Persoonskaart

Luchtfoto van het De Constant Rebecqueplein en omgeving in Den Haag, 1982 (foto: Haags Gemeentearchief)

Over het leven van Willem van Genk tussen 1945 en 1964 is weinig bekend. Toch waren dit vormende jaren, waarin hij zich ontwikkelde van een tekenaar met talent tot een volbloed kunstenaar. Wat we weten heeft vooral betrekking op de laatste vijf jaar van de genoemde periode, als Van Genk zich heeft gemeld bij bij de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten en er een artikel over hem verschijnt in het Wekelijks Bijvoegsel van de Haagsche Courant. Van Genk is dan al sinds 1947 tewerkgesteld in een AVO-werkplaats (“Arbeid Voor Onvolwaardigen”) aan de Sirtemastraat in zijn woonplaats Den Haag.

Veel van wat we over de genoemde periode weten, komt uit het stuk van Bibeb over Van Genk dat in april 1964 verscheen in Vrij Nederland. Ze vraagt onder meer ‘hoelang hij al in die werkplaats voor onvolwaardigen zit’, waarop Van Genk antwoordt: ‘Van ’47… toen had ik m’n boekenkast nog.’ Die laatste toevoeging heeft betrekking op een treurig verhaal dat zus Tiny in de jaren negentig ook nog tegen Dick Walda zal vertellen: Van Genks kosthuis hield op enig moment op te bestaan en in de paniek van het moment verkocht hij zijn boekenverzameling. ‘Hij kreeg een appel en een ei voor de boeken. Wim kreeg daar een dag later verschrikkelijk veel spijt van. Toen hij zich bij de koopman vervoegde om de boeken terug te kopen, was de vraagprijs niet op te brengen. Dat heeft hem bijzonder veel pijn en verdriet gedaan.’1

Bibeb geeft ook een beschrijving van het pension waar Van Genk op dat moment woont: ‘Het kosthuis van Wim van Genk is een arm café, met verlof A. Een kale, smalle ruimte, waarin op ’t moment dat we binnenkomen, een aantal mannen wezenloos zit te staren. Totdat een dikke vrouw, ze draagt een pan, schreeuwt: ‘Jongens aan tafel.’’2 Ook Van Genk zelf zal in de jaren negentig tegen Dick Walda iets dergelijks vertellen: ‘Ik moest in een kosthuis, kon niet bij mijn zusters wonen. […] Vandaar dat ik in een kosthuis kwam. Een café van niks. Alles was even treurig en daar moest je ook je kop houden. Betalen — eten — slapen — klaar. Ik kon er niet tekenen.’3

Tiny vertelt Walda eveneens over het kosthuis, maar hier doet zich iets opmerkelijks voor. In de eerste druk van Walda’s boek Koning der stations, uit 1997, zegt ze:

U moet weten dat het kosthuis van Wim – hij heeft er vijf jaar gewoond – een café van laag allooi was.
Ze hadden verlof A.
Hij had er een kamertje van 2 bij 2, samen met een andere commensaal. De omgangsvormen waren er rauw en onbehouwen. Als het eten klaar was riep de kostbaas: ‘Aan tafel en vréten!’
De maaltijden bestonden uit diverse stamppotten. Grote porties, dat wel, vertelde Wim. En er werd veel pap gegeten. Karnemelksepap, havermout- en griesmeelpap. Toen Wim een keer ziek was, wilde ik hem opzoeken. Ik mocht niet naar boven van de kostbaas.4

In 2019 verscheen een tweede, herziene druk van Walda’s boek. Nu zijn Tiny’s woorden een klein beet je aangepast en noemt ze een naam: ‘Als het eten klaar was riep de reusachtige bazin Troekie Spigt: ‘Aan tafel en vréten!’ […] Toen Wim een keer ziek was, wilde ik hem opzoeken. Ik mocht niet naar boven van de kostbaas Spigt.’5 De naam ‘Troekie Spigt’ valt ook in het hoorspel dat Walda in 1998 over Van Genk maakte, eveneens met de titel Koning der stations. Het zou zonder meer kunnen dat Van Genk wérkelijk een kostbaas met die naam had, maar Walda is de enige bron.

Still uit de Brandpunt-reportage over de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid – de maaltijd in het kosthuis van Van Genk

Een lange inleiding om te zeggen dat het voor mij als een grote verrassing kwam toen ik eind juli een mailtje van het CBG kreeg met een digitale kopie van de persoonskaart van Willem van Genk. Ik had nergens meer op gerekend, omdat mijn laatste mailwisseling over het onderwerp uit februari stamde. Van 1939 tot 1994 bestond van iedere inwoner van Nederland een fysieke, handgeschreven of getypte kartonnen kaart die door gemeenten werd bijgehouden, met naam, ouders, huwelijken, kinderen, beroep, religie en adressen. Hierna kwam de digitale opvolger in de Basisregistratie Personen (BRP) voor personen die vanaf oktober 1994 waren overleden, de persoonslijst. Van Willem van Genk bezat ik deze persoonslijst, waarop de meeste maar niet alle gegevens van de persoonskaart waren overgenomen.

Ik wilde dus graag een kopie van deze persoonskaart van Willem van Genk, die nog moest bestaan en die mogelijk ook zijn adressen tussen 1947 en 1964 bevatte. De persoonslijst begon met het adres Harmelenstraat 28, waar Van Genk vanaf 2 december 1964 stond ingeschreven. Tot 1947 woonde hij in ieder geval met zijn vader en een aantal zusters op het adres Magnoliastraat 10. De persoonskaart van zijn vader, waarvan ik wél een kopie bezat, vermeldde zoon Willem Franciscus Antonius Maria tot 19 februari 1948. Dit was de datum dat Jozef van Genk verhuisde naar Lijsterbesstraat 121, waar hij introk bij zijn latere echtgenote Leonarda Pennekamp. Willem bleef achter bij zijn zusters Leny, Isabella en Willy in de Magnoliastraat.

Mijn wachten werd beloond, want inderdaad bevatte de persoonskaart twee adressen die ik nog niet kende:

Persoonskaart Willem van Genk (detail)6

Kennelijk was Van Genk negen maanden na het vertrek van zijn vader ook zelf verhuisd, maar kwam hij in mei 1950 weer in de Magnoliastraat wonen. In januari 1953 verhuisde hij opnieuw, tot hij eind 1964 in de Harmelenstraat landde.

Het eerste adres betrof dus 2e Sweelinckstraat 78. De AVO-werkplaats van Van Genk, die viel onder de Vereniging Dr. Schroeder van der Kolk, bracht een aantal van zijn cliënten onder in eigen pensions. Een van die pensions bevond zich inderdaad in de 2e Sweelinckstraat, zij het schijnbaar op een ander nummer: in de archieven van Schroeder Van der Kolk is sprake van ‘het pension van de familie D. van Dongen, 2e Sweelinckstraat 65 te Den Haag’. De familie Van Dongen bleek echter zelf op nummer 65 te resideren, terwijl hun ‘verzorgingstehuis “Caritas”‘ gevestigd was in de panden 63 en (aan de overkant van de straat) 78. Het ging hier derhalve om een officieel pension c.q. verzorgingstehuis in een relatief nette buurt, en zeker niet om een ‘café van laag allooi’.

2e Sweelinckstraat in Den Haag, 2023. De voordeur van nummer 78 is te zien tussen de lantaarnpaal en de boom (foto: Google maps)

Het tweede adres, De Constant Rebecqueplein 10, was moeilijker te duiden. Het plein in het Regentessekwartier in Den Haag is vooral bekend vanwege de ‘Electriciteits Fabriek’ uit 1906, tegenwoordig een gemeentelijk monument, en de latere elektriciteitscentrale. Naast de fabriek, op nummer 20, kent het plein een aantal woningen, aan beide zijden van de De Constant Rebecquestraat. De nummering is per zijde doorlopend: aan de zuidkant bevinden zich nummer 20 tot en met 34A, aan de noordkant 2 tot en met 7. Er lijken dus nummers te ontbreken, waaronder nummer 10 en zelfs (afgaande op oude krantenadvertenties) 10A.

Het raadsel van de ontbrekende nummers bleek vrij eenvoudig op te lossen: in 2007 was een sloopvergunning afgegeven voor een aantal panden in wat genoemd werd het ‘energiekwartier’. Onder meer werd een bouwblok met acht woningen gesloopt, met drie adressen aan de Joseph Ledelstraat en vijf aan het De Constant Rebecqueplein: de nummers 8, 9, 10, 10A en 11. Oude foto’s van het plein waren er in het Haags Gemeentearchief genoeg, maar meestal betroffen die de elektriciteitsfabriek en -centrale. Toch bleek er ook een foto te bestaan van het blok met nummer 10:

De Contant Rebecqueplein in Den Haag, 1993. Links onder de erker, bij het geparkeerde aanhangwagentje, de ingang naar de nummers 9 en 10 (foto: Haags Gemeentearchief)

De Constant Rebecqueplein 10 bevindt zich op minder dan een kilometer van de AVO-werkplaats in de Sirtemastraat, hetgeen de locatie logisch maakt. Bibeb merkt in haar tekst op dat Van Genk ‘elke avond [te voet] naar ’t huis van zijn jongste zuster’ in de Harmelenstraat gaat: ‘We lopen bijna een uur door een bar stuk van Den Haag, o.a. de Loosduinsekade af’. Ook dit kan kloppen met het adres aan het De Constant Rebecqueplein, vanwaar het zo’n vijftig minuten lopen is naar de Harmelenstraat (waar Van Genks jongste zuster Willy woont) via onder meer de Loosduinsekade. Toch is er een aantal problemen:

  • Tiny zegt tegen Dick Walda dat haar broer vijf jaar in het kosthuis woonde, maar volgens de persoonskaart verbleef Van Genk meer dan elf jaar aan het De Constant Rebecqueplein 10.
  • Volgens Jan Cremer (zie hier) bevond het pension zich ‘ergens in de buurt van het Rijswijkseplein’. Dit is niet in overeenstemming met de locatie van het De Constant Rebecqueplein.
  • De episode met de verkochte boeken suggereert dat er (minimaal) twee pensions waren, waarvan er één ophield te bestaan. Er waren volgens de persoonskaart inderdaad twee pensions, maar dat in de 2e Swelinckstraat was in 1980 nog steeds in functie voor cliënten van de Vereniging Dr. Schroeder Van der Kolk.

Dat van Genk in zijn AVO-tijd een aantal jaren in de kost was bij ‘een arm café’, lijkt vast te staan. De bazige vrouw die het pension runde, komt eveneens in alle verhalen terug. Voor de naam ‘Troekie Spigt’ is Dick Walda echter de enige, niet erg overtuigende bron. Hoe dan ook brengt de persoonskaart ons weer een stapje dichter bij het leven van Willem van Genk tussen 1945 en 1964.


NOTEN

  1. Walda, Koning der stations (1997), p. 35. ↩︎
  2. Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 118. ↩︎
  3. Walda, Koning der stations (1997), p. 26. ↩︎
  4. Ibid., p. 34. ↩︎
  5. Walda, Koning der stations (2019), p. 47. ↩︎
  6. GV = ‘s-Gravenhage, PB = persoonsbewijs, gew = gewijzigd – er bestaat in Den Haag zowel een Sweelinckstraat als een 2e Sweelinckstraat. ↩︎

Aanzet tot een catalogue raisonné (24)

Dit is het vierentwintigste deel van een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Vitrine van Museum Dr. Guislain bij de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (foto Frans Smolders)


WVG-2020

Elandkerk | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 30 x 40 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Tekening van stadslandschap Den Haag met uitgesneden cirkel in midden. Titel op achterzijde.’

Tekening van de Elandkerk in De Haag, met een uitgeknipte tondo. De tondo is verwerkt in de collage Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052), links onder.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

WVG-2020

De uitgeknipte tondo uit Bouwend ’s Gravenhage bevindt zich eveneens in de collectie van Museum Dr. Guislain en was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Links: uitgeknipte tondo, rechts: Bouwend ’s Gravenhage (detail)


WVG-2021

Musis Sacrum | ca. 1950 | gemengde techniek op papier | ca. 45 x 60 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Tekening van concertgebouw Musis Sacrum in Arnhem. De tekening vertoont overeenkomsten met WVG-0119, onder andere in de manier waarop het groen van de bomen is weergegeven.

WVG-2021


WVG-2022

Knipsel met vogels en vliegtuigen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 20 x 25 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 109 (onder).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Knipsel met inkttekeningen en kleurpotlood. Geplooid en scheurtjes’.

De afbeelding in Willem van Genk bouwt zijn universum is ondersteboven afgedrukt, te zien aan met name de vogels. Gecombineerd met een ander knipsel uit de collectie van Museum Dr. Guislain blijkt het te gaan om een uitgeknipte helikopter, gebruikt in de collage Märklin (WVG-0059).

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Links: gecombineerde knipsels, rechts: Märklin (detail)


WVG-2023

Knipsel met bomen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 20 x 30 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: hier (ook: meer informatie).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening met vegetatie, ingekleurd met kleurpotloden. Cirkel uitgeknipt aan de linkerzijde en balpentekeningen’.

De uitgeknipte tondo is verwerkt in de collage Urbanisme et Architecture (WVG-0054).

De tekening was te zien tijdens de tentoonstellingen Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015) en Aussi Loin qu’ici (2025-2026).


WVG-2024

Vis | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 30 x 40 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 28 (boven).

Tekening van een vis die onder water zwemt, in vooral groene, rode en blauwe balpen op bruin papier waaruit rechts boven een vorm is geknipt. Links boven een tekst: ist es eingeboren / hl hinauf und vorwärts singt, / blaue Raum verloren / Lied die Lerche singt. / […]en, über Seen / ach der Heimat strebt” met daaronder (siehe prosa aus die kunst Japans II) / seite 122 Johannes Reinw[…] / Berlin Wolffverlag / 1935.

Het eerste deel van de tekst betreft een verminkt citaat uit Faust van Goethe:

Doch ist es jedem eingeboren
Daß sein Gefühl hinauf und vorwärts dringt,
Wenn über uns, im blauen Raum verloren,
Ihr schmetternd Lied die Lerche singt;
Wenn über schroffen Fichtenhöhen
Der Adler ausgebreitet schwebt,
Und über Flächen, über Seen
Der Kranich nach der Heimat strebt.

Het tweede deel van de tekst lijkt een literatuurverwijzing, die niet klopt. Die Kunst Japans was een boek van Tsuneyoshi Tsuzumi uit 1929. Johannes Reinwald publiceerde in 1935 het boek Italien bij Kurt Wolff Verlag in Berlijn.


WVG-2025

Hongkong | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 40 x 30 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 28 (onder links).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Krabbeltekening over Hong Kong met verschillende kleuren van balpen.’

Schetsmatige tekeningen en teksten in voornamelijk groene, rode en blauwe balpen op bruin papier. De tekeningen en teksten hebben voor een deel betrekking op Japan. Onder meer te lezen zijn de woorden SHIRLEY TEMPLE en HONGKONG, en de woordenreeks “New “Nouveau “Nieuw “Neue’s.


WVG-2026

Bus (uitgeknipt) | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 20 x 30 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 108 (boven).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Knipsel met potlood, inkt, aquarel op papier van spoorwegen met uitgeknipte trein. Geplooid. Opschrift op de achterzijde ‘N.Y.W.S.M. citrosa (‘S) Loosduiken (Den Haag).’

Tekening van een landschap met trein- of tramrails waaruit een bus is geknipt. Het uitgeknipte deel is verwerkt in de collage Bouwend ’s Gravenhage (onder, links van het midden), samen vormt het een tekening van een bus naast een tram- of spoorlijn.

Het opschrift op de achterkant, “N.V. W.S.M.” citosa (S) / Loosduinen (Den Haag), geeft meer informatie. De N.V. Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (W.S.M.) was een een Nederlandse tramwegmaatschappij die personen en goederen door het Westland vervoerde. ‘Citosa’ was een autobusonderneming uit Waddinxveen. (Een bus van Citosa werd van 1961 tot 1965 onder de vlag van Cebuto ingezet voor toeristenvervoer; cf. hier voor een raakvlak tussen Willem van Genk en Cebuto.) Loosduinen is een stadsdeel van Den Haag en een voormalig Westlands tuindersdorp en gemeente.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Bouwend ’s Gravenhage (detail)


WVG-2027

Fragment met bloemen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | hoogte ca. 15 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 103.

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Knipsel met pentekening en gouache van bloemen. Gekreukt en gescheurd, met loshangende delen.’

Fragment van een (verknipte) tekening met bloemen en straatstenen. In de collectie van Museum Dr. Guislain bevinden zich meerdere vergelijkbare fragmenten.


WVG-2028

Scheveningen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 50 x 100 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 6 (onder).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Schaatsers, gebouwen en boten. Stuk uitgeknipt.’

Tekening van een strandlandschap met personen, bebouwing en een boot, waaruit een gebouw is geknipt. Het uitgeknipte deel is verwerkt in de collage Bouwend ’s Gravenhage (midden boven), samen is dit een tekening van het (negentiende-eeuwse) Stedelijk Badhuis Scheveningen.

Bouwend ’s Gravenhage (detail)


WVG-2029

Japan | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 21 x 15 cm | collectie Stichting Willem van Genk, Haarlem

Boekje op A5-formaat. Werkstuk over Japan voor de Handelshogeschool in Rotterdam uit 1915/16, door Van Genk bewerkt met aantekeningen, versieringen, literatuurlijsten en extra pagina’s.

Voor meer informatie, zie hier.

WVG-2029

Etsen etc.

Etsplaat Colonnade

Nogmaals de ets Minsk. Daarop staat een aantal teksten, waarop ik hier en hier ben ingegaan. Die laatste post ging over het woord BERJOSKA aan de onderkant van de ets, met links en rechts daarvan twee ingekaderde teksten in kleinere letters. Een geïnteresseerde lezer van dit blog wist ook deze twee (eigenlijk drie) woorden te ontraadselen. Rechts bleek de naam van de dissidente Wit-Russische dichter JANKA KUPALA (of Koepala) te staan. Koepala (1882-1942) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Wit-Russische auteurs van de twintigste eeuw. Hij overleed na een val van de trap in het Hotel Moskva in Moskou.

Het woord links leverde iets meer problemen op. Er lijkt SISCHLOTS te staan, wat op zich niets betekent. Waarschijnlijk gaat het om een spelfout – Van Genk diende in spiegelbeeld schrijven voor de ets – en moest er ‘Sislotsch’ staan, een Duitse benaming (ook wel ‘Swislotsch’ of ‘Swislatsch’) voor de Wit-Russische stad die vooral bekend is onder de naam Swislowitz. De stad is de geboorteplaats van de zionistische politicus en schrijver Schmarjahu Levin (1867-1935). Een andere optie is dat Van Genk wilde verwijzen naar de Wit-Russische rivier die in het Russisch Swislotsch heet.

Minsk (details)

***

Museum Dr. Guislain in Gent bezit de etsplaten van de vier grote etsen van Willem van Genk (voor een vijfde ets zie hier). Op de etsplaat van Tunnel Napels is te zien dat Van Genk aan de rechterkant van de ets een tekst had voorzien, die echter in de afdrukken niet meer als zodanig herkenbaar is. Er lijkt iets te staan als CITA DI NAPOLETANI, in de 3e regel zijn de woorden delle FAME te herkennen, de 4e regel begint met TUTTO.

etsplaat Tunnel Napels in spiegelbeeld (detail)

***

Opvallend is dat de vier grote etsen van Willem van Genk in verschillende kleuren zijn afgedrukt: in zwart, maar ook in rood, sepia, groen en dondergroen. Dat laatste kan eventueel het gevolg zijn van een inktresidu van de groene gang maar de andere kleuren zijn onmiskenbaar. Zelf bezit ik een groene afdruk van Colonnade, ik ken een foto van een sepia afdruk van Minsk en bij Museum Dr. Guislain heb ik nu ook rode afdrukken van Minsk en een groene afdruk van Tunnel Napels gezien.

Op zich is het niet gangbaar om binnen één oplage van een (monochrome) ets afdrukken in verschillende kleuren inkt te hebben – een andere kleur is in principe een ander werk. In het geval van de etsen van Van Genk lijkt er echter te zijn doorgeteld: van bijvoorbeeld Minsk zijn er twee exemplaren in rood, twee in sepia, zeven in zwart en drie onbekend. Samen zijn dat veertien exemplaren, een serie van dertien plus de épreuve d’artist.1 Dit komt overeen met de telling, waarbij er geen enkele overlapping is in de nummering. En ‘niet gangbaar’ betekent natuurlijk niet dat een dergelijke situatie niet mogelijk is. Er zijn geen wetten of geschreven regels.

Minsk 11/13 (detail)

***

Colonnade en Siljaline kennen elke een oplage van 5, Minsk van 13 en Tunnel Napels van 14. De hogere oplagen van Minsk en Tunnel Napels hadden waarschijnlijk te maken met Van Genks beslissing om extra afdrukken te laten maken bij de Haagse etsdrukker Johan D. Scherft die hij kende via Cees Bolding, de onderdirecteur van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Ook academiestudent Simon Koene was een klant:

Via Willem Minderman, een collega van Dirk van Gelder, kwam ik bij Johan Scherft terecht. Hij was een van de weinige etsdrukkers van het land. Scherft was toen al een oude man en drukte mijn prenten voor een paar gulden per stuk. Hij had een indrukwekkend atelier met een grote Krause-pers, waar de etsinkt van decennia zich als een dikke gerimpelde koek op de spaken van het wiel had afgezet. In een apart kamertje bewaarde hij een groot dik boek, waarin de prenten van vele generaties kunstenaars werden bewaard. Met een zekere vorm van theater vertelde hij dat mijn prenten in dat boek zouden worden opgenomen en hij voorspelde mij een gouden toekomst, net zoals hij dat eerder bij Westerik had gedaan. Ik was zeer gelukkig met zijn complimenten, maar Minderman noemde hem een afzetter, omdat hij te veel geld van een arme student vroeg. Toen ik enige tijd later op een zaterdagmorgen weer eens wat prenten bij hem kwam ophalen, werd de deur door zijn vrouw geopend. Ze vertelde mij het droevige bericht dat haar man de avond daarvoor in het ziekenhuis was opgenomen. Een paar dagen later was hij overleden.2

Scherft had dus, al sinds 1916, de gewoonte om één exemplaar te bewaren van alle door hem gedrukte etsen, grotendeels samengebracht in een album dat uiteindelijk zo’n zeshonderd etsen van circa tweehonderd kunstenaars bevatte. De twee etsen van Van Genk hadden een te groot formaat voor het album; Scherft markeerde ze met vier kruisjes, hetgeen duidde op een geslaagde afdruk. Dit alles volgens zijn kleinzoon, die in 2023 een herinventarisatie van het archief van zijn grootvader maakte. De afdrukken, gedateerd mei 1968, zijn eigendom van de Stichting Collectie Scherft. De Minsk van Scherft is zwart, de Tunnel Napels donkergroen.3

Minks met aantekening Johan D. Scherft (detail)


NOTEN

  1. Museum Dr. Guislain bezit de épreuve d’artist van Minsk (rood), Tunnel Napels (groen) en Siljaline (zwart). ↩︎
  2. E-mail van Simon Koene aan Jack van der Weide, 14 juli 2023. Dirk van Gelder gaf etslessen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in de tijd van Van Genk. ↩︎
  3. De kleur donkergroen komt alleen voor bij Tunnel Napels. ↩︎

Aanzet tot een catalogue raisonné (23)

Dit is het drieëntwintigste deel van een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Vitrine van Museum Dr. Guislain bij de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (foto Frans Smolders)


WVG-2011

Ridderzaal | ca. 1955 | potlood op papier | ca. 15 x 25 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Zwart-wit tekening met een gekleurde tondo van de Ridderzaal in Den Haag, waaruit een ooievaar is geknipt; zowel de tekening als de ooievaar zijn verwerkt in de collage Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052). De tekening waaruit de tondo is geknipt, bevindt zich eveneens in de collectie Museum Dr. Guislain.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Woest (2019-2020).

WVG-2001


WVG-2012

Leipzig | ca. 1955 | inkt op papier | breedte ca. 18 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 7 (onder).

Twee overlappende tondi met afbeeldingen in rode inkt van het Reichsgericht en het Europahaus in Leipzig. Museum Dr. Guislain bezit ook de tekening waaruit de tondi afkomstig zijn (‘Tekening met rode inkt en 2 cirkelvormige figuren uitgeknipt uit het papier’). De afbeeldingen zijn ook te vinden (in kleur) op Kathedraal Pilsen (WVG-0044).

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Kathedraal Pilsen (detail)


WVG-2013

Leipzig | ca. 1955 | rode inkt op papier | hoogte 11,2 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 1.

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening in rode inkt van stadsgezicht, in een driekwartcirkel uitgeknipt. Op de achterzijde is er een tekening van een paleis.’

Aan de onderzijde afgeplat tondo met afbeelding in rode inkt van het plein voor het station in Leipzig. De afbeelding is ook te vinden (in kleur) op Kathedraal Pilsen (WVG-0044). Op de achterkant is een ander gebouw te zien (het operagebouw in Leipzig), dat eveneens in kleur te vinden is op Kathedraal Pilsen.

Kathedraal Pilsen (detail)


WVG-2014

Plaatwerken land en volkerenkunde | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 20 x 15 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 8 (grotendeels).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘3 knipsels uit geschreven nota over ‘plaatwerken landenvolkerenkunde’. Uit het papier zijn de letters K, L en N en een sterrenvorm uitgesneden.’

Document met teksten over Duitsland, waaruit met name de letters K O L N (i.e. KÖLN = Keulen) zijn geknipt. De letters zijn gebruikt in Urbanisme et Architecture (WVG-0054), linker deel, rechts boven. Dit is in lijn met een door Van Genk veelgebruikt procedé om de naam van een geografische locatie te vormen met letters die zijn geknipt uit een document óver die locatie.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Urbanisme et Architecture (detail)


WVG-2015

Groeten uit Utrecht | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 22 x 32 cm | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 105 (grotendeels).

Beschrijving in de database van Museum Dr. Guislain: ‘Pentekening op uitgeknipt papier van Utrecht, ook op achterzijde betekend. Twee gaten in de linkerkant.’

Zwart-wit pentekening (met tekst) van Utrecht, waaruit een vorm is geknipt. De uitgeknipte vorm is het Vredepaleis in Den Haag en is gebruikt in Bouwend ’s Gravenhage (WVG-2011), boven de ooievaar die naast de letters V.V.V. staat. Op de achterkant stond inderdaad een tekening van HET VREDESPALEIS TE ‘S GRAVENHAGE.

De tekening was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Bouwend ’s Gravenhage (detail)


WVG-2016

Planta di Roma | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | afmeting onbekend | collectie Museum Dr. Guislain, Gent

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 26-27 (uitgevouwen; grotendeels) en 74 (boven; opgevouwen).

Uitvouwbaar vel met teksten en enkele tekeningen over Rome. Als titel is waarschijnlijk bedoeld ‘Pianta di Roma’, kaart van Rome.

Het object was te zien tijdens de tentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders (2015).

Planta di Roma (detail)


WVG-2017

Stadsbeeld met molen | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 40 x 15 cm | particuliere collectie

Tekening van een Franse stad op bruin papier in inkt en kleurpotlood. Van Genk beeldt waarschijnlijk een versie van de omgeving van de Moulin Rouge aan de Boulevard de Clichy in Parijs af. Enkele reclames (BYRRH, DUBONNET) keren terug op Metrostation Opéra (WVG-0004).

WVG-2017


WVG-2018

Plein met standbeeld | ca. 1955 | balpen op papier | ca. 20 x 20 cm | particuliere collectie

Schetsmatige pentekening van een stadsplein. Op de voorgrond een ruiterstandbeeld met eromheen een hek en op de sokkel de woorden LA MONUMENT VICTORIE. Waarschijnlijk gaat het om het Place des Victoires in Parijs.

WVG-2018


WVG-2019

Brussel/Zagreb | ca. 1990 | balpen op papier | ca. 15 x 45 cm | particuliere collectie

Kleine tekening in vierkleurenbalpen met vroege versies van Gare de Bruxelles (WVG-0102) en het middendeel van Zagreb (WVG-0103). De tekening is aan de achterkant verstevig met wikkels van de AVRO bode, geadresseerd aan Van Genk.

WVG-2019

Marjo, Ronson, Rijksmuseum

Moskou (detail)

In 2016 verwierf het Rijksmuseum Amsterdam de tekening Moskou van Willem van Genk. Het ging hierbij om een overdracht van beheer vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – de Rijksdienst Beeldende Kunst had het werk in 1989 aangekocht.1 De tekening kreeg een plaats in de opstelling van de twintigste eeuw, maar werd vanwege lichtgevoeligheid slechts beperkt tentoongesteld. Begin augustus stuurde ik een mail naar het Rijksmuseum met de vraag of Moskou te zien was. Helaas: ‘De tekening bevindt zich in ons depot, CollectieCentrum Nederland. Ik kan niet achterhalen of de tekening binnenkort in het museum komt te hangen. Voorlopig lijken er geen plannen daartoe te zijn.’2 Onder bepaalde voorwaarden was het echter mogelijk om de tekening in het depot te bekijken.

Twee weken later togen verzamelaar X en ik naar Amersfoort, waar het gebouw van CollectieCentrum Nederland zich bevindt – een imposant gebouw van 31.500 m2, in 2021 geopend en speciaal neergezet voor het Nederlands Openluchtmuseum, museum Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.3 Moskou was hier in goede handen, zo bleek ook tijdens de uitgebreide rondleiding door locatiemanager Wim Hoeben.

Wat onder meer opvalt bij het van dichtbij bekijken van een tekening als Moskou is de grote hoeveelheid tekst, op gebouwen, vervoermiddelen, richtingaanwijzers en wat al niet. Ook is goed te zien hoe de ondergrond bestaat uit verschillende, aan elkaar bevestigde stukken papier, die bovendien elk een iets andere tint hebben (of hebben gekregen). Daarnaast ontbreekt een signatuur, wat doet vermoeden dat de afbeelding is bijgesneden – al kan het zijn dat de tekening in eerste instantie niet bedoeld was voor andere ogen dan die van de kunstenaar zelf.

 Moskou in CollectieCentrum Nederland

***

In mijn vorige post schreef ik over de woorden REIZEN MARJO op de ets Siljaline uit 1967 (WVG-0064) en MARJO REIZEN, EXIT VERLEDEN tijd op de tekening Wodka Kasakoff uit 1990 (WVG-0101). Die laatste tekst bleek in ieder geval niets te maken hebben met Madeleintje Storio/Madeleine Stordiau, zoals Ans van Berkum suggereerde. Dick Walda kon mij desgevraagd geen opheldering verschaffen: ‘Helaas kan ik je niet helpen wat betreft “Marjo reizen”, heb Willem er nooit over gehoord, maar zou natuurlijk het reisbureau kunnen zijn waar hij zijn reisjes boekte.’4 Verzamelaar X beet zich echter vast in de materie en loste het raadsel op.

Aanvankelijk was er sprake van een “Sigarenmagazijn Marjo” aan de De La Reyweg 11 in Den Haag dat al eind jaren veertig fungeerde als verkooppunt voor reisbureau/busbedrijf Hotam, het vaste reisbureau van de familie Van Genk aan het Valkenbosplein. Op enig moment veranderde het sigarenmagazijn zélf in een reisbureau, op hetzelfde adres en onder dezelfde naam. Van Genk zal hier reizen hebben geboekt, onder andere de reis waarnaar Siljaline verwijst, en hij zal dusdanig aan Marjo verknocht zijn geraakt dat hij in 1990 het verdwijnen van het reisbureau nog vermeldt. Overigens overleed op 4 juli 1989 op 77-jarige leeftijd Reinder Dirk Groot, in wiens rouwadvertentie werd vermeld dat hij ‘voorheen eigenaar van Reisbureau Marjo’ was.5

Links: Wodka Kasakoff (detail), rechts: advertentie uit Het Vrije Volk, 5 mei 1962

***

In 1972 maakte Willem van Genk een schilderij dat van galeriehouder Dick Heesen de naam Paranasky Culture kreeg (WVG-0078). Zelf gaf hij het werk de titel The Paranăsky Kultur Kollage ’72. Elders op het werk staat ook nog Paranăsky Supersmi[le], weer met die breve boven de derde a. In 1980 behoorde het tot de eerste twee werken die Nico van der Endt verkocht aan de Collection de l’Art Brut in Lausanne, voor hfl. 3.000 elk. Door een druk- of typefout kreeg het werk binnen die collectie de naam Parnasky Culture. In haar tekst voor de catalogus bij de tentoonstelling Woest gebruikt Sarah Lombardi, directeur van de Collection de l’Art Brut, de tussenvorm Paranasky Kultur, een naam die ik zal aanhouden, zij het mét de breve.6

Wat is de betekenis van het woord ‘Paranăsky’? Op internet is het niet te vinden en dus weet ook ChatGPT geen antwoord. Wel kwam hij/zij met enkele mogelijke interpretaties, onder andere dat het om een Slavisch klinkende achternaam zou kunnen gaan (‘Het achtervoegsel -sky of -ski komt vaak voor in Slavische namen, al is “Paran” geen bekend basiswoord’). Daarbij is onduidelijk of de laatste lettergreep -sky misschien moet worden uitgesproken als het Engelse sky (lucht, hemel). De breve op de a komt eigenlijk alleen voor in het Roemeens, waar het wordt het gebruikt voor de klinker sjwa (ə), zoals in măr (appel).

Paranăsky Kultur (details)

Op het rechter deel van Paranăsky Kultur is linksboven een scène afgebeeld in een achthoekig tondo, die in zekere mate autobiografisch lijkt te zijn. We zien een wand met drie deuren en vier personen, een vrouw en drie mannen. De vrouw loopt naar binnen bij de linker deur van kamer 14, waarop onder meer SINGLE ROOM en EINZEL ZIMMER en FIRST CLASS staat. Boven haar hoofd staat de richting aangegeven naar een BOUTIQUE DE SEX en een SALOON for LADIES genaamd MAISON AMERICAIN. De twee mannen in het midden kijken naar haar en hebben een sleutel voor kamer 13, een DOUBLE ROOM dan wel DREI BETT ZIMMER die 75 $ DAY kost. De man rechts opent of sluit de derde deur, kennelijk die van een damestoilet (LAVATORY en WOMAN staat op de deur).

Met de tweede persoon van links, de man met het blauwe jasje en de bril, lijkt Van Genk zichzelf te hebben afgebeeld. Hij heeft een tas in zijn hand met daarop EL-AL; kennelijk heeft hij met deze Israëlische maatschappij gevlogen. De man naast hem gaat duidelijk dezelfde kamer in (hij heeft de sleutel) en heeft met zijn baard en pijp veel weg van de schilder die onder meer te zien is op Madrid (WVG-0033) en Engelenburcht (WVG-0085; zie hier en hier) en die kan worden geïdentificeerd als Pierre Stordiau – Van Genk en Stordiau waren ook al samen te zien op Collage 2000 Beljon Inc.7 De man rechts heeft boven zijn hoofd een tekstwolkje met het woord STÜMPERT. Onduidelijk is of hij dit denkt over een van de anderen of dat dit op hemzelf slaat.

Paranăsky Kultur (detail)

Het is een tafereel waarover veel te zeggen en te hypothetiseren valt. Waar het mij met name om gaat is de drie buizen/reclames/apparaten aan de muur links naast de deuren, steeds met het woord RONSONSERVICE. Eerder signaleerde ik al vergelijkbare beeldelementen op Zelfportret – Zwakzinnigennazorg (WVG-0096) en Zelfportret in De Ark (WVG-0081) en vroeg ik me af wat hier wordt afgebeeld. Helaas biedt ook Paranăsky Kultur geen verklaring. Mocht iemand een idee hebben, over Paranăsky of over RONSONSERVICE, dan zou ik dat graag horen!


NOTEN

  1. ‘In 1989 meldde zich de Rijksdienst Beeldende Kunst bij Van der Endt voor aankopen ten behoeve van de Collectie Nederland. Er werden twee werken aangeschaft, de laatste grote Mockba en Orkest van Coburg.’ Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 223. ↩︎
  2. Annepiet Nouwen aan Jack van der Weide, 5 augustus 2025. ↩︎
  3. Het gebouw bevat naast depotruimtes twee restauratieateliers, een röntgenkamer, een fotostudio, een projectruimte, een ruimte voor houtbewerking en een emballageruimte. Zie de website. ↩︎
  4. Dick Walda aan Jack van der Weide, 30 augustus 2025. ↩︎
  5. De Telegraaf, 6 juli 1989. ↩︎
  6. Sarah Lombardi, “Willem van Genk en de Collection de l’Art Brut: Een verhaal van ontmoetingen”, in: Hans Looijen e.a., Woest, pp. 29-31. Ook verderop in Woest wordt de titel Paranasky Kultur gehanteerd (p. 88). Op de website van de Collection de l’Art Brut heet het werk nog altijd Parnasky Culture. ↩︎
  7. Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 150 ↩︎

Ditjes & datjes

Zonder titel (toren Laurenskerk, Rotterdam) | 1995 | litho | 10 x 7,5 cm (beeldformaat)

Wat was het laatste adres van Willem van Genk? In mijn biografie schreef ik: ‘In december 2002 moest Van Genk voor een laatste keer verhuizen, naar het medisch verzorgingstehuis Duinhage aan de De Savornin Lohmanlaan 202, waarover Walda in 2021 liet weten: “Verzorgingshuis Duinhage, niet ver van Kijkduin waar Willem en ik jarenlang bij restaurant Klein Seinpost kwamen, waar hij de peper en zoutstelletjes meepikte die later werden terug gevonden in zijn kartonnen bussen.”‘1 Dit klopt helaas niet. Wel dat Walda en Van Genk jarenlang bij restaurant Klein Seinpost in Kijkduin kwamen, maar het verzorgingstehuis lag daar bepaald niet in de buurt. Een briefje van curator An Remmerswaal aan Nico van der Endt bevatte de juiste gegevens:

Beste Nico,

In overleg met huisarts, Parnassia en Mw. McHugh van Huize Roël, is na lang beraad overeengekomen, dat het voor Willem beter is hem in een gespecialiseerd verzorging / verpleeghuis te laten opnemen.
Na lang zoeken heeft men een zeer goed huis voor hem gevonden.
Waarin geleefd wordt in eigen stijl.
Voor Willem is dit: Kunst en cultuur.
Per ingang van 11 december 2002 is Willem op het volgend adres bereikbaar.

Verzorging / Verpleging “De Strijp”
Strijpkade 32
2548 AG Den Haag

Om Willem aan zijn nieuwe woonsituatie te laten wennen, is het wenselijk om hem in het begin zoveel mogelijk zijn rust te gunnen

Een vriendelijke groet.

An Remmerswaal2

Nadat Van Genk overleden was, schreef Walda op 8 juni 2005 in een soort persbericht: ‘De goede Willem van Genk overleed op 12 mei 2005 in verpleeghuis De Strijp waar ik hem bij tijd en wijle opzocht.’3 Geen Kijkduin dus, De Strijp ligt in de buurt van Rijswijk.

***

Eind 1994 kreeg Nico van der Endt ‘bezoek uit Frankrijk van grafisch atelier Le Petit Jaunais uit Nantes. Men wil met Willem een kleine serie lithografieën vervaardigen, bestaande uit 6 kleine aparte voorstellingen in een oplage van vijftien.’ Van Genk betekende de meegebrachte stenen, maar had volgens Van der Endt het verzoek niet goed begrepen en maakte er ‘een slecht samenhangend geheel van. Sommige tekeningen stellen een deel van een kerk voor, andere zijn vage perronscènes.’ De stenen werden desalniettemin afgedrukt en Van der Endt kreeg in januari 1996 de lithootjes toegezonden, maar Van Genk zou er niet meer toe komen ze van nummering en signatuur te voorzien.4 

Het begeleidende briefje bij de litho’s werpt nieuw ligt op de voorstellingen: ‘Voici bien un an que I’affaire est entre nos mains, voici donc le retour de la balle… 6 x 15 images brut de tirage pour en composer une estampe en 15 exemplaires. Il s’agirait d’une vue de Rotterdam.’5 Van der Endt was die laatste zin in 2014 kennelijk vergeten. In 2022 wees verzamelaar X – specifiek geïnteresseerd in Van Genk en Rotterdam, en bezitter van een tekening van de Laurenskerk (WVG-1081) – hem en mij erop dat de afgebeelde kerk andermaal onmiskenbaar de Rotterdamse Laurenskerk was. Het station op de drie andere litho’s zou volgens X, gelet op de vorm van het dak, de voorganger van Rotterdam Blaak kunnen zijn, Rotterdam Beurs: een theorie die alleen maar sterker wordt als het inderdaad om ‘une vue de Rotterdam’ gaat. Het past ook in het procedé van Van Genk om verdwenen gebouwen af te beelden: het eerste station Döppersberg in Wuppertal, het Stedelijk Badhuis Scheveningen, het voormalige Zuidstation in Brussel etc.

station Rotterdam Beurs, ca. 1920

Zonder titel (station Rotterdam Beurs) | 1995 | litho | 10 x 7,5 cm (beeldformaat)

In oktober 2022 was bij de Rotterdamse galerie Weisbard de tentoonstelling Willem van Genk was here te zien, rond de twee Rotterdamse tekeningen van Van Genk uit de collectie van verzamelaar X. Ook de litho’s van Van Genk werden daar getoond, wat derhalve zeer toepasselijk was.

***

Tiny van den Heuvel-van Genk in 1997 tegen Dick Walda: ‘Wim had twee liefdes, maar het is helaas nooit wat geworden. De een was Madeleintje Storio, een beeldschoon meisje, heel talentvol. Speelde prachtig viool. […] En dan was er nog dat buurmeisje, een Indische. Die woonde beneden Wim en daar was hij in het geheim ook verliefd op. Zij is naar Den Briel verhuisd, hij hoopt haar nog eens te zien. Vandaar dat hij af en toe van zichzelf naar Den Briel moet.’6 Over Madeleintje Storio – eigenlijk Stordiau – schreef ik eerder. Over het Indische buurmeisje komen we iets meer te weten uit een briefje van Dick Walda aan Nico van der Endt:

Ter kliniek op dinsdagmiddag een gesprek gehad met de maatschappelijk werkster, dokter Van Gent (“zo hard als de tramrails, Diederik. Blijf bij me als ik met hem praat”) en Willem zelf. We waren in de “Rode Hoed” en ik maakte Willem zelden zo kwetsbaar mee. Ik dronk een kopje koffie en hij barstte tussen twee volle borden kippensoep uit in een monoloog die niet te stoppen viel.

“Diederik, ik mis Coco zo. Want alles wat lager je staat, een plant, of een kat, of een hond, daar kan je makkelijk mee praten. Coco vertelde ik over mijn reizen en dan werd hij ineens een mens. Of ik zei Annelies tegen hem. Annelies, wat heb je toch leuke lokjes en prachtige puntborsten. Annelies is geboortig in Den Brielle en woont in de Harmelenstraat. Ze is zo lief en ik ben al zo lang verliefd op haar Diederik en niemand die het weet. Ze hoort bij gekleurd gespuis van huis uit, een secreet van een zwarte snor, en dat doet me zo’n verdriet en dat vertel ik weer aan Coco, die moet het allemaal aanhoren, dat beest. […] Had ik Annelies Vreugdehil maar. Hoe pak ik dat aan, Diederik? Jaag ik je teveel op kosten als ik om nog een bord kippensoep vraag? Ik jank m’n kussen helemaal nat ’s nachts, hoe kan dat nou? Ik egoïstische rotzak, die hier zit voor zijn verdiende loon. Het is hier zo treurig, de mensen zeggen je niet gedag. Den Briel, ik vind er niks aan, maar daar komt ze vandaan. […]”7

En inderdaad, in Koning der stations lezen we bij 1 april 1997: ‘Ik was in Den Briel, ik moest van mezelf daarheen. Maar ik vond er niks aan, ik ga nooit meer naar Den Briel. Er was een feest van niks. Alva verloor zijn bril, is altijd op 1 april. En ik hoopte mijn geliefde te zien, waar ik verder geen mededelingen over ga doen. Ik heb haar niet gezien. Misschien zie ik haar wel nooit meer.’8


NOTEN

  1. Jack van der Weide, Willem van Genk. De eenheid van het spinnenweb (Amsterdam 2024), pp. 261-262. ↩︎
  2. An Remmerswaal aan Nico van der Endt, 10 december 2002 (archief Nico van der Endt). Van Genk was in het voorjaar van 2000 verhuisd naar pension Roël aan de Van Aerssenstraat in Den Haag, dat werd geleid door directrice Stella McHugh. ↩︎
  3. Archief Nico van der Endt. ↩︎
  4. Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 93. ↩︎
  5. Nancy Sulmont aan Nico van der Endt, 24 januari 1996 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  6. Walda, Koning der stations, p. 38. ↩︎
  7. Dick Walda aan Nico van der Endt, 8 maart 1996 (archief Nico van der Endt). ↩︎
  8. Walda, Koning der stations, pp. 143-144. ↩︎

Veiling (2)

Colonnade | 1967 | ets (5) | 32 x 24,5 cm

In april 2024 werd bij het Venduehuis der Notarissen in Den Haag een veiling gehouden met onder meer twee etsen van Willem van Genk. Ik schreef daar toen over: “Het kwam zelden voor dat werken van Willem van Genk op een veiling werden verkocht, de vorige keer kon ik mij niet herinneren. Ik lichtte enkele personen in, onder wie twee familieleden van Willem van Genk, diens voormalige galeriehouder Nico van der Endt, voorzitter Hans Looijen van de Stichting Willem van Genk en natuurlijk verzamelaar X, steun en toeverlaat bij mijn onderzoek naar Van Genk en net als ik geïnteresseerd in alle grote en kleine details over de Haagse kunstenaar.” Ik was derhalve stomverbaasd toen ik eind mei opnieuw een veiling met twee etsen van Willem van Genk zag aangekondigd, dit keer bij Zwiggelaar Auctions in Amsterdam.1

X en ik hadden bij de veiling uit 2024 achter het net gevist, dus we besloten het dit keer stil te houden. Daarbij was Nico van der Endt inmiddels overleden en was de situatie rond het bestuur van de Stichting Willem van Genk al maanden onduidelijk. De enig die iets te horen kreeg was de voormalige consigliere van Don Nico, tijdens een lunch in diens woonplaats Antwerpen. Achteraf liet hij weten dat Zwiggelaar, een veilinghuis dat gespecialiseerd is in boeken, tijdschriften, strips en curiosa, geen gebruik maakt van de website artprice.com en dat de etsen van Van Genk dus in ieder geval daar al niet te vinden waren. Een kleine opsteker. Een andere opsteker voor X was dat de ets die hij op het oog had, Silja Line #4/5 (WVG-0064), ook bij de veiling in 2024 was aangeboden. Dat gold niet voor de ets die ik zelf wilde hebben, Colonnade #3/5 (WVG-0065). Merkwaardig genoeg waren het dus de etsen met de kleinste oplage (van de vier etsen van Van Genk die in omloop waren) die zouden worden geveild: van elk bestonden slechts vijf exemplaren.

Waar kwamen de (niet ingelijste dus waarschijnlijk in een map bewaarde) etsen vandaan en hoe waren ze bij Zwiggelaar beland? De nummers boden geen uitkomst, ze ontbraken in het overzicht dat ik had van de mij bekende eigenaars. De woordvoerder van Zwiggelaar wist te melden dat de etsen afkomstig waren uit de verzameling van een overleden Amsterdamse collectioneur, wiens herenhuis vol had gehangen met kunst en wiens familie verwant was aan de schilder Reitsma. Veel werk was naar andere veilinghuizen gegaan, voor de verkoop van de grafiek was Zwiggelaar benaderd. De nummers kwamen niet voor in de administratie die Nico van der Endt van de door hem verhandelde etsen had bijgehouden, zij het dat hij niet altijd alle gegevens had genoteerd.

Website Zwiggelaar, kavel 1469

Op woensdag 18 juni was het deel van de veiling met de twee etsen aan de beurt. De veiling werd gehouden in de Burcht van Berlage aan de Henri Polaklaan in Amsterdam, waar eerder ook de kijkdagen waren geweest. Verzamelaar X en schrijver dezes waren beide om 19:00 uur aanwezig, om de sfeer te proeven en uiteraard in de hoop dat we dit keer wél de aangeboden etsen zouden verwerven. Er waren weinig fysieke bieders, de meeste geïnteresseerden hadden ervoor gekozen om de veiling online te volgen, via Invaluable.com of Drouot.com. Kavel 1468 (Colonnade) begon op €1.000 en ging uiteindelijk voor €1.200 weg. Kavel 1469 (Silja Line) begon eveneens op €1.000 en eindigde op €1.800.2 Uiteraard verlieten we het pand zeer tevreden, to put it mildly. Het rondedansje volgde pas buiten.


NOTEN

  1. Zie de website van Zwiggelaar, Auction 33: Session I – V. ↩︎
  2. Het volgrecht ( ‘Artworks by living artists and artists who died no longer than 70 years ago that are sold with a hammer price of 2500 euros or higher, will be charged with an extra 4% (‘Droit de Suite’, ‘Wet Volgrecht’, ‘Resale Right Law’) over the hammerprice and buyer’s premium.’) was dus niet van toepassing. ↩︎

Veiling

Pagina 55 uit de catalogus The Lucassen Collection van het Venduehuis der Notarissen: de ets Tunnel Napels (1967) van Willem van Genk

Op 23 maart zag ik op internet dat het Venduehuis der Notarissen in Den Haag een veiling aankondigde met kunstwerken uit de collectie van kunstenaar (Reinier) Lucassen. Onder meer kwamen onder de hamer enkele ‘zeldzame etsen van de Nederlandse kunstenaar Willem van Genk’. Het kwam zelden voor dat werken van Willem van Genk op een veiling werden verkocht, de vorige keer kon ik mij niet herinneren. Ik lichtte enkele personen in, onder wie twee familieleden van Willem van Genk, diens voormalige galeriehouder Nico van der Endt, voorzitter Hans Looijen van de Stichting Willem van Genk en natuurlijk verzamelaar X, steun en toeverlaat bij mijn onderzoek naar Van Genk en net als ik geïnteresseerd in alle grote en kleine details over de Haagse kunstenaar.

De naam Lucassen was mij niet onbekend. In zijn boek Kroniek van een samenwerking schrijft Nico van der Endt bij het jaar 1981 (hij is dan nog geen vijf jaar de nieuwe galeriehouder van Willem van Genk): ‘De familie lijkt ontevreden met de tot dusverre behaalde verkoopresultaten. Als proef wordt buiten mijn weten het schilderij “de grote naïeven” bij een gerenommeerd veilinghuis geveild. […] Men vergeet een reserve af te spreken en het wordt verkocht voor fl. 200. De koper verkoopt het daarna snel door aan kunstenaar Reinier Lucassen voor fl. 800. In het jaar 2008 verkoopt Lucassen het werk aan mij en het schilderij is weer “thuis”. Willem zal niet blij zijn geweest met de veilingverkoop. In de eerder genoemde brief uit 1989 aan Dick Walda en mij, verwijst hij naar “de affaire Lucassen”. Misschien heeft Lucassen hem benaderd na verwerving van het schilderij.’1

Om welke etsen het bij de veiling ging, en hoeveel, was uit het berichtje niet op te maken. Wel was er de aankondiging dat op 8 april de veilingcatalogus zou worden gepubliceerd. X hoopte op de ets Silja Line, de enige van de vier ‘grote’ etsen die hij nog niet bezat. Zelf bezat ik juist Silja Line als enige en zou elke van de andere drie (Tunnel Napels, Minsk en Colonnade) welkom zijn. Er was nog een kleinere vijfde ets, Rondvaart, maar die moest waarschijnlijk als een probeersel van Van Genk worden beschouwd. Er was mij slechts één los exemplaar van bekend, in bezit van de Stichting Collectie De Stadshof.2

Ik had eerder over de etsen geschreven (hier), maar sindsdien had ik meer informatie tot mijn beschikking gekregen. Zo schreef ik over Tunnel Napels: ‘[De ets] toont de binnenzijde van de door gemotoriseerd verkeer verstikkend drukke Galleria (tunnel) della Vittoria in Napels. […] Hoewel Van Genk een aantal steden in Italië uit eigen waarneming kende, was hij waarschijnlijk nooit in Napels en moet hij de afgebeelde tunnel dus alleen van beschrijvingen en/of afbeeldingen hebben gekend.’ Dat laatste was niet waar, Van Genk kende de tunnel wel degelijk uit eigen waarneming. In 1964 schreef hij vanuit Italië op een ansichtkaart aan zijn stiefbroer Henk van der Wal: ‘Italië is een gezellig land wat men van de Sovjet Unie niet kan zeggen… Doch dit land is ook een land van uitbuiting en oplichterij. Och mijn pen schrijf slecht en daarom is ’t onmogelijk U iets in kort bestek over de reis te vertellen. Beste lezers ik ben ook in Pompei en Napels geweest stikkend heet.’3

De grote naïeven | ca. 1975 | gemengde techniek op board | 54 x 88.5 cm | coll. Nico van der Endt, Amsterdam

Al op 3 april stond de beloofde catalogus online. Er bleken twee etsen van Van Genk te worden geveild: Silja Line 5/5 (kavel 64) en Tunnel Napels 11/14 (kavel 65). X en ik kwamen dus beiden aan onze trekken. De etsen, ‘on wove paper’, hadden een richtprijs van 1.800 tot 2.200 euro. Maar hoe kwam Lucassen eraan? In het kader van mijn ‘Aanzet tot een catalogue raisonné’ had ik al eens de mij bekende afdrukken van de etsen in kaart gebracht (hier), maar de nummers van de etsen van Lucassen zaten daar niet bij. Nico van der Endt had laten weten dat hij in ieder geval de bron niet was. ‘Maar wie dan wel?’4 Inderdaad, waar kwamen de etsen vandaan?

Hoe dan ook zou X naar de zaalveiling gaan en hij bood aan ook namens mij te bieden. De collectie Lucassen die werd geveild, bevatte werk van Jean Brusselmans, Alexander Calder, James Ensor, Max Ernst, Anton Heyboer, Jannis Kounellis, Lucebert, A.R. Penck, Arnulf Rainer, Roger Raveel, Man Ray, Daniel Spoerri en vele anderen. Van Genk verkeerde in goed gezelschap.

Negen dagen later, op 12 april, verscheen in NRC Handelsblad een artikel over de veiling, door Arjen Ribbens. Ribbens had Lucassen geïnterviewd en tekende onder meer op: ‘Zijn oog voor kwaliteit heeft hem geholpen, zegt hij. Vaak kon hij voor een “paar centen” kunst kopen waar weinigen op dat moment iets in zagen. Gevraagd naar voorbeelden wijst hij in de veilingcatalogus op de etsen van Willem van Genk (lang geleden was hij op een veiling de enige bieder)’.5 ‘Lang geleden op een veiling’ – dat gaf niet echt uitkomst over de herkomst, de provenance van de etsen. Arjen Ribbens liet desgevraagd weten dat hij eveneens benieuwd was geweest naar die veiling. Lucassen had hem verteld de etsen gekocht te hebben bij veilinghuis Mak van Waay, samen met De grote naïeven. Ribbens had geprobeerd dit te checken in een database met veilingopbrengsten, maar die ging niet ver genoeg terug.6

Dit klopte niet met de versie van de gebeurtenissen die Nico van der Endt in zijn boek had gegeven, waarbij niet Lucassen zelf maar iemand anders De grote naïeven op een veiling had gekocht. Van der Endt bleef zeer stellig: ‘Ik kan dat verhaal niet verzonnen hebben, al was het maar vanwege de details: veiling fl. 200, aankoop van koper fl. 800, herinner ik mij heel goed.’7 Ik stuurde mails aan zowel Lucassen als het Venduehuis der Notarisssen, met de vraag naar de provenance van de etsen. Het antwoord van het veilinghuis leverde geen nieuwe informatie op: ‘De beide etsen zijn enkele decennia geleden door Lucassen bij veilinghuis Mak van Waay in Amsterdam gekocht. De exacte datum is niet te achterhalen, maar volgens Lucassen, “erg lang geleden”.’8

Ook Lucassen zelf antwoordde per ommegaande en hij gaf wél aanvullende informatie: ‘In antwoord op uw vraag laat ik u weten dat op een veiling bij Van Waay, Amsterdam, twee schilderijen werden aangeboden en twee etsen van Willem van Genk, mogelijk in 1974. Ik heb een schilderij en twee etsen gekocht. Als het archief van Mak van Waay nog beschikbaar is, zal dit makkelijk te achterhalen zijn.’9 Lucassen hield dus een slag om de arm bij het jaartal 1974 en dat was niet onterecht, aangezien De grote naïeven pas in 1975 of 1976 was gemaakt. Wel bleef hij volhouden dat hij zelf de koper op de veiling was geweest, hetgeen niet strookte met de herinnering van Nico van der Endt

Maar 1974 en 1981 lag wel erg ver uit elkaar. Daarbij had Lucassen het over twee schilderijen, waarvan hij er eentje zou hebben gekocht – waarom niet allebei, als hij toch ook de twee etsen had aangeschaft en de prijzen kennelijk niet erg hoog lagen? Verder was de vraag waarom de Haagse familie Van Genk (waarschijnlijk: zus Tiny en haar man Theo, de officieuze zaakwaarnemers van de kunstenaar) hadden gekozen voor een veilinghuis in Amsterdam. Verzamelaar X toog naar het RKD in Den Haag en vroeg jaargang 1981 van de catalogi van Mak van Waay op, maar vond geen veiling met werk van Van Genk.

Op woensdag 24 april was het zover en begon de veiling van ‘The Lucassen Collection Part 1’, om 20:00 uur bij Pulchri Studio aan de Lange Voorhout in Den Haag. Verzamelaar X was aanwezig, zelf volgde ik het gebeuren via mijn pc. Er was niet heel veel publiek maar er werd desalniettemin flink geboden, vooral per telefoon en online. Daarbij werden de richtprijzen regelmatig ver overschreden: een schilderij van Jan Roeland met een richtprijs van €2.000 – €3.000 bracht €14.000 op, een schilderij van Etienne Elias met een richtprijs van €5.000 – €8.000 kreeg als hamerprijs €17.000, een tekening van A.R. Penck met een richtprijs van €5.000 – €8.000 ging weg voor €13.000.

Screenshot vhlive.stream.bid/bidderinterface (24.4.2024.21:43)

De twee etsen kwamen iets na halftien aan de beurt, verzamelaar X belde mij kort daarvoor. Hij en ik hadden ons beiden voorgenomen om tot €4.000 te gaan, beiden gingen we daar op het moment suprême overheen, beiden visten we desalniettemin achter het net. Silja Line werd verkocht voor €6.000, Tunnel Napels voor €4.600. Koper was in beide gevallen een online bieder met het nummer 1200.


NOTEN

  1. Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, 45. ↩︎
  2. Voor meer informatie over Rondvaart, zie hier. ↩︎
  3. Willem van Genk aan familie Van der Wal, 12 oktober 1964 (collectie Museum van de Geest, Haarlem). ↩︎
  4. E-mail Nico van der Endt aan de auteur, 26 maart 2024. ↩︎
  5. Arjen Ribbens, ‘”Bijzondere kunst herkennen is een talent”‘, in: NRC Handelsblad, 12 april 2024. ↩︎
  6. E-mail Arjen Ribbens aan de auteur, 14 april 2024. ↩︎
  7. E-mail Nico van der Endt aan de auteur, 14 april 2024. ↩︎
  8. E-mail Peter van Beveren aan de auteur, 15 april 2024. ↩︎
  9. E-mail Lucassen aan de auteur, 15 april 2024. ↩︎

Zwagers

V.l.n.r. Agnes van Genk, Karel Bijmans, Riet van Genk, Tiny van Genk, Leonarda Pennenkamp, Jozef van Genk; ca. 1948.

In februari 1986 neemt Nico van der Endt tijdens een bezoek aan Harmelenstraat 28 een gesprek met Willem van Genk op. Daarin onder meer de volgende passage:

WvG: Nee maar ja dus, ik heb in de familie heb ik een architect gehad. Een zekere Cor Brugelmans, da’s een eh, van m’n overleden zuster, die pas is overleden …

NvdE: Man van je overleden zuster?

WvG: Ex-man, hè, vorige man hè, niet de huidige man hè, nou ja dat was een architect, en eh … nou ja die heb, die had ook … die had een ontwerp van een wolkenkrabber gemaakt, op een kruispunt … precies op een kruispunt hè, zoiets dat moet … Memphis, ergens in de buurt, Iowa …

NvdE: Dat is gebouwd?

WvG: Had hij ontworpen. ’t Is Nooit neergezet hè?

De zwager over wie het hier gaat is Cor Bruglemans, die van 1944 tot 1955 een relatie had met Nora van Genk. Cornelis Johannes Aloijsius Bruglemans werd geboren op 19 februari 1906 in Roosendaal. Hij had zich als architect gevestigd in Antwerpen, waar hij in 1931 trouwde met Elisabeth Maria Hendrika Hendrickx uit Borgerhout. Uit zijn relatie met Nora van Genk (1916) werd een dochter geboren, het oudste kleinkind van Jozef van Genk. Nora van Genk overleed in juli 1984, Cor Bruglemans in november 1992.

Willem van Genk had negen zusters van wie er vijf trouwden. Van die vijf bleven er twee kinderloos en kregen er drie elk twee kinderen. Jozef van Genk had derhalve in totaal zes kleinkinderen, vijf meisjes en één jongen. Leny, Jacqueline, Isabella en Willy trouwden niet en hadden ook geen kinderen. Nora had dochters uit twee verschillenden relaties, waarmee het aantal zwagers van Willem van Genk op zes kwam. In hoeverre hij op de hoogte was van het feit dat Nora en Cor Bruglemans niet getrouwd waren, is onduidelijk. Volgens hun dochter had Willem haar vader wel een aantal malen ontmoet. [1]

De Tweede Wereldoorlog viel voor veel dochters Van Genk samen met de leeftijd waarop onder meer normale omstandigheden verlovingen en huwelijken aan de orde waren geweest. De eerste die trouwde, in februari 1948, was Agnes (1920). Haar man Karel Bijmans, geboren op 17 november 1919 in Den Haag, kwam eerder ter sprake – mogelijk had Jozef van Genk hem tijdens de bezetting geholpen te ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland. Zeker lijkt wel dat de ouders van de bruid en die van de bruidegom elkaar al kenden. Agnes en Karel kregen twee dochters; Agnes overleed in februari 1988, Karel in oktober 1990.

Riet van Genk (1919) trouwde in februari 1953 met Martin (Martinus Johannes) Roozenburg, geboren op 15 oktober 1921 in Pangkalan Brandan. Ze kregen een zoon en een dochter. Volgens hun zoon hadden zijn ouders “elkaar leren kennen op het werk: Ministerie van Defensie (toen nog Marine dacht ik), maar zeker pas ruim na de oorlog.” [2] Riet overleed in november 1995, Martin in oktober 2002. Waarschijnlijk was hij de “doodgewaande zwager” die Willem van Genk in februari 1997 tegenkwam op het verjaardagsfeestje van zijn oudste zuster. [3]

Addy van Genk (1917) trouwde in november 1954 met Peter (Petrus Adrianus) Adrianus Persoon, geboren in Den Haag op 3 april 1905. Voor Peter was dit zijn tweede huwelijk, eerder was hij in augustus 1931 getrouwd met Pieternella Maria Hendrika Gerritse. Zijn beroep was op dat moment magazijnmeester; het paar kreeg in december 1932 een dochter. Pieternella Persoon-Gerritse overleed in september 1953, waarna haar man een jaar later hertrouwde. Peter Persoon overleed in maart 1971 aan de gevolgen van een auto-ongeval. Zijn schoonzuster Tiny vertelde hier in 1998 over:

Die man die had een ongeluk gehad. Hij bracht vrienden weg en het had gevroren, en hij bracht ze weg. En d’r kwam een vrouw, en die wou nog net oversteken … op het laatste nippertje, en die vrouw die was aan de overkant, maar hij gleed door tegen een boom aan, en hij moest naar de Ursula en hij is niet meer bijgekomen. Maar mijn zuster ging altijd op d’r fietsje, terwijl ’t vroor, naar de Ursula en dat was een heel end […] Maar ja, Peter, dat was Peter haar man, die kon ook tekenen hoor, en schilderen, maar anders, meer rechtlijnig. Eer hangt ook nog iets bij Wim dat hij gemaakt heeft. [4]

Over Peter Persoon weten we iets meer door het interview van Bibeb met Willem van Genk uit 1964. Hij figureerde daarin als Van Genks betweterige “forse zwager, de koele blik achter brilleglazen.” Hij domineert het gesprek, probeert gewichtig te klinken en kleineert Van Genk en zijn echtgenote.

In de brieven van Addy van Genk aan Pieter Brattinga en Alfred Schmela (zie hier) komt haar echtgenoot nauwelijks voor – op zichzelf een interessant gegeven, zeker gezien een opmerking van Peter Persoon tegen Bibeb: “‘Mijn vrouw heeft een ongeluk gehad, schedelbasisfractuur, is nooit helemaal terechtgekomen. Maar goed, we behartigen nu zijn zaken.” [5] Het lijkt echter vooral Addy te zijn die uiteindelijk de zaken van haar broer behartigt, van psychische of neurologische beperkingen is in de brieven weinig te merken. Uit haar laatste brief aan Brattinga: “Mijn man heeft een ernstig auto-ongeval gehad en ligt nu in Wassenaar in het ziekenhuis.” [6] Zelf overleed ze een jaar later.

Tiny van Genk (1914) was de oudste van de negen dochters van Jozef van Genk maar trouwde zelf pas in 1956, op tweeënveertigjarige leeftijd. Echtgenoot Theo van den Heuvel was volgens haar de reden dat haar broer zich op het maken van trolleybus-assemblages had gestort. In het eerder geciteerde interview uit 1998 zegt ze hierover:

Mijn man – daar staan zijn trammetje, zie je – mijn man, die gaf Wim een beetje aandacht. Hij was de enige, die andere zwagers deden dat niet. En mijn man was een top-technicus eigenlijk, maar als er bij Wim wat stuk was of wat dan ook, dan ging hij meteen naar ‘m toe. Ja, een ander die liet er dagen overheen gaan maar hij – meteen, à la seconde, meteen! […] Die anderen kwamen nooit, trouwens. Al die zwagers zijn ook dood, ‘k heb er nog maar één. Maar mijn man zijn hobby waren die trammetjes, dat vond Wim prachtig. En hij kon d’r wel eens een paar woorden mee wisselen, over trammetjes.

In Dick Walda’s boek Koning der stations zijn Tiny’s opmerkingen hierover vergelijkbaar: “Mijn man was geluidstechnicus met als hobby het maken van kleine trams. Alles wat u hier ziet is gemaakt door mijn man. Wim heeft die traditie voortgezet. Maar zijn voorliefde gaat meer uit naar trolleybussen. […] Dat hij met die trolleybussen is begonnen, is een soort heimwee naar mijn man. Alles wat met vroeger te maken heeft, wil hij vasthouden.” [7]

Wat Tiny niet aan de interviewers vertelde, was dat zij in 1956 met een gescheiden man was getrouwd – voor een keurige katholieke dame bepaald niet iets om aan de grote klok te hangen. Theodore Ferdinand Marie van den Heuvel was op 18 september 1915 geboren in Amsterdam. Hij trouwde in november 1937 met Cornelia Kraan uit Haarlem; het paar kreeg vijf kinderen, de jongste werd geboren in augustus 1954. In april 1955 werd het huwelijk ontbonden door de arrondissementsrechtbank in Den Haag. Elf maanden later trouwde Theo van den Heuvel met Tiny van Genk. Hij overleed in augustus 1980.

“Mijn man heeft – toen Wim bekender werd – gezorgd voor zijn zakelijke contacten, want mijn broer heeft geen verstand van geld, het interesseert hem niet”, aldus Tiny. [8] Het zou inderdaad goed kunnen dat Tiny en Theo na het overlijden van Peter en Addy Persoon de zaakwaarneming overnamen. In dat geval waren zij het wellicht die hadden aangedrongen op de breuk met Pieter Brattinga. Ook tijdens Van Genks periode bij galerie De Ark in Boxtel (1973-1976) speelden zij mogelijk een rol. [9] Volgens Tiny had haar broer veel respect voor haar man: “‘Het was een volmaakt stukje mens’, staat er ook in een van die dingen, dat is echt … Niemand is volmaakt hè? Maar hij zag in hem een volmaakt stukje mens.” [10]

De grafsteen van Tiny van den Heuvel-van Genk

De laatste van de zusters die trouwde was Nora van Genk, met de eveneens gescheiden Ben (Hubertus Marinus George) Zalme. Bij het huwelijk in augustus 1958 was zij tweeënveertig jaar oud. Hun dochter werd in december 1959 geboren, kort na het overlijden van grootvader Jozef van Genk. Nora van Genk was daarmee de moeder van zowel diens oudste als diens jongste kleinkind. [11]

In het geciteerde interview uit 1998 met Tiny van Genk merkt Ans van Berkum op over Theo van den Heuvel, na de loftuitingen van zijn weduwe: “Maar hij had veel aandacht voor Wim en hij zorgde voor Wim en hij gaf … ”, waarop Tiny haar onderbreekt: “Nou, zó veel aandacht had-ie nou ook al weer niet, maar hij práátte met ‘m, hij lúisterde naar ‘m, en dat is belangrijk. Terwijl de anderen dat niet deden, want Wim die werd een beetje … Ze lieten ‘m eigenlijk maar praten. Hij is niet zo in tel geweest bij die andere zwagers; nee, nee.”


NOTEN

[1] E-mail van Irene Zalme aan Jack van der Weide, 16 juni 2021.

[2] E-mail van Albert Roozenburg aan Jack van der Weide, 8 augustus 2020.

[3] “Hij […] vertelt mij dat hij – sinds lange tijd – weer eens heeft deelgenomen aan een verjaardagsfeestje. Zijn oudste zuster blijkt de dag ervoor 84 jaar te zijn geworden; hij trof daar zelfs een doodgewaande zwager aan.” (Walda, Koning der stations, p. 91)

[4] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink, 1998 (opname in mijn bezit). De Ursulakliniek was een neurokliniek in Wassenaar, waarschijnlijk ging het dus om hoofdletsel.

[5] Bibeb, ‘Ik ben een stuk grijs pakpapier’, p. 117.

[6] Brief van Addy Persoon-van Genk aan Pieter Brattinga, 22 februari 1971 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[7] Walda, Koning der stations, pp. 32, 37.

[8] Ibid., p. 34.

[9] Pieter van der Linden, die in die periode een aantal administratieve, juridische en ook praktische zaken voor Van Genk regelde, liet weten dat hij als dank daarvoor van Tiny een schilderij mocht uitzoeken (e-mail van Pieter van der Linden aan Jack van der Weide, 7 december 2020). Nico van der Endt, die na de periode bij De Ark in beeld kwam, gaf desgevraagd aan nooit met Theo van den Heuvel te maken hebben gehad en hem zelfs nooit te hebben ontmoet (e-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 27 juli 2021).

[10] Interview met Tiny van Genk door Ans van Berkum en Carolien Satink, 1998. Tiny verwijst hier naar het interview met Bibeb, waar Van Genk inderdaad zegt over een van zijn zwagers: “’t Is een volmaakt stukje mens.” Of dit een compliment is, valt echter te betwijfelen.

[11] Nadere gegevens over Ben Zalme zijn op verzoek van de familie verwijderd.

Tijdlijn

Willem van Genk, 1986 (foto: Nico van der Endt)

Veel, heel veel is nog onduidelijk over het leven van Willem van Genk. Onderstaande tijdlijn maakte ik een jaar geleden op verzoek van Nico van der Endt, waarna er mondjesmaat informatie kon worden toegevoegd. Uiteraard is de kennis van dit moment leidend, in de zin dat gegevens kunnen ontbreken of onjuist kunnen zijn. Tentoonstellingen en boekpublicaties zijn eveneens opgenomen, waardoor de tijdlijn doorloopt ná het overlijden van de kunstenaar in 2005.

Wat de tentoonstellingen betreft heb ik me een enkele keer gebaseerd op het overzicht in Een getekende wereld (1998), al ben ik me ervan bewust dat die lijst soms gegevens bevat die niet geheel juist zijn. In het geval van de reizen heb ik me noodzakelijkerwijs moeten beperken tot wat ik te weten kwam uit boeken en artikelen over Van Genk en enkele documenten die beschikbaar zijn. Het LaM in Villeneuve d’Ascq heeft een aantal van die documenten uiterst bruikbaar gefotografeerd. Veel is verloren gegaan bij de ontruiming in 1998 van het appartement in de Harmelenstraat. Onduidelijk is of de Stichting Willem van Genk en/of Museum Dr. Guislain over documenten beschikken, vergelijkbaar met die uit de collectie van het LaM.


188215 aprilGeboorte Maria Martina Hoogstraten te Naaldwijk.
188710 novemberGeboorte Josephus Johannes Maria van Genk te Bergen op Zoom.
191515 aprilHuwelijk Jozef van Genk en Maria Hoogstraten.
19272 aprilGeboorte Willem Franciscus Antonius Maria van Genk in ziekenhuis Antoniushove in Voorburg; gedoopt in de Sint Martinuskerk in Voorburg.
193225 novemberOverlijden Maria van Genk-Hoogstraten.
ca. 1932-1933 Verblijf bij gezin tante in Bergen op Zoom.
19332 februariVerhuizing binnen Voorburg van Van de Wateringelaan 25 naar Van Aremberglaan 157.
19349 meiHuwelijk Jozef van Genk en Maria Anna Heesen (1893-1951).
 5 juniVerhuizing binnen Voorburg naar Van Aremberglaan 86.
193511 septemberVerhuizing binnen Voorburg naar Van Alphenstraat 93.
1939meiVerhuizing van Voorburg naar Harreveld (jeugdinternaat).
juliVerhuizing van Harreveld naar Den Haag (Magnoliastraat 10).
 1940septemberVerhuizing van Den Haag naar Huijbergen (weeshuis).
1941juliVerhuizing van Huijbergen naar Den Haag.
ca. 1941-1942 Opleiding tot elektrotechnicus.
1944 januariOndervraagd door de SD.
ca. 1945-1946 Oproep voor militaire dienst.
  Kortstondige baantjes in Den Haag (tekenaar bij reclamebureau, typist bij farmaceutisch bedrijf, broodverkoper, hulpje schoenmaker).
1947 Tewerkgesteld in een AVO-werkplaats aan de Haagse Sirtemastraat.
195220 februariHuwelijk Jozef van Genk en Leonarda Pennekamp (1887-1954).
ca. 1952-1962 Groepsreizen naar onder meer Parijs, Madrid, Kopenhagen, Rome en Keulen.
19583 oktoberOverlijden Jozef van Genk.
 ca. novemberAanmelding bij de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten; toegelaten tot de avondacademie.
1963juniGroepsreis naar Tsjechoslowakije.
196418 januariOpening tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum (tot 18 maart).
 maartInterview met Bibeb.
  Beëindiging werkzaamheden AVO-werkplaats.
 24 juniOpening groepstentoonstelling Nieuwe realisten bij Gemeentemuseum in Den Haag (tot 30 augustus; daarna andere musea in Europa).
  Trekt in bij zuster Willy van Genk (Harmelenstraat 28, Den Haag).
 3 oktoberOpening tentoonstelling Van Genk’s phantastische Wirklichkeit bij Galerie Alfred Schmela in Düsseldorf (tot 25 oktober).
196523 aprilOverlijden Isabella van Genk (43).
1966 Deelname prijsvraag zondagsschilders VARA – eervolle vermelding.
 12 novemberOpening groepstentoonstelling Nederlandse zondagsschilders: de droomwereld der naïeven bij De Vishal in Haarlem (tot 18 december; daarna andere musea in Nederland).
196715 septemberOpening groepstentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders bij De Vishal in Haarlem (tot 15 oktober; daarna andere musea in Nederland).
  Deelname landelijke schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland – winnaar.
 4 novemberOpening groepstentoonstelling Kunstenaars in eigen tijd (deelnemers Co-op wedstrijd Zuid-Holland) bij Stedelijk Museum in Schiedam (tot 13 november).
 25 novemberOpening groepstentoonstelling Kunstenaars in eigen tijd (landelijke deelnemers Co-op wedstrijd) bij De Doelen in Rotterdam (tot 3 december) + prijsuitreiking door Mies Bouwman.
 10 decemberOverlijden Leny van Genk (52).
197215 februariOverlijden Addy Persoon-van Genk (54).
 2 novemberOpening groepstentoonstelling Naiv Kunst bij Louisiana Museum in Humblebæk, Denemarken (tot 4 februari 1973; daarna andere locaties in Scandinavië).
 14 septemberOverlijden Willy van Genk (48).
1973 Breuk met Pieter Brattinga.
  Eerste contact met Galerie De Ark in Boxtel.
 21 decemberOpening duo-tentoonstelling met etnografica Anuschka bij Galerie De Ark in Boxtel (tot 27 januari 1974).
19746 juliOpening groepstentoonstelling Nederlandse zondagsschilders bij De Schouwzaal in Hapert (tot 10 augustus).
 oktoberDeelname Galerie De Ark aan kunstbeurs IKI in Düsseldorf.
197522 meiOpening groepstentoonstelling Der Einzelne und die Masse bij Städtische Kunsthalle in Recklinghausen (tot 30 juli).
19767 februariOpening groepstentoonstelling para-naïeven, tussen waan en zin bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 15 maart).
 21 meiOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Galerie De Ark in Boxtel (tot 14 juni).
  Begin samenwerking met Galerie Hamer in Amsterdam
 28 novemberOpening groepstentoonstelling Nederlandse naïeve kunst bij De Vishal in Haarlem (tot 2 januari 1977).
1977aprilDeelname Galerie Hamer aan kunstbeurs Dutch Art Fair ’77 Amsterdam in Amsterdam.
 9 juliOpening groepstentoonstelling Peintres naïfs bij Nationaal Museum voor Moderne Kunst in Tokyo (tot 28 augustus; daarna andere musea in Japan).
197816 decemberOpening groepstentoonstelling winterexpositie van naïeven uit binnen- en buitenland bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 4 februari 1979).
197928 aprilOpening groepstentoonstelling Nederlandse naïeve kunst bij Slot Zeist in Zeist (tot 4 juni).
1980maartReis naar New York + deelname Galerie Hamer aan kunstbeurs Art Expo in New York.
198110 februariOpening groepstentoonstelling Acquisitions 1980 bij Collection de l’Art Brut in Lausanne (tot 24 mei).
 12 decemberOpening tentoonstelling Willem van Genk bij De Kunstzaal in Hengelo (tot 10 januari 1982).
19825 meiOpening tentoonstelling Tekeningen en schilderijen van Willem van Genk bij Erasmushuis in Utrecht (tot 4 juni).
 2-10 augustusReis naar Berlijn.
1983novemberReis naar Parijs.
30 decemberOpening groepstentoonstelling bij VARA-studio in Hilversum (tot 30 januari 1984).
1984juniReis naar Zwitserland (Yverdon, Lausanne) via Parijs.
8 juniOpening groepstentoonstelling bij Galerie de l’Hôtel de Ville in Yverdon-les-Bains (tot 29 juli).
20 juliOverlijden Nora Zalme-van Genk (68).
19853 meiOpening groepstentoonstelling Naïeven in de collectie van het Stedelijk bij Stedelijk Museum in Amsterdam (tot 17 juni).
 27 juliOpening groepstentoonstelling Naïeve kunst uit de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam bij Librije Hedendaagse Kunst in Zwolle.
 zomerGroepstentoonstelling zomerexpositie bij Galerie Hamer in Amsterdam.
198610 juniOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Collection de l’Art Brut in Lausanne (tot 26 oktober).
19877 februariOpening groepstentoonstelling contrasten bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 22 maart).
 13 juniOpening groepstentoonstelling In Another World, outsider art bij Ferens Art Gallery in Hull (tot 19 juli; daarna andere locaties in Groot-Brittannië).
 28 oktober – 3 novemberReis naar Brussel.
 28 oktoberOpening duo-tentoonstelling met Madge Gill bij Art en Marge in Brussel.
198823 februariOverlijden Agnes Bijmans-van Genk (67).
 29 aprilOpening groepstentoonstelling Outsiders bij Galerie Suzanne Zander in Keulen (tot 1 juni).
 Reis naar Barcelona.
 augustus – septemberReis naar Moskou.
 decemberOpening groepstentoonstelling Naïeve kunst bij Galerie Kadans in Den Haag.
19894 maartOpening groepstentoonstelling museum in zicht bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 8 april).
 8 juliOpening groepstentoonstelling Het speelse element bij Kunsthuis 13 in Velp (tot 3 september).
 25 novemberOpening groepstentoonstelling 20 jaar galerie hamer – deel II: “art brut” of “outsider art” bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 31 december).
 15 decemberOpening groepstentoonstelling Vijf x vijf bij Het kasteel van Rhoon in Rhoon (tot 28 januari 1990).
199021 septemberOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Musée de l’Art Brut L’Aracine in Neuilly-sur-Marne (tot 16 december).
 20 decemberOpening duo-tentoonstelling met Gorki Bollar bij Informatie Centrum voor Naïeve Kunst in Rotterdam (tot 25 februari 1991).
199129 februariOpening duo-tentoonstelling met Gorki Bollar bij Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb (tot 25 mei).
  Groepstentoonstelling Selection from the Collection bij Alpha Cubic International in Tokyo.
 5 septemberOpening groepstentoonstelling Passages dl. 3 bij Art en Marge in Brussel (tot 26 oktober).
 5 oktoberOpening tentoonstelling Willem van Genk bij Galerie d’Art Modeste in Parijs (tot 13 november).
 26 oktoberOpening groepstentoonstelling outsider art bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 30 november).
199214 maartOpening groepstentoonstelling Visies en visioenen. Naïeve kunst en outsider art bij Slot Zeist in Zeist (tot 3 mei).
 27 juniOpening groepstentoonstelling Naïeve en outsiderkunst bij Kunstgalerij in Lochem (tot 15 augustus).
 novemberReis naar Lissabon.
1993 Reis via Warschau, Moskou en Leningrad naar Helsinki, Stockholm en Göteborg.
 30 oktoberOpening groepstentoonstelling outsiders bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 28 november).
1994 Insita 4 in Bratislava.
1995septemberReis naar Noorwegen en Zweden.
 najaarGroepstentoonstelling outsiders bij Galerie Hamer in Amsterdam.
 26 novemberOverlijden Riet Roozenburg-van Genk (76).
19964 januariOpgenomen in psychiatrische kliniek Bloemendaal (drie maanden).
 24 oktoberOpgenomen in psychiatrische kliniek Bloemendaal (drie maanden).
 30 novemberOpening duo-tentoonstelling twintig jaar samenwerking met Gorki Bollar bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 19 januari 1997).
 16 novemberBegin curatele.
199710 februariOpgenomen in psychiatrische kliniek Bloemendaal (drie weken).
 14 aprilZiekenhuisopname vanwege beroerte (vijf weken).
 26 meiZiekenhuisopname vanwege uitdroging (vier dagen).
 19 juniOpening Insita 5 in Bratislava (tot 10 augustus) – Grand Prix.
 11 septemberReis naar Stockholm.
 ca. 15 septemberZiekenhuisopname vanwege beroerte.
 14 novemberOpening groepstentoonstelling Art Brut, collection de l’Aracine bij Château de Villeneuve in Vence (tot 28 februari 1998).
 6 decemberOpening tentoonstelling willem van genk bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 4 januari 1998) + presentatie Koning der Stations (Dick Walda).
1998juniDeelname Galerie Hamer aan Kunstrai in Amsterdam.
 zomerVerhuizing naar particulier verzorgingstehuis Huize Walcott (Thomsonplein 8, Den Haag).
 10 oktoberOpening tentoonstelling Willem van Genk: een getekende wereld bij museum De Stadshof in Zwolle (tot 4 maart 1999).
  Publicatie Willem van Genk. Een getekende wereld (Ans van Berkum e.a.).
199917 maartOpening tentoonstelling Willem van Genk. Een getekende wereld bij museum Charlotte Zander in Bönnigheim (tot 23 mei).
 2 juniOpening tentoonstelling Willem van Genk. Een getekende wereld bij Collection de l‘Art Brut in Lausanne (tot 19 september).
 augustusAn Remmerswaal neemt curatorschap over.
 6 novemberOpening tentoonstelling De wereld van Willem van Genk bij Artotheek Den Haag.
 26 novemberOpening groepstentoonstelling Gestoorde vorsten bij Museum Dr. Guislain in Gent (tot 31 mei 2000).
2000 Verhuizing naar particuliere verzorgingstehuis Roël (Van Aerssenstraat 8, Den Haag).
  Solo-presentatie door Collection de l’Art Brut bij Giza Art Space van Shiseido in Tokyo.
 19 meiOpening groepstentoonstelling Transport bij Galerie Atelier Herenplaats in Rotterdam (tot 16 juli).
 13 juliOprichting Stichting Willem van Genk.
 novemberSolo-presentatie tijdens Insita 6 in Bratislava.
200131 oktoberUitzending documentaire Ver van huis (Dick Walda en Jan Keja).
200228 septemberOpening duo-tentoonstelling willem van genk (1927) & siebe wiemer glastra (1910-1973) bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 2 november).
 11 decemberVerhuizing naar medisch verzorgingstehuis De Strijp (Strijpkade 32, Den Haag).
200512 meiOverlijden.
 18 meiBegrafenis.
  Tentoonstelling De wereld volgens Willem van Genk bij museum Het Dolhuys in Haarlem.
20064 meiOpening groepstentoonstelling Oltre la ragione bij Palazzo della Ragione in Bergamo (tot 2 juli).
200710 januariOpening groepstentoonstelling Beautés Insensées [= Oltre la ragione] bij Salle d’exposition du Quai Antoine 1er in Monaco (tot 25 februari).
 23 maartOpening groepstentoonstelling Under Control bij Werkplaats voor Beeldende Kunsten in Den Haag (tot 20 april).
 9 meiOverlijden Tiny van den Heuvel-van Genk (93).
200831 meiOpening groepstentoonstelling Heterotopia bij Deutsches Architekturmusem (DAM) in Frankfurt (tot 24 augustus).
201010 aprilOpening groepstentoonstelling hamer highlights bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 29 mei).
 15 meiOverlijden Jacqueline van Genk (91).
 25 septemberOpening groepstentoonstelling Habiter Poétiquement le Monde bij LaM in Lille (tot 10 januari 2011).
  Publicatie Willem van Genk bouwt zijn universum (Patrick Allegaert e.a.).
 19 novemberOpening tentoonstelling Willem van Genk bouwt zijn universum bij Casla in Almere (tot 26 februari 2011).
201422 maartOpening tentoonstelling willem van genk, een “museale” tentoonstelling bij Galerie Hamer in Amsterdam (tot 3 mei).
  Publicatie Willem van Genk. Kroniek van een samenwerking (Nico van der Endt).
 10 septemberOpening tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic bij Museum of American Folk Art in New York (tot 30 november).
20159 juniOpening groepstentoonstelling Essenties 1 bij museum Het Dolhuys in Haarlem (tot 13 september).
 13 juniOpening groepstentoonstelling Outsider art. Creativiteit buiten de kaders bij Gemeentemuseum in Den Haag (tot 4 oktober).
20165 maartOpening groepstentoonstelling Museum of Everything in museum Kunsthal in Rotterdam (tot 22 mei).
  Opening Willem van Genk-kamer bij museum Het Dolhuys in Haarlem.
2019meiPublicatie tweede, herziene druk Koning der Stations (Dick Walda).
 19 septemberOpening tentoonstelling Woest bij Outsider Art Museum in Amsterdam (tot 3 januari 2021).
  Publicatie Willem van Genk – Woest (Hans Looijen e.a.).
20215 maartOpening tentoonstelling Megalopolis bij La Collection de l’Art Brut in Lausanne (tot 27 juni).