Aanzet tot een catalogue raisonné (7)

Dit is het zevende deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Amsterdam Centraal Station | ca. 1960 | tekening op papier | 60 x 40 cm | particuliere collectie

In 1998 was in museum De Stadshof in Zwolle de overzichtstentoonstelling Willem van Genk: Een getekende wereld te zien. De gelijknamige publicatie was in feite de eerste monografie over Van Genk – een jaar eerder was weliswaar Koning der stations van Dick Walda al verschenen, maar daarbij ging het toch om een ander genre. Een getekende wereld bevatte onder meer een chronologisch geordend overzicht van het oeuvre van Van Genk, waarin de werken waren opgenomen die in 1964 in Hilversum en 1976 in Boxtel waren getoond. Daarnaast bevatte het overzicht nog meer items: enerzijds de werken tot en met 1976 die om wat voor reden dan ook in de eerdere catalogi hadden ontbroken, anderzijds de werken die Van Genk ná 1976 had gemaakt.


WVG-0082

Een getekende wereld (1998), p. 107
Zonder titel | ca 1955 | oil on paper | 25 x 30 cm | J.J. Bejon Oud Beyerland

Woest (2019), p. 77
Bahnhof Friedrichstrasse, Berlijn | 1964 | olieverf op board | 17,5 x 25 cm | Collectie Joop Beljon, Strijen

Afbeelding: Woest, pp. 77-78 (voor- en achterkant)

Zie hier voor meer informatie over dit werk


WVG-0083

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Centraal Station | ca 1959 | pencil on paper | 60 x 40 cm | private collection

Begin 2019 was dit werk in het bezit van de Amerikaanse verzamelaar Kevin O’Rourke, die het via kunsthandelaar Stephen Romano aanbood voor € 125.000. [i] Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 113.


WVG-0084

Een getekende wereld (1998), p. 109
Zonder titel (Moskou?) | ca 1960 | pencil on paper | 20 x 15 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om een tekening die bekend is onder een andere naam.


WVG-0085

Een getekende wereld (1998), p. 109
Engelenburcht | 1963 | mixed media on board | 61 x 61 cm | artist

Woest (2019), p. 132
Engelenburcht | 1963 | olieverf op hardboard | 60 x 61,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Engelenburcht | 1963 | o/b | 61 x 61 | ges. r.o.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 112

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0086

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Ravenna | 1964 | oil on board | 30 x 40 cm | artist

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Ravenna (Dom) | 1964 | o/b | 30 x 40 | ges. r.o.

Galerie Hamer verkocht het werk in 1999 aan een Amsterdamse verzamelaar. Het maakt tegenwoordig deel uit van een particuliere collectie in Maastricht en was niet te zien tijdens Woest.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en voor een afbeelding ervan.


WVG-0087

Een getekende wereld (1998), p. 111
Rondvaart | 1966 | coloured etching | 15 x 23 cm | artist

Stichting Collectie De Stadshof kreeg een afdruk van deze ongenummerde ets in augustus 1999 in langdurige bruikleen van kunstenaar Jan Bernhard Meinen. De geregistreerde afmeting is 18,6 x 19 cm. [ii] Tekst op de ets: rondvaart op de Dneppr nabij Kiev. Van Genk verwerkte een afdruk van de ets in Waarheidsfestival (WVG-0049).


WVG-0088

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (unfinished) | ca 1970 | mixed media on paper | 100 x 65 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Gezien de afmeting gaat het mogelijk om de onvoltooide tekening van de metro in Madrid, hier beschreven en afgebeeld.


WVG-0089

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (orkest) | ca 1970 | oil on board | 15 x 15 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om het hieronder afgebeelde werk, dat zich eind 2018 binnen bereik van Ans van Berkum bevond. [iii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Zonder titel (mogelijk WVG-0089) | Olieverf op hardboard


WVG-0090

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (meisje met ijsje) | ca 1970 | mixed media on board | 20 x 40 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid.


WVG-0091

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (kathedraal) | ca 1970 | mixed media on paper | 30 x 50 cm | artist

Het gaat hier om het werk dat Nico van der Endt in 2014 aanduidt als “Smolny Kathedraal, Leningrad | 1966 | mixed media on paper | private collection | the Netherlands.” [iv] Galerie Hamer verkocht het in 1999 aan een Amsterdamse verzamelaar. Het werk maakt tegenwoordig deel uit van een particuliere collectie in Maastricht en was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 73.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0092

Een getekende wereld (1998), p. 115
Kyoto | ca 1970 | mixed media on paper | 90 x 169 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6887

Woest (2019), p. 132
Station Tokio (Kyoto) | ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 89 x 169 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Woest, pp. 70-71.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0093

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zonder titel | ca 1970 | oil on board | 15 x 15 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid.


WVG-0094

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zonder titel (Kalettistation Boedapest) | ca 1975 | mixed media on carton | 50 x 60 cm | artist

Woest (2019), p. 132
Station Keleti, Boedapest | ca. 1975 | gemengde techniek op karton | 91 x 72 cm | Bruikleen van The Museum of Everything, Londen

Afbeelding: Woest, pp. 80-81.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0095

Een getekende wereld (1998), p. 119
Metrostation Moskou | 1976 | mixed media on cardboard | 30 x 53 cm | artist

Woest (2019), p. 72
Metrostation Moskou | 1966 | gemengde techniek op karton | 35 x 53 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, pp. 72-25 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 5 februari 2019.

[ii] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021.

[iii] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 30 november 2018.

[iv] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 73.

Aanzet tot een catalogue raisonné (3)

Dit is het derde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk via de getoonde werken tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum. Het eerste deel is hier te vinden, het tweede deel hier.

Detail Leningrad (ca. 1955)

WVG-0021

21 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 11 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram NZTM | ca 1959 | pencil on paper | 27,5 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Het verdween na 1976 uit zicht.

Afbeelding: catalogus Willem van Genk, p. 11.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0022

22 Mockba . . . . . . . . 80 x 58 cm | 31 ½” x 23”

Een getekende wereld (1998),p. 109
Moskou | ca 1960 | pencil on paper | 80 x 58 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.500, waarna het uit zicht verdween. Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen bij ‘een dame in Velbert’, maar kon deze niet kopen. [i] Op een foto van de tentoonstelling in Hilversum is vaag een werk te onderscheiden dat overeenkomt met de foto die Van der Endt in Duitsland maakte. [ii] Het formaat dat Van der Endt noteerde (40 x 30 cm) correspondeert echter niet met het formaat van het werk op de foto (plm. 80 x 60 cm).

Zie hier voor meer informatie over dit werk, inclusief de foto die Van der Endt ervan maakte.


WVG-0023

23 Köln . . . . . . . . 98 x 69 cm | 38 ½” x 27”

Willem van Genk (1976), p. 10
Keulen | Tekening | 98 x 69

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Keulen | ca 1960 | mixed media on paper | 70,5 x 101,5 cm | De Stadshof Zwolle

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 86-87.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0024

24 Mockba . . . . . . . . 80 x 58 cm | 31 ½” x 23”

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1976 maakte Dick Heesen voor Nico van der Endt een inventarislijst met al het hem bekende werk van Willem van Genk. Op deze lijst staat een werk met als titel Moskou, afmetingen 80 x 64, dat als enige geen corresponderend paginanummer heeft in de catalogus van De Ark uit 1976. Het zoeken is dus naar een werk met (ruwweg) deze afmetingen dat waarschijnlijk onder een andere titel bekend is en dat níet in de catalogus uit 1976 staat.


WVG-0025

25 Mockba . . . . . . . . 80 x 64 cm | 31 ½” x 25 ¼”

Willem van Genk (1976)p. 15
Moskou | Tekening | 80 x 64

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leningrad | ca 1955 | mixed media on paper | 60 x 80 cm | De Ruuk Amsterdam

Woest (2019), p. 101
Leningrad | 1955 | tekening | 60 x 80 cm | Collectie De Ruuk, Amsterdam

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1985 aan een Amsterdamse collectioneur voor fl. 4.500.

Afgaande op de afmetingen zou het kunnen dat catalogusnummers 24 en 25 omgewisseld zijn. In dat geval is het onderschrift bij de illustratie op pagina 4 van de Hilversumse catalogus foutief.

Afbeelding: Woest, p. 101.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0026

26 Wien . . . . . . . . 152 x 72 cm | 60” x 28 ¼

Een getekende wereld (1998), p. 107
Wenen | ca 1959 | mixed media on paper | 72 x 152 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 4.000, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Stephansdom)”.

Afbeelding: foto bij de brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne). Afgebeeld is een uitzicht vanaf het dak van de Stephansdom, met aan beide zijden twaalf kleinere tekeningen van Wenen.


WVG-0027

27 Mockba . . . . . . . . 143 x 123 cm | 56 ¼” x 48 ½”

Willem van Genk (1976), p. 17
Moskou | Tekening | 143 x 123

Een getekende wereld (1998), p. 107
Moskou | 1958 | mixed media on paper | 115 x 140 cm | Graves Art Gallery Sheffield

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Het was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 34.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Detail Keulen (ca. 1955)

Het maken van een catalogue raisonné is niet eenvoudig en dient uiterst zorgvuldig te gebeuren. Nogmaals zij benadrukt dat hierboven en in de voorgaande posts slechts een aanzet wordt gegeven. Het verdient aanbeveling om voor een catalogue raisonné van het werk van Van Genk een database in te richten, zoals dat al jaren gebruikelijk is bij het op een gestructureerde manier inventariseren en ordenen van het oeuvre van beeldend kunstenaars. Binnen een dergelijke database dient vervolgens plaats te zijn voor een aantal rubrieken:

  1. nummer binnen de catalogus
  2. titel of beschrijving
  3. huidige verblijfplaats van het werk
  4. technische details (afmetingen, techniek, ondergrond, signatuur etc.)
  5. afbeelding
  6. provenance (d.w.z. de historie van eigendom)
  7. verwijzingen (met name: tentoonstellingen en literatuur)
  8. conditie en technisch onderzoek
  9. opmerkingen [iii]

Het moge duidelijk zijn, zonder op details in te gaan, dat het vrijwel ondoenlijk is om al deze gegevens te verzamelen als geïnteresseerde leek, nog afgezien van diverse technische, organisatorische en toch ook financiële aspecten. Het opzetten van een degelijke catalogue raisonné dient bij voorkeur te worden geïnitieerd door een museum of instelling; in dit specifieke geval zou de Stichting Willem van Genk voor de hand liggen.

In het voorwoord bij Woest, de publicatie bij de grote overzichtstentoonstelling in het Outsider Art Museum/Museum van de Geest in Amsterdam, schrijft Hans Looijen: ‘Het OAM vindt het van cruciaal belang dat wetenschappelijk onderzoek naar leven en werk van Van Genk is gedaan’. [iv] Ervan uitgaand dat dit waar is, is hier in het boek zelf helaas weinig van te merken. Natuurlijk gaat het niet om een wetenschappelijke publicatie, maar een solide, zorgvuldig gelegde basis had veel uitglijders kunnen voorkomen.

Aanvankelijk was het de bedoeling om in de publicatie bij de tentoonstelling (toen nog Thrills of Power geheten) ook een aantal meer wetenschappelijk artikelen op te nemen, geschreven door onder meer kunsthistoricus Jos ten Berge, hoogleraar psychiatrie Jim van Os, Valérie Rousseau van het American Folk Art Museum en ondergetekende. Op enig moment werd dit plan losgelaten ten faveure van een afzonderlijke publicatie, te presenteren bij de opening van de tentoonstelling in De Hermitage in Sint Petersburg. Ook die route lijkt inmiddels te zijn verlaten. In Woest is het artikel van Sarah Lombardi, directeur van La Collection de l’Art Brut in Lausanne, mogelijk een overblijfsel van de oorspronkelijke opzet van het boek.

De websites van La Collection de l’Art Brut, Stichting Collectie De Stadshof en het LaM uit Lille geven, ieder op hun eigen wijze, gedetailleerde informatie over de werken van Willem van Genk die zich in de respectieve collecties bevinden. Daarbij baseert men zich logischerwijs voor een belangrijk deel op de monografie Een getekende wereld uit 1998, en daar gaat het mis. Die monografie kan niet genoeg worden geprezen, in de zin dat het boek een schat aan gegevens biedt over het leven en werk van Van Genk, uit allerlei bronnen bij elkaar gebracht. Tegelijkertijd is duidelijk dat Een getekende wereld bepaald niet het definitieve werk over Van Genk is: het is een (rijk) begin, een eerste poging tot ordening en inventarisatie waarmee men zich uiteen kan zetten. Dat het nog steeds als standaardwerk geldt, en dat ook Woest meer dan twintig jaar later gegevens rechtstreeks overneemt uit Een getekende wereld, is veelzeggend.

Laat dit daarom een oproep zijn aan Hans Looijen, niet alleen als directeur van het Museum van de Geest maar vooral ook als voorzitter van de Stichting Willem van Genk: wanneer hij het werkelijk ‘van cruciaal belang’ vindt dat ‘wetenschappelijk onderzoek naar leven en werk van Van Genk’ wordt gedaan, dan zou het goed zijn om enkele stappen te nemen die dergelijk onderzoek serieus mogelijk te maken. Een begin zou kunnen zijn om een oud idee nieuw leven in te blazen: het instellen van een adviesraad voor de Stichting Willem van Genk. Die raad zou dan een daadwerkelijke catalogue raisonné van het werk van Willem van Genk kunnen initialiseren.


NOTEN

[i] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 19 december 2019.

[ii] De foto staat in: Waldmann, The activities of Pieter Brattinga [paginanummer onbekend].

[iii] Ik baseer me hier op het document “Guidelines for Compiling a Catalogue Raionné” van de Cataloguing and Publishing Workgroup binnen het congres Authentication in Art, 7-9 mei 2014 in Den Haag (met dank aan Jos ten Berge). Het gaat om een advies voor negen mogelijke rubrieken.

[iv] Looijen, “Voorwoord”, in: Looijen e.a., Woest, p. 5.

Aanzet tot een catalogue raisonné

Detail Leningrad (ca. 1955; foto: Clemens Boon, Amsterdam)

Van 18 januari tot 18 maart 1964 was bij Steendrukkerij De Jong & Co in Hilversum de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid te zien. Zoals ik eerder schreef, zijn de meeste van de zevenentwintig daar getoonde werken thuis te brengen door de informatie uit de catalogus te combineren met de schaarse foto’s en filmbeelden die er van de expositie bestaan. Tijdens de tentoonstelling Willem van Genk – Megalopolis, van 4 maart tot 21 juni 2021 bij La Collection de l’Art Brut in Lausanne, is ook een aantal mij tot voor kort onbekende foto’s te zien van werken uit Hilversum die in 1964 en 1965 in Düsseldorf werden verkocht door Alfred Schmela. De foto’s bleken te horen bij een brief van de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Edy de Wilde, aan Jean Dubuffet. [i] De Wilde wilde Dubuffet attent maken op Van Genk, van wie hij via Schmela Metrostation Opéra had gekocht:

Je me permets de vous envoyer ci-joint quelques photos d’un artiste hollandais van Genk, qui pourraient vous intéresser. Je viens d’acquirir la station de metro parisienne que j’ai oublié vous montrer lors de votre visite. Il fait en general une large documentation sur les villes dont il fait les portraits. Sa documentation sur les villes qu’il n’a souvent jamais vues, va beaucoup plus loin que de simples cartes postales. Je serais heureux de connaître votre réaction. [ii]

Vanwege deze brief dacht de huidige directeur van La Collection de l’Art Brut, Sarah Lombardi, aanvankelijk dat haar voorganger Michel Thévoz het werk van Van Genk had ontdekt dankzij Dubuffet. [iii] Dit bleek onjuist: Dubuffet had niet veel in het werk gezien, waarna Thévoz in 1979 opnieuw was benaderd door Nico van der Endt. [iv]

Met de foto’s van De Wilde in Lausanne is de beelddocumentatie van de in Hilversum getoonde werken vrijwel compleet. Die verzameling van zevenentwintig tekeningen kan daardoor het begin vormen van een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk. Stapje voor stapje kan deze dan worden uitgebreid via de werken uit grotere (Stichting Collectie De Stadshof, La Collection de l’Art Brut, Stichting Willem van Genk) en kleinere collecties; de catalogus van De Ark uit 1976; de vroege tekeningen; en uiteindelijk het driedimensionale werk. Voor de bus-assemblages uit die laatste categorie dient dan wel eerste een goede standaardbeschrijving te worden opgesteld, die zou kunnen bestaan uit maten, lijnnummer, belangrijkste advertenties, tram/trolleybus en zo verder.

Eerst Hilversum. Enkele punten bij onderstaande lijst:

  • Willem van Genk (1976) = de catalogus bij de tentoonstelling die in 1976 te zien was bij Galerie De Ark in Boxtel. Zie hier en hier.
  • Een getekende wereld (1998) = het overzichtswerk van Ans van Berkum e.a. bij de gelijknamige tentoonstelling die in 1998 te zien was bij museum De Stadshof in Zwolle.
  • Woest (2019) = het overzichtswerk van Hans Looijen e.a. bij de gelijknamige tentoonstelling die in 2019-2020 te zien was bij het Outsider Art Museum in Amsterdam.
  • Lijst Brattinga 1964 = een lijst die Pieter Brattinga in december 1964 maakte van de werken die in Düsseldorf door Alfred Schmela waren verkocht.
  • Lijst Brattinga 1973 = een lijst met zeventien werken van Van Genk die Pieter Brattinga op 10 september 1973 stuurde aan Van Genks advocaat R.M. Schutte.

WVG-0001

1 Mockba . . . . . . . . 80 x 64 cm | 31 ½” x 25 ¼”

Willem van Genk (1976), p. 16
Moskou | Tekening | 80 x 64

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leningrad | 1955 | mixed media on paper | 72 x 91 cm | Janssen van der Vuurst Nijmegen

Woest (2019), p. 100
Leningrad | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 72 x 91 cm | Collectie Galerie Hamer, Amsterdam

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het werk in 1978 tijdens de tentoonstelling Winterexpositie van naïeven uit binnen- en buitenland voor fl. 4.000 aan een particuliere verzamelaar. Van der Endt zou het werk later weer terugkopen.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 46-47.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0002

2 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 11 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Raadhuisstraat | ca 1959 | pencil on paper | 30 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1997 of 1998 aan een Amsterdamse verzamelaar. Het maakt tegenwoordig deel uit van een particuliere collectie in Maastricht en was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 113.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0003

3 Tokyo . . . . . . . . 41 x 57 cm | 16 ¼” x 22 ½”

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 1.500, waarna het uit zicht verdween. De tekening wordt niet genoemd in Een getekende wereld.

Afbeelding: tentoonstellingsaffiche.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0004

4 Paris . . . . . . . . 162 x 71 cm | 63 ¾” x 28”

Willem van Genk (1976), p. 7
Metro | Bezit Stedelijk Museum Amsterdam

Een getekende wereld (1998), pp. 104-105, 109
Metrostation Opéra | 1964 | mixed media on paper | 67,5 x 160 cm | Stedelijk Museum Amsterdam, inv. nr. A 24243

Woest (2019), p. 66-69
Metrostation Opéra | 1964 | gemengde techniek op papier | 67,5 x 160 cm | Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk door Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 4.000. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Metro)”. Volgens het Stedelijk Museum kocht men dit werk in 1965 voor DM 4.500 van Schmela.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 104-105.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0005

5 Amsterdam . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 9
Amsterdam | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Prins Hendrikkade | ca 1955 | mixed media on paper | 65 x 53 cm | private collection

Woest (2019), p. 140
Prins Hendrikkade, Amsterdam | ca 1955 | tekening op papier | 53 x 65 cm | Collectie K. Kuperus, Naarden

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer toonde het werk tijdens de expositie Para-Naïeven, tussen waan en zin in 1976 en verkocht het namens Galerie De Ark in Boxtel.

Afbeelding: Woest, pp. 140-141.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[i] E-mail van Sarah Lombardi aan Jack van der Weide, 9 maart 2021. Lombardi schreef abusievelijk dat het Stedelijk Museum in 1966 ook het werk New Japan al had aangekocht, maar dat zou pas enkele jaren later gebeuren.

[ii] ‘Graag stuur ik u hierbij enkele foto’s van een Nederlandse kunstenaar, van Genk, die u wellicht interesseren. Ik heb zojuist het Parijse metrostation gekocht dat ik tijdens uw bezoek vergat te laten zien. Hij documenteert zich over het algemeen uitgebreid over de steden die hij portretteert. Zijn documentatie over steden die hij vaak nooit heeft gezien, gaat veel verder dan alleen ansichtkaarten. Ik hoor graag uw reactie.’ Brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne).

[iii] Lombardi, ‘Willem van Genk en de Collection de l’Art Brut’, p. 29.

[iv] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 3 maart 2021.  

Bovenbuurman

Ravenna | 1964 | gemengde techniek op hardboard | 31 x 40 cm | particuliere collectie| foto: Galerie Hamer, Amsterdam

Nico van der Endt over het jaar 1996: ‘Ondertussen telefoon van Dick Heesen, mijn voorganger inzake Willem met de vraag of ik belangstelling heb een aantal schilderijen en etsen te verkopen die hij – enigszins tot mijn verrassing – indertijd als betaling voor onkosten heeft verkregen. Het gaat om de werken Schwebebahn Wuppertal, Station Berlin-Ost, Colonnade St. Pieter, de kleine tekening Raadhuisstraat en Zelfportret in de Ark.’ [1] Alle  genoemde werken belandden bij particuliere verzamelaars en in 1998 werden ze getoond tijdens de grote tentoonstelling in museum De Stadshof in Zwolle. Ook werden ze afgebeeld in Een getekende wereld.

Vier van de vijf werken bleven in beeld en waren opnieuw te zien tijdens de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum. [2] ‘De kleine tekening Raadhuisstraat’ (een van de vier werken die Van Genk maakte naar aanleiding van de laatste rit van de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Zandvoort op 31 augustus 1957) was terechtgekomen bij een verzamelaar die boven Galerie Hamer woonde en daar met grote regelmaat werken aanschafte. In 1999 kocht hij ook nog ‘twee kleinere werken’ van Van Genk, Dom van Ravenna en Smolny Kathedraal. [3] Hij overleed enkele jaren later, zijn verzameling kwam terecht bij enkele familieleden. De verblijfplaats van de werken van Van Genk kon door de organisatie van Woest niet meer worden achterhaald. [4]

Schwebebahn Wuppertal en Colonnade St. Pieter waren in respectievelijk 1996 en 1997 verkocht aan verzamelaar Jan Vellekoop uit Vlaardingen, die de werken regelmatig uitleende voor kleinere of grotere tentoonstellingen en wiens belangstelling voor Van Genk groot was en bleef. [5] In juli 2020 nam Vellekoop zich voor de werken van ‘de bovenbuurman van Hamer’ op te sporen en al na enkele dagen had hij ze getraceerd. De eigenaar bleek naast de drie schilderijen ook nog drie etsen van Van Genk te bezitten – Silja Line, Colonnade en Minsk – en nodigde ons (Jan Vellekoop en ondergetekende) uit om de werken te komen bezichtigen, hetgeen we begin augustus deden.

Raadhuisstraat (Amsterdam) kwam eerder ter sprake in de post over de Blauwe Tram: het is een kleine tekening die in 1964 al te zien was tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in Hilversum. De afbeelding toont twee gevelrijen met ervoor rijen mensen die onder toezicht van de politie staan te wachten op de laatste Blauwe Tram, waarvan in de verte de koplampen te zien zijn. Het gaat duidelijk om een avond- of nachtscène, de straatlantaarns branden; ook de donkerrode lucht, die contrasteert met de zwart-witte huizen, moet in die context worden geïnterpreteerd. Opvallend is het zeer nadrukkelijke verdwijnpunt, waar de tram staat en waar de gevelrijen, de avondhemel en vooral de tramrails naartoe wijzen. Het werk is rechtsonder tweemaal gesigneerd. Op de achterkant staat, niet in het handschrift van Van Genk, ‘Einde blauwe tram Amsterdam in 1957’.

Detail Raadhuisstraat (Amsterdam)

Smolny Kathedraal is een werk dat Van Genk in zijn woning op de ombouw van zijn opklapbed had staan. Het komt bovendien niet voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, hetgeen erop duidt dat het voor de kunstenaar een speciale betekenis had – of dat hij het niet goed genoeg achtte om te worden tentoongesteld. Te zien is de kathedraal uit de titel, achter een hek en met eromheen enkele bomen en andere gebouwen. Om de afbeelding is een bruine rand getekend, waarop versieringen zijn aangebracht – de golvende lijntjes en punten die zullen terugkeren op de rood/gele stroken van latere schilderijen. Het werk is rechtsonder gesigneerd, met in de signatuur het jaartal 1964. Rechtsonder zijn twee ijs-etende meisjes getekend met behulp van sjablonen. Dit vertoont overeenkomsten met de techniek die de Amerikaanse kunstenaar Henry Darger hanteerde voor het weergeven van de vele meisjes in zijn beeldend werk. De oranje contouren om de twee figuurtjes lijken later te zijn toegevoegd.

Detail Smolny Kathedraal

De achterkant van Smolny Kathedraal werd door Van Genk uitgebreid beplakt, betekend en beschreven, uiteraard vooral met verwijzingen naar de USSR – onder meer is prominent het woord ЛЕНИНГРАД (Leningrad) te lezen. Het geheel lijkt enigszins op de achterkant van Metrostation Moskou, eveneens uit 1964, vanwege de grote hoeveelheid contourtekeningen van profielen en maskerachtige tronies. [6] Er lijkt voor Van Genk een connectie te hebben bestaan tussen dergelijke contourtekeningen en het communisme, aangezien ze ook voorkomen op bijvoorbeeld 50 jaar USSR en Het waarheidsfestival.

Dom van Ravenna stond eveneens op de ombouw van het opklapbed van Van Genk en kwam evenmin voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, maar was wel te zien tijdens de tentoonstelling Zondagsschilders II (1967) in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Afgebeeld is niet de barokke domkerk in Ravenna, maar de Byzantijnse basiliek San Vitale in die stad. Uit de basiliek komt een mensenstroom die het midden lijkt te houden tussen een processie – er wordt een spandoek meegedragen met de tekst CHRISTUS VINCIT – en een bruiloftsstoet. Tientallen nonnen met kaarsen sluiten zich vanaf links en rechts bij de mensenzee aan. Op de voorgrond maakt een fotograaf foto’s, rechtsonder staat een koets. Links en rechts in beeld staan bomen, rechts zijn op de achtergrond ook nog enkele andere gebouwen te zien met op een zijgevel een reclame voor MARTINI. De achterkant van Ravenna (een betere titel) was eveneens beschreven en beplakt, maar Van Genk leek het oppervlakte eerst als palet te hebben gebruikt.

Ravenna (achterkant)


NOTEN

[1] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.

[2] Zelfportret in De Ark maakte inmiddels deel uit van de collectie van het Museum of Everything van James Brett en werd in de zomer van 2020 al weer teruggehaald.

[3] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 117. Smolny Kathedraal staat afgebeeld op p. 73, onder de titel Smolny Kathedraaal, Leningrad. Volgens een toeristische website gaat het bij deze kathedraal om ‘één van de mooiste gebouwen van Sint-Petersburg’.

[4] De verzamelaar schafte van Van Genk ook nog een trolleybus-assemblage aan – om precies te zijn de bus die staat afgebeeld op pagina 35 van Een getekende wereld. De bus wordt daar ten onrechte gerekend tot de collectie van De Stadshof.

[5] In 2012 verscheen in het tijdschrift Out of Art een interview met Jan Vellekoop, waarin hij vertelt over ‘zijn fascinatie voor het werk van Willem van Genk’. Het interview is hier te lezen.

[6] De achterkant van Metrostation Moskou is afgedrukt in de catalogus van de tentoonstelling Woest, pp. 74-75. Het werk krijgt daar abusievelijk de datering 1966.

Moskou

1 mei parade

1 mei parade | 1964 | olieverf op hardboard | 67,5 x 190 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

In de jaren negentig probeerde Dick Walda voor zijn boek Koning der stations meer te weten te komen over het verleden van Willem van Genk, onder meer door gesprekken met de kunstenaar zelf. Deze vertelde toen ten onrechte dat de Sovjet-Unie indertijd zijn allereerste buitenlandse reisdoel was geweest:

De eerste reis die ik naar het buitenland maakte was naar Rusland. Ik was zeer geïmponeerd door dat enorme Moskou, alles was tien keer groter. Indrukwekkende stations, overal mensen. Prachtige gebouwen. Steeds weer moest ik naar die stations. Je had daar alles in die Russische steden: trolleybussen, trams, de metro en treinstations. Dat ben ik gaan tekenen, ja. [1]

Een fascinatie voor Rusland vormde een belangrijke verbindende factor tussen Van Genk en Walda, waardoor het zeer goed mogelijk is dat de kunstenaar zijn vriend naar de mond wilde praten of zich domweg vergiste.

In het korte interview met Van Genk voor Brandpunt, in de reportage naar aanleiding van Van Genks fantastische werkelijkheid, zei hij desgevraagd expliciet dat hij niet in Moskou is geweest – ondanks de negen werken met de titel Mockba die op de tentoonstelling te zien waren. [2] Ook in het interview met Bibeb kwam de wens om naar Moskou te gaan uitgebreid ter sprake. Addy Persoon-van Genk vertelde hoe haar broer al wel was ingeschreven voor een reis naar de Russische hoofdstad maar uiteindelijk niet werd geselecteerd. ‘Viruly, Mary Dresselhuys, Theun de Vries waren er wel bij. […] Hij krijgt nog altijd f 75,- van die onderneming, die is nooit terugbetaald. Zelfs een vent die met een draaiorgel loopt, kon mee. Hij niet.’ [3]

Rond dezelfde tijd schreef Van Genk een brief aan Pieter Brattinga met mijmeringen over een eventueel bezoek aan Moskou:

De winter is voorbij, en de zomer is in aantocht dus tijd om aan vacantieplannen te gaan denken. Geachte lezer, waar gaan we heen deze zomer? Ik weet er nog niets van, ik zou oorspronkelijk naar Moskou gaan, maar wat ervoor in de plaats gekomen is weet ik niet. U hadt ’t over die bewuste reis naar Amerika, nu beste lezer ik ben versplinterd, ik bezit nu 2 verschillende reisplannen, daar zit de duivel tussen, welke reis maak ik beste lezer? Och ik geef natuurlijk de voorkeur aan Moskou maar daar zit blijkbaar iets aan vast, dat is niet zo zeer de pas of visum, doch wel van finaciele aard. […] Nu in Amsterdam is er een reisbureau (VERNU) die Ruschland vertegenwoordigd. Dit is namelijk een treinreis via Oostduitschland en Polen naar Moskou (prijs fl. 696) zeshonderdzesennegentig gulden hierbij zijn excursies per bus door Moskou en Leningrad bezocht wordt o.a. de Tretjakovgallerij, ’t mausoleum, het Kremlin, de Landbouw Industr. tentoonstelling, de metrostations. In Leningrad de Hemitage (winter) en ‘Petershof’ (zomerverblijf der Czaren) ook het Russische museum met de hoofdstad van Polen Warschau wordt aangedaan. Zoo U ziet een heel programma van 17 dagen zonneschijn in de Sovjetunie. [4]

Het was duidelijk: Van Genk had er zin in. [5] Hij zag de Sovjet-Unie op dat moment nog als een ideale staat waar hij als maatschappelijke verschoppeling wellicht voor vol zou worden aangezien.

Wanneer Van Genk voor het eerst Moskou bezocht, is onduidelijk. Dit zou later in 1964 kunnen zijn geweest, bijvoorbeeld toen hij begin juni van Brattinga een voorschot van fl 1.000,- had gekregen in afwachting van de verkoop van zijn werk in het buitenland. [6] Datzelfde jaar schilderde hij in olieverf op drie hardboardplaten een impressie van de 1 mei-parade op het Rode Plein in Moskou, maar er zijn geen indicaties dat dit werk op eigen waarneming is gebaseerd. Integendeel lijken bepaalde karikaturale en/of clichématige elementen juist te wijzen op fantasie. Verder doen beeldelementen op de scheidslijnen tussen de boardplaten, en verschillen tussen het linker- en rechterdeel van de voorstelling, vermoeden dat het werk in meerder fasen is ontstaan. De achterkant van het werk toont een indrukwekkende collage van teksten, tekeningen en knipsels, maar zaken als reisinformatie of rekeningen van hotels ontbreken.

Amsterdam Moskou KLM

Amsterdam Moskou per KLM | ca. 1967 | gemengde techniek op papier (gemaroufleerd op hout) | 128,5 x 148,54 cm | LaM, Villeneuve d’Ascq

In december 1964 kreeg Van Genk het geld van de verkopen in Düsseldorf, ruim zevenduizend gulden. Dit bedrag moet hem zeker in staat hebben gesteld om zijn lang gekoesterde wens van een reis naar Moskou in vervulling te doen gaan. Op een werk uit de tweede helft van de jaren zestig staat met grote letters Amsterdam Moskou per KLM, mogelijk ter herinnering aan die eerste reis naar de Sovjet-Unie. Op het werk is wel een aantal keren de tekst välkommen till sovjetunionen te lezen, wat er juist op zou kunnen wijzen dat hij het land via Scandinavië was binnengekomen. Hoe dan ook, toen Van Genk in 1981 Dick Walda voor het eerst ontmoette, vertelde hij Moskou ‘al enkele keren’ te hebben bezocht. [7]


 

NOTEN

[1] Walda, Koning der stations, p. 22.

[2] Cf. Ver van huis. Interviewer: ‘Maar nou valt het mij op meneer Van Genk, u tekent dus erg veel steden, maar de meeste steden bent u nooit geweest. U heeft tekeningen van Moskou, van Wenen …’ Van Genk: ‘Wenen, daar ben ik wel geweest.’ Interviewer: ‘Maar zo’n Moskou, daar bent u nooit geweest.’ Van Genk: ‘Nee.’

[3] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, pp. 113-115.

[4] Brief van Willem van Genk aan Pieter Brattinga, 25 maart 1964 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[5] Op de website van de Stichting Willem van Genk staat een document uit 1963 waarop de kunstenaar diverse reizen naar de Sovjet-Unie inventariseert, inclusief prijzen en met een tweetal reisprogramma’s van dag tot dag. (Geraadpleegd op 25 november 2019.)

[6] Cf. een brief van Pieter Brattinga aan Willem van Genk, 9 juni 1964 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[7] Walda, Koning der stations, p. 48.

Leningrad

Leningrad II

Leningrad | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 72 x 91 cm | coll. Galerie Hamer, Amsterdam | foto: Clemens Boon, Amsterdam

Tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 waren 27 werken van Willem van Genk te zien. De kleine tentoonstellingscatalogus werd voor het grootste deel gevuld met een tekst van Joop Beljon – ‘het wilde geschrijf van Beljon’, om met Bibeb te spreken. [1] Pas op de laatste pagina staat een lijst met de geëxposeerde werken. Steeds gaat het om de naam van een stad, met daarbij de afmetingen van het werk in kwestie in zowel centimeters als inches. Negen van de 27 werken dragen de naam Mockba, vijf heten Amsterdam. Elk twee keer komen voor Tokyo, Köln en Leipzig, elk één keer Paris, Frankfurt am Main, Antwerpen, Berlin, Arnhem, Den Haag en Wien.

Ondanks deze schaarse informatie is het mogelijk om de meeste van de Hilversumse werken thuis te brengen. Daarbij dient de informatie uit de catalogus te worden gecombineerd met enkele foto’s die van de expositie zijn gemaakt, de beelden uit Brandpunt en het filmpje van Har Oudejans, teksten over de tentoonstelling, latere afbeeldingen en zo nog het een en ander. Dan blijkt onder meer dat de samensteller van de catalogus – Pieter Brattinga – niet altijd even zorgvuldig is geweest. De gegevens over het eerste werk tonen meteen al enkele zwakke plekken:

1    Mockba  . . . . . .  80 x 64 cm | 31½” x 25¼”

De spelling ‘Mockba’ was een poging om het Cyrillische МОСКВА = Moskou weer te geven. Een foto van Eddy de Jongh, kennelijk gemaakt tijdens het bezoek dat Van Genk met Bibeb bracht aan de tentoonstelling, laat de eerste vier werken uit de catalogus zien. [2] Nummer 1 is duidelijk het hierboven afgebeelde werk, dat echter niet Moskou maar Leningrad voorstelt. Ook de maten kloppen niet: de tekening meet in werkelijkheid 72 x 91 cm.

Een fraaie reproductie van het werk is te zien in het boek Nederlandse naïeve kunst uit 1979. [3] Het boek was gekoppeld aan een tentoonstelling in Slot Zeist bij Utrecht met werk van veertien kunstenaars wier werk als (enigszins) naïef kon worden beschouwd. Een jaar eerder had Nico van der Endt de tekening al verkocht aan een Amsterdamse kunstverzamelaar voor fl. 4.0000 tijdens de tentoonstelling Winterexpositie van naïeven uit binnen- en buitenland[4] Van der Endt zou het werk later weer terugkopen.

Leningrad I (800x603)

Leningrad | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 60 x 80 cm | coll. De Ruuk, Amsterdam | foto: Galerie Hamer, Amsterdam

En er was in Hilversum nog een tweede stadsgezicht van Leningrad te zien. Catalogusnummer 25, opnieuw aangeduid als Mockba, stelt eveneens Leningrad voor. De laatste tien werken in de catalogus zijn moeilijker te identificeren, omdat er geen foto’s of filmbeelden van zijn. De tentoonstellingsruimte omvatte waarschijnlijk drie muren met werk, van de derde muur zijn geen opnames bekend. Juist bij nummer 25 komt de catalogus echter te hulp, door bij wijze van uitzondering een afbeelding af te drukken. Nico van der Endt verkocht de tekening in 1985 aan een Amsterdamse verzamelaar voor fl. 4.500. [5]

Knipsel

Still uit Ver van huis (1997) – de heer De Ruuk toont zijn Leningrad

Beide stadsgezichten van Leningrad zijn te zien tijdens de lopende tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum, zij het niet naast elkaar. Wel naast elkaar staan ze in de catalogus, maar daar is nummer 1 uit Hilversum helaas in spiegelbeeld afgedrukt. Na Amsterdam reist de tentoonstelling door naar Lausanne en … Sint-Petersburg, het voormalige Leningrad. De twee stadsgezichten zullen daar vermoedelijk extra aandacht krijgen, dus misschien kan de indeling van de tentoonstelling daarop worden aangepast.


 

NOTEN

[1] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 115.

[2] ‘Twee dagen later. Wim van Genk en ik in de restauratiewagen van de trein, naar Utrecht. We zijn op weg naar Van Genks tentoonstelling in Hilversum.’ (Ibidem, p. 121) De foto is hier te zien (geraadpleegd op 9 november 2019); de vrouw rechts is Bibeb. Het kostte overigens enige moeite om de foto’s van Eddy de Jongh, waarvan bekend was dat ze bestonden, op te diepen uit de collectie van het Nederlands Fotomuseum: de naam van de kunstenaar ontbreekt, de foto’s zijn gelabeld ‘schilder den haag’. (Met dank aan Jos ten Berge.)

[3] Joop Bromet en Nico van der Endt, Nederlandse naïeve kunst, Venlo 1979. Leningrad is afgebeeld op p. 33. Een beschouwing over Van Genk is te lezen op pp. 34-38.

[4] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 41.

[5] Ibidem, p. 51. De tekening was daarna te zien tijdens verschillende tentoonstellingen, onder andere Vijf x vijf in Rhoon (december 1989 / januari 1990).