Pilsen 2 (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over het werk Pilsen 2. Het eerste deel is hier te vinden.

Een zeppelin boven Pilsen, 25 augustus 1930

In het najaar van 1967 was in De Vishal in Haarlem de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders te zien, naar aanleiding van een prijsvraag voor zondagsschilders die een jaar eerder door omroep VARA was gehouden. Van Willem van Genk werden acht werken getoond, waaronder “Markt te Pilsen, o/b. 70 x 80.” De centrale afbeelding van de (latere?) collage Kathedraal Pilsen bestond op dat moment al maar was uitgevoerd in inkt op papier, waarbij ook het formaat niet overeenkwam. Ook het onderste deel van Pilsen 2 heeft andere maten, plm. 47 x 75 cm. Zou er derhalve nog een derde werk zijn met een afbeelding van Pilsen? Mijn hypothese is dat het werk in Haarlem een oudere versie van het onderste deel van Pilsen 2 betrof, door Van Genk op enig moment kleiner gemaakt.

Dat het onderste deel van Pilsen 2 gemaakt is na en naar aanleiding van de reis naar Tsjecho-Slowakije in 1963, lijkt zeer waarschijnlijk. Een nadrukkelijke aanwijzing is de tekst BAYREUTHER FESTSPIELE op het dak van een touringcar rechts onder: in 1963 stond op de heenweg een stadbezoek aan Bayreuth op het programma, met als gevolg dat Van Genk op Kathedraal Pilsen onder meer een groot portret van Richard Wagner opnam. Op Pilsen 2 wordt Wagner ook nog genoemd op een concertenlijst aan de voorkant van het DOM KULTURY, het cultuurhuis aan het plein. [1] Verder is uiteraard van belang dat zowel op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen als op het onderste deel van Pilsen 2 het Náměstí Republiky in Pilsen is afgebeeld.

Het onderste deel van Pilsen 2 lijkt te zijn bijgesneden, waarna Van Genk om dit te verhullen een rode rand om de afbeelding aanbracht. [2] Een vergelijkbaar procedé paste hij toe bij Orkest van Coburg (WVG-0098), waar hij eveneens een ouder werk kleiner maakte en een rand aanbracht om dit te verhullen (zie hier). Er is op Pilsen 2 rechtsonder ook geen sprake van een echte signatuur, slechts van het bekende monogram – dat bovendien voor een deel verdwijnt achter de rode rand. Daarbij loopt de onderrand van de afbeelding dwars door een 1 mei-optocht en zien we alleen de bovenkant van de meegedragen rode vlaggen. Ook ander beeldelementen suggereren een afbeelding die aanvankelijk groter was.

De vier inzetstukken op het onderste deel van Pilsen 2 zijn waarschijnlijk eveneens later aangebracht. De oude stoomtrein in het landschap met de koe is ook te zien op Brooklyn Bridge (twee maal; WVG-0050) en op Zelfportret Zwakzinnigen-nazorg (WVG-0096), de trein van de Indonesische staatsspoorwegen eveneens op Brooklyn Bridge en op Great Railroads of the World (WVG-0066). Daarbij is aan de randen van dit deel duidelijk te zien dat er een boardplaat is bevestigd achter het onderste deel als geheel. Het bovenste deel met de zeppelins is iets breder en ligt hoger dan het onderste deel. Een foto van de achterzijde zou mogelijk een en ander kunnen verhelderen maar is niet beschikbaar.

Als met al heeft het er alle schijn van dat Willem van Genk Pilsen 2 heeft samengesteld uit twee werken: een oudere afbeelding van het Náměstí Republiky in Pilsen, kleiner gemaakt en bijgewerkt; en een afbeelding van een aantal Russische luchtschepen/zeppelins, die overeenkomsten vertoont met werk dat rond 1970 is gemaakt. Mogelijk was Van Genk met beide werken afzonderlijk niet tevreden en heeft hij door ze samen te voegen een nieuwe constellatie gecreëerd, vergelijkbaar met het hergebruik van oude tekeningen in collages als Bouwend ‘s Gravenhage, Amsterdam of Brooklyn Bridge. Wel lijkt het verband hier concreter te zijn, met name door de omvang van de samengevoegde delen. Een volgende vraag is daarom wat dat verband tussen beide afbeeldingen is.

Details Pilsen 2 (boven links), Brooklyn Bridge (boven rechts) en Great Railroads of the World (onder)

Een eerste connectie tussen zeppelins en Pilsen die ik vond, leek veelbelovend. In oktober 1938 hadden de nazi’s het zogenoemde Sudetenland, delen van Tsjecho-Slowakije waar veel etnische Duitsers woonden, bezet. Kort erna kwam er een speciale propagandavlucht van de LZ130 Graf Zeppelin II over de ‘bevrijde’ gebieden, de Sudetenlandfahrt. Pilsen lag weliswaar buiten die gebieden, maar de zeppelin zou er heel goed te zien kunnen zijn geweest. Probleem daarbij is wel dat de zeppelins op Pilsen 2 Russische luchtschepen zijn, te herkennen aan een kleine Sovjetvlag op de staart en ook, als men nauwkeurig kijkt, de cyrillische teksten CCCP en AEPOΦΛΟΤ op de romp – net als in het geval van de beide Asbery-werken.

Een betere optie kwam naar voren toen een Tsjechische kennis mij wees op een tweetal foto’s die op internet circuleerden, waarop een zeppelin boven Pilsen te zien is. Enig zoekwerk leverde op dat het ging om de eerste Graf Zeppelin, de LZ 127, die op 25 augustus 1930 op de route van Friedrichshaven (de thuisbasis van de zeppelins) naar Berlijn over een aantal Tsjechische steden was gevlogen, waaronder Pilsen. Omdat men bang was voor spionageactiviteiten vanuit het luchtschip, kregen de Škoda-fabrieken de opdracht om veel rook te produceren. [3] Van Genk kan op de hoogte zijn geweest van het verhaal of de foto’s, maar opnieuw is problematisch dat de zeppelins op Pilsen 2 Russische luchtschepen zijn, terwijl de kunstenaar beslist ook wist hoe hij Duitse exemplaren moest weergeven. [4]

Toen viel ineens het kwartje: Sovjet-luchtschepen boven een Tsjechische stad in een werk dat waarschijnlijk eind jaren zestig is gemaakt. Nico van der Endt in een interview, gevraagd naar Van Genks vroegere sympathieën voor de Sovjet-Unie: “I think 1956 marks the first shadow on his political beliefs, when Russian tanks restored order in Hungary, together with the revelation by party leader Nikita Khrushchev of the Stalin crimes. The final rift came in 1968 after the Prague Spring, when the Soviets crushed Alexander Dubček’s reform movement.” [5] Wat Van Genk met Pilsen 2 uitbeeldde was de militaire overmacht van de Sovjet-Unie ten opzichte van Tsjecho-Slowakije, door een ouder werk over Pilsen te verbinden met een nieuwer werk over fictieve Russische luchtschepen. [6] Visionair was dit hoogstwaarschijnlijk niet. Hij las de krant.


NOTEN

[1] Ook ‘dom kultury’ is, opvallend genoeg, Pools. In het Tsjechisch spreekt men van ‘kulturní dům’.

[2] Ik zeg steeds ‘lijkt’ omdat ik slechts beschik over foto’s van het werk. Een meer nauwkeurige analyse zou veel kunnen verhelderen, maar het is tot op heden niet gelukt om contact met de eigenaar te krijgen.

[3] Met dank aan Tomáš Vaněk. Volgens een andere bron werden de foto’s gemaakt tijdens een vlucht om de wereld op 3 oktober 1928 (geraadpleegd op 21 september 2021).

[4] Duitse zeppelins komen onder andere voor op Brooklyn Bridge, Het project Asbery – Moskou (WVG-0068) en World Aircraft I – KLM (WVG-0074).

[5] Nico van der Endt interview: ‘Willem van Genk was a visionary, a man discovering a universal truth about the human species’ (geraadpleegd op 21 september 2021).

[6] James Brett spreekt over “the obscure carriers of 1970s airline fiction” (‘Willem van Genk – Megalopolis’, in: Raw Vision 108 [2021], p. 66).

Pilsen 2

Pilsen 2 | ca. 1970 | gemengde techniek op board (boven) en doek (onder)| 94 x 75 cm | Collectie Arnulf Rainer, Wenen

In 1997 kreeg Nico van der Endt bezoek van de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer (1929): “Voor zijn inmiddels beroemde collectie outsiderkunst […] verwerft hij van Willem een drietal werken […]. Later in het jaar verwierf hij nog een autobus (assemblage).” [i] De werken die Rainer kocht waren respectievelijk Leipzig (WVG-0011), Tank (WVG-0018), Pilsen 2 (WVG-0043) en de assemblage WVG-6023. Het was de organisatie van de tentoonstelling Woest niet gelukt om contact met Rainer te leggen, [ii] zodat de werken later dat jaar niet te zien waren in het Outsider Art Museum in Amsterdam.

Pilsen 2 is een merkwaardig hybride werk dat Van Genk in ieder geval voor een deel leek te hebben gemaakt naar aanleiding van zijn reis naar Tsjechoslowakije in 1963, waarover ik eerder schreef (hier). Het is overduidelijk samengesteld uit twee delen, die op enig moment aan elkaar werden bevestigd. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 staat in het bijschrift “Bovendeel olie op    | Onderdeel olie op    “, alsof er voor de respectieve ondergronden twee verschillende materialen waren gebruikt. Nico van der Endt bezat nog de verkoopnota uit 1997, waarop inderdaad stond dat het bovenste deel op board was geschilderd en het onderste deel op doek. [iii]

Het bovenste deel van Pilsen 2 toont een drietal zeppelins in een decor van een luchthaven annex montagelocatie, met rechts een hangar, in het midden een ankermast, daartussenin een zeppelin in aanbouw en boven in beeld de onderzijde van een raketvormig luchtschip of projectiel. De zeppelin links lijkt recht op de toeschouwer af te komen, die in het midden ligt aangemeerd aan de ankermast. De kleinere zeppelin rechts vliegt weg. Op de staart van de middelste zeppelin is een rood vlaggetje met een hamer en een sikkel te zien. Tegen de horizon zijn enkele kleine gebouwen geschilderd, met name achter de ankermast. Linksboven is een logo van het tijdschrift LIFE aangebracht.

Het procedé om een afbeelding voor te stellen als de omslag van een tijdschrift, meestal Life, werd door Van Genk vaker gebruikt in werken op board die hij rond 1970 maakte. Het logo van Life komt voor op elf werken, allen behorend tot wat Dick Heesen de ‘gele serie’ noemde (zie hier). In die werken zijn daarnaast ook logo’s te zien van de tijdschriften REVUE en REALTA SOVIETICA en The National Geographic Magazine (op Collage ’70 = WVG-0069), van Look en BUNTE (op World Aircraft I – KLM = WVG-0074) en van FLIGHT (op Airports I – Tokyo Haneda (Int.) = WVG-0075). Een groot deel van deze werken komt voor op het lijstje dat Addy van Genk begin 1972 stuurde aan Pieter Brattinga, met recente werken van haar broer (zie hier).

Ook op dat lijstje stonden de twee Project Asbery-werken met prominente Sovjet-zeppelins, die lieten zien dat de mogelijkheid van Sovjet-Russische luchtschepen Van Genk eind jaren zestig duidelijk bezighield (zie hier). Met name Het project Asbery – Havanna (WVG-0067) toont opmerkelijke overeenkomsten met het bovenste deel van Pilsen 2. Naast voor de hand liggende paralellen als de grote zeppelin(s) en het logo van Life, kent ook Het project Asbery – Havanna een decor van een luchthaven annex montagelocatie, zij het iets meer op de achtergrond. Link is een zeppelin aan een ankermast te zien, rechts een rij hallen voor montage, onderhoud of opslag. Net als op het bovenste deel van Pilsen 2 zijn de genoemde beeldelementen in blauw uitgevoerd om ze te onderscheiden van de voorstelling op de voorgrond. In beide werken zijn tegen de horizon enkele uiterst kleine gebouwen te zien, die de omvang van de zeppelins benadrukken. Het project Asbery – Havanna lijkt in een aantal opzichten een verbeterde, uitgewerkte versie te zijn van het bovenste deel van Pilsen 2, dat daarmee ca. 1965-1970 kan worden gedateerd.

Op het onderste deel van Pilsen 2 is, net als op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen, de oostzijde van het centrale plein van Pilsen te zien, het Náměstí Republiky. Een oriëntatiepunt vormt het hoekgebouw met de toren rechts, met op beide werken het woord KAVARNA (café) boven de hoofdingang. Een verschil is dat de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen een laag perspectief kent en dat daar de Sint-Bartholomeüskathedraal hoog boven de andere gebouwen op het plein uittorent. Op het onderste deel van Pilsen 2 is juist sprake van een hoger perspectief en is de kathedraal niet te zien. Mogelijk wordt juist vanáf de kathedraal gekeken, het stenen ornament in de linker bovenhoek zou in die richting kunnen wijzen.

De gebouwen op het plein zijn voorzien van een grote hoeveelheid teksten, op de daken van de gebouwen is onder meer ŠKODA-PLZĚN-LENINA en Fabrika-Pharmačeutica “PLZĚN CINDERELLAH” en JACOBOWITSCH te lezen. De grotere teksten hebben voor een deel betrekking op de 1 mei-viering: RUDÉ PRÁVO 1 MÁJ en (cyrillisch) 1 MAЯ. Aan de onderzijde van de afbeelding zijn inderdaad de rode vlaggen van een 1 mei-optocht te zien, die ook aan de gebouwen hangen. Verder is het plein gevuld met, en omgeven door touringcars, auto’s, spandoeken, trams en trolleybussen. Midden op het plein spuit een fontein, in de lucht hangt een vliegtuig en aan de horizon zijn de contouren van fabrieken afgebeeld. Links en rechts op de afbeelding zijn met witte verf twee maal twee over elkaar liggende, transparante vierkanten geschilderd, waarbij de overlappende delen gearceerd zijn.

Detail Pilsen 2

In de lucht boven het marktplein heeft Van Genk vier kleinere inzetstukken ingevoegd, drie tondo’s en een achthoek. De kleinste tondo links bevat een afbeelding van een groep personen met erdoorheen teksten of tekens in wit en geel. Mogelijk gaat het om een begrafenis of een rituele verbranding. De witte ‘tekens‘ zouden dan rook kunnen voorstellen; in de gele tekens is ’70 te onderscheiden. Rondom de tondo is een witte rand aangebracht die doet denken aan het papier onder een taart of gebakje. In de grotere achthoek ernaast is een oude stoomtrein te zien in een landschap met een koe die BUH! roept (wellicht tegen de trein die WUH zegt); in het gras ligt een koeienvlaai.

Weer verder naar rechts staat een tondo met een blauwe rand en daaromheen tekst VISIT THE RAILWAY MUSEUM LONDON TRANSPORT VETERAN CARS UNDERGROUNDLINES. Afgebeeld is een groep personen in een soort ouderwetse touringcar met de teksten MILLINGATE – NEW GATE en THE DUNLOP en GENERAL en AUTOMATON LINE OMNIBUS. Op de achtergrond is de Tower Bridge in Londen te zien, op de voorgrond een hond die WAF roept. Het vierde inzetstuk is een tondo met een versierde gele rand, een abeelding van een sneltrein in een landschap met daaronder de tekst INDONESISCHE STAATSSPORWEGEN. Over de tondo is met witte verf een spinnenweb geschilderd.

Rondom het onderste deel van Pilsen 2 is een rode rand aangebracht met daarop in witte letters een Poolse tekst – PO CO DtUGO SZUCAć? JEžELI WSZYSTKIE WIADOMOśCI O POLSCE, en zo verder. Met enige schrijffouten staat er ongeveer: “Waarom zo lang zoeken? Al het nieuws over Polen is te vinden in de maandelijkse uitgave Polska. Bestellingen en informatie: Mazowiecka straat 11, Warschau. Het tijdschrift Polska transporteert je elke maand als een vliegend tapijt.” [iv] Het gaat derhalve om een reclametekst voor het maandblad Polska, waarbij rood en wit inderdaad de kleuren van de Poolse vlag zijn.

(wordt vervolgd)


[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109.

[ii] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 16 juli 2019.

[iii] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 2 september 2019.

[iv] Met dank aan Karolina Gościniak. De vertaalmachines op internet hadden met name moeite met de woorden ZACZAROWANY DYWAN (betoverd tapijt, i.e. vliegend tapijt): een onverwacht beeld, waarbij Van Genk ook nog de tweede Z in spiegelschrift had geschreven.

Station

Centraal Station Amsterdam | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 130 x 110,5 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

In de roman Brullen (2015) van Marie Kessels staat de hoofdpersoon, fotograaf Dana, met haar vriend Joachim naar opstijgende vliegtuigen te kijken:

Ieder vliegtuig afzonderlijk doemde nu weer voor hem op als een schitterend, imposant object. Op een gegeven ogenblik zagen we er een recht van voren, puur dreiging, boosaardigheid en schoonheid, zoals de schizofrene kunstenaar Willem van Genk het heeft geschilderd in zijn Cubaanse luchthaven, waar we allebei veel van houden omdat het een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk is. Het laat ons zo goed voelen wat het van een kunstenaar vraagt om door de glazen wand heen te breken die ons van de werkelijkheid scheidt.

Ik wees. ‘Kijk, net die ene Van Genk met dat vliegtuig recht van voren! Vind je niet dat het bijna de energie heeft van een tijger die losbreekt en je ieder moment kan verscheuren, die je dwingt je zo snel mogelijk uit de voeten te maken? Maar je springt er niet voor opzij en je zoekt geen veilig heenkomen.’

Joachim knikte en verzonk in gepeins. Misschien hoorde hij in gedachten Willem Frederik Hermans’ bewonderende woorden: ‘Willem van Genk is in een web gevangen, zoals iedereen. Maar hij heeft toch het overzicht over het geheel behouden. Zijn tekeningen zijn huiveringwekkend mooi, maar zullen menigeen herinneren aan iets wat hij liever vergeet.’ [i]

Kessels’ typeringen van “dreiging, boosaardigheid en schoonheid” en “een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk” getuigen van een scherp inzicht in het werk van Van Genk. Ze sluiten aan bij onder meer Nico van der Endts stelling dat bij Van Genk tegendelen altijd samengaan, dat er sprake is van nevenschikking van traditioneel tegenstrijdige begrippen (macht vs. onmacht, angst vs. verlangen). [ii] Ook W.F. Hermans gaf al in 1964 aan dat in zijn spinnenweb-metafoor Van Genk niet óf de spin óf het slachtoffer van de spin is, maar beide: macht en onmacht, controle en overweldiging bestaan in zijn werk naast elkaar. [iii]

Het belang van het werk van Willem van Genk voor de roman komt tot uitdrukking in het omslagbeeld, dat een ander werk van de kunstenaar toont: Centraal Station Amsterdam (WVG-0042), een collage die net als Cubaanse luchthaven | World Aircraft II – Cubana Airways (WVG-0073) in het bezit is van Stichting Collectie De Stadshof. [iv] Met de inhoud van de roman lijkt die collage echter weinig van doen te hebben. Treinen en stations spelen slechts een marginale rol in het boek en hoewel er sprake is van een “geluidscollage” (229) en van “paranoïde geesten” met “hun volstrekte fixatie op alles wat er niet deugt aan deze wereld” (182) – een beschrijving die op Van Genk zou kunnen slaan – is het moeilijk om een verband te leggen.

Centraal Station Amsterdam is een van de ongeveer vijftien collages op papier die Willem van Genk in de jaren zestig maakte met gebruikmaking van voornamelijk oudere tekeningen. Twee van die collages, Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052) en Amsterdam (WVG-0047), kwamen eerder uitgebreid aan bod (hier en hier) en ook in dit geval gaat het om grote en kleine tekeningen met ingevoegde fragmenten, tondo’s en teksten. Het werk bestaat ruwweg uit twee helften, waarop tweemaal een spoorwegemplacement wordt getoond. In het bovenste deel van de collage is die centrale tekening minder groot en is onder meer ook een landschap met molens te zien. Opvallend zijn de teksten CENTRAAL STATION (bovenste deel) en FALLER [v] (rechts onder), gele en rode inzetstukken (met name in het onderste deel) en een meisjeshoofd (links onder). De aandacht van de kijker wordt echter vooral getrokken naar de door stoomwolken omgeven treinen in het onderste deel, op een emplacement dat een (voor Van Genk typisch) nadrukkelijk symmetrisch lijnperspectief kent met het stationsgebouw als verdwijnpunt.

Ans van Berkum merkte eerder op dat in Centraal Station Amsterdam “een verbinding [wordt gelegd] tussen Amsterdam Centraal Station en een station in Moskou”. [vi] Inderdaad gaat het in de onderste centrale tekening niet om een Nederlands maar om een Russisch station, waarschijnlijk in Moskou. [vii] De opschriften op de treinen zijn gesteld in cyrillisch schrift en om alle twijfel weg te nemen heeft een van de stoomlocomotieven het woord CCCP op de voorkant staan. In de bovenste centrale tekening gaat het wel degelijk om het Centraal Station in Amsterdam. Het stationsgebouw zelf ligt verscholen achter het bord met het woord STATION, erboven is wel de torenspits van de niet meer bestaande Maria Magdalenakerk van Pierre Cuijpers aan de Spaarndammerstraat te zien.

De titel Centraal Station Amsterdam is daarmee voor dit werk niet helemaal juist. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 was de titel Centraal Station, en het weglaten van de plaatsnaam lijkt een goede oplossing. Het gaat in deze collage om een nevenschikking van Nederland en de Sovjet-Unie, meer specifiek van Amsterdam en Moskou, aan de hand van met name twee grote treinstations. Op de strook tussen het bovenste en het onderste deel van het werk staat de treinroute tussen die beide stations getekend, langs alle steden die onderweg worden aangedaan. In Nederland voert de route van AMSTERDAM (geheel links) via onder meer APELDOORN, DEVENTER en OLDENZAAL naar West-Duitsland (met Die Deutsche Bundesbahn) waar BENTHEIM, OSNABRÜCK, HANNOVER en BRAUNSCHWEIG worden gepasseerd.

In de Deutschen Demokratischen Republik (met de Deutsche Reichsbahn) gaat de reis langs BRANDENBURG, POTSDAM, BERLIN en FRANKFURT (ODER),naar de Volkspolen in Polska. Na WARSZAWA en BREST/LITOWSK begint de C.C.C.P., waar MINSK en SMOLENSK kennelijk belangrijke stations zijn. Het traject eindigt in MOSKOU, helemaal rechts op de strook. Die heeft, mede door de langgerekte vorm, wel iets weg van de Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana), de Romeinse reiskaart die de lijn als principe kent. Weliswaar ís de route van Amsterdam naar Moskou ook een min of meer horizontale lijn, maar gezien vanuit een trein lijkt deze nog veel rechter. Daarbij is het beeld van de wereld die zich aanpast aan de reiziger ook een aantrekkelijke metafoor voor de blik van Van Genk op de werkelijkheid.

Detail Centraal Station Amsterdam

Het onderste, Moskovitische deel van Centraal Station Amsterdam is relatief helder van opzet, met één centrale tekening en een aantal kleinere inzetstukken. Die inzetstukken kennen bovendien gedeeltelijk een logische opbouw, met vliegtuigen aan de bovenkant (waaronder een afbeelding van de luchthaven Vnukovo) en een tekening van de metro aan de onderkant. Het bovenste, Amsterdamse deel van het werk is veel meer gefragmenteerd, zowel formeel als inhoudelijk. Ook hier onder meer een metro en vliegtuigen, maar de metro (herkenbaar aan een grote rode M) is van Rotterdam en het squadron ernaast vliegt boven een Russische stad. Daar weer naast is een tekening van (blijkens het opschrift) TOKYO geplaatst.

Boven de centrale tekening van het station in Amsterdam heeft Van Genk opnieuw de tegenstelling Amsterdam/Moskou tot uitdrukking gebracht, met twee iets grotere, naast elkaar geplaatste tekeningen. Op de rechter tekening rijdt een tram langs het water door een landschap met molens. Het betreft de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Haarlem die langs de Haarlemmertrekvaart rijdt op de Haarlemmerweg, met nog nauwelijks bebouwing. De molens zijn de 1200 Roe, de 1100 Roe en Molen de Bloem. [viii] Rechts heeft Van Genk een gebouw getekend met het opschrift ONS GENOEGEN: een buurtboerderij aan de Spaarndammerdijk.

Dit Hollandse landschap met water en molens staat in contrast met de tekening links ervan, een emplacement in de Sovjet-Unie met modern materieel in een industriële omgeving. In een begeleidende tekst laat Van Genk geen misverstanden bestaan over zijn boodschap: stijging van de electrische productie van 1940 tot en met 1953. De Sovjetunie produceert momenteel (1953!) zeventig (70) maal zoveel electrische energie als het oude Rusland in 1913. Ter verduidelijking is over de afbeelding een staafgrafiek getekend met cijfers voor respectievelijk 1940, 1946, 1950 en 1953. Duidelijk is daarmee dat in ieder geval dit deel van het werk significant ouder is dan de volledige collage, die rechtsonder het jaartal (19)66 meekrijgt. [ix]

Van Genk lijkt in het bovendeel van Centraal Station Amsterdam minder gestructureerd en meer associatief te werk te zijn gegaan dan in het deel eronder. Steden en vervoer zijn de belangrijkste motieven, waarbinnen voor zijn werk specifieke elementen te zien zijn: Bergen op Zoom, Arnhem, een TURMAC-reclame op een tram, de Beurs van Berlage, namen van luchtvaartmaatschappijen et cetera. Vertrouwd is ook het vermelden van boektitels: onder meer de boeiende Rembrandtroman van Theun de Vries (i.e. Rembrandt. Meester tussen licht en donker) en Amsterdam oud en nieuw  STEMMINGEN EN STUDIES door Corn J GIMPEL en H HEUFF en Van paardetram naar dubbelgelede door Ir Leideritz WJM (ondertitel: “Een historische terugblik op ruim 100 jaar bussen en trams in Amsterdam”) – om me te beperken tot de linker bovenhoek. [x]

Detail Centraal Station Amsterdam. Links Bergen op Zoom, rechts Arnhem

Centraal Station Amsterdam is op verschillende manieren in verband te brengen met andere collages op papier van Willem van Genk: via de verwijzingen naar Amsterdam met Amsterdam (WVG-0047), via de opvallende stoomwolken in het onderste deel met Vervoer USSR (WVG-0060), via de nadruk op treinen met Bahnhöfe van weleer (WVG-0051). Uiteraard dient eveneens te worden gewezen op de vele collages over de Sovjet-Unie: Moskou (WVG-0053), Minsk-Mosca (WVG-0055), 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), Vervoer USSR, zeker ook Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) en zelfs Urbanisme et Architecture (WVG-0054). In het algemeen vormen de collages op papier misschien wel het meest ontoegankelijke deel van het oeuvre. De esthetische waarde ervan is niet altijd voor de hand liggend, maar de fascinerende werking is vrijwel grenzeloos.


NOTEN

[i] Marie Kessels, Brullen (Amsterdam 2015), p. 219. Een afbeelding van Cubaanse luchthaven (eigenlijk World Aircraft II – Cubana Airways) is hier te zien. Het personage Joachim kent de tekst van Hermans mogelijk omdat die schrijver “een van zijn helden” is (181).

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25.

[iii] Hermans, ‘De werkelijkheid van Willem van Genk’, p. 9.

[iv] Het colofon vermeldt slechts “Omslagbeeld Willem van Genk”, zonder titel (of fotograaf).

[v] Faller is “een Duitse fabrikant van modelspoorbaantoebehoren en in het verleden van racebaansystemen” (Wikipedia).

[vi] Carine Neefjes, ‘Curator Ans van Berkum onderzoekt oeuvre Willem van Genk’, in: Outsider Art Now, vol. 2 (2018), pp. 7-17 (9).

[vii] Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gaat het om het Kiev-station in Moskou, dat Van Genk in meerdere werken vastlegde.

[viii] Cf. ‘De Haarlemmertrekvaart en de Haarlemmerweg’ (geraadpleegd 31 augustus 2021).

[ix] De volledige tekst in het tondo rechtsonder: BRAGAH STUDIO / COPYRIGHT hilversum / PIETER BRATTINGA 66 / [onleesbaar] / WFAM van GENK / ‘s GRAVENHAGE.

[x] De naam ‘Leideritz’ keert terug in de context van een bus-assemblage van Van Genk, WVG-6022 (zie hier). In de catalogus van de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic in het American Folk Art Museum in New York (2014) was sprake van een assemblage onder de titel Untitled (Plan Leideritz Trolley). Navraag leerde dat deze titel betrekking had op een tekst op de bus.

Zwagers

V.l.n.r. Agnes van Genk, Karel Bijmans, Riet van Genk, Tiny van Genk, Leonarda Pennenkamp, Jozef van Genk; ca. 1958.

In februari 1986 neemt Nico van der Endt tijdens een bezoek aan Harmelenstraat 28 een gesprek met Willem van Genk op. Daarin onder meer de volgende passage:

WvG: Nee maar ja dus, ik heb in de familie heb ik een architect gehad. Een zekere Cor Brugelmans, da’s een eh, van m’n overleden zuster, die pas is overleden …

NvdE: Man van je overleden zuster?

WvG: Ex-man, hè, vorige man hè, niet de huidige man hè, nou ja dat was een architect, en eh … nou ja die heb, die had ook … die had een ontwerp van een wolkenkrabber gemaakt, op een kruispunt … precies op een kruispunt hè, zoiets dat moet … Memphis, ergens in de buurt, Iowa …

NvdE: Dat is gebouwd?

WvG: Had hij ontworpen. ’t Is Nooit neergezet hè?

De zwager over wie het hier gaat is Cor Bruglemans, die van 1944 tot 1955 een relatie had met Nora van Genk. Cornelis Johannes Aloijsius Bruglemans werd geboren op 19 februari 1906 in Roosendaal. Hij had zich als architect gevestigd in Antwerpen, waar hij in 1931 trouwde met Elisabeth Maria Hendrika Hendrickx uit Borgerhout. Uit zijn relatie met Nora van Genk (1916) werd een dochter geboren, het oudste kleinkind van Jozef van Genk. Nora van Genk overleed in juli 1984, Cor Bruglemans in november 1992.

Willem van Genk had negen zusters van wie er vijf trouwden. Van die vijf bleven er twee kinderloos en kregen er drie elk twee kinderen. Jozef van Genk had derhalve in totaal zes kleinkinderen, vijf meisjes en één jongen. Leny, Jacqueline, Isabella en Willy trouwden niet en hadden ook geen kinderen. Nora had dochters uit twee verschillenden relaties, waarmee het aantal zwagers van Willem van Genk op zes kwam. In hoeverre hij op de hoogte was van het feit dat Nora en Cor Bruglemans niet getrouwd waren, is onduidelijk. Volgens hun dochter had Willem haar vader wel een aantal malen ontmoet. [1]

De Tweede Wereldoorlog viel voor veel dochters Van Genk samen met de leeftijd waarop onder meer normale omstandigheden verlovingen en huwelijken aan de orde waren geweest. De eerste die trouwde, in februari 1948, was Agnes (1920). Haar man Karel Bijmans, geboren op 17 november 1919 in Den Haag, kwam eerder ter sprake – mogelijk had Jozef van Genk hem tijdens de bezetting geholpen te ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland. Zeker lijkt wel dat de ouders van de bruid en die van de bruidegom elkaar al kenden. Agnes en Karel kregen twee dochters; Agnes overleed in februari 1988, Karel in oktober 1990.

Riet van Genk (1919) trouwde in februari 1953 met Martin (Martinus Johannes) Roozenburg, geboren op 15 oktober 1921 in Pangkalan Brandan. Ze kregen een zoon en een dochter. Volgens hun zoon hadden zijn ouders “elkaar leren kennen op het werk: Ministerie van Defensie (toen nog Marine dacht ik), maar zeker pas ruim na de oorlog.” [2] Riet overleed in november 1995, Martin in oktober 2002. Waarschijnlijk was hij de “doodgewaande zwager” die Willem van Genk in februari 1997 tegenkwam op het verjaardagsfeestje van zijn oudste zuster. [3]

Addy van Genk (1917) trouwde in november 1954 met Peter (Petrus Adrianus) Adrianus Persoon, geboren in Den Haag op 3 april 1905. Voor Peter was dit zijn tweede huwelijk, eerder was hij in augustus 1931 getrouwd met Pieternella Maria Hendrika Gerritse. Zijn beroep was op dat moment magazijnmeester; het paar kreeg in december 1932 een dochter. Pieternella Persoon-Gerritse overleed in september 1953, waarna haar man een jaar later hertrouwde. Peter Persoon overleed in maart 1971 aan de gevolgen van een auto-ongeval. Zijn schoonzuster Tiny vertelde hier in 1998 over:

Die man die had een ongeluk gehad. Hij bracht vrienden weg en het had gevroren, en hij bracht ze weg. En d’r kwam een vrouw, en die wou nog net oversteken … op het laatste nippertje, en die vrouw die was aan de overkant, maar hij gleed door tegen een boom aan, en hij moest naar de Ursula en hij is niet meer bijgekomen. Maar mijn zuster ging altijd op d’r fietsje, terwijl ’t vroor, naar de Ursula en dat was een heel end […] Maar ja, Peter, dat was Peter haar man, die kon ook tekenen hoor, en schilderen, maar anders, meer rechtlijnig. Eer hangt ook nog iets bij Wim dat hij gemaakt heeft. [4]

Over Peter Persoon weten we iets meer door het interview van Bibeb met Willem van Genk uit 1964. Hij figureerde daarin als Van Genks betweterige “forse zwager, de koele blik achter brilleglazen.” Hij domineert het gesprek, probeert gewichtig te klinken en kleineert Van Genk en zijn echtgenote.

In de brieven van Addy van Genk aan Pieter Brattinga en Alfred Schmela (zie hier) komt haar echtgenoot nauwelijks voor – op zichzelf een interessant gegeven, zeker gezien een opmerking van Peter Persoon tegen Bibeb: “‘Mijn vrouw heeft een ongeluk gehad, schedelbasisfractuur, is nooit helemaal terechtgekomen. Maar goed, we behartigen nu zijn zaken.” [5] Het lijkt echter vooral Addy te zijn die uiteindelijk de zaken van haar broer behartigt, van psychische of neurologische beperkingen is in de brieven weinig te merken. Uit haar laatste brief aan Brattinga: “Mijn man heeft een ernstig auto-ongeval gehad en ligt nu in Wassenaar in het ziekenhuis.” [6] Zelf overleed ze een jaar later.

Tiny van Genk (1914) was de oudste van de negen dochters van Jozef van Genk maar trouwde zelf pas in 1956, op tweeënveertigjarige leeftijd. Echtgenoot Theo van den Heuvel was volgens haar de reden dat haar broer zich op het maken van trolleybus-assemblages had gestort. In het eerder geciteerde interview uit 1998 zegt ze hierover:

Mijn man – daar staan zijn trammetje, zie je – mijn man, die gaf Wim een beetje aandacht. Hij was de enige, die andere zwagers deden dat niet. En mijn man was een top-technicus eigenlijk, maar als er bij Wim wat stuk was of wat dan ook, dan ging hij meteen naar ‘m toe. Ja, een ander die liet er dagen overheen gaan maar hij – meteen, à la seconde, meteen! […] Die anderen kwamen nooit, trouwens. Al die zwagers zijn ook dood, ‘k heb er nog maar één. Maar mijn man zijn hobby waren die trammetjes, dat vond Wim prachtig. En hij kon d’r wel eens een paar woorden mee wisselen, over trammetjes.

In Dick Walda’s boek Koning der stations zijn Tiny’s opmerkingen hierover vergelijkbaar: “Mijn man was geluidstechnicus met als hobby het maken van kleine trams. Alles wat u hier ziet is gemaakt door mijn man. Wim heeft die traditie voortgezet. Maar zijn voorliefde gaat meer uit naar trolleybussen. […] Dat hij met die trolleybussen is begonnen, is een soort heimwee naar mijn man. Alles wat met vroeger te maken heeft, wil hij vasthouden.” [7]

Wat Tiny niet aan de interviewers vertelde, was dat zij in 1956 met een gescheiden man was getrouwd – voor een keurige katholieke dame bepaald niet iets om aan de grote klok te hangen. Theodore Ferdinand Marie van den Heuvel was op 18 september 1915 geboren in Amsterdam. Hij trouwde in november 1937 met Cornelia Kraan uit Haarlem; het paar kreeg vijf kinderen, de jongste werd geboren in augustus 1954. In april 1955 werd het huwelijk ontbonden door de arrondissementsrechtbank in Den Haag. Elf maanden later trouwde Theo van den Heuvel met Tiny van Genk. Hij overleed in augustus 1980.

“Mijn man heeft – toen Wim bekender werd – gezorgd voor zijn zakelijke contacten, want mijn broer heeft geen verstand van geld, het interesseert hem niet”, aldus Tiny. [8] Het zou inderdaad goed kunnen dat Tiny en Theo na het overlijden van Peter en Addy Persoon de zaakwaarneming overnamen. In dat geval waren zij het wellicht die hadden aangedrongen op de breuk met Pieter Brattinga. Ook tijdens Van Genks periode bij galerie De Ark in Boxtel (1973-1976) speelden zij mogelijk een rol. [9] Volgens Tiny had haar broer veel respect voor haar man: “‘Het was een volmaakt stukje mens’, staat er ook in een van die dingen, dat is echt … Niemand is volmaakt hè? Maar hij zag in hem een volmaakt stukje mens.” [10]

De grafsteen van Tiny van den Heuvel-van Genk

De laatste van de zusters die trouwde was Nora van Genk, met de eveneens gescheiden Ben (Hubertus Marinus George) Zalme. Bij het huwelijk in augustus 1958 was zij tweeënveertig jaar oud. Hun dochter werd in december 1959 geboren, kort na het overlijden van grootvader Jozef van Genk. Nora van Genk was daarmee de moeder van zowel diens oudste als diens jongste kleinkind. [11]

In het geciteerde interview uit 1998 met Tiny van Genk merkt Ans van Berkum op over Theo van den Heuvel, na de loftuitingen van zijn weduwe: “Maar hij had veel aandacht voor Wim en hij zorgde voor Wim en hij gaf … ”, waarop Tiny haar onderbreekt: “Nou, zó veel aandacht had-ie nou ook al weer niet, maar hij práátte met ‘m, hij lúisterde naar ‘m, en dat is belangrijk. Terwijl de anderen dat niet deden, want Wim die werd een beetje … Ze lieten ‘m eigenlijk maar praten. Hij is niet zo in tel geweest bij die andere zwagers; nee, nee.”


NOTEN

[1] E-mail van Irene Zalme aan Jack van der Weide, 16 juni 2021.

[2] E-mail van Albert Roozenburg aan Jack van der Weide, 8 augustus 2020.

[3] “Hij […] vertelt mij dat hij – sinds lange tijd – weer eens heeft deelgenomen aan een verjaardagsfeestje. Zijn oudste zuster blijkt de dag ervoor 84 jaar te zijn geworden; hij trof daar zelfs een doodgewaande zwager aan.” (Walda, Koning der stations, p. 91)

[4] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink, 1998 (opname in mijn bezit). De Ursulakliniek was een neurokliniek in Wassenaar, waarschijnlijk ging het dus om hoofdletsel.

[5] Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 117.

[6] Brief van Addy Persoon-van Genk aan Pieter Brattinga, 22 februari 1971 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[7] Walda, Koning der stations, pp. 32, 37.

[8] Ibid., p. 34.

[9] Pieter van der Linden, die in die periode een aantal administratieve, juridische en ook praktische zaken voor Van Genk regelde, liet weten dat hij als dank daarvoor van Tiny een schilderij mocht uitzoeken (e-mail van Pieter van der Linden aan Jack van der Weide, 7 december 2020). Nico van der Endt, die na de periode bij De Ark in beeld kwam, gaf desgevraagd aan nooit met Theo van den Heuvel te maken hebben gehad en hem zelfs nooit te hebben ontmoet (e-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 27 juli 2021).

[10] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink, 1998. Tiny verwijst hier naar het interview met Bibeb, waar Van Genk inderdaad zegt over een van zijn zwagers: “’t Is een volmaakt stukje mens.” Of dit een compliment is, valt echter te betwijfelen.

[11] Nadere gegevens over Ben Zalme zijn op verzoek van de familie verwijderd.

Vroeg

Het Oosteinde in Voorburg rond 1930. Op de voorgrond ziekenhuis Antoniushove, daarnaast de Martinuskerk

De vier adressen van het gezin Van Genk in Den Haag tussen 1915 en 1925 waren Westeinde 257, Malakkastraat 6, Columbusstraat 106 en Renbaanstraat 7 – waarbij dat laatste adres feitelijk in Scheveningen lag. Uit advertenties blijkt dat zich op elk van deze adressen in deze periode een winkel bevond, korte tijd eerder of later. Ook Jozef van Genk zal voor zijn zaak hebben geadverteerd, maar tot op heden is niet duidelijk in welke krant dat was. In Columbusstraat 106, waar zijn winkel van januari 1922 tot maart 1923 was gevestigd, werd hij opgevolgd door poelier H. Siesage. [1] In juni 1925 verhuisde het gezin Van Genk naar Voorburg.

Een geboorteakte van Willem van Genk is niet te vinden. Wel geeft zuster Tiny in een interview uit 1998 een enigszins verdekte aanwijzing over zijn geboorte, als ze spreekt over het karakter van haar moeder:

Mijn moeder was een … ja, die wist wat ze wilde, wat ze … stond in het midden van het leven, en eh … en ’t was geen twijfelaar of wat dan ook, helemaal niet, het eh … was een hele, vrouw met een … op het kritieke moment wist ze wat ze doen moest, want d’r is heel wat gebeurd bij ons hoor. Maar zij wist … anders waren er verschillende eigenlijk eh, ongelukkig geworden. We hadden wel eens een brand, en eh … en ze wist meteen alles te blussen en eh … en met Willem ook, meteen een zuurstofapparaat, “Maar zuster, is er dan hier geen zuurstofapparaat?” Hadden ze niet eens aan gedacht in, in dat ziekenhuis, dat was in Antoniushove, in Voorburg. Ja ik haal ’t misschien een beetje door elkaar, maar … [2]

Ziekenhuis Sint Antoniushove aan het Oosteinde in Voorburg, opgericht in 1913, was aanvankelijk een ouderenpension waar al snel ook zieken en noodlijdenden van alle gezindten (maar toch vooral katholieken) welkom waren. De verpleging en verzorging was voor een belangrijk deel in handen van zusters Augustinessen. Naast het ziekenhuis lag de imposante, neogotische Martinuskerk.

Waarschijnlijk was dat niet de kerk waar het gezin Van Genk op zondag heen ging: de Martinus lag op ruim een half uur lopen van het adres waar Jozef en Maria van Genk vanaf 1927 woonden, Van de Wateringelaan 25. Op iets meer dan tien minuten lopen van hun woning lag de Haage Liduinakerk aan de Schenkweg, waardoor het waarschijnlijker was dat ze tot die parochie behoorden. [3] Een woordvoerster van het parochiesecretariaat Maria Sterre der Zee bevestigde dit: “Het klopt dat destijds een gedeelte van Voorburg hoorde bij de Liduinaparochie. Het betreft het gedeelte vanaf de spoorlijn.” [4]

Na de sloop van de Liduinakerk in 1977 fuseerde de Liduinaparochie met de Marlotkerk tot de Driekoningengemeenschap. Koster Wim Kuipers van de Driekoningengemeenschap vond in een doopboek van de Liduinakerk inderdaad een aantekening over de doop van Willem van Genk – zij het niet in de eigen kerk:

Die 2 Aprilis 1927 in ecclesia
S. Martini in Voorburg baptizatus
est Wilhelmus Franciscus Antonius
Maria van Genk.
Pater: Joseph Joës Maria v. Genk
Mater: Maria Martina Hoogstraten
(v. Wateringestraat 25)

Willem van Genk was dus gedoopt in de Martinuskerk, op de dag van zijn geboorte. In eerste instantie leek het er daarmee op dat het gezin Van Genk behoorde tot de parochie van St Martinus, maar de vraag was wel waarom er dan een aantekening in een doopboek van de Liduinaparochie stond. Wim Kuipers gaf daarvoor na enig nadenken een plausibele verklaring:

Het is eigenlijk wel duidelijk dat de familie destijds tot de Liduinaparochie behoorde. Waarschijnlijk is Willem van Genk in het ziekenhuis Antoniushove geboren. Het ziekenhuis was in die tijd gevestigd naast de Martinuskerk. De traditie was, dat kinderen gelijk na hun geboorte of daags erna gedoopt werden. Uit praktische redenen is het aannemelijk dit in de Martinuskerk heeft plaatsgevonden. Vandaar de latere aantekening in het doopboek van de Liduinakerk. [5]

Dit sloot bovendien aan op de eerder geciteerde opmerking van Tiny van Genk over haar moeder in Antoniushove, waarschijnlijk had zij het over de geboorte van haar broer (“en met Willem ook”).

Jeugdtekening Willem van Genk (particuliere collectie)

Bij de spullen van haar oude tantes trof een nicht van Willem van Genk, de oudste dochter van zijn zuster Nora, enkele jaren geleden een jeugdtekening van de kunstenaar aan. Het ging om een potloodtekening van een verkeersknooppunt bij een station met enkele panden – termen als ‘straattafereel’ of ‘straatscène’ zijn feitelijk niet van toepassing, omdat er vrijwel geen personen of vervoersmiddelen te zien zijn. Blijkens het onderschrift betreft het STATION ROOSENDAAL en de STEENBERGSCH STRAATWEG – de letter S is steeds gespiegeld geschreven. Er is geen ondertekening of datering maar de overeenkomsten met later werk van Van Genk zijn opmerkelijk.

Er zijn vier wegen die bij elkaar komen bij een constructie met het opschrift ROOSENDAALSCH STATION (zonder gespiegelde S’en). Tussen de twee wegen op de voorgrond is een steenstrook getekend met links een rond verkeersbord met een P, met daaronder de tekst STATION VIADUCT A. Rechts daarvan staat een ander bord, met de tekst Naar Bergen OZ STOOMtram TRAMhalte. Op de steenstrook tussen de twee voorste wegen liggen tramrails die eindigen bij een stootblok. Op de vier wegen zijn pijlen getekend die alle in de richting van het station wijzen, met voor het station een tros van acht pijlen die juist de andere kant uit wijzen.

Aan de linkerkant van de tekening is een deel van een gevelrij te zien met de aanduiding steenbergsch str weg, daaronder een onleesbare tekst en mogelijk een huisnummer 3. Aan de rechterkant is op de straathoek een bioscoop getekend met de naam METROPOLE, waar een  FILM kennelijk 22 cts kost. In de deuropening staat de enige menselijke figuur op de tekening, een portier met een pet. Onder de dakrand staat in grote letters COBES CATENBURG. Het station, waar alle wegen naartoe leiden, kan worden betreden via een verhoging onder een stenen boog waar zeven deuren zijn, die vermoedelijk naar de stationshal leiden. De spoorbaan ligt erboven, de getekende rookkringels wijzen misschien op een trein die net voorbij is gereden.

Vader Jozef van Genk, afkomstig uit Bergen op Zoom, had in Roosendaal tussen 1913 en 1915 zijn winkel op het adres Brugstraat 62, een straat die uitkwam bij het station. Hier werden ook zijn twee oudste dochters geboren. Tussen 1908 en 1911 woonde hij  bovendien in Steenbergen. Verschillende plaatsnamen op de jeugdtekening hebben daarmee een biografische achtergrond, die met name te maken heeft met de familie van vaderszijde in westelijk Noord-Brabant. Anderzijds lijken de details niet te kloppen: er is of was geen Steenbers(ch)e straat(weg) in Roosendaal, [6] al helemaal niet bij het station in die plaats dat er bovendien heel anders uitzag dan op de tekening.

Van Genk leek uit te zijn gegaan van bestaande elementen en vervolgens zijn fantasie de vrije loop te hebben gelaten. Desgevraagd werd dit bevestigd door de Heemkundekring Roosendaal:

Wij hebben uw vraag m.b.t. de jeugdtekening van Willem van Genk voorgelegd aan diverse leden van onze Heemkundekring. Zij komen allen tot de conclusie: de geschetste situatie was niet Roosendaal, noch in Bergen op Zoom of in Zevenbergen. De jonge Willem heeft in zijn fantasie Roosendaal een fantastisch station toegedacht. [7]

De bioscoop op de tekening past in deze constructie: in Den Haag was in 1936 de zeer luxe bioscoop Metropole Palace geopend, gelegen aan de Carnegielaan – niet ver van de Laan Copes van Cattenburch. Die laatste was genoemd naar de Haage burgemeester Lodewijk Constantijn Rabo Copes van Cattenburch (1771-1841), die derhalve in Roosendaal niet van belang was.

Al met al zijn er duidelijke aanknopingspunten tussen de jeugdtekening en het latere werk van Willem van Genk: de stadssetting, het motief van openbaar vervoer, de opschriften, zelfs de relatieve symmetrie en het nadrukkelijke perspectief. Anderzijds kan men ook stellen dat deze zaken niet persé ongewoon zijn voor een kindertekening en dat het juist interessant is dat Van Genk er in zijn later werk aan is blijven vasthouden. De situatie met het fictieve station doet denken aan Schwebebahn Wuppertal (zie hier), meer in het algemeen is de tekening een geheel eigen pick & mix van bestaande elementen. Zo heeft er nooit een stoomtram gereden tussen Roosendaal en Bergen op Zoom – dat was ook niet nodig, aangezien er al sinds 1863 een treinverbinding tussen beide steden bestond.

Links: detail jeugdtekening Willem van Genk. Rechts: detail litho WVG-0131d

Als laatste wil ik wijzen op enkele intrigerende overeenkomsten tussen de jeugdtekening en enkele litho’s die Van Genk in 1995 maakte (zie hier), een kleine zestig jaar later. Ook daar een station met rookkringels van een trein, maar vooral: ook daar een man met een uniformpet met een prominente klep, en profil gezien. Wat ontbreekt op de jeugdtekening is de webstructuur, nadrukkelijk aanwezig op diezelfde litho’s en ook op veel ander werk, zeker waar het om stations gaat. De vraag of men daar conclusies uit moet of kan trekken (en zo ja: welke), laat ik graag aan anderen.


NOTEN

[1] Zie bijvoorbeeld een advertentie in de Haagsche Courant van 22 april 1924.

[2] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink (opname in mijn bezit).

[3] De kloosternaam ‘Lidwina’ die Leny van Genk later zou aannemen, zou ook op een verband met de Liduinaparochie kunnen wijzen.

[4] E-mail van Monique Meeussen aan Jack van der Weide, 2 juli 2021.

[5] E-mail van Wim Kuipers aan Jack van der Weide, 8 juli 2021.

[6] In Bergen op Zoom, waar Willem van Genk na het overlijden van zijn moeder in 1932 enige tijd woonde, is wél een Steenbergse straat.

[7] E-mail van Cees Talboom aan Jack van der Weide, 23 juni 2021.

Rondvaart

Rondvaart (WVG-0087)| 1966 | ets | ca. 15 x 23 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht

Op YouTube werden ten tijde van de tentoonstelling Woest enkele “kunstverhalen” geplaats, korte video’s waarin Ans van Berkum en Hugo Borst werken van Willem van Genk bespraken. In het kunstverhaal over Waarheidsfestival (WVG-0049) gaat Van Berkum onder meer in op een rechthoek van ongeveer vijftien bij twintig centimeter aan de onderkant van het werk: ‘Midden onder de centrale figuur heeft Van Genk een stuk van zijn ets Silja Line geplakt, met daarop een ronde schildering met de titel van een expositie in Den Haag waaraan hij zelf deelnam, Nieuwe realisten.’ [i] Die laatste opmerking is uiteraard correct en ook had Van Genk inderdaad een afdruk van een van zijn etsen gebruikt. Dit was echter niet Silja Line (WVG-0064) maar een ets die lange tijd onbekend was, al had juist Van Berkum haar kunnen herkennen.

Volgens Nico van der Endt maakte Van Genk ‘een vijftal etsen in verschillende kleuren (vervaardigd gedurende zijn avondverblijf op de Academie en afgedrukt door collega’s)’. [ii] Vier van de etsen – Minsk (WVG-0062), Tunnel Napels (WVG-0063), Silja Line en Collonade (WVG-0065) – waren bekend, de vijfde (Rondvaart) werd alleen genoemd in het oeuvre-overzicht in de monografie uit 1998. [iii] Recentelijk bleek echter dat Stichting Collectie De Stadshof die vijfde ets wel degelijk bezat: ‘Er is 1 ets: Rondvaart op de Dnepper bij Kiel, 1966 (reg nr: OS13070701 SH10156) is sinds 17 augustus 1999 in langdurige bruikleen van dhr. J.B. Meinen, Papendrecht, aan Stg Coll. De Stadshof. Afm. 18,6 x 19 cm.’ [iv] Die informatie verhelderde veel en riep tegelijkertijd ook een aantal vragen op.

Allereerst de titel. De noord-Duitse stad Kiel is gelegen aan de Kieler Förde, aan het noordelijk begin van het Noord-Oostzeekanaal, niet aan (of in de buurt van) een rivier genaamd “Dnepper”. En waarom zou Van Genk in Kiel een rondvaart maken? De naam “Dnepper” doet denken aan die van de rivier de Dnjepr, die niet bij Kiel stroomt maar wel bij Kiev. Kijken we goed naar het opschrift op de ets, dan staat daar hoogstwaarschijnlijk W.F.A.M. van GENK s’HAGE ‘66 rondvaart op de Dneppr nabij Kiev. Het gaat dus inderdaad om de Dnjepr en om Kiev, in 1966 na Moskou en Leningrad de derde stad van de Sovjet-Unie en daarmee zeker een aandachtspunt voor Van Genk.

De vier andere etsen werden gemaakt in 1967, Rondvaart leek dus in meerdere opzichten een eerste poging voor Van Genk om zich met de voor hem nieuwe techniek uiteen te zetten. Daarbij zal hij, zoals Van der Endt opmerkte, geholpen zijn door docenten en/of studiegenoten. De bruikleengever van de ets, J.B. Meinen uit Papendrecht, was de kunstenaar Jan Bernard Meinen (1945-2001), die vanaf 1963 een opleiding volgde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. [v] Meinen, die onder mee naam maakte als graficus en etser, zou zeer goed een van degenen kunnen zijn geweest die Van Genk hielpen.

De afbeelding is redelijk elementair opgezet maar toont een aantal voor Van Genk specifieke elementen. Te zien is de binnenruimte van een rondvaartboot met helemaal links twee meisjes, van wie er een vlechten heeft en een ijsje eet. Voor hen zit een echtpaar, nog een rij naar voren een tweede echtpaar met een kind; de vrouw draagt een hoofddoek, de man heeft een krant in zijn handen. Schuin achter het tweede paar zit een man met een bril en een hondje (mogelijk een zelfportret) en voor het gezelschap staat de gids die in een microfoon spreekt. Door de glazen overkapping van de boot – een voor Van Genk typische webstructuur – is een brug te zien waarover een trein of tram rijdt.

Detail 50 jaar Sovjet-Unie (1966)

Van Genk bezat uiteraard afdrukken van zijn eigen etsen, die hij soms gebruikte in zijn werken. In Reiseland Italien (WVG-0037) is linksboven de ets Collonade ingevoegd, in Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) Minsk. Rondvaart lijkt maar liefst negen keer te zijn gebruikt, niet allen in Waarheidsfestival maar ook in Vervoer USSR (WVG-0060), in 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), in Kathedraal Pilsen (WVG-0044), eveneens in Amsterdam Moskou per KLM en, vier keer, in Urbanisme et architecture (WVG-0054). In Amsterdam Moskou per KLM staat Rondvaart links naast Minsk, wat duidelijk het verschil in formaat tussen beide etsen toont.

Van Rondvaart zijn geen genummerde en gesigneerde exemplaren bekend, zoals van de andere vier etsen. Desalniettemin lijkt ook bij dit werk een verschil te bestaan tussen officiële en niet-officiële afdrukken, waarbij die laatste vaak te herkennen zijn aan een gestippelde rand rond de afbeelding. Een duidelijk voorbeeld hiervan is te vinden in Een getekende wereld, waar de ets Collonade staat afgebeeld mét een gestippelde rand – het betreft derhalve een niet-genummerd exemplaar. [vi] Ook veel van de etsafdrukken bij Museum Dr. Guislain in Gent hebben vermoedelijk een dergelijke rand.

Details Urbanisme et architecture (ca. 1965)

Bij gebruik in andere werken is de rand van Rondvaart niet altijd goed te zien, omdat Van Genk de ets meestal heeft verknipt. In vier gevallen is een tondo verwijderd, in vier andere gevallen is juist alleen een tondo gebruikt – hetgeen doet vermoeden dat tondo’s en omtrekken op elkaar zouden kunnen passen. Urbanisme et architecture laat beide vormen zien: links is drie keer een omtrek gebruikt, rechts één keer een tondo. Ook in Waarheidsfestival ontbreekt een tondo, waarbij Van Genk de vorm van het uitgeknipte deel associeerde met het ronde logo van de tentoonstelling Nieuwe Realisten. Alleen op Amsterdam Moskou per KLM is de hele ets geplakt.

Dat Van Genk Rondvaart heeft gebruikt op werken die iets met de Sovjet-Unie te maken hebben, lijkt in de meeste gevallen duidelijk. Alleen Urbanisme et architecture is in dat verband enigszins problematisch. Het linker deel van dat werk lijkt met name over Stockholm te gaan, al zijn er ook verwijzingen naar Duitsland (met name Keulen), Denemarken en Finland. De omtrekken van Rondvaart in dat deel van het werk bevatten in de ruimte waar de tondo’s zijn uitgeknipt, teksten en afbeeldingen die verwijzen naar respectievelijk Helsinki, Stockholm en Kopenhagen. In het rechter deel, dat op Moskou betrekking heeft, is een tondo ingevoegd met daaroverheen drie maal in cyrillisch schrift KHEB, i.e. Kiev. De kennelijke associatie van Scandinavië met de Sovjet-Unie versterkt de al eerder genoemde hypothese dat Van Genk de Sovjet-Unie via Zweden en Finland was binnengekomen; ook Silja Line wijst in die richting. [vii]

Detail Kathedraal Pilsen (ca. 1965)

Dat er een tondo van Rondvaart is aangebracht op Kathedraal Pilsen, is een bevestiging van de eerder geponeerde stelling (hier) dat Van Genk een tekening van de kathedraal van Pilsen is gaan gebruiken als centrale afbeelding in een veel groter en meer gelaagd werk. Het lijkt of in ieder geval de rechterstrook van het werk later is toegevoegd, wat een verklaring zou kunnen zijn voor enerzijds de dubbele signatuur en anderzijds de verwijzingen naar vijftig jaar Sovjet-Unie in de rechter bovenhoek. Die rechterstrook bestaat voor het grootste deel uit een viertal natuurtekeningen, die we vaker in de collages over de Sovjet-Unie tegenkomen. De tondo uit Rondvaart is op een tekening van een veld met korenaren geplakt, met eroverheen de tekst Navštivte Sovĕtsky – Tsjechisch voor “Bezoek de Sovjet [-Unie]”, hetgeen Van Genk enkele jaren na zijn reis naar Tsjechoslowakije ook daadwerkelijk zou doen.


NOTEN

[i] “Kunstverhaal: Het ‘Waarheidfestival’ van Willem van Genk door Ans van Berkum” (geraadpleegd 22 juni 2021). De WVG-nummers verwijzen naar mijn eigen (aanzet tot een) catalogue raisonné. Van Berkum eindigt haar analyse met de triomfantelijke observatie dat boven de ets ‘deels gecamoufleerd maar toch overduidelijk, het woord KUT’ staat. Dit lijkt me om meerdere redenen een uiterst twijfelachtige conclusie.  

[ii] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25. Zie hier voor meer informatie over de etsen.

[iii] ‘Rondvaart | 1966 | coloured etching | 15 x 23 cm’ (Ans van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 111).

[iv] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021. De kwalificatie ‘coloured etching’ in Een getekende wereld slaat mogelijk op het feit dat de inkt niet zwart maar sepia is. De afmetingen in Een getekende wereld lijken beter te kloppen dan die in de administratie van Stichting Collectie De Stadshof.

[v] “Jan Bernhard Meinen” (geraadpleegd 23 juni 2021).

[vi] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 129. Getuige het bijschrift (‘artist’) betreft het hier inderdaad een afdruk die afkomstig is van de kunstenaar zelf. De genummerde afdrukken werden verhandeld door Galerie Hamer.

[vii] Zie hier en hier.

Aanzet tot een catalogue raisonné (12)

Dit is het twaalfde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk en het derde deel over de bus-assemblages.

Willem van Genk met een van zijn trolleybussen, 1991 (foto: Mario del Curto)

In 2014 was de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic te zien in het American Folk Art Museum in New York. Tentoongesteld waren onder meer zes bus-assemblages, alle van de Stichting Willem van Genk. In de catalogus bij de tentoonstelling kregen ze de nummers 13 t/m 18. In alle gevallen is de naam van het werk ‘Untitled’, met een nadere aanduiding tussen haakjes die in vier van de zes gevallen identificatie mogelijk maakt. Als materiaal wordt steeds vermeld ‘Tin cans, cardboard, metal, paint, paper, and plastic’, als datering ‘c. 1980-2000’.


WVG-6017

Collectie: Stichting Willem van Genk

Untitled (Velp-Oosterbeek Trolley)

Afmetingen: 10,5 x 23,5 x 5,125 inch (bron: catalogus Mind Traffic)

Lijnnummer: 1

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een zandkleurige tram met een schaarbeugel. De basis is een kartonnen model, zij het niet van één van de twee genoemde typen. Een equivalent van de tram is te vinden op WVG-0119.

Linkerzijde: daklijst KWALITEIT TURMAC SIGARET, daarachter RATELBAND (links) HAP-HOEK (rechts).

Voorkant: 1, daaronder REMISE, onder de voorruit 1 manswagen en VELP


WVG-6018

Collectie: Stichting Willem van Genk

Untitled (Trolley)

Afmetingen: 11,5 x 24,5 x 5,125 inch (bron: catalogus Mind Traffic)

Lijnnummer: 1

Algemeen: wanneer het inderdaad de hieronder afgebeelde assemblage betreft, gaat het om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 1). De afbeelding kan ook bij WVG-6019 of WVG-6021 horen.

Linkerzijde: STIMOROL (midden onder), daarboven drie logo’s van McDonald’s; rechts boven VELP 1, daarboven drie papiertjes met in groene balpen KEMA OOSTERBEEK en WILLEMSPLEIN. Daklijst: ND HAP-HOEK de lekkerste, daarboven KAASLAND DRIEHOEK ONTVET.

Rechterzijde: driemaal ARNHEMSE KOERIER. Daklijst: têtes de nègre | negerküsse Arnhem BUYS | negerszoenen Trolleystad.


WVG-6019

Collectie: Stichting Willem van Genk

Untitled (Trolley)

Afmetingen: 4,5 x 26,5 x 4,75 inch (bron: catalogus Mind Traffic)

Algemeen: wanneer het inderdaad de hieronder afgebeelde assemblage betreft, gaat het om een trolleybus waarbij het lijnnummer niet te zien is. De afbeelding kan ook bij WVG-6018 of WVG-6021 horen.

Linkerzijde: daklijst RATELBAND HAP-HOEK.


WVG-6020

Collectie: Stichting Willem van Genk

Untitled (Toblerone Trolley)

Afmetingen: 10 x 19 x 5,125 inch (bron: catalogus Mind Traffic)

Lijnnummer: 2

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). Door de voorgedrukte eindhalte GEITENKAMP op de voorkant is een kruis gehaald. De herkomst van de aanduiding ‘Toblerone Trolley’ is onduidelijk.

Linkerzijde: Aquafresh (midden), links daarvan een logo van McDonald’s. Daklijst: RATELBAND HAP-HOEK 2 STATION, daarboven Coke (links), Coca-Cola ELSWEIDE (rechts).

Voorkant: 2 GEITENKAMP, onder de voorruit ELSWEIDE, op de bumper een logo van Iglo.


WVG-6021

Collectie: Stichting Willem van Genk

Untitled (Poppell Club, Restoril, Iglo Trolley)

Afmetingen: 10,75 x 26,75 x 5 inch (bron: catalogus Mind Traffic)

Algemeen: mogelijk gaat het hier om de assemblage die is afgebeeld bij WVG-6018 of WVG-6019.


WVG-6022

Collectie: Stichting Willem van Genk

Untitled (Plan Leideritz Trolley)

Afmetingen: 5 x 21,75 x 11 inch (bron: catalogus Mind Traffic)

Lijnnummer: 4

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model, zij het niet van één van de twee genoemde typen. De herkomst en betekenis van de aanduiding ‘Plan Leideritz Trolley’ is onduidelijk. Er zijn geen verwijzingen naar Arnhem zichtbaar.

Rechterzijde: daklijst PRODENT (rechts).

Voorkant: Tempo, daarboven XYLITOL.


Naast de hiervoor genoemde bus-assemblages in grotere collecties zijn er ook enkele die in particuliere verzamelingen zijn terechtgekomen. Een aparte categorie vormen de bussen waarvan wel een afbeelding bekend is, maar die ik niet kan koppelen aan een collectie.


WVG-6023

Collectie: Arnulf Rainer, Wenen [i]

Afmeting: ca. 102 cm (bron: catalogus tentoonstelling Outsiders, Galerie Hamer 1999)

Lijnnummer: 3

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 1).

Linkerzijde: links en rechts van de achterdeur twee logo’s van Iglo, daarnaast HISTOR, FLEXA | FLEXA, logo McDonald’s, logo Iglo; daaronder DE RABOBANK EEN INTERNATIONALE BANK. Daklijst: BAND HAP-HOEK (links), ’t CRANEVELD 3 (rechts); daarboven Coca-Cola (links), EXTRA GROOT (midden).


WVG-6024

Collectie: privécollectie, Den Haag

Lijnnummer: 2

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). De assemblage was te zien tijdens de tentoonstelling Woest.

Linkerzijde: PRODENT, links en rechts daaronder Hero, links en rechts daarboven logo McDonald’s. Daklijst: RATELBAND HAP-HOEK, links daarboven Coca-Cola, rechts daarboven Coke.

Rechterzijde: KATJA, links en rechts daarnaast logo McDonald’s. Daklijst: Patisserie-Bonbonnerie Leon Steenstraat 93 Arnhem Tel.: 085-422459, daarboven 6828 CH; rechts boven Coke Drink Coca-Cola.

Voorkant: 2 en (voorgedrukt) 2 GEITENKAMP, onder de voorruit STATION, links onder 2.


WVG-6025

Collectie: privécollectie

Lijnnummer: 36

Algemeen: het lijkt niet te gaan om een trolleybus op basis van een van de genoemde modellen. Ook zijn er geen direct zichtbare verwijzingen naar Arnhem. In Een getekende wereld staat de bus afgebeeld op. p. 35, met als bijschrift: ‘Trolleybus | ca 1990 | mixed media | h. 19 cm | De Stadshof, Zwolle’. De bus behoort echter niet tot de vier assemblages die Stichting Collectie De Stadshof bezit. Navraag leerde dat toenmalig Stadshof-directeur Ans van Berkum ‘nog bezig [was] met de definitieve keuze voor de aankoop van de werken van Van Genk toen Een getekende wereld verscheen.’ [ii] Galerie Hamer zou de bus uiteindelijk verkopen aan een Amsterdamse verzamelaar.

Linkerkant: Marl Marlboro boro (midden); 96 (rechts). Daklijst: Marl boro (rechts), daaronder 36.


WVG-6026

Collectie: privécollectie, Zandhoven

Lijnnummer: 3

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 1). Bij een artikel in Trouw over Walter Van Beirendonck, die de tentoonstelling Woest ontwierp, was hij op een foto te zien met in zijn handen een bus-assemblage die geen deel uitmaakte van de tentoonstelling. Het ligt daarmee voor de hand te veronderstellen dat de assemblage afkomstig is uit de collectie van Van Beirendonck en zijn partner Dirk Van Saene, beiden bewonderaars van het werk van Van Genk. [iii]

Rechterzijde: CESAR (midden onder), daklijst Arnhem Trolleystad.


WVG-6027

Collectie: galerie Arte Magica, Haarlem

Afmetingen: 81 x 35 x 20 cm (bron: galerie Arte Magica)

Algemeen: het gaat om een trolleybus uit Moskou. Zie hier voor meer informatie over dit werk. De assemblage was te zien tijdens de tentoonstelling Woest.


WVG-6028

Collectie: onbekend

Lijnnummer: 2

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). De assemblage was te zien tijdens de tentoonstelling Woest.

Linkerzijde: daklijst RATELBAND HAP-HOEK, rechts STATION. Boven ingang Arnhem 2 Trolleystad.

Rechterzijde: daklijst Patisserie Leon Steenstraat 93 Arnhem Tel.: 085-422459, daarboven Bonbonnerie.

Voorkant: 2 GEITENKAMP, daarboven TROLLEYBUS VERENIGING.


WVG-6029

Collectie: onbekend

Lijnnummer: 3

Algemeen: het lijkt niet te gaan om een trolleybus op basis van een van de genoemde modellen.

Linkerzijde: tussen de middelste deur en de ingang logo McDonald’s en Pico. Daklijst: RATELBAND HA.


WVG-6030

Collectie: onbekend

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). De dominante kleur is blauw, een lijnnummer is niet te zien.

Rechterzijde: Croky CHIPS; daklijst Patisserie-Bonbonnerie Leon Steenstraat 93 Arnhem Tel.: 085-422459, daarboven donuts.

Voorkant: logo Iglo (bumper).


WVG-6031

Collectie: onbekend

Lijnnummer: 5

Algemeen: het gaat om een trolleybus op basis van een kartonnen model, zij het niet van één van de twee genoemde typen. De dominante kleur is blauw.

Rechterzijde: 5 en ARNHEM TROLLEYSTAD (boven de ramen); BERNE BERNER BERNE (onder), links en rechts daarboven twee halve logo’s van McDonald’s. Daklijst: MERCEDES BENZ (links), STADSBUS 0205 (rechts).


NOTEN

[i] In de catalogus van de tentoonstelling Outsiders bij Galerie Hamer (1999) staat de bus afgebeeld op p. 10, met als bijschrift ‘Trolleybus, ca. 1990, karton + div. materialen, ca. 102 cm (coll. Rainer)’. In Kroniek van een samenwerking (uit 2014) staat de bus afgebeeld op p. 135, met als bijschrift ‘Trolleybus | ca. 1990 | mixed media | length 55 cm | private collection | France’. Desgevraagd antwoordde Nico van der Endt dat hij het weliswaar niet meer met zekerheid kon zeggen maar dat de informatie uit 1999 hem betrouwbaarder leek dan die uit 2014 (e-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 2 mei 2021).

[ii] E-mail van Liesbeth Reith aan Jack van der Weide, 7 augustus 2020.

[iii] Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene waren in september 2014 gastredacteuren van een editie van NRC DeLUXE. Daarin stond ook een artikel over Willem van Genk – Van Beirendonck: ‘Willem van Genk is een boeiend persoon. Wij vinden zijn sculpturen het mooist.’

Aanzet tot een catalogue raisonné (11)

Dit is het elfde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk en het tweede deel over de bus-assemblages. Het vorige deel is hier te vinden.

Kartonnen trolleybussen in het Trolley-Bus Museum in Arnhem (foto: Jack van der Weide)

Het LaM in Lille bezit drie bus-assemblages, waarvan er twee staan afgebeeld op de website: WVG-6008 heeft acht foto’s gekregen, WVG-6009 één, WVG-6010 geen. Elke assemblage heeft een naam en eigen afmetingen. Er is een poging gedaan de teksten op de bussen te inventariseren.


WVG-6008

Collectie: LaM, Lille

Heemskrklaan [i]

Afmetingen: 25 x 82 x 18 cm (bron: website)

Lijnnummer: 1

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). Dit verklaart dat Van Genk het nummer en de eindstations van lijn 1 op de bus heeft aangebracht, terwijl op de voorkant ook nog de oorspronkelijke lijn en bestemming van het kartonnen model te zien is. De bus heeft zes wielen, de dominante kleur is blauw. De teksten op de bus volgens het LaM:

INSC.H.M. (avant du trolley): HEEMSKRKLAAN / 2 GEITENOKAMP INSC.M. (avant du trolley): Patisserie Bonbonnerie / LEON INSC.B.M. (avant du trolley): iglo / Tobler INSC.H.DR. (côtés droit et gauche du trolley): TOBLE RONE / SUPERRATELBAND HAP-HOEK MARKT INSC.M.DR. (côtés droit et gauche du trolley): AL MCD Donald AAF INSC.M.DR. (côtés droit et gauche du trolley): NET. WT. 0,37 oz. 10,4 GRAMS INSC.B.DR. (côtés droit et gauche du trolley): Wasa / Pain croustillant suédois / schwedisches Knäck-Brot / Swedish crispbread INSC.B. (côtés droit et gauche du trolley, angles avant et arrière): POP CORN INSC.M. (toit du trolley): Fresch INSC.M. (arrière du trolley): 1 / iglo / iglo

Linkerzijde: achterdeur POP, daarboven OOSTERBEEK; voordeur CORN, daarboven VELP. Tussen beide deuren AL McD [logo McDonald’s] Donald AAF; daaronder Wasa. Daklijst SUPER RATELBAND HAP-HOEK MARKT, daarboven TOBLE RONE.

Rechterzijde: midden AL McD [logo McDonald’s] Donal AAF, daaronder Wasa. Daklijst SUPER RATELBAND HAP-HOEK MARKT, daarboven TOBLE RONE.

Voorkant: 2 GEITENKAMP, daarboven HEEMSKERKLAAN.


WVG-6009

Collectie: LaM, Lille

Hoogkamp

Afmetingen: 32,5 x 78 x 14 cm (bron: website)

Lijnnummer: 12

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 1) met een toegevoegd deel. De bus heeft zes wielen en waarschijnlijk een harmonicascharnier; de dominante kleuren zijn geel en blauw. De teksten op de bus volgens het LaM:

INSC.H. (avant du trolley): HOOGKAMP INSC.H. (avant du trolley): WILLEMS / PLEIN (S) INSC.M. (avant du trolley): ELSWEIDE WELLEN STEIN INSC.B. (avant du trolley): 12 BRAGAH – ZOMERLUN / STATION NATIONAL PARK / de HOGE VELUWE / (SEIZDEN-LUN) / DUB-BUS VAN HOOD INSC.H.G. (côté gauche du trolley): ATHLETIC IZUNO FOOT WEAR / Patisserie – Bonbonnerie Léon Steenstraat 936828 CH Arnhem Tel.: 085-422459 INSC.B.M. (côté gauche du trolley): STIMOROL / GSM INSC.H.M. (côté droit du trolley): CHOCOLAT EXTRA RATELBAND HAP-HOEK INSC.DR. (côté droit du trolley): STAIG INSC.B. (côté droit du trolley): GSM GSM INSC. (arrière toit du trolley): Visit expo ! INSC. (avant toit du trolley): Blistex INSC. (x 2 sur boîte toit du trolley): HOMMERSON INSC.M. (toit du trolley): Bison INSC.M. (arrière du trolley): EXTRA INSC.M. (arrière du trolley): Cesar / BASIS MARKT / LET OP

Rechterzijde: linkerdeel centraal STIMOROL, daaronder CSM. Daklijst: Patisserie-Bonbonnerie Leon Steenstraat 93 6828 CH Arnhem Tel.: 085-422459, daarboven ATHLETIC IZUNO FOOTWEAR. Rechterdeel LASER (volle breedte), onderkant CSM.

Achterkant: CESAR (midden), LET OP (onder).


WVG-6010

Collectie: LaM, Lille

Daelhuysen

Afmetingen: 35 x 55 x 10 cm (bron: website)

Lijnnummer: 3

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 1). De dominante kleur is blauw. De teksten op de bus volgens het LaM:

INSC.H. (avant du trolley): NAEF / VELP INSC.H. (avant du trolley): DAELHUYSEN INSC.M. (avant du trolley): (via) / Willemsplein INSC.B. (avant du trolley): ALTEVEER ’t CRANEVELT INSC.H. (côté gauche du trolley): Patisserie-Bonbonnerie LEON Tel.: 085-422459 INSC.B. (côté gauche du trolley): VARTA INSC.H. (côté droit du trolley): UiTGANG Arnhem RATIRAN HAP-HOEK Trolleystro ingang INSc.M. (côté droit du trolley): NATIONALE / STRIPPEN / KAART / NATIONALE / STRIPPEN / KAART INSC.B. (côté droit du trolley): VARTA INSC.M. (arrière du trolley): 3 / Chiquita INSC.H. (toit du trolley): 6828 CH

Rechterzijde: VARTA (midden onder), daarboven 3 en driemaal ARNHEMSE KOERIER. Daklijst: Patisserie-Bonbonnerie Leon Steenstraat 93 Arnhem Tel.: 085-422459, daarboven 6828 CH.


Van The Museum of Everything is mij geen website of omvattende catalogus bekend. Het bezit waarschijnlijk zes bus-assemblages, die onder meer te zien waren tijdens de tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam in 2016.


WVG-6011

Collectie: The Museum of Everything

Lijnnummer: 1

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). De dominante kleur is blauw.

Linkerzijde: RATELBAND HAP-HOEK (daklijst); logo McDonald’s (midden).

Rechterzijde: logo McDonald’s (midden), daarachter HO. Daklijst: Patisserie-Bonbonnerie Leon Steenstraat 93 Arnhem Tel.: 085-422459, daaronder 6828 CH, daarboven Coke (links), PEPSI (rechts).


WVG-6012

Collectie: The Museum of Everything

Lijnnummer: 3

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een tram met een sleepbeugel. De dominante kleur is geel, de voorwielen ontbreken geheel, de achterwielen deels. Een equivalent van deze tram is te vinden op WVG-0125.

Linkerzijde: bitter koekjes (links en rechts van het midden), aardappelpuree dubbelpak (onder). Daklijst: KWALITEIT TURMAC SIGARET, daaronder RATELBAND TURMAC HAP-HOEK. Rechts naast de ingang MET GEPAST GELD BETALEN AUB.

Rechterzijde: bitter koekjes (links en rechts van het midden), 12 PAKJES 5708.0 (onder). Daklijst: KWALITEIT TURMAC SIGARET, daaronder RATELBAND TURMAC HAP-HOEK.

Voorkant: boven 3, onder de voorruit ALTEVEER, daaronder Maggi.


WVG-6013

Collectie: The Museum of Everything

Algemeen: de beschikbare foto’s van deze assemblage zijn vaag. Het gaat om een trolleybus met als dominante kleur oranje; een lijnnummer is niet te onderscheiden.

Voorkant: MARLBORO (rechts onder).


WVG-6014

Collectie: The Museum of Everything

Lijnnummer: 2

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2).

Rechterzijde: VERKADE (midden), daklijst met een logo van Ratelband Hap-hoek en LE ON.

Voorkant: 2 VELP (boven), logo Iglo (onder).


WVG-6015

Collectie: The Museum of Everything

Lijnnummer: 4

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model met een toegevoegd deel. De bus heeft zes wielen, de dominante kleuren van het voorste deel zijn geel en blauw.

Linkerzijde: voorste deel Verkade, CSM; daklijst RATELBAND HAP-HOEK. Achterste deel CSM, logo McDonald’s; daklijst SUPER Coca-Cola MARKT, daarboven Blue Band.


WVG-6016

Collectie: The Museum of Everything

Lijnnummer: 2

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). Het is onduidelijk of de bus wielen heeft of alleen wielassen.

Rechterzijde: Patisserie-Bonbonnerie Leon Steenstraat 93 6828 CH Arnhem Tel.: 085-422459, daaronder NEDERLANDSE TROLLEYBUS VERENIGING.

Voorkant: GEITENKAMP.


NOTEN

[i] “Heemskerklaan” is een halte in Velp van trolleylijn 1 (Oosterbeek-Velp).

Aanzet tot een catalogue raisonné (10)

Dit is het tiende deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Bus-assemblages bij Museum Dr. Guislain, 22 september 2006 (foto: Jack van der Weide)

De bus-assemblages van Willem van Genk vormen een aparte categorie binnen zijn oeuvre, met specifieke aandachtspunten voor een catalogue raisonné. [i] Als gezegd zou er een goede standaardbeschrijving dienen te worden opgesteld, bestaande uit bijvoorbeeld afmetingen, lijnnummer, belangrijkste advertenties, tram/trolleybus en zo verder. Dit om de verschillende assemblages van elkaar te kunnen onderscheiden. Foto’s kunnen bij de identificatie van een bus uitermate behulpzaam zijn, maar ze kunnen het beeld ook vertroebelen vanwege een ongewone hoek of belichting, of vanwege de kant van een bus die al dan niet in beeld is. Het totale aantal bussen is onduidelijk. Vaker wordt een getal van ongeveer zeventig genoemd, met daarnaast de exemplaren die deel uitmaakten van de oorspronkelijke installatie Busstation Arnhem. [ii]

Volgens Kroniek van een samenwerking kwamen via Galerie Hamer twee bussen terecht bij Museum De Stadshof, één bij de kunstenaar Arnulf Rainer in Wenen, zes bij de Franse kunsthandelaar Jean-Pierre Ritsch-Fisch, drie bij La Collection de l’Art Brut in Lausanne en één bij museum L’Aracine in Neuilly-sur-Marne. Ritsch-Fisch zou een aantal van zijn bussen weer verkopen aan het Museum Of Everything van James Brett. In 1998 verwierf De Stadshof via de familie nog eens twee bussen. [iii] Het LaM in Lille bezit drie bussen, volgens hun website alle geschonken door L’Aracine in 2000. Daarnaast bevindt een aantal assemblages zich in particuliere verzamelingen, voor een deel te achterhalen. De rest is vermoedelijk in beheer bij Stichting Willem van Genk.

In mijn overzicht verwijs ik onder meer naar twee typen kartonnen trolleybussen die door Van Genk regelmatig als basis voor zijn assemblages werden gebruikt (soms verknipt en/of verlengd): de bouwplaten van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Arnhem van de B7900-trolleybus (type 1); en de doosjes in de vorm van trolleybussen voor ‘trolleycake’ en Arnhemse meisjes, gemodelleerd naar de trolleybus BUT 101-136 (type 2). Arnhemse trolleylijnen waren en zijn genummerd van 1 t/m 9. Daarbij heeft lijn 8 nooit bestaan; reed lijn 4 slechts een paar maanden in 1950; werd lijn 7 in 1974 opgeheven en ging hij 1999 weer rijden; en bestaat lijn 6 pas sinds 2012. [iv] Uitgaande van een enigszins historische weergave waren daarmee voor Van Genk de lijnen 1, 2, 3, 5 en 9 van belang.

Het eerste deel van dit overzicht betreft bus-assemblages in twee museale collecties die informatie geven op hun respectieve websites: Stichting Collectie De Stadshof en La Collection de l’Art Brut. Uit de informatie op de twee websites vallen al enkele specifieke problemen bij het beschrijven van de bussen af te leiden. Stichting Collectie De Stadshof bezit vier bus-assemblages, volgens hun website alle ‘mixed media | ca. 1990 | 26,5 x 80 x 13 cm’. Bij die maten wordt opgemerkt dat ‘de lengte 80 cm van de bussen is genomen zonder uitsteeksels.’ Drie van de bussen staan afgebeeld op de website. La Collection de l’Art Brut bezit drie bus-assemblages, waarvan er twee worden genoemd en afgebeeld op hun website. In beide gevallen gaat het om ‘Sans titre | s.d | assemblage de matériaux de récupération divers | 24 x 81 cm’. [v]

Opgenomen in de beschrijvingen zijn uiteraard de opmerkingen en teksten die op foto’s zichtbaar zijn. De bussen van la Collection de l’Art Brut waren te zien tijdens de tentoonstelling Woest.


WVG-6001

Collectie: Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht (inv.nr. SH6082)

Afmetingen: 26,5 x 80 x 13 cm (bron: website)

Lijnnummer: 2

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2).

Linkerzijde: centraal het woord PEPSI; links naast de deuren logo’s van McDonald’s, beide malen schuin links daaronder COOL MINT. Daklijst met RATELBAND HAP-HOEK.

Rechterzijde: links en rechts logo’s van McDonald’s, beide malen schuin links daaronder COOL MINT.

Voorkant: 2 HOOGKAMP


WVG-6002

Collectie: Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht (inv.nr. SH10847)

Afmetingen: 26,5 x 80 x 13 cm (bron: website)

Lijnnummer: 9

Algemeen: het lijkt bij deze assemblage niet te gaan om een trolleybus op basis van een kartonnen model. De dominante kleur is blauw.

Linkerzijde: aan de onderkant CHOCOLAT EXTRA FIN VERKADE. Daklijst met links RATELBAND HAP-HOEK en rechts BUYS NEGEZOENEN, schuin rechts daaronder GEITEKAM […]. Deur links UITGANG, deur rechts INGANG, deur midden GEEN DOORG.

Voorkant: naast het lijnnummer GEITENKAMP, STATION en DE LAAK; daarboven op een apart kaartje ELDEN. Verder naar onderen UNION en een logo van Iglo.


WVG-6003

Collectie: Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht (inv.nr. SH6081)

Afmetingen: 26,5 x 80 x 13 cm (bron: website)

Lijnnummer: 14

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model, zij het niet van één van de twee genoemde typen. De dominante kleur is rood. Het betreft hier een voor Van Genk atypische trolleybus: de reclame voor Ratelband Hap-Hoek ontbreekt en het lijnnummer heeft nooit bestaan binnen het Arnhemse netwerk.

Linkerzijde: Cavallino GIOCATTOLI (centraal), MÄRKLIN Ram (midden links) penstück gebogen Spur HD (midden rechts). Daklijst: HERO EXTRA GROOT (links), light Coca Cola Coca Cola COKE (midden), 14 Centraal Station (rechts).

Rechterzijde: INSPIR Highlight ATION (centraal), daaronder VERKERKE.

Voorkant: 14 Centraal Station, daaronder DRIESLAG GROENE WEIDE 14. [vi]

Dak: Kretzschman (links).

Een afbeelding van de assemblage is opgenomen in Kroniek van een samenwerking, pp. 132-133.


WVG-6004

Collectie: Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht (inv. nr. SH10846)

Afmetingen: 26,5 x 80 x 13 cm (bron: website)

Lijnnummer: 3

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2). De bus heeft zes wielen.

Rechterzijde: KATJA (midden onder).

Linkerzijde: HISTOR FLEXA FLEXA HISTOR.

Voorkant: 3 CRANEVELD; verder naar onderen een logo van Iglo.


WVG-6005

Collectie: La Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afmetingen: 24 x 81 cm (bron: website)

Lijnnummer: 1

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model (type 2).

Linkerzijde: KROEPOEK (centraal). Daklijst: SUPER frou-frou RATELBAND HAP-HOEK frou-frou MARKT.

Rechterzijde: Marlboro (midden), MODEL ACTIVE SP-690 (onder). Daklijst: ARNHEMSE KOERIER.

Voorkant: VELP, STATION, OOSTERBEEK.


WVG-6006

Collectie: La Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afmetingen: 24 x 81 cm (bron: website)

Lijnnummer: 1

Algemeen: het lijkt bij deze assemblage niet te gaan om een trolleybus op basis van een kartonnen model. De dominante kleur is blauw, de bus heeft zes wielen en een harmonica-scharnier.

Linkerzijde: COKE (midden links). Daklijst: Coca-Cola (links), RATELBAND HAP-HOEK; VELP OOSTERBEEK STATION VELP.

Rechterzijde: COKE (midden rechts). Daklijst: VELP ARNH OOSTERB; Blue Band, Blue Band, Coca-Cola.

Voorkant: VELP.


WVG-6007

Collectie: La Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afmetingen: 25 x 61 x 14 cm (bron: Woest, p. 82)

Lijnnummer: 9

Algemeen: het gaat bij deze assemblage om een trolleybus op basis van een kartonnen model, zij het niet van één van de twee genoemde typen. De dominante kleur is donkerblauw.

Linkerzijde: gesplitst logo McDonald’s, daartussen en links 2x NIVEA CREMEZEEP. Daklijst: STIMOROL, RATELBAND HAP-HOEK, 9 STATION; daarboven HERO (links), Coca Coca-Cola Cola (rechts).

Rechterzijde: gesplitst logo McDonald’s, daartussen en rechts 3x NIVEA CREMEZEEP, daaronder links ARNHEM 750. Daklijst: RATELBAND HAP-HOEK, daarboven Coca Coca-Cola Cola.

Voorkant: 9.

Een afbeelding van de assemblage is opgenomen in Woest, p. 82.


NOTEN

[i] In deze teksten spreek ik van ‘bus-assemblages’ en ‘bussen’, hoewel er zich naast trolleybussen ook enkele trams tussen de assemblages bevinden. De eerdere, meer algemene blogteksten over de bussen zijn hier en hier te vinden.

[ii] ‘Willem van Genk heeft ongeveer […] 70 autobussen [gemaakt]’ (Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25); ‘In huis bevinden zich ongeveer 70 modellen van trolleybussen’ (Walda, Koning der stations, p. 128); ‘Trolleybussen | ca 1980/1990 | mixed media (ca 70)’ (Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 119).

[iii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 105, 109, 113, 115.

[iv] Een historisch overzicht van de lijnenloop van de Arnhemse trolleybus is hier te vinden (geraadpleegd 3 mei 2021).

[v] Gezien de onderlinge verschillen tussen de assemblages is het onwaarschijnlijk dat de maten voor de bussen identiek zijn. Dit geldt uiteraard ook voor Stichting Collectie De Stadshof.

[vi] In Arnhem-zuid is een bushalte Groene Weide, vlakbij winkelcentrum De Drieslag. Het betreft hier niet een halte voor de trolleybus.

Aanzet tot een catalogue raisonné (9)

Dit is het negende deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Woest, 3 oktober 2019. Links boven WVG-0113, daaronder WVH-0007, daarnaast WVG-0005, rechts WVG-0092

Dit is vooralsnog het laatste deel van mijn inventarisatie van het tweedimensionale werk van Willem van Genk. Aan bod komen eerst enkele werken die te zien waren tijdens Woest maar die niet waren opgenomen in de publicatie bij die tentoonstelling. Vervolgens wordt een aantal werken genoemd uit Willem van Genk bouwt zijn universum, een boek uit 2010 van Museum Dr. Guislain in samenwerking met de Stichting Willem van Genk. Details als afmeting, datering en techniek zijn in dit boek echter minimaal zodat er met enig voorbehoud naar dient te worden gekeken. Incidenteel verwijs ik naar ‘de lijst Van der Endt 2000’, een lijst gedateerd 1 juni 2000 met ‘nog verkoopbare werken van Willem van Genk’, opgesteld door Nico van der Endt. Ik eindig met enkele werken die ik ken uit eigen waarneming.

Veel ontbreekt nog, met name een flink aantal merendeels kleinere tekeningen, al dan niet verknipt, sommige te zien tijdens Woest (zonder begeleidende tekst), tijdens andere tentoonstellingen en/of afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum. De tekeningen zijn hoofdzakelijk in bezit van de Stichting Willem van Genk en Museum Dr. Guislain; in beide gevallen beschik ik niet over een overzicht. Daarnaast is uiteraard de vraag waar men een lijn dient te trekken. Wat bijvoorbeeld te doen met de brieven, in sommige gevallen geschreven in verschillende kleuren en bezaaid met tekeningen, in andere vrijwel alleen interessant vanwege de inhoud? Verder bestaan er schetsboekjes, plakboekjes, reisverslagen, literatuurlijsten, memo’s enzovoort. Op aard en aantal van deze items is nauwelijks zicht.


WVG-0113

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Amsterdam, gezicht op C.S., 1950 | gem. techniek/collage, 63,5 x 40 cm’.

Tijdens de tentoonstelling Woest had dit werk het bijschrift Amsterdam en was het te zien naast twee andere tekeningen over Amsterdam. Op de achterkant heeft Van Genk geschreven Amsterdam centraal station / met ronde Lutersche kerk PH kade, met daarnaast in een naamstempel het jaartal 1950.

Afbeelding: zie foto hierboven.


WVG-0114

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 109
Geldersche tramwegen | s.d. | mixed media | Privécollectie

Dit werk werd in 2017 samen met WVG-0068 door Museum Het Dolhuys aangekocht van een particuliere verzamelaar. Tijdens Woest was het te zien in een van de vitrines.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 109.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0115

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 34
Geldersche tramwegen | s.d. | knipsel uit de bibliotheek van Willem van Genk | Museum Dr. Guislain

Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit september 2015 meet dit werk 47 x 62 cm. [i] De ontbrekende tondo (met een plattegrond van Arnhem) is verwerkt in Urbanisme et Architecture (WVG-0054). Tijdens Woest was het werk te zien in een van de vitrines. [ii]

Afbeelding: Woest, p. 52.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0116

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 108
Laatste blauwe tram | mixed media op bordkarton | s.d. | Privécollectie.

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Laatste Blauwe Tram, ca. 1959 | gem. techniek/papier, ca. 28 x 39 cm’. Op de achterkant van dit werk heeft Van Genk geschreven: laatste blauwe tram “NZH”, met daarnaast in een naamstempel 10 Mei 1958. Dit betreft niet de datering van het werk maar is de datum waarop de Blauwe Tram voor de laatste keer reed tussen Den Haag en Voorburg. Tijdens Woest was het werk te zien in een van de vitrines.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 108.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0117

Dit titelloze, onafgemaakte werk bestaat uit zes boardplaatjes waarop Van Genk is begonnen aan een afbeelding van een trolleybus in een stedelijke omgeving. Mogelijk gaat het hier om het laatste werk van Van Genk op board. Tijdens Woest was het werk te zien in een van de vitrines.

Afbeelding: zie hieronder.

WVG-0117


WVG-0118

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 4
Organist St. Bavokerk Haarlem | s.d. | potlood op papier | Museum Dr. Guislain

Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 5.


WVG-0119

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 29
Knipsel uit bibliotheek van Willem van Genk | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een tram (lijn 1) op het Velperplein in Arnhem ter hoogte van de voormalige Incasso-Bank. Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit juni 2016 meet dit werk 65 x 64 cm. [iii]

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 29 (boven).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0120

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 36
Zonder titel | verf en kleurpotlood op papier | Museum Dr. Guislain

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Nijmegen/Bergbahnlinie, ca. 1959 | gem. techniek/papier, 23,5 x 34 cm’. Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit september 2015 meet dit werk 23,5 x 34 cm en heeft het als titel District Mooi Nederland. [iv] Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0121

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 74
Stadsplan Arnhem | uit de bibliotheek van Willem van Genk | Museum Dr. Guislain

Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit juni 2016 meet dit werk 21,8 x 32 cm. [v] Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne (vitrine).

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 74.


WVG-0122

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 104
Leiden – Breedstraat | s.d. | pen en inkt op papier | Privécollectie

Op het linkerdeel van de tekening is het Leidse stadhuis aan de Breestraat te zien. Rechts is afgebeeld het begin van de Breestraat vanaf het Rapenburg.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 104.


WVG-0123

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 126
Zonder titel | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een gele bus die door een landschap rijdt.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 126.


WVG-0124

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 127
Zonder titel
 | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een gele bus (lijn 100 naar Doetinchem) op een brug. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 126-127.


WVG-0125

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 127
Zonder titel
 | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een tram voor het gebouw van ‘De Nederlanden van 1845’ aan het Willemsplein in Arnhem. Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit juni 2016 meet dit werk 23,5 x 34 cm. [vi] Het is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 127.


WVG-0126

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 142
Groot Arnhem | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Den Haag/Boekenweek | gem. techniek/papier, 22,8 x 30,8 cm’. Afgebeeld is de Hofplaats in Den Haag, met op de voorgrond een parkeerplaats met auto’s en touringcars.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 142 (boven).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0127

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 142
Vaarwel Tram | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is de Amsterdamse Poort in Haarlem. De tekst VAARWEL TRAM heeft betrekking op de laatste rit van de Noord-Hollandse Blauwe Tram op 31 augustus 1957. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 142 (onder).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0128

Tekening van een stadstafereel in Groningen. Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Groningen met 1 mei optocht | gem. techniek/papier, 24 x 35 cm’. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.


WVG-0129

Tekening van de St. Bavokerk in Haarlem. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.


WVFG-0130

Tekening van een 1 mei-optocht voor de Dom in Keulen. De ontbrekende tondo is verwerkt in Urbanisme et Architecture (WVG-0054). Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne (vitrine).

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.

Megalopolis (Lausanne), maart 2021. Tegen de muur links v.l.n.r. WVG-0124, onbekend, WVG-0111; tegen de achtermuur WVG-0016 en een stukje van WVG-0028; tegen de muur rechts v.l.n.r. WVG-0118, WVG-0128, WVG-0125, WVG-0120, WVG-0127, WVG-0129; op de voorgrond in de vitrine WVG-0130


WVG-0131

Een set van zes litho’s die Van Genk in 1995 maakte. Drie litho’s vormen samen een afbeelding van het bovenste deel van een kerk, de drie andere tonen steeds drie personen op een treinperron.

WVG-0131a – linkerdeel kerk
WVG-0131b – middendeel kerk
WVG-0131c – rechterdeel kerk
WVG-0131d – perronscène I (links een man en een vrouw; lichter dan WVG-0131f)
WVG-0131e – perronscène II (paal met in spiegelbeeld de tekst VOIE).
WVG-0131f – perronscène III (links twee mannen; donkerder dan WVG-0131d)

Volledige sets litho’s bevinden zich bij Galerie Hamer, bij Stichting Collectie De Stadshof en in enkele particulier collecties.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.


WVG-0132

Tekening met een trein- of tramwagon met een reclame voor Turmac, een prominente pantograaf en het woord MÄRKLIN. Van Genk maakte meerdere kopieën van de tekening, die achter elkaar kunnen worden gelegd en op die manier een nieuwe afbeelding vormen. Het werk is vermoedelijk gemaakt in de tweede helft van de jaren negentig en bevindt zich bij Museum Dr. Guislain.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.


WVG-0133

Tekening in vierkleurenbalpen van het Haagse Leyenburg-ziekenhuis. In een tweede, bewerkte versie is een kopie van een strook uit het midden van de afbeelding aan de onderkant van een kopie van het hele werk geplakt, waarna het resultaat opnieuw met balpen en gouacheverf is bewerkt. Het werk is vermoedelijk gemaakt in de tweede helft van de jaren negentig en bevindt zich bij Museum Dr. Guislain.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 21 september 2015.

[ii] Dit leid ik af uit het feit dat een afbeelding is opgenomen in de publicatie. Zelf heb ik het werk tijdens Woest niet gezien.

[iii] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 17 juni 2015.

[iv] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 21 september 2015.

[v] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 17 juni 2015.

[vi] Idem.