Brief

Brief van Willem van Genk aan de familie Van der Wal, 30 november 1958 (detail)

Willem van Genk was geen groot briefschrijver. Toen ik aan mijn biografie werkte, kon ik tot 1985, het jaar waarin de kunstenaar achtenvijftig werd, vier brieven en drie ansichtkaarten achterhalen. Dat is nog altijd meer dan de twee brieven waarmee de auteurs van Willem van Genk. Een getekende wereld het in 1998 moesten doen. Het belette Ans van Berkum niet om op grond van die twee brieven enkele conclusies te trekken over de geestesgesteldheid van Van Genk: ‘De toenemende complexiteit van zijn tweedimensionale werken kan in verband worden gebracht met de ontwikkeling van zijn schizofrenie. Ook in de brieven die hij schrijft wordt dat patroon halverwege de jaren zestig zichtbaar. Een brief van 25 maart 1964 aan Pieter Brattinga laat een helder schrift zien en behandelt slechts één onderwerp, de vraag of hij naar Amerika of naar Rusland zal kunnen reizen, die zomer. […] In de linkerbovenhoek van de brief is één zonnetje getekend.’

Deze brief uit 1964 staat volgens Van Berkum in schril contrast met een exemplaar van vierentwintig jaar later: ‘De brief die hij op 19 februari 1988 aan Françoise Henrion, eigenaar van galerie Art en Marge in Brussel, stuurt, toont een heel ander beeld. Net als bij Brattinga gebruikt hij de afstandelijke aanhef ‘beste lezer’, maar hij zet de naam van de geadresseerde rechtsboven, omgevormd tot ‘Francaîse Henrion’. Hij laat zijn associaties compleet de vrije loop en het hangt maar van toevallige weetjes af of er iets van te volgen is. […] Op pagina twee mengt het schrift zich met een tekening waarin hij via het stratenplan van Brussel uitkomt bij de Centrale Vervoersdienst Gemeente Arnhem en en passant melding maakt van een haringbar, die daar, zoals je dan moet weten, sinds jaar en dag op de hoek van het Stationsplein staat. Bijzonder is dat hij het antwoord van Françoise Henrion/Francaîse Henrîon aan de schrijver zelf vast geeft […].’1

Brief van Willem van Genk aan Françoise Henrion, 19 februari 1988 (detail)

Van Berkum suggereert dat de twee brieven exemplarisch zijn, maar het zijn mogelijk de enige twee waarover ze beschikt.2 Nog afgezien daarvan is het ironisch dat ze op grond van de brieven iets denkt te kunnen zeggen over Van Genks mentale gesteldheid (‘De lijder aan schizofrenie kampt door zijn ziekte met een toenemend isolement. De wereld buiten en de wereld binnen komen steeds verder uit elkaar te liggen, waarbij uiteraard de binnenwereld voor de lijder de meest reële is’, en zo verder), terwijl het waarschijnlijk is dat de diagnose schizofrenie, die hij op enig moment kreeg, onjuist was.

Volgens Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht, wees Van Genks gedrag in de richting van een tamelijk specifieke psychische variatie in de domeinen van denken, voelen, perceptie en gedrag: ‘Zo je Van Genk psychiatrisch-diagnostisch zou willen duiden, past veel van wat er over hem bekend is binnen wat tegenwoordig bekend staat als het autismespectrum.’ Personen die binnen een dergelijk autismespectrum vallen, ontwikkelen verschijnselen die als psychotisch kunnen worden geduid. ‘Ook bij Van Genk lijkt dit het geval geweest te zijn. Uitingen van paranoia bij mensen in het autismespectrum zijn te begrijpen vanuit beperkingen in het begrijpen van de sociale wereld.’3

Vermoedelijk werd bij Van Genk al vroeg de diagnose ‘schizofrenie’ gesteld, waar hij vervolgens niet meer vanaf kwam. Van Os: ‘Het model van behandeling van schizofrenie was (en blijft in belangrijke mate) vooral medisch, gericht op medicatie en controle van symptomen. Echter wat de persoon in het autismespectrum vooral nodig heeft is psycho-educatie, pedagogische interventies gericht op communicatie en navigatie van de sociale wereld en begeleiding bij opleiding en werk. In afwezigheid daarvan soelaas zoeken in een model van antipsychotische medicatie voor een niet-primair psychotisch probleem is niet constructief.’ Toch was het wel degelijk een dergelijke antipsychotische medicatie die Van Genk kreeg voorgeschreven.4

Paranăsky Kultur (detail)

Je kunt je afvragen hoe de ‘diagnose’ van Willem van Genk door Jim van Os zich verhoudt tot de Goldwater rule, de ethische richtlijn voor psychiaters die stelt dat zij geen professionele diagnose of oordeel mogen geven over de mentale gezondheid van een publiek persoon zonder die persoon persoonlijk te hebben onderzocht. Desalniettemin is het verfrissend om te lezen dat de schizofrenie-diagnose in het geval van Van Genk hoogstwaarschijnlijk onjuist is geweest en dat bepaalde aspecten van zijn gedrag eerder vanuit zijn autisme moeten worden gezien.5

Het aspect van de illustraties in de brief aan Françoise Henrion, om daarop in te zoomen, is bepaald niet iets dat Van Genk pas later ontwikkelde. Al in november 1958, meer dan zes jaar vóór de door Van Berkum geciteerde brief aan Brattinga, stuurt hij een rijk geïllustreerde brief aan het gezin van zijn stiefbroer Henk van der Wal in Arnhem. Van der Wal is de zoon uit het eertste huwelijk van Leonarda Pennekamp, de derde echtgenote van Jozef van Genk. In december 2021 kreeg Hans Looijen, toenmalig voorzitter van de Stichting Willem van Genk, de brief in handen via de zoon van Henk van der Wal. Deze had naar aanleiding van de tentoonstelling Woest een e-mail gestuurd aan het Outsider Art Museum, maar het gebruikte mailadres was verouderd. Pas meer dan een jaar later stuitte een stagiaire op het mailbericht, waarna Looijen contact opnam en de brief verwierf – samen met een balpentekening (WVG-2008) en twee prentbriefkaarten uit 1964.

In de brief beschreef Van Genk vooral wat hij zoal had gezien tijdens zijn bezoekjes aan ‘de Expo […], weet U wel die bewuste wereldtentoonstelling die [in] Brussel al weer te ziele is gegaan. […] Ik ben naar die Expo 2 keer heen geweest en wou wat babbelen over dit evenement van 1958. Och we zijn ’t er allemaal over eens dat kapitalistischen landen naast socialistischen landen vreedzaam naast mekaar kunnen bestaan, maar er zal nog heel wat water door de Hudson, de Theems, de Rhijn en de Moskva moeten vloeien eer de grote heren ’t met mekaar eens zijn. Doch niet tegenstaande is de Expo een schone gebeurtenis der vrede en opbouw, voor ’n betere toekomst v/het wereldgebeuren.’ Van Genk ging met name in op de paviljoens van de Sovjet-Unie en Japan, twee landen waar hij duidelijk door gefascineerd was.

De brief aan het gezin Van der Wal is een van de weinige documenten waarin gegevens te vinden zijn over Van Genks leven in deze periode en het enige waarin hij zelf aan het woord komt. Als gezegd is er maar een handvol brieven van hem bewaard gebleven, waarvan deze de oudste en meteen ook meest uitgebreide is. Van Genk schreef over zijn reizen naar Arnhem, over het overlijden van zijn vader, over zijn leven en ambities, over zijn politieke ideeën, maar vooral over de wereldtentoonstelling in Brussel. De beschrijving van de Expo brak hij abrupt af, aan het einde van het tweede volgekriebelde vel: ‘De Expo besloot met een groot vuurwerk boven Brussel ’s nachts. einde.’

Brief van Willem van Genk aan de familie Van der Wal, 30 november 1958 (detail)

Over het overlijden van zijn vader, op het moment van schrijven nog geen twee maanden geleden, was Van Genk kort en zelfs enigszins ironisch: ‘En mijn vader mocht die 1 Mei brief niet lezen… nu ja… Hij zal deze ook wel niet meer lezen. Ik kan nu niet bepaald zeggen dat het verlies van m’n vader veel indruk op me gemaakt heeft. O ja geen kwaad over de doden rust zacht… nee dat behoeft geen nader betoog.’ Om nog op dezelfde regel te vervolgen met zijn eigen situatie en de plannen die hij had: ‘Mogelijk is de dag niet ver meer dat ik “v/d Heem N.V.” vaarwel zeg en mijn gaat oriënteeren in illustratief tekenen, waar U in deze brief ’n voorproefje van heeft’.6 De marges van de brief zijn volgetekend met de meest uiteenlopende illustraties in pen en potlood, in verschillende kleuren en rijkelijk voorzien van begeleidende teksten.

De illustraties in de brieven aan Van der Wal en Henrion zijn verschillend gemotiveerd. In de brief uit 1958 wilde Van Genk laten zien wat hij in zijn mars had op het gebied van ‘illustratief tekenen’. Met de beschrijving van de Expo 58 leverde hij zelf de bijbehorende tekst, een poging tot een journalistiek verslag met historische feiten, verwijzingen naar de actualiteit en zo verder. In de brief uit 1984 zijn de tekeningen een strategie van Van Genk om indruk te maken op Henrion met zijn vaardigheden als kunstenaar: ‘Wel ik schrijf U een briefje… wat “artistique” volgekladdert is (in de geest van Karel Appel).’ Hij had duidelijk een boontje voor Henrion en wilde op deze manier haar aandacht trekken.

Dat de brieven van Willem van Genk uit de jaren tachtig en negentig slordiger en warriger zijn dan die uit eerdere decennia, is duidelijk. Om daaruit als leek de conclusie te trekken dat dit te maken heeft met de ontwikkeling van zijn schizofrenie is uitermate bedenkelijk, helemaal als aannemelijk is dat er helemaal geen sprake was van schizofrenie. Mogelijk waren het juist de antipsychotica, de medicijnen tégen de vermeende schizofrenie die na jaren zijn mentale gesteldheid hadden aangetast. Maar bij die suggestie wil ik het (eveneens als leek) laten.


NOTEN

  1. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 27. De brief (collectie museum Art et Marges, Brussel) aan Henrion is in facsimile afgedrukt op pp. 1-2 van Een getekende wereld. ↩︎
  2. Er waren ook nog enkele relatief late brieven aan Dick Walda, maar die pasten misschien minder goed in de analyse. ↩︎
  3. Jim van Os, ‘De labels van Willem van Genk’, website Stichting Willem van Genk. ↩︎
  4. Van Os: ‘Vooral bij hoge doses is bekend dat antipsychotica interfereren met de motivatie en het creatieve proces van de persoon – wellicht is dit Van Genk bespaard gebleven. Enkele bewaarde antipsychoticarecepten voor hem lijken te duiden op een zeer lage dosis, en werden geschreven door een psychiater die zijn cliënt vanuit een meer persoonlijke en menselijke benadering tegemoet trad. Die mogen we dankbaar zijn: je kunt je afvragen hoe zijn artistieke activiteit en ontwikkeling anders verlopen zouden zijn.’ Die psychiater was Hans Grelinger. ↩︎
  5. Van Berkum meldt eveneens dat bij Van Genk ‘behalve schizofrenie ook autisme wordt geconstateerd’ (Een getekende wereld, p. 27). Ze gaat hier niet verder op in. De autisme-diagnose stamt ook van veel latere datum, vermoedelijk uit de jaren negentig. ↩︎
  6. Van der Heem N.V. was een Haagse fabrikant van elektronica waarvoor de ‘onvolwaardigen’ van Van Genks AVO-werkplaats productie draaiden maar waarvoor hij beslist niet rechtstreeks werkte. ↩︎

Plaats een reactie