Van Naaldwijk naar Rome (via Leningrad)

Smolny Kathedraal | 1964 | gemengde techniek op karton | 55,5 x 41 cm | particuliere collectie

Van Willem van Genk zijn twee tekeningen bekend die het Westland als onderwerp hebben, Druivenkas (WVG-1035) en Naaldwijk (WVG-1036). Beide lijken te maken te hebben met de familie van zijn moeder, bijna geheel uit Naaldwijk afkomstig. Naast die twee tekeningen was er ook nog een sjabloonachtige afbeelding die hij boven zijn bed met een wasknijper aan een ander werk had bevestigd: ‘Onder de tekst * bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk * en enkele schertsende mannentronies, is de contour van het bekende meisje met de blonde krul uitgesneden.’1

Detail van de muur boven het bed van Willem van Genk

Over dat ‘bekende meisje met de blonde krul’ dadelijk meer, eerst blijven we nog even in Naaldwijk. Enkele zussen van Willem van Genk (en ook hijzelf) verbleven daar in de jaren dertig soms enige tijd bij hun ooms Jan en Arie Hoogstraten, die op het adres He(e)renstraat 1 een sigarenwinkel dreven. In het geval van twee zussen, Tiny en Nora, was dat verblijf dusdanig lang dat hun verhuizing werd opgenomen in de gemeentelijke administraties. Uit een setje gezinskaarten in het Gemeentearchief in Den Haag blijkt dat Nora op 5 september 1935 vanuit Voorburg naar Naaldwijk is vertrokken, dat Tiny zich op 22 augustus 1936 bij haar heeft gevoegd, dat Nora op 6 oktober 1938 vanuit Naaldwijk naar Voorburg is teruggekeerd en dat zij op 17 januari 1939 weer naar haar ooms gaat. Een aparte kaart vermeldt dat Tiny op 11 oktober 1938 is verhuisd vanuit Naaldwijk, Heerenstraat 1, naar Den Haag, Stadhouderslaan 70.

Het lag derhalve voor de hand dat Tiny en Nora zouden voorkomen in het bevolkingsarchief van Naaldwijk. Inderdaad was dit het geval. Tiny wordt op 9 september 1936 ingeschreven vanuit Voorburg en vertrekt op 6 oktober 1938 naar Den Haag.2 Nora wordt op 5 september 1935 ingeschreven vanuit Voorburg, gaat op 6 oktober 1938 daarheen terug en wordt op 17 januari opnieuw ingeschreven in Naaldwijk. Tot zover niets nieuws. In de index van het Naaldwijkse bevolkingsarchief komen echter nóg twee Van Genks voor, Jacoba M. A. en Josephus J. M. – een derde zus (Jacqueline) en de vader van Willem van Genk.

Tiny, Nora, Jacqueline en Willem van Genk, jaren dertig

Jacqueline van Genk, om met haar te beginnen, blijkt op 23 maart 1942 naar Heerenstraat 1 in Naaldwijk te zijn gegaan vanuit Magnoliastraat 10 in Den Haag, het adres van het gezin Van Genk sinds juli 1939. Op 10 juni 1942 wordt zij officieel ingeschreven in Naaldwijk.3 Ook haar beroep staat vermeld: ‘costuumnaaister’ – een echo van het beroep van haar moeder, die bij haar huwelijk in 1913 ‘modiste’ was.

Dat Jozef van Genk vóór zijn huwelijk een jaar in Naaldwijk had gewoond, was bekend. Hij vertrok op 31 mei 1911 op drieëntwintigjarige leeftijd vanuit Steenbergen naar Naaldwijk, de woonplaats van zijn toekomstige echtgenote. Op 11 juni 1912 bleek hij zich te hebben gevestigd in Berlicum, als tuinman en met als vorige woonplaats Naaldwijk. Het lag dus voor de hand dat hij voorkwam in het bevolkingsregister van Naaldwijk en dat was ook zo, met exact dezelfde data en net als zijn voogd boomkweker van beroep (zie hier). Al eerder sprak ik het vermoeden uit dat hij naar Naaldwijk verhuisde om een opleiding te volgen aan de daar in 1896 opgerichte Rijkstuinbouw winterschool.4

Waar woonde Jozef van Genk in Naaldwijk in 1911-1912? Op zijn persoonskaart staat het wijknummer B151a vermeld en dit correspondeert met het huidige adres Kleine Achterweg 14. Jozef van Genk huurde hier een kamer bij de toenmalige hoofdbewoner van dit adres, H.M. (Hendricus Matheus) van Uffelen. Op de achterkant van diens woningkaart staan de namen van alle ‘inwonende personen en dienstboden, die niet aan het gezinshoofd verwant zijn’ uit de periode 1910-1930 (de woning stamde uit 1910) met bovenaan ‘Josephus Joh. Maria van Genk’. Over H.M. van Uffelen is weinig meer te vinden dan zijn levensjaren (1879-1940), zijn beroep (tuinder) en, gezien de namen van zijn kinderen, zijn religie (rooms-katholiek). Een connectie met de families Van Genk en/of Hoogstraten lijkt er niet te zijn geweest.5

Terug naar de sjabloon Bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk. In de beschrijving en foto op bladzijde 26 van Een getekende wereld is deze met een wasknijper bevestigd aan het werk Engelenburcht (WVG-0085). De associatie is helder, want inderdaad is het meisje met het ijsje in de rechter benedenhoek van dit werk te zien, naast een ander figuurtje dat eveneens naar een sjabloon lijkt te zijn geschilderd. Op bladzijde 10 van Een getekende wereld is de sjabloon andermaal zichtbaar, maar hier is zij bevestigd aan het werk Smolny Kathedraal (WVG-0091). Ook op dit werk is het meisje met het ijsje in de rechter benedenhoek te zien, naast een ander meisje dat eveneens ijs eet – uit een coupe. Smolny Kathedraal is gedateerd 1964 en is, tamelijk uitzonderlijk binnen het oeuvre van Willem van Genk, op karton geschilderd.6

Beide werken, Engelenburcht en Smolny Kathedraal, bevonden zich boven het bed van Willem van Genk, beide waren niet te zien op de overzichtstentoonstelling in Boxtel in 1976 en beide bevatten dus het sjabloonmeisje met het ijsje. Een bijzondere, persoonlijke betekenis ligt voor de hand, waarbij het meisje met het ijsje een overeenkomst is. Omdat op Engelenburcht Pierre Stordiau is afgebeeld, is het mogelijk dat het sjabloonmeisje een weergave is van diens dochter Madeleine, op wie Willem van Genk heimelijk verliefd zou zijn geweest (zie hier). Verdere aanwijzingen hiervoor ontbreken vooralsnog.

Ook het meisje met de ijscoupe keert terug, op Kathedraal Pilsen en (in spiegelbeeld) op Rode plein Moskou (1 mei parade) en Vervoer USSR. Hetzelfde meisje, herkenbaar aan haar jas en kapsel, is te zien op een Spaans metrostation op Tram- en spoorwegen (Blauwe trein | Victoriastation). Mogelijk is zij ook afgebeeld aan de onderkant van Ravenna, naast de fotograaf.

Links: Kathedraal Pilsen (detail), daarnaast: Rode Plein Moskou (detail), daarnaast boven: Vervoer USSR (detail), daaronder: Ravenna (detail), rechts: Tram- en spoorwegen (detail)

Het sjabloonmeisje op Engelenburcht vinden we nog op twee andere plaatsen. Op de achterzijde van Colonnade St. Pieter (WVG-0038) herhaalde Van Genk een deel van Engelenburcht, namelijk de rechter benedenhoek.7 Het hoofd en de schouders van het sjabloonmeisje zijn hier alleen in contour aanwezig, de hand met het ijshoorntje is getekend (op de kademuur: campina ijs). In de contour is een geel/oranje knipsel geplakt, waarvan de bron elders terug te vinden is: op Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) is hetzelfde sjabloonmeisje te zien als op Engelenburcht, zonder ijsje maar met bril en rode halsdoek. Ze is uitgeknipt uit een achtergrond met vliegtuigen en tekst, waarna het uitgeknipte deel kennelijk is aangebracht op de achterkant van Colonnade St. Pieter.

Links: Engelenburcht (detail), midden: Colonnade St. Pieter (achterkant; detail), rechts: Amsterdam Moskou per KLM (detail)

Amsterdam Moskou per KLM (hier afgebeeld) is een ietwat atypische collage, met gebruik van de etsen Rondvaart en Minsk. Het voert te ver om in dit verband het hele werk te bespreken, maar genoemd kan worden de veelvuldige aanwezigheid van de ‘schertsende mannentronies’ van de sjabloon Bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk (onder andere links en rechtsboven in het middelste blok); de datering (1966) en signatuur in de rechter benedenhoek van de ets Minsk; de uitgeknipte achthoek rechts beneden waarvan het uitgeknipte deel links beneden weer is gebruikt; en het gebouw aan de rechterkant, onder de rode letters CCCP: dit is opnieuw de Smolny-kathedraal uit Leningrad.

Vrijwel alle werken die ik hier heb genoemd, stammen uit de periode 1964-1969, waarbij Willem van Genk ook weer oudere tekeningen hergebruikte. Het is duidelijk dat het blonde, ijs etende meisje met het gele jasje hem in ieder geval in deze tijd bezig hield en dat er connecties lijken te zijn met Italië en de Sovjet-Unie. Hoe en of Naaldwijk binnen dit geheel past, is onduidelijk.


NOTEN

  1. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 26. ↩︎
  2. Een vertrek op 29 juli 1937 naar Voorburg is doorgestreept. ↩︎
  3. Tussen Jacquelines oude adressen staat bij de datum 6 februari 1942 ‘PB 110413’: het nummer van haar persoonsbewijs. ↩︎
  4. Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 19.  ↩︎
  5. Met veel dank aan Historisch Archief Westland, bij monde van Ingrid Nuijten. ↩︎
  6. Het werk bevindt zich in een particuliere collectie. ↩︎
  7. Zoals ik eerder schreef: ‘Een aantal werken van Willem van Genk kent een rijk bewerkte achterkant, met knipsels, tekeningen en teksten die in verband lijken te staan met de voorstelling op de voorkant. Vaak heeft die voorstelling betrekking op een stad of land, waardoor ook de verschillende onderdelen van de achterkant naar die geografische omgeving verwijzen’. ↩︎

Waarheidfestival

Waarheidfestival | ca. 1965-1970 | gemengde techniek op papier | 108,5 x 159 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

In de Amsterdamse locatie van Museum van de Geest, in het gebouw van H’ART Museum aan de Amstel (voorheen de Hermitage), is tot en met 1 december 2024 de tentoonstelling Who Cares? te zien, over vergeten slachtoffers en verborgen helden binnen de psychiatrie en verstandelijke gehandicaptenzorg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als onderdeel van de tentoonstelling wordt ook een werk van Willem van Genk getoond: Waarheidfestival, een collage uit de tweede helft van de jaren zestig. Op YouTube is een “Kunstverhaal” over Waarheidfestival te lezen,1 een korte video naar aanleiding van de tentoonstelling Woest in 2019/2020. Toenmalig curator Ans van Berkum belicht daarin enkele aspecten van het werk.

‘Wat fijn dat we welkom zijn op het Waarheidsfestival, het jaarlijkse evenement van de Communistische Partij Nederland’, zo begint Van Berkum haar verhaal. Kort na de Tweede Wereldoorlog, in de hoogtijdagen van de CPN, organiseerde partijkrant De Waarheid (in 1940 opgericht als verzetsblad) voor het eerst het zogeheten “Waarheid Zomerfeest”. Het werd gehouden in Openluchttheater Birkhoven in Amersfoort. Het feest in 1946 was dermate succesvol dat het een jaarlijkse traditie werd. Pas in 1960, het jaar dat De Waarheid twintig jaar bestond, ontstond de naam Waarheid(s)festival en werd de Amsterdamse RAI de vaste locatie.

Willem van Genk was een vaste bezoeker van de bijeenkomst. Dick Walda: ‘Eén keer per jaar bezocht hij het Waarheidsfestival, meestal in alle zalen van de RAI in Amsterdam. […] Het leek op een carnavalsgebeuren, maar dan met veel sprekers en daar tussen door optochten, muziekensembles en dansgroepen uit Rusland en Oost-Europa. Willem vond het prachtig zoals hij ook een groot liefhebber van carnaval was.’2

Centrale afbeelding in de collage is een portret van een man met een ringbaard, een bril met getinte glazen en een openhangend hemd, achter twee microfoons. Volgens Van Berkum verzorgt hij ‘de aankondigingen voor het festivalpubliek.’ Over zijn identiteit laat ze zich niet uit. Dick Walda dacht zeker te weten dat het hier gaat om een geïdealiseerd zelfportret: ‘Willem maakte een aantal zelfportretten. Dit is er een van. Willem zag zichzelf graag als “een man van de wereld”, van alle markten thuis. Hij spreekt het volk toe.’3 Nico van der Endt was desgevraagd minder zeker: ‘Ik heb dat nooit gedacht en heb ook nu grote twijfels. Zo’n ringbaardje … open shirt … daarvoor moet je wel een beetje ijdel zijn, was hij allesbehalve.’4

Een extra complicatie bij de identificatie van de man is de naam AAT VERHEY die onder hem te zien is.5 Mogelijk is dit een latere toevoeging. Er bestond inderdaad een prominente CPN’er genaamd Verhey/Verheij: Harry Verheij, een voormalig verzetsman die van 1958 tot 1978 lid was van de gemeenteraad van Amsterdam, van 1966 tot 1978 als wethouder. Harry Verheij leek enigszins op de man op Waarheidfestival (bril, haargrens) maar had geen ringbaard en ging meestal in driedelig pak gekleed. Officieel waren zijn voornamen Arie Adriaan, wat in de buurt komt van Aad/Aat, maar hij ging als “Harry” door het leven (zijn verzetsnaam). Zijn zoon Paul Verheij was eveneens landelijk bekend, als voorzitter van de studentenvereniging ASVA en Maagdenhuisbezetter, maar leek in niets op de man op Waarheidfestival.

Harry Verhey (1917-2014)

Waarheidfestival lijkt, zoals vaker bij Van Genk, een collage te zijn waarvan de huidige omvang het product is van voortdurende toevoegingen door de maker. Een schematische weergave van het werk laat zien dat het symmetrisch is opgebouwd:

A is de hoofdafbeelding met de man achter de microfoons. B1 en B2 bevatten afbeeldingen van raketten die worden gelanceerd. C1, C2 en F zijn gevuld met teksten en tekeningen in vooral balpen, waarbij met name F een uitermate chaotische indruk maakt. Inhoudelijk zijn deze drie delen van het werk duidelijk verwant. Een dergelijke verwantschap verbindt ook D1, D2, E1 en E2, die gevuld zijn met een soort graffiti en waar verf het dominante materiaal is.6 Als om de speciale positie van deze vier delen aan te geven, heeft Van Genk ze met oranje lijnen van de rest van de collage gescheiden.

Detailfoto’s van Waarheidfestival laten iets zien over de wordingsgeschiedenis van het werk. Zo blijkt F óver de bovengedeeltes van B1, A en B2 te zijn geplakt, maar zijn B1 en B2 weer over C1 en C2 bevestigd. Het meest intrigerend is het deel dat ik in het schema met A heb aangegeven. Dat loopt namelijk veel verder naar onderen door dan op het eerste gezicht het geval lijkt te zijn. In III en IV zijn de handen van de man achter de microfoons te zien, ook herkenbaar aan de mouwen van zijn bruine shirt. In zijn linkerhand (III) heeft hij een sigaret, vóór die hand staat een waterkan. Rechts (IV) heeft hij een glas in zijn hand.

Tussen III en IV had Van Genk een afdruk van een van zijn etsen geplakt (G). Volgens Van Berkums kunstverhaal gaat het om ‘een stuk van zijn ets Silja Line‘, maar eerder liet ik al weten dat het om de ets Rondvaart ging. Uit de ets had de kunstenaar een tondo gesneden, dat hij opvulde met verwijzingen naar de tentoonstelling Nieuwe Realisten uit 1964.7

Waarheidfestival (detail, vak G)

Rondom de tondo zijn twee namen te lezen: DS HEWLET JOHNSON, met de toevoeging RIP en tussen voor- en achternaam een hamer-met-sikkel symbool; en FRANCIS SPELLMAN, met tussen voor en achternaam een hakenkruis. Hewlett Johnson (1874-1966) was een Britse geestelijke met uitgesproken sympathieën voor Stalin en de Sovjet-Unie, die het desalniettemin schopte tot deken van Canterbury. Francis Spellman (1889-1967), in veel opzichten de tegenpool van Johnson, was een Amerikaanse kardinaal met uitermate reactionaire opvattingen die gold als een communistenvreter. Dat Van Genk ze hier letterlijk tegenover elkaar plaatste, past binnen de algehele thematiek in Waarheidfestival van kapitalisme (Verenigde Staten) versus communisme (Sovjet-Unie).

Van Berkum signaleert in haar kunstverhaal dat er in de centrale afbeelding van de man achter de microfoons de ‘koppen […] van een paar nette heren met brillen’ te zien zijn. Inderdaad zijn links en rechts in de afbeelding in totaal acht contourtekeningen van profielen te zien, deels overgeschilderd of overgeplakt. Dit is enerzijds een houvast bij het bepalen van de wordingsgeschiedenis van het werk, anderzijds toont het eens temeer de eenheid aan van de centrale afbeelding. De profielen zijn niet van willekeurige ‘nette heren met brillen’,8 maar van Francis Spellman:

Links: Francis Spellman, rechts: detail uit Waarheidfestival (vak III)

Keren we nog even terug naar de tondo met verwijzingen naar de tentoonstelling Nieuwe Realisten. Op de diagonale strook in de tondo staat de naam PIETER BRATTINGA, de man die Van Genk tussen 1964 en 1973 vertegenwoordigde. In dat laatste jaar kwam een einde aan hun ‘samenwerking’, tot kort daarvoor was Van Genk er vast van overtuigd dat Brattinga een beroemd kunstenaar van hem zou maken. In haar kunstverhaal merkt Van Berkum over Brattinga op: ‘Die had hem qua begeleiding ernstig in de steek gelaten.’ Ten tijde van deze collage was dit echter bepaald nog niet het geval (althans niet in de ogen van Van Genk en zijn directe omgeving), wat ons brengt op de datering van Waarheidfestival.

Volgens de website van Museum van de Geest is die datering ‘ca. 1965-1970’, en dat lijkt helemaal te kloppen met alle elementen die op de collage te zien zijn. Zo is de ets Rondvaart uit 1966 en overleed (‘RIP’) ook Hewlett Johnson in dat jaar. Waarheidfestival is daarnaast tweemaal gesigneerd, waarbij verschillende jaartallen zijn gebruikt. Een vroege ondertekening is te vinden in de rechterbenedenhoek van vak B2: een stempel met een gestileerd WG-logo en het jaartal 1965:

Waarheidfestival (detail, vak B2 / C2 / E2)

Rechtsonder het gehele werk staat Politiek Scala ’68 Bragah Studio / WFAM van Genk – ’s Gravenhage. Uit de toevoeging ‘Bragah Studio’ blijkt dat Van Genk ten tijde van Waarheidfestival nog volledig in de samenwerking met Brattinga geloofde.9 Onduidelijk is waarom ’68 is doorgehaald: was de kunstenaar op andere gedachten gekomen, wilde hij de collage misschien nog verder uitbreiden, of was het inmiddels 1969? Wel had Van Genk kennelijk een andere titel dan “Waarheid(s)festival” in gedachten, namelijk “Politiek Scala”. Een titel die in ieder geval meer zei over het werk als geheel.


NOTEN

  1. Hier (geraadpleegd 7 december 2023). ↩︎
  2. E-mails van Dick Walda aan Jack van der Weide, 13 en 14 december 2023. ↩︎
  3. Ibidem ↩︎
  4. E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 14 december 2023. Een aanwijzing zou eventueel ook nog de tatoeage op de borst van de man achter de microfoons kunnen zijn, net zichtbaar onder zijn ophangende shirt. Het lijkt om een op- of ondergaande zon en een anker te gaan, met een niet te ontcijferen tekst. ↩︎
  5. Elders schrijft Van Berkum dat de afbeelding van de man achter de microfoons ‘het portret van CPN’er Aat Verhey’ betreft (“Een vogel boven de stad”, p. 56). ↩︎
  6. Denkbaar is dat Van Genk in deze partijen geprobeerd heeft op een COBRA-achtige manier te werken. ↩︎
  7. Van Berkum: ‘Midden onder de centrale figuur heeft Van Genk een stuk van zijn ets Silja Line geplakt, met daarop een ronde schildering met de titel van een expositie in Den Haag waaraan hij zelf deelnam: Nieuwe Realisten.’ Dat laatste klopt, maar het gaat niet om een schildering op de ets, maar om een schildering in de uitsnede. ↩︎
  8. Met dank aan Jan Vellekoop, die mij hierop wees. ↩︎
  9. Eerder heb ik verschillende malen aangegeven dat ‘Bragah Studio’ verwijst naar de gewenste samenwerking met Brattinga. Zo staat onder de collage Keulen onder meer PIETER BRATTINGA & CO | BRAGAH STUDIO HOLLAND | ONTWERP WFAM van GENK | S’GRAVENHAGE STEENDRUKKERIJ | V/H (WED) de JONG & Znen HILVERSUM n/h | COPYRIGHT BRAGAH STUDIO (cf. hier). ↩︎

Pilsen 2 (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over het werk Pilsen 2. Het eerste deel is hier te vinden.

Een zeppelin boven Pilsen, 25 augustus 1930

In het najaar van 1967 was in De Vishal in Haarlem de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders te zien, naar aanleiding van een prijsvraag voor zondagsschilders die een jaar eerder door omroep VARA was gehouden. Van Willem van Genk werden acht werken getoond, waaronder “Markt te Pilsen, o/b. 70 x 80.” De centrale afbeelding van de (latere?) collage Kathedraal Pilsen bestond op dat moment al maar was uitgevoerd in inkt op papier, waarbij ook het formaat niet overeenkwam. Ook het onderste deel van Pilsen 2 heeft andere maten, plm. 47 x 75 cm. Zou er derhalve nog een derde werk zijn met een afbeelding van Pilsen? Mijn hypothese is dat het werk in Haarlem een oudere versie van het onderste deel van Pilsen 2 betrof, door Van Genk op enig moment kleiner gemaakt.

Dat het onderste deel van Pilsen 2 gemaakt is na en naar aanleiding van de reis naar Tsjecho-Slowakije in 1963, lijkt zeer waarschijnlijk. Een nadrukkelijke aanwijzing is de tekst BAYREUTHER FESTSPIELE op het dak van een touringcar rechts onder: in 1963 stond op de heenweg een stadbezoek aan Bayreuth op het programma, met als gevolg dat Van Genk op Kathedraal Pilsen onder meer een groot portret van Richard Wagner opnam. Op Pilsen 2 wordt Wagner ook nog genoemd op een concertenlijst aan de voorkant van het DOM KULTURY, het cultuurhuis aan het plein. [1] Verder is uiteraard van belang dat zowel op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen als op het onderste deel van Pilsen 2 het Náměstí Republiky in Pilsen is afgebeeld.

Het onderste deel van Pilsen 2 lijkt te zijn bijgesneden, waarna Van Genk om dit te verhullen een rode rand om de afbeelding aanbracht. [2] Een vergelijkbaar procedé paste hij toe bij Orkest van Coburg (WVG-0098), waar hij eveneens een ouder werk kleiner maakte en een rand aanbracht om dit te verhullen (zie hier). Er is op Pilsen 2 rechtsonder ook geen sprake van een echte signatuur, slechts van het bekende monogram – dat bovendien voor een deel verdwijnt achter de rode rand. Daarbij loopt de onderrand van de afbeelding dwars door een 1 mei-optocht en zien we alleen de bovenkant van de meegedragen rode vlaggen. Ook ander beeldelementen suggereren een afbeelding die aanvankelijk groter was.

De vier inzetstukken op het onderste deel van Pilsen 2 zijn waarschijnlijk eveneens later aangebracht. De oude stoomtrein in het landschap met de koe is ook te zien op Brooklyn Bridge (twee maal; WVG-0050) en op Zelfportret Zwakzinnigen-nazorg (WVG-0096), de trein van de Indonesische staatsspoorwegen eveneens op Brooklyn Bridge en op Great Railroads of the World (WVG-0066). Daarbij is aan de randen van dit deel duidelijk te zien dat er een boardplaat is bevestigd achter het onderste deel als geheel. Het bovenste deel met de zeppelins is iets breder en ligt hoger dan het onderste deel. Een foto van de achterzijde zou mogelijk een en ander kunnen verhelderen maar is niet beschikbaar.

Als met al heeft het er alle schijn van dat Willem van Genk Pilsen 2 heeft samengesteld uit twee werken: een oudere afbeelding van het Náměstí Republiky in Pilsen, kleiner gemaakt en bijgewerkt; en een afbeelding van een aantal Russische luchtschepen/zeppelins, die overeenkomsten vertoont met werk dat rond 1970 is gemaakt. Mogelijk was Van Genk met beide werken afzonderlijk niet tevreden en heeft hij door ze samen te voegen een nieuwe constellatie gecreëerd, vergelijkbaar met het hergebruik van oude tekeningen in collages als Bouwend ‘s Gravenhage, Amsterdam of Brooklyn Bridge. Wel lijkt het verband hier concreter te zijn, met name door de omvang van de samengevoegde delen. Een volgende vraag is daarom wat dat verband tussen beide afbeeldingen is.

Details Pilsen 2 (boven links), Brooklyn Bridge (boven rechts) en Great Railroads of the World (onder)

Een eerste connectie tussen zeppelins en Pilsen die ik vond, leek veelbelovend. In oktober 1938 hadden de nazi’s het zogenoemde Sudetenland, delen van Tsjecho-Slowakije waar veel etnische Duitsers woonden, bezet. Kort erna kwam er een speciale propagandavlucht van de LZ130 Graf Zeppelin II over de ‘bevrijde’ gebieden, de Sudetenlandfahrt. Pilsen lag weliswaar buiten die gebieden, maar de zeppelin zou er heel goed te zien kunnen zijn geweest. Probleem daarbij is wel dat de zeppelins op Pilsen 2 Russische luchtschepen zijn, te herkennen aan een kleine Sovjetvlag op de staart en ook, als men nauwkeurig kijkt, de cyrillische teksten CCCP en AEPOΦΛΟΤ op de romp – net als in het geval van de beide Asbery-werken.

Een betere optie kwam naar voren toen een Tsjechische kennis mij wees op een tweetal foto’s die op internet circuleerden, waarop een zeppelin boven Pilsen te zien is. Enig zoekwerk leverde op dat het ging om de eerste Graf Zeppelin, de LZ 127, die op 25 augustus 1930 op de route van Friedrichshaven (de thuisbasis van de zeppelins) naar Berlijn over een aantal Tsjechische steden was gevlogen, waaronder Pilsen. Omdat men bang was voor spionageactiviteiten vanuit het luchtschip, kregen de Škoda-fabrieken de opdracht om veel rook te produceren. [3] Van Genk kan op de hoogte zijn geweest van het verhaal of de foto’s, maar opnieuw is problematisch dat de zeppelins op Pilsen 2 Russische luchtschepen zijn, terwijl de kunstenaar beslist ook wist hoe hij Duitse exemplaren moest weergeven. [4]

Toen viel ineens het kwartje: Sovjet-luchtschepen boven een Tsjechische stad in een werk dat waarschijnlijk eind jaren zestig is gemaakt. Nico van der Endt in een interview, gevraagd naar Van Genks vroegere sympathieën voor de Sovjet-Unie: “I think 1956 marks the first shadow on his political beliefs, when Russian tanks restored order in Hungary, together with the revelation by party leader Nikita Khrushchev of the Stalin crimes. The final rift came in 1968 after the Prague Spring, when the Soviets crushed Alexander Dubček’s reform movement.” [5] Wat Van Genk met Pilsen 2 uitbeeldde was de militaire overmacht van de Sovjet-Unie ten opzichte van Tsjecho-Slowakije, door een ouder werk over Pilsen te verbinden met een nieuwer werk over fictieve Russische luchtschepen. [6] Visionair was dit hoogstwaarschijnlijk niet. Hij las de krant.


NOTEN

[1] Ook ‘dom kultury’ is, opvallend genoeg, Pools. In het Tsjechisch spreekt men van ‘kulturní dům’.

[2] Ik zeg steeds ‘lijkt’ omdat ik slechts beschik over foto’s van het werk. Een meer nauwkeurige analyse zou veel kunnen verhelderen, maar het is tot op heden niet gelukt om contact met de eigenaar te krijgen.

[3] Met dank aan Tomáš Vaněk. Volgens een andere bron werden de foto’s gemaakt tijdens een vlucht om de wereld op 3 oktober 1928 (geraadpleegd op 21 september 2021).

[4] Duitse zeppelins komen onder andere voor op Brooklyn Bridge, Het project Asbery – Moskou (WVG-0068) en World Aircraft I – KLM (WVG-0074).

[5] Nico van der Endt interview: ‘Willem van Genk was a visionary, a man discovering a universal truth about the human species’ (geraadpleegd op 21 september 2021).

[6] James Brett spreekt over “the obscure carriers of 1970s airline fiction” (‘Willem van Genk – Megalopolis’, in: Raw Vision 108 [2021], p. 66).

Pilsen 2

Pilsen 2 | ca. 1970 | gemengde techniek op board (boven) en doek (onder)| 94 x 75 cm | Collectie Arnulf Rainer, Wenen

In 1997 kreeg Nico van der Endt bezoek van de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer (1929): “Voor zijn inmiddels beroemde collectie outsiderkunst […] verwerft hij van Willem een drietal werken […]. Later in het jaar verwierf hij nog een autobus (assemblage).” [i] De werken die Rainer kocht waren respectievelijk Leipzig (WVG-0011), Tank (WVG-0018), Pilsen 2 (WVG-0043) en de assemblage WVG-6023. Het was de organisatie van de tentoonstelling Woest niet gelukt om contact met Rainer te leggen, [ii] zodat de werken later dat jaar niet te zien waren in het Outsider Art Museum in Amsterdam.

Pilsen 2 is een merkwaardig hybride werk dat Van Genk in ieder geval voor een deel leek te hebben gemaakt naar aanleiding van zijn reis naar Tsjechoslowakije in 1963, waarover ik eerder schreef (hier). Het is overduidelijk samengesteld uit twee delen, die op enig moment aan elkaar werden bevestigd. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 staat in het bijschrift “Bovendeel olie op    | Onderdeel olie op    “, alsof er voor de respectieve ondergronden twee verschillende materialen waren gebruikt. Nico van der Endt bezat nog de verkoopnota uit 1997, waarop inderdaad stond dat het bovenste deel op board was geschilderd en het onderste deel op doek. [iii]

Het bovenste deel van Pilsen 2 toont een drietal zeppelins in een decor van een luchthaven annex montagelocatie, met rechts een hangar, in het midden een ankermast, daartussenin een zeppelin in aanbouw en boven in beeld de onderzijde van een raketvormig luchtschip of projectiel. De zeppelin links lijkt recht op de toeschouwer af te komen, die in het midden ligt aangemeerd aan de ankermast. De kleinere zeppelin rechts vliegt weg. Op de staart van de middelste zeppelin is een rood vlaggetje met een hamer en een sikkel te zien. Tegen de horizon zijn enkele kleine gebouwen geschilderd, met name achter de ankermast. Linksboven is een logo van het tijdschrift LIFE aangebracht.

Het procedé om een afbeelding voor te stellen als de omslag van een tijdschrift, meestal Life, werd door Van Genk vaker gebruikt in werken op board die hij rond 1970 maakte. Het logo van Life komt voor op elf werken, allen behorend tot wat Dick Heesen de ‘gele serie’ noemde (zie hier). In die werken zijn daarnaast ook logo’s te zien van de tijdschriften REVUE en REALTA SOVIETICA en The National Geographic Magazine (op Collage ’70 = WVG-0069), van Look en BUNTE (op World Aircraft I – KLM = WVG-0074) en van FLIGHT (op Airports I – Tokyo Haneda (Int.) = WVG-0075). Een groot deel van deze werken komt voor op het lijstje dat Addy van Genk begin 1972 stuurde aan Pieter Brattinga, met recente werken van haar broer (zie hier).

Ook op dat lijstje stonden de twee Project Asbery-werken met prominente Sovjet-zeppelins, die lieten zien dat de mogelijkheid van Sovjet-Russische luchtschepen Van Genk eind jaren zestig duidelijk bezighield (zie hier). Met name Het project Asbery – Havanna (WVG-0067) toont opmerkelijke overeenkomsten met het bovenste deel van Pilsen 2. Naast voor de hand liggende paralellen als de grote zeppelin(s) en het logo van Life, kent ook Het project Asbery – Havanna een decor van een luchthaven annex montagelocatie, zij het iets meer op de achtergrond. Link is een zeppelin aan een ankermast te zien, rechts een rij hallen voor montage, onderhoud of opslag. Net als op het bovenste deel van Pilsen 2 zijn de genoemde beeldelementen in blauw uitgevoerd om ze te onderscheiden van de voorstelling op de voorgrond. In beide werken zijn tegen de horizon enkele uiterst kleine gebouwen te zien, die de omvang van de zeppelins benadrukken. Het project Asbery – Havanna lijkt in een aantal opzichten een verbeterde, uitgewerkte versie te zijn van het bovenste deel van Pilsen 2, dat daarmee ca. 1965-1970 kan worden gedateerd.

Op het onderste deel van Pilsen 2 is, net als op de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen, de oostzijde van het centrale plein van Pilsen te zien, het Náměstí Republiky. Een oriëntatiepunt vormt het hoekgebouw met de toren rechts, met op beide werken het woord KAVARNA (café) boven de hoofdingang. Een verschil is dat de centrale afbeelding van Kathedraal Pilsen een laag perspectief kent en dat daar de Sint-Bartholomeüskathedraal hoog boven de andere gebouwen op het plein uittorent. Op het onderste deel van Pilsen 2 is juist sprake van een hoger perspectief en is de kathedraal niet te zien. Mogelijk wordt juist vanáf de kathedraal gekeken, het stenen ornament in de linker bovenhoek zou in die richting kunnen wijzen.

De gebouwen op het plein zijn voorzien van een grote hoeveelheid teksten, op de daken van de gebouwen is onder meer ŠKODA-PLZĚN-LENINA en Fabrika-Pharmačeutica “PLZĚN CINDERELLAH” en JACOBOWITSCH te lezen. De grotere teksten hebben voor een deel betrekking op de 1 mei-viering: RUDÉ PRÁVO 1 MÁJ en (cyrillisch) 1 MAЯ. Aan de onderzijde van de afbeelding zijn inderdaad de rode vlaggen van een 1 mei-optocht te zien, die ook aan de gebouwen hangen. Verder is het plein gevuld met, en omgeven door touringcars, auto’s, spandoeken, trams en trolleybussen. Midden op het plein spuit een fontein, in de lucht hangt een vliegtuig en aan de horizon zijn de contouren van fabrieken afgebeeld. Links en rechts op de afbeelding zijn met witte verf twee maal twee over elkaar liggende, transparante vierkanten geschilderd, waarbij de overlappende delen gearceerd zijn.

Detail Pilsen 2

In de lucht boven het marktplein heeft Van Genk vier kleinere inzetstukken ingevoegd, drie tondo’s en een achthoek. De kleinste tondo links bevat een afbeelding van een groep personen met erdoorheen teksten of tekens in wit en geel. Mogelijk gaat het om een begrafenis of een rituele verbranding. De witte ‘tekens‘ zouden dan rook kunnen voorstellen; in de gele tekens is ’70 te onderscheiden. Rondom de tondo is een witte rand aangebracht die doet denken aan het papier onder een taart of gebakje. In de grotere achthoek ernaast is een oude stoomtrein te zien in een landschap met een koe die BUH! roept (wellicht tegen de trein die WUH zegt); in het gras ligt een koeienvlaai.

Weer verder naar rechts staat een tondo met een blauwe rand en daaromheen tekst VISIT THE RAILWAY MUSEUM LONDON TRANSPORT VETERAN CARS UNDERGROUNDLINES. Afgebeeld is een groep personen in een soort ouderwetse touringcar met de teksten MILLINGATE – NEW GATE en THE DUNLOP en GENERAL en AUTOMATON LINE OMNIBUS. Op de achtergrond is de Tower Bridge in Londen te zien, op de voorgrond een hond die WAF roept. Het vierde inzetstuk is een tondo met een versierde gele rand, een abeelding van een sneltrein in een landschap met daaronder de tekst INDONESISCHE STAATSSPORWEGEN. Over de tondo is met witte verf een spinnenweb geschilderd.

Rondom het onderste deel van Pilsen 2 is een rode rand aangebracht met daarop in witte letters een Poolse tekst – PO CO DtUGO SZUCAć? JEžELI WSZYSTKIE WIADOMOśCI O POLSCE, en zo verder. Met enige schrijffouten staat er ongeveer: “Waarom zo lang zoeken? Al het nieuws over Polen is te vinden in de maandelijkse uitgave Polska. Bestellingen en informatie: Mazowiecka straat 11, Warschau. Het tijdschrift Polska transporteert je elke maand als een vliegend tapijt.” [iv] Het gaat derhalve om een reclametekst voor het maandblad Polska, waarbij rood en wit inderdaad de kleuren van de Poolse vlag zijn.

(wordt vervolgd)


[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109.

[ii] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 16 juli 2019.

[iii] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 2 september 2019.

[iv] Met dank aan Karolina Gościniak. De vertaalmachines op internet hadden met name moeite met de woorden ZACZAROWANY DYWAN (betoverd tapijt, i.e. vliegend tapijt): een onverwacht beeld, waarbij Van Genk ook nog de tweede Z in spiegelschrift had geschreven.

Station

Centraal Station Amsterdam | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 130 x 110,5 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

In de roman Brullen (2015) van Marie Kessels staat de hoofdpersoon, fotograaf Dana, met haar vriend Joachim naar opstijgende vliegtuigen te kijken:

Ieder vliegtuig afzonderlijk doemde nu weer voor hem op als een schitterend, imposant object. Op een gegeven ogenblik zagen we er een recht van voren, puur dreiging, boosaardigheid en schoonheid, zoals de schizofrene kunstenaar Willem van Genk het heeft geschilderd in zijn Cubaanse luchthaven, waar we allebei veel van houden omdat het een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk is. Het laat ons zo goed voelen wat het van een kunstenaar vraagt om door de glazen wand heen te breken die ons van de werkelijkheid scheidt.

Ik wees. ‘Kijk, net die ene Van Genk met dat vliegtuig recht van voren! Vind je niet dat het bijna de energie heeft van een tijger die losbreekt en je ieder moment kan verscheuren, die je dwingt je zo snel mogelijk uit de voeten te maken? Maar je springt er niet voor opzij en je zoekt geen veilig heenkomen.’

Joachim knikte en verzonk in gepeins. Misschien hoorde hij in gedachten Willem Frederik Hermans’ bewonderende woorden: ‘Willem van Genk is in een web gevangen, zoals iedereen. Maar hij heeft toch het overzicht over het geheel behouden. Zijn tekeningen zijn huiveringwekkend mooi, maar zullen menigeen herinneren aan iets wat hij liever vergeet.’ [i]

Kessels’ typeringen van “dreiging, boosaardigheid en schoonheid” en “een geweldsvisioen en een geluksvisioen tegelijk” getuigen van een scherp inzicht in het werk van Van Genk. Ze sluiten aan bij onder meer Nico van der Endts stelling dat bij Van Genk tegendelen altijd samengaan, dat er sprake is van nevenschikking van traditioneel tegenstrijdige begrippen (macht vs. onmacht, angst vs. verlangen). [ii] Ook W.F. Hermans gaf al in 1964 aan dat in zijn spinnenweb-metafoor Van Genk niet óf de spin óf het slachtoffer van de spin is, maar beide: macht en onmacht, controle en overweldiging bestaan in zijn werk naast elkaar. [iii]

Het belang van het werk van Willem van Genk voor de roman komt tot uitdrukking in het omslagbeeld, dat een ander werk van de kunstenaar toont: Centraal Station Amsterdam (WVG-0042), een collage die net als Cubaanse luchthaven | World Aircraft II – Cubana Airways (WVG-0073) in het bezit is van Stichting Collectie De Stadshof. [iv] Met de inhoud van de roman lijkt die collage echter weinig van doen te hebben. Treinen en stations spelen slechts een marginale rol in het boek en hoewel er sprake is van een “geluidscollage” (229) en van “paranoïde geesten” met “hun volstrekte fixatie op alles wat er niet deugt aan deze wereld” (182) – een beschrijving die op Van Genk zou kunnen slaan – is het moeilijk om een verband te leggen.

Centraal Station Amsterdam is een van de ongeveer vijftien collages op papier die Willem van Genk in de jaren zestig maakte met gebruikmaking van voornamelijk oudere tekeningen. Twee van die collages, Bouwend ’s Gravenhage (WVG-0052) en Amsterdam (WVG-0047), kwamen eerder uitgebreid aan bod (hier en hier) en ook in dit geval gaat het om grote en kleine tekeningen met ingevoegde fragmenten, tondo’s en teksten. Het werk bestaat ruwweg uit twee helften, waarop tweemaal een spoorwegemplacement wordt getoond. In het bovenste deel van de collage is die centrale tekening minder groot en is onder meer ook een landschap met molens te zien. Opvallend zijn de teksten CENTRAAL STATION (bovenste deel) en FALLER [v] (rechts onder), gele en rode inzetstukken (met name in het onderste deel) en een meisjeshoofd (links onder). De aandacht van de kijker wordt echter vooral getrokken naar de door stoomwolken omgeven treinen in het onderste deel, op een emplacement dat een (voor Van Genk typisch) nadrukkelijk symmetrisch lijnperspectief kent met het stationsgebouw als verdwijnpunt.

Ans van Berkum merkte eerder op dat in Centraal Station Amsterdam “een verbinding [wordt gelegd] tussen Amsterdam Centraal Station en een station in Moskou”. [vi] Inderdaad gaat het in de onderste centrale tekening niet om een Nederlands maar om een Russisch station, waarschijnlijk in Moskou. [vii] De opschriften op de treinen zijn gesteld in cyrillisch schrift en om alle twijfel weg te nemen heeft een van de stoomlocomotieven het woord CCCP op de voorkant staan. In de bovenste centrale tekening gaat het wel degelijk om het Centraal Station in Amsterdam. Het stationsgebouw zelf ligt verscholen achter het bord met het woord STATION, erboven is wel de torenspits van de niet meer bestaande Maria Magdalenakerk van Pierre Cuijpers aan de Spaarndammerstraat te zien.

De titel Centraal Station Amsterdam is daarmee voor dit werk niet helemaal juist. In de catalogus van galerie De Ark uit 1976 was de titel Centraal Station, en het weglaten van de plaatsnaam lijkt een goede oplossing. Het gaat in deze collage om een nevenschikking van Nederland en de Sovjet-Unie, meer specifiek van Amsterdam en Moskou, aan de hand van met name twee grote treinstations. Op de strook tussen het bovenste en het onderste deel van het werk staat de treinroute tussen die beide stations getekend, langs alle steden die onderweg worden aangedaan. In Nederland voert de route van AMSTERDAM (geheel links) via onder meer APELDOORN, DEVENTER en OLDENZAAL naar West-Duitsland (met Die Deutsche Bundesbahn) waar BENTHEIM, OSNABRÜCK, HANNOVER en BRAUNSCHWEIG worden gepasseerd.

In de Deutschen Demokratischen Republik (met de Deutsche Reichsbahn) gaat de reis langs BRANDENBURG, POTSDAM, BERLIN en FRANKFURT (ODER),naar de Volkspolen in Polska. Na WARSZAWA en BREST/LITOWSK begint de C.C.C.P., waar MINSK en SMOLENSK kennelijk belangrijke stations zijn. Het traject eindigt in MOSKOU, helemaal rechts op de strook. Die heeft, mede door de langgerekte vorm, wel iets weg van de Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana), de Romeinse reiskaart die de lijn als principe kent. Weliswaar ís de route van Amsterdam naar Moskou ook een min of meer horizontale lijn, maar gezien vanuit een trein lijkt deze nog veel rechter. Daarbij is het beeld van de wereld die zich aanpast aan de reiziger ook een aantrekkelijke metafoor voor de blik van Van Genk op de werkelijkheid.

Detail Centraal Station Amsterdam

Het onderste, Moskovitische deel van Centraal Station Amsterdam is relatief helder van opzet, met één centrale tekening en een aantal kleinere inzetstukken. Die inzetstukken kennen bovendien gedeeltelijk een logische opbouw, met vliegtuigen aan de bovenkant (waaronder een afbeelding van de luchthaven Vnukovo) en een tekening van de metro aan de onderkant. Het bovenste, Amsterdamse deel van het werk is veel meer gefragmenteerd, zowel formeel als inhoudelijk. Ook hier onder meer een metro en vliegtuigen, maar de metro (herkenbaar aan een grote rode M) is van Rotterdam en het squadron ernaast vliegt boven een Russische stad. Daar weer naast is een tekening van (blijkens het opschrift) TOKYO geplaatst.

Boven de centrale tekening van het station in Amsterdam heeft Van Genk opnieuw de tegenstelling Amsterdam/Moskou tot uitdrukking gebracht, met twee iets grotere, naast elkaar geplaatste tekeningen. Op de rechter tekening rijdt een tram langs het water door een landschap met molens. Het betreft de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Haarlem die langs de Haarlemmertrekvaart rijdt op de Haarlemmerweg, met nog nauwelijks bebouwing. De molens zijn de 1200 Roe, de 1100 Roe en Molen de Bloem. [viii] Rechts heeft Van Genk een gebouw getekend met het opschrift ONS GENOEGEN: een buurtboerderij aan de Spaarndammerdijk.

Dit Hollandse landschap met water en molens staat in contrast met de tekening links ervan, een emplacement in de Sovjet-Unie met modern materieel in een industriële omgeving. In een begeleidende tekst laat Van Genk geen misverstanden bestaan over zijn boodschap: stijging van de electrische productie van 1940 tot en met 1953. De Sovjetunie produceert momenteel (1953!) zeventig (70) maal zoveel electrische energie als het oude Rusland in 1913. Ter verduidelijking is over de afbeelding een staafgrafiek getekend met cijfers voor respectievelijk 1940, 1946, 1950 en 1953. Duidelijk is daarmee dat in ieder geval dit deel van het werk significant ouder is dan de volledige collage, die rechtsonder het jaartal (19)66 meekrijgt. [ix]

Van Genk lijkt in het bovendeel van Centraal Station Amsterdam minder gestructureerd en meer associatief te werk te zijn gegaan dan in het deel eronder. Steden en vervoer zijn de belangrijkste motieven, waarbinnen voor zijn werk specifieke elementen te zien zijn: Bergen op Zoom, Arnhem, een TURMAC-reclame op een tram, de Beurs van Berlage, namen van luchtvaartmaatschappijen et cetera. Vertrouwd is ook het vermelden van boektitels: onder meer de boeiende Rembrandtroman van Theun de Vries (i.e. Rembrandt. Meester tussen licht en donker) en Amsterdam oud en nieuw  STEMMINGEN EN STUDIES door Corn J GIMPEL en H HEUFF en Van paardetram naar dubbelgelede door Ir Leideritz WJM (ondertitel: “Een historische terugblik op ruim 100 jaar bussen en trams in Amsterdam”) – om me te beperken tot de linker bovenhoek. [x]

Detail Centraal Station Amsterdam. Links Bergen op Zoom, rechts Arnhem

Centraal Station Amsterdam is op verschillende manieren in verband te brengen met andere collages op papier van Willem van Genk: via de verwijzingen naar Amsterdam met Amsterdam (WVG-0047), via de opvallende stoomwolken in het onderste deel met Vervoer USSR (WVG-0060), via de nadruk op treinen met Bahnhöfe van weleer (WVG-0051). Uiteraard dient eveneens te worden gewezen op de vele collages over de Sovjet-Unie: Moskou (WVG-0053), Minsk-Mosca (WVG-0055), 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), Vervoer USSR, zeker ook Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) en zelfs Urbanisme et Architecture (WVG-0054). In het algemeen vormen de collages op papier misschien wel het meest ontoegankelijke deel van het oeuvre. De esthetische waarde ervan is niet altijd voor de hand liggend, maar de fascinerende werking is vrijwel grenzeloos.


NOTEN

[i] Marie Kessels, Brullen (Amsterdam 2015), p. 219. Een afbeelding van Cubaanse luchthaven (eigenlijk World Aircraft II – Cubana Airways) is hier te zien. Het personage Joachim kent de tekst van Hermans mogelijk omdat die schrijver “een van zijn helden” is (181).

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25.

[iii] Hermans, ‘De werkelijkheid van Willem van Genk’, p. 9.

[iv] Het colofon vermeldt slechts “Omslagbeeld Willem van Genk”, zonder titel (of fotograaf).

[v] Faller is “een Duitse fabrikant van modelspoorbaantoebehoren en in het verleden van racebaansystemen” (Wikipedia).

[vi] Carine Neefjes, ‘Curator Ans van Berkum onderzoekt oeuvre Willem van Genk’, in: Outsider Art Now, vol. 2 (2018), pp. 7-17 (9).

[vii] Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gaat het om het Kiev-station in Moskou, dat Van Genk in meerdere werken vastlegde.

[viii] Cf. ‘De Haarlemmertrekvaart en de Haarlemmerweg’ (geraadpleegd 31 augustus 2021).

[ix] De volledige tekst in het tondo rechtsonder: BRAGAH STUDIO / COPYRIGHT hilversum / PIETER BRATTINGA 66 / [onleesbaar] / WFAM van GENK / ‘s GRAVENHAGE.

[x] De naam ‘Leideritz’ keert terug in de context van een bus-assemblage van Van Genk, WVG-6022 (zie hier). In de catalogus van de tentoonstelling Willem van Genk: Mind Traffic in het American Folk Art Museum in New York (2014) was sprake van een assemblage onder de titel Untitled (Plan Leideritz Trolley). Navraag leerde dat deze titel betrekking had op een tekst op de bus.

Rondvaart

Rondvaart (WVG-0087)| 1966 | ets | ca. 15 x 23 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht

Op YouTube werden ten tijde van de tentoonstelling Woest enkele “kunstverhalen” geplaats, korte video’s waarin Ans van Berkum en Hugo Borst werken van Willem van Genk bespraken. In het kunstverhaal over Waarheidsfestival (WVG-0049) gaat Van Berkum onder meer in op een rechthoek van ongeveer vijftien bij twintig centimeter aan de onderkant van het werk: ‘Midden onder de centrale figuur heeft Van Genk een stuk van zijn ets Silja Line geplakt, met daarop een ronde schildering met de titel van een expositie in Den Haag waaraan hij zelf deelnam, Nieuwe realisten.’ [i] Die laatste opmerking is uiteraard correct en ook had Van Genk inderdaad een afdruk van een van zijn etsen gebruikt. Dit was echter niet Silja Line (WVG-0064) maar een ets die lange tijd onbekend was, al had juist Van Berkum haar kunnen herkennen.

Volgens Nico van der Endt maakte Van Genk ‘een vijftal etsen in verschillende kleuren (vervaardigd gedurende zijn avondverblijf op de Academie en afgedrukt door collega’s)’. [ii] Vier van de etsen – Minsk (WVG-0062), Tunnel Napels (WVG-0063), Silja Line en Collonade (WVG-0065) – waren bekend, de vijfde (Rondvaart) werd alleen genoemd in het oeuvre-overzicht in de monografie uit 1998. [iii] Recentelijk bleek echter dat Stichting Collectie De Stadshof die vijfde ets wel degelijk bezat: ‘Er is 1 ets: Rondvaart op de Dnepper bij Kiel, 1966 (reg nr: OS13070701 SH10156) is sinds 17 augustus 1999 in langdurige bruikleen van dhr. J.B. Meinen, Papendrecht, aan Stg Coll. De Stadshof. Afm. 18,6 x 19 cm.’ [iv] Die informatie verhelderde veel en riep tegelijkertijd ook een aantal vragen op.

Allereerst de titel. De noord-Duitse stad Kiel is gelegen aan de Kieler Förde, aan het noordelijk begin van het Noord-Oostzeekanaal, niet aan (of in de buurt van) een rivier genaamd “Dnepper”. En waarom zou Van Genk in Kiel een rondvaart maken? De naam “Dnepper” doet denken aan die van de rivier de Dnjepr, die niet bij Kiel stroomt maar wel bij Kiev. Kijken we goed naar het opschrift op de ets, dan staat daar hoogstwaarschijnlijk W.F.A.M. van GENK s’HAGE ‘66 rondvaart op de Dneppr nabij Kiev. Het gaat dus inderdaad om de Dnjepr en om Kiev, in 1966 na Moskou en Leningrad de derde stad van de Sovjet-Unie en daarmee zeker een aandachtspunt voor Van Genk.

De vier andere etsen werden gemaakt in 1967, Rondvaart leek dus in meerdere opzichten een eerste poging voor Van Genk om zich met de voor hem nieuwe techniek uiteen te zetten. Daarbij zal hij, zoals Van der Endt opmerkte, geholpen zijn door docenten en/of studiegenoten. De bruikleengever van de ets, J.B. Meinen uit Papendrecht, was de kunstenaar Jan Bernard Meinen (1945-2001), die vanaf 1963 een opleiding volgde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. [v] Meinen, die onder mee naam maakte als graficus en etser, zou zeer goed een van degenen kunnen zijn geweest die Van Genk hielpen.

De afbeelding is redelijk elementair opgezet maar toont een aantal voor Van Genk specifieke elementen. Te zien is de binnenruimte van een rondvaartboot met helemaal links twee meisjes, van wie er een vlechten heeft en een ijsje eet. Voor hen zit een echtpaar, nog een rij naar voren een tweede echtpaar met een kind; de vrouw draagt een hoofddoek, de man heeft een krant in zijn handen. Schuin achter het tweede paar zit een man met een bril en een hondje (mogelijk een zelfportret) en voor het gezelschap staat de gids die in een microfoon spreekt. Door de glazen overkapping van de boot – een voor Van Genk typische webstructuur – is een brug te zien waarover een trein of tram rijdt.

Detail 50 jaar Sovjet-Unie (1966)

Van Genk bezat uiteraard afdrukken van zijn eigen etsen, die hij soms gebruikte in zijn werken. In Reiseland Italien (WVG-0037) is linksboven de ets Collonade ingevoegd, in Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) Minsk. Rondvaart lijkt maar liefst negen keer te zijn gebruikt, niet allen in Waarheidsfestival maar ook in Vervoer USSR (WVG-0060), in 50 jaar Sovjet-Unie (WVG-0058), in Kathedraal Pilsen (WVG-0044), eveneens in Amsterdam Moskou per KLM en, vier keer, in Urbanisme et architecture (WVG-0054). In Amsterdam Moskou per KLM staat Rondvaart links naast Minsk, wat duidelijk het verschil in formaat tussen beide etsen toont.

Van Rondvaart zijn geen genummerde en gesigneerde exemplaren bekend, zoals van de andere vier etsen. Desalniettemin lijkt ook bij dit werk een verschil te bestaan tussen officiële en niet-officiële afdrukken, waarbij die laatste vaak te herkennen zijn aan een gestippelde rand rond de afbeelding. Een duidelijk voorbeeld hiervan is te vinden in Een getekende wereld, waar de ets Collonade staat afgebeeld mét een gestippelde rand – het betreft derhalve een niet-genummerd exemplaar. [vi] Ook veel van de etsafdrukken bij Museum Dr. Guislain in Gent hebben vermoedelijk een dergelijke rand.

Details Urbanisme et architecture (ca. 1965)

Bij gebruik in andere werken is de rand van Rondvaart niet altijd goed te zien, omdat Van Genk de ets meestal heeft verknipt. In vier gevallen is een tondo verwijderd, in vier andere gevallen is juist alleen een tondo gebruikt – hetgeen doet vermoeden dat tondo’s en omtrekken op elkaar zouden kunnen passen. Urbanisme et architecture laat beide vormen zien: links is drie keer een omtrek gebruikt, rechts één keer een tondo. Ook in Waarheidsfestival ontbreekt een tondo, waarbij Van Genk de vorm van het uitgeknipte deel associeerde met het ronde logo van de tentoonstelling Nieuwe Realisten. Alleen op Amsterdam Moskou per KLM is de hele ets geplakt.

Dat Van Genk Rondvaart heeft gebruikt op werken die iets met de Sovjet-Unie te maken hebben, lijkt in de meeste gevallen duidelijk. Alleen Urbanisme et architecture is in dat verband enigszins problematisch. Het linker deel van dat werk lijkt met name over Stockholm te gaan, al zijn er ook verwijzingen naar Duitsland (met name Keulen), Denemarken en Finland. De omtrekken van Rondvaart in dat deel van het werk bevatten in de ruimte waar de tondo’s zijn uitgeknipt, teksten en afbeeldingen die verwijzen naar respectievelijk Helsinki, Stockholm en Kopenhagen. In het rechter deel, dat op Moskou betrekking heeft, is een tondo ingevoegd met daaroverheen drie maal in cyrillisch schrift KHEB, i.e. Kiev. De kennelijke associatie van Scandinavië met de Sovjet-Unie versterkt de al eerder genoemde hypothese dat Van Genk de Sovjet-Unie via Zweden en Finland was binnengekomen; ook Silja Line wijst in die richting. [vii]

Detail Kathedraal Pilsen (ca. 1965)

Dat er een tondo van Rondvaart is aangebracht op Kathedraal Pilsen, is een bevestiging van de eerder geponeerde stelling (hier) dat Van Genk een tekening van de kathedraal van Pilsen is gaan gebruiken als centrale afbeelding in een veel groter en meer gelaagd werk. Het lijkt of in ieder geval de rechterstrook van het werk later is toegevoegd, wat een verklaring zou kunnen zijn voor enerzijds de dubbele signatuur en anderzijds de verwijzingen naar vijftig jaar Sovjet-Unie in de rechter bovenhoek. Die rechterstrook bestaat voor het grootste deel uit een viertal natuurtekeningen, die we vaker in de collages over de Sovjet-Unie tegenkomen. De tondo uit Rondvaart is op een tekening van een veld met korenaren geplakt, met eroverheen de tekst Navštivte Sovĕtsky – Tsjechisch voor “Bezoek de Sovjet [-Unie]”, hetgeen Van Genk enkele jaren na zijn reis naar Tsjechoslowakije ook daadwerkelijk zou doen.


NOTEN

[i] “Kunstverhaal: Het ‘Waarheidfestival’ van Willem van Genk door Ans van Berkum” (geraadpleegd 22 juni 2021). De WVG-nummers verwijzen naar mijn eigen (aanzet tot een) catalogue raisonné. Van Berkum eindigt haar analyse met de triomfantelijke observatie dat boven de ets ‘deels gecamoufleerd maar toch overduidelijk, het woord KUT’ staat. Dit lijkt me om meerdere redenen een uiterst twijfelachtige conclusie.  

[ii] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 25. Zie hier voor meer informatie over de etsen.

[iii] ‘Rondvaart | 1966 | coloured etching | 15 x 23 cm’ (Ans van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 111).

[iv] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021. De kwalificatie ‘coloured etching’ in Een getekende wereld slaat mogelijk op het feit dat de inkt niet zwart maar sepia is. De afmetingen in Een getekende wereld lijken beter te kloppen dan die in de administratie van Stichting Collectie De Stadshof.

[v] “Jan Bernhard Meinen” (geraadpleegd 23 juni 2021).

[vi] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 129. Getuige het bijschrift (‘artist’) betreft het hier inderdaad een afdruk die afkomstig is van de kunstenaar zelf. De genummerde afdrukken werden verhandeld door Galerie Hamer.

[vii] Zie hier en hier.

Aanzet tot een catalogue raisonné (5)

Dit is het vijfde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk. Eerdere delen zijn hier, hier, hier en hier te vinden.

Vervoer USSR | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 156,5 x 175,5 cm | Musée L, Louvain-la-Neuve | Foto: J.-P. Bougnet

WVG-0046

Willem van Genk (1976)p. 33
Keulen | Collage | 98 x 140

Een getekende wereld (1998), p. 107
Keulen | ca 1960 | mixed media on paper | 140 x 98 cm | artist

Woest (2019), p. 112
Keulen | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 98 x 140 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, p. 113.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0047

Willem van Genk (1976), pp. 34-36 (voorkant + details)
Amsterdam | Tekeningen collage | 227 x 98

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam | ca 1959 | mixed media on paper | 90 x 227 cm | unknown

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 54-55.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0048

Willem van Genk (1976), p. 37
Amsterdam – Moskou per K.L.M. | Collage | 150 x 131

Een getekende wereld (1998), p. 109
Amsterdam – Moskou | 1967 | mixed media on board | 128 x 147 cm | Collection de l’Aracine in depot Musée d’art moderne de Lille Métropole Villeneuve d’Ascq, inv. nr. A. 996.301 (1282)

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 33.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0049

Willem van Genk (1976), p. 38
Waarheidsfestival | Collage | 152 x 100

Een getekende wereld (1998), p. 115
Waarheidsfestival | ca 1970 | mixed media on paper | 98 x 150 cm | artist

Woest (2019), p. 144
Waarheidsfestival 
| ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 108,5 x 159 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 4-5.


WVG-0050

Willem van Genk (1976)p. 38
Brooklyn Bridge | Collage | 180 x 100

Een getekende wereld (1998), p. 115
Brooklyn Bridge | ca 1975 | mixed media on paper | 88 x 111 cm | De Stadshof Zwolle

Broooklyn Bridge maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het is momenteel eigendom van het Stichting Collectie De Stadshof, dat op de eigen website als techniek vermeldt ‘gemengde techniek (ballpoint, potlood, gouache, acrylverf) collage op pakpapier (verschillende papieren, doorzichtig plastic)’, als datering ca. 1960 – 1975 en als maten 97 x 178 cm. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 82-83.


WVG-0051

Willem van Genk (1976)p. 39
Treinen | Collage Tekeningen | 122 x 70

Een getekende wereld (1998), p. 111
Blauwe trein/Victoriastation | ca 1966 | mixed media on board | 80 x 290 cm | Collection de l’Aracine in depot Musée d’art moderne de Lille Métropole Villeneuve d’Ascq, inv. nr. A. 996.302 (1283)

Bij de reizende tentoonstelling Nederlandse zondagsschilders: de droomwereld der naïeven in 1966 werd een werk van Van Genk met de titel Spoorwegen een eervolle vermelding; mogelijk gaat het hier om dit werk. Zeker is wel dat dit het werk getiteld Tram- en spoorwegen is waarmee Van Genk in 1967 de de landelijke schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland won.

De website van het LaM in Lille, waar het werk zich bevindt, geeft als datering ‘avant 1987’, als techniek ‘Encre, crayon de couleur, stylo-feutre et gouache sur papier brun marouflé sur toile’ en als maten 72 x 222 cm. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 124-125.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0052

Willem van Genk (1976)p. 39
Den Haag | Collage Tekeningen | 200 x 88

Een getekende wereld (1998), p. 107
Bouwend ‘s-Gravenhage | 1950/60 | mixed media on paper | 100 x 210 cm | artist

Woest (2019), p. 124
Bouwend ‘s-Gravenhage
 | 1960 | gemengde techniek op papier | 102 x 212 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 90-91.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0053

Willem van Genk (1976)p. 39
Moskou | Collage Tekeningen | 173 x 97

Een getekende wereld (1998), p. 115
Moskou | ca 1970 | mixed media on paper | 94,5 x 173 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6888

Woest (2019), p. 102
Moskou 
| 1966 | collage van tekeningen op papier | 94,5 x 173 cm | Collection de l’Art But, Lausanne

Afbeelding: Woest, pp. 102-103.


WVG-0054

Willem van Genk (1976)p. 41
Architectuur | Collage Tekeningen | 174 x 99

Een getekende wereld (1998), p. 109
Urbanisme et Architecture | 1960/1970 | mixed media on paper | 75,5 x 172 cm | De Stadshof Zwolle

Urbanisme et Architecture maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het is momenteel eigendom van het Stichting Collectie De Stadshof, dat op de eigen website als techniek vermeldt ‘gemengde techniek (ballpoint, potlood, gouache, acrylverf) en collage op pakpapier’. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 62-63.


WVG-0055

Willem van Genk (1976)p. 41
Steden | Collage Tekeningen | 95 x 67

Een getekende wereld (1998), p. 109
Bragah | 1960 | mixed media on paper | 70 x 100 cm | Collection de l’Aracine in depot Musée d’art moderne de Lille Métropole Villeneuve d’Ascq, inv. nr. A. 996.331 (1616)

Woest (2019), p. 106
Minsk-Mosca
 | 1966-1967 | gemengde techniek op papier | 66,7 x 97,4 cm | Donatie door L’Aracine in 1999, LaM, Lille Métropole

De website van het LaM vermeldt onder afzonderlijke titels de voorkant (Minsk-Mosca, ‘Encre, stylo à bille et gouache sur morceaux de papier kraft marouflés sur toile libre’) en de achterkant (Bragah, ‘Stylo à bille sur papier contrecollé sur toile libre, stylo à bille sur la toile libre’) van dit werk.

Afbeelding: Woest, pp. 106-107 (voorkant), 108-109 (achterkant).


WVG-0056

Willem van Genk (1976)p. 43
Internationale | Collage Tekeningen | 171 x 101

Een getekende wereld (1998), p. 111
Internationale | ca 1967 | mixed media on paper | 98 x 174,5 cm | Alpha Cubic International Japan

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 76-77.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0057

Willem van Genk (1976)p. 43
Glimpses of Asia | Collage Tekeningen | 184 x 100

Een getekende wereld (1998), p. 111
Glimpses of Asia | ca 1967 | mixed media on paper | 95,5 x 180 cm | Alpha Cubic International Japan

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 74-75.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0058

Willem van Genk (1976)p. 44
50 jaar Sovjet-Unie | Collage Tekeningen | 175 x 97

Een getekende wereld (1998), p. 111
50 jaar Sovjet-Unie | 1967 | mixed media on paper | 96 x 174 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6702

Woest (2019), p. 98
50 jaar Sovjet-Unie 
| 1967 | gemengde techniek op papier | 96 x 174 cm | Collection de l’Art But, Lausanne

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 78-79.


WVG-0059

Willem van Genk (1976)p. 44
Märklin | Collage Tekeningen | 95 x 74

Een getekende wereld (1998), p. 115
Märklin | 1970 | mixed media on paper | 72,5 x 94 cm | The Outsider Collection/The Outsider Archive London, inv. nr. oa 326

Nico van der Endt verkocht het werk in 1989 aan het Outsider Archive voor ₤ 1.500. [i] Daarbij werd de commissie verrekend die Monika Kinley van het Outsider Archive kreeg voor haar bemiddeling bij de verkoop van WVG-0056 en WVG-0057 aan het Japanse Alpha Cubic. [ii] Märklin bevindt zich momenteel in de collectie van de Whitworth Art Gallery in Manchester. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Afbeelding: Raw Vision #36, p. 31.


WVG-0060

Willem van Genk (1976)p. 45
Vervoer U.S.S.R. | Collage Tekeningen | 151 x 133

Een getekende wereld (1998), p. 119
Vervoer USSR | 1975 | mixed media on paper | 156,5 x 175,5 cm | Musée de Louvain-la-Neuve, inv. nr. 425

Nico van der Endt verkocht het werk in 1988 aan het Musée de l’Université van Louvain-la-Neuve. Het was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 17.


WVG-0061

Willem van Genk (1976)p. 45
Moskou | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 115
Tank II | ca 1970 | pencil on canvas | 40 x 31 cm | artist

Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 29.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Waarheidsfestival | ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 108,5 x 159 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

Willem van Genk maakte vijf monochrome etsen, waarvan vier (hieronder genoemd) in oplagen van respectievelijk 13, 14, 5 en 5. De inkt is meestal zwart, maar er bestaan ook afdrukken in sepia en groen. Daarnaast is er een onbekend aantal ongenummerde exemplaren. De vijfde ets (WVG-0087) wordt niet genoemd in de catalogus van De Ark.


WVG-0062

Willem van Genk (1976), p. 37
Minsk | Ets oplage 13

Een getekende wereld (1998), p. 111
Minsk | 1967 | etching (13) | 53 x 63 cm | artist, private collection, Site de la Création Franche Bègles, inv. nr. 1602-93

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

  • 1/13 – Museum Dr. Guislain, Gent (zwart)
  • 2/13 – particuliere collectie, Ittigen
  • 3/13 – particuliere collectie, Maastricht (zwart)
  • 4/13 – Musée de la Création Franche, Bègles (zwart)
  • 5/13 – particuliere collectie, Amsterdam
  • 6/13 – particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)
  • 8/13 – Musée d’Arts Brut, Montpellier
  • 12/13 – particuliere collectie, Zürich (sepia)
  • 13/13 – particuliere collectie, Brussel (sepia)

Nummer 6/13 was te zien tijdens Woest vanaf september 2020.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 132.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0063

Willem van Genk (1976), p. 46
Tunnel Napels | Ets | oplage 14 stuks

Een getekende wereld (1998), p. 111
Tunnel Napels | 1967 | etching (14) | 30 x 40 cm | artist nr 14/14 en 3/14, Site de la Création Franche Bègles, inv. nr. 1601-93, nr 6/14, private collection

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

  • 2/14 – particuliere collectie, Maastricht (zwart)
  • 3/14 – Musée de la Création Franche, Bègles (zwart)
  • 4/14 – particuliere collectie, Amsterdam (zwart)
  • 6/14 – The Museum of Everything, Londen (zwart)
  • 7/14 – particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)
  • 8/14 – particuliere collectie, Zürich (zwart)
  • 9/14 – Heden (v/h Artotheek), Den Haag (zwart)
  • 11/14 – veiling april 2024 (zwart)
  • 12/14 – Andrew Edlin Gallery, New York (sepia)
  • 14/14 – particuliere collectie, Nijmegen (donkergroen)

Nummer 7/14 was te zien tijdens Woest vanaf september 2020.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, p. 81.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0064

Willem van Genk (1976), p. 46
Siljalline | Ets | oplage 5 stuks

Een getekende wereld (1998), p. 111
Siljaline | 1967 | etching (5) | 50 x 43,5 cm | artist, private collection

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

  • 1/5 – particuliere collectie, Maastricht (zwart)
  • 2/5 – in 1998 door Hamer verkocht aan Artotheek Den Haag
  • 3/5 – particuliere collectie, Nijmegen (zwart)
  • 4/5 – particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)
  • 5/5 – veiling april 2024 (zwart)

De ets was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 133.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0065

Willem van Genk (1976), p. 47
Colonnade | Ets | oplage 5 stuks

Een getekende wereld (1998), p. 111
Colonnade/St. Petersdom | 1967 | etching (5) | 30 x 40 cm | artist

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

  • 1/5 – particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)
  • 3/5 – particuliere collectie, Nijmegen (groen)
  • 4/5 – in 1998 door Hamer verkocht aan Artotheek Den Haag (groen)

Nummer 1/5 was te zien tijdens Woest vanaf september 2020.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 129.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 63.

[ii] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 7 april 2021.

Ze rijden ook in Moskou

Detail Moskou (ca. 1965)

Zoals eerder opgemerkt, is niet bekend in welk jaar Willem van Genk voor het eerst de USSR bezocht – waarschijnlijk in de periode 1964-1967. Een mogelijke route staat afgebeeld op de ets Silja-Line (1967): met de boot vanuit STOCKHOLM via MARIEHAMN (op de ÅLANDSEILANDEN, schrijft Van Genk er ter verklaring bij) naar TURKU en/of HELSINKI en daarvandaan verder naar LENINGRAD. [1] Zijn vroege Moskou-tekeningen, en ook schilderijen als Metrostation Moskou, 1 mei Parade en Smolny Kathedraal, alle uit 1964, baseerde hij niet op eigen waarneming. Anders lijkt dat te zijn met de collages Moskou, 50 jaar Sovjet-Unie, Minsk-Mosca en Vervoer USSR, die de Sovjet-Unie voorstellen als het beloofde land en min of meer in het verlengde daarvan een schier eindeloze opsomming geven van gebouwen, landschappen en vervoermiddelen.

Wat dat laatste betreft raakte Van Genk in de Sovjet-steden, en vooral in Moskou, niet uitgekeken. Auto’s, bussen en trams waren niet nieuw voor hem, en ook metro’s en trolleybussen had hij al eerder gezien – die laatste zelfs in eigen land, zij het in beperkte mate. Ten tijde van zijn eerste USSR-reis had alleen Arnhem nog een trolley-netwerk; die in Nijmegen en Groningen waren al verdwenen en had hij mogelijk nooit met eigen ogen gezien. [2] In Moskou reed de trolleybus vanaf 1933, al verliep de introductie aanvankelijk ‘niet zonder slag of stoot: Stalin was een fel tegenstander. Hij was bang dat ze om zouden vallen, en niets kon hem van gedachten doen veranderen.’ [3]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de trolleybus zijn definitieve opmars in de USSR: ‘Doordat steden een enorme groei doormaakten, Moskou in het bijzonder, steeg ook de vraag naar nieuwe transportmiddelen. Maar het aanleggen van tramlijnen was te duur en de meeste bussen werden gebruikt op het front. De bussen die overgebleven waren stonden veelal stil vanwege een tekort aan benzine. De trolleybus bood uitkomst: hiervoor was noch benzine noch een trambaan vereist.’ [4] Het netwerk ontwikkelde zich tot een van de grootste ter wereld, met 95 routes en 25.000 reizigers per dag. In 2020 werd het vervoermiddel afgeschaft.

Zonder titel (trolleybus) | ca. 1985-1995 | gemengde techniek | 81 x 35 x 20 cm| Galerie Arte Magica, Haarlem

Begin 2016 verscheen op de website van galerie Arte Magica in Haarlem een foto van een bus-assemblage van Willem van Genk. Navraag leerde dat de bus te koop was en te bezichtigen bij de eigenaar. De prijs lag ‘rond de 40.000 euro’ en was ‘gebaseerd op een taxatie van Christies New York alwaar het in januari 2017 zal worden geveild op de Art Brut Auction.’ [5] De foto op de website van de galerie liet zien dat het om een binnen het oeuvre van Van Genk atypische trolleybus ging, met vrijwel geen zichtbare reclame (ook niet voor Ratelband Hap-Hoek of Pattisérie-Bonbonnerie Léon) en zonder aanwijzingen dat gebruik was gemaakt van een bouwplaat of koekjesdoos. Mogelijk ging het om een losgeraakt exemplaar van de installatie Busstation Arnhem, al was het ontbreken van enige verwijzing naar Arnhem in dat geval merkwaardig.

De bus dook weer op in 2019, tijdens de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum in Amsterdam, en was dus kennelijk niet verkocht op de veiling in New York. Het werk was in principe weer te koop via Arte Magica, zij het dat het OAM serieuze koopinteresse had en daartoe contact had gelegd met onder andere het Mondriaan Fonds om de financiering rond te krijgen. ‘Het OAM heeft het eerste recht van aankoop, maar met de ontbindende voorwaarde dat, indien een serieuze verzamelaar het werk van Willem van Genk wil kopen, dit zal worden gemeld bij het OAM. Als het museum dan op korte termijn geen concreet zicht heeft op de financiering, vervalt de afspraak met het OAM en is het werk te koop.’ [6]

Negen maanden later was de bus verdwenen uit de tentoonstelling en weer terug bij de eigenaar. ‘Het OAM is er niet in geslaagd om voldoende fondsen bij elkaar te krijgen voor de aankoop van de trolleybus. Het was […] de bedoeling dat de tentoonstelling ook in Lausanne te zien zou zijn. De […] trolleybus zou daar echter niet naartoe gaan, aangezien het museum al een aantal trolleybussen in de collectie heeft.’ [7] Voor de voorgenomen expositie in Sint Petersburg was de bus aanvankelijk wél ingecalculeerd, maar daar moesten (in juni 2020) nog afspraken over worden gemaakt met de eigenaar. Galerie Hamer bleek de bus ooit te hebben verkocht aan de Vlaardingse verzamelaar Joop Groen. De vraagprijs was begin 2021 gezakt naar 35.000 euro.

Twee bus-assemblages van Willem van Genk tijdens de tentoonstelling Woest. De onderste assemblage is de Russische trolleybus van galerie Arte Magica (foto’s: Jack van der Weide)

‘De trolleybussen van Van Genk uit de jaren tachtig zijn ontegenzeggelijk Arnhems’, schreef ik eerder, maar de bus van Arte Magica lijkt die uitspraak te logenstraffen. De galerie zelf omschrijft de assemblage als ‘een relatief grote Russische (Moskou) bus (ongeveer 81 x 35 x 20 cm) zonder reclame.’ Die laatste toevoeging is onjuist: op het dak van de bus is een deel uit een verpakking geplakt voor бисквити КАМЧИА, kennelijk een koekjesmerk (‘biskviti Kamchia’). De Kamchia is een 191 kilometer lange rivier in het oosten van Bulgarije; het gelijknamige koekjesmerk is als zodanig in 2021 niet meer via internet te vinden. Op de voorkant van de bus is onder meer МОСКъ te lezen.

Van Genk lijkt met de assemblage een model te hebben gemaakt van een trolleybus van het model MTB-82, waarbij de letters MTB staan voor Moskou Trolley Bus en het getal 82 voor het bedrijf Sawod Nr. 82, dat de bus ontwikkelde. Tussen 1945 en 1975 reden er zo’n 5000 bussen van dit model in een aantal steden in de Sovjet-Unie en ook in enkele Oost-Europese landen. In het tweedimensionale werk van Van Genk is de bus onder meer te zien op de collages Vervoer USSR en Moskou, en prominent op de ets Minsk.  

Omdat de Russische trolleybus tijdens Woest tentoongesteld was naast andere bus-assemblages, waren de verschillen en overeenkomsten goed te zien. In het algemeen bleken de individuele bussen significant groter te zijn dan die in de installatie Busstation Arnhem, wat de hypothese van Ans van Berkum ondergraaft als zouden de individuele bussen ‘een onderdeel vormen van de grote installatie Trolleybusstation Arnhem, die in zijn flat aan de Harmelenstraat in Den Haag in de woonkamer was opgesteld. Ook al zijn veel bussen daarvan losgemaakt en als enkelvoudige stukken verkocht en verspreid, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze tot dat grote, finale werk behoren’. [8] De Russische bus van Arte Magica lijkt definitief een streep door die interpretatie te halen. [9]


NOTEN

[1] In 1993 maakt Van Genk een min of meer omgekeerde reis, opnieuw voor een deel per boot: ‘We gaan naar een reisbureau in Amsterdam waar hij ingewikkelde wensen op tafel legt, een reis via Warschau, Moskou en Leningrad naar Helsinki, Stockholm en Göteborg. Zo nodig corrigeert hij de reisagent die moeite heeft met een bootverbinding.’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 93)

[2] Er bestaat een tekening door Van Genk van Groningen waarop een trolleybus te zien is. Het valt echter te betwijfelen of de scène op eigen waarneming berust.

[3] “De Moskouse Trolleybus: nostalgisch symbool van vervlogen tijdenDe Moskouse Trolleybus: nostalgisch symbool van vervlogen tijden” (geraadpleegd 16 februari 2021)

[4] Ibid.

[5] E-mail van Rob van der Elst aan Jack van der Weide, 1 februari 2016.

[6] Idem, 24 oktober 2019.

[7] Idem, 3 juni 2020.

[8] Van Berkum, “Een vogel boven de stad”, p. 58.

[9] De titel van deze tekst is ontleend aan een fragment uit een brief van Willem van Genk aan de Brusselse galeriehoudster Françoise Henrion uit 1988

Bovenbuurman

Ravenna | 1964 | gemengde techniek op hardboard | 31 x 40 cm | particuliere collectie| foto: Galerie Hamer, Amsterdam

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Nico van der Endt over het jaar 1996: ‘Ondertussen telefoon van Dick Heesen, mijn voorganger inzake Willem met de vraag of ik belangstelling heb een aantal schilderijen en etsen te verkopen die hij – enigszins tot mijn verrassing – indertijd als betaling voor onkosten heeft verkregen. Het gaat om de werken Schwebebahn Wuppertal, Station Berlin-Ost, Colonnade St. Pieter, de kleine tekening Raadhuisstraat en Zelfportret in de Ark.’ [1] Alle  genoemde werken belandden bij particuliere verzamelaars en in 1998 werden ze getoond tijdens de grote tentoonstelling in museum De Stadshof in Zwolle. Ook werden ze afgebeeld in Een getekende wereld.

Vier van de vijf werken bleven in beeld en waren opnieuw te zien tijdens de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum. [2] ‘De kleine tekening Raadhuisstraat’ (een van de vier werken die Van Genk maakte naar aanleiding van de laatste rit van de Blauwe Tram tussen Amsterdam en Zandvoort op 31 augustus 1957) was terechtgekomen bij een verzamelaar die boven Galerie Hamer woonde en daar met grote regelmaat werken aanschafte. In 1999 kocht hij ook nog ‘twee kleinere werken’ van Van Genk, Dom van Ravenna en Smolny Kathedraal. [3] Hij overleed enkele jaren later, zijn verzameling kwam terecht bij enkele familieleden. De verblijfplaats van de werken van Van Genk kon door de organisatie van Woest niet meer worden achterhaald. [4]

Schwebebahn Wuppertal en Colonnade St. Pieter waren in respectievelijk 1996 en 1997 verkocht aan verzamelaar Jan Vellekoop uit Vlaardingen, die de werken regelmatig uitleende voor kleinere of grotere tentoonstellingen en wiens belangstelling voor Van Genk groot was en bleef. [5] In juli 2020 nam Vellekoop zich voor de werken van ‘de bovenbuurman van Hamer’ op te sporen en al na enkele dagen had hij ze getraceerd. De eigenaar bleek naast de drie schilderijen ook nog drie etsen van Van Genk te bezitten – Silja Line, Colonnade en Minsk – en nodigde ons (Jan Vellekoop en ondergetekende) uit om de werken te komen bezichtigen, hetgeen we begin augustus deden.

Raadhuisstraat (Amsterdam) kwam eerder ter sprake in de post over de Blauwe Tram: het is een kleine tekening die in 1964 al te zien was tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in Hilversum. De afbeelding toont twee gevelrijen met ervoor rijen mensen die onder toezicht van de politie staan te wachten op de laatste Blauwe Tram, waarvan in de verte de koplampen te zien zijn. Het gaat duidelijk om een avond- of nachtscène, de straatlantaarns branden; ook de donkerrode lucht, die contrasteert met de zwart-witte huizen, moet in die context worden geïnterpreteerd. Opvallend is het zeer nadrukkelijke verdwijnpunt, waar de tram staat en waar de gevelrijen, de avondhemel en vooral de tramrails naartoe wijzen. Het werk is rechtsonder tweemaal gesigneerd. Op de achterkant staat, niet in het handschrift van Van Genk, ‘Einde blauwe tram Amsterdam in 1957’.

Detail Raadhuisstraat (Amsterdam)

Smolny Kathedraal is een werk dat Van Genk in zijn woning op de ombouw van zijn opklapbed had staan. Het komt bovendien niet voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, hetgeen erop duidt dat het voor de kunstenaar een speciale betekenis had – of dat hij het niet goed genoeg achtte om te worden tentoongesteld. Te zien is de kathedraal uit de titel, achter een hek en met eromheen enkele bomen en andere gebouwen. Om de afbeelding is een bruine rand getekend, waarop versieringen zijn aangebracht – de golvende lijntjes en punten die zullen terugkeren op de rood/gele stroken van latere schilderijen. Het werk is rechtsonder gesigneerd, met in de signatuur het jaartal 1964. Rechtsonder zijn twee ijs-etende meisjes getekend met behulp van sjablonen. Dit vertoont overeenkomsten met de techniek die de Amerikaanse kunstenaar Henry Darger hanteerde voor het weergeven van de vele meisjes in zijn beeldend werk. De oranje contouren om de twee figuurtjes lijken later te zijn toegevoegd.

Detail Smolny Kathedraal

De achterkant van Smolny Kathedraal werd door Van Genk uitgebreid beplakt, betekend en beschreven, uiteraard vooral met verwijzingen naar de USSR – onder meer is prominent het woord ЛЕНИНГРАД (Leningrad) te lezen. Het geheel lijkt enigszins op de achterkant van Metrostation Moskou, eveneens uit 1964, vanwege de grote hoeveelheid contourtekeningen van profielen en maskerachtige tronies. [6] Er lijkt voor Van Genk een connectie te hebben bestaan tussen dergelijke contourtekeningen en het communisme, aangezien ze ook voorkomen op bijvoorbeeld 50 jaar USSR en Het waarheidsfestival.

Dom van Ravenna stond eveneens op de ombouw van het opklapbed van Van Genk en kwam evenmin voor in de catalogus van Galerie De Ark uit 1976, maar was wel te zien tijdens de tentoonstelling Zondagsschilders II (1967) in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Afgebeeld is niet de barokke domkerk in Ravenna, maar de Byzantijnse basiliek San Vitale in die stad. Uit de basiliek komt een mensenstroom die het midden lijkt te houden tussen een processie – er wordt een spandoek meegedragen met de tekst CHRISTUS VINCIT – en een bruiloftsstoet. Tientallen nonnen met kaarsen sluiten zich vanaf links en rechts bij de mensenzee aan. Op de voorgrond maakt een fotograaf foto’s, rechtsonder staat een koets. Links en rechts in beeld staan bomen, rechts zijn op de achtergrond ook nog enkele andere gebouwen te zien met op een zijgevel een reclame voor MARTINI. De achterkant van Ravenna (een betere titel) was eveneens beschreven en beplakt, maar Van Genk leek het oppervlakte eerst als palet te hebben gebruikt.

Ravenna (achterkant)


NOTEN

[1] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.

[2] Zelfportret in De Ark maakte inmiddels deel uit van de collectie van het Museum of Everything van James Brett en werd in de zomer van 2020 al weer teruggehaald.

[3] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 117. Smolny Kathedraal staat afgebeeld op p. 73, onder de titel Smolny Kathedraaal, Leningrad. Volgens een toeristische website gaat het bij deze kathedraal om ‘één van de mooiste gebouwen van Sint-Petersburg’.

[4] De verzamelaar schafte van Van Genk ook nog een trolleybus-assemblage aan – om precies te zijn de bus die staat afgebeeld op pagina 35 van Een getekende wereld. De bus wordt daar ten onrechte gerekend tot de collectie van De Stadshof.

[5] In 2012 verscheen in het tijdschrift Out of Art een interview met Jan Vellekoop, waarin hij vertelt over ‘zijn fascinatie voor het werk van Willem van Genk’. Het interview is hier te lezen.

[6] De achterkant van Metrostation Moskou is afgedrukt in de catalogus van de tentoonstelling Woest, pp. 74-75. Het werk krijgt daar abusievelijk de datering 1966.

Harmelenstraat (4)

Dit is het vierde deel van een tekst over de woning van Willem van Genk aan de Harmelenstraat in Den Haag. Het eerste deel is hier te vinden, het tweede deel hier, het derde deel hier

Walda 002

Willem van Genk in zijn appartement, ca. 1997. Foto: Mattheus Engel

Let op: onderstaande tekst is in 2020 geschreven. Informatie kan deels verouderd zijn.

Bij het bestuderen van foto’s van het interieur van Willem van Genk kom je ogen tekort. Net als bij het bekijken van zijn tekeningen, schilderijen en assemblages ontdek je steeds weer andere details, duiken er verbanden op, zie je zaken die je eerder niet zag en ontstaan er nieuwe structuren. Ook in die zin kan Harmelenstraat 28 als een kunstwerk worden beschouwd, tegelijkertijd tweedimensionaal (de foto’s van het interieur), driedimensionaal (het interieur an sich) en zelfs vierdimensionaal (het interieur doorheen de tijd). Dat laatste heb ik eerder aangestipt: het interieur was tussen 1964 en 1998 uiteraard niet statisch, met een andere situatie in 1970, 1980, 1990 of wanneer dan ook. Van Genk kocht boeken en jassen, maakte trams en trolleybussen, veranderde de centrale muur in zijn voorkamer, bouwde Busstation Arnhem en ga zo maar door. En zelfs dat dynamische aspect is in verband te brengen met zijn andere werk, waaraan hij vaak eveneens elementen bleef toevoegen – als hij daartoe de mogelijkheid had.

Als gezegd bestond de woonkamer van Willem van Genk in zijn appartement aan de Harmelenstraat 28 in Den Haag uit een voor- en een achterkamer, beide met een raam aan de straatkant. In de achterkamer was nauwelijks eigen werk te vinden, in tegenstelling tot met name de slaapkamer en de voorkamer. Midden in de kamer stond een eettafel met (meestal) drie stoelen, die niet de indruk maakte vaak voor eten te worden gebruikt. Het is deze tafel waarop Ans van Berkum doelt als ze schrijft: ‘Op een ronde tafel zijn twee plastic zakken uitgespreid, een van Amsterdam Airport Shopping Center en een van de Haagsche Courant. Daarop staat zijn verzameling modelvliegtuigjes, voor een groot deel met de neuzen naar elkaar toe.’ [1]

Deze beschrijving van Van Berkum correspondeert met de situatie die te zien is op een gedetailleerde kleurenfoto van de achterkamer, die vermoedelijk uit dezelfde tijd (ca. 1997) is. Op de tafel liggen inderdaad de twee genoemde plastic zakken en staan de modelvliegtuigjes, zij het niet ‘voor een groot deel met de neuzen naar elkaar toe’. Verder liggen er onder meer het boek Bergen op Zoom verleden tijd (1983), met historische foto’s van de stad uit de titel, en een catalogus van de tentoonstelling Insita ’97 in Bratislava. [2]  Links naast de tafel ligt een kleurenkopie van een deel van Van Genks schilderij Praag, waarmee een opvallend aspect van de achterkamer in beeld komt: de ruimte bevatte geen primair werk van Van Genk, maar wel een aantal reproducties.

2010 005b

De achterkamer van Harmelenstraat 28, ca. 1997. Foto: Stichting Collectie De Stadshof

Tegen de achtermuur (grenzend aan het trapportaal) is op de foto het tweede grote meubelstuk van de achterkamer te zien, een dressoir. Een nauwkeurige beschrijving van alles wat op, naast, voor en boven het dressoir staat, ligt en hangt zou duizenden woorden beslaan, zo druk is deze plek die echter tevens relatief geordend is. Op het dressoir staat naast een telefoon een groot aantal modelautootjes, -bussen, -treinen en -trams, alle schuin opgesteld en met de voorkant naar rechts. [3] Aan de rechterkant begint ‘de collectie mini-Eiffeltorens en zendmasten’, [4] die doorgaat op een lager kastje of tafeltje naast het dressoir. Achter de torentjes op het dressoir hangen twee posters voor homo-evenementen in Leiden en Den Bosch. Daaraan vastgemaakt is een afbeelding van het hoofd van Ivan Jirous, een Tsjechische dichter en dissident, [5] met daar weer overheen een pasfoto.

056 deur

De zijdeur in de achterkamer. In de groene cirkel de poster van de tentoonstelling van Peter Mattheij; in de rode cirkel de ets Collonade. Foto: Nico van der Endt (contactafdruk)

Boven en rondom het dressoir hangen andersoortige posters en schilderijen, die echter geen van allen als werk van Van Genk zelf te identificeren zijn. Wel staat op het dressoir, achter de gele treinstellen, een reproductie van Madrid, mogelijk afkomstig uit het boek nederlandse naïeve kunst (1979) van Joop Bromet en Nico van der Endt. Links naast het dressoir grenst de muur van de achterkamer aan een muurkast in de hal. Van Genk zette de deur hiervan soms tegen de voordeur open, omdat hij bang was bespied of afgeluisterd te worden door zijn buren, wat hij op deze manier dacht te voorkomen. [6] Door de uitsparing van de muurkast ontstond een soort nis waarin de deur tussen de achterkamer en de hal zich bevond, een deur die waarschijnlijk niet meer werd gebruikt. Op de deur had Van Genk onder meer een affiche bevestigd van een tentoonstelling van collega-kunstenaar Peter Mattheij (1932-2001), Het Arnhem van Peter J.H. Mattheij. Ook hing er een reproductie van de ets Collonade, samen met de afbeelding die mogelijk de inspiratie voor de ets had gevormd en die ook op de achterkant van het schilderij Colonnade St. Pieter is geplakt.

Opvallend en nadrukkelijk aanwezig op vrijwel alle foto’s van de achterkamer zijn de grote hoeveelheden boeken. Waar deze in vrijwel elke kamer van Harmelenstraat 28 te vinden waren, leek dit deel van de woonkamer de belangrijkste opslagplaats te zijn. De boeken stonden niet alleen op het dressoir maar lagen ook in rijen op de grond onder het raam. Op een foto uit 1991 is te zien dat ze daarnaast in grote hoeveelheden onder, voor en op de eettafel lagen. Daarop stond in het midden vrijwel altijd een grote vaas met lelies, en in 1991 lag er naast de boeken en modelvliegtuigjes ook een stapeltje ansichtkaarten met Zelfportret – Zwakzinnigennazorg. [7]

056 Del Curto

De achterkamer van Harmelenstraat 28, 1991. In de rode cirkel de ansichtkaarten met Zelfportret – Zwakzinnigennazorg. Foto: Mario del Curto

Op andere momenten diende de tafel als uitstalling voor kranten en tijdschriften, zoals te zien op een foto van Nico van der Endt uit het midden van de jaren tachtig. Te herkennen zijn diverse exemplaren van het periodiek NU van de vereniging Nederlands-USSR, onder andere (op de voorgrond) het nummer waarin een tekening van Van Genk was afgedrukt. Op alle foto’s en filmbeelden uit de jaren negentig is de uitstalling op de tafel verdwenen, maar Dick Walda laat de kunstenaar er nog wel aan refereren in een interview uit dat decennium. [8]

056 waaier

Kranten en tijdschriften op de eettafel, ca. 1986. Foto: Nico van der Endt

De achterkamer van Harmelenstraat 28 leek niet de plek te zijn waar Willem van Genk zichzelf en zijn werk aan de buitenwereld wilde tonen, al wijzen het dressoir en de eettafel wel op een zekere presentatiefunctie. Bezoekers aan het appartement werden ontvangen in de voorkamer. Van daaruit was er vrij zicht op de achterkamer, maar rechtstreeks uit de hal werd deze niet meer betreden. Voor de boeken in de kamer zal wellicht een ordenend principe hebben gegolden, maar uit de foto’s is dit vooralsnog niet op te maken – op het dressoir staan enkele rijen naslagwerken, maar verder zijn alleen losse titels te herkennen die niet direct op een samenhang wijzen.

056 boeken

Boeken op de vloer in de achterkamer. Foto: Stichting Collectie De Stadshof

Was Harmelenstraat 28 te beschouwen als een Gesamtkunstwerk van Willem van Genk? Een bevestigend antwoord sluit in feite het losmaken uit het interieur van Busstation Arnhem of de raincoats uit – die zijn in dat geval integrale onderdelen van het werk in zijn geheel. Maar de vraag hoeft niet te worden beantwoord om de historische, biografische en ook artistieke waarde van het interieur te erkennen. Hoe het ook zij, het interieur bestaat niet meer. Wat rest zijn foto’s en enkele filmbeelden, die een overvloed aan informatie leveren en die samen met de bewaard gebleven elementen een gedeeltelijke reconstructie mogelijk maken. Dat kan in woorden, zoals ik hier uitgebreid (maar nog steeds relatief summier) heb gedaan. Beeldmateriaal is daarbij onontbeerlijk, en te denken valt aan een verzameling van zoveel mogelijk foto’s van het interieur als basis van een separate monografie die dit deel van het oeuvre van Van Genk kan tonen. Nog een stap verder is een daadwerkelijke, driedimensionale reconstructie van het hele interieur, idealiter op de oorspronkelijke locatie. Maar dat lijkt erg veel gevraagd, ook van de Stichting Willem van Genk – al zou een reconstructie van de woonkamer een begin kunnen zijn.


NOTEN

[1] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 31.

[2] De Insita is een driejaarlijkse tentoonstelling voor naïeve kunst, art brut en outsider art in Bratislava, die in 1997 voor de vijfde keer werd gehouden: ‘In juni wordt de Triënnale Insita te Bratislava geopend. In de zogenaamde ‘competitieve sectie’ van hedendaagse kunstenaars wordt traditioneel een Grand Prix verleend. De jury, waar ik nog altijd deel van uitmaak, kiest ex aequo voor de Rus Pavel Leonov en de Nederlander Willem van Genk. De prijs bestaat uit een solo presentatie tijdens de volgende Triënnale. Willem zal de oorkonde zonder commentaar bekijken, zuster Tine is trots en zal hem laten inlijsten.’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109).

[3] Zuster Tiny: ‘Het moet precies staan, zoals Wim het wil. Zelfs in de kasten, kijk maar in de keuken, daar staan de doosjes schuin op een rijtje. Heeft hij van z’n vader. […] Alles in huis moet schuin en scheef op een rij staan.’ (Walda, Koning der stations, pp. 142-143)

[4] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 31. Ook: ‘In het huis van Van Genk getuigen veel voorwerpen van lang vervlogen gebeurtenissen, zoals zijn vroegere passie voor een bouwwerk als de Eiffeltoren. Hij kon er maar niet mee ophouden modellen van de toen aan te schaffen.’ (Walda, Koning der stations, p. 10)

[5] Jirous was de manager van de Tsjechische band The Plastic People of the Universe, waarvan de naam gedeeltelijk terugkeert op Van Genks werk Orkest van Coburg.

[6] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 24 mei 2020. In zijn boek Kroniek van een samenwerking maakt Van der Endt hiervan melding bij het jaar 1982: ‘Soms zet hij de deur van een kast naast de voordeur wijd open voor meer bescherming tegen spiedende buren en andere belagers.’ (p. 49)

[7] De kaarten waren uitgebracht ter gelegenheid van de duo-tentoonstelling van Van Genk en Gorki Bollar bij het Informatiecentrum Naïeve Kunst in Rotterdam, van 20 december 1990 tot 25 februari 1991.

[8] ‘Kijk, hier heb ik de kranten en tijdschriften op de ronde tafel als een soort waaier. Dat zag ik in een winkel in Boedapest, en later ook nog in de Gorkistraat in Moskou. Dat doe ik na.’ (Walda, Koning der stations, p. 27)