Aanzet tot een catalogue raisonné (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk via de getoonde werken tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum. Het eerste deel is hier te vinden.

Frankfurt | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 81 x 160 cm | Sammlung Zander, Bönnigheim


WVG-0006

6 Tokyo . . . . . . . . 77 x 44 cm | 30 ½” x 17 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Tokio bij dag | ca 1960 | pencil on paper | 44 x 77 | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween.

Afbeelding: illustratie bij Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier” (Vrij Nederland, 4 april 1964).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0007

7 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 12 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram NZTM | ca 1959 | pencil on paper | 27,5 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 2015 aan een verzamelaar in Zwitserland. De tekening was te zien tijdens Woest (met als bijschrift ‘Laatste tram in Raadhuisstraat Amsterdam ca. 1959’) maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: foto’s tentoonstelling Woest (niet in catalogus).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0008

8 Frankfurt am Main . . . . . . . . 164 x 81 cm | 64 ½” x 31 ¾”

Willem van Genk (1976), p. 13
Frankfurt | Tekening | 160 x 81

Een getekende wereld (1998), p. 107
Frankfurt | ca 1955 | mixed media on paper | 81 x 160 cm | Museum Charlotte Zander Schloβ Bönnigheim, inv. nr. Genk 1

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1994 verkocht Galerie Hamer het voor DM 30.000 aan Charlotte Zander. [i] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 20-21.


WVG-0009

9 Köln . . . . . . . . 80 x 72 cm | 31 ½” x 28 ¼”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Keulen | ca 1960 | pencil on paper | 80 x 72 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.000, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Dom mit Rheinbrücke)”.

Afbeelding: catalogus Van Genk’s fantastische werkelijkheid, p. 13.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0010

10 Leipzig . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 14
Leipzig | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leipzig | ca 1955 | pencil on paper | 49,5 x 64,5 cm | Croatian Museum of Naive Art Zagreb, inv. nr. 1125

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1991 schonk Galerie Hamer het aan het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb. [ii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: zie hieronder.

Leipzig | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 49,5 x 64,5 cm | Croatian Museum of Naive Art, Zagreb


WVG-0011

11 Leipzig . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 16
Berlijn | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leipzig | ca 1955 | mixed media on paper | 49,5 x 64,5 cm | Arnulf Rainer Wenen

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. [iii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 18.


WVG-0012

12 Mockba . . . . . . . . 142 x 114 cm | 56” x 45”

Willem van Genk (1976), p. 16
Moskou | Tekening | 143 x 114

Een getekende wereld (1998), p. 107
Moskou (Kievstation) | 1958 | mixed media on paper | 119,5 x 151,5 cm | Instituut Collectie Nederland, inv. nr. K 89320

Woest (2019), p. 116
Kiev Station Moskou | ca. 1960 | balpen op papier | 69 x 184 cm | Bruikleen van het Rijksmuseum. Rijksmuseum. Overdracht van beheer van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973.

Afbeelding: Woest, pp. 116-117.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0013

13 Antwerpen . . . . . . . . 100 x 70 cm | 39 ½” x 27 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 107
Antwerpen Place de la Gare | ca 1958 | mixed media on paper | 100 x 70 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.500, waarna het uit zicht verdween.

Afbeelding: foto bij de brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne). Afgebeeld is het Koningin Astridplein in Antwerpen, dat tot 1935 het Place de la Gare/Statieplein heette.


WVG-0014

14 Amsterdam . . . . . . . . 51 x 67 cm | 20 ½” x 26 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Stationsplein | ca 1959 | pencil on paper | 51 x 67 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween. Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen en verkocht haar aan een particuliere verzamelaar. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: zie hieronder.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Amsterdam | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 67 x 51 cm | privé-collectie | Foto: Nico van der Endt


WVG-0015

15 Berlin . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 14
Berlijn | Tekening | 65 x 50

Een getekende wereld (1998), p. 107
Berlijn | 1958 | pencil on paper | 50 x 65 cm | Artist

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Na het overlijden van Van Genk in 2005 bleef het in bezit van Stichting Willem van Genk. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 110-111.


WVG-0016

16 Mockba . . . . . . . . 175 x 113 cm | 69” x 44 ½”

Woest (2019), p. 96
Panorama Moskou | voor 1964 | gemengde techniek op papier | 98 x 174,5 cm | Collectie Antoine de Galbert, Parijs

Het werk komt niet voor op de lijst Brattinga 1964, noch in de brieven van Alfred Schmela aan Brattinga uit 1964. Op een andere, ongedateerde lijst van Brattinga tekent hij bij dit werk aan: “vermist”. Het werk komt wel voor op een verzekeringspolis met werken van Van Genk die zich in de Amsterdamse woning van Brattinga bevinden, gedateerd 3 februari 1965. Op 3 mei 1973 bericht Brattinga aan zijn advocaat F.W. Grosheide dat dit werk “enkele weken geleden verkocht is […] voor een bedrag van fl. 5.000,-.” Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen bij een verzamelaar in Duitsland.

Afbeelding: Woest, pp. 96-97.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0017

17 Mockba . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Kiev station Moskou | ca 1960 | mixed media on paper | 65 x 53 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Bahnhof mit Lokomotiven)”.

Afbeelding: uitnodiging Van Genk’s phantastische Wirklichkeit.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0018

18 Mockba . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ¼”

Een getekende wereld (1998), p. 115
Tank | ca 1970 | pencil on paper | 40 x 30 cm | Arnulf Rainer Wenen

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk in eerste instantie via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht, voor DM 2.500. Alfred Schmela bericht hierover in een brief aan Brattinga, waar hij het werk aanduidt als “Russischer Panzer”. De koper ruilde het werk vervolgens om voor WVG-0014. Het was te zien tijdens de dubbeltentoonstelling met Afrikaanse kunst bij galerie De Ark in 1973-1974, maar ontbrak in de catalogus van De Ark uit 1976. Galerie Hamer verkocht het werk in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. [iv] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: uitnodiging Van Genk’s phantastische Wirklichkeit.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0019

19 Arnhem . . . . . . . . 68 x 45 cm | 26 ¾” x 17 ¾”

Willem van Genk (1976)p. 15
Arnhem | Tekening | 60 x 45

Een getekende wereld (1998), p. 107
Arnhem | ca 1955 | mixed media on paper | 91,5 x 167 cm | artist?

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Na vele omzwervingen belandde de (bijgeknipte) tekening in 2019 bij een particuliere verzamelaar, via Galerie Hamer. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: catalogus Willem van Genk, p. 15 (origineel); Walda, Koning der stations (2e druk), pp. 98-99 (bijgeknipt)

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0020

20 Den Haag . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976)p. 12 (onder)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram | ca 1959 | pencil on paper | 30 x 40 cm | artist

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973 en is in bezit van Galerie Hamer. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: achterzijde folder Galerie Hamer bij willem van genk, een “museale” tentoonstelling. Bijschrift: ‘rozengracht amsterdam (laatste rit blauwe tram), ca 1957, mixed media on paper, 27,5 x 39,2 cm, part. coll. nederland (foto kees maaswinkel)’

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 69 en 93.

[ii] Ibid., p. 67.

[iii] Ibid., p. 109.

[iv] Ibid.

Aanzet tot een catalogue raisonné

Detail Leningrad (ca. 1955; foto: Clemens Boon, Amsterdam)

Van 18 januari tot 18 maart 1964 was bij Steendrukkerij De Jong & Co in Hilversum de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid te zien. Zoals ik eerder schreef, zijn de meeste van de zevenentwintig daar getoonde werken thuis te brengen door de informatie uit de catalogus te combineren met de schaarse foto’s en filmbeelden die er van de expositie bestaan. Tijdens de tentoonstelling Willem van Genk – Megalopolis, van 4 maart tot 21 juni 2021 bij La Collection de l’Art Brut in Lausanne, is ook een aantal mij tot voor kort onbekende foto’s te zien van werken uit Hilversum die in 1964 en 1965 in Düsseldorf werden verkocht door Alfred Schmela. De foto’s bleken te horen bij een brief van de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Edy de Wilde, aan Jean Dubuffet. [i] De Wilde wilde Dubuffet attent maken op Van Genk, van wie hij via Schmela Metrostation Opéra had gekocht:

Je me permets de vous envoyer ci-joint quelques photos d’un artiste hollandais van Genk, qui pourraient vous intéresser. Je viens d’acquirir la station de metro parisienne que j’ai oublié vous montrer lors de votre visite. Il fait en general une large documentation sur les villes dont il fait les portraits. Sa documentation sur les villes qu’il n’a souvent jamais vues, va beaucoup plus loin que de simples cartes postales. Je serais heureux de connaître votre réaction. [ii]

Vanwege deze brief dacht de huidige directeur van La Collection de l’Art Brut, Sarah Lombardi, aanvankelijk dat haar voorganger Michel Thévoz het werk van Van Genk had ontdekt dankzij Dubuffet. [iii] Dit bleek onjuist: Dubuffet had niet veel in het werk gezien, waarna Thévoz in 1979 opnieuw was benaderd door Nico van der Endt. [iv]

Met de foto’s van De Wilde in Lausanne is de beelddocumentatie van de in Hilversum getoonde werken vrijwel compleet. Die verzameling van zevenentwintig tekeningen kan daardoor het begin vormen van een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk. Stapje voor stapje kan deze dan worden uitgebreid via de werken uit grotere (Stichting Collectie De Stadshof, La Collection de l’Art Brut, Stichting Willem van Genk) en kleinere collecties; de catalogus van De Ark uit 1976; de vroege tekeningen; en uiteindelijk het driedimensionale werk. Voor de bus-assemblages uit die laatste categorie dient dan wel eerste een goede standaardbeschrijving te worden opgesteld, die zou kunnen bestaan uit maten, lijnnummer, belangrijkste advertenties, tram/trolleybus en zo verder.

Eerst Hilversum. Enkele punten bij onderstaande lijst:

  • Willem van Genk (1976) = de catalogus bij de tentoonstelling die in 1976 te zien was bij Galerie De Ark in Boxtel. Zie hier en hier.
  • Een getekende wereld (1998) = het overzichtswerk van Ans van Berkum e.a. bij de gelijknamige tentoonstelling die in 1998 te zien was bij museum De Stadshof in Zwolle.
  • Woest (2019) = het overzichtswerk van Hans Looijen e.a. bij de gelijknamige tentoonstelling die in 2019-2020 te zien was bij het Outsider Art Museum in Amsterdam.
  • Lijst Brattinga 1964 = een lijst die Pieter Brattinga in december 1964 maakte van de werken die in Düsseldorf door Alfred Schmela waren verkocht.
  • Lijst Brattinga 1973 = een lijst met zeventien werken van Van Genk die Pieter Brattinga op 10 september 1973 stuurde aan Van Genks advocaat R.M. Schutte.

WVG-0001

1 Mockba . . . . . . . . 80 x 64 cm | 31 ½” x 25 ¼”

Willem van Genk (1976), p. 16
Moskou | Tekening | 80 x 64

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leningrad | 1955 | mixed media on paper | 72 x 91 cm | Janssen van der Vuurst Nijmegen

Woest (2019), p. 100
Leningrad | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 72 x 91 cm | Collectie Galerie Hamer, Amsterdam

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het werk in 1978 tijdens de tentoonstelling Winterexpositie van naïeven uit binnen- en buitenland voor fl. 4.000 aan een particuliere verzamelaar. Van der Endt zou het werk later weer terugkopen.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 46-47.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0002

2 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 11 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Raadhuisstraat | ca 1959 | pencil on paper | 30 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1997 of 1998 aan een Amsterdamse verzamelaar. Het maakt tegenwoordig deel uit van een particuliere collectie in Maastricht en was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 113.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0003

3 Tokyo . . . . . . . . 41 x 57 cm | 16 ¼” x 22 ½”

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 1.500, waarna het uit zicht verdween. De tekening wordt niet genoemd in Een getekende wereld.

Afbeelding: tentoonstellingsaffiche.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0004

4 Paris . . . . . . . . 162 x 71 cm | 63 ¾” x 28”

Willem van Genk (1976), p. 7
Metro | Bezit Stedelijk Museum Amsterdam

Een getekende wereld (1998), pp. 104-105, 109
Metrostation Opéra | 1964 | mixed media on paper | 67,5 x 160 cm | Stedelijk Museum Amsterdam, inv. nr. A 24243

Woest (2019), p. 66-69
Metrostation Opéra | 1964 | gemengde techniek op papier | 67,5 x 160 cm | Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk door Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 4.000. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Metro)”. Volgens het Stedelijk Museum kocht men dit werk in 1965 voor DM 4.500 van Schmela.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 104-105.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0005

5 Amsterdam . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 9
Amsterdam | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Prins Hendrikkade | ca 1955 | mixed media on paper | 65 x 53 cm | private collection

Woest (2019), p. 140
Prins Hendrikkade, Amsterdam | ca 1955 | tekening op papier | 53 x 65 cm | Collectie K. Kuperus, Naarden

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer toonde het werk tijdens de expositie Para-Naïeven, tussen waan en zin in 1976 en verkocht het namens Galerie De Ark in Boxtel.

Afbeelding: Woest, pp. 140-141.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[i] E-mail van Sarah Lombardi aan Jack van der Weide, 9 maart 2021. Lombardi schreef abusievelijk dat het Stedelijk Museum in 1966 ook het werk New Japan al had aangekocht, maar dat zou pas enkele jaren later gebeuren.

[ii] ‘Graag stuur ik u hierbij enkele foto’s van een Nederlandse kunstenaar, van Genk, die u wellicht interesseren. Ik heb zojuist het Parijse metrostation gekocht dat ik tijdens uw bezoek vergat te laten zien. Hij documenteert zich over het algemeen uitgebreid over de steden die hij portretteert. Zijn documentatie over steden die hij vaak nooit heeft gezien, gaat veel verder dan alleen ansichtkaarten. Ik hoor graag uw reactie.’ Brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne).

[iii] Lombardi, ‘Willem van Genk en de Collection de l’Art Brut’, p. 29.

[iv] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 3 maart 2021.  

Amsterdam (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over de collage Amsterdam. Het eerste deel is hier te vinden.

Amsterdam (catalogus Willem van Genk, Boxtel 1976). De rode lijn geeft aan tot waar de linkerkant later is bijgeknipt

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Teksten kunnen soms helpen om onderdelen van de collage thuis te brengen. Daarbij zijn drie categorieën te onderscheiden: teksten die horen bij een afgebeeld gebouw (GASTHOF VICTORIA HOTEL, VROOM & DREES […], DE BIJENKORF, KAPPER); teksten die waarschijnlijk ooit zijn toegevoegd aan de oorspronkelijke tekeningen (ZINGENDE TOREN, VERKADE KOEKEN, JA…. DE BIJENKORF HEEFT HET!”….. ); en teksten die aan de collage als geheel zijn toegevoegd. In die laatste categorie valt het centrale titelwoord AMSTERDAM, maar ook een aantal teksten in rood/oranje als tramways yesterday exit (bij de tram langs de Westerkerk) en BENELUX (in de tekening van de omgeving van het Muntplein). Dat laatste lijkt weer verband te houden met toevoegingen rondom de meeste tondo’s die te maken hebben met de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958: EXPO […] WORLDFAIR BRU […], EXPO 1958, BRUXELLES EXPO en zo verder. Tekstuele verwijzingen naar die tentoonstelling komen overigens op zowel de voor- als achterkanten van veel meer werken van Van Genk voor.

Sommige gebouwen of locaties werden door Van Genk vaker afgebeeld, ook op tekeningen die niet zijn opgenomen in de collage. Van de omgeving van het Weesperpoortstation, een  kopstation dat van 1843 tot 1939 in gebruik was, bestaat een separate tekening die te zien was tijdens de tentoonstelling Woest. Het station had een gietijzeren overkapping naar Brits ontwerp en was het vertrekpunt voor de spoorverbinding naar Utrecht en Arnhem. Een andere locatie die Van Genks aandacht had was de Haarlemmerpoort: de Stichting Willem van Genk bezit een tekening met vrijwel exact hetzelfde perspectief als dat op de tekening die werd gebruikt in de collage. Bovendien is er een opvallende overeenkomst met de ets Colonnade.

De omgeving van de Dam keert verschillende malen terug op Amsterdam, met tekeningen van het Koninklijk Paleis, de Nieuwe Kerk, de Bijenkorf en het Beurspoortje. De Dam wordt ook weergegeven op Drieluik Amsterdam, in een wijds perspectief van het Paleis tot aan de Damstraat. De hoek van de Dam met de Nieuwendijk is op het ‘drieluik’ vrijwel identiek aan de afbeelding rechts beneden op Amsterdam, inclusief het spandoek met de tekst DE BOEKENWEEK. Kunstenaar Marcel van Eeden schonk in 2014 aan Stichting Collectie De Stadshof een fotoboek dat hij bij een antiquariaat in Den Haag had gevonden, met Van Genk naamstempel plus het jaartal 1947: ‘Van Genk gebruikte zulke platenboeken voor zijn stadstaferelen.’ Als voorbeeld toont de website met het bericht het middendeel van Drieluik Amsterdam naast een foto van de Dam uit het boek. [1]

Detail Drieluik Amsterdam (middendeel)

De collage Amsterdam werd in 1976 getoond tijdens de tentoonstelling Willem van Genk in galerie De Ark in Boxtel. In de bijbehorende catalogus stond een foto van het werk die vrij korrelig was afgedrukt, waardoor details vrijwel niet te onderscheiden waren. Wel was er een drietal foto’s toegevoegd van individuele tekeningen. De collage mat volgens de catalogus 98 x 227 cm. Na 1976 verdween Amsterdam jarenlang uit zicht. In een lijst die Nico van der Endt in 2000 opstelde met nog te verkopen werken van Willem van Genk, staat onder het kopje NIET GELOKALISEERDE WERKEN onder meer “Amsterdam tekeningen collage”.

Van der Endt maakte geen melding van Amsterdam in de lopende tekst van zijn boek Kroniek van een samenwerking uit 2014. Wel staat er een afbeelding van de collage in het boek, met de vermelding dat deze in het bezit is van het Museum of Everything van James Brett en dat de maten nog maar 97 x 216 cm zijn. In vergelijking met de catalogusfoto uit 1976 mist het werk inderdaad een strook links, die dus ca. 11 cm breed en 97 cm lang zou zijn. Navraag leerde dat Van der Endt in 2013 Amsterdam namens Dick Walda had verkocht aan James Brett, minus de strook aan de linkerkant. [2] In 2016 was het werk te zien tijdens de tentoonstelling van het Museum of Everything in de Kunsthal in Rotterdam.

Vorig jaar kreeg ik een aantal van de foto’s toegestuurd die waren gebruikt in de catalogus van De Ark uit 1976. [3] Daaronder was ook de foto van Amsterdam, waarop nu duidelijker de verdwenen strook te onderscheiden viel. Te zien was dat de twee grote tekeningen aan de linkerkant (met respectievelijk het Beurspoortje en de Bijenkorf) verder doorliepen; dat de tekening daartussen ook veel groter was en het Damrak ter hoogte van het Beursplein afbeeldde; en dat in de tekening met de Bijenkorf nog een inzetstuk was geplaatst van een gebouw met veel ramen en een torentje. Enkele weken eerder was de tweede druk verschenen van Dick Walda’s boek over Willem van Genk Koning der stations. De twee fragmenten van Amsterdam die hij daarin afdrukte, bleken afkomstig uit de verdwenen strook. Het gebouw van het inzetstuk was het Paleis op de Dam [4]

Dick Walda liet recentelijk weten dat hij het werk rond 2000 van Jacqueline van Genk had gekregen, samen met het stadsgezicht Arnhem:

Ik kreeg – in het bijzijn van regisseur Jan Keja en curator Remmerswaal – een rol mee die onder haar bed had gelegen.
Terug in Amsterdam bleek het om twee werken van Willem te gaan:
Arnhem en Amsterdam.
Amsterdam was vrij groot en ik had geen plaats om het op te hangen.
De rol verdween naar de kelder en het is een wonder boven wonder dat de twee werken behouden zijn gebleven.

[…]

Toen ik in Amsterdam ruimer ging wonen heeft Amsterdam een tijdje in mijn werkkamer gehangen.
De tekening was er slecht aan toe en ik vroeg een papier-restaurateur om advies.
De randen waren in slechte staat en verfomfaaid.
De man (die nooit van Willem had gehoord) sneed de rafelranden van
Amsterdam af die ik cadeau deed aan Mattheus Engel, de fotograaf die Willem vele malen fotografeerde.
Een rondje later haalde Nico van der Endt er opnieuw een papier-restaurateur bij die ook zorgen had over de slechte staat van het werk dat hij uiteindelijk aanbood aan de Engelsman Brett, toentertijd een fanatiek verzamelaar van Willem’s werk.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik weinig affiniteit had met
Arnhem en Amsterdam, vooral door de deplorabele staat waarin de tekeningen verkeerden. [5]

Arnhem schonk Walda aan regisseur Jan Keja, met wie hij de documentaire Ver van huis had gemaakt. Het bezoek aan Jacqueline kreeg, enigszins verdicht, eveneens een plaats in de tweede druk van Koning der stations. [6]


NOTEN

[1] Het bericht is hier te vinden.

[2] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 9 november 2020.

[3] Met dank aan mw. A. Heesen-Gennissen.

[4] De fragmenten zijn te zien op p. 140 en p. 150.

[5] E-mail van Dick Walda aan Jack van der Weide, 11 november 2020.

[6] Cf. pp. 53-56.

Amsterdam

Amsterdam | ca. 1967 | gemengde techniek op papier | 97 x 216 cm | Museum of Everything, Londen

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 kregen vijf tekeningen in de catalogus de titel “Amsterdam”. Drie keer betrof het impressies van het afscheid van de (Noord-Hollandse) Blauwe Tram, twee keer een stadsgezicht met in de verte het centraal station. Amsterdam lijkt een grote aantrekkingskracht op de Hagenaar Van Genk te hebben uitgeoefend, gezien de hoeveelheid werken die hij aan de stad wijdde. Opvallend vaak maakt het centraal station deel uit van de voorstelling, geheel of gedeeltelijk. Zo bezit Stichting Collectie De Stadshof onder meer de collage Centraal Station Amsterdam en Stichting Willem van Genk Drieluik Amsterdam en een historisch gezicht op het station vanaf de linkerkant, met op de voorgrond een haventafereel. [1] Een tekening getiteld Amsterdam Centraal Station, afgebeeld in Een getekende wereld (1998) en daar gedateerd ‘ca. 1959’, verdween begin deze eeuw uit zicht en was tot voor kort in handen van een Amerikaanse collectioneur die er in 2019 € 125.000,- voor vroeg. [2]

Net als in het geval van Den Haag verwerkte Van Genk een groot aantal vroege tekeningen van Amsterdam in een collage. Werd dit voor Den Haag Bouwend ’s Gravenhage (naar een prominente, centraal geplaatste test), voor Amsterdam was het resultaat Amsterdam (idem). Opnieuw werden de tekeningen soms verknipt of op een andere manier bewerkt. Een poging tot datering brengt de inmiddels bekende problemen met zich mee: de oorspronkelijke tekeningen stammen grofweg uit de periode 1945-1960, de collage als zodanig zal in de tweede helft van de jaren zestig zijn ontstaan. Nico Van der Endt dateert het werk ‘ca. 1950-1975’, maar dat laatste jaartal lijkt te laat. [3]

Amsterdam heeft een oppervlakte van iets meer dan twee vierkante meter waarop zo’n zestig afbeeldingen te zien zijn die sterk variëren in omvang. Ook in die opzichten is de collage daarmee te vergelijken met Bouwend ’s Gravenhage. Wel lijkt dat laatste werk iets evenwichtiger opgebouwd, door de plaatsing van de tekeningen maar ook door een zekere herhaling van bepaalde afbeeldingen (Binnenhof, Vredespaleis, Stadhuis). Het procedé om fragmenten van gebruikte tekeningen elders in het werk te plaatsen, ontbreekt in Amsterdam. Anders dan in Bouwend ’s Gravenhage zijn daarentegen in Amsterdam de verschillende onderdelen van de collage steeds rood of oranje omrand en is een aantal kleinere fragmenten monochroom in rood uitgevoerd. [4] Het is mogelijk dat deze rode fragmenten alle afkomstig zijn uit één grote tekening, maar hiervoor zijn geen verdere aanwijzingen – afgezien van twee fragmenten linksonder die aan elkaar passen.

Meest opvallend in het rechterdeel van Amsterdam is een grote tekening aan de onderkant, waarop afgebeeld een bocht in de Amstel ter hoogte van het Martin Luther Kingpark, voorheen het Amstelpark. Beperken we ons tot de grotere tekeningen in dit rechterdeel, dan zien we in de strook boven de Amsteltekening van links naar rechts het voormalige Weesperpoortstation, de Haarlemmerpoort en de omgeving van het Muntplein. Daar weer boven zijn afgebeeld het Amstelhotel, de Sint-Nicolaaskerk, het centraal station (achter- en voorzijde) en de toren van de Oude Kerk. Helemaal rechts zijn van boven naar beneden te zien de Oudezijdsvoorburgwal vanaf de Armbrug, de Zuiderkerk vanaf Staalmeestersbrug en de hoek van de Dam met de Nieuwendijk.

De Haarlemmerpoort in Amsterdam – links: detail Amsterdam; rechts: tekening uit de collectie van Stichting Willem van Genk

Het linkerdeel van Amsterdam is iets gefragmenteerder en de verschillende onderdelen zijn minder scherp afgesneden. Boven het midden is een tekening geplaatst van de Dam omstreeks 1900: zowel de oude Beurs van Zocher als de toren van de Beurs van Berlage zijn te onderscheiden. Daaronder is vier keer het 12-verdiepingenhuis van J.F. Staal aan het Victorieplein te zien. In het midden is het Paleis op de Dam afgebeeld. De verticale strook helemaal links toont aan de bovenkant het in 1912 gesloopte Beurspoortje, dat vanaf het Rokin toegang gaf tot de Dam en herinnerde aan het vroegere Beursgebouw van Hendrick de Keyser. Aan de onderkant is de hoofdingang van de Bijenkorf te zien.

Kleinere afbeeldingen zijn er in feite in drie soorten: de genoemde rood-monochrome tekeningfragmenten, tondo’s en overige inzetstukken. De negen rode fragmenten zijn relatief klein, waardoor de afbeelding vaak moeilijk thuis te brengen is. Linksboven is het gebouw van de Engels Hervormde Kerk aan het Begijnhof te zien; meer naar rechts, overlappend met de tekening van de historische Dam, is de toren van de Zuiderkerk afgebeeld. In de grote Amsteltekening is in het water een rood fragment geplaatst met eenzelfde voorstelling.

Ook de meeste afbeeldingen in de tondo’s zijn lastig te duiden. De tondo boven de historische Dam-tekening toont een deel van een stadsplattegrond van Amsterdam, geknipt uit een grotere tekening waarvan het overgebleven deel te zien was in een van de vitrines van de tentoonstelling Woest. Dat laatste geldt voor nog drie andere tondo’s, waarvan echter de voorstelling onduidelijk is. De tondo tussen de vier afbeeldingen van het 12-verdiepingenhuis toont de niet meer bestaande Maria Magdalenakerk van Pierre Cuijpers aan de Spaarndammerstraat. Dat de kerk in 1965 werd afgebroken, zal Van Genk alleen maar hebben gevoed in zijn gevoelens van onmacht waar het om de afbraak van historische gebouwen ging.

Blijven over zo’n twintig inzetstukken van uiteenlopende omvang, die in sommige gevallen zelfstandige tekeningen zouden kunnen zijn geweest maar in andere gevallen overduidelijk uit- of afsneden zijn. De voorstellingen zijn in een aantal gevallen thuis te brengen, waarbij soms sprake lijkt van associaties, geografisch of anderszins. Zo staan tegen de bovenrand links, boven de historische damtekening, afbeeldingen van het oude Hoofdpostkantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal, het Victoria Hotel aan het begin van het Damrak en de Mozes en Aäronstraat die tussen het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk loopt – locaties die min of meer bij elkaar in de buurt liggen. Het fragment rechtsonder, met een detail van de voorgevel van de Bijenkorf, past daar ook bij maar een aangrenzend inzetstuk met een tram die langs de Westerkerk rijdt, lijkt hier weinig mee te maken te hebben. De twee grote inzetstukken boven de Amsteltekening stellen mogelijk het afscheid van de Blauwe Tram in de Raadhuisstraat (links) en de kruising Reguliersgracht/Keizersgracht voor.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Drieluik Amsterdam stond op 19 september 2019 prominent afgedrukt in de bijlage van Het Parool over de tentoonstelling Woest.

[2] Mededeling Ans van Berkum, 5 februari 2019. De tekening (60 x 40 cm) staat in Een getekende wereld afgebeeld op p. 113.

[3] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 54. In Een getekende wereld krijgt de collage de datering ‘ca 1959’ (p. 107).

[4] In Willem van Genk bouwt zijn universum zijn op p. 1 en p. 7 voorbeelden te zien van monochrome tekeningen in rood.

Bovenbuurman

Ravenna | 1964 | gemengde techniek op hardboard | 31 x 40 cm | particuliere collectie| foto: Galerie Hamer, Amsterdam

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Nico van der Endt over het jaar 1996: ‘Ondertussen telefoon van Dick Heesen, mijn voorganger inzake Willem met de vraag of ik belangstelling heb een aantal schilderijen en etsen te verkopen die hij – enigszins tot mijn verrassing – indertijd als betaling voor onkosten heeft verkregen. Het gaat om de werken Schwebebahn Wuppertal, Station Berlin-Ost, Colonnade St. Pieter, de kleine tekening Raadhuisstraat en Zelfportret in de Ark.’ [1] Alle  genoemde werken belandden bij particuliere verzamelaars en in 1998 werden ze getoond tijdens de grote tentoonstelling in museum De Stadshof in Zwolle. Ook werden ze afgebeeld in Een getekende wereld.

Vier van de vijf werken bleven in beeld en waren opnieuw te zien tijdens de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum. [2] ‘De kleine tekening Raadhuisstraat’ (een van de vier werken die Van Genk maakte naar aanleiding van de laatste rit van de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Zandvoort op 31 augustus 1957) was terechtgekomen bij een verzamelaar die boven Galerie Hamer woonde en daar met grote regelmaat werken aanschafte. In 1999 kocht hij ook nog ‘twee kleinere werken’ van Van Genk, Dom van Ravenna en Smolny Kathedraal. [3] Hij overleed enkele jaren later, zijn verzameling kwam terecht bij enkele familieleden. De verblijfplaats van de werken van Van Genk kon door de organisatie van Woest niet meer worden achterhaald. [4]

Schwebebahn Wuppertal en Colonnade St. Pieter waren in respectievelijk 1996 en 1997 verkocht aan verzamelaar Jan Vellekoop uit Vlaardingen, die de werken regelmatig uitleende voor kleinere of grotere tentoonstellingen en wiens belangstelling voor Van Genk groot was en bleef. [5] In juli 2020 nam Vellekoop zich voor de werken van ‘de bovenbuurman van Hamer’ op te sporen en al na enkele dagen had hij ze getraceerd. De eigenaar bleek naast de drie schilderijen ook nog drie etsen van Van Genk te bezitten – Silja Line, Colonnade en Minsk – en nodigde ons (Jan Vellekoop en ondergetekende) uit om de werken te komen bezichtigen, hetgeen we begin augustus deden.

Raadhuisstraat (Amsterdam) kwam eerder ter sprake in de post over de Blauwe Tram: het is een kleine tekening die in 1964 al te zien was tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in Hilversum. De afbeelding toont twee gevelrijen met ervoor rijen mensen die onder toezicht van de politie staan te wachten op de laatste Blauwe Tram, waarvan in de verte de koplampen te zien zijn. Het gaat duidelijk om een avond- of nachtscène, de straatlantaarns branden; ook de donkerrode lucht, die contrasteert met de zwart-witte huizen, moet in die context worden geïnterpreteerd. Opvallend is het zeer nadrukkelijke verdwijnpunt, waar de tram staat en waar de gevelrijen, de avondhemel en vooral de tramrails naartoe wijzen. Het werk is rechtsonder tweemaal gesigneerd. Op de achterkant staat, niet in het handschrift van Van Genk, ‘Einde blauwe tram Amsterdam in 1957’.

Detail Raadhuisstraat (Amsterdam)

Smolny Kathedraal is een werk dat Van Genk in zijn woning op de ombouw van zijn opklapbed had staan. Het komt bovendien niet voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, hetgeen erop duidt dat het voor de kunstenaar een speciale betekenis had – of dat hij het niet goed genoeg achtte om te worden tentoongesteld. Te zien is de kathedraal uit de titel, achter een hek en met eromheen enkele bomen en andere gebouwen. Om de afbeelding is een bruine rand getekend, waarop versieringen zijn aangebracht – de golvende lijntjes en punten die zullen terugkeren op de rood/gele stroken van latere schilderijen. Het werk is rechtsonder gesigneerd, met in de signatuur het jaartal 1964. Rechtsonder zijn twee ijs-etende meisjes getekend met behulp van sjablonen. Dit vertoont overeenkomsten met de techniek die de Amerikaanse kunstenaar Henry Darger hanteerde voor het weergeven van de vele meisjes in zijn beeldend werk. De oranje contouren om de twee figuurtjes lijken later te zijn toegevoegd.

Detail Smolny Kathedraal

De achterkant van Smolny Kathedraal werd door Van Genk uitgebreid beplakt, betekend en beschreven, uiteraard vooral met verwijzingen naar de USSR – onder meer is prominent het woord ЛЕНИНГРАД (Leningrad) te lezen. Het geheel lijkt enigszins op de achterkant van Metrostation Moskou, eveneens uit 1964, vanwege de grote hoeveelheid contourtekeningen van profielen en maskerachtige tronies. [6] Er lijkt voor Van Genk een connectie te hebben bestaan tussen dergelijke contourtekeningen en het communisme, aangezien ze ook voorkomen op bijvoorbeeld 50 jaar USSR en Het waarheidsfestival.

Dom van Ravenna stond eveneens op de ombouw van het opklapbed van Van Genk en kwam evenmin voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, maar was wel te zien tijdens de tentoonstelling Zondagsschilders II (1967) in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Afgebeeld is niet de barokke domkerk in Ravenna, maar de Byzantijnse basiliek San Vitale in die stad. Uit de basiliek komt een mensenstroom die het midden lijkt te houden tussen een processie – er wordt een spandoek meegedragen met de tekst CHRISTUS VINCIT – en een bruiloftsstoet. Tientallen nonnen met kaarsen sluiten zich vanaf links en rechts bij de mensenzee aan. Op de voorgrond maakt een fotograaf foto’s, rechtsonder staat een koets. Links en rechts in beeld staan bomen, rechts zijn op de achtergrond ook nog enkele andere gebouwen te zien met op een zijgevel een reclame voor MARTINI. De achterkant van Ravenna (een betere titel) was eveneens beschreven en beplakt, maar Van Genk leek het oppervlakte eerst als palet te hebben gebruikt.

Ravenna (achterkant)


NOTEN

[1] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.

[2] Zelfportret in De Ark maakte inmiddels deel uit van de collectie van het Museum of Everything van James Brett en werd in de zomer van 2020 al weer teruggehaald.

[3] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 117. Smolny Kathedraal staat afgebeeld op p. 73, onder de titel Smolny Kathedraaal, Leningrad. Volgens een toeristische website gaat het bij deze kathedraal om ‘één van de mooiste gebouwen van Sint-Petersburg’.

[4] De verzamelaar schafte van Van Genk ook nog een trolleybus-assemblage aan – om precies te zijn de bus die staat afgebeeld op pagina 35 van Een getekende wereld. De bus wordt daar ten onrechte gerekend tot de collectie van De Stadshof.

[5] In 2012 verscheen in het tijdschrift Out of Art een interview met Jan Vellekoop, waarin hij vertelt over ‘zijn fascinatie voor het werk van Willem van Genk’. Het interview is hier te lezen.

[6] De achterkant van Metrostation Moskou is afgedrukt in de catalogus van de tentoonstelling Woest, pp. 74-75. Het werk krijgt daar abusievelijk de datering 1966.

Japan (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over Japan in het werk van Willem van Genk. Het eerste deel is hier te vinden.

Internazionale

Internationale | ca. 1967 | gemengde techniek op papier | 98 x 174,5 cm | Alpha Cubic International, Japan

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

De naam BRATTINGA keert terug in de rechtermarge van een ander werk over Tokio van Van Genk, Station Tokyo. Het betreft opnieuw een tekening van het hoofdstation in de Japanse hoofdstad, waarbij Van Genk het gebouw enigszins vervormd heeft weergegeven. Het werk houdt het midden tussen stadsgezicht en een collage. Centraal staat de afbeelding van het stationsgebouw, met daaromheen enkele brede randen waarin kleinere tekeningen zijn opgenomen. Aan de bovenkant is een afbeelding van Amsterdam Centraal Station aangebracht, waarmee Van Genk de overeenkomsten tussen de beide stationsgebouwen benadrukt. Veel andere tekeningen in de rand hebben juist geen stedelijk karakter en zouden gemaakt kunnen zijn onder invloed van de Japan-tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.

Internationale is een collage die eveneens Japan tot onderwerp heeft. De verschillende tekeningen zijn opvallend recht in het werk geplaatst, een uitzondering bij de collages van Van Genk. De middelste afbeelding bevat onder meer een atoomwolk met het woord HIROSHIMA en lijkt geïnspireerd door het Japan-boek uit het interview met Bibeb, waarin ‘Japanse kersebloesem, vogels, enz. worden gesteld tegenover mannen met zwaarden die hoofden afhakken, tanks, martelingen en de atoombom.’ [1] De tekening links van het midden laat de serene kant van Japan zien, met een landschap met pagodes, bomen en een gele zon. [2] Een rode zon is het middelpunt van een clustertje afbeeldingen daaronder, dat eveneens bestaat uit meer verstilde afbeeldingen. Die vormen een contrast met de grote tekening daarnaast van een 1 mei-optocht, met vele borden en spandoeken met Japanse karakters en als onderschrift in cyrillisch schrift ИНТЕРНАЧИОНАЛ.

Iets minder exclusief gericht op Japan lijkt een collage van rond dezelfde tijd, Glimpses of Asia. De titel (die ook prominent op het werk zelf staat) wekt het vermoeden dat het werk op meer landen in Azië betrekking heeft, maar het is moeilijk om afbeeldingen te vinden die níet met Japan te maken hebben. Een groot deel van de opschriften onderstreept dit: JAPAN TRADE FAIR, TOKYO, KYOTO. De verschillende afbeeldingen laten verbanden zien met zowel New Japan als Internationale, zij het dat traditionele elementen (landschappen, pagodes, bloemen, bomen, een Boeddhabeeld) overheersen. Over het hele werk is de Japanse berg Fuji geschilderd, met erboven een zonnewiel.

059 Detail Airports II

Detail Airports II – Japan Airlines (ca. 1969)

Eind jaren zestig maakt Van Genk een drietal werken op board die geïnspireerd waren op vliegen en vliegvelden. Een van de drie is Airports II – Japan Airlines, ook bekend als Arthur Hailey Airport 1. Hier lijkt de titel eveneens niet helemaal de lading van de afbeeldingen te dekken: er zijn Japanse elementen in het werk aanwijsbaar – met name het vliegtuig van Japan Airlines, midden onder – maar die zijn bepaald niet in de meerderheid. Het tondo met tekst in het vak rechtsonder bevat de duidelijkste connectie met Japan: tegen een achtergrond van een kaart van Japan, overdekt door een spinnenweb, staat een uiteenzetting over een VERHAAL DAT ZICH AFSPEELT AAN DE ZELFKANT VAN HET LEVEN IN EEN GROTE JAPANSE STAD. Het blijkt de kafttekst te zijn van de roman Nihon Sanmon Opera (1959) van de Japanse schrijver Takeshi Kaikō, gebaseerd op Die Dreigroschenoper van Bertold Brecht.

Vier van de zeven Japan-werken van Van Genk stonden in 1976 in de catalogus van de overzichtstentoonstelling bij galerie De Ark van Dick Heesen. [3] De twee Hilversumse Tokio-tekeningen ontbraken uiteraard, evenals Tokyo Station. New Japan werd weliswaar nog afgebeeld maar was op dat moment al verkocht voor fl. 8.000 aan het Stedelijk Museum in Amsterdam. [4] In een brief aan Heesen uit het voorjaar 1975 schreef Van Genk: «NEW JAPAN» zulke imperialistische landen zie ik niet meer terug komen (Er is wel een gelijknamig jaarboek v.d. ambassade wat niet in de handel is), met boven NEW JAPAN de toevoeging (ASD stedelijk) en erachter een omgekeerde swastika. In dezelfde brief ging Van Genk in op het verschil tussen zijn stadsgezichten en de collages, waarmee hij echter met name duidde op de olieverfschilderijen met dat woord in de titel (Collage ‘70 etc.). [5]

Rond 1970 leek de houding van Van Genk ten opzichte van Japan te zijn veranderd. Het land was niet meer het onderwerp van afzonderlijke werken en ook verwijzingen waren er nog maar sporadisch. In Kollage van de haat (1971) is in het middenpaneel, links van de man met het pistool, een optocht met Sovjet-vlaggen afgebeeld met daartussen een spandoek met de tekst DOWN WITH JAPANESE IMPERIALISM. Aan de rechterkant van de schietende man klinkt de reclamekreet GEBRUIK JAPANLAK. Het is een combinatie waar ik eerder al op wees met betrekking tot Zelfportret – zwakzinnigennazorg: Japan als verfoeilijk kapitalistisch dan wel imperialistisch land dat tegelijkertijd het materiaal levert waarmee de kunstenaar werkt.

Tokyo Station werd in 1985 door Galerie Hamer verkocht aan de Collection de l’Art Brut in Lausanne voor ongeveer fl. 3.000. [6] Zes jaar later verruilden twee andere Japan-werken van eigenaar, waarbij de prijzen aanzienlijk waren gestegen:

Via Monika Kinley uit Engeland komt het verzoek van een Japanse firma met een prestigieuze collectie outsiderkunst om een tweetal werken te mogen aankopen, die daarna in een expositie getoond zullen worden. Na verder overleg met Monika Kinley wordt besloten tot verkoop over te gaan van de werken Glimpses of Asia (97,5 x 180 cm) en Internationale (98 x 174,5 cm) voor de prijs van fl. 30.000 (ca. 14.000 euro) elk. [7]

De twee werken werden getoond tijdens de groepstentoonstelling Selection from the Collection bij de galerie van het modehuis Alpha Cubic in Tokio. Daarmee kreeg Van Genk enkele decennia na de breuk met Brattinga dan toch de gewenste aandacht in Japan. Voor de tentoonstelling Woest werd in 2018 en 2019 tevergeefs geprobeerd om de twee werken weer op te sporen, nadat de eigenaar van Alpha Cubic was overleden.

Bij een bezoek dat Nico van der Endt rond 2000 aan Willem van Genk bracht in een van de pensions waar deze zijn laatste levensjaren sleet, kreeg hij bij wijze van uitzondering een cadeau van de kunstenaar: een boekje op A5-formaat, met op het groene omslag in witte verf het woord JAPAN. Het ging om een werkstuk over Japan voor de Handelshogeschool in Rotterdam uit 1915/16, dat Van Genk ooit had gevonden en dat hij had bewerkt met aantekeningen, versieringen, literatuurlijsten en extra pagina’s. Brattinga figureerde prominent – al op de eerste pagina schreef Van Genk, boven de persoonlijke gegevens van de oorspronkelijke eigenaar: Japankenner bij uitstek: Pieter Brattinga, gevolgd door diens adres. Ernaast stond het bekende stempel met W.F.A.M. v. Genk Den Haag, met in het midden toegevoegd in groene balpen BRAGAH.

Japan NvdE 1.2 - 1.3

Japan NvdE 31-32

Pagina’s uit het Japan-boekje dat Van Genk schonk aan Nico van der Endt

Het boekje levert veel informatie over een periode in het werk van Van Genk (ruwweg: 1958-1968), niet alleen voor wat betreft Japan maar ook in meer brede zin. De schetsen en versieringen in potlood en pen tonen vaak bloemen, bomen, landschappen, tempels en pagodes, maar er zijn ook fabrieken, elektriciteitsmasten en schepen te onderscheiden. De teksten geven aan wat Van Genk bezig hield, waar hij inspiratie vandaan haalde en vooral welke bronnen hij raadpleegde. Er zijn toevoegingen die duidelijk van later datum zijn, te herkennen aan een chaotischer handschrift en een andere balpen. Ze versterken de indruk dat Van Genk zich met het vorderen der jaren directer en meer intuïtief ging uiten. Decennia later mocht Van der Endt het boekje hebben omdat, aldus de kunstenaar, Japan had ‘afgedaan’. [8]


NOTEN

[1] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 123.

[2] Een pagode kan behalve Japans ook Chinees, Koreaans of anderszins zijn. De pagode die Van Genk afbeeldde op London (ca. 1965) was die in het Londense park Kew Gardens.

[3] De afbeelding van Airports II – Japan Airlines in de catalogus (p. 52) laat zien dat Van Genk ná 1976 nog een aantal elementen aan het werk toevoegde, zoals het opschrift SOVIET SPACE RESEARCH ’78.

[4] Prijs volgens een lijst die Dick Heesen in 1976 aan Nico van der Endt gaf. Het Stedelijk Museum had in 1965 via de galerie van Alfred Schmela al het werk Metrostation Opéra aangekocht voor DM 4.000.

[5] Brief van Willem van Genk aan Dick Heesen, 23 april 1975 (archief Jack van der Weide). Het jaarboek waarop Van Genk duidt is mogelijk de publicatie New Japan van krantenuitgever Mainichi, die in de jaren vijftig en zestig jaarlijks verscheen.

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 51. Van der Endt noemt het werk Kyoto.

[7] Ibid., pp. 67-69.

[8] ‘Inderdaad verbaasde het mij ook dat ik het mocht hebben, maar hij was al wat onverschilliger geworden. Het gebeurde in het tweede pension. […] Het werkstuk zal hij ergens uit een vuilnisbak hebben gevist of op de rommelmarkt gevonden.’ (E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 13 juli 2020)

Blauwe Tram

057 Victoria Station

Bahnhöfe van weleer | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 72 x 222 cm | LaM, Villeneuve d’Ascq | foto: Ans van Berkum

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Er zijn binnen het oeuvre van Willem van Genk verschillende werken die door een auteur of tentoonstellingsmaker de woorden “blauwe tram” in hun titel krijgen. Volgens Wikipedia gaat het daarbij om ‘de verzamelnaam voor de trams die tussen 1881 en 1961 in het gebied tussen Scheveningen, Den Haag, Leiden, Katwijk, Noordwijk, Haarlem, Zandvoort, Amsterdam, Purmerend, Edam en Volendam reden. De trams hadden vanaf 1924 een donkerblauwe kleur.’ [1] De nadruk ligt bij Van Genk meestal op het opheffen van een tramlijn en de bijbehorende laatste rit, waarin de fascinatie voor vervoersmiddelen wordt gecombineerd met het thema van afscheid en verval. Iets vergelijkbaars zien we bij de zeppelin, die bij Van Genk echter ook is verbonden met de angst voor overweldiging. Daarentegen kent het afscheid van de Blauwe Tram tevens een positief aspect, dat soms zelfs tot uitdrukking komt in het afbeelden van lachende personen – uitzonderlijk binnen het werk van Van Genk.

Als zo vaak heeft ook de Blauwe Tram een duidelijke biografische achtergrond. Jozef van Genk en zijn gezin verhuisden volgens het Haags gemeentearchief op 19 juni 1925 vanuit Den Haag naar Voorburg, met als adres Van Heurnstraat 87. Jan Vellekoop vond in het Bedrijvenregister Zuid-Holland dat ‘Van Genk’s Fruithandel’ van 1 september 1925 tot januari 1933 was gevestigd aan de Van de Wateringelaan 25 in Voorburg. Volgens ditzelfde register was dit ook het woonadres van de eigenaar, maar de woning (die nog bestaat) lijkt tamelijk klein te zijn voor een gezin met tien kinderen. Hoe dit ook zij, vlakbij diezelfde Van de Wateringelaan lag een halte van de tramlijn tussen Leiden en Scheveningen die deel uitmaakte van het net van de Blauwe Tram.

057 Laatste blauwe tram

Laatste blauwe tram | 1958 | gemengde techniek op karton | ca. 40 x 55 cm | particuliere collectie, Den Haag

De duidelijkste verwijzing naar de Blauwe Tram in het algemeen en het lijndeel Den Haag – Voorburg in het bijzonder, is het werk Laatste blauwe tram (1958). Te zien is een met slingers versierde tram met als bestemming VOORBURG, vol veelal lachende en zwaaiende mensen en omgeven door toeschouwers en enkele fotografen. Het kleurenpalet en de verlichting op de tram maken duidelijk dat het avond of nacht is. Van Genk voegt in grote letters teksten toe die benadrukken wat hier is afgebeeld: N.Z.H. (10 MEI 1958) LAATSTE BLAUWE TRAM en ZATERDAGNACHT den HAAG VOORBURG. [2]

Inderdaad reed op zaterdag 10 mei 1958 de Blauwe Tram onder grote publieke belangstelling voor de laatste keer tussen Den Haag en Voorburg. Veel kranten deden verslag van die nachtelijke rit. Het Algemeen Dagblad toonde een foto van de mensenmassa rond de tram, met een korte tekst: ‘De trouwe passagiers van de Blauwe tram tussen Den Daag en Voorburg moesten en zouden zaterdagavond de laatste rit van hun geliefd vervoermiddel meemaken. Geen plaats meer binnen? Niet erg; op de treeplanken en op het dak kon ook. Hier zien we hoe Hagenaars de rijtuigen met bloemen versieren, voordat de historische tocht begon.’ [3] Andere kranten hadden vergelijkbare foto’s en berichten. De foto bij een uitgebreid verslag in Het vaderland laat zien dat de afbeelding van Van Genk tamelijk waarheidsgetrouw was.

19580512 Het vaderland 002

‘Het is een spontaan maar uitbundig feest zonder wanklanken geworden, dat afscheid van de blauwe tram der N.Z.H.V.M., die sinds gisteren niet meer rijdt op het traject Voorburg – Den Haag’ (Het vaderland, 12 mei 1958)

Een jaar eerder, op 31 augustus 1957, was op het traject Amsterdam – Zandvoort al afscheid genomen van de Blauwe Tram. Op die rit had Van Genk maar liefst vier werken gebaseerd. Deze waren in 1964 te zien geweest op de tentoonstelling in Hilversum, onder de titels Amsterdam en (waarschijnlijk) Den Haag. [4] In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 staan de werken afgebeeld op twee achtereenvolgende pagina’s, steeds met de titel Amsterdam. In de catalogus van De Stadshof uit 1998 kregen ze de titels Amsterdam laatste blauwe tram, Amsterdam laatste blauwe tram NZTM (2x) en Raadhuisstraat. [5] Een van de tekeningen raakte spoorloos, twee werden er door Nico van der Endt verkocht aan particuliere verzamelaars, de vierde bleef in het bezit van galerie Hamer.  Tijdens de tentoonstelling Woest was een van de werken te zien onder de titel Laatste tram in Raadhuisstraat Amsterdam .

057 Amsterdammertjes

Viermaal: Amsterdam | ca. 1958 | gemengde techniek op papier | elk ca. 30 x 40 cm | particuliere collectie (linksboven) /  onbekend (linksonder) / particuliere collectie (rechtsboven) / coll. Galerie Hamer, Amsterdam (rechtsonder).

Hoezeer de Noord-Hollandse Blauwe Tram van invloed is geweest op van Van Genk blijkt niet alleen uit de hier genoemde werken, maar ook uit de vormgeving van een historisch tegeltableau van de Electrische Spoorweg-Maatschappij waarvan Nico van der Endt mij enkele jaren geleden een foto liet zien. [6] Afgebeeld is het traject van de tram waarin vijf tondo’s zijn getekend van de verschillende halteplaatsen. Links van de gestileerde route staat een tram van de ESM, rechts en erboven afbeeldingen van Amsterdam, Zandvoort en Haarlem. In grote letters worden de exploitant en de belangrijkste plaatsnamen vermeld, daarnaast zijn er andere aanduidingen in kleinere lettertypes. De overeenkomsten tussen het collageachtige tableau en sommige vroege werken van Van Genk, met name Geldersche Tramwegen (ca. 1955), zijn opmerkelijk.

057 ESM

Tegeltableau, ca. 1910. Foto: Stefan de Groot

In zijn boek Kroniek van een samenwerking vermeldt Nico van der Endt bij het jaar 1987 dat hij aan Madeleine Lommel van het museum L’Aracine in Neully-sur-Marne voor fl. 6.000,- een werk verkoopt getiteld Blauwe tram. Het werk bevindt zich inmiddels in de collectie van museum LaM in Villeneuve d’Asq, waar het de titel Victoria Station heeft. In de catalogus van De Stadshof uit 1998 had het werk de titel Blauwe trein/Victoriastation. Het kwam ook al voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, onder de titel Treinen en met de vermelding ‘Collage Tekeningen’. De website van het LaM geeft ‘Encre, crayon de couleur, stylo-feutre et gouache sur papier brun marouflé sur toile’, hetgeen tegelijkertijd meer precies en minder duidelijk is.

Het gaat bij het werk om een collage van zo’n veertig tekeningen, vermoedelijk uit de jaren vijftig. Een aantal afbeeldingen is licht of zelfs uitgesproken zonnig, maar de algemene indruk die de collage maakt is tamelijk donker. Dit komt ook doordat verschillende tekeningen een avond- of nachtscène tot onderwerp hebben: het afscheid van de Blauwe Tram. Van Genk lijkt zelf in de linker marge zijn werk een tweetalige titel te hebben gegeven: Bahnhöfe van weleer. Als onderdelen van de collage zijn ook Duitse, Engelse, Spaanse en Italiaanse elementen te onderscheiden, maar Nederlandse afbeeldingen overheersen. Onder meer zijn mannen te zien die bordjes bij haltes verwijderen, wordt een tram omringd door een mensenmenigte en passeert een trambestuurder een spandoek met de tekst VAARWEL. [7]

IMG_9728

Detail Bahnhöfe van weleer (ca. 1965)

Bahnhöfe van weleer was het werk waarmee Van Genk in 1967 de landelijke schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland won. De collage droeg toen de neutralere titel Tram- en spoorwegen. Een jaar eerder had Van Genk bij een prijsvraag voor zondagsschilders van de VARA een eervolle vermelding gekregen voor een inzending getiteld Spoorwegen – mogelijk was dit eveneens Bahnhöfe van weleer. Wie foto’s bekijkt van het werk (dat niet te zien was op de expositie Woest) kan niet anders dan zich verbazen over enerzijds de enorme hoeveelheid intrigerende beelden en details, en anderzijds de verbijsterend slechte staat waarin verkeert. Meer tekeningen en collages vragen om restauratie, maar Bahnhöfe van weleer lijkt voorrang te moeten krijgen. Al zou het ook wel passend zijn als juist dit werk te gronde gaat.


NOTEN

[1] Wikipedia, ‘Blauwe tram’.

[2] Over de afkorting NZH: ‘Diverse interlokale stoom- en elektrische tramlijnen in het randstedelijk gebied, die oorspronkelijk eigendom waren van verschillende maatschappijen, werden vanaf 1911 overgenomen en geëxploiteerd door de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg Maatschappij (NZHTM), kortweg NZH te Haarlem. In 1946 werden alle betrokken maatschappijen ondergebracht bij de Electrische Spoorweg-Maatschappij (ESM) die, vanwege de bekendheid van de letters NZH, de nieuwe naam Noord-Zuid-Hollandse Vervoer Maatschappij (officieel NZHVM) kreeg.’ (ibid.)

[3] Algemeen Dagblad, 12 mei 1958. In het interview dat Bibeb in 1964 met Van Genk hield, lijkt zijn tekening te worden beschreven: ‘‘Dat is de blauwe tram die ik u beloofde, de laatste rit, ’s nachts om 12 uur.’ […] De bestuurder van de blauwe tram draagt een zwarte bril, aan de tram hangen trossen mensen. Ze hebben dikke, lachende gezichten. Ze komen uit de ramen, ze staan met vlaggetjes naast de rails, ze roepen.’ (Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 113)

[4] Het gaat om de catalogusnummers 2 (Amsterdam), 7 (Amsterdam), 20 (Den Haag) en 21 (Amsterdam).

[5] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 107.

[6] De foto van het tegeltableau was een illustratie bij een artikel in Het Parool op 13 november 2018, “Het retourtje Amsterdam-Zandvoort is weer even terug” (geraadpleegd op 11 juli 2020).

[7] In het interview uit 1964 met Bibeb is sprake van ‘werk dat niet op de tentoonstelling [in Hilversum; JvdW] is gekomen’, waarbij mogelijk ook tekeningen zitten die Van Genk heeft gebruikt voor Bahnhöfe van weleer. Onder meer worden beschreven ‘de laatste stoomtram naar Geldermalsen’ en ‘de laatste blauwe tram’. Van Genk over een van de tekeningen: ‘Dat zijn de arbeiders, ze zetten al die paaltjes voor de autobus. Je hebt nou niks meer, ’t zijn allemaal autobussen, de tram is opgeheven. Zo is het met alle dingen in het leven.’ (Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 112)

Harmelenstraat (4)

Dit is het vierde deel van een tekst over de woning van Willem van Genk aan de Harmelenstraat in Den Haag. Het eerste deel is hier te vinden, het tweede deel hier, het derde deel hier

Walda 002

Willem van Genk in zijn appartement, ca. 1997. Foto: Mattheus Engel

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Bij het bestuderen van foto’s van het interieur van Willem van Genk kom je ogen tekort. Net als bij het bekijken van zijn tekeningen, schilderijen en assemblages ontdek je steeds weer andere details, duiken er verbanden op, zie je zaken die je eerder niet zag en ontstaan er nieuwe structuren. Ook in die zin kan Harmelenstraat 28 als een kunstwerk worden beschouwd, tegelijkertijd tweedimensionaal (de foto’s van het interieur), driedimensionaal (het interieur an sich) en zelfs vierdimensionaal (het interieur doorheen de tijd). Dat laatste heb ik eerder aangestipt: het interieur was tussen 1964 en 1998 uiteraard niet statisch, met een andere situatie in 1970, 1980, 1990 of wanneer dan ook. Van Genk kocht boeken en jassen, maakte trams en trolleybussen, veranderde de centrale muur in zijn voorkamer, bouwde Busstation Arnhem en ga zo maar door. En zelfs dat dynamische aspect is in verband te brengen met zijn andere werk, waaraan hij vaak eveneens elementen bleef toevoegen – als hij daartoe de mogelijkheid had.

Als gezegd bestond de woonkamer van Willem van Genk in zijn appartement aan de Harmelenstraat 28 in Den Haag uit een voor- en een achterkamer, beide met een raam aan de straatkant. In de achterkamer was nauwelijks eigen werk te vinden, in tegenstelling tot met name de slaapkamer en de voorkamer. Midden in de kamer stond een eettafel met (meestal) drie stoelen, die niet de indruk maakte vaak voor eten te worden gebruikt. Het is deze tafel waarop Ans van Berkum doelt als ze schrijft: ‘Op een ronde tafel zijn twee plastic zakken uitgespreid, een van Amsterdam Airport Shopping Center en een van de Haagsche Courant. Daarop staat zijn verzameling modelvliegtuigjes, voor een groot deel met de neuzen naar elkaar toe.’ [1]

Deze beschrijving van Van Berkum correspondeert met de situatie die te zien is op een gedetailleerde kleurenfoto van de achterkamer, die vermoedelijk uit dezelfde tijd (ca. 1997) is. Op de tafel liggen inderdaad de twee genoemde plastic zakken en staan de modelvliegtuigjes, zij het niet ‘voor een groot deel met de neuzen naar elkaar toe’. Verder liggen er onder meer het boek Bergen op Zoom verleden tijd (1983), met historische foto’s van de stad uit de titel, en een catalogus van de tentoonstelling Insita ’97 in Bratislava. [2]  Links naast de tafel ligt een kleurenkopie van een deel van Van Genks schilderij Praag, waarmee een opvallend aspect van de achterkamer in beeld komt: de ruimte bevatte geen primair werk van Van Genk, maar wel een aantal reproducties.

2010 005b

De achterkamer van Harmelenstraat 28, ca. 1997. Foto: Stichting Collectie De Stadshof

Tegen de achtermuur (grenzend aan het trapportaal) is op de foto het tweede grote meubelstuk van de achterkamer te zien, een dressoir. Een nauwkeurige beschrijving van alles wat op, naast, voor en boven het dressoir staat, ligt en hangt zou duizenden woorden beslaan, zo druk is deze plek die echter tevens relatief geordend is. Op het dressoir staat naast een telefoon een groot aantal modelautootjes, -bussen, -treinen en -trams, alle schuin opgesteld en met de voorkant naar rechts. [3] Aan de rechterkant begint ‘de collectie mini-Eiffeltorens en zendmasten’, [4] die doorgaat op een lager kastje of tafeltje naast het dressoir. Achter de torentjes op het dressoir hangen twee posters voor homo-evenementen in Leiden en Den Bosch. Daaraan vastgemaakt is een afbeelding van het hoofd van Ivan Jirous, een Tsjechische dichter en dissident, [5] met daar weer overheen een pasfoto.

056 deur

De zijdeur in de achterkamer. In de groene cirkel de poster van de tentoonstelling van Peter Mattheij; in de rode cirkel de ets Collonade. Foto: Nico van der Endt (contactafdruk)

Boven en rondom het dressoir hangen andersoortige posters en schilderijen, die echter geen van allen als werk van Van Genk zelf te identificeren zijn. Wel staat op het dressoir, achter de gele treinstellen, een reproductie van Madrid, mogelijk afkomstig uit het boek nederlandse naïeve kunst (1979) van Joop Bromet en Nico van der Endt. Links naast het dressoir grenst de muur van de achterkamer aan een muurkast in de hal. Van Genk zette de deur hiervan soms tegen de voordeur open, omdat hij bang was bespied of afgeluisterd te worden door zijn buren, wat hij op deze manier dacht te voorkomen. [6] Door de uitsparing van de muurkast ontstond een soort nis waarin de deur tussen de achterkamer en de hal zich bevond, een deur die waarschijnlijk niet meer werd gebruikt. Op de deur had Van Genk onder meer een affiche bevestigd van een tentoonstelling van collega-kunstenaar Peter Mattheij (1932-2001), Het Arnhem van Peter J.H. Mattheij. Ook hing er een reproductie van de ets Collonade, samen met de afbeelding die mogelijk de inspiratie voor de ets had gevormd en die ook op de achterkant van het schilderij Colonnade St. Pieter is geplakt.

Opvallend en nadrukkelijk aanwezig op vrijwel alle foto’s van de achterkamer zijn de grote hoeveelheden boeken. Waar deze in vrijwel elke kamer van Harmelenstraat 28 te vinden waren, leek dit deel van de woonkamer de belangrijkste opslagplaats te zijn. De boeken stonden niet alleen op het dressoir maar lagen ook in rijen op de grond onder het raam. Op een foto uit 1991 is te zien dat ze daarnaast in grote hoeveelheden onder, voor en op de eettafel lagen. Daarop stond in het midden vrijwel altijd een grote vaas met lelies, en in 1991 lag er naast de boeken en modelvliegtuigjes ook een stapeltje ansichtkaarten met Zelfportret – Zwakzinnigennazorg. [7]

056 Del Curto

De achterkamer van Harmelenstraat 28, 1991. In de rode cirkel de ansichtkaarten met Zelfportret – Zwakzinnigennazorg. Foto: Mario del Curto

Op andere momenten diende de tafel als uitstalling voor kranten en tijdschriften, zoals te zien op een foto van Nico van der Endt uit het midden van de jaren tachtig. Te herkennen zijn diverse exemplaren van het periodiek NU van de vereniging Nederlands-USSR, onder andere (op de voorgrond) het nummer waarin een tekening van Van Genk was afgedrukt. Op alle foto’s en filmbeelden uit de jaren negentig is de uitstalling op de tafel verdwenen, maar Dick Walda laat de kunstenaar er nog wel aan refereren in een interview uit dat decennium. [8]

056 waaier

Kranten en tijdschriften op de eettafel, ca. 1986. Foto: Nico van der Endt

De achterkamer van Harmelenstraat 28 leek niet de plek te zijn waar Willem van Genk zichzelf en zijn werk aan de buitenwereld wilde tonen, al wijzen het dressoir en de eettafel wel op een zekere presentatiefunctie. Bezoekers aan het appartement werden ontvangen in de voorkamer. Van daaruit was er vrij zicht op de achterkamer, maar rechtstreeks uit de hal werd deze niet meer betreden. Voor de boeken in de kamer zal wellicht een ordenend principe hebben gegolden, maar uit de foto’s is dit vooralsnog niet op te maken – op het dressoir staan enkele rijen naslagwerken, maar verder zijn alleen losse titels te herkennen die niet direct op een samenhang wijzen.

056 boeken

Boeken op de vloer in de achterkamer. Foto: Stichting Collectie De Stadshof

Was Harmelenstraat 28 te beschouwen als een Gesamtkunstwerk van Willem van Genk? Een bevestigend antwoord sluit in feite het losmaken uit het interieur van Busstation Arnhem of de raincoats uit – die zijn in dat geval integrale onderdelen van het werk in zijn geheel. Maar de vraag hoeft niet te worden beantwoord om de historische, biografische en ook artistieke waarde van het interieur te erkennen. Hoe het ook zij, het interieur bestaat niet meer. Wat rest zijn foto’s en enkele filmbeelden, die een overvloed aan informatie leveren en die samen met de bewaard gebleven elementen een gedeeltelijke reconstructie mogelijk maken. Dat kan in woorden, zoals ik hier uitgebreid (maar nog steeds relatief summier) heb gedaan. Beeldmateriaal is daarbij onontbeerlijk, en te denken valt aan een verzameling van zoveel mogelijk foto’s van het interieur als basis van een separate monografie die dit deel van het oeuvre van Van Genk kan tonen. Nog een stap verder is een daadwerkelijke, driedimensionale reconstructie van het hele interieur, idealiter op de oorspronkelijke locatie. Maar dat lijkt erg veel gevraagd, ook van de Stichting Willem van Genk – al zou een reconstructie van de woonkamer een begin kunnen zijn.


NOTEN

[1] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 31.

[2] De Insita is een driejaarlijkse tentoonstelling voor naïeve kunst, art brut en outsider art in Bratislava, die in 1997 voor de vijfde keer werd gehouden: ‘In juni wordt de Triënnale Insita te Bratislava geopend. In de zogenaamde ‘competitieve sectie’ van hedendaagse kunstenaars wordt traditioneel een Grand Prix verleend. De jury, waar ik nog altijd deel van uitmaak, kiest ex aequo voor de Rus Pavel Leonov en de Nederlander Willem van Genk. De prijs bestaat uit een solo presentatie tijdens de volgende Triënnale. Willem zal de oorkonde zonder commentaar bekijken, zuster Tine is trots en zal hem laten inlijsten.’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109).

[3] Zuster Tiny: ‘Het moet precies staan, zoals Wim het wil. Zelfs in de kasten, kijk maar in de keuken, daar staan de doosjes schuin op een rijtje. Heeft hij van z’n vader. […] Alles in huis moet schuin en scheef op een rij staan.’ (Walda, Koning der stations, pp. 142-143)

[4] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 31. Ook: ‘In het huis van Van Genk getuigen veel voorwerpen van lang vervlogen gebeurtenissen, zoals zijn vroegere passie voor een bouwwerk als de Eiffeltoren. Hij kon er maar niet mee ophouden modellen van de toen aan te schaffen.’ (Walda, Koning der stations, p. 10)

[5] Jirous was de manager van de Tsjechische band The Plastic People of the Universe, waarvan de naam gedeeltelijk terugkeert op Van Genks werk Orkest van Coburg.

[6] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 24 mei 2020. In zijn boek Kroniek van een samenwerking maakt Van der Endt hiervan melding bij het jaar 1982: ‘Soms zet hij de deur van een kast naast de voordeur wijd open voor meer bescherming tegen spiedende buren en andere belagers.’ (p. 49)

[7] De kaarten waren uitgebracht ter gelegenheid van de duo-tentoonstelling van Van Genk en Gorki Bollar bij het Informatiecentrum Naïeve Kunst in Rotterdam, van 20 december 1990 tot 25 februari 1991.

[8] ‘Kijk, hier heb ik de kranten en tijdschriften op de ronde tafel als een soort waaier. Dat zag ik in een winkel in Boedapest, en later ook nog in de Gorkistraat in Moskou. Dat doe ik na.’ (Walda, Koning der stations, p. 27)

Harmelenstraat (3)

Dit is het derde deel van een tekst over de woning van Willem van Genk aan de Harmelenstraat in Den Haag. Het eerste deel is hier te vinden, het tweede deel hier.

053 - London

London | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 36 x 116 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

De woonkamer van Willem van Genk in zijn appartement aan de Harmelenstraat 28 in Den Haag bestond uit twee delen, beide met een raam aan de straatkant, waartussen zich een getoogde doorgang bevond. Zowel de voor- als de achterkamer had een deur naar de hal, in de woonkamer bevond zich bovendien een schuifdeur naar de opslagkamer. Bij binnenkomst in de voorkamer stond meteen rechts, gedeeltelijk voor die schuifdeur, een kast met aan de boven- en onderkant deurtjes en daartussen vier planken met zowel boeken als kleine voorwerpen. Een foto in de serie die Nico van der Endt in het midden van de jaren tachtig maakte, laat drie planken in de kast zien.

NvdE 1986 008a (1024x659)

Kast in de woonkamer van Harmelenstraat 28, ca. 1986. In de rode cirkel Lenie van Genk, in de groen cirkel Peter en Addy Persoon, in de gele cirkel Jozef van Genk. Foto: Nico van der Endt

Tussen de boeken op de onderste plank zijn onder meer te herkennen De antichrist van Friedrich Nietzsche, The Russians van Hedrick Smith, een boek over art brut en enkele deeltje uit de reeks Privé-domein van uitgeverij De Arbeiderspers. Op de bovenste plank waren voornamelijk beeldjes en poppetjes neergezet, met prominente bustes van Lenin en Beethoven maar bijvoorbeeld ook een Mariabeeldje. [1] De middelste plank bevatte snuisterijen, een rij miniatuurautootjes en enkele ingelijste foto’s: rechts het portret van Jozef van Genk dat in 1958 ook gebruikt was voor diens gedachtenisprentje, daarnaast onder meer Van Genks zuster Leny en een gezamenlijke foto van Peter en Addy Persoon.

Ver van huis 004

Still uit Ver van huis – de schoorsteenmantel in de woonkamer van Willem van Genk

Tegenover de deur vanuit de hal naar de voorkamer lag een gemetselde haard met een kachel, met op de schoorsteenmantel een verzameling voorwerpen en (in ieder geval in de jaren negentig) het werk Metrostation Moskou (ca. 1965); ook aan de muur erboven hing een schilderij, van een onbekende kunstenaar. Naast de haard stond een bank, daar weer naast een laag kastje met schuifdeuren waarin ook een radiotoestel; op het kastje stonden vooral vazen en potten met bloemen. Aan en tegen de muur achter het kastje en de bank hing en stond een aantal schilderijen, collages en ander beeldmateriaal – de indruk is dat dit voor Van Genk de centrale tentoonstellingsmuur was. Er bestaan foto’s van de muur uit het midden van de jaren tachtig, uit 1991 [2] en uit 1997/1998.

Op de oudste foto’s is de muur nog vrij sober ingericht. Boven het kastje hangt het schilderij Rome, dat kan worden thuisgebracht via latere foto’s. Het betreft een afbeelding van het monument voor Victor Emanuel II aan het Piazza Venezia, het zogeheten Vittoriano. [3] Op de rugleuning van de bank staan, van links naar rechts, een ronde foto van een schilderij van een meisje met een hond; [4] twee foto’s van de hond Coco met een muilkorf; het schilderij London; en een foto van een kasteelachtig bouwwerk, met daarvoor een prentbriefkaart van een kustlandschap. Boven de bank hangt het schilderij Assisi, een van de weinige werken van Van Genk die op doek zijn geschilderd. Rechtsboven hangt een stilleven door Peter Persoon, dat door Van Genk is nageschilderd op Zelfportret – zwakzinnigennazorg. Eronder hangt een afbeelding, mogelijk een reliëf, van twee personen met een paraplu.

NvdE 1986 007a (1024x674)

Detail woonkamer van Harmelenstraat 28, ca. 1986. Foto: Nico van der Endt

Vijf jaar later blijkt de muur drukker te zijn geworden. Het opvallendste verschil is een aantal collages, grotendeels rond van vorm, rondom de schilderijen aan de muur. Ook ten tijde van de beschrijving van Van Berkum waren ze nog te zien:

Boven de bank hangt een serie collages in de uit zijn schilderijen zo bekende tondo-vorm, waarvan de onderdelen vooral uit modetijdschriften lijken te komen. Het verschijnsel ‘dame’ speelt in deze serie duidelijk de hoofdrol. Vanuit het hart van deze muurcollage staart het verweerde gezicht van een mysterieuze vrouw de kamer in. Van Genk heeft haar op een plastic sinaasappelnetje vastgemaakt. [5]

Van Berkums ‘mysterieuze vrouw’ is de grootste van een aantal uitgeknipte foto’s van hoofden en bovenlichamen van vrouwen, inderdaad bevestigd op een stuk van een sinaasappelnetje zoals hij dat ook gebruikte voor zijn werk Zagreb. Het netje met de foto’s is aan één kant bevestig boven het schilderij Rome, zodanig dat het over het midden van het werk valt. Vier collage-tondo’s, eveneens met vooral uitgeknipte foto’s van hoofden en bovenlichamen van vrouwen, zijn bevestigd achter de hoeken van het schilderij. Vanaf Rome loopt een spoor van dergelijke tondo’s om Assisi heen, met boven dat laatste schilderij een raster met voorwerpen. Links van Assisi hangt een uitgeknipte pin-up girl.

MdC 1991 003a (1024x676)

Willem van Genk in zijn woonkamer, 1991. Foto: Mario del Curto.

Op de foto’s van Del Curto staat op de leuning van de bank voor Londen het werk Tank II, dat op andere opnames in de slaapkamer te zien was. Bij het raam liggen enkele hardboardplaten met een paar kleine voorwerpen erop, maar van de installatie Busstation Arnhem is verder niets te zien. [6] Op foto’s van een aantal jaren later is de situatie onder het voorkamerraam radicaal anders, onder het raam ligt een compleet emplacement van ongeveer twee bij twee meter:

Op het eerste gezicht een warwinkel van materialen, van draden, masten, torens, stangen en teksten. Roosters die aan plastic buizen hangen, torsen cijfers en woorden: Coburg, McDonald’s, C&A, en telkens weer politie, politie, politie. Lampen en blikjes bekronen de hoogste punten. Tegen het raam op eindigt het werk in een bos van torens uit omwikkelde kit-kokers, flessen, dozen en buizen. [7]

‘Op het eerste niveau staan trolleybussen, strak in het gelid’, vervolgt Van Berkum haar beschrijving, maar foto’s van de installatie tonen aan dat dat bepaald niet het geval is. Wel zijn de bussen (en trams, en andere onderdelen van de installatie) dicht tegen elkaar aan geplaatst. Te zien is dat het duidelijk om kleinere, minder gedetailleerde voertuigen gaat dan de losse bus- en tramassemblages en dat de koekjesverpakkingen in de vorm van trolleybussen vaak maar weinig bewerking hebben ondergaan. Op een aantal foto’s is een pluchen hond zichtbaar, die een datering mogelijk maakt: de hond werd in mei 1997 gekocht door Nico van der Endt voor Van Genk tijdens diens verblijf in ziekenhuis Leyenburg na het eerste herseninfarct. [8]

2010 008b

Busstation Arnhem in de woonkamer van Willem van Genk, ca. 1997. Foto: Stichting Collectie De Stadshof

De voorkamer van Willem van Genk in Harmelenstraat 28 was kunsthistorisch gezien de interessantste ruimte van het huis. Hier hing en stond een aantal van zijn schilderijen, hier had hij een muur artistiek bewerkt, hier bouwde hij de installatie Busstation Arnhem op. Tegelijkertijd fungeerde de ruimte ook wel degelijk als woonkamer, met een kachel, een bank, een salontafel, stoelen en met kasten die ook plaats boden aan bloemen, bric-à-brac en familieportretten. We zullen zien dat de aangrenzende achterkamer, hoewel eveneens interessant, een ander karakter had.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] ‘Er is een kastje met een verzameling popjes en bustes, met Lenin en Beethoven centraal.’ (Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 31)

[2] ‘Met de Zwitserse kunstfotograaf Mario del Curto ga ik op bezoek bij Willem om foto’s van zijn interieur te maken, we hopen op meer. Hij schrikt telkens bij het klikken van de camera. Pas als wij gezamenlijk de hond gaan uitlaten en Willem in zijn stoere jas is gehuld, mogen er ook enkele foto’s van hem gemaakt worden. De fraaie foto’s worden opgenomen in zijn boek Les Clandestins – sous le vent de l’Art Brut, dat in 2008 verschijnt.’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 69)

[3] Van Berkum, die de afbeelding wel maar het werk niet kan thuisbrengen, spreekt van ‘een Romeins stadsgezicht met het monument voor Victor Emmanuel’ (Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 30).

[4] ‘In de huiskamer hangt boven het dressoirtje een zoet portret van een meisje met een hond.’ (ibid.)

[5] Ibid.

[6] Van der Endt vermeldt Van Genks ‘gestaag groeiend autobusstation onder het raam in de woonkamer’ in zijn boek pas in 1994 (Kroniek van een samenwerking, p. 93).

[7] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 30.

[8] ‘Vriend Van der Endt bezoekt hem en samen kopen ze een zwart-witte stoffen Dalmatiër in het ziekenhuiswinkeltje. Ook deze hond wordt Coco genoemd.’ (Walda, Koning der stations, p. 163) ‘Twee weken later kunnen we samen al weer naar de kantine om koffie te drinken. In de aangrenzende winkel koop ik een grote speelgoedhond waar hij naar keek. Tegen Dick Walda zegt hij: “Kijk, die speelgoedhond, die Dalmatiër is wel aardig om naar te kijken, maar die zegt geen stom woord terug.”’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 107)

Harmelenstraat (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over de woning van Willem van Genk aan de Harmelenstraat in Den Haag. Het eerste deel is hier te vinden.

052 Valle-de-los-Caidos

Valle de los Caidos | ca. 1985 | gemengde techniek op hardboard | 64 x 119 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Han Boersma

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

In de tijd dat Willem van Genk er woonde, telde Harmelenstraat 28 in Den Haag twee slaapkamers. Waarschijnlijk hadden de kunstenaar en zijn zuster Willy van 1964 tot 1972 ieder een eigen slaapkamer, waarbij de grootste voor Willy was. Na haar overlijden bleef Van Genk in zijn eigen kamer slapen en werd Willy’s kamer zijn opslagkamer, met name voor zijn collectie raincoats. Beide kamers waren vanuit de hal van het appartement te bereiken, tussen de opslagkamer en de woonkamer was daarnaast nog een schuifdeur.

052 NvdE 1986 002

De slaapkamer van Willem van Genk, ca. 1986. Foto: Nico van der Endt

In de slaapkamer van Van Genk stond tegen de rechtermuur (grenzend aan de keuken) een opklapbed, met op de ombouw enkele werken en kleinere voorwerpen. Op een foto die Nico van der Endt rond 1986 maakte is aan de rechterkant Valle de los Caidos te zien, tegenwoordig in bezit van Stichting Collectie De Stadshof. Links zijn twee werken te onderscheiden met afbeeldingen van Italiaanse locaties, Dom van Ravenna en daarachter Engelenburcht. Naast Engelenburcht is met enige moeite ook nog Smolny Kathedraal te zien, dat Van der Endt net als Dom van Ravenna in 1999 verkocht aan een Amsterdamse verzamelaar. [1] In de rechterbovenhoek van Engelenburcht is een plaatje bevestigd van een meisje met een ijsje. Het zou gemaakt kunnen zijn met een sjabloon dat links te zien is. Naast het sjabloon hangt een label van reisorganisatie Holland International.

Zo’n tien jaar later maakten Ans van Berkum, Bart van Hattum en Pim Leutholff een aantal foto’s van de slaapkamer waarop onder andere eveneens de ombouw van het opklapbed te zien is. [2] Nu stonden er gedeeltelijk andere werken uitgestald: naast nog steeds Dom van Ravenna en Smolny Kathedraal waren te zien Tank II, Pink Pronkjewail, Wissenschaft und Menschheid en Keleti Station. Te zien was verder dat het sjabloon van het meisje met het ijsje met een wasknijper vast zat aan Smolny Kathedraal. Van Berkum als zij het over Engelenburcht (niet te zien op de foto’s) heeft:

Van Genk heeft dit werk altijd bewaard op de plank boven zijn opklapbed. Met een wasknijper was er rechtsbovenaan een sjabloon op bevestigd. Onder de tekst *bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk* en enkele schertsende mannentronies, is de contour van het bekende meisje met de blonde krul uitgesneden. Ook onderaan Engelenburcht is zij weer aanwezig, met haar krul in reliëf. Ze blijkt tevens naast de fotograaf in de bruiloftsstoet [op Dom van Ravenna; JvdW] te staan en is in de zogenaamde lijst van de barokke kathedraal [Smolny Kathedraal; JvdW] gestoken. We zullen haar nog vaker treffen. [3]

052 Meisje Pilsen

Kathedraal Pilsen, ca. 1965 (detail)

Inderdaad komt het meisje met het ijsje vaker voor, onder andere ook op Victoria Station, Vervoer USSR, 1 mei parade en Kathedraal Pilsen. Het meisje op dit laatste werk lijkt wel heel erg op het plaatje in de rechterbovenhoek van Engelenburcht op de foto van de slaapkamer door Van der Endt.

Op die foto zijn verder op de rand van de ombouw enkele voorwerpen te onderscheiden, waaronder een brillendoos, een bril, een verstuiver, buttons en een schemerlampje. De bril en het lampje zijn ook te zien op de foto’s uit Een getekende wereld, nieuw zijn daar onder meer een wekkertje en een globe. Linksboven aan de muur zijn enkele affiches en knipsels opgehangen, waaronder een kindertekening met een gele kip en afbeeldingen van trams. Ook zijn op het bed enkele bus-assemblages te zien, al gaat het daarbij mogelijk om een enscenering. De wand tegenover de deur bestaat vrijwel geheel uit een raam en een deur naar het balkon, met onder het raam een verwarmingsradiator.

052 slaapkamer AvB

De slaapkamer van Willem van Genk, ca. 1997. Foto’s: Ans van Berkum, Bart van Hattum en Pim Leutholff

De linkerkant van de kamer is volgestouwd met spullen, vooral kastjes en opgestapelde bananendozen met boeken. Naar het raam toe staan een tafeltje en een stoel, met op het tafeltje opnieuw enkele bus-assemblages. Naast het tafeltje staat het schilderij Vesuvius, tussen de boeken staat een oud radiotoestel, dat al te zien is in de reportage van Brandpunt uit 1964 en dat dus waarschijnlijk van Willy is geweest. Ook is af te leiden uit de reportage dat dit de kamer is waarin Van Genk werd gefilmd terwijl hij aan het werk was bij Willy. Zelf het vaasje op het radiotoestel is blijven staan.

Het tafeltje was vermoedelijk ooit de plek waar Van Genk werkte aan de bus-assemblages: aan de linkerkant zijn op de foto’s uit Een getekende wereld materialen te zien als plakband, lijm en terpentine. Op de dozen met boeken ernaast staan frisdrankbekers en frietdoosjes van McDonald’s. In het vaasje op het radiotoestel staat ook een vlaggetje van McDonalds’s, een fastfoodketen waar Van Genk regelmatig at; gedeeltes van McDonald’s-verpakkingen keren terug in de bus-assemblages. Dick Walda:

Na de Looserweg naar Donald.
Ik vraag: – Wie is Donald?
Hij bedoelt Mc Donald, als ik verder vraag.
Van Genk eet daar achter elkaar drie bakjes patat op en stopt vervolgens de lege bakjes […] in zijn zak. [4]

Op de foto’s van Van Berkum e.a. is te zien dat de linkermuur van de slaapkamer beplakt en behangen is met een grote hoeveelheid knipsels en affiches. Naast het werktafeltje hangt een afdruk van de ets Colonnade, samen met de al eerder genoemde tekening met een afbeelding die vrijwel identiek is aan die op de ets. Opvallende affiches zijn onder meer die met een foto van een gebroederlijk naast elkaar zittende kat en hond – Deze poster wordt u aangeboden door kitekat en CHAPPI – en een poster met een prominente roze driehoek en de tekst internationale homodag ’80. Rechts hangt een grote poster in zwart-wit met een afbeelding van het Sowjetisches Ehrenmal in het Treptower Park in Berlijn: een man met een zwaard en een kind op zijn arm. Het bijschrift in het Spaans vermeldt dat het om een herinnering aan de overwinning van de Sovjetunie in de Tweede Wereldoorlog gaat.

Van de opslagkamer zijn minder foto’s bekend dan van de slaapkamer. Naast de deur in de hal bevatte de kamer nog twee schuifdeuren, naar het balkon en naar de woonkamer. De belangrijkste meubelstukken waren enkele grote kledingkasten waarin het merendeel van de raincoats hing, met soms op de planken erboven boeken. Ook in de kamer stond een kaptafel met daarop materialen om de jassen te bewerken. Dick Walda: ‘De belangrijkste kamer in de woning was de ‘opslagkamer’, met een kast boordevol raincoats en een enorme stapel tekeningen, rechts als je het kamertje binnen kwam. Ik heb eerlijk gezegd die stapel nooit bekeken maar er kwam alsmaar nieuw werk bij’. [5] De stapel die Walda wellicht bedoelt is te zien op enkele foto’s in Een getekende wereld, al springen daar met name de bus-assemblages in het oog die vóór 1996 in de douchecel waren opgeslagen.

052 NvdE 1986 004
052 NvdE 1986 003

052 NvdE 1986 001

De opslagkamer van Willem van Genk, ca. 1986. Foto’s: Nico van der Endt

Nico van der Endt, sprekend over een bezoek aan het appartement van Van Genk in 1977: ‘In de logeerkamer zie ik een grote berg plastic regenjassen opgestapeld. Even later opent hij een kledingkast en toont hij mij met een brede glimlach zijn kostbare schat van tientallen plastic regenjassen.’ [6] Ook Ans van Berkum refereert een kleine twintig jaar later aan de opslagkamer als ‘de logeerkamer’ als ze de jassen bespreekt: ‘Hij vult er de kasten mee in zijn logeerkamer, tot er echt geen plekje meer leeg is. Op knaapjes en in stapels gevouwen […]. Op het logeerbed, onder de deken, ligt een gigantische bult. Hij drapeert ze in bergen over een kruk.’ [7] De muren van de opslagkamer waren niet geheel leeg, maar in vergelijking met de slaap- en woonkamer was de aankleding uiterst sober.

De raincoats kunnen naar mijn mening het beste worden beschouwd als een onderdeel van het interieur van Van Genk. Daarmee is hun waarde in zichzelf niet meteen artistiek maar zijn ze een aspect van, zo men wil, het Gesamtkunstwerk dat de woning vormde. Vrijwel elke ruimte in Harmelenstraat 28 droeg – uiteraard – het stempel van de bewoner, wat op zichzelf nog geen reden is om van een kunstwerk te spreken. Het appartement was de plaats waar de persoonlijke en artistieke sferen elkaar raakten en in feite niet meer te scheiden waren. Het duidelijkst was dit het geval in de woonkamer, die in deze beschrijving tot het laatst is bewaard en waarvan met afstand de meeste afbeeldingen beschikbaar zijn.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 117. De verzamelaar woonde boven Galerie Hamer; hij overleed enige jaren later. Wat er met de werken van Van Genk is gebeurd, is niet bekend.

[2] Cf. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, pp. 72-73.

[3] Ibid., p. 26.

[4] Walda, Koning der stations, p. 71.

[5] E-mail van Dick Walda aan Jack van der Weide, 25 mei 2020. In een mail van 27 mei 2020 zegt hij verder: ‘Het hele huis stond boordevol, vooral de opslagkamer was een puinhoop waarin Willem feilloos de weg kon vinden.’

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 41.

[7] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 28.