Marjo, Ronson, Rijksmuseum

Moskou (detail)

In 2016 verwierf het Rijksmuseum Amsterdam de tekening Moskou van Willem van Genk. Het ging hierbij om een overdracht van beheer vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – de Rijksdienst Beeldende Kunst had het werk in 1989 aangekocht.1 De tekening kreeg een plaats in de opstelling van de twintigste eeuw, maar werd vanwege lichtgevoeligheid slechts beperkt tentoongesteld. Begin augustus stuurde ik een mail naar het Rijksmuseum met de vraag of Moskou te zien was. Helaas: ‘De tekening bevindt zich in ons depot, CollectieCentrum Nederland. Ik kan niet achterhalen of de tekening binnenkort in het museum komt te hangen. Voorlopig lijken er geen plannen daartoe te zijn.’2 Onder bepaalde voorwaarden was het echter mogelijk om de tekening in het depot te bekijken.

Twee weken later togen verzamelaar X en ik naar Amersfoort, waar het gebouw van CollectieCentrum Nederland zich bevindt – een imposant gebouw van 31.500 m2, in 2021 geopend en speciaal neergezet voor het Nederlands Openluchtmuseum, museum Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.3 Moskou was hier in goede handen, zo bleek ook tijdens de uitgebreide rondleiding door locatiemanager Wim Hoeben.

Wat onder meer opvalt bij het van dichtbij bekijken van een tekening als Moskou is de grote hoeveelheid tekst, op gebouwen, vervoermiddelen, richtingaanwijzers en wat al niet. Ook is goed te zien hoe de ondergrond bestaat uit verschillende, aan elkaar bevestigde stukken papier, die bovendien elk een iets andere tint hebben (of hebben gekregen). Daarnaast ontbreekt een signatuur, wat doet vermoeden dat de afbeelding is bijgesneden – al kan het zijn dat de tekening in eerste instantie niet bedoeld was voor andere ogen dan die van de kunstenaar zelf.

 Moskou in CollectieCentrum Nederland

***

In mijn vorige post schreef ik over de woorden REIZEN MARJO op de ets Siljaline uit 1967 (WVG-0064) en MARJO REIZEN, EXIT VERLEDEN tijd op de tekening Wodka Kasakoff uit 1990 (WVG-0101). Die laatste tekst bleek in ieder geval niets te maken hebben met Madeleintje Storio/Madeleine Stordiau, zoals Ans van Berkum suggereerde. Dick Walda kon mij desgevraagd geen opheldering verschaffen: ‘Helaas kan ik je niet helpen wat betreft “Marjo reizen”, heb Willem er nooit over gehoord, maar zou natuurlijk het reisbureau kunnen zijn waar hij zijn reisjes boekte.’4 Verzamelaar X beet zich echter vast in de materie en loste het raadsel op.

Aanvankelijk was er sprake van een “Sigarenmagazijn Marjo” aan de De La Reyweg 11 in Den Haag dat al eind jaren veertig fungeerde als verkooppunt voor reisbureau/busbedrijf Hotam, het vaste reisbureau van de familie Van Genk aan het Valkenbosplein. Op enig moment veranderde het sigarenmagazijn zélf in een reisbureau, op hetzelfde adres en onder dezelfde naam. Van Genk zal hier reizen hebben geboekt, onder andere de reis waarnaar Siljaline verwijst, en hij zal dusdanig aan Marjo verknocht zijn geraakt dat hij in 1990 het verdwijnen van het reisbureau nog vermeldt. Overigens overleed op 4 juli 1989 op 77-jarige leeftijd Reinder Dirk Groot, in wiens rouwadvertentie werd vermeld dat hij ‘voorheen eigenaar van Reisbureau Marjo’ was.5

Links: Wodka Kasakoff (detail), rechts: advertentie uit Het Vrije Volk, 5 mei 1962

***

In 1972 maakte Willem van Genk een schilderij dat van galeriehouder Dick Heesen de naam Paranasky Culture kreeg (WVG-0078). Zelf gaf hij het werk de titel The Paranăsky Kultur Kollage ’72. Elders op het werk staat ook nog Paranăsky Supersmi[le], weer met die breve boven de derde a. In 1980 behoorde het tot de eerste twee werken die Nico van der Endt verkocht aan de Collection de l’Art Brut in Lausanne, voor hfl. 3.000 elk. Door een druk- of typefout kreeg het werk binnen die collectie de naam Parnasky Culture. In haar tekst voor de catalogus bij de tentoonstelling Woest gebruikt Sarah Lombardi, directeur van de Collection de l’Art Brut, de tussenvorm Paranasky Kultur, een naam die ik zal aanhouden, zij het mét de breve.6

Wat is de betekenis van het woord ‘Paranăsky’? Op internet is het niet te vinden en dus weet ook ChatGPT geen antwoord. Wel kwam hij/zij met enkele mogelijke interpretaties, onder andere dat het om een Slavisch klinkende achternaam zou kunnen gaan (‘Het achtervoegsel -sky of -ski komt vaak voor in Slavische namen, al is “Paran” geen bekend basiswoord’). Daarbij is onduidelijk of de laatste lettergreep -sky misschien moet worden uitgesproken als het Engelse sky (lucht, hemel). De breve op de a komt eigenlijk alleen voor in het Roemeens, waar het wordt het gebruikt voor de klinker sjwa (ə), zoals in măr (appel).

Paranăsky Kultur (details)

Op het rechter deel van Paranăsky Kultur is linksboven een scène afgebeeld in een achthoekig tondo, die in zekere mate autobiografisch lijkt te zijn. We zien een wand met drie deuren en vier personen, een vrouw en drie mannen. De vrouw loopt naar binnen bij de linker deur van kamer 14, waarop onder meer SINGLE ROOM en EINZEL ZIMMER en FIRST CLASS staat. Boven haar hoofd staat de richting aangegeven naar een BOUTIQUE DE SEX en een SALOON for LADIES genaamd MAISON AMERICAIN. De twee mannen in het midden kijken naar haar en hebben een sleutel voor kamer 13, een DOUBLE ROOM dan wel DREI BETT ZIMMER die 75 $ DAY kost. De man rechts opent of sluit de derde deur, kennelijk die van een damestoilet (LAVATORY en WOMAN staat op de deur).

Met de tweede persoon van links, de man met het blauwe jasje en de bril, lijkt Van Genk zichzelf te hebben afgebeeld. Hij heeft een tas in zijn hand met daarop EL-AL; kennelijk heeft hij met deze Israëlische maatschappij gevlogen. De man naast hem gaat duidelijk dezelfde kamer in (hij heeft de sleutel) en heeft met zijn baard en pijp veel weg van de schilder die onder meer te zien is op Madrid (WVG-0033) en Engelenburcht (WVG-0085; zie hier en hier) en die kan worden geïdentificeerd als Pierre Stordiau – Van Genk en Stordiau waren ook al samen te zien op Collage 2000 Beljon Inc.7 De man rechts heeft boven zijn hoofd een tekstwolkje met het woord STÜMPERT. Onduidelijk is of hij dit denkt over een van de anderen of dat dit op hemzelf slaat.

Paranăsky Kultur (detail)

Het is een tafereel waarover veel te zeggen en te hypothetiseren valt. Waar het mij met name om gaat is de drie buizen/reclames/apparaten aan de muur links naast de deuren, steeds met het woord RONSONSERVICE. Eerder signaleerde ik al vergelijkbare beeldelementen op Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (WVG-0096) en Zelfportret in De Ark (WVG-0081) en vroeg ik me af wat hier wordt afgebeeld. Helaas biedt ook Paranăsky Kultur geen verklaring. Mocht iemand een idee hebben, over Paranăsky of over RONSONSERVICE, dan zou ik dat graag horen!


NOTEN

  1. ‘In 1989 meldde zich de Rijksdienst Beeldende Kunst bij Van der Endt voor aankopen ten behoeve van de Collectie Nederland. Er werden twee werken aangeschaft, de laatste grote Mockba en Orkest van Coburg.’ Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 223. ↩︎
  2. Annepiet Nouwen aan Jack van der Weide, 5 augustus 2025. ↩︎
  3. Het gebouw bevat naast depotruimtes twee restauratieateliers, een röntgenkamer, een fotostudio, een projectruimte, een ruimte voor houtbewerking en een emballageruimte. Zie de website. ↩︎
  4. Dick Walda aan Jack van der Weide, 30 augustus 2025. ↩︎
  5. De Telegraaf, 6 juli 1989. ↩︎
  6. Sarah Lombardi, “Willem van Genk en de Collection de l’Art Brut: Een verhaal van ontmoetingen”, in: Hans Looijen e.a., Woest, pp. 29-31. Ook verderop in Woest wordt de titel Paranasky Kultur gehanteerd (p. 88). Op de website van de Collection de l’Art Brut heet het werk nog altijd Parnasky Culture. ↩︎
  7. Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 150 ↩︎

Wodka, voetbal, Düsseldorf

Wodka Kasakoff (detail)

Eind jaren tachtig was Willem van Genk gestopt met schilderen en stak hij vrijwel al zijn energie in zijn busassemblages en in het verzamelen en bewerken van raincoats. In de jaren negentig zou hij terugkeren naar het tekenen, met vierkleurenbalpen. Een van de weinige tweedimensionale werken die Van Genk rond 1990 maakte is te beschouwen als een aanzet tot dit werk. Het gaat om een tot voor kort titelloze tekening waarvoor hij kleurpotloden, viltstiften, vetkrijt, gouacheverf en een vierkleurenbalpen gebruikte (WVG-0101). In mijn biografie van Van Genk heb ik het werk ook om praktische redenen een naam gegeven: Wodka Kasakoff. Galeriehouder Nico van der Endt hechtte weinig waarde aan de tekening, die hij vooral als een wat chaotische schets beschouwde. Het betreft een schijnbaar weinig gestructureerde voorstelling waarin motieven uit zijn eerdere werk en persoonlijke obsessies over elkaar heen buitelen: ‘Een signatuur ontbreekt maar in figuurlijke zin is Wodka Kasakoff één grote handtekening van Willem van Genk.’1

Er is in de tekening sprake van een drieluikcompositie, met links als centrale voorstelling het Kievstation in Moskou met een dubbele rij hoogspanningsmasten, in het midden een in het groen geklede vrouw met een tiara op het hoofd en een blonde vlecht, met voor haar een fles wodka van het (Poolse) merk Kasakoff, en rechts het silhouet van een eland. De centrale voorstellingen zijn overdekt en doorspekt met beelden en woorden, waarbij Berlijn, Arnhem en vooral Moskou een belangrijke rol spelen. Er zijn afbeeldingen van spinnen, treinen, trolleybussen, boten en vliegtuigen, van een zendmast, een lachende zon, het Kremlin en een zeppelin boven het Olympisch Stadion in Berlijn; en teksten als Matheus Engel, Intercoiffure Paris International, Ik financierde Hitler, Kölnisches Wasser, rai radio Vaticana, marjo reizen exit VERLEDEN tijd en Haarhuis.

In tegensteling tot Nico van der Endt was toenmalig directeur van museum De Stadshof Ans van Berkum uitermate geïnteresseerd in het werk. In de monografie Een getekende wereld uit 1998 wordt de tekening over twee pagina’s afgebeeld en gaat Van Berkum er in haar tekst uitgebreid op in. Op een nogal retorische manier stelt ze aan de hand van het werk allerlei vragen, die ze vervolgens zelf beantwoordt. Een van die vragen: ‘Marjo reizen exit verleden tijd, spreekt een zonnetje in het linkergedeelte. Zou hij op Marjoleintje doelen, de violiste die verhuisde naar Parijs?’2 De vraag is al zonder meer met “nee” te beantwoorden, omdat de persoon op wie zij doelt niet Marjoleintje maar Madeleintje heette, ‘Madeleintje Storio, een beeldschoon meisje, heel talentvol. Speelde prachtig viool. […] Ze vertrok naar Parijs’.3 Eerder gaf ik aan dat het hier ging om Madeleine Stordiau – die nooit viool had gespeeld of in Parijs had gewoond.

Een deel van de vraag van Van Berkum is te beantwoorden als we kijken naar de ets Siljaline (WVG-0064) uit 1967. Links onderaan heeft Van Genk zijn naam, zijn woonplaats en het jaartal toegevoegd plus de woorden REIZEN MARJO. Vermoedelijk was dit het reisbureau waarmee hij zijn reis over de Oostzee (en verder) had gemaakt en dat in 1990 niet meer bestond.

Siljaline (detail)

Dan Parijs. Van Berkum vervolgt haar mijmering over Marjoleintje: ‘Expo Parijs in Arnhem staat er op het Willemsplein geschreven’, als om haar hypothese over de naar Parijs verhuisde violiste te onderbouwen. Echter, in 1950 werd in Arnhem de nationale tentoonstelling “Mijlpaal 1950” gehouden in de parken Sonsbeek en Zypendaal, en bij die gelegenheid organiseerden de VVV en middenstand van de stad het evenement “Parijs in Arnhem”, waarbij de stad in Parijse sferen werd gehuld.4 Van Genk kwam in die tijd regelmatig in Arnhem om zijn stiefbroer Henk van der Wal te bezoeken. In Parijs was hij op dat moment nog nooit geweest.

***

Van Genk in 1997 tegen Dick Walda: ‘Er zijn natuurlijk in de loop der tijd veel schilderijen van mij verdwenen. Het liefst verkoop ik helemaal niks. Maar er zijn in het verleden mensen geweest, lieden kan ik ze beter noemen, die schilderijen van mij hebben afgetroggeld. De weduwe van Von Ribbentrop en Arthur Smelage, noem maar op. Ik ben geen zakenman, ik kan er niks van. Hij heeft het grote Kiev-station van Moskou van me. Ik kreeg er niks voor. Een scheet en twee knikkers, tel uit je winst. Je werkt voor een ander.’5

In juli 2000 werd de Stichting Willem van Genk opgericht om het werk dat nog in bezit was van de kunstenaar voor verdere verspreiding te behoeden. Voorzitter werd Ans van Berkum, secretaris Nico van der Endt, penningmeester Van Genks curator An Remmerswaal. Tien maanden later trok Van der Endt zich na een aantal conflicten terug uit de nieuw opgerichte stichting en ging hij, met informatie die hem was verstrekt door Charlotte Zander, naar Duitsland om de in de jaren zestig door galeriehouder Manfred Schmela verkochte werken op te sporen. Met succes: ‘Bij een verzamelaar in Düsseldorf bevinden zich twee tekeningen, een Panorama Moskou […] en een vroeg gezicht op het centraal station van Amsterdam […]. Een jaar later verwerf ik beide tekeningen, de grootste laat ik in Amsterdam restaureren. Een kleine tekening die ik bij een andere verzamelaar kon bezichtigen was niet te koop.’6

De oorspronkelijke vraag van Van der Endt aan Charlotte Zander was niet meer bewaard, haar fax met het antwoord wel. Zander vertelde dat zij op haar beurt contact had gelegd met dochter Ulrike Schmela, die vertelde dat er geen nota’s waren bewaard maar dat haar moeder zich drie kopers wist te herinneren: copywriter Werner Butter, fotograaf Lothar Wolleh en een dame genaamd Schniewind. Met Butter wist van der Endt contact te leggen en van hem kocht hij Panorama Moskou (WVG-0016) en Amsterdam (WVG-0014).7 Wie de andere verzamelaar was bij wie Van der Endt een werk kon bezichtigen, is onduidelijk. Was het een familielid van mevrouw Schniewind? Charlotte Zander in haar fax: ‘Die Geschichte ist hier folgende. Frau Schniewind war große Sammlerin und kaufte ein Bild von van Genk bei Schmela. Nach ihrem Tod, vor einigen Jahren, erbte (unter anderen) Ihre Tochter Ursula, die heute als Madame Painvin in Paris lebt. Vielleicht kann sie Auskunft über den Verbleibe des Bildes geben, vielleicht ist es sogar bei ihr.’8

Het ietwat cryptische verhaal van Zander wordt iets duidelijker met de informatie die in Duitsland publiek geheim was, namelijk dat achter de naam ‘Schniewind’ Annelies von Ribbentrop schuilging, de weduwe van nazikopstuk Joachim von Ribbentrop. Annelies von Ribbentrop was in 1973 overleden en was altijd de ideeën van haar man blijven aanhangen, evenals haar dochter Ursula. Ursula Painvin woont nog steeds in Parijs en onderhoudt nauwe contacten met de top van het Rassemblement National van Marine Le Pen. Dat Van der Endt bij haar op de koffie ging, is onwaarschijnlijk.

Joachim en Annelies von Ribbentrop met hun kinderen Adolf en Ursula

Bleef over Lothar Wolleh, die al in 1979 overleden was, over wie Ulrike Schmela geen nadere gegevens had en die voor Van der Endt daarmee een dood spoor moet zijn geweest. Ik legde contact met Wollehs zoon Oliver, die een website over zijn vader onderhoudt en die bereid was om nader in de zaak te duiken. Hij nam contact op met zijn zus, ik stuurde hem afbeeldingen van de verdwenen werken, maar helaas was er niets te vinden in de kennelijk omvangrijke kunstverzameling van de familie: ‘Ich habe alle unsere Listen überprüft, aber ich habe die von Ihnen gesuchten Werke nicht gefunden. Sie befinden sich nicht in unserer Sammlung. Weder ich noch meine Schwester haben diese Werke je gesehen.’9 

***

In 2024 schreef ik de volgende column ter gelegenheid van het EK voetbal:

De mensen vragen mij weleens: ‘Jack, had Willem Van Genk iets met voetbal?’ En dan zeg ik altijd nadrukkelijk en vol overtuiging: ‘Nee!’ (Voor degenen die dit niet weten en de afgelopen decennia onder een steen hebben geleefd: Willem van Genk, 1927-2005, Nederlands kunstenaar, behorend tot de allergrootsten van de twintigste eeuw. Volgens mij dan. Volgens Hugo Borst trouwens ook, en die heeft verstand van voetbal én kunst.)

Willem Van Genk had helemaal niks met sport en dus ook niet met voetbal. In zijn oeuvre van volgepakte tekeningen en collages zou het derhalve vergeefs zoeken zijn naar welke verwijzing dan ook. Dacht ik. Maar zie: mijn kompaan Jan V. uit Vlaardingen, bezitter van diverse prachtige Van Genks, kwam binnen drie kwartier op de proppen met een beeldfragment waarop duidelijk een stadion te zien is!

Het ging om een hoekje van de collage Moskou, met een tekening die Van Genk maakte vanuit het vliegtuig toen hij die stad in het midden van de jaren zestig bezocht. Jan dacht aanvankelijk dat het om het Leninstadion ging (waar Spartak Moskou z’n thuiswedstrijden afwerkte), maar het bleek uiteindelijk om het Dinamostadion aan de Leningradsky Prospekt te gaan (van stadsgenoten Dinamo Moskou).

Van Genk mocht dan niks met voetbal hebben gehad, hij had zeker iets met grote gebouwen. En voetbalstadions, dat zijn flinke jongens. Nu ik dit zo schrijf, realiseer ik me dat ik nóg een stadion in het werk van Willem van Genk weet. Maar dat bewaar ik voor een volgende keer. Dit stukje zal voor velen al slaapverwekkend genoeg zijn.10

Het stadion dat ik in de laatste alinea op het oog had, was het Olympisch stadion in Berlijn op Wodka Kasakoff. Maar er is binnen het oeuvre van Van Genk een nog veel duidelijk voetbalstadion, inclusief supporters en spelers:

50 jaar Sovjet-Unie (detail)

De afbeelding is te vinden op de collage 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), een tekening rechts van het midden. Opnieuw gaat het om het Dinamostadion, zo blijkt uit de cyrillische letters aan de rechterkant (ДИНАМО). Aan die kant klinkt ook de kreet ЛЕНИН! terwijl het silhouet van de staatsman links te zien is. SPORT, schrijft Van Genk in rode letters boven zijn hoofd, maar wel met zes twijfelende puntjes erachter.


NOTEN

  1. Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 225. ↩︎
  2. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 46. Wodka Kasakoff staat afgebeeld op pp. 40-41. ↩︎
  3. Walda, Koning der stations, p. 38. ↩︎
  4. Voor een impressie, zie hier. ↩︎
  5. Walda, Koning der stations, p. 28. ↩︎
  6. Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 125. ↩︎
  7. ‘Ich besitze zwei Bilder von Willem van Genk: Ein Panorama von Moskau und eine Ansicht von Amsterdam. Selbstverständlich können Sie sich die Bilder ansehen und auch fotografieren. Ich bin noch bis Mitte Dezember in Düsseldorf zu erreichen, dann fahre ich nach Mallorca.’ Werner Butter aan Nico van der Endt, 13 november 2000 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  8. Charlotte Zander aan Nico van der Endt, 14 januari 2000 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  9. E-mail van Oliver Wolleh aan Jack van der Weide, 11 juli 2025. ↩︎
  10. Poolbode 2024-3, 29 juni 2024. ↩︎

Ditjes & datjes (2)

Zelfportret in De Ark (detail)

Eerder schreef ik over Zelfportret in De Ark (WVG-0081) dat Antwerpen/Anvers diverse malen in het werk terugkeert en dat het daarbij gaat om een locatie die al vanaf de vroegste tekeningen een rol speelt in het werk van Van Genk. Van belang is in dat verband dat zijn zuster Nora na de oorlog een aantal jaren woonde en werkte in de Belgische stad, waar ze een eigen studio voor portretfotografie had opgezet.1 Het meest Antwerpse deel van het zelfportret is te vinden in de middelste stroken van het rechterdeel te vinden (zie hierboven). In de bovenste van de twee stroken is een aantal mensen een tentoonstelling aan het bekijken die ook bij naam wordt genoemd: wereld v/d sience fiction, met de toevoeging Anvers.

Inderdaad was er in 1972 in Antwerpen een tentoonstelling genaamd ‘De wereld van de science fiction’, te zien bij het Internationaal Cultureel Centrum aan de Meir 50 van 5 februari tot en met 12 maart. De bezoekers op Zelfportret in De Ark bekijken een aantal informatiepanelen, waarop het onder meer gaat over La pensées de Jules Verne en waarop een SCHEMA te zien is van de KANAAL TUNNEL tussen DOVER en CALAIS. Ook wordt er melding gemaakt van LE PROJET URRS FEODOR ASBERY, met daarbij een afbeelding van een zeppelin. Bij de naam ‘Asbery’ denkt de liefhebber van het werk van Willem van Genk onmiddellijk aan de werken Het project Asbery – Moskou (Project Asbery I) en Het project Asbery – Havanna (Project Asbery II), respectievelijk WVG-0068 en WVG-0067. Feodor Asbery bleek genoemd te worden in het boek Alles over Russische vliegtuigen (1968) van Hugo Hooftman, als bedenker van een enorme Russische zeppelin – die er nooit kwam (zie hier).

Er was dus een externe bron voor de naam/het woord Asbery (Hooftman), waarmee het niet onmogelijk was te denken dat zijn zeppelinproject ook genoemd was in de Antwerpse science fiction-tentoonstelling. Er bleek een catalogus van de tentoonstelling te zijn, die de voormalige consigliere van Nico van der Endt zo vriendelijk was in Antwerpen te raadplegen; daarin geen spoor van Feodor Asbery. ChatGPT kende de naam evenmin: ‘Er blijkt geen algemeen bekende, levende persoon te zijn onder de naam “Feodor Asbery” – in plaats daarvan komt hij naar voren als een fictieve of historisch gelinkte ontwerper van een kolossaal atoomluchtschip in literaire en artistieke context’, waarna een samenvatting van mijn eigen blogpost volgt. ‘Kortom, “Feodor Asbery” is geen historisch bekende luchtvaartingenieur, maar een bron uit journalistieke fantasie over geavanceerde Sovjet‑luchtvaart, die Van Genk als artistieke inspiratie gebruikte.’2

Tentoonstellingsaffiche

Een van de informatiepanelen die Van Genk afbeeldt, heeft als koptekst POP ART NOW. Daaronder staan drie buisvormige voorwerpen met op elk het woord RONSON, met daaronder een half leesbaar woord dat begint met SERV.3 De voorwerpen komen bekend voor en zijn duidelijker afgebeeld op Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (WVG-0096), waar ook de tekst beter leesbaar is: RONSONSERVICE.

Links: Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (detail), rechts: Zelfportret in De Ark (detail)

Wat is dit? Er lijkt een verband te zijn met het aanstekermerk Ronson, dat inderdaad ook een servicepakket op de markt had gebracht, bedoeld voor het bijvullen en/of onderhouden van de aansteker. Daar stopt de connectie, de door Van Genk afgebeelde buizen lijken in niets op de elementen uit een dergelijk servicepakket, noch op een Ronson-aansteker. Mogelijk biedt de tekst POP ART NOW een verklaring: binnen de popart was het niet ongebruikelijk om gebruiksvoorwerpen uit het dagelijks leven af te beelden, soms in opgeblazen vorm – denk aan het werk van Claes Oldenburg. Blijft de vraag om welk voorwerp het gaat en ook waarom de niet-roker Van Genk juist voor Ronson kiest. Heeft het te maken met zijn zuster Jacqueline, kettingrookster? Op de collage Brooklyn Bridge (WVG-0050) zweven twee kaasmolentjes rond; eveneens een poging tot popart?

***

Op zaterdag 29 november 1997 werd bij Galerie Hamer in Amsterdam het boek Koning der stations van Dick Walda gepresenteerd, in aanwezigheid van onder anderen de kunstenaar zelf en diens zuster Tiny. Twee weken eerder had Dick Walda aan Nico van der Endt geschreven: ‘Beste Nico, nog even over de presentatie op de 29ste november. Het lijkt mij aardig, nadat ik een kort woord heb gesproken en de boeken heb uitgedeeld (aan Willem, Tine en jou) vervolgens jou uit te nodigen iets te zeggen. Het lijkt mij een goed idee om even uit te leggen tot welke kunstrichting Van Genk wordt gerekend. Jij weet veel meer van zijn kunstachtergrond dan ik en dan wordt ook de oorkonde die je aanbiedt in de juiste context gezien.’4 Van der Endt hield de volgende toespraak:

Beste Willem, dames en heren,

Ook voor een galeriehouder is het een heel bijzonder moment als een kunstenaar die hij vertegenwoordigt, vereerd wordt met de publicatie van een boek over zijn werk of zijn leven. En wat voor een leven, dat leven van Willem van. Genk. Jarenlang belde hij mij midden in de nacht op om te vertellen, dat de vijand de deur bij hem zou intrappen. Vorig jaar is dat spookbeeld werkelijkheid geworden. Sindsdien gaat het niet meer zo goed met hem en nu kijken wij terug op het jaar 1997, het jaar waarin hij zeventig werd, als een jaar met aangrijpende dieptepunten en vererende hoogtepunten. Naast de publicatie van het boeiende boek van Dick Walda geldt als ander hoogtepunt de prijs die Willem van Genk ontving op de Triënnale voor Naïeve kunst en Outsider Art te Bratislava. Hij ontving hier de Grand Prix voor zijn inzending, die bestond uit een vijftal schilderijen en twee autobussen van afvalmateriaal.

Zijn werk wordt gerekend tot de zgn. kunst van outsiders, kunst die in het Franse taalgebied ook wel Art Brut genoemd wordt. Art Brut of Outsider Art is de kunst van eigenzinnige éénlingen, onopgeleiden, die bewogen door sterke innerlijke krachten, beelden van grote originaliteit en hoge intensiteit produceren. Zij hebben geen boodschap aan de mode van de dag, de stijlen uit de kunstgeschiedenis. Zij hebben geen boodschap aan de wereld, juist omdat zij een boodschap vóór de wereld hebben. De boodschap van Willem van Genk is zijn waarschuwing en aanklacht, dat het individu in het grote spel van politieke en culturele machten, in de onderdrukking en manipulatie die daarmee gepaard gaat, zichzelf niet kan en mag zijn. Dit spel, dat ons leven beheerst, en waar wij maar ten dele zicht op hebben, fascineert hem te meer, omdat hij zelf meent tot de machtelozen van deze aarde te behoren. Maar deze schijn heeft hij tegen. Een machtiger oeuvre dan het werk van. Willem van Genk is een zeldzaamheid in Nederland, zelfs een zeldzaamheid in de wereld. En voordat ik hem, namens de internationale jury van Bratislava de oorkonde mag uitreiken, een citaat.

Op dit moment is er in Wenen een grootse tentoonstelling te zien, getiteld Kunst und Wahn. In de formidabele catalogus staat een artikel van prof. Michel Thévoz, werelddeskundige op het gebied van de Art Brut. Hij besluit zijn opstel als volgt: ‘Ondanks de algemene trend van het chemisch dwangbuis in de psychiatrische klinieken, ondanks de triomf van de massamedia, ondanks een wereldwijd vast te stellen geestelijke en sociale “normalisering”, bestaan er weigerachtigen, die halsstarrig hun recht op uniekheid tegenover het conformisme verdedigen. Gevallen als Josef Wittlich, Reinhold Metz of Helmut N. in Duitsland, Willem van Genk in Nederland en Vojislav Jakic in het voormalige Joegoslavië bewijzen, dat ook in het tijdperk van de massamedia afzonderlijke individuen hun vermogen bewaard hebben een persoonlijk filosofisch systeem en een onafhankelijke beeldtaal te ontwerpen, die van hoge artistieke waarde is.’

Willem, we hebben heel wat samen beleefd, we waren in New York, Brussel, Parijs, Lausanne, Zagreb, en zeer onlangs nog samen in Stockholm. Het laat allemaal zijn sporen na, nog heel erg lang. De oorkonde die ik hier voor je heb is daarvoor het zoveelste bewijs. Dank u wel.5

***

Hierboven had ik het over ChatGPT. Chat kan niet alleen vragen beantwoorden, maar ook afbeeldingen maken. Prompts als ‘maak een afbeelding in de stijl van Willem van Genk’ geven vooralsnog twijfelachtige uitkomsten. Wat natuurlijk wel kan, geheel in de geest van een recente trend op TikTok, is om van Willem van Genk een action figure te maken. Een eerste poging leverde al een aardig resultaat op:

‘Genereer een afbeelding van een gepersonaliseerde action figure gebaseerd op een realistische foto [etc.].’

Maar het kan natuurlijk veel beter. Wordt vervolgd.


NOTEN

  1. “Baby Home”, aan de Schoenstraat 25. Technisch gesproken woonde en werkte Nora derhalve in Borgerhout, tot 1983 een zelfstandige gemeente. ↩︎
  2. ‘Wie was Feodor Asbery?’, vraag gesteld op 12 juni 2025. ↩︎
  3. Een vergelijkbare buis hangt een strook lager op Zelfportret in De Ark, in de Antwerpse tram, achter de Joodse man met het keppeltje. ↩︎
  4. Dick Walda aan Nico van der Endt, 15 november 1997 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  5. Archief Nico van der Endt. ↩︎

Ditjes & datjes

Zonder titel (toren Laurenskerk, Rotterdam) | 1995 | litho | 10 x 7,5 cm (beeldformaat)

Wat was het laatste adres van Willem van Genk? In mijn biografie schreef ik: ‘In december 2002 moest Van Genk voor een laatste keer verhuizen, naar het medisch verzorgingstehuis Duinhage aan de De Savornin Lohmanlaan 202, waarover Walda in 2021 liet weten: “Verzorgingshuis Duinhage, niet ver van Kijkduin waar Willem en ik jarenlang bij restaurant Klein Seinpost kwamen, waar hij de peper en zoutstelletjes meepikte die later werden terug gevonden in zijn kartonnen bussen.”‘1 Dit klopt helaas niet. Wel dat Walda en Van Genk jarenlang bij restaurant Klein Seinpost in Kijkduin kwamen, maar het verzorgingstehuis lag daar bepaald niet in de buurt. Een briefje van curator An Remmerswaal aan Nico van der Endt bevatte de juiste gegevens:

Beste Nico,

In overleg met huisarts, Parnassia en Mw. McHugh van Huize Roël, is na lang beraad overeengekomen, dat het voor Willem beter is hem in een gespecialiseerd verzorging / verpleeghuis te laten opnemen.
Na lang zoeken heeft men een zeer goed huis voor hem gevonden.
Waarin geleefd wordt in eigen stijl.
Voor Willem is dit: Kunst en cultuur.
Per ingang van 11 december 2002 is Willem op het volgend adres bereikbaar.

Verzorging / Verpleging “De Strijp”
Strijpkade 32
2548 AG Den Haag

Om Willem aan zijn nieuwe woonsituatie te laten wennen, is het wenselijk om hem in het begin zoveel mogelijk zijn rust te gunnen

Een vriendelijke groet.

An Remmerswaal2

Nadat Van Genk overleden was, schreef Walda op 8 juni 2005 in een soort persbericht: ‘De goede Willem van Genk overleed op 12 mei 2005 in verpleeghuis De Strijp waar ik hem bij tijd en wijle opzocht.’3 Geen Kijkduin dus, De Strijp ligt in de buurt van Rijswijk.

***

Eind 1994 kreeg Nico van der Endt ‘bezoek uit Frankrijk van grafisch atelier Le Petit Jaunais uit Nantes. Men wil met Willem een kleine serie lithografieën vervaardigen, bestaande uit 6 kleine aparte voorstellingen in een oplage van vijftien.’ Van Genk betekende de meegebrachte stenen, maar had volgens Van der Endt het verzoek niet goed begrepen en maakte er ‘een slecht samenhangend geheel van. Sommige tekeningen stellen een deel van een kerk voor, andere zijn vage perronscènes.’ De stenen werden desalniettemin afgedrukt en Van der Endt kreeg in januari 1996 de lithootjes toegezonden, maar Van Genk zou er niet meer toe komen ze van nummering en signatuur te voorzien.4 

Het begeleidende briefje bij de litho’s werpt nieuw ligt op de voorstellingen: ‘Voici bien un an que I’affaire est entre nos mains, voici donc le retour de la balle… 6 x 15 images brut de tirage pour en composer une estampe en 15 exemplaires. Il s’agirait d’une vue de Rotterdam.’5 Van der Endt was die laatste zin in 2014 kennelijk vergeten. In 2022 wees verzamelaar X – specifiek geïnteresseerd in Van Genk en Rotterdam, en bezitter van een tekening van de Laurenskerk (WVG-1081) – hem en mij erop dat de afgebeelde kerk andermaal onmiskenbaar de Rotterdamse Laurenskerk was. Het station op de drie andere litho’s zou volgens X, gelet op de vorm van het dak, de voorganger van Rotterdam Blaak kunnen zijn, Rotterdam Beurs: een theorie die alleen maar sterker wordt als het inderdaad om ‘une vue de Rotterdam’ gaat. Het past ook in het procedé van Van Genk om verdwenen gebouwen af te beelden: het eerste station Döppersberg in Wuppertal, het Stedelijk Badhuis Scheveningen, het voormalige Zuidstation in Brussel etc.

station Rotterdam Beurs, ca. 1920

Zonder titel (station Rotterdam Beurs) | 1995 | litho | 10 x 7,5 cm (beeldformaat)

In oktober 2022 was bij de Rotterdamse galerie Weisbard de tentoonstelling Willem van Genk was here te zien, rond de twee Rotterdamse tekeningen van Van Genk uit de collectie van verzamelaar X. Ook de litho’s van Van Genk werden daar getoond, wat derhalve zeer toepasselijk was.

***

Tiny van den Heuvel-van Genk in 1997 tegen Dick Walda: ‘Wim had twee liefdes, maar het is helaas nooit wat geworden. De een was Madeleintje Storio, een beeldschoon meisje, heel talentvol. Speelde prachtig viool. […] En dan was er nog dat buurmeisje, een Indische. Die woonde beneden Wim en daar was hij in het geheim ook verliefd op. Zij is naar Den Briel verhuisd, hij hoopt haar nog eens te zien. Vandaar dat hij af en toe van zichzelf naar Den Briel moet.’6 Over Madeleintje Storio – eigenlijk Stordiau – schreef ik eerder. Over het Indische buurmeisje komen we iets meer te weten uit een briefje van Dick Walda aan Nico van der Endt:

Ter kliniek op dinsdagmiddag een gesprek gehad met de maatschappelijk werkster, dokter Van Gent (“zo hard als de tramrails, Diederik. Blijf bij me als ik met hem praat”) en Willem zelf. We waren in de “Rode Hoed” en ik maakte Willem zelden zo kwetsbaar mee. Ik dronk een kopje koffie en hij barstte tussen twee volle borden kippensoep uit in een monoloog die niet te stoppen viel.

“Diederik, ik mis Coco zo. Want alles wat lager je staat, een plant, of een kat, of een hond, daar kan je makkelijk mee praten. Coco vertelde ik over mijn reizen en dan werd hij ineens een mens. Of ik zei Annelies tegen hem. Annelies, wat heb je toch leuke lokjes en prachtige puntborsten. Annelies is geboortig in Den Brielle en woont in de Harmelenstraat. Ze is zo lief en ik ben al zo lang verliefd op haar Diederik en niemand die het weet. Ze hoort bij gekleurd gespuis van huis uit, een secreet van een zwarte snor, en dat doet me zo’n verdriet en dat vertel ik weer aan Coco, die moet het allemaal aanhoren, dat beest. […] Had ik Annelies Vreugdehil maar. Hoe pak ik dat aan, Diederik? Jaag ik je teveel op kosten als ik om nog een bord kippensoep vraag? Ik jank m’n kussen helemaal nat ’s nachts, hoe kan dat nou? Ik egoïstische rotzak, die hier zit voor zijn verdiende loon. Het is hier zo treurig, de mensen zeggen je niet gedag. Den Briel, ik vind er niks aan, maar daar komt ze vandaan. […]”7

En inderdaad, in Koning der stations lezen we bij 1 april 1997: ‘Ik was in Den Briel, ik moest van mezelf daarheen. Maar ik vond er niks aan, ik ga nooit meer naar Den Briel. Er was een feest van niks. Alva verloor zijn bril, is altijd op 1 april. En ik hoopte mijn geliefde te zien, waar ik verder geen mededelingen over ga doen. Ik heb haar niet gezien. Misschien zie ik haar wel nooit meer.’8


NOTEN

  1. Jack van der Weide, Willem van Genk. De eenheid van het spinnenweb (Amsterdam 2024), pp. 261-262. ↩︎
  2. An Remmerswaal aan Nico van der Endt, 10 december 2002 (archief Nico van der Endt). Van Genk was in het voorjaar van 2000 verhuisd naar pension Roël aan de Van Aerssenstraat in Den Haag, dat werd geleid door directrice Stella McHugh. ↩︎
  3. Archief Nico van der Endt. ↩︎
  4. Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 93. ↩︎
  5. Nancy Sulmont aan Nico van der Endt, 24 januari 1996 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  6. Walda, Koning der stations, p. 38. ↩︎
  7. Dick Walda aan Nico van der Endt, 8 maart 1996 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  8. Walda, Koning der stations, pp. 143-144. ↩︎

Overzicht (3)

Berlin Bahnhof Friedrichstasse | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 17,5 x 25 cm | Collectie Joop Beljon, Strijen

100. Overzicht (2)

Over de teksten die tussen december 2020 en oktober 2021 op deze blog zijn verschenen.

101. Mededeling

Over een pauze van de auteur van deze blog.

102. Piazza Venezia

Over een verdwenen schilderij van Willem van Genk.

103. Ze rijden ook in Stockholm

Over een Zweedse trolleybus.

104. Marina

Over een stripverhaal en een Italiaans liedje.

105. Depot

Over opgeslagen assemblages van Willem van Genk.

106. Straatsburg

Over enkele tekeningen van Willem van Genk die plotseling opdoken (I).

107. Straatsburg (2)

Over enkele tekeningen van Willem van Genk die plotseling opdoken (II).

108. Aanzet tot een catalogue raisonné (13)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XIII).

109. Aanzet tot een catalogue raisonné (14)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XIV).

110. Aanzet tot een catalogue raisonné (15)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XV).

111. Aanzet tot een catalogue raisonné (16)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XVI).

Willemsplein, Arnhem (WVG-1031; detail)

112. Aanzet tot een catalogue raisonné (17)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XVII).

113. Aanzet tot een catalogue raisonné (18)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XVIII).

114. Aanzet tot een catalogue raisonné (19)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XIX).

115. Aanzet tot een catalogue raisonné (20)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XX).

116. Aanzet tot een catalogue raisonné (21)

Over een poging tot het catalogiseren van het werk van Willem van Genk (deel XXI).

117. Waarheidsfestival

Over het werk Waarheidsfestival.

118. Veiling

Over een veiling met enkele werken van Willem van Genk.

119. Procedamus

Over de reis van Willem van Genk naar Rome in het begin van de jaren zestig.

120. Biografie

Over de presentatie van de biografie van Willem van Genk (I).

121. Rechtszaak

Over enkele tekeningen van Willem van Genk die plotseling opdoken (III).

122. Biografie (2)

Over de presentatie van de biografie van Willem van Genk (II).

123. Tentoonstellingen

Over drie tentoonstellingen met/rond werk van Willem van Genk.

124. Work in Progress

Over twee onvoltooide werken van Willem van Genk.

125. Overzicht (3)

Over de teksten die tussen oktober 2021 en mei 2025 op deze blog zijn verschenen.

Work in Progress

Still uit de Brandpunt-reportage over de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid (1964) – Willem van Genk aan het werk

Een van de zeer weinige opmerkingen van Willem van Genk over zijn werkwijze, misschien wel de enige, is te vinden in Koning der stations van Dick Walda. Walda beschrijft het werk Keleti, dat uit vier lagen bestaat: ‘Voorzichtig informeer ik hoe lang hij eraan heeft gewerkt. Van Genk denkt en zucht. “Dat gevraag van jou. Waarom heb ik al die stations boven mijn bed gemaakt? Ik weet het niet. Het moest gewoon gebeuren.”‘ Even later, over de vier lagen waar er aanvankelijk maar drie waren: ‘”Ik dacht gewoon ik maak er nog eentje. Zo werden het er vier. Dus nu slaap ik onder mijn eigen stations. Mooier bestaat niet. Je moet niet zoveel vragen. Je vraagt toch ook niet aan Wagner wat hij heeft bedoelt met zijn muziek. Die is er gewoon.”‘1

Is, uitgaande van bovenstaande uitspraken, de conclusie gerechtvaardigd dat Van Genk maar wat deed? Beslist niet! Hij lijkt integendeel zeer zorgvuldig te werk te zijn gegaan, met tekeningen en schetsen die hij op een later moment verder uitwerkte, inclusief personen, vervoermiddelen, kleuren en zelfs reclameteksten. Een inkijkje in die werkwijze is te vinden via enkele onvoltooide werken, waarvan ik kortgeleden foto’s in hoge resolutie in handen kreeg, wat het mogelijk maakt om ze uitermate nauwkeurig te bestuderen.

Zonder titel (Metro Madrid) | ca. 1963 | gemengde techniek op papier | Collectie Stichting Willem van Genk, Haarlem

In het interview met Bibeb uit 1964 staat te lezen dat Van Genk ‘met reisverenigingen naar Parijs, Rome, Madrid, Kopenhagen, Keulen en Praag’ ging.2 Over Madrid heb ik eerder geschreven. Ik noemde toen ook een onvoltooide tekening uit twee delen, met links aan de onderkant een deel van het Madrileense metrostation Calao dat al verder was uitgewerkt met gekleurde inkt, terwijl het overgrote deel van het werk nog alleen als opzet in potlood bestond: ‘Te zien was dat Van Genk de twee werelden [boven en onder de grond; JvdW] niet los van elkaar wilde afbeelden, maar dat hij van plan was om ze in elkaars verlengde te tonen – een soort dwarsdoorsnede van Madrid bij dit metrostation. Het Plaza del Calao linksboven was al uiterst minutieus getekend, inclusief een aantal reclameteksten. Rechts onder was eveneens een deel van de tekening verder uitgewerkt en ingekleurd, en hier was metrostation Sol afgebeeld. Calao en Sol bevinden zich ook in werkelijkheid naast elkaar op lijn 3, zij het niet op dusdanig korte afstand als Van Genk hier doet voorkomen. Hier lag de potloodtekening niet meer in het verlengde van het uitgewerkte deel’.

Het heeft er de schijn van dat Van Genk het werk onvoltooid liet omdat hij tegen technische problemen aanliep bij een verdere uitwerking, maar ook andere redenen zijn mogelijk. Hoe dan ook geeft de tekening een goed inzicht in de werkwijze van de kunstenaar voor diens werk tot 1964: een opzet in potlood, vaak al erg gedetailleerd, die ingekleurd wordt met inkt. Bij in ieder geval deze tekening heeft Van Genk met inkleuren niet gewacht tot hij de hele potloodtekening had uitgewerkt. Opmerkelijk is ook dat de twee vellen papier aan de bovenkant gescheiden afbeeldingen hebben, terwijl die aan de onderkant met elkaar worden verbonden. In mijn “Aanzet tot een catalogue raisonné” kreeg de tekening de aanduiding WVG-0088.

Zonder titel (Spaanse markthallen) | ca. 1962 | gemengde techniek op papier | Collectie Stichting Willem van Genk, Haarlem

Van een heel andere orde is een tweede onvoltooid werk. Ook dit moeten we waarschijnlijk in het begin van de jaren zestig plaatsen. Het gaat om twee tekeningen op (waarschijnlijk) vier stukken papier. Het grootste deel van de onderste tekening lijkt volledig af en vertoont overeenkomsten met Metrostation Opéra (WVG-0004) en Tube Station (WVG-0041). Van Genk beschrijft de tekening in het interview met Bibeb uit 1964: ‘Kijk, dat is een markt in Spanje, een vismarkt, dat zijn haken met palingen…’3 Mogelijk gaat het hier om de Mercado de San Miguel aan het Plaza de San Miguel in Madrid. De haken met de palingen zijn inderdaad te zien aan de bovenkant van de tekening, waar deze opvallend minder gedetailleerd wordt en waar inkt plaats lijkt te maken voor waterverf. In het geval van Tube Station heeft Van Genk een deel van het plafond (van het ondergrondse station) gebruikt voor een collage, wat ook hier had gekund. Aan de bovenzijde is een nog slordiger beschilderde strook papier toegevoegd met twee lampen.

Daar weer boven is een andere tekening bevestigd op twee stukken papier die naast elkaar zijn geplaats. In feite gaat het om twee tekeningen, aangezien de voorstelling niet doorloopt – al is aan de bovenkant geprobeerd om een soort eenheid tot stand te brengen. Weer gaat het om een markthal, mogelijk opnieuw in Spanje, waar links vlees wordt verkocht en rechts vis. Er is een duidelijke symmetrie tussen beide tekeningen. Aan beide zijden, maar vooral aan de rechterkant, zijn de borden boven de twee kramen het verst uitgewerkt en is ook inkt gebruikt in plaats van (kleur)potlood. Bij het plafond wordt de afbeelding weer wat slordiger, al geeft een opening aan de linkerkant wel een doorkijkje op enkele huizen naast de markthal. Uit de tekening rechts is een menselijke figuur geknipt, die Van Genk misschien in een collage wilde gebruiken.

Er is nog een ander werk van Van Genk waarmee de aan elkaar bevestigde tekeningen van de Spaanse markthallen opvallende overeenkomsten vertonen: Pilsen 2, door mij in een eerdere post omschreven als ‘een merkwaardig hybride werk dat Van Genk in ieder geval voor een deel leek te hebben gemaakt naar aanleiding van zijn reis naar Tsjechoslowakije in 1963 […]. Het is overduidelijk samengesteld uit twee delen, die op enig moment aan elkaar werden bevestigd.’ De nevenschikking van twee tekeningen, op verschillende momenten gemaakt, is dus niet uniek binnen het oeuvre van Van Genk. Daarbij lijkt de onderste markthaltekening in meerdere opzichten op de onderste tekening van Pilsen 2, in techniek en zelfs in beelddetails als de fonteinen aan de onderkant:

Links Spaanse markthallen, rechts Pilsen 2 (details)

Er valt veel te zeggen over beide onvoltooide werken, die bovendien inzicht verschaffen in het werk- en zelfs denkproces van Willem van Genk aan het begin van de jaren zestig. Daarbij is het een gelukkige omstandigheid dat de tekeningen bewaard zijn gebleven en niet door Van Genk of anderen zijn weggegooid.


NOTEN

  1. Walda, Koning der stations, p. 129. ↩︎
  2. Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 111 ↩︎
  3. Idem, p. 119. ↩︎

Tentoonstellingen

Zonder titel (knipsel), ca. 1955

Het wordt de liefhebber steeds eenvoudiger gemaakt om werk van Willem van Genk te zien. Sowieso is een groot aantal tekeningen, schilderijen en assemblages online te vinden – waarbij het LaM in Villeneuve d’Asq een eervolle vermelding verdient voor het bieden van de mogelijkheden om een uitermate gedetailleerde blik in de collectie te werpen.1 Hetgeen me meteen op een tweede optie voor de genoemde liefhebber brengt: een groeiend aantal musea bezit werk van Van Genk, in binnen- maar vooral ook buitenland. Bij mijn weten is zijn werk te zien in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk, Kroatië, Japan en de Verenigde Staten. Daarnaast zijn er steeds meer musea die graag ‘een Van Genk’ zouden bezitten, maar die stuiten op minimale beschikbaarheid en (mede daardoor) hoge kosten indien er een werk op de markt komt.

Een derde optie om werk van Van Genk te zien: tentoonstellingen, vaak gewijd aan art brut of outsider art, die niet om hem heen kunnen of graag zijn naam opgenomen zien in de lijst van geëxposeerde kunstenaars. Op dit moment zijn er drie tentoonstellingen waar men oog in oog kan staan met een of meerdere tekeningen, schilderijen of assemblages. In Arles wordt nog tot 11 mei het Festival du Dessin gehouden, met dit jaar als centrale expositie een selectie van tekeningen uit de collectie van Antoine de Galbert. De Galbert is de bezitter van Van Genks monumentale Panorama Moskou, dat al in 1964 te zien was bij Steendrukkerij De Jong en Co. in Hilversum. Nico van der Endt spoorde het werk begin deze eeuw op in Duitsland, liet het restaureren en verkocht het, waarna het uiteindelijk terechtkwam bij De Galbert. Panorama Moskou is een van de topstukken van de tentoonstelling in Arles; uit een recensie: ‘Ne manquez pas, dès l’entrée, l’impressionnant panorama de Moscou (1956) de Willem van Genk’.2 Hoe men bij die precieze datering komt, is mij onbekend.

In Brussel zijn in museum Art et Marges tot in ieder geval 2 november drie heel andere werken te zien. Het gaat om de tentoonstelling Aussi Loin qu’ici, die te zien zal zijn in twee delen: van 24 april 2025 tot 2 november 2025 en van 13 november 2025 tot 29 maart 2026. Hieronder de werken van Van Genk:

Art et Marges, Aussi Loin qu’ici (1mei 2025)

De drie werken zijn afkomstig uit de collectie van Museum Dr. Guislain in Gent. Het werk links wordt in de database van dit museum omschreven als ‘Tekening van Brussels stadslandschap bestaande uit delen. Hier en daar kleine scheuren.’ De hoogte is volgens die database 42 cm. De afgebeelde stad is echter niet Brussel, maar Antwerpen – de Keyserlei, om precies te zijn. Wel hangt over de straat een spandoek met de tekst BEZOEKT-DIT-JAAR-DE-BRUSSELSCHEJAARBEURS. Een tekening met een vergelijkbaar perspectief van de Keyserlei is te vinden in een boekje met gedetailleerde potloodtekeningen van Antwerpen dat Van Genk in de jaren vijftig maakte, Album van Antwerpen, “de signorenstad aan de schelde!”:

Boven: Aussi loin qu’ici, onder: Album van Antwerpen (detail; particuliere collectie)

De tekening van Antwerpen die te zien is bij Art et Marges bestaat uit vier delen. Drie daarvan zijn afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum uit 2010.3

Een tweede werk bij Art et Marges, geheel rechts op de overzichtsfoto hierboven, is eveneens beschreven in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening met vegetatie, ingekleurd met kleurpotloden. Cirkel uitgeknipt aan de linkerzijde en balpentekeningen’. De hoogte is 20,2 cm. De uitgeknipte tondo is verwerkt in de (gedeeltelijke) collage Urbanisme et Architecture (WVG-0054; linker strook, midden rechts):

Links: Aussi loin qu’ici, rechts Urbanisme et Architecture (detail)

Het knipsel was ook te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders bij Gemeentemuseum in Den Haag in 2015, in een vitrine met Van Genk-varia uit de collectie van Museum Dr. Guislain. Urbanisme et Architecture hing daar eveneens.

Het derde werk bij Art et Marges is een trolleybus-assemblage die ook te zien was tijdens de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic bij het Museum of American Folk Art in New York in 2014:

Willem van Genk: Mind Traffic (foto: Hiroko Masuike/The New York Times)

In mijn “Aanzet tot een catalogue raisonné” kreeg de bus de aanduiding WVG-6019, met de kanttekening dat het ook om WVG-6018 of WVG-6021 zou kunnen gaan. Opmerkelijk is dat de assemblage volgens Art et Marges afkomstig is uit de collectie van Museum Dr. Guislain, terwijl de catalogus van de tentoonstelling in New York de Stichting Willem van Genk als eigenaar vermeldt.

De meest uitgebreide en interessante tentoonstelling die op dit moment te zien is, is Maps and Minds: A Journey with Willem van Genk van de Britse organisatie Outside In. Het betreft hier een online tentoonstelling, die men dus via de computer kan bezoeken, net als in een museum op eigen gelegenheid of via een guided tour. Outside In is, volgens de eigen website, een organisatie die een platform biedt aan ‘artists who encounter significant barriers to the art world due to health, disability, social circumstance, or isolation.’ Het project rond het werk van Van Genk maakt deel uit van het programma Step Up, dat betrokken kunstenaars via een cursus de gelegenheid biedt om vaardigheden op te doen die betrekking hebben op onderzoek naar kunstenaars en het cureren van tentoonstellingen.

Maps and Minds: A Journey with Willem van Genk

Voor de tentoonstelling werd een aantal cursisten gevraagd om te reflecteren op een specifiek werk van Van Genk, waarna hun eigen creatie naast het betreffende werk van Van Genk in de tentoonstelling werd geplaatst. Persoonlijk was ik met name gecharmeerd van de bijdragen van Jay Ottewell en Julia Fry. Ottewell reageerde op Metrostation Moskou (WVG-0095) met het werk METRO-people-LIFE: een met inkt, ballpoint en verf bewerkte, onregelmatig gevormde plak papier-maché gemaakt uit gevonden trein- en tramkaartjes. Het werk van Fry was een associatieve reactie op Airports III Garuda Indonesia (WVG-0072): een sculptuur gemaakt uit kippengaas, papier maché en pijpenragers, getiteld Black Hole of Loneliness en tentoongesteld naast de sjamanistische trommel die ze had gebruikt om tot haar creatie te komen.

De bij het project betrokken docent liet mij kort na de opening van de tentoonstelling weten: ‘It was a great pleasure working with this wonderful group of individuals, all so dedicated to the course, to the process and showing up to support each other throughout. One of the curatorial choices the artists made was to have a photograph of Van Genk front and centre of the exhibition. When viewing the exhibition she helped curate, Julia Fry said that she felt “the exhibition really honours Van Genk”. This is what the artists wanted and I hope it comes across.’4


NOTEN

  1. Zie hier. ↩︎
  2. Zie hier. ↩︎
  3. Museum Dr. Guislain / Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum (Tielt 2010), p. 30. ↩︎
  4. E-mail van Julia Elmore aan Jack van der Weide, 4 mei 2025. ↩︎

Rechtszaak

Willemsplein, Arnhem | ca. 1950 | gemengde techniek op papier

Wat voorafging: in juni 2021 zag ik op de website van de kunstbeurs Art Paris 2021 een tekening van Willem van Genk staan, afkomstig van galerie Ritsch-Fisch uit Straatsburg. Naar bleek had Ritsch-Fisch in totaal vijf tekeningen van Van Genk in de verkoop, voor prijzen tussen de 6.500 en 19.500 euro. De tekeningen leken afkomstig te zijn uit de collectie van de Stichting Willem van Genk, maar onduidelijk was hoe ze in Straatsburg terecht waren gekomen. In maart 2023 bood de galerie opnieuw tekeningen van Van Genk aan; dit keer waren het er zeven, met een vraagprijs van € 17.000 per stuk. Met enige moeite kwam ik de oorsprong van de tekeningen te weten: ze waren afkomstig van Ans van Berkum, voormalig voorzitter van de Stichting Willem van Genk.

Op 14 september 2023 publiceerde dagblad NRC een uitgebreid artikel over de zaak rond de tekeningen: “Stichting beticht museumdirecteur van frauduleuze verkoop”. Journalist Arjen Ribbens had zich in de materie verdiept en had gesproken met aan aantal betrokkenen, onder wie Ans van Berkum, Nico van der Endt en Hans Looijen, de opvolger van Van Berkum als voorzitter van de Stichting Willem van Genk. Van Berkum gaf toe dat ze de tekeningen in 1998 had meegenomen tijdens de ontruiming van het appartement van Van Genk, zij het “te goeder trouw” omdat de werken in tijdschriften verborgen zaten. Pas jaren later zou ze het materiaal hebben ontdekt. Ze was tekeningen gaan verkopen om rechtszaken tegen Museum van de Geest te bekostigen en voor de kosten van haar dissertatie over de kunstenaar.1

NRC (voorkant Cultureel Supplement), 14 september 2023

Aan het einde van het NRC-artikel zei Stichtingsvoorzitter Hans Looijen dat hij juridische stappen zou gaan onderzoeken. Op 31 januari 2024 diende in de rechtbank in Lelystad een kortgeding over de kwestie, aangespannen door de Stichting Willem van Genk tegen Ans van Berkum. ‘De messen zijn duidelijk geslepen tijdens een kortgeding in de rechtbank in Lelystad. “Ik beschouw jou als mijn vijand”, zegt Van Berkum tegen de voorzitter van de stichting die haar heeft gedagvaard.’2 Advocaat Frits Huizinga eist namens de Stichting dat Van Berkum aangeeft om welke werken het gaat, wat ze heeft verkocht en wat ze heeft verdiend met de verkoop tot dusver: ‘De Stichting heeft een spoedeisend belang dat zij een volledige opgave ontvangt van hetgeen door Van Berkum is aangetroffen en de afgifte hiervan zodat de [tekeningen kunnen] worden veilig gesteld.’3

Van Berkums claim als zou zij de tekeningen hebben verworven door verjaring, is een punt dat door Huizinga wordt betwist. Van Berkum had aangegeven dat zij de tekeningen voor het eerst in 2006 had aangetroffen. ‘Zij heeft hiervan geen melding gemaakt terwijl zij nota bene voorzitter was van de Stichting en wist dat de Stichting is opgericht om het volledige werk van Van Genk te beheren overeenkomstig zijn wens en geen stukken zouden worden verkocht. Van Berkum had de [tekeningen] slechts in beheer en niet in bezit. Voor zover er sprake zou zijn van bezit is Van Berkum bezitter te kwader trouw.’4 Van Berkums advocaat Peter de Booij vindt dit allemaal onjuist en zegt dat zijn cliënt geen enkele verantwoording hoeft af te leggen. Daarbij kan ze volgens hem, omdat ze door de kwestie in opspraak is geraakt, niet meer promoveren met een dissertatie over Van Genk.

Twee weken later volgt de uitspraak van de rechter.5 Deze oordeelt dat er inderdaad sprake is van spoedeisend belang. Van Berkum hoeft echter niet aan te geven om welke werken het gaat, wat ze heeft verkocht en wat ze heeft verdiend met de verkoop tot dan toe. Wel verbiedt de rechter haar ‘om de stukken die zij in juli 1998 bij de ontruiming van het appartement aan de [Harmelenstraat 28] in [Den Haag] waar [Willem van Genk] woonde heeft meegenomen te koop aan te bieden of aan derden over te dragen, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist wie hiervan eigenaar is’.6 De proceskosten dienen tussen beide partijen te worden verdeeld.

Er volgt derhalve een bodemprocedure om te bepalen wie de eigenaar van de tekeningen is. In januari 2025 krijg ik een mail van iemand die in het Musée d’Arts brut, singulier & autres in Montpellier heeft bezocht, met enkele foto’s van de twee werken van Willem van Genk die hij daar heeft gezien. Het ene werk is de ets Minsk 8/13 (WVG-0062), waarvan bekend is dat het museum deze bezit.7 Het andere werk is een tekening, door het museum aangeduid als Tramway en gedateerd 1945. Het betreft WVG-1010, Tramhalte, Amsterdam (zie hier), een van de tekeningen die Ans van Berkum zich had toegeëigend. Volgens de toelichting is de tekening afkomstig uit een ‘collection privée’. Op mijn vragen over het werk, via mail en via het contactformulier van het museum, wordt niet gereageerd. Daarmee blijft onduidelijk of de tekening rechtstreeks van Van Berkum of uit een andere collectie afkomstig is.

Tramhalte, Amsterdam (WVG-1010) in het Musée d’Arts brut, singulier & autres in Montpellier

Eind maart word ik gewezen op een filmpje dat te zien is op YouTube: ‘Het gaat om de achtergrond!’ Het betreft een filmpje van Stadsarchief Almere over “vormgevers van Almere”, waarin Ans van Berkum wordt geïnterviewd. Achter Van Berkum, die vermoedelijk in haar eigen woning staat, is een aantal kunstwerken te zien. Daaronder twee tekeningen van Willem van Genk, Velperplein, Arnhem (WVG-1071) en Willemplein, Arnhem (WVG-1075). Het betreft twee van de tekeningen die de inzet zijn van de genoemde bodemprocedure.

Ans van Berkum in haar interieur. Linksboven Willemsplein, Arnhem (WVG-1075), daaronder Velperplein, Arnhem (WVG-1071).

De bodemprocedure over het eigenaarschap van de tekeningen loopt nog steeds. Wie de uitkomst niet meer mee zal maken is Nico van der Endt, die op 19 januari overleed. Arjen Ribbens noemde hem in zijn necrologie voor NRC terecht ‘de grand old man van de outsiderkunst in Nederland’.8 Van der Endt vertegenwoordigde Van Genks zakelijke belangen vanaf 1976 tot diens dood, raakte met de kunstenaar bevriend en publiceerde in 2014 een boek over zijn protegé. Wat hij nog wel mee mocht maken was de publicatie van de biografie over Van Genk, De eenheid van het spinnenweb, in september 2024. Ook Van der Endt had de Stichting Willem van Genk geadviseerd om de werken die in handen waren van Van Berkum met een rechtszaak op te eisen. ‘Het kunsthistorisch belang van de tekeningen is groot, zegt hij. “Als ze eenmaal in het particuliere circuit zijn beland duiken ze nooit meer op.”’9


NOTEN

  1. Zie hier en hier. De twee vorige posts over deze kwestie hadden als titel “Straatsburg” en “Straatsburg (2)”. Voor deze post kwam “Straatsburg (3)” als titel niet in aanmerking, omdat het inmiddels niet meer om galerie Ritsch-Fisch draait. ↩︎
  2. Begin van een verslag van de rechtszaak in dagblad De Stentor (hier). Het artikel werd overgenomen in Tubantia en AD. ↩︎
  3. Pleitnota Frits Huizinga. ↩︎
  4. Ibidem. ↩︎
  5. Opnieuw verscheen er een verslag in De Stentor, “Ans mag ‘afvalberg’ van overleden schilder voorlopig niet verkopen: ‘Meer bewijs nodig’”. ↩︎
  6. Citaat uit de uitspraak op rechtbank.nl. ↩︎
  7. Het museum kocht de ets in 2018 via Galerie Hamer voor € 10.000. De ets was waarschijnlijk bij Hamer beland via Kunstuitleen Heden in Den Haag. ↩︎
  8. Arjen Ribbens, “Galeriehouder Nico van der Endt (83) maakte zich een halve eeuw lang sterk voor de outsiderkunst”, in: NRC, 24 januari 2025. ↩︎
  9. Arjen Ribbens, “Stichting beticht museumdirecteur van frauduleuze verkoop”, in: NRC, 14 september 2023. ↩︎

Procedamus

Detail achterzijde Colonnade Sint-Pieter (ca. 1965) | Collectie Vellekoop, Vlaardingen | foto: Museum van de Geest, Haarlem

In het interview met Bibeb uit 1964 zegt Willem van Genk, als het over Rome gaat: ‘Daar ben ik geweest. […] Ik ben na Rome naar Tsjechoslowakije gegaan. Je eet er goed in Rome, maar in Tsjechoslowakije is ’t bier weer beter.’1 Rome en Tsjechoslowakije waren ten tijde van het interview de laatste twee vakantiebestemmingen van Van Genk geweest. Over de reis naar Tsjechoslowakije in 1963 heb ik eerder geschreven (hier). De reis naar Rome moet in 1961 of 1962 hebben plaatsgevonden. Zijn zuster Addy daarover: ‘Bij z’n laatste reis naar Rome was hij te laat, hij is ’t gezelschap nagereisd en nu mag hij van de sociale werkster nooit meer naar ’t buitenland.’2

Kort na het interview met Bibeb kreeg Van Genk financieel wat meer armslag en gingen zijn reizen er anders uitzien. Tot die tijd was hij afhankelijk van groepsreizen van met name katholieke reisverenigingen. Op het schilderij Madrid (ca. 1968) geeft hij een beeld van een dergelijke reis, door een gezelschap uit Nederland af te beelden dat net is aangekomen bij zijn hotel. In de groep bevinden zich enkele mannelijke geestelijken (met witte boord) en een non, de koffers dragen onder meer de opschriften LOURDES en FATIMA. Het gezelschap is vervoerd door de firma Groeneveld uit Strijen, die reisbureau Hotam (het vaste reisbureau van de familie Van Genk) had overgenomen.3 

In maart 2023 kreeg ik een aantal foto’s toegestuurd door een nicht van Willem van Genk. In haar gangkast had ze een ordner gevonden met papieren van haar tante Tiny, Van Genks oudste zuster. In die ordner zaten het nummer van Vrij Nederland met het interview van Bibeb, de aflevering van het blad Kunst van nu met de tekst die W.F. Hermans uitsprak bij de opening van de tentoonstelling in Hilversum en de catalogus van de tentoonstelling Nieuwe Realisten in het Haags Gemeentemuseum, daar te zien in de zomer van 1964. Daarnaast bevatte de ordner een aantal papiertjes met schetsen en aantekeningen die broer Wim had gemaakt aan het einde van de jaren zestig. Op een van de papiertjes had Van Genk een schematische plattegrond van Moskou getekend, met daarbij een adres: ‘Stens, Irenestraat 17, Pijnacker (ZH), Holland’.

Aantekeningen en schetsen van Willem van Genk uit de nalatenschap van Tiny van den Heuvel-Van Genk. Linksboven het plattegrondje van Moskou met het adres in Pijnacker

Een zoekactie in Delpher naar het bewuste adres leverde onmiddellijk resultaat op, in de vorm van een aantal advertenties uit de jaren zestig van een ‘Romereisclubje’ genaamd Procedamus in pace (‘Laat ons gaan in vrede’).4 Inlichtingen waren te verkrijgen bij W.G. Stens, Irenestraat 17 in Pijnacker. Wat opviel in bijna elke advertentie was de aanduiding van de verblijfplek in Rome: ‘Prima pension, 1 min. vanaf het St.-Pietersplein’. Die formulering kwam bekend voor.

Willem van Genk beeldde het Sint-Pietersplein in Rome twee keer af, op het schilderij Colonnade Sint-Pieter (WVG-0038) en op de ets Colonnade (WVG-0065). In maart 2020 had ik een blogpost geschreven over de etsen van Van Genk (hier), waarop ik een reactie kreeg van Jan Vellekoop, bezitter van zowel het schilderij als een exemplaar (1/5) van de ets. Vellekoop schreef dat schilderij en ets de zuilenrij van Bernini vanuit twee verschillende hoeken toonden, maar dat op de achterkant van het schilderij een uitgeknipte tekening was geplakt die erg veel leek op de ets. De tekst onder die tekening: ‘Waar wij logeren. 1 min. van ’t St. Pietersplein!’ Gedeeltelijk over de tekening was een suikerzakje geplakt met een afbeelding van het parochiehuis in Pijnacker.

Wilhelmus Gerrit (Wim) Stens (1905-1998), tijdens zijn werkzame leven adjunct commies bij de NS, was zeer actief binnen het katholieke gemeenschapsleven van Pijnacker. Onder zijn leiding maakte in de jaren zestig een groep van zo’n veertig personen jaarlijks een treinreis naar Rome, waarbij men verbleef in het pension annex klooster van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten in de Borgo Santo Spirito, naast het Sint-Pietersplein. Stens was tevens amateurschilder en gebruikte een tekening naar een van zijn schilderijen, een doorkijkje vanaf het Sint-Pietersplein naar het pension Casa Santo Spirito van de  Suore Francescane dell’ Addolorata, als reclame in de folders voor de reis. Het was deze tekening die Van Genk op de achterkant van zijn schilderij Colonnade Sint-Pieter plakte en die de inspiratie vormde voor de ets Colonnade.

V.l.n.r. het schilderij van Wim Stens, de tekening in de folder van Procedamus in pace en de ets Colonnade van Willem van Genk

Dat er een verband bestond tussen de tekening in de folder van Procedamus in pace en de ets Colonnade, blijkt ook uit enkele foto’s van het interieur van het appartement van Van Genk. Daarop is te zien dat hij in zijn woning minimaal twee exemplaren van zijn ets had opgehangen, beide keren samen met de tekening uit de folder. De ene combinatie hing op de gangdeur in het achterste deel van zijn woonkamer, de andere had hij bevestigd aan een muur in zijn slaapkamer.

Interieur Harmelenstraat 28 in Den Haag. Links de gangdeur in het achterste deel van de woonkamer (foto: Nico van der Endt, 1986), rechts een deel van de slaapkamer van Willem van Genk (foto: Stichting Collectie De Stadshof, 1998)

Van Genks ets Colonnade is zeker geen een-op-een kopie van de tekening in de folder van Procedamus in pace. Bernini’s zuilenrij is op de ets veel dominanter aanwezig, inclusief de onderzijde van de overdekking. De kleine figuurtjes en voertuigen onder en achter de colonnade benadrukken bovendien de omvang van het bouwwerk. Het geheel geeft een indruk van nietigheid weer die de beschouwer kan hebben, een gevoel dat ontbreekt bij het schilderij en de tekening van Stens. Daarbij doet de afbeelding sterk denken aan twee oudere tekeningen van Van Genk (waaronder WVG-1078), van de Haarlemmerpoort in Amsterdam. Hier ligt eveneens de nadruk op de imposante zuilen van de poort, met een doorkijkje naar achterliggende gebouwen.

Maar waarom noteerde Willem van Genk eind jaren zestig de naam en het adres van Wim Stens op een schematisch getekend plattegrondje van Moskou? De toevoegingen ‘(ZH)’ en ‘Holland’ lijken erop te wijzen dat hij Stens een kaartje of brief wilde sturen. Rond dezelfde tijd maakte hij ook plannen om Rome weer een keer te bezoeken, mogelijk wilde hij het adres van pension Casa Santo Spirito weten. Een iets verder gezochte hypothese is dat Van Genk met het idee speelde om een ‘Moskoureisclubje’ te beginnen, naar voorbeeld van Procedamus in pace. Was hij immers niet inmiddels een ervaren Moskoureiziger die de stad goed kende en die Nederlandse toeristen zou kunnen rondleiden? Het is er hoe dan ook nooit van gekomen. Waarschijnlijk maar goed ook, voor zowel Van Genk als zijn potentiële klanten.


NOTEN

  1. Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, 112-113. ↩︎
  2. Ibidem, 113. ↩︎
  3. ‘Geschiedenis van busbedrijf Groeneveld’, in: De heraut van Strijen 19/2 (september 2007), 6-13 (aldaar 9). Dat het reisgezelschap is vervoerd door Groeneveld, is af te leiden uit de bus die uiterst links te zien is ↩︎
  4. De advertenties verschenen in onder andere De Tijd en de Volkskrant. ↩︎

Waarheidfestival

Waarheidfestival | ca. 1965-1970 | gemengde techniek op papier | 108,5 x 159 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

In de Amsterdamse locatie van Museum van de Geest, in het gebouw van H’ART Museum aan de Amstel (voorheen de Hermitage), is tot en met 1 december 2024 de tentoonstelling Who Cares? te zien, over vergeten slachtoffers en verborgen helden binnen de psychiatrie en verstandelijke gehandicaptenzorg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als onderdeel van de tentoonstelling wordt ook een werk van Willem van Genk getoond: Waarheidfestival, een collage uit de tweede helft van de jaren zestig. Op YouTube is een “Kunstverhaal” over Waarheidfestival te lezen,1 een korte video naar aanleiding van de tentoonstelling Woest in 2019/2020. Toenmalig curator Ans van Berkum belicht daarin enkele aspecten van het werk.

‘Wat fijn dat we welkom zijn op het Waarheidsfestival, het jaarlijkse evenement van de Communistische Partij Nederland’, zo begint Van Berkum haar verhaal. Kort na de Tweede Wereldoorlog, in de hoogtijdagen van de CPN, organiseerde partijkrant De Waarheid (in 1940 opgericht als verzetsblad) voor het eerst het zogeheten “Waarheid Zomerfeest”. Het werd gehouden in Openluchttheater Birkhoven in Amersfoort. Het feest in 1946 was dermate succesvol dat het een jaarlijkse traditie werd. Pas in 1960, het jaar dat De Waarheid twintig jaar bestond, ontstond de naam Waarheid(s)festival en werd de Amsterdamse RAI de vaste locatie.

Willem van Genk was een vaste bezoeker van de bijeenkomst. Dick Walda: ‘Eén keer per jaar bezocht hij het Waarheidsfestival, meestal in alle zalen van de RAI in Amsterdam. […] Het leek op een carnavalsgebeuren, maar dan met veel sprekers en daar tussen door optochten, muziekensembles en dansgroepen uit Rusland en Oost-Europa. Willem vond het prachtig zoals hij ook een groot liefhebber van carnaval was.’2

Centrale afbeelding in de collage is een portret van een man met een ringbaard, een bril met getinte glazen en een openhangend hemd, achter twee microfoons. Volgens Van Berkum verzorgt hij ‘de aankondigingen voor het festivalpubliek.’ Over zijn identiteit laat ze zich niet uit. Dick Walda dacht zeker te weten dat het hier gaat om een geïdealiseerd zelfportret: ‘Willem maakte een aantal zelfportretten. Dit is er een van. Willem zag zichzelf graag als “een man van de wereld”, van alle markten thuis. Hij spreekt het volk toe.’3 Nico van der Endt was desgevraagd minder zeker: ‘Ik heb dat nooit gedacht en heb ook nu grote twijfels. Zo’n ringbaardje … open shirt … daarvoor moet je wel een beetje ijdel zijn, was hij allesbehalve.’4

Een extra complicatie bij de identificatie van de man is de naam AAT VERHEY die onder hem te zien is.5 Mogelijk is dit een latere toevoeging. Er bestond inderdaad een prominente CPN’er genaamd Verhey/Verheij: Harry Verheij, een voormalig verzetsman die van 1958 tot 1978 lid was van de gemeenteraad van Amsterdam, van 1966 tot 1978 als wethouder. Harry Verheij leek enigszins op de man op Waarheidfestival (bril, haargrens) maar had geen ringbaard en ging meestal in driedelig pak gekleed. Officieel waren zijn voornamen Arie Adriaan, wat in de buurt komt van Aad/Aat, maar hij ging als “Harry” door het leven (zijn verzetsnaam). Zijn zoon Paul Verheij was eveneens landelijk bekend, als voorzitter van de studentenvereniging ASVA en Maagdenhuisbezetter, maar leek in niets op de man op Waarheidfestival.

Harry Verhey (1917-2014)

Waarheidfestival lijkt, zoals vaker bij Van Genk, een collage te zijn waarvan de huidige omvang het product is van voortdurende toevoegingen door de maker. Een schematische weergave van het werk laat zien dat het symmetrisch is opgebouwd:

A is de hoofdafbeelding met de man achter de microfoons. B1 en B2 bevatten afbeeldingen van raketten die worden gelanceerd. C1, C2 en F zijn gevuld met teksten en tekeningen in vooral balpen, waarbij met name F een uitermate chaotische indruk maakt. Inhoudelijk zijn deze drie delen van het werk duidelijk verwant. Een dergelijke verwantschap verbindt ook D1, D2, E1 en E2, die gevuld zijn met een soort graffiti en waar verf het dominante materiaal is.6 Als om de speciale positie van deze vier delen aan te geven, heeft Van Genk ze met oranje lijnen van de rest van de collage gescheiden.

Detailfoto’s van Waarheidfestival laten iets zien over de wordingsgeschiedenis van het werk. Zo blijkt F óver de bovengedeeltes van B1, A en B2 te zijn geplakt, maar zijn B1 en B2 weer over C1 en C2 bevestigd. Het meest intrigerend is het deel dat ik in het schema met A heb aangegeven. Dat loopt namelijk veel verder naar onderen door dan op het eerste gezicht het geval lijkt te zijn. In III en IV zijn de handen van de man achter de microfoons te zien, ook herkenbaar aan de mouwen van zijn bruine shirt. In zijn linkerhand (III) heeft hij een sigaret, vóór die hand staat een waterkan. Rechts (IV) heeft hij een glas in zijn hand.

Tussen III en IV had Van Genk een afdruk van een van zijn etsen geplakt (G). Volgens Van Berkums kunstverhaal gaat het om ‘een stuk van zijn ets Silja Line‘, maar eerder liet ik al weten dat het om de ets Rondvaart ging. Uit de ets had de kunstenaar een tondo gesneden, dat hij opvulde met verwijzingen naar de tentoonstelling Nieuwe Realisten uit 1964.7

Waarheidfestival (detail, vak G)

Rondom de tondo zijn twee namen te lezen: DS HEWLET JOHNSON, met de toevoeging RIP en tussen voor- en achternaam een hamer-met-sikkel symbool; en FRANCIS SPELLMAN, met tussen voor en achternaam een hakenkruis. Hewlett Johnson (1874-1966) was een Britse geestelijke met uitgesproken sympathieën voor Stalin en de Sovjet-Unie, die het desalniettemin schopte tot deken van Canterbury. Francis Spellman (1889-1967), in veel opzichten de tegenpool van Johnson, was een Amerikaanse kardinaal met uitermate reactionaire opvattingen die gold als een communistenvreter. Dat Van Genk ze hier letterlijk tegenover elkaar plaatste, past binnen de algehele thematiek in Waarheidfestival van kapitalisme (Verenigde Staten) versus communisme (Sovjet-Unie).

Van Berkum signaleert in haar kunstverhaal dat er in de centrale afbeelding van de man achter de microfoons de ‘koppen […] van een paar nette heren met brillen’ te zien zijn. Inderdaad zijn links en rechts in de afbeelding in totaal acht contourtekeningen van profielen te zien, deels overgeschilderd of overgeplakt. Dit is enerzijds een houvast bij het bepalen van de wordingsgeschiedenis van het werk, anderzijds toont het eens temeer de eenheid aan van de centrale afbeelding. De profielen zijn niet van willekeurige ‘nette heren met brillen’,8 maar van Francis Spellman:

Links: Francis Spellman, rechts: detail uit Waarheidfestival (vak III)

Keren we nog even terug naar de tondo met verwijzingen naar de tentoonstelling Nieuwe Realisten. Op de diagonale strook in de tondo staat de naam PIETER BRATTINGA, de man die Van Genk tussen 1964 en 1973 vertegenwoordigde. In dat laatste jaar kwam een einde aan hun ‘samenwerking’, tot kort daarvoor was Van Genk er vast van overtuigd dat Brattinga een beroemd kunstenaar van hem zou maken. In haar kunstverhaal merkt Van Berkum over Brattinga op: ‘Die had hem qua begeleiding ernstig in de steek gelaten.’ Ten tijde van deze collage was dit echter bepaald nog niet het geval (althans niet in de ogen van Van Genk en zijn directe omgeving), wat ons brengt op de datering van Waarheidfestival.

Volgens de website van Museum van de Geest is die datering ‘ca. 1965-1970’, en dat lijkt helemaal te kloppen met alle elementen die op de collage te zien zijn. Zo is de ets Rondvaart uit 1966 en overleed (‘RIP’) ook Hewlett Johnson in dat jaar. Waarheidfestival is daarnaast tweemaal gesigneerd, waarbij verschillende jaartallen zijn gebruikt. Een vroege ondertekening is te vinden in de rechterbenedenhoek van vak B2: een stempel met een gestileerd WG-logo en het jaartal 1965:

Waarheidfestival (detail, vak B2 / C2 / E2)

Rechtsonder het gehele werk staat Politiek Scala ’68 Bragah Studio / WFAM van Genk – ’s Gravenhage. Uit de toevoeging ‘Bragah Studio’ blijkt dat Van Genk ten tijde van Waarheidfestival nog volledig in de samenwerking met Brattinga geloofde.9 Onduidelijk is waarom ’68 is doorgehaald: was de kunstenaar op andere gedachten gekomen, wilde hij de collage misschien nog verder uitbreiden, of was het inmiddels 1969? Wel had Van Genk kennelijk een andere titel dan “Waarheid(s)festival” in gedachten, namelijk “Politiek Scala”. Een titel die in ieder geval meer zei over het werk als geheel.


NOTEN

  1. Hier (geraadpleegd 7 december 2023). ↩︎
  2. E-mails van Dick Walda aan Jack van der Weide, 13 en 14 december 2023. ↩︎
  3. Ibidem ↩︎
  4. E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 14 december 2023. Een aanwijzing zou eventueel ook nog de tatoeage op de borst van de man achter de microfoons kunnen zijn, net zichtbaar onder zijn ophangende shirt. Het lijkt om een op- of ondergaande zon en een anker te gaan, met een niet te ontcijferen tekst. ↩︎
  5. Elders schrijft Van Berkum dat de afbeelding van de man achter de microfoons ‘het portret van CPN’er Aat Verhey’ betreft (“Een vogel boven de stad”, p. 56). ↩︎
  6. Denkbaar is dat Van Genk in deze partijen geprobeerd heeft op een COBRA-achtige manier te werken. ↩︎
  7. Van Berkum: ‘Midden onder de centrale figuur heeft Van Genk een stuk van zijn ets Silja Line geplakt, met daarop een ronde schildering met de titel van een expositie in Den Haag waaraan hij zelf deelnam: Nieuwe Realisten.’ Dat laatste klopt, maar het gaat niet om een schildering op de ets, maar om een schildering in de uitsnede. ↩︎
  8. Met dank aan Jan Vellekoop, die mij hierop wees. ↩︎
  9. Eerder heb ik verschillende malen aangegeven dat ‘Bragah Studio’ verwijst naar de gewenste samenwerking met Brattinga. Zo staat onder de collage Keulen onder meer PIETER BRATTINGA & CO | BRAGAH STUDIO HOLLAND | ONTWERP WFAM van GENK | S’GRAVENHAGE STEENDRUKKERIJ | V/H (WED) de JONG & Znen HILVERSUM n/h | COPYRIGHT BRAGAH STUDIO (cf. hier). ↩︎