Brief

Brief van Willem van Genk aan de familie Van der Wal, 30 november 1958 (detail)

Willem van Genk was geen groot briefschrijver. Toen ik aan mijn biografie werkte, kon ik tot 1985, het jaar waarin de kunstenaar achtenvijftig werd, vier brieven en drie ansichtkaarten achterhalen. Dat is nog altijd meer dan de twee brieven waarmee de auteurs van Willem van Genk. Een getekende wereld het in 1998 moesten doen. Het belette Ans van Berkum niet om op grond van die twee brieven enkele conclusies te trekken over de geestesgesteldheid van Van Genk: ‘De toenemende complexiteit van zijn tweedimensionale werken kan in verband worden gebracht met de ontwikkeling van zijn schizofrenie. Ook in de brieven die hij schrijft wordt dat patroon halverwege de jaren zestig zichtbaar. Een brief van 25 maart 1964 aan Pieter Brattinga laat een helder schrift zien en behandelt slechts één onderwerp, de vraag of hij naar Amerika of naar Rusland zal kunnen reizen, die zomer. […] In de linkerbovenhoek van de brief is één zonnetje getekend.’

Deze brief uit 1964 staat volgens Van Berkum in schril contrast met een exemplaar van vierentwintig jaar later: ‘De brief die hij op 19 februari 1988 aan Françoise Henrion, eigenaar van galerie Art en Marge in Brussel, stuurt, toont een heel ander beeld. Net als bij Brattinga gebruikt hij de afstandelijke aanhef ‘beste lezer’, maar hij zet de naam van de geadresseerde rechtsboven, omgevormd tot ‘Francaîse Henrion’. Hij laat zijn associaties compleet de vrije loop en het hangt maar van toevallige weetjes af of er iets van te volgen is. […] Op pagina twee mengt het schrift zich met een tekening waarin hij via het stratenplan van Brussel uitkomt bij de Centrale Vervoersdienst Gemeente Arnhem en en passant melding maakt van een haringbar, die daar, zoals je dan moet weten, sinds jaar en dag op de hoek van het Stationsplein staat. Bijzonder is dat hij het antwoord van Françoise Henrion/Francaîse Henrîon aan de schrijver zelf vast geeft […].’1

Brief van Willem van Genk aan Françoise Henrion, 19 februari 1988 (detail)

Van Berkum suggereert dat de twee brieven exemplarisch zijn, maar het zijn mogelijk de enige twee waarover ze beschikt.2 Nog afgezien daarvan is het ironisch dat ze op grond van de brieven iets denkt te kunnen zeggen over Van Genks mentale gesteldheid (‘De lijder aan schizofrenie kampt door zijn ziekte met een toenemend isolement. De wereld buiten en de wereld binnen komen steeds verder uit elkaar te liggen, waarbij uiteraard de binnenwereld voor de lijder de meest reële is’, en zo verder), terwijl het waarschijnlijk is dat de diagnose schizofrenie, die hij op enig moment kreeg, onjuist was.

Volgens Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht, wees Van Genks gedrag in de richting van een tamelijk specifieke psychische variatie in de domeinen van denken, voelen, perceptie en gedrag: ‘Zo je Van Genk psychiatrisch-diagnostisch zou willen duiden, past veel van wat er over hem bekend is binnen wat tegenwoordig bekend staat als het autismespectrum.’ Personen die binnen een dergelijk autismespectrum vallen, ontwikkelen verschijnselen die als psychotisch kunnen worden geduid. ‘Ook bij Van Genk lijkt dit het geval geweest te zijn. Uitingen van paranoia bij mensen in het autismespectrum zijn te begrijpen vanuit beperkingen in het begrijpen van de sociale wereld.’3

Vermoedelijk werd bij Van Genk al vroeg de diagnose ‘schizofrenie’ gesteld, waar hij vervolgens niet meer vanaf kwam. Van Os: ‘Het model van behandeling van schizofrenie was (en blijft in belangrijke mate) vooral medisch, gericht op medicatie en controle van symptomen. Echter wat de persoon in het autismespectrum vooral nodig heeft is psycho-educatie, pedagogische interventies gericht op communicatie en navigatie van de sociale wereld en begeleiding bij opleiding en werk. In afwezigheid daarvan soelaas zoeken in een model van antipsychotische medicatie voor een niet-primair psychotisch probleem is niet constructief.’ Toch was het wel degelijk een dergelijke antipsychotische medicatie die Van Genk kreeg voorgeschreven.4

Paranăsky Kultur (detail)

Je kunt je afvragen hoe de ‘diagnose’ van Willem van Genk door Jim van Os zich verhoudt tot de Goldwater rule, de ethische richtlijn voor psychiaters die stelt dat zij geen professionele diagnose of oordeel mogen geven over de mentale gezondheid van een publiek persoon zonder die persoon persoonlijk te hebben onderzocht. Desalniettemin is het verfrissend om te lezen dat de schizofrenie-diagnose in het geval van Van Genk hoogstwaarschijnlijk onjuist is geweest en dat bepaalde aspecten van zijn gedrag eerder vanuit zijn autisme moeten worden gezien.5

Het aspect van de illustraties in de brief aan Françoise Henrion, om daarop in te zoomen, is bepaald niet iets dat Van Genk pas later ontwikkelde. Al in november 1958, meer dan zes jaar vóór de door Van Berkum geciteerde brief aan Brattinga, stuurt hij een rijk geïllustreerde brief aan het gezin van zijn stiefbroer Henk van der Wal in Arnhem. Van der Wal is de zoon uit het eertste huwelijk van Leonarda Pennekamp, de derde echtgenote van Jozef van Genk. In december 2021 kreeg Hans Looijen, toenmalig voorzitter van de Stichting Willem van Genk, de brief in handen via de zoon van Henk van der Wal. Deze had naar aanleiding van de tentoonstelling Woest een e-mail gestuurd aan het Outsider Art Museum, maar het gebruikte mailadres was verouderd. Pas meer dan een jaar later stuitte een stagiaire op het mailbericht, waarna Looijen contact opnam en de brief verwierf – samen met een balpentekening (WVG-2008) en twee prentbriefkaarten uit 1964.

In de brief beschreef Van Genk vooral wat hij zoal had gezien tijdens zijn bezoekjes aan ‘de Expo […], weet U wel die bewuste wereldtentoonstelling die [in] Brussel al weer te ziele is gegaan. […] Ik ben naar die Expo 2 keer heen geweest en wou wat babbelen over dit evenement van 1958. Och we zijn ’t er allemaal over eens dat kapitalistischen landen naast socialistischen landen vreedzaam naast mekaar kunnen bestaan, maar er zal nog heel wat water door de Hudson, de Theems, de Rhijn en de Moskva moeten vloeien eer de grote heren ’t met mekaar eens zijn. Doch niet tegenstaande is de Expo een schone gebeurtenis der vrede en opbouw, voor ’n betere toekomst v/het wereldgebeuren.’ Van Genk ging met name in op de paviljoens van de Sovjet-Unie en Japan, twee landen waar hij duidelijk door gefascineerd was.

De brief aan het gezin Van der Wal is een van de weinige documenten waarin gegevens te vinden zijn over Van Genks leven in deze periode en het enige waarin hij zelf aan het woord komt. Als gezegd is er maar een handvol brieven van hem bewaard gebleven, waarvan deze de oudste en meteen ook meest uitgebreide is. Van Genk schreef over zijn reizen naar Arnhem, over het overlijden van zijn vader, over zijn leven en ambities, over zijn politieke ideeën, maar vooral over de wereldtentoonstelling in Brussel. De beschrijving van de Expo brak hij abrupt af, aan het einde van het tweede volgekriebelde vel: ‘De Expo besloot met een groot vuurwerk boven Brussel ’s nachts. einde.’

Brief van Willem van Genk aan de familie Van der Wal, 30 november 1958 (detail)

Over het overlijden van zijn vader, op het moment van schrijven nog geen twee maanden geleden, was Van Genk kort en zelfs enigszins ironisch: ‘En mijn vader mocht die 1 Mei brief niet lezen… nu ja… Hij zal deze ook wel niet meer lezen. Ik kan nu niet bepaald zeggen dat het verlies van m’n vader veel indruk op me gemaakt heeft. O ja geen kwaad over de doden rust zacht… nee dat behoeft geen nader betoog.’ Om nog op dezelfde regel te vervolgen met zijn eigen situatie en de plannen die hij had: ‘Mogelijk is de dag niet ver meer dat ik “v/d Heem N.V.” vaarwel zeg en mijn gaat oriënteeren in illustratief tekenen, waar U in deze brief ’n voorproefje van heeft’.6 De marges van de brief zijn volgetekend met de meest uiteenlopende illustraties in pen en potlood, in verschillende kleuren en rijkelijk voorzien van begeleidende teksten.

De illustraties in de brieven aan Van der Wal en Henrion zijn verschillend gemotiveerd. In de brief uit 1958 wilde Van Genk laten zien wat hij in zijn mars had op het gebied van ‘illustratief tekenen’. Met de beschrijving van de Expo 58 leverde hij zelf de bijbehorende tekst, een poging tot een journalistiek verslag met historische feiten, verwijzingen naar de actualiteit en zo verder. In de brief uit 1984 zijn de tekeningen een strategie van Van Genk om indruk te maken op Henrion met zijn vaardigheden als kunstenaar: ‘Wel ik schrijf U een briefje… wat “artistique” volgekladdert is (in de geest van Karel Appel).’ Hij had duidelijk een boontje voor Henrion en wilde op deze manier haar aandacht trekken.

Dat de brieven van Willem van Genk uit de jaren tachtig en negentig slordiger en warriger zijn dan die uit eerdere decennia, is duidelijk. Om daaruit als leek de conclusie te trekken dat dit te maken heeft met de ontwikkeling van zijn schizofrenie is uitermate bedenkelijk, helemaal als aannemelijk is dat er helemaal geen sprake was van schizofrenie. Mogelijk waren het juist de antipsychotica, de medicijnen tégen de vermeende schizofrenie die na jaren zijn mentale gesteldheid hadden aangetast. Maar bij die suggestie wil ik het (eveneens als leek) laten.


NOTEN

  1. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 27. De brief (collectie museum Art et Marges, Brussel) aan Henrion is in facsimile afgedrukt op pp. 1-2 van Een getekende wereld. ↩︎
  2. Er waren ook nog enkele relatief late brieven aan Dick Walda, maar die pasten misschien minder goed in de analyse. ↩︎
  3. Jim van Os, ‘De labels van Willem van Genk’, website Stichting Willem van Genk. ↩︎
  4. Van Os: ‘Vooral bij hoge doses is bekend dat antipsychotica interfereren met de motivatie en het creatieve proces van de persoon – wellicht is dit Van Genk bespaard gebleven. Enkele bewaarde antipsychoticarecepten voor hem lijken te duiden op een zeer lage dosis, en werden geschreven door een psychiater die zijn cliënt vanuit een meer persoonlijke en menselijke benadering tegemoet trad. Die mogen we dankbaar zijn: je kunt je afvragen hoe zijn artistieke activiteit en ontwikkeling anders verlopen zouden zijn.’ Die psychiater was Hans Grelinger. ↩︎
  5. Van Berkum meldt eveneens dat bij Van Genk ‘behalve schizofrenie ook autisme wordt geconstateerd’ (Een getekende wereld, p. 27). Ze gaat hier niet verder op in. De autisme-diagnose stamt ook van veel latere datum, vermoedelijk uit de jaren negentig. ↩︎
  6. Van der Heem N.V. was een Haagse fabrikant van elektronica waarvoor de ‘onvolwaardigen’ van Van Genks AVO-werkplaats productie draaiden maar waarvoor hij beslist niet rechtstreeks werkte. ↩︎

Aanzet tot een catalogue raisonné (23)

Dit is het drieëntwintigste deel van een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Vitrine van Museum Dr. Guislain bij de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (foto Frans Smolders)


WVG-2011

Ridderzaal | ca. 1955 | potlood op papier | ca. 15 x 25 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Zwart-wit tekening met een gekleurde tondo van de Ridderzaal in Den Haag, waaruit een ooievaar is geknipt; zowel de tekening als de ooievaar zijn verwerkt in de collage Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052). De tekening waaruit de tondo is geknipt, bevindt zich eveneens in de collectie Museum Dr. Guislain.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Woest (2019-2020).

WVG-2001


WVG-2012

Leipzig | ca. 1955 | inkt op papier | breedte ca. 18 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 7 (onder).

Twee overlappende tondi met afbeeldingen in rode inkt van het Reichsgericht en het Europahaus in Leipzig. Museum Dr. Guislain bezit ook de tekening waaruit de tondi afkomstig zijn (‘Tekening met rode inkt en 2 cirkelvormige figuren uitgeknipt uit het papier’). De afbeeldingen zijn ook te vinden (in kleur) op Kathedraal Pilsen (WVG-0044).

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Kathedraal Pilsen (detail)


WVG-2013

Leipzig | ca. 1955 | rode inkt op papier | hoogte 11,2 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 1.

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening in rode inkt van stadsgezicht, in een driekwartcirkel uitgeknipt. Op de achterzijde is er een tekening van een paleis.’

Aan de onderzijde afgeplat tondo met afbeelding in rode inkt van het plein voor het station in Leipzig. De afbeelding is ook te vinden (in kleur) op Kathedraal Pilsen (WVG-0044). Op de achterkant is een ander gebouw te zien (het operagebouw in Leipzig), dat eveneens in kleur te vinden is op Kathedraal Pilsen.

Kathedraal Pilsen (detail)


WVG-2014

Plaatwerken land en volkerenkunde | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 20 x 15 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 8 (grotendeels).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘3 knipsels uit geschreven nota over ‘plaatwerken landenvolkerenkunde’. Uit het papier zijn de letters K, L en N en een sterrenvorm uitgesneden.’

Document met teksten over Duitsland, waaruit met name de letters K O L N (i.e. KÖLN = Keulen) zijn geknipt. De letters zijn gebruikt in Urbanisme et Architecture (WVG-0054), linker deel, rechts boven. Dit is in lijn met een door Van Genk veelgebruikt procedé om de naam van een geografische locatie te vormen met letters die zijn geknipt uit een document óver die locatie.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Urbanisme et Architecture (detail)


WVG-2015

Groeten uit Utrecht | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 22 x 32 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 105 (grotendeels).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening op uitgeknipt papier van Utrecht, ook op achterzijde betekend. Twee gaten in de linkerkant.’

Zwart-wit pentekening (met tekst) van Utrecht, waaruit een vorm is geknipt. De uitgeknipte vorm is het Vredepaleis in Den Haag en is gebruikt in Bouwend ’s Gravenhage (WVG-2011), boven de ooievaar die naast de letters V.V.V. staat. Op de achterkant stond inderdaad een tekening van HET VREDESPALEIS TE ‘S GRAVENHAGE.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Bouwend ’s Gravenhage (detail)


WVG-2016

Planta di Roma | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | afmeting onbekend | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 26-27 (uitgevouwen; grotendeels) en 74 (boven; opgevouwen).

Uitvouwbaar vel met teksten en enkele tekeningen over Rome. Als titel is waarschijnlijk bedoeld ‘Pianta di Roma’, kaart van Rome.

Het object was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Planta di Roma (detail)


WVG-2017

Stadsbeeld met molen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 40 x 15 cm | particuliere collectie

Tekening van een Franse stad op bruin papier in inkt en kleurpotlood. Van Genk beeldt waarschijnlijk een versie van de omgeving van de Moulin Rouge aan de Boulevard de Clichy in Parijs af. Enkele reclames (BYRRH, DUBONNET) keren terug op Metrostation Opéra (WVG-0004).

WVG-2017


WVG-2018

Plein met standbeeld | ca. 1955 | balpen op papier | ca. 20 x 20 cm | particuliere collectie

Schetsmatige pentekening van een stadsplein. Op de voorgrond een ruiterstandbeeld met eromheen een hek en op de sokkel de woorden LA MONUMENT VICTORIE. Waarschijnlijk gaat het om het Place des Victoires in Parijs.

WVG-2018


WVG-2019

Brussel/Zagreb | ca. 1990 | balpen op papier | ca. 15 x 45 cm | particuliere collectie

Kleine tekening in vierkleurenbalpen met vroege versies van Gare de Bruxelles (WVG-0102) en het middendeel van Zagreb (WVG-0103). De tekening is aan de achterkant verstevig met wikkels van de AVRO bode, geadresseerd aan Van Genk.

WVG-2019

Aanzet tot een catalogue raisonné (22)

Dit is het tweeëntwintigste deel van een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Album van Antwerpen (WVG-2005)

In de vorige eenentwintig posts met een aanzet tot een catalogue raisonné heb ik het gehad over tweedimensionaal werk (1 t/m 9), asssemblages (10 t/m 12) en de tekeningen en knipsels in de kwestie die ik hier en hier heb beschreven (13 t/m 21). In het geval van Willem van Genk is de vraag hoever je moet/kunt/dient te gaan, waar het gaat om snippers, knipsels en wat dies meer zij. In de serie 13 t/m 21 heb ik geprobeerd om (binnen het gestelde kader) álles te beschrijven, maar dat was vooral omdat er daar wat andere zaken speelden.

Ik beschik over een lijst van Museum Dr. Guislain met een (niet volledig) overzicht van knipsels, kleine tekeningen etc., die zijn aangetroffen tussen en in de boeken van Van Genk (‘Knipsels uit de bibliotheek van Willem van Genk’). Items uit die lijst vormen het grootste deel van het corpus van deze serie blogposts. De vraag is uiteraard wel wanneer een item het beschrijven waard is en wanneer niet; een vraag die het museum zichzelf ongetwijfeld eveneens zal hebben gesteld. Ik heb gekozen voor items die, in de ruime zin des woords, kunnen gelden als tekening. Die keuze is uiteraard subjectief en ik sluit niet uit dat uiteindelijk ook de overige items aan bod zullen komen.

Een aparte categorie vormen de documenten met alleen tekst, zoals brieven, vakantienotities, lijstjes etc. Deze zijn hier niet opgenomen. Wel opgenomen zijn tekeningen met een uitgesneden of -geknipte vorm, vaak gebruikt in ander werk. Museum Dr. Guislain bezit veel van dergelijke tekeningen. De uitgeknipte vorm is vaak rond (tondo); tekeningen met een uitgeknipte vorm kwamen eerder voor, zie b.v. WVG-0115, WVG-0130, WVG-1040, WVG-1058 t/m WVG-1062, WVG-1064, WVG-1065, WVG-1089, WVG-1090 en WVG-1092.

Items die zijn afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), die te zien waren op een tentoonstelling of waarvan ik over een foto beschik, hebben voorrang gekregen.


WVG-2001

Zonder titel (jeugdtekening) | ca. 1935 | potlood op papier | ca. 15 x 20 cm | particuliere collectie

Bij de spullen van haar oude tantes trof een nicht van Willem van Genk enkele jaren geleden een jeugdtekening van de kunstenaar aan. Het ging om een potloodtekening van een verkeersknooppunt bij een station met enkele panden. Blijkens het onderschrift zou het gaan om STATION ROOSENDAAL en de STEENBERGSCH STRAATWEG, maar de weergegeven verkeerssituatie en gebouwen komen niet overeen met de contemporaine realiteit. Er is geen ondertekening of datering 

Voor meer informatie en een afbeelding zie hier.


WVG-2002

Groeten uit Scheveningen | ca. 1945 | gemengde techniek op papier | ca. 15 x 20 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 6 (boven links).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening op papier van boot met opschrift en titel: “Groeten uit Scheveningen”. Op de achterzijde het opschrift: Scheveningen in potlood. Aan achterzijde is er in geknipt.’

Te zien op deze vroege tekening is een varende boot, K.W. 85, met erboven de teksten “Werken van ‘s-Gravenhage” en “Groeten uit Scheveningen”. Achter de masten van de boot staat een lijst met een zestal titels van publicaties over ’s Gravenhage, waarvan de meest recente uit 1947 is.


WVG-2003

Molen | ca. 1945 | gemengde techniek op papier | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 6 (boven rechts).

De tekening is opgenomen in Willem van Genk bouwt zijn universum, onder de noemer ‘Knipsels uit de bibliotheek van Willem van Genk’. Op de achterkant staat de tekst (Hollandsch Glorie) Leiden omstreken.


WVG-2004

Petit plan de Bruxelles | ca. 1950 | gemengde techniek op papier | ca. 40 x 25 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 9.

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Plan transportnetwerk Brussel. Achterkant opschrift ‘Petit plan de Bruxelles’ (net der Brusselsche tramwegen en buurtspoorwegen) + stempel W. VAN GENK.’

Kaart van het openbaar vervoer in Brussel. Linksboven de letter B in een cirkel, over een afbeelding van een tram. Er zijn duidelijke overeenkomsten met WVG-1008 (Tramplan Brugge) en WVG-1037 (Situatieplan Antwerpsche tram & Buurtspoorwegen).

De tekening was te zien tijdens de tentoonstellingen Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015) en Woest (2019-2020).


WVG-2005

Album van Antwerpen | ca. 1955 | boekje met draadbindrug, gemengde techniek op papier | ca. 12 x 20 cm | particuliere collectie

Afbeelding voorkant: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 104 (onder). Tekeningen uit het boekje zijn onder meer hier en hier te zien.

Omslag met daarin een leporello met zes potloodtekeningen. Vormgegeven als een officiële uitgave: Album van Antwerpen, “de signorenstad aan de schelde!”, het eerste deel van een serie schetsboeken met “stadgezichten en landschappen”.

Op de binnenzijde van de voorkant staat in rode inkt een inhoudsopgave, onder de teksten Tekeningen stadgebied Antwerpen en “ANVERSOIS”. De binnenzijde van de achterkant van het omslag is betekend (een schip dat op de Schelde vaart, met het silhouet van Antwerpen op de achtergrond), maar onduidelijk is of dit door Van Genk zelf is gebeurd. Op de achterkant staat een aantal teksten, opnieuw in rode inkt, waaronder een Index tekeningen stad Antwerpen en een Oriënteringswandeling, onder SPQA in grote letters.


WVG-2006

Keyserlei, Antwerpen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 4 delen, per deel ca. 40 x 15 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 29 (boven).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Tekening van Brussels stadslandschap bestaande uit 4 delen. Hier en daar kleine scheuren.’

Ingekleurde tekening van de Antwerpse Keyserslei, over de straat een spandoek met de tekst BEZOEKT-DIT-JAAR-DE-BRUSSELSCHEJAARBEURS. Op de achtergrond het Antwerpse station.

Voor meer informatie en een afbeelding zie hier.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Aussi Loin qu’ici (2025-2026).


WVG-2007

In de jaren 1937 | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 40 x 15 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 29 (boven).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Tekening van deel van een zeppelin of hangaar met tekst op papierplakband.’

Pentekening van een deel van een zeppelinhangar, met onder meer de teksten (deels op ppierplakband) Thuishaven luftschif en In de jaren 1937 kreeg […] en bezoeker, met name de “Graf Zeppelin” […].


WVG-2008

Schwebebahn, Wuppertal | ca. 1955 | balpen op papier | ca. 20 x 20 cm | collectie Museum van de Geest, Haarlem

Afbeelding: zie hieronder bij WVG-2009.

Balpentekening van de Schwebebahn in Wuppertal, afkomstig van de familie Van der Wal. Hans Looijen, toenmalig voorzitter van de Stichting Willem van Genk, verwierf de tekening in 2021 van de familie, samen met een brief van Van Genk. De tekening is vrijwel identiek met WVG-2009.


WVG-2009

Schwebebahn, Wuppertal | ca. 1955 | balpen op papier (uitgeknipt tondo) | ca. 20 x 20 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 3 (tondo) en 8 (onder; rest).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain (zonder tondo): ‘Balpentekening van bruggen op een industriegebied. Bovenaan cirkelvorm uitgeknipt.’

Balpentekening van de Schwebebahn in Wuppertal, met een uitgeknipt tondo. De tekening is vrijwel identiek met WVG-2009.

De tekening, inclusief tondo (zie foto hieronder) was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

WVG-2008 en WVG-2009


WVG-2010

Het onbekende China tegemoet | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 40 x 25 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: zie hieronder.

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Tekening over China met tekst in verschillende kleuren balpen.
Uitgesneden/ uitgescheurde vorm in midden.’

Geïllustreerde tekst over Socialistisch China in opbouw met een uitgeknipte vorm.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Woest (2019-2020).

WVG-2010

Tentoonstellingen

Zonder titel (knipsel), ca. 1955

Het wordt de liefhebber steeds eenvoudiger gemaakt om werk van Willem van Genk te zien. Sowieso is een groot aantal tekeningen, schilderijen en assemblages online te vinden – waarbij het LaM in Villeneuve d’Asq een eervolle vermelding verdient voor het bieden van de mogelijkheden om een uitermate gedetailleerde blik in de collectie te werpen.1 Hetgeen me meteen op een tweede optie voor de genoemde liefhebber brengt: een groeiend aantal musea bezit werk van Van Genk, in binnen- maar vooral ook buitenland. Bij mijn weten is zijn werk te zien in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk, Kroatië, Japan en de Verenigde Staten. Daarnaast zijn er steeds meer musea die graag ‘een Van Genk’ zouden bezitten, maar die stuiten op minimale beschikbaarheid en (mede daardoor) hoge kosten indien er een werk op de markt komt.

Een derde optie om werk van Van Genk te zien: tentoonstellingen, vaak gewijd aan art brut of outsider art, die niet om hem heen kunnen of graag zijn naam opgenomen zien in de lijst van geëxposeerde kunstenaars. Op dit moment zijn er drie tentoonstellingen waar men oog in oog kan staan met een of meerdere tekeningen, schilderijen of assemblages. In Arles wordt nog tot 11 mei het Festival du Dessin gehouden, met dit jaar als centrale expositie een selectie van tekeningen uit de collectie van Antoine de Galbert. De Galbert is de bezitter van Van Genks monumentale Panorama Moskou, dat al in 1964 te zien was bij Steendrukkerij De Jong en Co. in Hilversum. Nico van der Endt spoorde het werk begin deze eeuw op in Duitsland, liet het restaureren en verkocht het, waarna het uiteindelijk terechtkwam bij De Galbert. Panorama Moskou is een van de topstukken van de tentoonstelling in Arles; uit een recensie: ‘Ne manquez pas, dès l’entrée, l’impressionnant panorama de Moscou (1956) de Willem van Genk’.2 Hoe men bij die precieze datering komt, is mij onbekend.

In Brussel zijn in museum Art et Marges tot in ieder geval 2 november drie heel andere werken te zien. Het gaat om de tentoonstelling Aussi Loin qu’ici, die te zien zal zijn in twee delen: van 24 april 2025 tot 2 november 2025 en van 13 november 2025 tot 29 maart 2026. Hieronder de werken van Van Genk:

Art et Marges, Aussi Loin qu’ici (1mei 2025)

De drie werken zijn afkomstig uit de collectie van Museum Dr. Guislain in Gent. Het werk links wordt in de database van dit museum omschreven als ‘Tekening van Brussels stadslandschap bestaande uit delen. Hier en daar kleine scheuren.’ De hoogte is volgens die database 42 cm. De afgebeelde stad is echter niet Brussel, maar Antwerpen – de Keyserlei, om precies te zijn. Wel hangt over de straat een spandoek met de tekst BEZOEKT-DIT-JAAR-DE-BRUSSELSCHEJAARBEURS. Een tekening met een vergelijkbaar perspectief van de Keyserlei is te vinden in een boekje met gedetailleerde potloodtekeningen van Antwerpen dat Van Genk in de jaren vijftig maakte, Album van Antwerpen, “de signorenstad aan de schelde!”:

Boven: Aussi loin qu’ici, onder: Album van Antwerpen (detail; particuliere collectie)

De tekening van Antwerpen die te zien is bij Art et Marges bestaat uit vier delen. Drie daarvan zijn afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum uit 2010.3

Een tweede werk bij Art et Marges, geheel rechts op de overzichtsfoto hierboven, is eveneens beschreven in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening met vegetatie, ingekleurd met kleurpotloden. Cirkel uitgeknipt aan de linkerzijde en balpentekeningen’. De hoogte is 20,2 cm. De uitgeknipte tondo is verwerkt in de (gedeeltelijke) collage Urbanisme et Architecture (WVG-0054; linker strook, midden rechts):

Links: Aussi loin qu’ici, rechts Urbanisme et Architecture (detail)

Het knipsel was ook te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders bij Gemeentemuseum in Den Haag in 2015, in een vitrine met Van Genk-varia uit de collectie van Museum Dr. Guislain. Urbanisme et Architecture hing daar eveneens.

Het derde werk bij Art et Marges is een trolleybus-assemblage die ook te zien was tijdens de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic bij het Museum of American Folk Art in New York in 2014:

Willem van Genk: Mind Traffic (foto: Hiroko Masuike/The New York Times)

In mijn “Aanzet tot een catalogue raisonné” kreeg de bus de aanduiding WVG-6019, met de kanttekening dat het ook om WVG-6018 of WVG-6021 zou kunnen gaan. Opmerkelijk is dat de assemblage volgens Art et Marges afkomstig is uit de collectie van Museum Dr. Guislain, terwijl de catalogus van de tentoonstelling in New York de Stichting Willem van Genk als eigenaar vermeldt.

De meest uitgebreide en interessante tentoonstelling die op dit moment te zien is, is Maps and Minds: A Journey with Willem van Genk van de Britse organisatie Outside In. Het betreft hier een online tentoonstelling, die men dus via de computer kan bezoeken, net als in een museum op eigen gelegenheid of via een guided tour. Outside In is, volgens de eigen website, een organisatie die een platform biedt aan ‘artists who encounter significant barriers to the art world due to health, disability, social circumstance, or isolation.’ Het project rond het werk van Van Genk maakt deel uit van het programma Step Up, dat betrokken kunstenaars via een cursus de gelegenheid biedt om vaardigheden op te doen die betrekking hebben op onderzoek naar kunstenaars en het cureren van tentoonstellingen.

Maps and Minds: A Journey with Willem van Genk

Voor de tentoonstelling werd een aantal cursisten gevraagd om te reflecteren op een specifiek werk van Van Genk, waarna hun eigen creatie naast het betreffende werk van Van Genk in de tentoonstelling werd geplaatst. Persoonlijk was ik met name gecharmeerd van de bijdragen van Jay Ottewell en Julia Fry. Ottewell reageerde op Metrostation Moskou (WVG-0095) met het werk METRO-people-LIFE: een met inkt, ballpoint en verf bewerkte, onregelmatig gevormde plak papier-maché gemaakt uit gevonden trein- en tramkaartjes. Het werk van Fry was een associatieve reactie op Airports III Garuda Indonesia (WVG-0072): een sculptuur gemaakt uit kippengaas, papier maché en pijpenragers, getiteld Black Hole of Loneliness en tentoongesteld naast de sjamanistische trommel die ze had gebruikt om tot haar creatie te komen.

De bij het project betrokken docent liet mij kort na de opening van de tentoonstelling weten: ‘It was a great pleasure working with this wonderful group of individuals, all so dedicated to the course, to the process and showing up to support each other throughout. One of the curatorial choices the artists made was to have a photograph of Van Genk front and centre of the exhibition. When viewing the exhibition she helped curate, Julia Fry said that she felt “the exhibition really honours Van Genk”. This is what the artists wanted and I hope it comes across.’4


NOTEN

  1. Zie hier. ↩︎
  2. Zie hier. ↩︎
  3. Museum Dr. Guislain / Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum (Tielt 2010), p. 30. ↩︎
  4. E-mail van Julia Elmore aan Jack van der Weide, 4 mei 2025. ↩︎

Aanzet tot een catalogue raisonné (8)

Dit is het achtste deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Collage ’78 | 1978 | gemengde techniek op hardboard | 92 x 105,5 | Collection de l’Art Brut, Lausanne

WVG-0096

Een getekende wereld (1998), p. 119
Zelfportret-zwakzinnigennazorg | 1978 | mixed media on board | 94,5 x 105 cm | De Stadshof Zwolle, inv. nr. SH 190

Woest (2019), p. 26
Zelfportret Zwakzinnigennazorg | 1978 | gemengde techniek op hardboard | 94,5 x 105 cm | Stichting Collectie De Stadshof

Galerie Hamer verkocht het werk in 1989 voor fl. 15.000 aan een particuliere verzamelaar, die het in 1990 aan de Stichting Museum voor Naïeve Kunst schonk.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 48

Zie hier, hier en hier voor meer informatie over dit werk


WVG-0097

Een getekende wereld (1998), p. 119
Collage ’78 | 1978 | mixed media on board | 92 x 105,5 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 2654

Woest (2019), p. 104
Collage ’78 | 1978 | gemengde techniek op hardboard | 92 x 105,5 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 78.


WVG-0098

Een getekende wereld (1998), p. 119
Orkest van Coburg | 1980 | mixed media on paper | 81,5 x 118 cm | Instituut Collectie Nederland, inv. nr. K 89407

Woest (2019), p. 132
Orkest van Coburg | 1980 | gemengde techniek op papier | 93 x 130 cm | Collectie Dolhuys, Haarlem

Galerie Hamer verkocht het werk in 1989 aan de De Rijksdienst Beeldende Kunst voor fl. 16.500.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 50-51.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0099

Een getekende wereld (1998), p. 115
Vallei de los Caidos | 1986 | oil on board | 64 x 119 cm | artist

Vallei de los Caidos maakte uiteindelijk deel uit van het negental schilderijen dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het stond aanvankelijk niet genoemd in de subsidieaanvraag. [i] Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 125.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0100

Een getekende wereld (1998), p. 115
Kapsalon | 1988 | oil on board | 61 x 120 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 9748

Woest (2019), p. 148
Kapsalon | 1988 | olieverf op hardboard | 61,5 x 102,5 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 68-69.


WVG-0101

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zonder titel | ca 1990 | mixed media on paper | 40 x 60 cm | artist

De eenheid van het spinnenweb, p. 225
Wodka Kasakoff

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 40-41.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0102

Een getekende wereld (1998), p. 115
Station Brussel | 1994 | ballpoint on paper | 61,5 x 120,5 cm | Museum Charlotte Zander Schloβ Bönnigheim, inv. nr. Genk 2

Woest (2019), p. 60
Station Brussel Zuid | 1994 | bewerkte kopie van balpentekening | 61,5 x 120,5 cm | Sammlung Zander, Bönnigheim

Een identiek exemplaar van dit werk bevindt zich in de collectie van een particuliere verzamelaar in Den Haag. In dezelfde collectie bevindt zich ook een aantal al dan niet voltooide versies van dit werk, waarvan er enkele te zien waren tijdens Woest en waarvan er twee zijn afgedrukt in de publicatie (Woest, pp. 60 [onder] en 63).

Afbeelding: Woest, p. 60.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0103

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zagreb | 1995 | ballpoint on paper | 86 x 138,5 cm | De Stadshof Zwolle, inv. nr. 6080

Galerie Hamer verkocht het werk in 1996 aan De Stadshof voor fl. 14.000. [ii] Het was niet te zien tijdens Woest. Bij Museum Dr. Guislain in Gent bevindt zich een versie waarbij de sinaasappelnetjes die op het werk zijn aangebracht, gekopieerd zijn.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 54-55.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0104

Een getekende wereld (1998), p. 115
Laatste stoomtrein over de Maas | 1996 | ballpoint on paper | 50 x 60 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om een werk dat is ontstaan uit de afbeelding links in de bovenste strook van Zagreb (WVG-0103). Bij Museum Dr. Guislain in Gent bevinden zich meerdere uitvergrote kopieën (sommige licht bewerkt) van deze tekening.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0105

Een getekende wereld (1998), p. 115
Orkest van Coburg in Zagreb | 1995 | ballpoint on paper | 41 x 210 cm | artist

Het betreft hier een bewerkte uitvergroting van de onderste strook van Zagreb (WVG-0103). Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Afbeelding: foto’s tentoonstelling Woest.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0106

Een getekende wereld (1998), p. 115
Busstation Arnhem | 1996 | ballpoint on paper | 68 x 146 cm | artist

Het betreft hier een bewerkte uitvergroting van de afbeelding in het midden van de bovenste strook van Zagreb (WVG-0103). Bij Museum Dr. Guislain in Gent bevindt zich een versie waarbij enkele kleurenkopieën niet helemaal op elkaar aansluiten. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.


WVG-0107

Een getekende wereld (1998), p. 115
Station | 1996 | ballpoint on paper | 15 x 70 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om een werk dat is ontstaan uit de afbeelding rechts in de bovenste strook van Zagreb (WVG-0103).

Woest, 3 oktober 2019. Links WVG-0098, rechts WVG-0105 (boven) en WVG-0106 (onder)

Van 19 september 2019 tot 3 januari 2021 was in het Outsider Art Museum (tegenwoordig: Museum van de Geest) in de Hermitage in Amsterdam de tentoonstelling Woest te zien. Het was na 1976 (Boxtel) en 1998 (Zwolle) de derde grote overzichtstentoonstelling van het werk van Willem van Genk. De publicatie bij de tentoonstelling toonde een groot aantal van de geëxposeerde werken, zij het niet alle. In de uitgave Woest zijn vijf tweedimensionale werken beschreven die in Een getekende wereld nog niet werden genoemd. [iii]


WVG-0108

Woest (2019), p. 57
Wissenschaft und Menscheid | datum onbekend | olieverf op hardboard | 63 x 30,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het lijkt hier te gaan om een werk uit de periode 1975-1985.

Afbeelding: Woest, p. 56.


WVG-0109

Woest (2019), p. 64
Zonder titel | datum onbekend | tekening op papier | 27,5 x 41 cm | Collectie Irene Zalme, Den Haag

Afgebeeld is het gebouw van de Vlaamse Opera aan de Frankrijklei in Antwerpen, met op de straat ervoor enkele trams en een 1 mei-optocht.

Afbeelding: Woest, pp. 64-65.


WVG-0110

Woest (2019), p. 83
Bomenlaan | datum onbekend | olieverf op papier | 67 x 62 cm | Collectie Irene Zalme, Den Haag

Rechts op de afbeelding is een bordje te zien met de tekst Dieren Gelderse toren; in de verte rijdt een bus.

Afbeelding: Woest, p. 83.


WVG-0111

Woest (2019), p. 130
Drieluik Amsterdam | datum onbekend | gemengde techniek op papier | 39 x 194,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, pp. 130-131.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0112

Woest (2019), p. 154
Pink Pronkjewail | 1985 | olieverf op hardboard | 40 x 100 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, p. 154-155.


NOTEN

[i] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021.

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.

[iii] Over de werken die wel te zien waren tijdens de tentoonstelling maar niet in de publicatie werden opgenomen, kom ik later nog te spreken.

Amsterdam (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over de collage Amsterdam. Het eerste deel is hier te vinden.

Amsterdam (catalogus Willem van Genk, Boxtel 1976). De rode lijn geeft aan tot waar de linkerkant later is bijgeknipt

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Teksten kunnen soms helpen om onderdelen van de collage thuis te brengen. Daarbij zijn drie categorieën te onderscheiden: teksten die horen bij een afgebeeld gebouw (GASTHOF VICTORIA HOTEL, VROOM & DREES […], DE BIJENKORF, KAPPER); teksten die waarschijnlijk ooit zijn toegevoegd aan de oorspronkelijke tekeningen (ZINGENDE TOREN, VERKADE KOEKEN, JA…. DE BIJENKORF HEEFT HET!”….. ); en teksten die aan de collage als geheel zijn toegevoegd. In die laatste categorie valt het centrale titelwoord AMSTERDAM, maar ook een aantal teksten in rood/oranje als tramways yesterday exit (bij de tram langs de Westerkerk) en BENELUX (in de tekening van de omgeving van het Muntplein). Dat laatste lijkt weer verband te houden met toevoegingen rondom de meeste tondo’s die te maken hebben met de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958: EXPO […] WORLDFAIR BRU […], EXPO 1958, BRUXELLES EXPO en zo verder. Tekstuele verwijzingen naar die tentoonstelling komen overigens op zowel de voor- als achterkanten van veel meer werken van Van Genk voor.

Sommige gebouwen of locaties werden door Van Genk vaker afgebeeld, ook op tekeningen die niet zijn opgenomen in de collage. Van de omgeving van het Weesperpoortstation, een  kopstation dat van 1843 tot 1939 in gebruik was, bestaat een separate tekening die te zien was tijdens de tentoonstelling Woest. Het station had een gietijzeren overkapping naar Brits ontwerp en was het vertrekpunt voor de spoorverbinding naar Utrecht en Arnhem. Een andere locatie die Van Genks aandacht had was de Haarlemmerpoort: de Stichting Willem van Genk bezit een tekening met vrijwel exact hetzelfde perspectief als dat op de tekening die werd gebruikt in de collage. Bovendien is er een opvallende overeenkomst met de ets Colonnade.

De omgeving van de Dam keert verschillende malen terug op Amsterdam, met tekeningen van het Koninklijk Paleis, de Nieuwe Kerk, de Bijenkorf en het Beurspoortje. De Dam wordt ook weergegeven op Drieluik Amsterdam, in een wijds perspectief van het Paleis tot aan de Damstraat. De hoek van de Dam met de Nieuwendijk is op het ‘drieluik’ vrijwel identiek aan de afbeelding rechts beneden op Amsterdam, inclusief het spandoek met de tekst DE BOEKENWEEK. Kunstenaar Marcel van Eeden schonk in 2014 aan Stichting Collectie De Stadshof een fotoboek dat hij bij een antiquariaat in Den Haag had gevonden, met Van Genk naamstempel plus het jaartal 1947: ‘Van Genk gebruikte zulke platenboeken voor zijn stadstaferelen.’ Als voorbeeld toont de website met het bericht het middendeel van Drieluik Amsterdam naast een foto van de Dam uit het boek. [1]

Detail Drieluik Amsterdam (middendeel)

De collage Amsterdam werd in 1976 getoond tijdens de tentoonstelling Willem van Genk in galerie De Ark in Boxtel. In de bijbehorende catalogus stond een foto van het werk die vrij korrelig was afgedrukt, waardoor details vrijwel niet te onderscheiden waren. Wel was er een drietal foto’s toegevoegd van individuele tekeningen. De collage mat volgens de catalogus 98 x 227 cm. Na 1976 verdween Amsterdam jarenlang uit zicht. In een lijst die Nico van der Endt in 2000 opstelde met nog te verkopen werken van Willem van Genk, staat onder het kopje NIET GELOKALISEERDE WERKEN onder meer “Amsterdam tekeningen collage”.

Van der Endt maakte geen melding van Amsterdam in de lopende tekst van zijn boek Kroniek van een samenwerking uit 2014. Wel staat er een afbeelding van de collage in het boek, met de vermelding dat deze in het bezit is van het Museum of Everything van James Brett en dat de maten nog maar 97 x 216 cm zijn. In vergelijking met de catalogusfoto uit 1976 mist het werk inderdaad een strook links, die dus ca. 11 cm breed en 97 cm lang zou zijn. Navraag leerde dat Van der Endt in 2013 Amsterdam namens Dick Walda had verkocht aan James Brett, minus de strook aan de linkerkant. [2] In 2016 was het werk te zien tijdens de tentoonstelling van het Museum of Everything in de Kunsthal in Rotterdam.

Vorig jaar kreeg ik een aantal van de foto’s toegestuurd die waren gebruikt in de catalogus van De Ark uit 1976. [3] Daaronder was ook de foto van Amsterdam, waarop nu duidelijker de verdwenen strook te onderscheiden viel. Te zien was dat de twee grote tekeningen aan de linkerkant (met respectievelijk het Beurspoortje en de Bijenkorf) verder doorliepen; dat de tekening daartussen ook veel groter was en het Damrak ter hoogte van het Beursplein afbeeldde; en dat in de tekening met de Bijenkorf nog een inzetstuk was geplaatst van een gebouw met veel ramen en een torentje. Enkele weken eerder was de tweede druk verschenen van Dick Walda’s boek over Willem van Genk Koning der stations. De twee fragmenten van Amsterdam die hij daarin afdrukte, bleken afkomstig uit de verdwenen strook. Het gebouw van het inzetstuk was het Paleis op de Dam [4]

Dick Walda liet recentelijk weten dat hij het werk rond 2000 van Jacqueline van Genk had gekregen, samen met het stadsgezicht Arnhem:

Ik kreeg – in het bijzijn van regisseur Jan Keja en curator Remmerswaal – een rol mee die onder haar bed had gelegen.
Terug in Amsterdam bleek het om twee werken van Willem te gaan:
Arnhem en Amsterdam.
Amsterdam was vrij groot en ik had geen plaats om het op te hangen.
De rol verdween naar de kelder en het is een wonder boven wonder dat de twee werken behouden zijn gebleven.

[…]

Toen ik in Amsterdam ruimer ging wonen heeft Amsterdam een tijdje in mijn werkkamer gehangen.
De tekening was er slecht aan toe en ik vroeg een papier-restaurateur om advies.
De randen waren in slechte staat en verfomfaaid.
De man (die nooit van Willem had gehoord) sneed de rafelranden van
Amsterdam af die ik cadeau deed aan Mattheus Engel, de fotograaf die Willem vele malen fotografeerde.
Een rondje later haalde Nico van der Endt er opnieuw een papier-restaurateur bij die ook zorgen had over de slechte staat van het werk dat hij uiteindelijk aanbood aan de Engelsman Brett, toentertijd een fanatiek verzamelaar van Willem’s werk.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik weinig affiniteit had met
Arnhem en Amsterdam, vooral door de deplorabele staat waarin de tekeningen verkeerden. [5]

Arnhem schonk Walda aan regisseur Jan Keja, met wie hij de documentaire Ver van huis had gemaakt. Het bezoek aan Jacqueline kreeg, enigszins verdicht, eveneens een plaats in de tweede druk van Koning der stations. [6]


NOTEN

[1] Het bericht is hier te vinden.

[2] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 9 november 2020.

[3] Met dank aan mw. A. Heesen-Gennissen.

[4] De fragmenten zijn te zien op p. 140 en p. 150.

[5] E-mail van Dick Walda aan Jack van der Weide, 11 november 2020.

[6] Cf. pp. 53-56.

Balpen

Zonder titel 1990 (1024x517)

Zonder titel | ca. 1990 | gemengde techniek op papier | 40 x 60 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Frans Smolders

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Rond het midden van de jaren tachtig stopte Willem van Genk met schilderen en ging hij zich toeleggen op het vervaardigen van trolleybussen (en trams) uit kartonnen doosjes en straatafval. Begin jaren negentig ontstond toch weer tweedimensionaal werk in de vorm van tekeningen, hoofdzakelijk gemaakt met vierkleurenbalpen. Met behulp van een kopieerapparaat maakte hij (meestal: kleuren-) kopieën van de tekeningen, soms op groter formaat, die hij vervolgens aan elkaar plakte en opnieuw bewerkte. [1] Aan het kleine corpus van ongeveer vijf werken dat op die manier ontstond, lag een groot aantal kopieën, knipsels en halfproducten ten grondslag die een goed beeld geven van het ontstaan van dit deel van zijn oeuvre.

Van Genk gebruikte de vierkleurenbalpen al vanaf de jaren zeventig, voor brieven en schetsen maar ook voor het aanbrengen van aanvullende teksten en tekeningetjes op (min of meer) voltooid werk. Een overgangswerk is een titelloze tekening van rond 1990, waarvoor hij naast de vierkleurenbalpen ook gebruik maakte van kleurpotloden, viltstiften, vetkrijt en gouacheverf. Het betreft een schijnbaar weinig gestructureerde voorstelling waarin motieven uit zijn eerdere werk en persoonlijke obsessies over elkaar heen buitelen. Ruwweg is sprake van een drieluik met links als centrale voorstelling het Kievstation in Moskou met een dubbele rij hoogspanningsmasten (achter het silhouet van een vredesduif); in het midden een in het groen geklede vrouw met een tiara op het hoofd en een blonde vlecht, met voor haar een fles wodka; en rechts het silhouet van een eland. De twee zijluiken bestaan elk uit drie verticale stroken papier, het middenluik uit twee stroken.

De centrale voorstellingen worden omringd door en doorschreven met een bombardement aan beelden en woorden, waarbij Berlijn, Arnhem en vooral Moskou een belangrijke rol spelen. Alleen de meest geduldige en ingewijde beschouwer kan spinnen, trolleybussen, Matheus Engel, Ik financierde Hitler, het Kremlin, Intercoiffure Paris International, een lachende zon, Kölnisches Wasser, een zeppelin boven het Olympisch stadion in Berlijn, RAI radio Vaticana en Haarhuis (om maar enkele teksten en beelden te noemen) plaatsen binnen het universum van Willem van Genk. Het beeldmotief van het treinstation uit het linkerluik keert terug in een indrukwekkende balpentekening van enkele jaren later, Gare de Bruxelles. Hiervan bestaan verschillende versies plus een aantal fragmenten en kopieën, waardoor we een beeld krijgen van het werkproces.

Gare de Bruxelles (Zander) (1024x302)

Gare de Bruxelles | ca. 1994 | gemengde techniek op papier | ca. 50 x 152 cm | Sammlung Zander, Bönnigheim

Gare de Bruxelles toont een binnenaanzicht van het voormalige Zuidstation in Brussel, waarbij het duidelijk nog om een kopstation gaat. De afbeelding is vrijwel symmetrisch, met op de voorgrond een hek dat links, rechts en in het midden een doorgang heeft naar de perrons. Bij de doorgangen aan de linker- en rechterkant is een aantal reizigers afgebeeld, boven het middelste perron hangen twee rijen lampen. Links en rechts worden de perrons begrensd door stenen muren met pilasters, waaraan metalen steunbogen voor de overkapping zijn bevestigd. Het hek, de reizigers, de lampen en de steunbogen zijn geaccentueerd met gele gouacheverf, voor het overige is de tekening uitgevoerd in vooral blauwe, rode en zwarte balpen. Opvallend is de kennelijke afwezigheid van treinen in het station, uitzonderlijk binnen het werk van Van Genk die bijna altijd de mogelijkheid aangreep om vervoersmiddelen in zijn tekeningen en schilderijen op te nemen.

Van Genk beeldde het Zuidstation van architect Auguste Payen uit 1869 af en niet het huidige station Brussel-Zuid, dat uit 1952 stamt en geen kopstation meer is. Gare de Bruxelles lijkt in alles een illustratie bij een passage uit de tekst die W.F. Hermans dertig jaar eerder (!) over het werk van Van Genk schreef:

Van Genks voorkeur gaat meer uit naar de meer of minder anonieme negentiende-eeuwse bouwsels, groot, maar niet als groots te boek staand, niet voorbeeldig, wel beklemmend door de pseudostijlen waarin zij opgetrokken zijn. En wat het belangrijkste is, de details die voor de stand van de techniek die toen modern was, tekenend zijn, worden door Van Genk met nadruk naar voren gehaald. Ik bedoel de gietijzer- en staalconstructies. Een enorme stationshal zoals ze in onze tijd niet meer worden gebouwd, maar toen wel, zogenaamd om de rook van de locomotieven de ruimte te geven, maar in werkelijkheid om het plezier een materiaal ontdekt te hebben, waarmee men, betrekkelijk eenvoudig en goedkoop kolossale constructies in elkaar kon zetten, zoals ze nog nooit vertoond waren. In de negentiende eeuw laat het ijzeren tijdperk zien dat het zich op het toppunt van zijn macht bevindt […] en het bouwt reusachtige tempels waarin het publiek nederig de ijzeren goden van de snelheid, die vuur in hun buik dragen, aanbidden mag. [2]

Gare du Midi

Impressies van het oude Brusselse Zuidstation

Waar de titelloze tekening van rond 1990 weinig gestructureerd lijkt, benadert de symmetrie en de (voor Van Genk) sobere voorstelling van Gare de Bruxelles het andere uiterste. Een eerdere versie op kleiner formaat laat echter zien dat de afbeelding oorspronkelijk veel minder symmetrisch was, dat er links en rechts geen doorgangen of personen te zien waren, dat de gele gouacheverf bijna uitsluitend het schijnsel van de lampen aangaf en dat minder zwaar aangezette, blauwe balpenlijnen overheersten. Vervolgens bestaat er een versie waarin gekopieerde, uitvergrote delen van die eerdere tekening aan elkaar zijn gepast, met schetsmatig aangegeven lijnen op wit papier voor de ontbrekende vlakken. In de latere, afgeronde versie heeft Van Genk zodanig veel balpenlijnen aangebracht, in diverse kleuren, dat de plaklijnen nauwelijks meer te zien zijn. De gele gouacheverf versterkt die nieuwe eenheid. Ten slotte maakte hij minimaal twee exemplaren van de afgeronde versie, die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Van der Endt, onwetend van de verdubbeling, verkocht een van de twee in 1995 aan de Duitse verzamelaar Charlotte Zander ‘voor haar nieuw te openen museum’, voor fl. 6.000. [3] Nummer twee kwam in het bezit van een nicht van Van Genk.

7

Zonder titel | ca. 1994 | gemengde techniek op papier | afmetingen onbekend | Collectie Irene Zalme, Den Haag

Een oude versie van Gare de Bruxelles, iets schetsmatiger en zonder gele gouacheverf, is vastgemaakt aan een tekening met afbeeldingen van onder meer de dom van Keulen en een tram met een groepje personen voor of uit een rijtuig, met op de voorgrond een naar sjabloon getekende vrouw.  De tram is een visuele echo van de tekening Laatste blauwe tram die Van Genk eind jaren vijftig maakte naar aanleiding van de laatste rit van de zgn. ‘blauwe tram’ tussen Den Haag en Voorburg op 10 mei 1958 – vaarwel adieu staat op de zijkant van de tram, rond een reclame voor het sigarettenmerk Turmac. Boven de tram rijdt een stoomlocomotief over een spoorbrug, met ernaast de woorden Laatste stoomtrein Maasbrug Rotterdam, eveneens een afscheidsgroet aan een vorm van openbaar vervoer die uit de roulatie werd genomen.

Een vergelijkbare associatie lijkt de belendende tekst betreft the Zagreb tram te hebben, maar het omvangrijke tramnetwerk van Zagreb rijdt ook anno 2020 nog rond. ZET op de tekening is thuis te brengen als de naam van het lokale openbaarvervoerbedrijf, Zagrebački Električni Tramvaj (Electrische Tram Zagreb). Van Genk was in 1991 samen met Nico van der Endt in Zagreb, voor de tentoonstelling Willem van Genk & Gorki Bollar in het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst. [4] De tekening met de tram en de sjabloondame zou hij verder uitwerken tot het middendeel van een groter werk, Zagreb, volgens Van der Endt ‘een versluierde herinnering’ aan dat bezoek aan de stad. [5]


NOTEN

[1] ‘Ja, dan heb je meerdere kleintjes’, is Van Genks verklaring voor het maken van de kopieën (geciteerd in Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 56).

[2] W.F. Hermans, “De werkelijkheid van Willem van Genk”, p. 9.

[3] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 97. Als maten vermeldt Van der Endt 120,5 x 61,5 cm, getallen die ook worden gegeven door Museum Charlotte Zander zelf en die worden herhaald in de catalogus bij de recente tentoonstelling Woest. De verhouding tussen breedte en hoogte van het werk is echter ongeveer 3:1.

[4] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 67.

[5] Idem, p. 105.