realisten. Alleen op Amsterdam Moskou per KLM is de hele ets geplakt.

Dat Van Genk Rondvaart heeft gebruikt op werken die iets met de Sovjet-Unie te maken hebben, lijkt in de meeste gevallen duidelijk. Alleen Urbanisme et architecture is in dat verband enigszins problematisch. Het linker deel van dat werk lijkt met name over Stockholm te gaan, al zijn er ook verwijzingen naar Duitsland (met name Keulen), Denemarken en Finland. De omtrekken van Rondvaart in dat deel van het werk bevatten in de ruimte waar de tondo’s zijn uitgeknipt, teksten en afbeeldingen die verwijzen naar respectievelijk Helsinki, Stockholm en Kopenhagen. In het rechter deel, dat op Moskou betrekking heeft, is een tondo ingevoegd met daaroverheen drie maal in cyrillisch schrift KHEB, i.e. Kiev. De kennelijke associatie van Scandinavië met de Sovjet-Unie versterkt de al eerder genoemde hypothese dat Van Genk de Sovjet-Unie via Zweden en Finland was binnengekomen; ook Silja Line wijst in die richting. [vii]

Detail Kathedraal Pilsen (ca. 1965)

Dat er een tondo van Rondvaart is aangebracht op Kathedraal Pilsen, is een bevestiging van de eerder geponeerde stelling (hier) dat Van Genk een tekening van de kathedraal van Pilsen is gaan gebruiken als centrale afbeelding in een veel groter en meer gelaagd werk. Het lijkt of in ieder geval de rechterstrook van het werk later is toegevoegd, wat een verklaring zou kunnen zijn voor enerzijds de dubbele signatuur en anderzijds de verwijzingen naar vijftig jaar Sovjet-Unie in de rechter bovenhoek. Die rechterstrook bestaat voor het grootste deel uit een viertal natuurtekeningen, die we vaker in de collages over de Sovjet-Unie tegenkomen. De tondo uit Rondvaart is op een tekening van een veld met korenaren geplakt, met eroverheen de tekst Navštivte Sovĕtsky – Tsjechisch voor “Bezoek de Sovjet [-Unie]”, hetgeen Van Genk enkele jaren na zijn reis naar Tsjechoslowakije ook daadwerkelijk zou doen.


NOTEN

[i] “Kunstverhaal: Het ‘Waarheidfestival’ van Willem van Genk door Ans van Berkum” (geraadpleegd 22 juni 2021). De WVG-nummers verwijzen naar mijn eigen (aanzet tot een) catalogue raisonné. Van Berkum eindigt haar analyse met de triomfantelijke observatie dat boven de ets ‘deels gecamoufleerd maar toch overduidelijk, het woord KUT’ staat. Dit lijkt me om meerdere redenen een uiterst twijfelachtige conclusie.  

[ii] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25. Zie hier voor meer informatie over de etsen.

[iii] ‘Rondvaart | 1966 | coloured etching | 15 x 23 cm’ (Ans van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 111).

[iv] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021. De kwalificatie ‘coloured etching’ in Een getekende wereld slaat mogelijk op het feit dat de inkt niet zwart maar sepia is. De afmetingen in Een getekende wereld lijken beter te kloppen dan die in de administratie van Stichting Collectie De Stadshof.

[v] “Jan Bernhard Meinen” (geraadpleegd 23 juni 2021).

[vi] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 129. Getuige het bijschrift (‘artist’) betreft het hier inderdaad een afdruk die afkomstig is van de kunstenaar zelf. De genummerde afdrukken werden verhandeld door Galerie Hamer.

[vii] Zie hier en hier.