Bouwwerk, Marktplaats, afgedrukt

Willem van Genk in zijn rolstoel voor Huize Walcott, ca. 1999

Vijf jaar geleden schreef ik over een jeugdtekening van Willem van Genk (WVG-2001) uit de tweede helft van de jaren dertig, die was opgedoken tussen de nagelaten spullen van een van zijn zussen (hier). Recentelijk kreeg ik de gelegenheid om dit object nader te bestuderen en zag ik dat ook op de achterkant een tekening stond. Deze is duidelijk van minder kwaliteit dan die op de voorkant van het schriftblaadje dat als tekenpapier blijkt te hebben gediend. Daarbij is nauwelijks duidelijk dat het om een tekening van Willem van Genk gaat: er zijn weinig typische beeldelementen en ook het onderwerp van de tekening als geheel is redelijk uitzonderlijk binnen het oeuvre van de maker.

De tekening is weliswaar niet gesigneerd of gedateerd, maar heeft (rechtsonder) wel een titel meegekregen: ’t Bouwwerk. Afgebeeld is een bouwplaats, met enkele bouwvakkers die bezig zijn met niet altijd even duidelijke bezigheden. De bouwvakker op de voorgrond is een timmerman: hij staat te zagen, terwijl naast hem een geopende kist staat met het opschrift SPIJKERS. Bij de kist liggen enkele stukken gereedschap, daar weer naast staat een soort kuip. Voor hem, op de voorgrond van de tekening, loopt een treinspoor, een van de weinige voor Van Genk typische beeldelementen.

Jeugdtekening Willem van Genk (particuliere collectie)

Verder naar boven (perspectivistisch: naar achteren) op de tekening staat een gebouw, met twee bouwvakkers die onduidelijke handelingen verrichten. Een van hen (met een pijp in zijn mond) lijkt op een karretje te zitten dat in verbinding staat met een soort schoepenrad – niet duidelijk is of dit deel uitmaakt van het gebouw of dat het gebruikt wordt voor de bouwwerkzaamheden. Zijn collega verricht handelingen die mogelijk te maken hebben met die van de man met de pijp. Een vierde bouwvakker duwt links boven op de tekening op een steiger een kruiwagen voor zich uit. Naast de steiger staat een bord met het opschrift BOUWWERK te KOOP.

Wanneer Van Genk in later werk onvoltooide gebouwen afbeeldt, heeft dit meestal met sloopwerkzaamheden te maken. Het lijkt wat ver te gaan om in de jeugdtekening met de bouwvakkers een voorafschaduwing hiervan te zien. Eigenlijk is alleen het treinspoor op de voorgrond karakteristiek te noemen, en dan nog alleen als de maker van de tekening bekend is. Er zijn geen reclames, geen vervoersmiddelen, niets wat duidt op autobiografische elementen. Zelfs de teksten zijn minimaal.

***

Recentelijk werd op Marktplaats een tekening van een valk aangeboden, ‘vermoedelijk van Willem van Genk’. Dat vermoeden was gebaseerd op de signatuur W.v.G., volgens de aanbieder kennelijk een bewijs omdat de kunstenaar ‘vaak zo signeerde’. Eén blik op de tekening was echter voldoende om met zekerheid te zeggen dat de tekening niet van Van Genk was:

schermafbeelding Marktplaats, 17 september 2026

Uiteraard nam ik onmiddellijk contact op met de verkoper en vroeg ik hem waar hij de bewering dat Van Genk ‘vaak zo signeerde’ op baseerde. Het antwoord: ‘Dat zegt AI ik vermoede t al maar hoopte op dat iemand wist wie t wel is?’ Eerder had ik al vastgesteld dat AI niet echt overliep van de kennis over Willem van Genk – die meestal signeerde als WFAM van Genk en/of een zeer specifiek monogram gebruikte. Wel positief was dat AI in ieder geval de naam ‘Willem van Genk’ ophoestte bij een vraag naar de initialen ‘W.v.G.’.

In het verlengde hiervan: het zou interessant zijn als in het kader van bijvoorbeeld Tussen kunst en kitsch een werk van Willem van Genk opdook, of een werk dat mogelijk van hem was. Ironisch genoeg zou dit eerder bij een vergelijkbaar programma in Duitsland het geval kunnen zijn (Kunst und Krempel, Lieb & teuer, Kitsch oder Kunst, Bares für Rares), aangezien er zes tekeningen zijn die in de jaren zestig werden verkocht door galerie Schmela uit Düsseldorf en die onvindbaar zijn (zie hier). Of een onbekend werk net zo eenvoudig toe dan wel af te wijzen zou zijn als de genoemde tekening op Marktplaats, is natuurlijk de vraag. Inmiddels is veel bekend over werkwijze, thematiek, techniek en materiaalgebruik van Van Genk, maar verrassingen zijn uiteraard niet uitgesloten.

***

Dat ook op het gebied van techniek en materiaalgebruik nog verrassingen mogelijk zijn, bewees een drietal afdrukken die ik een aantal weken bij een familielid van Willem van Genk te zien kreeg. Aan de afdrukken lag duidelijk de tekening Moskou ten grondslag, nummer 27 van de tentoonstelling in Hilversum in 1964 en de illustratie bij het artikel ‘Reiziger in verbeelding’ van R.E. Penning uit 1958:

3x Moskou (onbekende techniek), ca. 21 x 21 cm

Moskou | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 115 x 140,5 cm | Museums of Sheffield | foto: Clemens Boon, Amsterdam

Op het gebied van grafiek zijn van Van Genk alleen vijf etsen en zes kleine, ongesigneerde lithografieën bekend. In de loop van de jaren tachtig, toen de verkoop van zijn werk bij galerie Hamer enigszins op gang begon te komen, kreeg Van Genk steeds meer moeite om afstand te doen van zijn werk en bedacht hij dat grafiek wel eens uitkomst zou kunnen bieden: ‘Willem begint zich bij de verkopen steeds ongemakkelijker te voelen en houdt mij voor dat ik alleen nog maar etsen moet verkopen. Hij wil zijn jeugddromen en reisherinneringen liever om zich heen houden.’1 Helaas was en is er, zoals ik eerder schreef, weinig belangstelling voor grafiek van outsiderkunstenaars, vanwege het taboe op professionaliteit. Ook vroeg hij Van der Endt op enig moment om posters van zijn werk te maken, maar deze moest hem opnieuw teleurstellen.2

Dit was vermoedelijk de context waarbinnen de drie afdrukken van Moskou moeten worden gezien: het zijn (niet erg geslaagde) pogingen om grafiek op basis van een oudere tekening te maken, waarschijnlijk met behulp van een foto. De gebruikte techniek is onduidelijk. De mening van een docent druktechniek aan een kunstacademie: ‘Wat mij betreft is het inderdaad een duidelijk experiment. Vooral het verloop van de kleur op sommige plekken en de vervaging op de gevel van het station lijkt mij niet echt zo bedoeld. Het kan in de verte een zeefdruk zijn, maar ik denk eerder aan een fotografische litho of offsetplaat door de scherpe begrenzingen van het beeld.’ En iets later: ‘Ik denk dat de ‘experimenten’ geen experimenten zijn, maar druksels zijn van verschillende drukvormen. De drukvormen hebben allemaal dezelfde tekening als uitgangspunt en zijn door een soort kleurscheiding ontstaan.’ Zelf dacht ik aan gestencilde afdrukken.

Nog afgezien van de vraag naar de gebruikte techniek is ook onduidelijk wat het aandeel van Van Genk zelf was. De afdrukken zijn (uiteraard) niet gesigneerd, noch blijkt zijn betrokkenheid op enige andere wijze. Vermoedelijk was Van Genk weliswaar de initiatiefnemer van het experiment, maar had hij de uitvoering grotendeels aan anderen overgelaten. Veelzeggend is denk ik wel dat juist de illustratie bij het artikel van Penning uit 1958, zijn publieke debuut als kunstenaar, is uitgekozen voor het experiment. In de brief van 30 november 1958 aan zijn stiefbroer Henk van der Wal maakt Van Genk in een apart kadertje melding van ‘het artikel in de Haagsche Courant van de heer Penning getiteld “Reiziger in verbeelding”; hij sluit het artikel bovendien bij. De naam ‘Penning’ keert ook terug op later werk en zal hem een leven lang bijblijven


NOTEN

  1. Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 51. ↩︎
  2. E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 28 maart 2020. ↩︎