Aanbevelend

Jozef van Genk met zijn twee oudste dochters voor zijn winkel in Voorburg, 1927. Links Leny, rechts Tiny (archief Marijke Bijmans)

Over de moeder van Willem van Genk, Maria Hoogstraten (1882-1932), duiken weinig nieuwe gegevens op. Hooguit is over haar familie nog het een en ander aan onbekende feiten te vinden, maar met haar zelf gaat het als met zo veel vrouwen uit voorbije tijden over wie men informatie boven water probeert te krijgen: het blijft bij het vaststellen van ouders, van geboorte-, huwelijks- en sterfdata, en van op de wereld gezette kinderen. In haar geval stond in ieder geval op haar huwelijksakte nog een beroep vermeld – modiste – waar andere bruiden het vaak met ‘beroep: zonder’ moesten doen.

Anders is het gesteld met vader Jozef van Genk, over wie na mijn initiële opsomming van biografische informatie nieuwe gegevens blijven opduiken. Eerder schreef ik onder meer al over zijn huwelijk met Maria Heesen en zijn stiefzoon; over zijn relatie tot zijn dochters; over zijn periode in Voorburg; over zijn oorlogsverleden; en over zijn vriendschap met de schilder Pierre Stordiau. Recentelijk vond ik informatie over de eerst drie decennia van zijn leven. Het beeld van Jozef van Genk wordt steeds completer, en daarmee ook het beeld van de jonge jaren van Willem van Genk en het milieu waarin hij opgroeide.

De eerste vermelding van Josephus Johannes Maria van Genk na zijn geboorte op 10 november 1887 is te vinden in het bevolkingsregister van Bergen op Zoom rond 1900, waar staat dat hij ‘naar kostschool Maastricht’ is gegaan; een datum ontbreekt. [1] Bij een volgende vermelding is hij op 7 november 1901 weer teruggekeerd in Bergen op Zoom uit Cadier en Keer – waarschijnlijk gaat het daarbij om dezelfde kostschool. [2] In december 1906 wordt hij afgekeurd voor militaire dienst. Een specifiek beroep heeft hij op dat moment niet. [3] Een maand later overlijdt zijn moeder, Cornelia Veraart, terwijl vader Wilhelmus van Genk al in 1901 is gestorven. De negentienjarige Jozef is dan voor de wet nog minderjarig en hij krijgt een voogd: Jan Peeters (1876), ‘boomkweeker te Steenbergen’, sinds 1904 de echtgenoot van zuster Adriana van Genk (1880). [4] Jozef gaat bij zijn voogd wonen en verhuist officieel op 8 februari 1908 naar Steenbergen.

In Steenbergen staat hij als boomkweker ingeschreven, het beroep van zijn voogd. [5] Hij vertrekt op 31 mei 1911 vanuit Steenbergen naar Naaldwijk, de woonplaats van zijn toekomstige echtgenote. Op 11 juni 1912 blijkt hij zich te hebben gevestigd in Berlicum, als tuinman en met als vorige woonplaats Naaldwijk. [6] Hij vertrekt op 25 juli 1912 vanuit Berlicum naar Loosduinen en verschijnt op 27 februari 1913 weer in Oudenbosch, dit keer als koopman. [7] Als bekend trouwt hij op 15 april 1913 in Naaldwijk met Maria Martina Hoogstraten; volgens de huwelijksakte is hij van beroep fruithandelaar en woont hij in Oudenbosch. Op 6 juli 1913 vertrekt hij officieel naar Roosendaal, waar hij al sinds 30 mei woont en waar hij staat ingeschreven als winkelier op Brugstraat 62. Hier worden zijn oudste dochters Tiny en Leny geboren. Het jonge gezin vertrekt op 8 oktober 1915 naar ’s-Gravenhage, waar ze bijna tien jaar zullen blijven en waar nog zeven dochters worden geboren.

Advertentie in De Grondwet, 26 april 1913

Over de winkel in Roosendaal is vrij veel bekend, via advertenties die Jozef van Genk zeer regelmatig plaatste in De Grondwet, ‘Roosendaal’s Nieuws- en advertentieblad’, dat één tot drie maal per week verscheen en dat later fuseerde met De Zoom uit Bergen op Zoom. Zijn winkel droeg de naam “Nieuwe Westlandsche Fruitwinkel” en verkocht naast groente en fruit ook andere, vaak ietwat luxe etenswaren. In de periode mei 1913 – februari 1914 adverteert Jozef van Genk daarom onder meer voor kaas, peperkoek, chocolade, bonbons, ‘Assorted Chocolade Biscuits’, ‘Roosendaalsche moppen’ en ‘de echte Engelsche sherry cake’. Peren zijn bij hem niet zo maar peren maar William Duchesse, Beurré Clairgeaux en Soldat Laboureur. Vrijwel alle advertenties eindigen met de woorden ‘Aanbevelend, Jos. van Genk’. [8]

Misschien mikt hij iets te hoog, want op 3 februari 1914 wordt hij failliet verklaard en een week later wordt de inboedel van zijn winkel in het openbaar verkocht. Belangstellenden kunnen bieden op onder meer ‘div. blikken Zalm, Sardines, Vruchten, Asperges, Doperwten, Tomaten Puree, Soepgroenten, div. fl. Olie, Piccalilli en Piccalillisaus, Bessenwijn en Bessensap, flac. met Vruchten, Elartine, Majonnaisesaus, benevens Bonbons, Chocolade, Vanillesuiker, Caramels, Maizena, Maggitabletten, Haagsche Hopjes, enz. enz. Voorts een Papiersnijmachine, Bascule met Gewichten, Kaastafeltje, 3 Gaslampen en alhetgeen verder ten verkoop zal worden aangeboden’. [9]

Advertentie in De Grondwet, 3 december 1914 (links) en 16 maart 1915 (rechts)

Pas in november 1914 verschijnen er weer advertenties voor de winkel, die kennelijk een doorstart heeft gemaakt onder de naam “Westlandsche Fruithandel”. Jozef van Genk verkoop nu ook incidenteel vis (paling, haring, ansjovis en bokking) en richt zich in zijn advertenties regelmatig op specifieke feest- en hoogtijdagen: ‘Roosendalers koop voor de Communie in je Fruitzaak diverse Appelen, Sinaasappelen, Noten, Trosrozijnen enz. enz. Aanbevelend, Jos. van Genk.’ [10] Begin 1915 is er een probleem geweest met een bezorger aan huis, waarvoor hij zich uitgebreid excuseert tegenover zijn clientèle. Hij heeft een nieuwe bezorger in dienst genomen, ‘een nette Belgische bediende […], die dagelijks mijne klanten zal bezoeken en aan wien alle boodschappen kunnen worden opgedragen.’ [11]

In september kondigt Jozef van Genk aan dat hij naar ’s-Gravenhage vertrekt maar dat de Westlandsche Fruithandel ‘door mijn Compagnon volgens gewoonten wordt voortgezet.’ [12] Die compagnon blijkt oudere broer Cornelis/Kees (1884-1945) te zijn die de winkel inderdaad overneemt, trouwt, een gezin sticht en de rest van zijn leven in Roosendaal blijft wonen. Het aantal advertenties in De Grondwet neemt onder zijn eigenaarschap drastisch af; ook worden ze aanmerkelijk soberder. Jozef zal in Den Haag ongetwijfeld verder zijn gegaan met adverteren, maar onbekend is in welke krant of blad.

Advertentie in De Grondwet, 3 december 1914 (links) en 16 maart 1915 (rechts)

De bewering van Tiny van Genk als zou haar vader een chocolaterie hebben gehad, is onjuist. Wel verkocht hij in zijn fruithandel onder andere chocolade, koek en bonbons, en leek hij zich voor een deel op het iets luxere marktsegment te richten. Zijn loopbaan van boomkweker naar fruithandelaar vertoont een zekere logica en verklaart ook waarom hij zich in de jaren dertig aanbiedt voor het snoeien van fruitbomen. De winkel behoort dan al tot het verleden, zoon Willem zal weinig herinneringen hebben gehad aan zijn vader als winkelier. Opvallend is natuurlijk wel de grote nadruk in zijn werk op reclames, voor de meest uiteenlopende producten, culminerend in de Arnhemse bus-assemblages die hij in de jaren tachtig en negentig maakte. Die levenslange gerichtheid op Arnhem (‘daar was hij vaak met vader geweest’, volgens zijn zuster Jacqueline) zou iets te maken kunnen hebben gehad met zijn oom Kees, die in 1915 de winkel in Roosendaal overnam. Kees was op 31 oktober 1908 vanuit Bergen op Zoom verhuisd naar Arnhem, waar hij op 28 februari 1910 nog steeds woonde. [13] Over de reden van zijn vertrek naar Arnhem of zijn verblijf heb ik helaas geen gegevens kunnen vinden.


NOTEN

[1] Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1900-1920, deel 8 G (West-Brabants Archief)

[2] Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1900-1920, deel 11 G (West-Brabants Archief)

[3] Lotingsregister voor de nationale militie, lichting 1907, klasse 1887 (West-Brabants Archief)

[4] Notariële archieven Bergen op Zoom, notaris W.J. van Gruting, Minuutakten, 1907 (West-Brabants Archief)

[5] Bevolkingsregister Steenbergen 1900-1920 (West-Brabants Archief)

[6] Bevolkingsregister Berlicum 1898-1921 (Brabants Historisch Informatie Centrum)

[7] Bevolkingsregister Oudenbosch 1890-1926 (West-Brabants Archief)

[8] Advertenties in De Grondwet op 26 april, 24 mei, 14 juni, 21 juni, 28 juni, 10 juli, 17 juli, 19 juli, 24 juli, 2 augustus, 5 augustus, 23 augustus en 4 oktober 1913

[9] De Grondwet, 7 februari 1914

[10] Idem, 16 maart 1915

[11] Idem, 23 januari 1915.

[12] Idem, 18 september 1915

[13] Respectievelijk: Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1900-1920, deel 11 G; en Notariële archieven Bergen op Zoom, notaris J.C.L. Schermer, Minuutakten, 1910 (West-Brabants Archief)

Ze rijden ook in Moskou

Detail Moskou (ca. 1965)

Zoals eerder opgemerkt, is niet bekend in welk jaar Willem van Genk voor het eerst de USSR bezocht – waarschijnlijk in de periode 1964-1967. Een mogelijke route staat afgebeeld op de ets Silja-Line (1967): met de boot vanuit STOCKHOLM via MARIEHAMN (op de ÅLANDSEILANDEN, schrijft Van Genk er ter verklaring bij) naar TURKU en/of HELSINKI en daarvandaan verder naar LENINGRAD. [1] Zijn vroege Moskou-tekeningen, en ook schilderijen als Metrostation Moskou, 1 mei Parade en Smolny Kathedraal, alle uit 1964, baseerde hij niet op eigen waarneming. Anders lijkt dat te zijn met de collages Moskou, 50 jaar Sovjet-Unie, Minsk-Mosca en Vervoer USSR, die de Sovjet-Unie voorstellen als het beloofde land en min of meer in het verlengde daarvan een schier eindeloze opsomming geven van gebouwen, landschappen en vervoermiddelen.

Wat dat laatste betreft raakte Van Genk in de Sovjet-steden, en vooral in Moskou, niet uitgekeken. Auto’s, bussen en trams waren niet nieuw voor hem, en ook metro’s en trolleybussen had hij al eerder gezien – die laatste zelfs in eigen land, zij het in beperkte mate. Ten tijde van zijn eerste USSR-reis had alleen Arnhem nog een trolley-netwerk; die in Nijmegen en Groningen waren al verdwenen en had hij mogelijk nooit met eigen ogen gezien. [2] In Moskou reed de trolleybus vanaf 1933, al verliep de introductie aanvankelijk ‘niet zonder slag of stoot: Stalin was een fel tegenstander. Hij was bang dat ze om zouden vallen, en niets kon hem van gedachten doen veranderen.’ [3]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de trolleybus zijn definitieve opmars in de USSR: ‘Doordat steden een enorme groei doormaakten, Moskou in het bijzonder, steeg ook de vraag naar nieuwe transportmiddelen. Maar het aanleggen van tramlijnen was te duur en de meeste bussen werden gebruikt op het front. De bussen die overgebleven waren stonden veelal stil vanwege een tekort aan benzine. De trolleybus bood uitkomst: hiervoor was noch benzine noch een trambaan vereist.’ [4] Het netwerk ontwikkelde zich tot een van de grootste ter wereld, met 95 routes en 25.000 reizigers per dag. In 2020 werd het vervoermiddel afgeschaft.

Zonder titel (trolleybus) | ca. 1985-1995 | gemengde techniek | 81 x 35 x 20 cm| Galerie Arte Magica, Haarlem

Begin 2016 verscheen op de website van galerie Arte Magica in Haarlem een foto van een bus-assemblage van Willem van Genk. Navraag leerde dat de bus te koop was en te bezichtigen bij de eigenaar. De prijs lag ‘rond de 40.000 euro’ en was ‘gebaseerd op een taxatie van Christies New York alwaar het in januari 2017 zal worden geveild op de Art Brut Auction.’ [5] De foto op de website van de galerie liet zien dat het om een binnen het oeuvre van Van Genk atypische trolleybus ging, met vrijwel geen zichtbare reclame (ook niet voor Ratelband Hap-Hoek of Pattisérie-Bonbonnerie Léon) en zonder aanwijzingen dat gebruik was gemaakt van een bouwplaat of koekjesdoos. Mogelijk ging het om een losgeraakt exemplaar van de installatie Busstation Arnhem, al was het ontbreken van enige verwijzing naar Arnhem in dat geval merkwaardig.

De bus dook weer op in 2019, tijdens de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum in Amsterdam, en was dus kennelijk niet verkocht op de veiling in New York. Het werk was in principe weer te koop via Arte Magica, zij het dat het OAM serieuze koopinteresse had en daartoe contact had gelegd met onder andere het Mondriaan Fonds om de financiering rond te krijgen. ‘Het OAM heeft het eerste recht van aankoop, maar met de ontbindende voorwaarde dat, indien een serieuze verzamelaar het werk van Willem van Genk wil kopen, dit zal worden gemeld bij het OAM. Als het museum dan op korte termijn geen concreet zicht heeft op de financiering, vervalt de afspraak met het OAM en is het werk te koop.’ [6]

Negen maanden later was de bus verdwenen uit de tentoonstelling en weer terug bij de eigenaar. ‘Het OAM is er niet in geslaagd om voldoende fondsen bij elkaar te krijgen voor de aankoop van de trolleybus. Het was […] de bedoeling dat de tentoonstelling ook in Lausanne te zien zou zijn. De […] trolleybus zou daar echter niet naartoe gaan, aangezien het museum al een aantal trolleybussen in de collectie heeft.’ [7] Voor de voorgenomen expositie in Sint Petersburg was de bus aanvankelijk wél ingecalculeerd, maar daar moesten (in juni 2020) nog afspraken over worden gemaakt met de eigenaar. Galerie Hamer bleek de bus ooit te hebben verkocht aan de Vlaardingse verzamelaar Joop Groen. De vraagprijs was begin 2021 gezakt naar 35.000 euro.

Twee bus-assemblages van Willem van Genk tijdens de tentoonstelling Woest. De onderste assemblage is de Russische trolleybus van galerie Arte Magica (foto’s: Jack van der Weide)

‘De trolleybussen van Van Genk uit de jaren tachtig zijn ontegenzeggelijk Arnhems’, schreef ik eerder, maar de bus van Arte Magica lijkt die uitspraak te logenstraffen. De galerie zelf omschrijft de assemblage als ‘een relatief grote Russische (Moskou) bus (ongeveer 81 x 35 x 20 cm) zonder reclame.’ Die laatste toevoeging is onjuist: op het dak van de bus is een deel uit een verpakking geplakt voor бисквити КАМЧИА, kennelijk een koekjesmerk (‘biskviti Kamchia’). De Kamchia is een 191 kilometer lange rivier in het oosten van Bulgarije; het gelijknamige koekjesmerk is als zodanig in 2021 niet meer via internet te vinden. Op de voorkant van de bus is onder meer МОСКъ te lezen.

Van Genk lijkt met de assemblage een model te hebben gemaakt van een trolleybus van het model MTB-82, waarbij de letters MTB staan voor Moskou Trolley Bus en het getal 82 voor het bedrijf Sawod Nr. 82, dat de bus ontwikkelde. Tussen 1945 en 1975 reden er zo’n 5000 bussen van dit model in een aantal steden in de Sovjet-Unie en ook in enkele Oost-Europese landen. In het tweedimensionale werk van Van Genk is de bus onder meer te zien op de collages Vervoer USSR en Moskou, en prominent op de ets Minsk.  

Omdat de Russische trolleybus tijdens Woest tentoongesteld was naast andere bus-assemblages, waren de verschillen en overeenkomsten goed te zien. In het algemeen bleken de individuele bussen significant groter te zijn dan die in de installatie Busstation Arnhem, wat de interpretatie van Ans van Berkum ondergraaft als zouden de individuele bussen ‘een onderdeel vormen van de grote installatie Trolleybusstation Arnhem, die in zijn flat aan de Harmelenstraat in Den Haag in de woonkamer was opgesteld. Ook al zijn veel bussen daarvan losgemaakt en als enkelvoudige stukken verkocht en verspreid, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze tot dat grote, finale werk behoren’. [8] De Russische bus van Arte Magica lijkt definitief een streep door die interpretatie te halen. [9]


NOTEN

[1] In 1993 maakt Van Genk een min of meer omgekeerde reis, opnieuw voor een deel per boot: ‘We gaan naar een reisbureau in Amsterdam waar hij ingewikkelde wensen op tafel legt, een reis via Warschau, Moskou en Leningrad naar Helsinki, Stockholm en Göteborg. Zo nodig corrigeert hij de reisagent die moeite heeft met een bootverbinding.’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 93)

[2] Er bestaat een tekening door Van Genk van Groningen waarop een trolleybus te zien is. Het valt echter te betwijfelen of de scène op eigen waarneming berust.

[3] “De Moskouse Trolleybus: nostalgisch symbool van vervlogen tijdenDe Moskouse Trolleybus: nostalgisch symbool van vervlogen tijden” (geraadpleegd 16 februari 2021)

[4] Ibid.

[5] E-mail van Rob van der Elst aan Jack van der Weide, 1 februari 2016.

[6] Idem, 24 oktober 2019.

[7] Idem, 3 juni 2020.

[8] Van Berkum, “Een vogel boven de stad”, p. 58.

[9] De titel van deze tekst is ontleend aan een fragment uit een brief van Willem van Genk aan de Brusselse galeriehoudster Françoise Henrion uit 1988