Voorburg

Hoek Van de Wateringlaan/Van Wassenaerstraat in Voorburg. Op de benedenverdieping no. 25, het woon/winkelpand van het gezin Van Genk. Foto: Google Street View, april 2019

Het gezin van Jozef van Genk woonde tussen 1925 en 1939 in Voorburg, waar in 1927 zoon Willem werd geboren. Tot nog geen jaar geleden moesten we het voor wat betreft deze periode in het leven van de kunstenaar voornamelijk doen met de verhalen van zus Tiny, via de filters van Dick Walda en Ans van Berkum. De afgelopen maanden wist ik mondjesmaat gegevens boven water te krijgen die iets meer duidelijkheid schiepen over onder andere het tweede huwelijk van Jozef van Genk en de uiteindelijke verhuizing terug naar Den Haag. Recentelijk spoorde Jan Vellekoop in het Gemeentearchief in Den Haag een setje gezinskaarten op dat het bestaande beeld van de Voorburgse jaren aanzienlijk verscherpt.

Jozef en Maria van Genk verhuisden in juni 1925 van Den Haag naar Voorburg. Jozef was op dat moment 37 jaar oud, zijn vrouw 42 en er waren negen dochters, in de leeftijd van elf tot een. Het gezin kwam te wonen op het adres Van de Wateringelaan 25, een woon/winkelpand op de hoek met de Van Wassenaerstraat, waar op 1 september Van Genk’s Fruithandel officieel werd geopend. [1] Anderhalf jaar later, toen Maria van Genk op het punt stond opnieuw te bevallen, gingen dochter Leny (12), Nora (10), Jacqueline (8), Riet (7) en Agnes (6) naar het (uiteraard Rooms-katholieke) internaat Duinzigt in Oegstgeest, dat naast een kleuterschool en een lagere school ook een zevende en een achtste leerjaar kende. Oudste dochter Tiny (13) volgde begin juni, waarschijnlijk had zij tijdelijk de huishoudelijke taken van haar moeder opgevangen na de geboorte van Willem op 27 april. Ook Isabella (5) vertrok in september naar Oegstgeest, aan het begin van een nieuw schooljaar. Willy (4) en Addy (10) bleven daarmee als enige meisjes in Voorburg – Willy waarschijnlijk omdat zij nog te jong was, Addy mogelijk vanwege haar zwakke gezondheid. [2]

Eind juli 1929 keerden Tiny, Leny, Jacqueline, Riet, Agnes en Isabella uit Oegstgeest terug naar Voorburg; Nora volgde op 7 augustus. Half september vertrok Nora met Addy en Willy, die nog nooit van huis waren geweest, naar een kostschool in Leuven. Een maand later volgden de andere zes zusjes. Alle negen dochters waren daarmee het huis uit, alleen Willem woonde nog bij zijn ouders. In januari 1931 schreef Jozef van Genk de eerder geciteerde brief aan zijn dochters in België, waar alleen Nora niet goed haar best leek te doen: ‘Kinderen wij jullie ouders zijn zeer tevreden hoor. Werkt allen even hard dit jaar, houdt Nora in de lijn, geef haar een goed voorbeeld.

Op 25 november 1932 overleed Maria van Genk-Hoogstraten op 49-jarige leeftijd. Twee maanden later werd Van Genk’s Fruithandel opgeheven. [3] In februari 1933 keerden Tiny (19), Nora (16) en Jacqueline (14) na meer dan drie jaar vanuit Leuven terug naar Voorburg: de oudste dochters minus Leny en Addy, die in België bij de vier jongsten bleven. Kort daarvoor was Jozef van Genk verhuisd naar Van Aremberglaan 157 – het woon/winkelpand aan de Van de Wateringelaan, een paar honderd meter verderop, moest immers worden verlaten. Ook Addy (16) keerde begin augustus terug uit België, zij had kennelijk eerst het lopende schooljaar afgemaakt.

In 1934 leek Jozef van Genk een nieuw begin te (willen) maken. Op 9 mei trouwde hij in Den Haag op 46-jarige leeftijd met de 39-jarige weduwe Maria Heesen, wier zoon Herman (11) met haar meekwam naar Voorburg. Kort na het huwelijk verhuisde het gezin van Genk naar Van Aremberglaan 86, tegenover de vorige woning aan Van Aremberglaan 157 waar ze slechts anderhalf jaar hadden gewoond. Dochter Riet (14) keerde eind september uit België terug naar huis; op het nieuwe adres woonden daarmee op dat moment negen personen. In april 1934 werden dat er tien, toen ook Maria Heesens dochter Christina (16) vanuit Enschede naar Voorburg kwam, waar ze een week later haar zeventiende verjaardag vierde. Haar verblijf was kennelijk geen succes, want nog geen zes weken later ging ze al weer terug naar Enschede.

Op 5 juni 1935 verscheen er een advertentie in de Haagsche Courant: ‘TUINMAN biedt zich aan voor het snoeien van fruitboomen, zomersnoei. Adres: J. van Genk, v. Aremberglaan no 86, Voorburg.’ Tiny zou later spreken over haar vader als eigenaar van een chocolaterie die daarna ging werken bij de Arbeidsinspectie in Den Haag. [4] De datum van die overstap is onduidelijk, maar op de kaarten van Voorburg wordt Jozef van Genk uitsluitend aangeduid als ‘fruithandelaar’. In ieder geval was de winkel al vanaf 1933 niet meer zijn eigendom en kluste hij kennelijk bij als tuinman – dat een fruithandelaar verstand had van fruitbomen, lag voor de hand. Drie jaar later bood hij zijn diensten nog steeds aan: ‘TUIN IN ORDE? Uw tuin één stukje natuurschoon. Advies gratis. Aanleg en onderhoud door vakman. Aanbev., JOS M VAN GENK’. [5]

V.l.n.r. Tiny, Leny en Nora van Genk, jaren dertig

In september 1935 vertrok de inmiddels jongvolwassen Nora (19) naar Naaldwijk. Haar nieuwe adres daar, Heerenstraat 1, was dat van haar ooms Arie en Jan Hoogstaten, twee ietwat zonderlinge maar zeer welgestelde broers van haar moeder die in Naaldwijk meerdere panden bezaten. Diezelfde maand ging Herman van Vlaardingen naar het internaat van de Kruisvaarders van St. Jan in Rijswijk, enkele dagen na zijn dertiende verjaardag. Hij zou niet meer naar Voorburg terugkeren. Het nu iets kleinere gezin Van Genk verhuisde opnieuw, dit keer naar Van Alphenstraat 93. Begin oktober vertrok Addy (18) naar haar oom en tante Van der Ouderaa in Bergen op Zoom. [6]

In maart 1936 keerden nog drie dochter terug uit België: Agnes (15), Isabella (14) en Willy (12) hadden zesenhalf jaar in Leuven gewoond. Leny hield het tot 1938 vol en was drieëntwintig toen ze terug naar Voorburg kwam. Dit suggereert dat zij al bezig was met haar voorgenomen intrede als kloosterlinge. In juni 1936 verhuisde Maria Heesen naar De Bilt; haar huwelijk met Jozef van Genk was kennelijk al na twee jaar officieus voorbij. In het najaar ging ook Tiny bij haar familie in Naaldwijk wonen, terwijl Addy in het voorjaar van 1937 juist weer terugkeerde naar Voorburg.

Begin 1939 gingen Addy en Jacqueline samen op kamers wonen op een adres in het centrum van Den Haag. [7] Een maand later vertrok Willem naar het internaat in Harreveld, waarna Jozef van Genk met zijn dochters Leny (23), Riet (19), Agnes (18), Isabella (17) en Willy (15) verhuisde naar Magnoliastraat 10 in Den Haag. Hier stoppen de gegevens op de gezinskaarten en zijn (vanuit die bron) de bewegingen van de Van Genks niet meer te volgen. Mogelijk voegden Addy en Jacqueline zich korte tijd later bij het gezin – in de Haagsche Courant stond op 1 juli 1939 een advertentie voor onder andere een ‘zo goed als nieuw, 2-persoons opklapbed’, met als adres Westeinde 195. De verhuizing van Voorburg naar Den Haag had mogelijk te maken met Jozefs nieuwe baan bij het Gewestelijk Arbeidsbureau. Een jaar later kwam ook Willem vanuit Harreveld weer naar huis. [8]


NOTEN

[1] Volgens de oude gezinskaart van Den Haag vertrokken de Van Genks naar het adres Van Heurnstraat 87 in Voorburg, volgens de gezinskaarten van Voorburg was het eerste adres in die gemeente Van de Wateringelaan 25. Het Handelsregister Zuid-Holland geeft 1 september als de officiële vestigingsdatum van ‘Van Genk’s Fruithandel – winkel in groenten en fruit, Van Wateringelaan 25 in Voorburg’.

[2] Volgens Tineke Dietvorst, dochter van een neef van de kinderen Van Genk, was Addy ‘heel fragiel’ (interview met Pierre en Tineke Dietvorst, 17 oktober 2018).

[3] In het Handelsregister Zuid-Holland staat op het document met oprichtingsgegevens de opmerking: ‘Handelszaak Januari 1933 opgeheven’. Een separaat document geeft aan dat Van Genk’s Fruithandel op 29 september 1933 formeel van eigenaar wisselde.

[4] Walda, Koning der stations, p. 31.

[5] Haagsche Courant, 22 november 1938.

[6] Willem was bij deze tante en oom opgevangen na het overlijden van zijn moeder, maar zijn woonplaats werd voor dit verblijf niet aangepast op de gezinskaarten.

[7] Het adres is Westeinde 195. In de Haagsche Courant staan rond deze tijd voortdurend advertenties voor woonruimte op dit adres, onder andere op 2 februari: ‘TE HUUR nette gemeubil. zit-sl.-kamer voor 2 personen, ƒ 4 per week.’

[8] De precieze data:

  • 19 juni 1925 – verhuizing vanuit Den Haag naar Van de Wateringelaan 25 in Voorburg
  • 28 februari 1927 – Leny, Nora, Jacqueline, Riet en Agnes vanuit Voorburg naar Oegstgeest
  • 3 juni 1927 – Tiny vanuit Voorburg naar Oegstgeest
  • 16 september 1927 – Isabella vanuit Voorburg naar Oegstgeest
  • 27 juli 1929 – Tiny, Leny, Jacqueline, Riet, Agnes en Isabella vanuit Oegstgeest naar Voorburg
  • 7 augustus 1929 – Nora vanuit Oegstgeest naar Voorburg
  • 14 september 1929 – Nora, Addy en Willy vanuit Voorburg naar Leuven
  • 12 oktober 1929 – Tiny, Leny, Jacqueline, Riet, Agnes en Isabella vanuit Voorburg naar Leuven
  • 2 februari 1933 – verhuizing (Van Aremberglaan 157)
  • 16 februari 1933 – Tiny , Nora en Jacqueline vanuit Leuven naar Voorburg
  • 4 augustus 1933 – Addy vanuit Leuven naar Voorburg
  • 8 mei 1934 – Herman van Vlaardingen vanuit Renkum naar Voorburg
  • 5 juni 1934 – verhuizing (Van Aremberglaan 86)
  • 28 juni 1934 – Maria Heesen vanuit Den Haag naar Voorburg
  • 28 september 1934 – Riet vanuit Leuven naar Voorburg
  • 13 april 1935 – Christina van Vlaardingen vanuit Enschede naar Voorburg
  • 25 mei 1935 – Christina van Vlaardingen vanuit Voorburg naar Enschede
  • 5 september 1935 – Nora vanuit Voorburg naar Naaldwijk
  • 10 september 1935 – Herman van Vlaardingen vanuit Voorburg naar Rijswijk
  • 11 september 1935 – verhuizing (Van Alphenstraat 93)
  • 1 oktober 1935 – Addy vanuit Voorburg naar Bergen op Zoom
  • 5 maart 1936 – Agnes, Isabella en Willy vanuit Leuven naar Voorburg
  • 25 juni 1936 – Maria Heesen vanuit Voorburg naar De Bilt
  • 22 augustus 1936 – Tiny vanuit Voorburg naar Naaldwijk
  • 14 april 1937 – Addy vanuit Bergen op Zoom naar Voorburg
  • 26 augustus 1938 – Leny vanuit Leuven naar Voorburg
  • 6 oktober 1938 – Nora vanuit Naaldwijk naar Voorburg
  • 17 januari 1939 – Nora vanuit Voorburg naar Naaldwijk
  • 15 maart 1939 – Addy en Jacqueline vanuit Voorburg naar Den Haag
  • 27 april 1939 – Willem vanuit Voorburg naar Harreveld
  • 28 juli 1939 – Jozef van Genk, Leny, Riet, Agnes, Isabella en Willy van Voorburg naar Den Haag

Schwebebahn

062 Schwebebahn M

Schwebebahn Wuppertal | ca. 1965 | olieverf op hardboard | 61 x 61 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen | foto: Museum van de Geest, Haarlem

Sommige werken van Willem van Genk worden vaker afgebeeld dan andere. Factoren daarvoor zijn met name voorstelling en beschikbaarheid. Zelfportret in de Ark sierde in 1997 het omslag van Koning der stations van Dick Walda, vooral vanwege de weergave van het gezicht van de kunstenaar. Het werk is momenteel echter in bezit van het Museum of Everything van James Brett, waardoor het in Nederland minder vaak te zien is. Zelfportret – Zwakzinnigennazorg werd in 2010 gebruikt voor het omslag van Willem van Genk bouwt zijn universum en is in bezit van Stichting Collectie de Stadshof. Beide grote zelfportretten maakten deel uit van de tentoonstelling Woest maar behoorden tot de eerste werken die door de respectieve eigenaars weer werden teruggehaald. Van Stichting Collectie de Stadshof zijn ook World Aircraft II – Cubana Airways (Cubaanse luchthaven), Great Railroads of the World en Het project Asberry – Havanna (Project Asbery II), eveneens relatief populaire en daardoor vaker afgebeelde werken.

Schwebebahn Wuppertal is in particulier Nederlands bezit en wordt net als bijvoorbeeld Station Berlin Ost (idem) regelmatig ter beschikking gesteld voor tentoonstellingen. Beide eigenaren bezitten meerdere Van Genks, maar de voorkeur gaat bij afbeeldingen duidelijk uit naar de genoemde werken die tegelijkertijd compact, representatief en compositorisch aantrekkelijk zijn. Station Berlin Ost staat afgebeeld in Een getekende wereld, in Willem van Genk bouwt zijn universum en in Woest, werd gebruikt voor een ansichtkaart van Galerie Hamer en schopte het zelfs tot de voorkant van een notitieboekje van het (toen nog) Outsider Art Museum. Schwebebahn Wuppertal staat afgebeeld in Een getekende wereld en in Woest, werd gebruikt als kleurenillustratie bij een artikel over Van Genk in Het Parool in 2014 en was in datzelfde jaar te zien op de voorkant van een vouwblad van Galerie Hamer. [1]

Beide werken maakten ook al deel uit van de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders, die in 1967 gehouden werd in De Vishal in Haarlem. In de catalogus bij die tentoonstelling draagt Station Berlin Ost de titel Berlijn en krijgt het de datering 1964-1966. [2] Bij Schwebebahn Wuppertal ontbreekt helaas een datering; wel is een detail van het werk afgebeeld. Een getekende wereld en Woest geven als datering voor Schwebebahn Wuppertal 1960, maar dit is onverenigbaar met een affiche op het werk dat enkele optredens van The Beatles in Duitsland aankondigt – in Berlijn, Leipzig, Dortmund, Coburg, Keulen en Wuppertal zelf. Naast het Beatles-affiche is een advertentie te zien voor een kunstgalerie in Düsseldorf die bekend in de oren klinkt: BESUCHEN SIE […] DAS AUSSTELLUNGSHAUS […] GALERIE SCHMELA DÜSSELDORF. Met het oog op Van Genks expositie bij de galerie van Albert Schmela in het najaar van 1964, lijkt een datering van ca. 1965 voor Schwebebahn Wuppertal waarschijnlijk.

De Wuppertaler Schwebebahn is een hangende monorail in de Duitse stad Wuppertal in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, zo’n vijftig kilometer ten noordoosten van Keulen. De Einschienige Hängebahn System Eugen Langen, die in 1901 werd geopend, is met 470 stalen dragers op 12 meter hoogte gebouwd boven de rivier de Wupper. De lijn is 13,3 kilometer lang, loopt van Vohwinkel in het westen naar Oberbarmen in het oosten en telt twintig stations. Eén van de belangrijkste is in de wijk Elberfeld station Hauptbahnhof, vroeger Döppersberg geheten. Aanvankelijk was dit stationsgebouw een vooral uit gietijzer en glas bestaande Jugendstil-constructie, ontworpen door de Berlijnse architect Bruno Möhring, die in de volksmond de “Elberfelder badkuip” werd genoemd. Omdat het gebouw de groeiende stroom reizigers niet meer aankon en ook de stijl als verouderd werd beschouwd, kwam er in 1926 een stenen ombouw om het station en ernaast gelegen Köbo-haus. [3]

die-wuppertaler-schwebebahn-gtw-1-202207

Elberfeld-Wuppertal-Schwebebahn-Doeppersberg-Wuppertal-Wuppertal-Stadtkreis

Station Hauptbahnhof/Döppersberg, voor (onder) en na (boven) 1926.

In Schwebebahn Wuppertal van Willem van Genk kijken we vanaf de straat schuin omhoog naar een station van de zweeftrein dat volgens de teksten Elberfeld Döppersberg heet. Het station heeft nog het oorspronkelijke Jugendstil-uiterlijk, maar de context is duidelijk die van de jaren zestig van de twintigste eeuw – de afbeelding lijkt de situatie te tonen zoals die zou zijn geweest als het oorspronkelijke gebouw was blijven bestaan. Het uiterlijk van het gebouw vertoont overeenkomsten met de zeppelinachtige rasterstructuren die typerend zijn voor stations in het werk van Van Genk. In de linker bovenhoek en aan de bovenzijde van Schwebebahn Wuppertal is eveneens een metalen constructie te zien, die de scène gedeeltelijk inkadert. Die constructie is te interpreteren als een van de dragers van de zweeftrein, waarop politieke graffiti is aangebracht.

Op de afbeelding zijn twee zweeftreinen afgebeeld. De trein rechts (met reclames TRINK Coca Cola en HERO’S konserven) is net vertrokken richting Oberbarmen, de trein in het station komt uit die richting en gaat naar het ander eindstation Vohwinkel. Achter het station is bebouwing te zien met op het hoekgebouw de teksten HOTEL AM BAHNHOF en MÜNCHENER PILSNER. In de rechter bovenhoek wordt in grote letters reclame gemaakt voor een ander biermerk, WICKÜLER. Boven de trein die net is vertrokken, is de torenspits van een kerk zichtbaar. Het motief van het vervoer gaat verder op de voorgrond, met een Duitse stadsbus (STADTLINIE HAUPTBAHNHOF) bij een Haltestelle en twee Nederlandse touringcars, een groene van NV WESTLA […] SCHAPPIJ met op de voorkant het woord CEBUTO; en een rode van REISBUREAU HOTAM.

Eveneens op de voorgrond, in de linker benedenhoek, staat een spoorwegbeambte, vooral herkenbaar aan het gevleugelde wiel op zijn pet. Hij maakt een gebaar met zijn linkerarm naar de beschouwer, die hij ook aankijkt. Een dergelijk procedé, met een personage aan de onderkant van de afbeelding dat tot bij de schouders is afgesneden, past Van Genk veel vaker toe. Iets meer naar rechts staat voor de groene touringcar een man met in zijn linkerhand een ijsco en in zijn rechter een tros ballonnen met lachende gezichtjes. Mogelijk gaat het om een oorlogsinvalide, teksten en parafernalia die daarop zouden kunnen wijzen zijn moeilijk te onderscheiden.

Met name in en rondom het stationsgebouw op Schwebebahn Wuppertal wemelt het van de teksten. Enerzijds zijn dat aanduidingen in alle soorten en maten die te maken hebben met de functie van het gebouw: haltestelle, ELECTR. SCHWEBEBAHNEN, Eingang zum Bahnsteige, DEUTSCHE BAHN en, op de dakrand, WUPPERTALER STADTWERKLE A.G. ELBERF […] BARMEN. Er zijn ERFRISCHUNGEN, SOUVENIERS en REISEFÜHRER te krijgen. Daarnaast is er een overvloed aan reclameteksten, met voor Van Genk typische merken als MARTINI, 7UP, Agfa GEVAERT en MAGGI. Specifiek voor in Duitsland gesitueerde werken zijn PERSIL, EMSER P […] Bad Ems en 4711 KÖLNISCH WASSER. Ook lijken er verkiezingen in aantocht te zijn: van de CDU is een banier met de oproep VERSTARKT UNSER REIHE! terwijl linksboven op de metalen staander een heel ander politiek geluid te lezen is: WÄHLT DIE KPD! en FREIHEIT FÜR SPANIE […], plus een leuze over de Spaanse dictator FRANCO.

Spanje keert terug op enkele van de vele affiches en reclameborden die zijn afgebeeld. In het station, rechts van de trein naar Vohwinkel, wordt achtereenvolgens geadverteerd voor reizen naar SEVILLA, naar Spanje als geheel (met LUFTHANSA), naar het Iberisch schiereiland en ook apart naar PORTUGAL. Aan de andere kant van het station hangt boven de advertentie voor Galerie Schmela een aankondiging voor de DRUPA, een grote beurs voor de gedrukte media, eveneens in Düsseldorf. [4] Het is dan ook niet vreemd dat de aankondiging tevens een reclame is voor de Schnellschneider van de firma KRAUSE.

Naast een algemene autobiografische component – een fascinatie met vervoermiddelen en reizen – zijn er enkele specifieke details op Schwebebahn Wuppertal die direct met de biografie van Willem van Genk te maken hebben. De verwijzing naar de Belgische firma Gevaert (boven de pet van de spoorwegbeambte), die in 1964 fuseerde met het Duitse Agfa AG, keert terug in meerdere werken. Het meest duidelijke voorbeeld is Zelfportret in De Ark, waar het portret van de kunstenaar wordt gepresenteerd als een foto van Gevaert Photo – ANVERS. Van Genks zuster Nora werkte tot in de jaren vijftig als fotografe in Antwerpen, omdat in België minder naar diploma’s werd gevraagd. Ze was onder meer in dienst bij Gevaert, waar ze veel studiowerk deed als portretfotografe. Later begon ze een eigen atelier. [5]

whatsapp-image-2020-08-20-at-14.50.21

De rode bus van Hotam (Reisprogramma Hotam 1956, archief Jan Vellekoop)

Nog dichter bij huis in letterlijke zin is de rode touringcar van reisbureau Hotam: Hotam (Hooijmans Taxi Maatschappij) was gevestigd aan het Valkenbosplein in Den Haag, op korte afstand van Magnoliastraat 10 waar het gezin Van Genk lange tijd woonde. Het reisbureau annex busbedrijf verzorgde zowel dagtochten als meerdaagse vakanties, waarbij gebruik werd gemaakt van een rode, zeer herkenbare touringcar. [6] Uiteraard valt niet uit te maken of Willem van Genk ook daadwerkelijk met een bus van Hotam Wuppertal heeft bezocht, of dat hij de bus aan zijn schilderij heeft toegevoegd vanwege een persoonlijke associatie. Duidelijk is wel dat hij dermate onder de indruk was van de Schwebebahn dat hij het vervoermiddel verschillende malen tekende en schilderde, vaak in combinatie met de omgeving van Keulen. Verdere informatie voegde hij toe op de achterkant van het werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Kees Keijer, “Van Genk zag alles”, in: Het Parool, 17 april 2014. Het vouwblad van Galerie Hamer verscheen ter gelegenheid van de expositie willem van genk, een “museale” tentoonstelling, van 22 maart tot 3 mei 2014.

[2] Dat het om dit werk gaat is af te leiden uit een etiket op de achterkant van het werk en een stickertje met het bewuste catalogusnummer (36).

[3] Informatie ontleend aan het lemma “Wuppertaler Schwebebahn” in Wikipedia. Op Youtube is een filmpje van ongeveer een half uur te zien van het hele traject van de Schwebebahn. (Beide geraadpleegd op 17 augustus 2020.) Op 16:00 rijdt de trein station Hauptbahnhof binnen. Vanaf 27:00 is station Werther Brücke te zien, dat als enige noch oorspronkelijke Jugendstilelementen bezit.

[4] De DRUPA (‘Druck und Papier’) wordt sinds 1951 om de vier of vijf jaar gehouden. In de jaren zestig van de twintigste eeuw was er een DRUPA-beurs in 1962 en in 1967.

[5] E-mails van Albert Roozenburg en Irene Zalme aan Jack van der Weide, 8 en 12 augustus 2020.

[6] Bij een historische foto van het Valkenbosplein op internet: ‘Bij het plantsoentje op de voorgrond had links Reisbureau Hotam een speciale parkeerplek voor z’n Bordeaux-rode bus.’ (“Bomenbuurt Den Haag – Valkenbosplein”, geraadpleegd op 21 augustus 2020)

 

Willem Franciscus Antonius Maria

70748886_1339737126191353_7719471383981326336_o

Willem van Genk en zijn zusters, ca. 1929

Het is geweldig dat Willem van Genk met Woest een grote overzichtstentoonstelling heeft gekregen in het Outsider Art Museum. Eindelijk erkenning, eindelijk waardering, eindelijk een kans om een flink aantal van zijn werken in het echt te zien. Het soort aandacht dat de tentoonstelling genereert, vind ik echter minder geslaagd. Hoe vaker de psychische stoornissen en biografische gegevens van Van Genk worden benadrukt ten koste van zijn werk, hoe kleiner de kans dat dat werk buiten de beperkende arena van de outsider art kan treden. Van Genk dreigt steeds meer die rare man te worden die ook nog leuke schilderijtjes maakte – of zoals iemand mij tijdens de opening van Woest verbeterde, die tóch nog leuke schilderijtjes maakte. En tekeningen, en collages, en trolleybussen.

Het lijkt mede daarom contraproductief om biografische teksten over Van Genk te publiceren. Dat is het volgens mij niet. In beschouwing na beschouwing komen dezelfde verhalen over het leven van Van Genk terug, meestal zonder of met gebrekkige bronvermelding. Ik denk dat het goed is om een meer gedegen biografische basis te leggen en om tegelijkertijd aan te geven welke zaken verder onderzoek verdienen, omdat we nog over te weinig gegevens beschikken. Zoals ik al eerder heb geschreven: in het geval van Willem van Genk bestaat er geen twijfel over het belang van zijn ervaringen, obsessies en mentale problemen voor zijn werk. Door echter alleen op zijn leven te focussen doet men dat werk ernstig te kort. [1] Wie het werk desalniettemin wil verklaren vanuit Van Genks psychobiografie, zou dat in ieder geval op basis van controleerbare feiten dienen te doen.

In de catalogus bij de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 houdt auteur Joop Beljon zich voor wat de biografische gegevens betreft op de vlakte – waarschijnlijk ook omdat hij over weinig materiaal beschikt. Hij vertelt iets over de werk- en woonomstandigheden van Van Genk, over diens opleiding, noemt een verkeerd geboortejaar (1936) en merkt op: ‘Hij heeft geen familie.’ Dat laatste is een merkwaardige zin, die desalniettemin niet metaforisch bedoeld lijkt te zijn. Van Genks ouders zijn in 1964 inderdaad al overleden, maar zijn zusters leven dan allen nog.

Willem Franciscus Antonius Maria van Genk werd geboren op 2 april 1927, als tiende kind van Josephus Johannes Maria van Genk en Maria Martina Hoogstraten. Jozef van Genk en Maria Hoogstraten waren getrouwd op 15 april 1913 in Naaldwijk, geboorte- en woonplaats van de bruid. De huwelijksakte:

Heden den vijftienden april negentienhonderd dertien zijn voor mij, ambtenaar van den burgerlijken stand te NAALDWIJK, verschenen, ten einde een huwelijk aan te gaan:

Josephus Johannes Maria van Genk, oud vijfentwintig jaren, van beroep fruithandelaar, geboren te Bergen op Zoom en wonende te Oudenbosch, meerderjarige zoon van Wilhelmus Leonardus van Genk, en Cornelia Eleonora Vervaart, beide overleden

en Maria Martina Hoogstraten, oud dertig jaren, van beroep modiste, geboren en wonende alhier, meerderjarige dochter van Jacobus Engelbertus Adolphus Hoogstraten, overleden, en Lambertina Verbeek, zonder beroep, wonende alhier

Als getuigen waren bij het huwelijk aanwezig twee broers van de bruid (beiden ‘verver’ van beroep), en een broer (fruithandelaar) en een zwager (boomkweker) van de bruidegom.

x

Huwelijksakte van de ouders van Willem van Genk

Op 9 februari 1914 werd hun eerste kind geboren, dochter Lamberdina Cornelia Maria Susanna (Tiny). [2] Na haar volgden nog acht meisjes: Leny (1915), Nora (1916), Addy (1917), Jacqueline (1918), Riet (1919), Agnes (1920), Isabella (1922) en Willy (1923). Gezien die laatste naam leken Jozef en Maria van Genk de moed te hebben opgegeven om ooit nog een zoon te krijgen: de eerste naam van de vader van de vader werd vergeven aan een meisje. Maar op 2 april 1927, Maria van Genk was al vierenveertig jaar oud, kwam alsnog Wim/Willem ter wereld. [3]

Geboorte WvG

Vermelding van de geboorte van Willem van Genk op 11 april 1927 in de Haagsche Courant (links) en Het Vaderland (rechts).


 

NOTEN

[1] Jack van der Weide, “Het wereldwijde web van Willem van Genk”, in: Ons erfdeel 57 (2014), nr. 4, pp. 112-115 (aldaar p. 113).

[2] Willem van Genk noemde zijn oudste zus ‘Tine’, de meeste anderen noemden haar ‘Tiny’. Ook de zes kleinkinderen van Jozef en Maria van Genk spraken en spreken over ‘tante Tiny’. Een verklaring is mogelijk dat Willem van Genk een deel van zijn jeugd doorbracht in het gezin van een tante die eveneens een dochter Tiny had, wat voor hem een reden kan zijn geweest om het onderscheid in namen te maken. Door familieleden werd hij zelf overigens altijd ‘Wim’ genoemd.

[3] Familiegegevens ontleend aan diverse genealogische sites op internet, met name deze (geraadpleegd op 15 november 2019).