Heverlee

Acht van de negen zusjes Van Genk in de tuin van het Heilig Hartinstituut in Heverlee, rond 1930 (inkleuring: AI)

Onlangs verscheen nieuwsbrief #53 van Cultureel Erfgoed Annuntiaten Heverlee, met een bijdrage over de zusters van Willem van Genk. De nieuwsbrief is hier te lezen, hieronder de tekst over de zusjes Van Genk.

Heimwee in Heverlee

De Nederlandse kunstenaar Willem van Genk (1927-2005) was de jongste in een katholiek gezin met tien kinderen. Hij had negen oudere zussen en was zelf een nakomertje. Hun vader, Jozef van Genk, had een fruithandel en wilde dat zijn kinderen een goede opleiding kregen. Oudste zus Tiny vertelde hierover toen zij in de jaren negentig werd geïnterviewd: ‘Mijn vader wilde dat wij het ver zouden schoppen; hij wilde het beste voor zijn tien kinderen. Hij meende dat Frans de wereldtaal zou worden en daarom werden alle meisjes op kostschool gedaan in België. We moesten zakendametjes en zonnetjes van vader worden.’

In het najaar van 1929 vertrokken de negen zusjes vanuit Voorburg, bij Den Haag, naar het Heilig Hartinstituut van de Zusters Annuntiaten in Heverlee. Ze hadden er een moeilijke tijd: ze spraken aanvankelijk geen woord Frans en sommigen van hen waren nog erg jong – Agnes, Isabella en Willy van Genk waren respectievelijk acht, zeven en zes jaar oud. Desalniettemin verbleven ze jarenlang in Heverlee, de drie jongsten zelfs tot 1936. Alleen in de vakanties keerden ze korte tijd terug naar Voorburg, en zelfs dat was niet altijd het geval. Het lange verblijf had ook te maken met het overlijden van moeder Maria van Genk-Hoogstraten, in 1932.

De zusjes Van Genk in Heverlee, rond 1930. Voorste rij: Jacoba (Jacqueline), Adriana (Addy), Helena (Lena/Leny), Maria (Riet), Eleonora (Nora). Achterste rij: Alberdina (Tina/Tiny), Isabella, Agnes, Wilhelmina (Willy)

Vader Jozef van Genk schreef in januari 1931 een brief aan zijn dochters, die bewaard is gebleven. In die brief is hij niet al te lang van stof, maar hij getroost zich duidelijk wel moeite om al zijn dochters ook even individueel aan te spreken: ‘Zeg Wilhelmientje hebt ge braaf gebeden, jongens wat een groote meid al en mooie punten, maar Isabella ook hoor, en Agnes hewel meske, kunde gij al Vlaamsch klappen’, en zo verder. Ze deden goed hun best en hadden bijna allen een mooi kerstrapport, op Nora na. Jozef van Genk: ‘Kinderen wij jullie ouders zijn zeer tevreden hoor. Werkt allen even hard dit jaar, houdt Nora in de lijn, geef haar een goed voorbeeld. … Over zes maanden is het weer groote vacantie die tijd schiet op, gebruikt ze nu daarom erg nuttig. […] Nu kinderen nu ga ik eindigen hoor vele groeten de Zeer Eerwd. Overste en allen Z. Eerwd. Zusters’.

Lena van Genk, die goed kon leren, verbleef van 1929 tot 1938 in Heverlee. Ze trad op 26 september 1932 in, waarschijnlijk was het ziekbed en naderende overlijden van haar moeder daarbij een factor. Lena was op dat moment zeventien jaar oud. Ze ging hierna zes jaar door het leven als ‘Lidwina’. Die kloosternaam verwees naar de heilige Liduina van Schiedam, patrones van de chronisch zieken en ook de naamgeefster van de parochie van het gezin Van Genk. In 1938 trad ze weer uit. Midden jaren dertig werd een foto van haar gemaakt in habijt, bij de Lourdesgrot in de tuin van het instituut.

Lena van Genk (Lidwina) in Heverlee, midden jaren dertig

Het uittreden van Lena van Genk kan ook te maken hebben gehad met mentale problemen, die veelvuldig voorkwamen in de familie van haar moeder. Een oom en tante waren in 1897 door het rijk onder curatele gesteld wegens ‘krankzinnigheid’, een andere oom en tante heetten ‘minder begaafd’ te zijn. In een brief uit 1946 schreef vader Jozef van Genk dat Lena ‘sinds jaren zenuwziek’ was en ook haar broer Willem kreeg al bij zijn eerste tentoonstelling het etiket ‘geestelijk gestoord’ mee. Lena van Genk verhuisde na de Tweede Wereldoorlog naar Sancta Maria in Noordwijkerhout, een verpleeginrichting voor vrouwelijke psychiatrische patiënten van katholieke huize. In 1957 werd haar oudere zus Tiny haar curator.

Uiteraard overleden de zusjes Van Genk één voor één, zij het bepaald niet in volgorde van leeftijd. De altijd ziekelijke Isabella, de op een na jongste, werd slechts drieënveertig en was in 1965 de eerste die stierf. Oudste zus Tiny werd daarentegen drieënnegentig jaar oud en overleed pas in 2007. Alleen Jacqueline (1919-2010) overleefde haar, ondanks het feit dat zij een kettingrookster was.

Acht van de negen zusjes Van Genk in de tuin van het Heilig Hartinstituut, rond 1930

Twee vragen blijven wat mij betreft over. Allereerst: waar haalde vader Jozef van Genk, winkelier, het geld vandaan om negen dochters jarenlang op een buitenlandse kostschool onder te brengen? Hun verblijf zal zeker niet gratis zijn geweest. Dan is natuurlijk ook de vraag waarom hij juist koos voor het Heilig Hartinstituut in Heverlee. Mogelijk had dit te maken met zijn echtgenote, die volgens het bidprentje bij haar overlijden ‘Lid der Derde Orde’ was geweest, tertiares dus. Ook de Annuntiaten zijn een orde van tertiarissen en tertiaressen.

En hun broertje Willem? Die keerde zich af van het geloof van zijn familie en kreeg communistische sympathieën. Twee collages van hem belandden in het universiteitsmuseum van Louvain-la-Neuve, een kleine dertig kilometer van Heverlee. Nog in 1997 zei hij in een interview: ‘Maar ik heb mijn hele leven een zwerm zusters gehad. Gisteren nog, het was maar een droom. Ze zaten aan m’n bed. Allemaal. En dat praat nog een keer door mekaar. Je kan er niks van verstaan, negen moeders die m’n bed willen opmaken. En toch ben je eenzaam.’

Jack van der Weide