Jozef van Genk

De moeder van Willem van Genk, Maria van Genk-Hoogstraten, overleed op 25 november 1932, toen haar zoon vijf jaar oud was. Hij zal daarom geen concrete herinneringen aan haar hebben gehad, hooguit vage associaties. Maria Hoogstraten was volgens haar huwelijksakte van beroep ‘modiste’, net als enkele van de oudtantes van Willem van Genk uit Bergen op Zoom. Ze was dertig toen ze trouwde, haar vader was op dat moment al meer dan vijftien jaar dood dus ze had ruimschoots de tijd gehad voor het opbouwen van een eigen leven en daarmee ook voor een opleiding en uitoefening van een beroep.

Ouders Willem

De ouders van Willem van Genk, Maria van Genk-Hoogstraten en Jozef van Genk

Over vader Jozef van Genk zijn meer gegevens te vinden. Geboren in 1887 werd hij in 1906 ‘afgekeurd voor militaire dienst wegen[s] een gebrek aan de ogen. Zijn lengte was toen 1,71 cm.’ [1] Na zijn huwelijk met Maria Hoogstraten in 1913 verhuisde hij van Oudenbosch naar Roosendaal, waar in 1914 en 1915 zijn twee oudste dochters werden geboren. In oktober van dat laatste jaar vertrok het gezin Van Genk naar Den Haag, met als adressen onder meer Westeinde 257, Malakkastraat 6 en Renbaanstraat 7. In 1925 vond opnieuw een verhuizing plaats, dit keer naar Voorburg waar zoon Willem werd geboren.

In het adresboek van Roosendaal van 1914 staat Jozef van Genk vermeld als ‘winkelier’. Zowel in zijn eigen familie als in die van zijn vrouw kwamen diverse middenstanders voor, waarbij de negotie vaak in het verlengde van een ambacht (meubelmaker, schilder) lag. Dit was bij hem niet het geval: in zijn huwelijksakte wordt hij aangeduid als ‘fruithandelaar’ en dit blijft ook in andere officiële documenten terugkomen. Toch zal zijn oudste dochter Tiny later tegen Dick Walda zeggen dat haar vader een chocolaterie bezat. [2] Waar hij echter ook in handelde, het succes ervan lijkt wisselend te zijn geweest: zowel in 1914 als 1918 was in de Nederlandsche Staatscourant de mededeling te lezen dat hij ‘in staat van faillissement’ was verklaard, waarbij dit in het tweede geval binnen enkele weken weer werd opgeheven.

1914-1918 Nederlandsche Staatscourant

Mededelingen over faillissementen van Jozef van Genk in de Nederlandse Staatscourant, resp. 6 februari 2014 (boven), 2 september 1918 (midden) en 28 september 1928 (onder)

Jozef van Genk hertrouwde op 9 mei 1934 in Den Haag met Maria Anna Heesen, weduwe van Herman Johan Christiaan van Vlaardingen. De bruidegom was zesenveertig jaar oud, de bruid veertig; twee boden van de gemeente waren getuigen. In de huwelijksakte wordt Jozef van Genk nog steeds als ‘fruithandelaar […] wonende te Voorburg’ omschreven. Tiny van Genk over de tweede echtgenote van haar vader: ‘Hij vond een nieuwe vrouw, een Amerikaanse. Zij nam kinderen mee uit een vorig huwelijk.’ [3] Maria Heesen kwam uit Huisseling en Neerloon, en was dus geen Amerikaanse. Wel blijkt haar eerste man, afkomstig uit Zwolle, in 1931 overleden te zijn in Rochester in de staat New York. Het enige kind uit hun verbintenis was een dochter, Christina Johanna, geboren in 1918. [4]

Kort na zijn tweede huwelijk verhuisde Jozef van Genk weer naar Den Haag en ging hij volgens zijn oudste dochter werken voor de Haagse Arbeidsinspectie. In mei 1940 was hij 52 jaar oud. Tiny:

Onze vader was in de oorlog werkzaam bij de Arbeidsinspectie en beschikte zodoende over veel mogelijkheden om mensen te laten onderduiken en ze vooral aan valse papieren en bonkaarten te helpen. Op een gegeven moment is de verzetsploeg van mijn vader opgepakt door de Duitsers. Hij is als enige de dans ontsprongen, alle anderen zijn doodgeschoten. Mijn vader wist via het ziekenhuis, waarin hij na de verhoren terecht was gekomen, te ontsnappen. […] Hij is via Schijndel naar Frankrijk gereisd, naar het plaatsje Nerac in Bourgondië, waar hij in een groot kasteel terecht kwam. [5]

Wanneer deze gebeurtenissen plaatsvinden, is onduidelijk. Tiny zegt ergens in haar verhaal ‘We woonden toen in de Magnoliastraat’, en Magnoliastraat 10 was in ieder geval al in juni 1941 het adres van de familie Van Genk. [6] Desalniettemin verschijnt begin 1942 een opmerkelijk bericht in een dagblad in het oosten van Nederland:

Uit een exploit, den 10den Februari 1942 door den ondergeteekenden deurwaarder beteekend op de wijze, voorgeschreven bij art. 4. lid 7 van het Wetboek van Burg. Rechtsv. blijkt, dat ten verzoeke van JOHANNES HENDRIKUS HERMANUS VAN DER GRAVEN, koopman, wonende te Enschede, te dezer zake domicilie gekozen hebbende te Enschede aan de Haaksbergerstraat no. 21 ten kantore van den procureur Mr. L. M N. Schweitzer is gedagvaard: JOSEPHUS JOHANNES MARIA VAN GENK, zonder bekende woon- of verblijfplaats, echtgenoot van Maria Anna Heesen, pensionhoudster, wonende te Enschede om bij procureur te verschijnen ter Civiele Terechtzitting der Arrondissements-Rechtbank te Almelo van Woensdag 15 April 1942 des voormiddags te tien ure, ten einde zich te hooren veroordeelen tot vanwaardeverklaring van een door den ondergeteekenden deurwaarder op 4 Febr. 1942 gelegd revindicatoir beslag met verdere vorderingen. [7]

De tekst roept een aantal vragen op: waarom werd van Jozef van Genk vermeld dat hij ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats’ is? Waarom woonde en werkte Maria Heesen in Enschede? En vooral: waar ging dit om?

Maria Heesen overleed in juni 1951 – in Enschede. Jozef van Genk trouwde acht maanden later voor een derde keer, met Leonarda Pennekamp uit Den Haag. Zij was dochter van een smid, weduwe van fabrieksarbeider Hendrik van der Wal en moeder van een zoon die in 1911 twee maanden na de huwelijksvoltrekking werd geboren. Het gaat hier om ‘Henk […], de zoon van Leni, zijn vaders derde vrouw […]. Henk had in de oorlog met zijn fascistische sympathieën niet helemaal aan de goede kant gestaan’. [8] Leonarda Pennekamp overleed in juni 1954. Jozef van Genk hertrouwde dit keer niet en overleed zelf op 3 oktober 1958 in Den Haag.


 

NOTEN

[1] Website Bijmans, geraadpleegd op 14 november 2019. Marijke Bijmans is een kleindochter van Jozef van Genk.

[2] Walda, Koning der stations, pp. 30-31. De chocolaterie figureert eveneens in de eerste grote monografie over Willem van Genk uit 1998, waarbij men zich andermaal baseert op een interview met zus Tiny. Cf. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 11.

[3] Walda, Koning der stations, pp. 31-32.

[4] Informatie afkomstig van deze website (geraadpleegd op 15 november 2019).

[5] Walda, Koning der stations, p. 35.

[6] Onderdeel van de tentoonstelling Woest is een kaft van een schoolboek van Willem van Genk met genoemde datum en adres. Volgens de website Oozo gaat het om een (boven-) ‘woning uit 1924 […]. Het pand heeft een oppervlakte van 110 m² en heeft 4 kamers waarvan 3 slaapkamers.’ (Geraadpleegd op 16 november 2019.)

[7] Tubantia, 13 februari 1942

[8] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 38. Een bron ontbreekt, maar vermoedelijk is Tiny weer de informant.

Grootouders

Knipsel

Maria van Genk-Hoogstraten (1882-1932) en haar moeder, Lambertina Verbeek (1846-1922)

Toen Willem van Genk in 1927 geboren werd, waren alle vier zijn grootouders overleden. [1] De ouders van zijn vader konden het huwelijk van hun zoon in 1913 al niet meer meemaken, de vader van zijn moeder evenmin. Zijn grootmoeder van moederskant stierf in 1922. De familie van Maria van Genk-Hoogstraten was voor een groot deel geconcentreerd in en om Naaldwijk. Alleen haar grootvader Petrus Ferdinandus Hoogstraten, geboren in 1803 in Bloemendaal en ‘heel- en vroedmeester’ van beroep, kwam niet uit de buurt. Hij trouwde in 1831 met Johanna Hekkers, geboren in 1801 in Naaldwijk. Johanna beviel op 16 januari 1833 van een zoon, Jacobus Engelbertus Adolphus, maar overleed (het beroep van haar man ten spijt) enkele weken later. Petrus Hoogstraten hertrouwde nog tweemaal en kreeg in totaal acht kinderen, alvorens in 1844 zelf te sterven.

18300116 Opregte Haarlemsche Courant

Advertentie in de Opregte Haalemsche Courant, 16 januari 1830

Oudste zoon Jacobus Engelbertus Adolphus groeide op bij zussen van zijn moeder; hij werd geen medicus, maar eerst winkelier en later schilder. Hij trouwde in 1868 met de dertien jaar jongere Lambertina Verbeek, dochter uit een tuiniersgezin. Ze kregen twaalf kinderen, van wie de jongste in 1889 werd geboren. Grootvader Hoogstraten overleed op 6 december 1897. Een half jaar later maakte de Nederlandsche Staatscourant bekend dat twee van zijn ongetrouwde kinderen, Petrus Adrianus (1869) en Johanna Maria (1875), ‘ter zake van krankzinnigheid’ onder curatele waren gesteld. Petrus Adrianus overleed in 1898, Johanna Maria is niet meer terug te vinden in de archieven. [2]

18980811 Nederlansche Staatscourant

Nederlandsche Staatcourant, 11 augustus 1898

De familie van Willem van Genks vader was vrijwel in haar geheel afkomstig uit Bergen op Zoom. Grootvader Wilhelmus Leonardus van Genk (1848) was meubelmaker van beroep, net als diens vader Cornelis Adrianus van Genk. Het gezin van deze Van Genk was uitzonderlijk kunstzinnig, zelfs in de mate dat er in 1977 een tentoonstelling aan de familie werd gewijd in museum De Markiezenhof in Bergen op Zoom onder de titel Van Genk. Een kunstclan uit de tweede helft van de 19e eeuw. Uit de inleiding:

In 1833 vestigde zich te Bergen op Zoom de uit Princenhage afkomstige meubelmaker Cornelis Adrianus van Genk, die hier nog hetzelfde jaar huwde met Adriana Hopmans. Van de dertien uit dit huwelijk geboren kinderen stierven er vier jong. Vier van de vijf zoons volgden een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. Twee dochters trouwden met studiegenoten van hun broers. De twee andere dochters bleven ongehuwd en werkten in Bergen op Zoom als modiste. Kennelijk was het klimaat in het gezin van Genk bijzonder gunstig voor de ontwikkeling van de creativiteit van de kinderen. [3]

Twee van de kinderen uit het gezin, Cornelis Adrianus (Kees) en Petrus Johannes (Piet) zouden bekende architecten worden, van zowel kerkelijke als wereldse gebouwen. Beiden waren uitermate productief, waarbij Kees de kroon spande. Toen de VVV in Bergen op Zoom in 2007 een wandelroute langs zijn panden organiseerde, merkte een journalist op: ‘daar moet de liefhebber wel even de tijd voor nemen want het zijn er nogal wat’. [4] Zijn bekendste bouwwerk is het zogeheten “torentje van Van Genk”, het neorenaissancistische woonhuis van de architect uit 1884, op de hoek van de Stationsstraat en de Wassenaarstraat. Tegenwoordig is het een rijksmonument, net als nog tientallen andere door hem ontworpen woningen, kerken, scholen en wat al niet.

Architectuurroute

Omslag van de wandelroute uit 2007 langs panden van Kees van Genk in Bergen op Zoom. Afgebeeld is het woonhuis van de architect, “het torentje van Van Genk”.

Meubelmaker Wilhelmus Leonardus, naar wie Willem van Genk werd vernoemd, was de enige zoon uit het gezin van Cornelis Adrianus van Genk die geen opleiding had gevolgd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Wel zijn van hem diverse gegevens bekend:

[V]an de meubelmaker Wilhelmus Leonardus [konden] geen produkten worden achterhaald. Hierbij moet worden opgemerkt dat de meubelmakerij in tegenstelling tot de schilder- en beeldhouwkunst en in mindere mate de architectuur, als een ambacht werd gezien. Willem van Genk zal zich dan waarschijnlijk ook wel geen kunstenaar hebben gevoeld. Een gevolg hiervan was, dat hij zijn werk niet signeerde, waardoor er (indien meubels van zijn hand bewaard zijn gebleven) niets met zekerheid aan hem kan worden toegeschreven. In enkele gevallen bleek ook Willem door zijn broers de architecten ingeschakeld te zijn in de “clan”, o.a. leverde hij voor de kerk in De Heen kerkstoelen en voor het Smits-kerkje te Bergen op Zoom vergulde hij o.m. de preekstoel. Men mag veronderstellen dat Willem van Genk de meubelmakerij van zijn in 1870 overleden vader heeft voortgezet. Ook in het openbare leven blijkt hij een rol te hebben gespeeld. Op 6 februari 1898 werd hij beëdigd als gemeenteraadslid van Bergen op Zoom. In zijn necrologie in een plaatselijke krant wordt hij geprezen om zijn werkzaamheid en vriendelijke omgang. [5]

Grootvader Van Genk overleed in 1901, zijn echtgenote in 1907.

wl_van_genk_veraart

itc_1901_05_18_004_w_l_van_genk

Boven: het huis van Wilhelmus Leonardus van Genk aan de Grote Markt, wijk A 24 in Bergen op Zoom. Boven de ramen op de tweede verdieping is het woord “meubelmagazijn” te lezen.
Onder: advertentie voor de meubelfabriek van grootvader Van Genk


NOTEN

[1] Gegevens ontleend aan genealogische websites, met name deze. In het Historisch Archief Westland zijn verschillende aktes te vinden die betrekking hebben op de familie van de moeder van Willem van Genk. (Beide geraadpleegd op 15 november 2019.)

[2] Twee andere broers van Maria Hoogstraten, Johannes Adrianus (Jan) en Adrianus Leonardus Jacobus (Arie), waren bekende, ietwat zonderlinge figuren in Naaldwijk. Ze stonden bekend onder de namen “Strik en Stropdas” en droegen armoedige kleding, hoewel ze diverse woonpanden plus een sigarenmagazijn bezaten. Ook hun zus Sjaantje (Adriana Johanna Maria) woonde bij hen. Jan overleed in 1952, Arie in 1957 – Willem van Genk kan deze excentrieke ooms dus nog hebben gekend. Zie: “Strik en Stropdas: veel verhalen doen over hen de ronde” (geraadpleegd op 15 november 2019). Informatie over de families Hoogstraten en Hekkers is verder te vinden in: G. Beijer en G.J.M. Vreede, Gemeente Naaldwijk 120 jaar in beeld, Naaldwijk 1994.

[3] W. Blok en L.J. Weys, “Inleiding”, in: Van Genk. Een kunstclan uit de tweede helft van de 19e eeuw, Bergen op Zoom 1977, pp. 3-5 (aldaar 3). Princenhage was tot 1942 een zelfstandige gemeente bij Breda.

[4] Leon Krijnen, “Overal loop je tegen Van Genk aan”, in: BN De Stem, 10 september 2007.

[5] Blok en Weys, “Inleiding”, p. 5.

Willem Franciscus Antonius Maria

70748886_1339737126191353_7719471383981326336_o

Willem van Genk en zijn zusters, ca. 1929

Het is geweldig dat Willem van Genk met Woest een grote overzichtstentoonstelling heeft gekregen in het Outsider Art Museum. Eindelijk erkenning, eindelijk waardering, eindelijk een kans om een flink aantal van zijn werken in het echt te zien. Het soort aandacht dat de tentoonstelling genereert, vind ik echter minder geslaagd. Hoe vaker de psychische stoornissen en biografische gegevens van Van Genk worden benadrukt ten koste van zijn werk, hoe kleiner de kans dat dat werk buiten de beperkende arena van de outsider art kan treden. Van Genk dreigt steeds meer die rare man te worden die ook nog leuke schilderijtjes maakte – of zoals iemand mij tijdens de opening van Woest verbeterde, die tóch nog leuke schilderijtjes maakte. En tekeningen, en collages, en trolleybussen.

Het lijkt mede daarom contraproductief om biografische teksten over Van Genk te publiceren. Dat is het volgens mij niet. In beschouwing na beschouwing komen dezelfde verhalen over het leven van Van Genk terug, meestal zonder of met gebrekkige bronvermelding. Ik denk dat het goed is om een meer gedegen biografische basis te leggen en om tegelijkertijd aan te geven welke zaken verder onderzoek verdienen, omdat we nog over te weinig gegevens beschikken. Zoals ik al eerder heb geschreven: in het geval van Willem van Genk bestaat er geen twijfel over het belang van zijn ervaringen, obsessies en mentale problemen voor zijn werk. Door echter alleen op zijn leven te focussen doet men dat werk ernstig te kort. [1] Wie het werk desalniettemin wil verklaren vanuit Van Genks psychobiografie, zou dat in ieder geval op basis van controleerbare feiten dienen te doen.

In de catalogus bij de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 houdt auteur Joop Beljon zich voor wat de biografische gegevens betreft op de vlakte – waarschijnlijk ook omdat hij over weinig materiaal beschikt. Hij vertelt iets over de werk- en woonomstandigheden van Van Genk, over diens opleiding, noemt een verkeerd geboortejaar (1936) en merkt op: ‘Hij heeft geen familie.’ Dat laatste is een merkwaardige zin, die desalniettemin niet metaforisch bedoeld lijkt te zijn. Van Genks ouders zijn in 1964 inderdaad al overleden, maar zijn zusters leven dan allen nog.

Willem Franciscus Antonius Maria van Genk werd geboren op 2 april 1927, als tiende kind van Josephus Johannes Maria van Genk en Maria Martina Hoogstraten. Jozef van Genk en Maria Hoogstraten waren getrouwd op 15 april 1913 in Naaldwijk, geboorte- en woonplaats van de bruid. De huwelijksakte:

Heden den vijftienden april negentienhonderd dertien zijn voor mij, ambtenaar van den burgerlijken stand te NAALDWIJK, verschenen, ten einde een huwelijk aan te gaan:

Josephus Johannes Maria van Genk, oud vijfentwintig jaren, van beroep fruithandelaar, geboren te Bergen op Zoom en wonende te Oudenbosch, meerderjarige zoon van Wilhelmus Leonardus van Genk, en Cornelia Eleonora Vervaart, beide overleden

en Maria Martina Hoogstraten, oud dertig jaren, van beroep modiste, geboren en wonende alhier, meerderjarige dochter van Jacobus Engelbertus Adolphus Hoogstraten, overleden, en Lambertina Verbeek, zonder beroep, wonende alhier

Als getuigen waren bij het huwelijk aanwezig twee broers van de bruid (beiden ‘verver’ van beroep), en een broer (fruithandelaar) en een zwager (boomkweker) van de bruidegom.

x

Huwelijksakte van de ouders van Willem van Genk

Op 9 februari 1914 werd hun eerste kind geboren, dochter Lamberdina Cornelia Maria Susanna (Tiny). [2] Na haar volgden nog acht meisjes: Leny (1915), Nora (1916), Addy (1917), Jacqueline (1918), Riet (1919), Agnes (1920), Isabella (1922) en Willy (1923). Gezien die laatste naam leken Jozef en Maria van Genk de moed te hebben opgegeven om ooit nog een zoon te krijgen: de eerste naam van de vader van de vader werd vergeven aan een meisje. Maar op 2 april 1927, Maria van Genk was al vierenveertig jaar oud, kwam alsnog Wim/Willem ter wereld. [3]

Geboorte WvG

Vermelding van de geboorte van Willem van Genk op 11 april 1927 in de Haagsche Courant (links) en Het Vaderland (rechts).


 

NOTEN

[1] Jack van der Weide, “Het wereldwijde web van Willem van Genk”, in: Ons erfdeel 57 (2014), nr. 4, pp. 112-115 (aldaar p. 113).

[2] Willem van Genk noemde zijn oudste zus ‘Tine’, de meeste anderen noemden haar ‘Tiny’. Ook de zes kleinkinderen van Jozef en Maria van Genk spraken en spreken over ‘tante Tiny’. Een verklaring is mogelijk dat Willem van Genk een deel van zijn jeugd doorbracht in het gezin van een tante die eveneens een dochter Tiny had, wat voor hem een reden kan zijn geweest om het onderscheid in namen te maken. Door familieleden werd hij zelf overigens altijd ‘Wim’ genoemd.

[3] Familiegegevens ontleend aan diverse genealogische sites op internet, met name deze (geraadpleegd op 15 november 2019).