Pilsen 2

Pilsen 2 | ca. 1970 | gemengde techniek op board (boven) en doek (onder)| 94 x 75 cm | Collectie Arnulf Rainer, Wenen

In 1997 kreeg Nico van der Endt bezoek van de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer (1929): “Voor zijn inmiddels beroemde collectie outsiderkunst […] verwerft hij van Willem een drietal werken […]. Later in het jaar verwierf hij nog een autobus (assemblage).” [i] De werken die Rainer kocht waren respectievelijk Leipzig (WVG-0011), Tank (WVG-0018), Pilsen 2 (WVG-0043) en de assemblage WVG-6023. Het was de organisatie van de tentoonstelling Woest niet gelukt om contact met Rainer te leggen, [ii] zodat de werken later dat jaar niet te zien waren in het Outsider Art Museum in Amsterdam.

Pilsen 2 is een merkwaardig hybride werk dat Van Genk in ieder geval voor een deel leek te hebben gemaakt naar aanleiding van zijn reis naar Tsjechoslowakije in 1963, waarover ik eerder schreef (hier). Het is overduidelijk samengesteld uit twee delen, die op enig moment aan elkaar werden bevestigd. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 staat in het bijschrift “Bovendeel olie op    | Onderdeel olie op    “, alsof er voor de respectieve ondergronden twee verschillende materialen waren gebruikt. Nico van der Endt bezat nog de verkoopnota uit 1997, waarop inderdaad stond dat het bovenste deel op board was geschilderd en het onderste deel op doek. [iii]

Het bovenste deel van Pilsen 2 toont een drietal zeppelins in een decor van een luchthaven annex montagelocatie, met rechts een hangar, in het midden een ankermast, daartussenin een zeppelin in aanbouw en boven in beeld de onderzijde van een raketvormig luchtschip of projectiel. De zeppelin links lijkt recht op de toeschouwer af te komen, die in het midden ligt aangemeerd aan de ankermast. De kleinere zeppelin rechts vliegt weg. Op de staart van de middelste zeppelin is een rood vlaggetje met een hamer en een sikkel te zien. Tegen de horizon zijn enkele kleine gebouwen geschilderd, met name achter de ankermast. Linksboven is een logo van het tijdschrift LIFE aangebracht.

Het procedé om een afbeelding voor te stellen als de omslag van een tijdschrift, meestal Life, werd door Van Genk vaker gebruikt in werken op board die hij rond 1970 maakte. Het logo van Life komt voor op elf werken, allen behorend tot wat Dick Heesen de ‘gele serie’ noemde (zie hier). In die werken zijn daarnaast ook logo’s te zien van de tijdschriften REVUE en REALTA SOVIETICA en The National Geographic Magazine (op Collage ’70 = WVG-0069), van Look en BUNTE (op World Aircraft I – KLM = WVG-0074) en van FLIGHT (op Airports I – Tokyo Haneda (Int.) = WVG-0075). Een groot deel van deze werken komt voor op het lijstje dat Addy van Genk begin 1972 stuurde aan Pieter Brattinga, met recente werken van haar broer (zie hier).

Ook op dat lijstje stonden de twee Project Asbery-werken met prominente Sovjet-zeppelins, die lieten zien dat de mogelijkheid van Sovjet-Russische luchtschepen Van Genk eind jaren zestig duidelijk bezighield (zie hier). Met name Het project Asbery – Havanna (WVG-0067) toont opmerkelijke overeenkomsten met het bovenste deel van Pilsen 2. Naast voor de hand liggende paralellen als de grote zeppelin(s) en het logo van Life, kent ook Het project Asbery – Havanna een decor van een luchthaven annex montagelocatie, zij het iets meer op de achtergrond. Link is een zeppelin aan een ankermast te zien, rechts een rij hallen voor montage, onderhoud of opslag. Net als op het bovenste deel van Pilsen 2 zijn de genoemde beeldelementen in blauw uitgevoerd om ze te onderscheiden van de voorstelling op de voorgrond. In beide werken zijn tegen de horizon enkele uiterst kleine gebouwen te zien, die de omvang van de zeppelins benadrukken. Het project Asbery – Havanna lijkt in een aantal opzichten een verbeterde, uitgewerkte versie te zijn van het bovenste deel van Pilsen 2, dat daarmee ca. 1965-1970 kan worden gedateerd.

Op het onderste deel van Pilsen 2 is, net als op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen, de oostzijde van het centrale plein van Pilsen te zien, het Náměstí Republiky. Een oriëntatiepunt vormt het hoekgebouw met de toren rechts, met op beide werken het woord KAVARNA (café) boven de hoofdingang. Een verschil is dat de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen een laag perspectief kent en dat daar de Sint-Bartholomeüskathedraal hoog boven de andere gebouwen op het plein uittorent. Op het onderste deel van Pilsen 2 is juist sprake van een hoger perspectief en is de kathedraal niet te zien. Mogelijk wordt juist vanáf de kathedraal gekeken, het stenen ornament in de linker bovenhoek zou in die richting kunnen wijzen.

De gebouwen op het plein zijn voorzien van een grote hoeveelheid teksten, op de daken van de gebouwen is onder meer ŠKODA-PLZĚN-LENINA en Fabrika-Pharmačeutica “PLZĚN CINDERELLAH” en JACOBOWITSCH te lezen. De grotere teksten hebben voor een deel betrekking op de 1 mei-viering: RUDÉ PRÁVO 1 MÁJ en (cyrillisch) 1 MAЯ. Aan de onderzijde van de afbeelding zijn inderdaad de rode vlaggen van een 1 mei-optocht te zien, die ook aan de gebouwen hangen. Verder is het plein gevuld met, en omgeven door touringcars, auto’s, spandoeken, trams en trolleybussen. Midden op het plein spuit een fontein, in de lucht hangt een vliegtuig en aan de horizon zijn de contouren van fabrieken afgebeeld. Links en rechts op de afbeelding zijn met witte verf twee maal twee over elkaar liggende, transparante vierkanten geschilderd, waarbij de overlappende delen gearceerd zijn.

Detail Pilsen 2

In de lucht boven het marktplein heeft Van Genk vier kleinere inzetstukken ingevoegd, drie tondo’s en een achthoek. De kleinste tondo links bevat een afbeelding van een groep personen met erdoorheen teksten of tekens in wit en geel. Mogelijk gaat het om een begrafenis of een rituele verbranding. De witte ‘tekens‘ zouden dan rook kunnen voorstellen; in de gele tekens is ’70 te onderscheiden. Rondom de tondo is een witte rand aangebracht die doet denken aan het papier onder een taart of gebakje. In de grotere achthoek ernaast is een oude stoomtrein te zien in een landschap met een koe die BUH! roept (wellicht tegen de trein die WUH zegt); in het gras ligt een koeienvlaai.

Weer verder naar rechts staat een tondo met een blauwe rand en daaromheen tekst VISIT THE RAILWAY MUSEUM LONDON TRANSPORT VETERAN CARS UNDERGROUNDLINES. Afgebeeld is een groep personen in een soort ouderwetse touringcar met de teksten MILLINGATE – NEW GATE en THE DUNLOP en GENERAL en AUTOMATON LINE OMNIBUS. Op de achtergrond is de Tower Bridge in Londen te zien, op de voorgrond een hond die WAF roept. Het vierde inzetstuk is een tondo met een versierde gele rand, een abeelding van een sneltrein in een landschap met daaronder de tekst INDONESISCHE STAATSSPORWEGEN. Over de tondo is met witte verf een spinnenweb geschilderd.

Rondom het onderste deel van Pilsen 2 is een rode rand aangebracht met daarop in witte letters een Poolse tekst – PO CO DtUGO SZUCAć? JEžELI WSZYSTKIE WIADOMOśCI O POLSCE, en zo verder. Met enige schrijffouten staat er ongeveer: “Waarom zo lang zoeken? Al het nieuws over Polen is te vinden in de maandelijkse uitgave Polska. Bestellingen en informatie: Mazowiecka straat 11, Warschau. Het tijdschrift Polska transporteert je elke maand als een vliegend tapijt.” [iv] Het gaat derhalve om een reclametekst voor het maandblad Polska, waarbij rood en wit inderdaad de kleuren van de Poolse vlag zijn.

(wordt vervolgd)


[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109.

[ii] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 16 juli 2019.

[iii] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 2 september 2019.

[iv] Met dank aan Karolina Gościniak. De vertaalmachines op internet hadden met name moeite met de woorden ZACZAROWANY DYWAN (betoverd tapijt, i.e. vliegend tapijt): een onverwacht beeld, waarbij Van Genk ook nog de tweede Z in spiegelschrift had geschreven.

Station

Centraal Station Amsterdam | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 130 x 110,5 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

In de roman Brullen (2015) van Marie Kessels staat de hoofdpersoon, fotograaf Dana, met haar vriend Joachim naar opstijgende vliegtuigen te kijken:

Ieder vliegtuig afzonderlijk doemde nu weer voor hem op als een schitterend, imposant object. Op een gegeven ogenblik zagen we er een recht van voren, puur dreiging, boosaardigheid en schoonheid, zoals de schizofrene kunstenaar Willem van Genk het heeft geschilderd in zijn Cubaanse luchthaven, waar we allebei veel van houden omdat het een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk is. Het laat ons zo goed voelen wat het van een kunstenaar vraagt om door de glazen wand heen te breken die ons van de werkelijkheid scheidt.

Ik wees. ‘Kijk, net die ene Van Genk met dat vliegtuig recht van voren! Vind je niet dat het bijna de energie heeft van een tijger die losbreekt en je ieder moment kan verscheuren, die je dwingt je zo snel mogelijk uit de voeten te maken? Maar je springt er niet voor opzij en je zoekt geen veilig heenkomen.’

Joachim knikte en verzonk in gepeins. Misschien hoorde hij in gedachten Willem Frederik Hermans’ bewonderende woorden: ‘Willem van Genk is in een web gevangen, zoals iedereen. Maar hij heeft toch het overzicht over het geheel behouden. Zijn tekeningen zijn huiveringwekkend mooi, maar zullen menigeen herinneren aan iets wat hij liever vergeet.’ [i]

Kessels’ typeringen van “dreiging, boosaardigheid en schoonheid” en “een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk” getuigen van een scherp inzicht in het werk van Van Genk. Ze sluiten aan bij onder meer Nico van der Endts stelling dat bij Van Genk tegendelen altijd samengaan, dat er sprake is van nevenschikking van traditioneel tegenstrijdige begrippen (macht vs. onmacht, angst vs. verlangen). [ii] Ook W.F. Hermans gaf al in 1964 aan dat in zijn spinnenweb-metafoor Van Genk niet óf de spin óf het slachtoffer van de spin is, maar beide: macht en onmacht, controle en overweldiging bestaan in zijn werk naast elkaar. [iii]

Het belang van het werk van Willem van Genk voor de roman komt tot uitdrukking in het omslagbeeld, dat een ander werk van de kunstenaar toont: Centraal Station Amsterdam (WVG-0042), een collage die net als Cubaanse luchthaven | World Aircraft II – Cubana Airways (WVG-0073) in het bezit is van Stichting Collectie De Stadshof. [iv] Met de inhoud van de roman lijkt die collage echter weinig van doen te hebben. Treinen en stations spelen slechts een marginale rol in het boek en hoewel er sprake is van een “geluidscollage” (229) en van “paranoïde geesten” met “hun volstrekte fixatie op alles wat er niet deugt aan deze wereld” (182) – een beschrijving die op Van Genk zou kunnen slaan – is het moeilijk om een verband te leggen.

Centraal Station Amsterdam is een van de ongeveer vijftien collages op papier die Willem van Genk in de jaren zestig maakte met gebruikmaking van voornamelijk oudere tekeningen. Twee van die collages, Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052) en Amsterdam (WVG-0047), kwamen eerder uitgebreid aan bod (hier en hier) en ook in dit geval gaat het om grote en kleine tekeningen met ingevoegde fragmenten, tondo’s en teksten. Het werk bestaat ruwweg uit twee helften, waarop tweemaal een spoorwegemplacement wordt getoond. In het bovenste deel van de collage is die centrale tekening minder groot en is onder meer ook een landschap met molens te zien. Opvallend zijn de teksten CENTRAAL STATION (bovenste deel) en FALLER [v] (rechts onder), gele en rode inzetstukken (met name in het onderste deel) en een meisjeshoofd (links onder). De aandacht van de kijker wordt echter vooral getrokken naar de door stoomwolken omgeven treinen in het onderste deel, op een emplacement dat een (voor Van Genk typisch) nadrukkelijk symmetrisch lijnperspectief kent met het stationsgebouw als verdwijnpunt.

Ans van Berkum merkte eerder op dat in Centraal Station Amsterdam “een verbinding [wordt gelegd] tussen Amsterdam Centraal Station en een station in Moskou”. [vi] Inderdaad gaat het in de onderste centrale tekening niet om een Nederlands maar om een Russisch station, waarschijnlijk in Moskou. [vii] De opschriften op de treinen zijn gesteld in cyrillisch schrift en om alle twijfel weg te nemen heeft een van de stoomlocomotieven het woord CCCP op de voorkant staan. In de bovenste centrale tekening gaat het wel degelijk om het Centraal Station in Amsterdam. Het stationsgebouw zelf ligt verscholen achter het bord met het woord STATION, erboven is wel de torenspits van de niet meer bestaande Maria Magdalenakerk van Pierre Cuijpers aan de Spaarndammerstraat te zien.

De titel Centraal Station Amsterdam is daarmee voor dit werk niet helemaal juist. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 was de titel Centraal Station, en het weglaten van de plaatsnaam lijkt een goede oplossing. Het gaat in deze collage om een nevenschikking van Nederland en de Sovjet-Unie, meer specifiek van Amsterdam en Moskou, aan de hand van met name twee grote treinstations. Op de strook tussen het bovenste en het onderste deel van het werk staat de treinroute tussen die beide stations getekend, langs alle steden die onderweg worden aangedaan. In Nederland voert de route van AMSTERDAM (geheel links) via onder meer APELDOORN, DEVENTER en OLDENZAAL naar West-Duitsland (met Die Deutsche Bundesbahn) waar BENTHEIM, OSNABRÜCK, HANNOVER en BRAUNSCHWEIG worden gepasseerd.

In de Deutschen Demokratischen Republik (met de Deutsche Reichsbahn) gaat de reis langs BRANDENBURG, POTSDAM, BERLIN en FRANKFURT (ODER),naar de Volkspolen in Polska. Na WARSZAWA en BREST/LITOWSK begint de C.C.C.P., waar MINSK en SMOLENSK kennelijk belangrijke stations zijn. Het traject eindigt in MOSKOU, helemaal rechts op de strook. Die heeft, mede door de langgerekte vorm, wel iets weg van de Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana), de Romeinse reiskaart die de lijn als principe kent. Weliswaar ís de route van Amsterdam naar Moskou ook een min of meer horizontale lijn, maar gezien vanuit een trein lijkt deze nog veel rechter. Daarbij is het beeld van de wereld die zich aanpast aan de reiziger ook een aantrekkelijke metafoor voor de blik van Van Genk op de werkelijkheid.

Detail Centraal Station Amsterdam

Het onderste, Moskovitische deel van Centraal Station Amsterdam is relatief helder van opzet, met één centrale tekening en een aantal kleinere inzetstukken. Die inzetstukken kennen bovendien gedeeltelijk een logische opbouw, met vliegtuigen aan de bovenkant (waaronder een afbeelding van de luchthaven Vnukovo) en een tekening van de metro aan de onderkant. Het bovenste, Amsterdamse deel van het werk is veel meer gefragmenteerd, zowel formeel als inhoudelijk. Ook hier onder meer een metro en vliegtuigen, maar de metro (herkenbaar aan een grote rode M) is van Rotterdam en het squadron ernaast vliegt boven een Russische stad. Daar weer naast is een tekening van (blijkens het opschrift) TOKYO geplaatst.

Boven de centrale tekening van het station in Amsterdam heeft Van Genk opnieuw de tegenstelling Amsterdam/Moskou tot uitdrukking gebracht, met twee iets grotere, naast elkaar geplaatste tekeningen. Op de rechter tekening rijdt een tram langs het water door een landschap met molens. Het betreft de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Haarlem die langs de Haarlemmertrekvaart rijdt op de Haarlemmerweg, met nog nauwelijks bebouwing. De molens zijn de 1200 Roe, de 1100 Roe en Molen de Bloem. [viii] Rechts heeft Van Genk een gebouw getekend met het opschrift ONS GENOEGEN: een buurtboerderij aan de Spaarndammerdijk.

Dit Hollandse landschap met water en molens staat in contrast met de tekening links ervan, een emplacement in de Sovjet-Unie met modern materieel in een industriële omgeving. In een begeleidende tekst laat Van Genk geen misverstanden bestaan over zijn boodschap: stijging van de electrische productie van 1940 tot en met 1953. De Sovjetunie produceert momenteel (1953!) zeventig (70) maal zoveel electrische energie als het oude Rusland in 1913. Ter verduidelijking is over de afbeelding een staafgrafiek getekend met cijfers voor respectievelijk 1940, 1946, 1950 en 1953. Duidelijk is daarmee dat in ieder geval dit deel van het werk significant ouder is dan de volledige collage, die rechtsonder het jaartal (19)66 meekrijgt. [ix]

Van Genk lijkt in het bovendeel van Centraal Station Amsterdam minder gestructureerd en meer associatief te werk te zijn gegaan dan in het deel eronder. Steden en vervoer zijn de belangrijkste motieven, waarbinnen voor zijn werk specifieke elementen te zien zijn: Bergen op Zoom, Arnhem, een TURMAC-reclame op een tram, de Beurs van Berlage, namen van luchtvaartmaatschappijen et cetera. Vertrouwd is ook het vermelden van boektitels: onder meer de boeiende Rembrandtroman van Theun de Vries (i.e. Rembrandt. Meester tussen licht en donker) en Amsterdam oud en nieuw  STEMMINGEN EN STUDIES door Corn J GIMPEL en H HEUFF en Van paardetram naar dubbelgelede door Ir Leideritz WJM (ondertitel: “Een historische terugblik op ruim 100 jaar bussen en trams in Amsterdam”) – om me te beperken tot de linker bovenhoek. [x]

Detail Centraal Station Amsterdam. Links Bergen op Zoom, rechts Arnhem

Centraal Station Amsterdam is op verschillende manieren in verband te brengen met andere collages op papier van Willem van Genk: via de verwijzingen naar Amsterdam met Amsterdam (WVG-0047), via de opvallende stoomwolken in het onderste deel met Vervoer USSR (WVG-0060), via de nadruk op treinen met Bahnhöfe van weleer (WVG-0051). Uiteraard dient eveneens te worden gewezen op de vele collages over de Sovjet-Unie: Moskou (WVG-0053), Minsk-Mosca (WVG-0055), 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), Vervoer USSR, zeker ook Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) en zelfs Urbanisme et Architecture (WVG-0054). In het algemeen vormen de collages op papier misschien wel het meest ontoegankelijke deel van het oeuvre. De esthetische waarde ervan is niet altijd voor de hand liggend, maar de fascinerende werking is vrijwel grenzeloos.


NOTEN

[i] Marie Kessels, Brullen (Amsterdam 2015), p. 219. Een afbeelding van Cubaanse luchthaven (eigenlijk World Aircraft II – Cubana Airways) is hier te zien. Het personage Joachim kent de tekst van Hermans mogelijk omdat die schrijver “een van zijn helden” is (181).

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25.

[iii] Hermans, ‘De werkelijkheid van Willem van Genk’, p. 9.

[iv] Het colofon vermeldt slechts “Omslagbeeld Willem van Genk”, zonder titel (of fotograaf).

[v] Faller is “een Duitse fabrikant van modelspoorbaantoebehoren en in het verleden van racebaansystemen” (Wikipedia).

[vi] Carine Neefjes, ‘Curator Ans van Berkum onderzoekt oeuvre Willem van Genk’, in: Outsider Art Now, vol. 2 (2018), pp. 7-17 (9).

[vii] Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gaat het om het Kiev-station in Moskou, dat Van Genk in meerdere werken vastlegde.

[viii] Cf. ‘De Haarlemmertrekvaart en de Haarlemmerweg’ (geraadpleegd 31 augustus 2021).

[ix] De volledige tekst in het tondo rechtsonder: BRAGAH STUDIO / COPYRIGHT hilversum / PIETER BRATTINGA 66 / [onleesbaar] / WFAM van GENK / ‘s GRAVENHAGE.

[x] De naam ‘Leideritz’ keert terug in de context van een bus-assemblage van Van Genk, WVG-6022 (zie hier). In de catalogus van de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic in het American Folk Art Museum in New York (2014) was sprake van een assemblage onder de titel Untitled (Plan Leideritz Trolley). Navraag leerde dat deze titel betrekking had op een tekst op de bus.