Aanzet tot een catalogue raisonné (7)

Dit is het zevende deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Amsterdam Centraal Station | ca. 1960 | tekening op papier | 60 x 40 cm | particuliere collectie

In 1998 was in museum De Stadshof in Zwolle de overzichtstentoonstelling Willem van Genk: Een getekende wereld te zien. De gelijknamige publicatie was in feite de eerste monografie over Van Genk – een jaar eerder was weliswaar Koning der stations van Dick Walda al verschenen, maar daarbij ging het toch om een ander genre. Een getekende wereld bevatte onder meer een chronologisch geordend overzicht van het oeuvre van Van Genk, waarin de werken waren opgenomen die in 1964 in Hilversum en 1976 in Boxtel waren getoond. Daarnaast bevatte het overzicht nog meer items: enerzijds de werken tot en met 1976 die om wat voor reden dan ook in de eerdere catalogi hadden ontbroken, anderzijds de werken die Van Genk ná 1976 had gemaakt.


WVG-0082

Een getekende wereld (1998), p. 107
Zonder titel | ca 1955 | oil on paper | 25 x 30 cm | J.J. Bejon Oud Beyerland

Woest (2019), p. 77
Bahnhof Friedrichstrasse, Berlijn | 1964 | olieverf op board | 17,5 x 25 cm | Collectie Joop Beljon, Strijen

Afbeelding: Woest, pp. 77-78 (voor- en achterkant)

Zie hier voor meer informatie over dit werk


WVG-0083

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Centraal Station | ca 1959 | pencil on paper | 60 x 40 cm | private collection

Begin 2019 was dit werk in het bezit van de Amerikaanse verzamelaar Kevin O’Rourke, die het via kunsthandelaar Stephen Romano aanbood voor € 125.000. [i] Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 113.


WVG-0084

Een getekende wereld (1998), p. 109
Zonder titel (Moskou?) | ca 1960 | pencil on paper | 20 x 15 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om een tekening die bekend is onder een andere naam.


WVG-0085

Een getekende wereld (1998), p. 109
Engelenburcht | 1963 | mixed media on board | 61 x 61 cm | artist

Woest (2019), p. 132
Engelenburcht | 1963 | olieverf op hardboard | 60 x 61,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Engelenburcht | 1963 | o/b | 61 x 61 | ges. r.o.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 112

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0086

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Ravenna | 1964 | oil on board | 30 x 40 cm | artist

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Ravenna (Dom) | 1964 | o/b | 30 x 40 | ges. r.o.

Galerie Hamer verkocht het werk in 1999 aan een Amsterdamse verzamelaar. Het maakt tegenwoordig deel uit van een particuliere collectie in Maastricht en was niet te zien tijdens Woest.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en voor een afbeelding ervan.


WVG-0087

Een getekende wereld (1998), p. 111
Rondvaart | 1966 | coloured etching | 15 x 23 cm | artist

Stichting Collectie De Stadshof kreeg een afdruk van deze ongenummerde ets in augustus 1999 in langdurige bruikleen van kunstenaar Jan Bernhard Meinen. De geregistreerde afmeting is 18,6 x 19 cm. [ii] Tekst op de ets: rondvaart op de Dneppr nabij Kiev. Van Genk verwerkte een afdruk van de ets in Waarheidsfestival (WVG-0049).


WVG-0088

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (unfinished) | ca 1970 | mixed media on paper | 100 x 65 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Gezien de afmeting gaat het mogelijk om de onvoltooide tekening van de metro in Madrid, hier beschreven en afgebeeld.


WVG-0089

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (orkest) | ca 1970 | oil on board | 15 x 15 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om het hieronder afgebeelde werk, dat zich eind 2018 binnen bereik van Ans van Berkum bevond. [iii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Zonder titel (mogelijk WVG-0089) | Olieverf op hardboard


WVG-0090

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (meisje met ijsje) | ca 1970 | mixed media on board | 20 x 40 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid.


WVG-0091

Een getekende wereld (1998), p. 111
Zonder titel (kathedraal) | ca 1970 | mixed media on paper | 30 x 50 cm | artist

Het gaat hier om het werk dat Nico van der Endt in 2014 aanduidt als “Smolny Kathedraal, Leningrad | 1966 | mixed media on paper | private collection | the Netherlands.” [iv] Galerie Hamer verkocht het in 1999 aan een Amsterdamse verzamelaar. Het werk maakt tegenwoordig deel uit van een particuliere collectie in Maastricht en was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 73.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0092

Een getekende wereld (1998), p. 115
Kyoto | ca 1970 | mixed media on paper | 90 x 169 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6887

Woest (2019), p. 132
Station Tokio (Kyoto) | ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 89 x 169 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Woest, pp. 70-71.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0093

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zonder titel | ca 1970 | oil on board | 15 x 15 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid.


WVG-0094

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zonder titel (Kalettistation Boedapest) | ca 1975 | mixed media on carton | 50 x 60 cm | artist

Woest (2019), p. 132
Station Keleti, Boedapest | ca. 1975 | gemengde techniek op karton | 91 x 72 cm | Bruikleen van The Museum of Everything, Londen

Afbeelding: Woest, pp. 80-81.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0095

Een getekende wereld (1998), p. 119
Metrostation Moskou | 1976 | mixed media on cardboard | 30 x 53 cm | artist

Woest (2019), p. 72
Metrostation Moskou | 1966 | gemengde techniek op karton | 35 x 53 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, pp. 72-25 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 5 februari 2019.

[ii] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021.

[iii] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 30 november 2018.

[iv] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 73.

Aanzet tot een catalogue raisonné (6)

Dit is het zesde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk. Eerdere delen hierhierhierhier en hier.

Great Railroads of the World | ca. 1967 | gemengde techniek op board | 68 x 133 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | Foto: Marcel Köppen

Het laatste deel van de catalogus van Galerie De Ark uit 1976 was gereserveerd voor een specifiek deel van het werk van Willem van Genk, “gele serie | olieverf op board | collages”. Tot deze gele serie rekende Dick Heesen zestien werken in olieverf op board met geel als belangrijke kleur, die ruwweg tussen 1967 en 1975 waren ontstaan. Tien van die werken werden genoemd op een lijstje dat Addy Persoon-van Genk in 1972 stuurde aan Pieter Brattinga (zie hier) en dat ik hieronder aanduidt als “de lijst Addy 1972”.


WVG-0066

Willem van Genk (1976)p. 49
Famous World Railways | Olieverf op board | 130 x 66

Een getekende wereld (1998), p. 115
Great Railroads of the World | ca 1970 | mixed media on board | 68 x 133 cm | De Stadshof Zwolle, inv. nr. SH 189

Het werk komt als RAILWAYS voor op de lijst Addy 1972. Nico van der Endt verkocht het in 1990 aan Stichting Verzameling Van Wijngaarden-Boot, [i] die het schonk aan de Stichting Museum voor Naïeve Kunst (nu: Stichting Collectie De Stadshof). Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 58-59 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0067

Willem van Genk (1976)p. 50
Project Asbery II | Olieverf op board | 122 x 78

Een getekende wereld (1998), p. 115
Project Asbery II | ca 1970 | oil on board | 78 x 122 cm | De Stadshof Zwolle

Het werk komt als HET PROJECT ASBERY MOSKOU voor op de lijst Addy 1972. Het maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 91.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0068

Willem van Genk (1976)p. 50
Project Asbery I | Olieverf op board | 185 x 80

Een getekende wereld (1998), p. 115
Project Asbery 1 | ca 1970 | oil on board | 80 x 185 cm | unknown

Woest (2019), p. 42
Het Project Asbery Moskou
 | ca. 1970 | olieverf op hardboard | 84 x 189 cm | Collectie Dolhuys, Haarlem

Het werk komt als HET PROJECT ASBERY HAVANNA voor op de lijst Addy 1972. Na de tentoonstelling bij De Ark voegde Van Genk nog een aantal beeldelementen toe. Het werk werd met steun van het Mondriaan Fonds in 2017 door Museum Het Dolhuys aangekocht van een particuliere verzamelaar.

Afbeelding: Woest, pp. 42-43.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0069

Willem van Genk (1976)p. 51
Collage ’70 | Olieverf op board | 123 x 136

Een getekende wereld (1998), p. 115
Collage ’70 | ca 1970 | mixed media on paper | 140,5 x 126 cm | Fonds National d’Art Contemporain France, inv. nr. 92234

Het werk komt als COLLAGE 70 RUIMTEVAART voor op de lijst Addy 1972.

Galerie Hamer verkocht het werk in 1991 via de kunstenaar Hervé di Rosa aan de Franse staat, waarna het uiteindelijk in het LaM in Lille belandde. [ii] Volgens de website van het LaM gaat het voor wat de materialen betreft om ‘Encre, gouache sur papier collé sur panneaux d’isorel assemblés’. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en voor een afbeelding ervan.


WVG-0070

Willem van Genk (1976)p. 51
Microcollage 72 – 73 | 132 x 72

Een getekende wereld (1998), p. 115
Microcollage ’73/Studiereis van Beatrix en Claus | 1973 | mixed media on board | 72 x 132 cm | De Stadshof Zwolle

Woest (2019), p. 114
Microcollage ’73 of Studiereis van Beatrix en Claus
 | 1973 | gemengde techniek op hardboard | 72 x 132 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht

Het werk maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 6-7.


WVG-0071

Willem van Genk (1976)p. 52
Arthur Hailey Airport I | 119 x 111

Een getekende wereld (1998), p. 111
Arthur Hailey Airport 1, (Soviet Space Research) | ca 1965 | mixed media on board | 111 x 119,5 cm | artist

Woest (2019), p. 48
Airports II – Japan Airlines
 | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 114 x 123 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk komt als AIRPORTS II/ – JAPAN AIR LINES voor op de lijst Addy 1972.

Afbeelding: Woest, pp. 48-49 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0072

Willem van Genk (1976)p. 52
Arthur Hailey Airport II | 120 x 91

Een getekende wereld (1998), p. 111
Arthur Hailey Airport 2 | ca 1965 | mixed media on board | 91 x 120 cm | artist

Woest (2019), p. 44
Airports III Garuda Indonesia
 | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 91 x 120 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk komt als AIRPORTS III/ – GARUDA-INDONESIA voor op de lijst Addy 1972.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 67.


WVG-0073

Willem van Genk (1976)p. 53
Cubaanse Luchthaven | 91 x 81

Een getekende wereld (1998), p. 119
Cubaanse luchthaven | ca 1975 | mixed media on board | 81 x 91 cm | De Stadshof Zwolle

Het werk komt als WORLDAIRCRAFT II/ CUBANA AIRWAYS voor op de lijst Addy 1972. Het maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000.

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 66.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0074

Willem van Genk (1976)p. 53
World Aircraft | 97 x 99

Een getekende wereld (1998), p. 111
World Aircraft | ca 1965 | mixed media on board | 97 x 99 cm | private collection

Woest (2019), p. 50
World Aircraft I KLM
 | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 101 x 101 cm | Particuliere Collectie

Het werk komt als WORLDAIRCRAFT I/ K.L.M voor op de lijst Addy 1972. Tijdens Woest werd het voor het eerst sinds 1976 weer tentoongesteld.

Afbeelding: Woest, pp. 50-51.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0075

Willem van Genk (1976)pp. 54-55 (voorkant + details)
World Airport | 119 x 114

Een getekende wereld (1998), p. 111
World Airport | ca 1965 | mixed media on board | 113,5 x 120 cm | De Stadshof Zwolle

Woest (2019), p. 54
World Airport
 | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 120 x 124 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk komt als AIRPORTS I/ – TOKYO HANEDA (INT.) voor op de lijst Addy 1972. Hoewel het in de subsidieaanvraag van De Stadshof uit augustus 1998 stond genoemd als een van de werken die via Galerie Hamer zouden worden aangekocht, gebeurde dit uiteindelijk niet.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 8.


WVG-0076

Willem van Genk (1976)p. 56
Academy Information | 154 x 61

Een getekende wereld (1998), p. 111
Academy Information/Art Expo | ca 1970 | mixed media on board | 61,5 x 155 cm | Dr. Jean-Paul Nougaret Durafort Montpellier

Woest (2019), p. 90
Collage 2000 Beljon Inc.
 | 1970 | gemengde techniek op papier | 65 x 51 cm | Collectie Graffe, Brussel

Het werk komt als COLLAGE 2000 BELJON INC. voor op de lijst Addy 1972. Nico van der Endt verkocht het in 1991 voor fl. 30.000 aan ‘een belangrijke Franse verzamelaar’. [iii]

Afbeelding: Woest, pp. 90-91.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0077

Willem van Genk (1976)p. 56
Collage from the Hate | 163 x 64

Een getekende wereld (1998), p. 119
Collage from the hate | ca 1975 | mixed media on board | 64 x 163 cm | artist

Woest (2019), p. 84
Kollage van de Haat
 | ca. 1975 | gemengde techniek op hardboard | 64 x 163 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 58.


WVG-0078

Willem van Genk (1976)pp. 56-58 (voorkant + details)
Paranasky Culture | Collage | 142 x 70

Een getekende wereld (1998), p. 115
Parnasky Culture | 1972 | mixed media on board | 70 x 142 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 2655

Woest (2019), p. 88
Paranasky Kultur
 | 1972 | gemengde techniek op hardboard | 70 x 142 cm | Collection d’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Woest, pp. 88-89.


WVG-0079

Willem van Genk (1976)p. 59
New York Trip | Mr. Petron | 160 x 65

Een getekende wereld (1998), p. 115
New York Strip/Mr. Petrov | ca 1973 | mixed media on board | 65 x 160,5 cm | artist

Woest (2019), p. 94
Mr. Petrov
 | ca. 1973 | gemengde techniek op hardboard | 65 x 160 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, pp. 94-95.

De grote naïeven | ca. 1975 | olieverf op board | 54 x 88,5 cm | coll. Galerie Hamer, Amsterdam | Foto: Clemens Boon, Amsterdam

WVG-0080

Willem van Genk (1976)p. 59
Willem van Genk in het Stedelijk

Een getekende wereld (1998), p. 115
Willem van Genk in het Stedelijk | 1974 | oil on board | 80 x 120 cm | private collection

Woest (2019), p. 152
De grote naïeven
 | 1974 | gemengde techniek op hardboard | 54 x 88,5 cm | Collectie Galerie Hamer, Amsterdam

Afbeelding: Woest, pp. 152-153.

Het werk werd in 1981 buiten Galerie Hamer om geveild en bracht fl. 200 op. De nieuwe eigenaar verkocht het kort daarna door aan kunstenaar Reinier Lucassen voor fl. 800. In 2008 verkocht Lucassen het werk aan Nico van der Endt. [iv]

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0081

Willem van Genk (1976)p. 2
Zelfportret | Olieverf op board | (gele serie) | 92 x 62

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zelfportret in de Ark | ca 1974 | mixed media on board | 61 x 92 cm | J.P. Born Amsterdam

Woest (2019), p. 156
Zelfportret in de Ark
 | 1974 | gemengde techniek op hardboard | 92 x 62 cm | Bruikleen van The Museum of Everything, Londen

Afbeelding: Woest, pp. 156-157.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] ‘Tevens wordt het schilderij The Great Railroads of the World getoond dat men graag zal verwerven en dat dankzij de hulp van een Rotterdamse stichting in het volgende jaar gerealiseerd kan worden.’ (Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 63.)

[ii] Ibid., p. 69.

[iii] Ibid.

[iv] Ibid., p. 45.

Postuum

2019-12-18 13.17.26 (800x600)

Het overlijden van Willem van Genk op 12 mei 2005 kreeg weinig aandacht. Er waren enkele korte meldingen in landelijke dag- en weekbladen met algemene opmerkingen, halve waarheden en stereotype karakteriseringen van kunstenaar en werk. In Raw Vision, het tijdschrift dat exclusief aan outsider art was gewijd, was de ruimte die Nico van der Endt mocht gebruiken voor zijn In Memoriam gering. Desalniettemin wist hij in tweehonderd woorden een beeld te schetsen van het leven en de kunst van Van Genk, eindigend met de observatie: ‘With Van Genk the last of the great true Outsiders seems to have disappeared. His death marks the end of an era.’ [1]

Iets minder compact kon Marcel van Eeden zijn in zijn beschouwing voor het tijdschrift Kunstbeeld. [2] Van Eeden stak de loftrompet over zijn overleden collega, van wie hij een verklaard bewonderaar was (en is) en die hij in 2001 al eerde met een tekening met de opdracht ‘voor W.F.A.M. v. G.’ Het betrof een blik op het Centraal Station in Amsterdam in de jaren vijftig, geïnspireerd op de centrale voorstelling in het onderste deel van Van Genks collage Centraal Station Amsterdam (ca. 1965). In 2006 beleefde Van Eeden zijn internationale doorbraak op de Biënnale van Berlijn, met onder meer de serie tekeningen K.M. Wiegand – Life and work. De kameleontische Wiegand heeft in twee tekeningen het uiterlijk van Willem van Genk, waarbij Van Eeden zich baseerde op beelden uit de reportage van Brandpunt naar aanleiding van de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid.

050 MvE vs. WvG

Links: tekeningen uit K.M. Wiegand – Life and Work (Marcel van Eeden). Rechts: stills uit de Brandpunt-reportage over Van Genk’s fantastische werkelijkheid

Al enkele jaren vóór 2005 waren de collecties van zowel Stichting Collectie De Stadshof als Stichting Willem van Genk ondergebracht bij Museum Dr. Guislain in Gent, dat zichzelf omschrijft als ‘een cultureel ijkpunt met betrekking tot de geschiedenis van en actuele discussies over psychiatrie en geestelijke gezondheid, zorg, en kunst en waanzin’. [3] Het museum beschikte daarmee over veruit de grootste verzameling werken van Van Genk ter wereld. Was de collectie van Stichting Collectie De Stadshof duidelijk afgebakend, voor het bezit van Stichting Willem van Genk lag dit moeilijker. An Remmerswaal had ooit – formeel als bestuurslid van de stichting maar in feite op eigen initiatief – een aantal werken geschonken aan het museum in Gent, waarvan de katholieke signatuur aansloot bij haar eigen levensbeschouwing. [4]

Door de bijna onvermijdelijke betrokkenheid van Museum Dr. Guislain bij tentoonstellingen met werk van Willem van Genk was een psychiatrische context rond de kunstenaar nooit ver weg. Zo was in de zomer van 2008 in het Deutsches Architekturmuseum (DAM) in Frankfurt de tentoonstelling Heterotopia te zien, met als ondertitel Arbeiten von Willem van Genk und anderen. Het betrof een grote tentoonstelling in een gerenommeerd museum, waarbij een fraai uitgegeven catalogus hoorde met op het omslag Van Genks World Aircraft II – Cubana Airways (Cubaanse luchthaven). Toch ging het in de eerste alinea’s van het voorwoord al meteen over psychiatrische inrichtingen en kregen Guislain-medewerkers Patrick Allegaert en Frederik De Preester de gelegenheid om het werk van Van Genk in verband te brengen met psychotische wanen. [5]

Op instigatie van Museum Dr. Guislain verscheen in het najaar van 2010 het boek Willem van Genk bouwt zijn universum, in samenwerking met Stichting Willem van Genk en met onder andere elf afbeeldingen van werken uit het bezit van Stichting Collectie De Stadshof. Een bijbehorende tentoonstelling onder dezelfde titel was te zien bij architectuurcentrum Casla in Almere, waar Ans van Berkum op dat moment directeur was. Van Berkum, voorzitter van Stichting Willem van Genk en hoofdauteur van Willem van Genk bouwt zijn universum, probeerde Casla (en Van Genk) ook in te zetten bij een plan voor een centrum voor outsiderkunst in Almere, maar dit plan strandde uiteindelijk. [6]

In het voorjaar van 2014 publiceerde Nico van der Endt een boek over zijn samenwerking met Van Genk, Willem van Genk. Kroniek van een samenwerking. Hoewel ook persoonlijke verhalen niet ontbraken, kenmerkte het boek zich vooral door een sobere objectiviteit met veel feiten, geldbedragen, tentoonstellingen en gebeurtenissen rondom Van Genk. Zoals Van der Endt tijdens de presentatie van het boek aangaf: ‘Ik heb opgeschreven wat ik nog weet, wat ik niet zeker meer weet heb ik niet opgeschreven.’ Die presentatie was tevens de opening van een tentoonstelling in Galerie Hamer met twaalf werken van Van Genk, uit eigen bezit en uit de collecties van particulieren, van Stichting Collectie De Stadshof en van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. [7]

Hoogtepunt in 2014 was een tentoonstelling in het American Folk Art Museum in New York, van 10 september tot 30 november: Willem van Genk – Mind Traffic, een coproductie met Museum Dr. Guislain. Naast zeventien grotere tweedimensionale werken en zes bus-assemblages waren er ook kleinere tekeningen en reisdocumenten te zien plus een ‘installatie’ van de raincoats. In de tentoonstelling waren slechts drie werken opgenomen van Stichting Collectie De Stadshof, die vrijwel tegelijkertijd in Parijs een eigen expositie had, Sous le vent de l’art brut 2. Collection De Stadshof. De tentoonstelling omvatte 350 werken van veertig kunstenaars, onder wie uiteraard ook Van Genk. In augustus was al een fors boek over de collectie verschenen, Solitary Creations. 51 Artists out of De Stadshof Collection.

050 Omslagen

In de zomer 2015 werd een kleiner (maar nog steeds omvangrijk) deel van de Stadshof-collectie getoond in het Gemeentemuseum in Den Haag, met opnieuw een belangrijke rol voor Van Genk. Ook nu was er een overlapping met een andere tentoonstelling met werk van Van Genk, Essenties I in Het Dolhuys in Haarlem. In Het Dolhuys was al in het oprichtingsjaar 2005 de expositie De wereld van Willem van Genk te zien geweest, een eerste samenwerking met Stichting Willem van Genk. Voor Essenties I was daarnaast geput uit de collectie van een nicht van Van Genk, die enkele jaren later twee werken aan het Haarlemse museum zou verkopen. De connecties met Stichting Willem van Genk bleken in 2016 nog nauwer te zijn geworden, toen het Dolhuys een speciale ‘Willem van Genk-kamer’ opende met werk dat was teruggehaald uit Gent. In 2017 werd Dolhuys-directeur Hans Looijen voorzitter van Stichting Willem van Genk. [8]

Een belangrijke gebeurtenis in 2016 was de opening van het Outsider Art Museum (OAM) in Amsterdam, een samenwerking tussen Het Dolhuys, de Hermitage Amsterdam en zorginstelling Cordaan, met als directeur Hans Looijen. [9] Stichting Collectie De Stadshof was vanuit Het Dolhuys benaderd voor structurele samenwerking, in de zin dat men voor het nieuwe museum vrijelijk wilde kunnen putten uit de collectie, maar de (exclusief) psychiatrische invalshoek vormde een onoverkomelijk obstakel. Hierdoor kwam nog meer nadruk te liggen op de collectie van Stichting Willem van Genk, die anderzijds de band met Museum Dr. Guislain steeds verder leek los te maken.

In mei 2019 verscheen tweede, ingrijpend gewijzigde druk van Dick Walda’s boek Koning der stations. Naast tekstuele aanpassingen, een andere structuur en vooral een geheel nieuwe vormgeving, had Walda ook een aantal tekstgedeeltes toegevoegd ten opzichte van de eerste druk, toen hij ‘uit coulance rekening [had gehouden] met de twee nog levende zusters van Willem van Genk, die hun broer altijd liefdevol bleven bejegenen. Walda wilde de dames absoluut niet confronteren met de vaak bizarre fantasieën en daden van hun broer.’ [10] Toegevoegd waren onder meer een verslag van een bezoek aan Jacqueline van Genk (‘Zal ik jullie wat eten voor thuis meegeven?’) en een tekst over Van Genks avonturen met de prostitué Zwarte Lola. [11] Jacqueline van Genk was in 2010 overleden, haar zuster Tiny in 2007.

Op 18 september 2019 opende in het Outsider Art Museum de tentoonstelling WOEST, aanvankelijk aangekondigd als Thrills of Power. Uitgangspunt was initieel geweest om alle traceerbare werken van Van Genk voor de tentoonstelling bijeen te brengen, maar dat plan moest al snel worden losgelaten. In het voorwoord bij de catalogus spreek Hans Looijen over ‘het kunsthistorisch onderzoek van curator Ans van Berkum’ voor de tentoonstelling, dat bij zou hebben gedragen ‘aan de verdere duiding van Van Genks oeuvre […]. Het OAM vindt het van cruciaal belang dat wetenschappelijk onderzoek naar leven en werk van Van Genk is gedaan’. [12] De getoonde tekeningen, schilderijen, collages en assemblages waren voor een belangrijk deel afkomstig van Stichting Willem van Genk en La Collection de l’Art Brut, aangevuld met werk uit de collecties van een aantal particulieren, Galerie Hamer en enkele Europese musea en instellingen. Stichting Collectie De Stadshof leverde slechts twee werken, waaronder Zelfportret – Zwakzinnigennazorg, waarmee de expositie opende.


 

NOTEN

[1] Nico van der Endt, “Obituary: Willem van Genk 1927-2005”, in: Raw Vision 51 (2005), p. 20.

[2] Marcel van Eeden, “Willem van Genk 1927-2005”, in: Kunstbeeld 30 (2005), nr. 6, p. IV (Kunstwereld).

[3] Website Museum Dr. Guislain.

[4] Mededeling Ans van Berkum, 15 november 2014. An Remmerswaal was bestuurslid van de Stichting Willem van Genk van de oprichting op 13 juli 2000 tot 7 april 2003.

[5] ‘Die Mythologie van Genks zeigt alle Symptome eines psychotischen Wahns auf.’ Patrick Allegaert en Frederik De Preester, “Andere Orte. Einige Betrachtungen über Raum und Kreativität”, in: Yorck Förster en Peter Cachola Schmal (red.), Heterotopia. Arbeiten von Willem van Genk und anderen, Frankfurt 2008, pp. 60-63 (aldaar 61).

[6] “Museum voor Outsiderkunst krijgt geen geld” (geraadpleegd 13 mei 2020). Zie ook dit document (geraadpleegd 13 mei 2020).

[7] Cf. Kees Keijer, “Van Genk zag alles”, in: Het Parool, 17 april 2014.

[8] “Bedrijfsprofiel – Stichting Willem van Genk” (Kamer van Koophandel), 17 februari 2018.

[9] Anna van Leeuwen, “Museum vol buitenbeentjes”, in: de Volkskrant, 16 maart 2016.

[10] Walda, Koning der stations (tweede druk), p. 231. Walda hecht er waarde aan te benadrukken dat zusters Tiny en Jacqueline de stille krachten achter Van Genk waren: ‘Die stille krachten werden door Willem met de grootst mogelijke tegenzin geaccepteerd. Maar Tiny en vooral Jacqueline zorgden er voor dat Willems kleding werd gewassen en gestreken en dat hij er uitzag als ‘een bankdirecteur uit Meppel’ zoals hij zelf eens vertelde.’ (E-mail van Dick Walda aan Jack van der Weide, 18 mei 2020)

[11] Walda heeft in zijn boek duidelijk nog een paar appeltjes te schillen met Ans van Berkum, curator An Remmerswaal en een nicht van Van Genk die zich volgens Jacqueline van Genk schilderijen van haar oom zou hebben toegeëigend. Over Van Berkum en An Remmerswaal: ‘De curator […] wilde ‘niets met de smerigheid’ van Van Genk te maken hebben en verbood Nico van der Endt en mij schriftelijk Willem langer te bezoeken. Wij trokken ons vanzelfsprekend van dat verbod niets aan. De zelfbenoemde expert van Van Genk’s werk speelde onder één hoedje met de curator en durfde zelfs in de rechtbank te melden dat (ik citeer even de griffier van de Haagse rechtbank): ‘Willem weer volop aan het werk is en door de komst van Van der Endt en Walda raakt de kunstenaar van slag.’ Willem was na zijn herseninfarcten tot niets meer in staat, laat staan ‘werken’.’ (p. 204)

[12] Hans Looijen, “Voorwoord”, in: Hans Looijen e.a., Woest, p. 5.

Het orkest van Coburg

Orkest van Coburg

Orkest van Coburg | ca. 1960-1980 | gemengde techniek op papier | 93 x 130 cm | Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed / Musem Het Dolhuys, Haarlem

De Rijksdienst Beeldende Kunst meldt zich in 1989 bij galerie Hamer van Nico van der Endt voor aankopen ten behoeve van de Collectie Nederland en schaft twee werken aan: ‘de laatste grote Moskou en het Orkest van Coburg voor resp. fl. 12.000 en fl. 16.500’. [1] Over het eerste werk schreef ik eerder. Het tweede werk staat bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vermeld als ‘pentekening’ onder nummer K89407, met als titel inderdaad ‘Orkest van Coburg’ en als beschrijving ‘symmetrische compositie opgebouwd uit regels tekst en een orkestopstelling’. Standplaats (in april 2018): ‘in bruikleen bij Museum Het Dolhuys, Haarlem’; materialen: ‘inkt, acrylverf, waterverf, balpen, papier’. [2]

Orkest van Coburg komt voorbij in de eerste pagina’s van Koning der stations van Dick Walda:

Van Genk – die grote problemen heeft met de vergankelijkheid – gebruikt voorbije, unieke gebeurtenissen in zijn schilderijen. Dat deed hij bijvoorbeeld in […] het prachtige werk “Letzter Konzert Coburgerorchester”.
Hij heeft het gevoel – zegt hij – dat hij dan het voorbije heeft overwonnen. [3]

Dat het hier om Orkest van Coburg gaat blijkt uit de afbeelding in het kleurenkatern van Walda’s boek. In Een getekende wereld, de monografie over Van Genk uit 1998, beschrijft Ans van Berkum het werk in het kader van Van Genks fascinatie voor muziek. Ze schrijft onder meer: ‘Een rood-gele band met daarin een slingermotief en een zilver-geschilderde rand omlijsten het geheel.’ Over de ruimte waarin het orkest speelt: ‘om welk bouwwerk het precies gaat […] blijft […] verhuld achter een massa tekst en beeld, waarin hij zoals gebruikelijk preludeert op de verdorven beramingen van ideologische machten’. Ook: ‘Het is er weer allemaal: het kapitalisme, het zionisme, de psychiatrie, communisme, religies en seksualiteit. Maar sleutels naar de muziek die hier klinkt, of de identiteit van het bouwwerk dat deze klanken uit de hemel tovert, blijven afdoende weggestopt.’ [4]

Inderdaad lijken de rood-gele band en de nadrukkelijke opschriften op Orkest van Coburg te wijzen op een datering van rond 1980, zeker als een van de teksten luidt PLASTIC PEOPLE ‘79. De rood-gele band met teksten maakt ook deel uit van onder meer Collage ’78 (1978), World Aircraft II – Cubana Airways (Cubaanse luchthaven; ca. 1970) en Zelfportret in de Ark (ca. 1974). De opschriften vertonen zowel naar vorm als naar inhoud verwantschap met die op Zelfportret-zwakzinnigennazorg (ca. 1978). Tot zover ben ik met Van Berkum eens. Kijken we echter naar het materiaal van Orkest van Coburg, dan is er iets vreemds aan de hand: tussen 1970 en 1990 werkte Van Genk slechts zelden op papier, en bij de enkele gevallen waar dat volgens de Stadshof-monografie wel gebeurde – Brooklyn Bridge, Cathedraal Pilsen, Vervoer USSR – gaat het om werken die hoogstwaarschijnlijk eerder zijn gemaakt. Daar komt bij dat in Orkest van Coburg duidelijk de aan elkaar geplakte stukken papier zichtbaar zijn die kenmerkend zijn voor de vroege werken van Van Genk.

Het interview met Bibeb uit 1964 biedt niet alleen een kijkje in het leven van Van Genk in die jaren maar bevat ook beschrijvingen van enkele werken. Eén van die werken lijkt bekend voor te komen:

Van Genk vouwt een tekening van bijna 2 meter open. Tegen een zwarte achtergrond zie ik rijen cellisten, violisten, zangeressen, omringd door vlaggen en opschriften: “Arbeiter aller Welt vereint Euch. Weltsprachen. Weltfrieden.” “Dat is ‘t Burgtheater, dat ‘t niet meer kon bolwerken, dit is ’t laatste concert van ‘t Coburger Orkest, onderwijl zijn ze de zaal al aan ’t afbreken. ‘t Hele gebouw is met de grond gelijk gemaakt.” [5]

Het door Bibeb beschreven werk bevat zowel verschillen als overeenkomsten met Orkest van Coburg zoals we dat kennen. Zo is er inderdaad sprake van een donkere achtergrond, zijn er vele cellisten en (minder duidelijk) violisten en zangeressen te zien, en zijn ook de teksten WELTSPRACHE en WELTFRIEDEN prominent links en rechts aanwezig. “Arbeiter alle Welt vereint Euch” kan ik niet ontdekken, wel staat midden boven de tekst Proletarier aller Welt Vereinigt euch. Opmerkelijk is wel dat Bibeb de zeer prominent aanwezige Franse lelie (fleur de lis) achter het orkest niet noemt.

Bibeb spreekt in het citaat hierboven van ‘een tekening van bijna 2 meter’, en dit is niet in overeenstemming met de 118 cm die Orkest van Coburg meet. Juist bij zijn tekeningen uit het begin van de jaren zestig wilde Van Genk nog wel eens in de buurt van de twee meter of meer komen, zoals bij Metrostation Opéra (160 cm), New Japan (203,5 cm) en Rome Termini (284 cm). Kijken we naar de opschriften linksonder op Orkest van Coburg, dan zien we bovendien dat enkele teksten zijn afgebroken, zoals EMMA GOLDMAN FRAUEN IN DER REVOLUT[ION] en KRITIK DER BÜRGERLICHE SEKS[UALITÄT]. Mijn hypothese is dat Orkest van Coburg als basis een werk van rond 1960 heeft, dat in de tweede helft van de jaren zeventig opnieuw is bewerkt met vooral teksten; dat door de kunstenaar aan beide kanten is bijgesneden om de symmetrie te bewaren; en dat onder andere een rood-gele band heeft gekregen om de latere coupures te verhullen.

De ruimte waarin het orkest is afgebeeld wordt in het citaat van Bibeb gespecificeerd als ‘’t Burgtheater’. Te denken valt daarbij aan het Burgtheater in Wenen, een stad die Van Genk enkele jaren eerder had bezocht. [6] Wel zijn in dat geval de toevoegingen ‘dat ’t niet meer kon bolwerken’ en ‘‘t Hele gebouw is met de grond gelijk gemaakt’ wat merkwaardig: het Weense Burgtheater brandde weliswaar in 1945 uit maar werd gerestaureerd en bestaat nog steeds. In Coburg zelf (in het noorden van de Duitse deelstad Beieren) is eveneens een groot theatergebouw dat soms wordt aangeduid als het Coburger Theater, maar dit is evenmin het slachtoffer van sluiting of sloop geweest. Het orkest lijkt in de tekening van Van Genk in een koepelvormige zaal te spelen met een duidelijke rasterstructuur zoals we die eerder tegenkwamen, met associaties met een stationshal of een zeppelin.

IMG_9865

Detail Kathedraal Pilsen (ca. 1965).

Een vroege(re?) afbeelding van de scène is te vinden op een van de inzetstukken op Kathedraal Pilsen. De tekening is slordiger en minder gedetailleerd dan Orkest van Coburg, maar het gaat duidelijk om dezelfde voorstelling van een zaal met een orkest in een vergelijkbare opstelling, met in het midden van de achtergrond eveneens een reusachtige Franse lelie onder het woord SAROF. Portretten van de componisten Antonín Dvořák (rechts) en Bedřich Smetana (links) onttrekken een deel van de afbeelding aan het zicht. Naast de uitsluitend Duitse teksten op Orkest van Coburg (LETZTER KONZERT COBURGER ORCHEST VEREIN etc.) kent het inzetstuk ook Tsjechische en Russische teksten, waarbij 1 МАЯ (1 mei) weer opvalt.

Het acroniem SAROF wordt door Van Genk in zowel Orkest van Coburg als het inzetstuk op Kathedraal Pilsen verduidelijkt met het voluit geschreven SOZIALISTISCHEN ARBEITER FEDERATION. De wens kan hier de vader van de gedachte te zijn geweest, want SAROF stond voor de bepaald niet socialistisch gezinde Salvation Army Radio Operators Fellowship, een eind jaren vijftig opgerichte organisatie van radioamateurs die was verbonden met het Leger des Heils. [7] Anderzijds leiden de woorden ‘Sozialistischen Arbeiter Federation’ niet tot het gewenste acroniem, waarbij bovendien de verbuigings-n in Sozialistischen onjuist is. Het lijkt aannemelijk dat Van Genk hier de realiteit in zijn richting heeft gebogen, waarbij mogelijk een radio-uitzending van SAROF, een concert en politieke aspecten ingrediënten zijn geweest.

WvG met radio

Willem van Genk bij een radio, ca. 1950.

De Franse lelie is een ander mysterieus element in de afbeelding. De lelie wordt in tal van familiewapens en wapens van steden, provincies en genootschappen gebruikt, en is onder meer terug te vinden in de vlaggen en logo’s van veel scouting-bewegingen. Er is echter geen verband met Coburg, muziek of socialisme. Boven SAROF en de kreet Arbeiter aller Welt Vereinigt euch is aan de bovenkant van Orkest van Coburg een afbeelding te zien van engelen die op bazuinen blazen, met tussen hen in het woord ESPERANTO. Dit verklaart de teksten WELTSPRACHE WELFRIEDEN! aan beide zijden van de zaal, maar er is evenmin een verband tussen het Esperanto en de Franse lelie. De in principe niet onlogische combinatie van een socialistische boodschap met die van het Esperanto moet op het conto van Van Genk zelf worden geschreven. [8]

Na 1980 zou Van Genk er nog een paar keer blijk van geven dat het orkest van Coburg in zijn hoofd was blijven zitten. In Kapsalon (1988) is twee keer een orkestscène te zien in diagonaal doorsneden afbeeldingen (tweede rij, eerste en derde afbeelding van rechts). De Franse lelie en de dirigent zijn beide keren herkenbaar, met in de rechter afbeelding bovendien het woord COBURG. Ook de onderste strook van de balpen-collage Zagreb (ca. 1995) toont het orkest van Coburg, inclusief Franse lelie en SAROF. Door de positie binnen het werk lijkt de scène zich ondergronds af te spelen – Van Genk reserveerde vaak de onderste delen van samengestelde werken voor ondergrondse taferelen, met name metrolijnen en metrostations. [9] De afbeelding leidde in bewerkte vorm tot een zelfstandig werk, met nieuwe randen en een kleine uitbreiding van het publiek. ‘Ik maak een orkest in Zagreb’, liet Van Genk Dick Walda weten, ‘maar wat ze spelen weet niemand. Ze zullen het nooit horen, de kijkende mensen. Alleen ik weet wat ze spelen.’ [10]


NOTEN

[1] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 63.

[2] E-mail van Cor Mulders (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) aan Jack van der Weide, 4 april 2018.

[3] Dick Walda, Koning der stations, p. 10.

[4] Ans van Berkum e.a., Een getekende wereld, pp. 50-53.

[5] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 120.

[6] ‘Wenen, daar ben ik wel geweest’, merkte Van Genk in 1964 in het interview met Brandpunt op. Ook Beljon haalde in zijn tekst in de catalogus bij de Hilversumse tentoonstelling dit bezoek aan (“Tien hoofdstukken schaal 1:100”, IX). Op de Hilversumse tentoonstelling was een stadsgezicht van Wenen te zien, dat in Düsseldorf werd verkocht en waarvan geen afbeelding bekend is.

[7] Het acroniem stond oorspronkelijk voor Salvationist Amateur Radio Operators Fellowship. Cf. SATERN’s 30 Year History (geraadpleegd 27 maart 2020).

[8] Esperantisten werden in de Sovjet-Unie lange tijd vervolgd.

[9] Onder meer in New Japan (ca. 1960), Madrid (ca. 1965), Het project Asbery – Havanna (ca. 1970-1980) en Keleti Station (ca. 1980-1990).

[10] Dick Walda, Koning der stations, p. 9.

Project Asbery

Genk, Willem van78x122

Het project Asbery – Havanna| ca. 1970-1980 | gemengde techniek op hardboard | 78 x 122 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Han Boersma

Parallel aan de ontwikkelingen in het Westen probeerde de Sovjet-Unie tussen de twee wereldoorlogen eveneens een eigen luchtschip te ontwikkelen – de naam “zeppelin” werd niet gebruikt, ook omdat men voortbouwde op een tsaristisch initiatief dat al in de negentiende eeuw was begonnen. De resultaten waren bescheiden, zeker in vergelijking met kolossen als de Graf Zeppelin en de Hindenburg. Hoogtepunt was halverwege de jaren dertig de USSR-W6 “Ossoawiachim”, met een lengte van 106 meter en een volume van 19.400 kubieke meter. De luchtschepen werden met name ingezet om afgelegen gebieden binnen de eigen landsgrenzen te bereiken. Ook het Sovjet-Russische luchtschipprogramma eindigde met een ernstig ongeval, toen de W6 in februari 1938 werd ingezet om een onderzoekteam in de Noordelijke ijszee te redden. Het vloog daarbij tegen een bergwand aan en dertien van de negentien inzittenden kwamen om. In 1950 kwamen de laatste binnenlandse vluchten ten einde. [1]

Niettegenstaande het feit dat er dus ná 1950 geen sprake meer was van Sovjet-Russische “zeppelins”, schildert Van Genk rond 1970 twee werken waarop prominent luchtschepen staan afgebeeld met teksten in Cyrillisch schrift, waaronder АЗРОФЛОТ en СССР: Het project Asbery – Moskou (Project Asbery I) en Het project Asbery – Havanna (Project Asbery II). Met name het laatstgenoemde werk heeft binnen het oeuvre van Van Genk een bijna iconische status gekregen, mede omdat het stond afgebeeld op het omslag van de monografie over de kunstenaar uit 1998. Dat jaar ook kwam het via galerie Hamer in bezit van museum De Stadshof, later Stichting Collectie De Stadshof. [2] De andere Asbery was in particulier bezit en werd pas in 2010 voor het eerst tentoongesteld. In 2017 kwam het werk in handen van museum Het Dolhuys in Haarlem. [3]

Het project Asbery – Havanna is op voor Van Genk in deze periode bekende wijze vormgegeven als cover van het tijdschrift Life, met in brede gele banden de aankondiging van een fictief hoofdartikel waar de illustratie bij hoort: GIANTS OF THE AIR | SOVIET AIRSHIPS TOMORROW | WORLDAIRCRAFT (2000) THE ADVENTURE  OF SPACE | THE AGE OF SPACE BEGINS | TRAVELLERS IN SPACE | GIANTS OF THE AIR | SOVIET A. Het laatste woord breekt af, met de suggestie dat de tekst als in een loop rondgaat. Daarnaast kent het werk kleinere teksten, waaronder Andrej Amalrik / HAALT DE SOVJETUNIE 1984? Dat laatste is een bestaande tekst uit 1969 van Sovjet-dissident Amalrik, een essay waarin hij de ineenstorting van de Sovjet-Unie voorspelt. Al met al lijkt er sprake te zijn van een blik in de nabije toekomst, waarin ook enorme Sovjet-Russische luchtschepen zouden kunnen bestaan.

PA 2x achterkant

Details achterzijden Het project Asbery – Havanna (onder) en Het project Asbery – Moskou (boven)

Waar komt de naam “Asbery” vandaan? Op de achterkanten van beide werken is een papiertje aangebracht met in grote letters […] ROJECT ASBERY en kleiner […] werp Feodor Asbery, luchtschepen in […] SR / drijfkracht atoom / science fiction. Maar wie is of was Feodor Asbery? Van Genk geeft indirect het antwoord zelf, met de vermelding op Het project Asbery – Moskou van het boek Alles over Russische vliegtuigen (1968) van Hugo Hooftman. Journalist Hooftman was een uitermate productief auteur van publicaties over allerlei aspecten van de luchtvaart, wiens boeken veelvuldig door Van Genk werden genoemd. In Alles over Russische vliegtuigen is de volgende passage te lezen:

Hooftman 003Opmerkelijk zijn de recente berichten uit Rusland die zeggen dat Aeroflot belangstelling heeft voor een groot atoom-luchtschip. Een zekere Feodor Asbery zou bezig zijn een dergelijk luchtschip te ontwerpen. Het zou in staat zijn om op 2 kilo uranium tweemaal om de aarde te vliegen. Het zal 302 meter lang worden en een diameter hebben van 52 meter. Het zou met 340.000 m3 helium in 17 reservoirs worden gevuld. Het zal met een bemanning van slechts tien koppen 500 tot 700 passagiers kunnen vervoeren. Er komen een bioscoopzaal en een zwembad aan boord. Het luchtschip zal vanaf het water opstijgen en er ook op landen, terwijl er aan boord een helikopterplatform komt. Zullen de Russen er werkelijk in slagen om het luchtschiptijdperk, dat met de ramp van de Duitse ‘Hindenburg’ op 6 mei 1937 definitief leek afgesloten, opnieuw op gang te brengen? Ook dit zou een primeur kunnen zijn van méér dan gewone betekenis. [4]

De optie van Sovjet-Russische luchtschepen voor binnenlands verkeer hield Van Genk eind jaren zestig duidelijk bezig. Op Märklin beeldt hij (links boven naast de stervorm) enkele zeppelins af, met daarboven de tekst SOVJET UNIE ZEPPELIN MINDET? Misschien nog wel duidelijker is hij op 50 jaar Sovjet-Unie, waar links in het midden de neus van een vliegtuig is afgebeeld met daaronder soviet airlines en rechts tegen het kader Rode zeppelinlijnen…?

PA 2x PA I

Het project Asbery – Moskou | ca. 1970-1980 | gemengde techniek op hardboard | 84 x 189 cm | Het Dolhuys, Haarlem. Boven: de afbeelding in de catalogus van De Ark uit 1976 (p. 50)

Het project Asbery – Moskou en Het project Asbery – Havanna staan beide afgebeeld in de catalogus van De Ark uit 1976. Hoewel het daarbij gaat om kwalitatief slechte reproducties in zwart-wit, is in het geval van Het project Asbery – Moskou toch te zien dat er enkele duidelijke verschillen zijn tussen de toenmalige en de huidige versie van het werk. De inzetstukken op de centrale afbeelding ontbreken, terwijl ook de lucht boven en rechts van het luchtschip vrijwel leeg lijkt. Toen het Dolhuys het werk in mei 2017 had aangekocht, werd op de eigen website als naam “Project Asbury I” vermeld en als datering “ca. 1977”. [5] Op een mail met vragen hierover kreeg ik de volgende reactie:

Asberry II en Asbery I vullen elkaar aan, maar hebben elk ook een eigen betekenis. In II zien we in de schaduw van het grote schip een Zeppelin die nog ligt vastgemeerd. Het gevaarte stijgt op, omgeven door heroïsche teksten. Staat op II in zilveren letters: Celebrating the National Air & Space Museum Smithsonian Washington, op het andere stuk zijn over de romp twee inleg-stukken geplaatst, die rechtstreeks beeldend verwijzen naar die gebeurtenis. Het ene is een afbeelding van het nieuwe museumgebouw dat in 1976 werd ingewijd, het andere toont een beeld van een varende Zeppelin verbonden met de flambouw van het Vrijheidsbeeld. Een afbeelding van Asbery I is inderdaad opgenomen in de catalogus van de tentoonstelling die in 1976 in De Ark in Boxtel is gehouden. Waarschijnlijk dateert het werk vanwege de vermelding van de opening van het Amerikaanse museum in 1976, inderdaad van 1976, dus van kort voor de tentoonstelling in Boxtel. [6]

Een aantal hier genoemde zaken is suggestief, onjuist of onvolledig. Allereerst de tekst in zilverkleurige letters op Het Project Asbery – Havanna: die is min of meer juist geciteerd, maar wordt gevolgd door D.C. «U.S.A.» 1980. De tekst ontbreekt (uiteraard) op een opname van het werk in de reportage die Uit de kunst in januari 1974 maakte over De Ark. Vervolgens komt het jaartal 1980 ook voor in de teksten in het kader van de inzet met het museumgebouw: National Air and Space Museum DC 1980 en THE WASHINGTON SMITHSONIAN ’80. Ten slotte werd de nieuwe museumruimte in 1976 geopend op 1 juli, toen de tentoonstelling in De Ark al afgelopen was. [7]

Samenvattend: Van Genk maakte rond 1970 twee werken waarin hij Sovjet-Russische luchtschepen afbeeldde die in de (dan) nabije toekomst realiteit zouden kunnen zijn. Zijn geloof in de Sovjet-Unie als het beloofde land voor maatschappelijk verschoppelingen als hijzelf lijkt op dat moment nog intact. Rond 1980 voegt hij elementen aan de werken toe die zijn eerdere geloof relativeren en de Verenigde Staten in meer positieve zin tegenover de Sovjet-Unie stellen. De inzet met de nazi-zeppelin op Het Project Asbery – Moskou zou ik willen interpreteren als een embleem met als betekenis “hoogmoed komt voor de val”, en tegelijk als vooruitwijzing naar de Amerikaanse overwinning op de nazi’s in WWII: ook de schijnbaar machtige Hindenburg kwam in 1937 smadelijk aan zijn einde in de Verenigde Staten. Het Vrijheidsbeeld steekt het luchtschip symbolisch aan.


 

NOTEN

[1] Informatie ontleend aan de Duitse Wikipedia-pagina “Russische Luftschifffahrt” (geraadpleegd 4 januari 2020).

[2] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 113.

[3] Website Het Dolhuys, 23 mei 2017: “Dolhuys verwerft werken Willem van Genk” (geraadpleegd 4 januari 2020).

[4] Hugo Hooftman, Alles over Russische vliegtuigen, Zwolle 1968, p. 31.

[5] Het oorspronkelijke bericht is inmiddels verwijderd. De spelling “Asbury” komt nog wel voor in het artikel over de aankoop in Trouw, 20 juni 2017 (Henny de Lange, “Een Russische zeppelin met het Amerikaanse Vrijheidsbeeld”; geraadpleegd 5 januari 2020).

[6] E-mail van Ans van Berkum aan Jack van der Weide, 29 mei 2017.

[7] Wikipedia, “National Air and Space Museum” (geraadpleegd 5 januari 2020).