
Smolny Kathedraal | 1964 | gemengde techniek op karton | 55,5 x 41 cm | particuliere collectie
Van Willem van Genk zijn twee tekeningen bekend die het Westland als onderwerp hebben, Druivenkas (WVG-1035) en Naaldwijk (WVG-1036). Beide lijken te maken te hebben met de familie van zijn moeder, bijna geheel uit Naaldwijk afkomstig. Naast die twee tekeningen was er ook nog een sjabloonachtige afbeelding die hij boven zijn bed met een wasknijper aan een ander werk had bevestigd: ‘Onder de tekst * bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk * en enkele schertsende mannentronies, is de contour van het bekende meisje met de blonde krul uitgesneden.’1

Detail van de muur boven het bed van Willem van Genk
Over dat ‘bekende meisje met de blonde krul’ dadelijk meer, eerst blijven we nog even in Naaldwijk. Enkele zussen van Willem van Genk (en ook hijzelf) verbleven daar in de jaren dertig soms enige tijd bij hun ooms Jan en Arie Hoogstraten, die op het adres He(e)renstraat 1 een sigarenwinkel dreven. In het geval van twee zussen, Tiny en Nora, was dat verblijf dusdanig lang dat hun verhuizing werd opgenomen in de gemeentelijke administraties. Uit een setje gezinskaarten in het Gemeentearchief in Den Haag blijkt dat Nora op 5 september 1935 vanuit Voorburg naar Naaldwijk is vertrokken, dat Tiny zich op 22 augustus 1936 bij haar heeft gevoegd, dat Nora op 6 oktober 1938 vanuit Naaldwijk naar Voorburg is teruggekeerd en dat zij op 17 januari 1939 weer naar haar ooms gaat. Een aparte kaart vermeldt dat Tiny op 11 oktober 1938 is verhuisd vanuit Naaldwijk, Heerenstraat 1, naar Den Haag, Stadhouderslaan 70.
Het lag derhalve voor de hand dat Tiny en Nora zouden voorkomen in het bevolkingsarchief van Naaldwijk. Inderdaad was dit het geval. Tiny wordt op 9 september 1936 ingeschreven vanuit Voorburg en vertrekt op 6 oktober 1938 naar Den Haag.2 Nora wordt op 5 september 1935 ingeschreven vanuit Voorburg, gaat op 6 oktober 1938 daarheen terug en wordt op 17 januari opnieuw ingeschreven in Naaldwijk. Tot zover niets nieuws. In de index van het Naaldwijkse bevolkingsarchief komen echter nóg twee Van Genks voor, Jacoba M. A. en Josephus J. M. – een derde zus (Jacqueline) en de vader van Willem van Genk.

Tiny, Nora, Jacqueline en Willem van Genk, jaren dertig
Jacqueline van Genk, om met haar te beginnen, blijkt op 23 maart 1942 naar Heerenstraat 1 in Naaldwijk te zijn gegaan vanuit Magnoliastraat 10 in Den Haag, het adres van het gezin Van Genk sinds juli 1939. Op 10 juni 1942 wordt zij officieel ingeschreven in Naaldwijk.3 Ook haar beroep staat vermeld: ‘costuumnaaister’ – een echo van het beroep van haar moeder, die bij haar huwelijk in 1913 ‘modiste’ was.
Dat Jozef van Genk vóór zijn huwelijk een jaar in Naaldwijk had gewoond, was bekend. Hij vertrok op 31 mei 1911 op drieëntwintigjarige leeftijd vanuit Steenbergen naar Naaldwijk, de woonplaats van zijn toekomstige echtgenote. Op 11 juni 1912 bleek hij zich te hebben gevestigd in Berlicum, als tuinman en met als vorige woonplaats Naaldwijk. Het lag dus voor de hand dat hij voorkwam in het bevolkingsregister van Naaldwijk en dat was ook zo, met exact dezelfde data en net als zijn voogd boomkweker van beroep (zie hier). Al eerder sprak ik het vermoeden uit dat hij naar Naaldwijk verhuisde om een opleiding te volgen aan de daar in 1896 opgerichte Rijkstuinbouw winterschool.4
Waar woonde Jozef van Genk in Naaldwijk in 1911-1912? Op zijn persoonskaart staat het wijknummer B151a vermeld en dit correspondeert met het huidige adres Kleine Achterweg 14. Jozef van Genk huurde hier een kamer bij de toenmalige hoofdbewoner van dit adres, H.M. (Hendricus Matheus) van Uffelen. Op de achterkant van diens woningkaart staan de namen van alle ‘inwonende personen en dienstboden, die niet aan het gezinshoofd verwant zijn’ uit de periode 1910-1930 (de woning stamde uit 1910) met bovenaan ‘Josephus Joh. Maria van Genk’. Over H.M. van Uffelen is weinig meer te vinden dan zijn levensjaren (1879-1940), zijn beroep (tuinder) en, gezien de namen van zijn kinderen, zijn religie (rooms-katholiek). Een connectie met de families Van Genk en/of Hoogstraten lijkt er niet te zijn geweest.5
Terug naar de sjabloon Bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk. In de beschrijving en foto op bladzijde 26 van Een getekende wereld is deze met een wasknijper bevestigd aan het werk Engelenburcht (WVG-0085). De associatie is helder, want inderdaad is het meisje met het ijsje in de rechter benedenhoek van dit werk te zien, naast een ander figuurtje dat eveneens naar een sjabloon lijkt te zijn geschilderd. Op bladzijde 10 van Een getekende wereld is de sjabloon andermaal zichtbaar, maar hier is zij bevestigd aan het werk Smolny Kathedraal (WVG-0091). Ook op dit werk is het meisje met het ijsje in de rechter benedenhoek te zien, naast een ander meisje dat eveneens ijs eet – uit een coupe. Smolny Kathedraal is gedateerd 1964 en is, tamelijk uitzonderlijk binnen het oeuvre van Willem van Genk, op karton geschilderd.6
Beide werken, Engelenburcht en Smolny Kathedraal, bevonden zich boven het bed van Willem van Genk, beide waren niet te zien op de overzichtstentoonstelling in Boxtel in 1976 en beide bevatten dus het sjabloonmeisje met het ijsje. Een bijzondere, persoonlijke betekenis ligt voor de hand, waarbij het meisje met het ijsje een overeenkomst is. Omdat op Engelenburcht Pierre Stordiau is afgebeeld, is het mogelijk dat het sjabloonmeisje een weergave is van diens dochter Madeleine, op wie Willem van Genk heimelijk verliefd zou zijn geweest (zie hier). Verdere aanwijzingen hiervoor ontbreken vooralsnog.
Ook het meisje met de ijscoupe keert terug, op Kathedraal Pilsen en (in spiegelbeeld) op Rode plein Moskou (1 mei parade) en Vervoer USSR. Hetzelfde meisje, herkenbaar aan haar jas en kapsel, is te zien op een Spaans metrostation op Tram- en spoorwegen (Blauwe trein | Victoriastation). Mogelijk is zij ook afgebeeld aan de onderkant van Ravenna, naast de fotograaf.

Links: Kathedraal Pilsen (detail), daarnaast: Rode Plein Moskou (detail), daarnaast boven: Vervoer USSR (detail), daaronder: Ravenna (detail), rechts: Tram- en spoorwegen (detail)
Het sjabloonmeisje op Engelenburcht vinden we nog op twee andere plaatsen. Op de achterzijde van Colonnade St. Pieter (WVG-0038) herhaalde Van Genk een deel van Engelenburcht, namelijk de rechter benedenhoek.7 Het hoofd en de schouders van het sjabloonmeisje zijn hier alleen in contour aanwezig, de hand met het ijshoorntje is getekend (op de kademuur: campina ijs). In de contour is een geel/oranje knipsel geplakt, waarvan de bron elders terug te vinden is: op Amsterdam Moskou per KLM (WVG-0048) is hetzelfde sjabloonmeisje te zien als op Engelenburcht, zonder ijsje maar met bril en rode halsdoek. Ze is uitgeknipt uit een achtergrond met vliegtuigen en tekst, waarna het uitgeknipte deel kennelijk is aangebracht op de achterkant van Colonnade St. Pieter.

Links: Engelenburcht (detail), midden: Colonnade St. Pieter (achterkant; detail), rechts: Amsterdam Moskou per KLM (detail)
Amsterdam Moskou per KLM (hier afgebeeld) is een ietwat atypische collage, met gebruik van de etsen Rondvaart en Minsk. Het voert te ver om in dit verband het hele werk te bespreken, maar genoemd kan worden de veelvuldige aanwezigheid van de ‘schertsende mannentronies’ van de sjabloon Bezoek de druivenfeesten in Naaldwijk (onder andere links en rechtsboven in het middelste blok); de datering (1966) en signatuur in de rechter benedenhoek van de ets Minsk; de uitgeknipte achthoek rechts beneden waarvan het uitgeknipte deel links beneden weer is gebruikt; en het gebouw aan de rechterkant, onder de rode letters CCCP: dit is opnieuw de Smolny-kathedraal uit Leningrad.
Vrijwel alle werken die ik hier heb genoemd, stammen uit de periode 1964-1969, waarbij Willem van Genk ook weer oudere tekeningen hergebruikte. Het is duidelijk dat het blonde, ijs etende meisje met het gele jasje hem in ieder geval in deze tijd bezig hield en dat er connecties lijken te zijn met Italië en de Sovjet-Unie. Hoe en of Naaldwijk binnen dit geheel past, is onduidelijk.
NOTEN
- Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 26. ↩︎
- Een vertrek op 29 juli 1937 naar Voorburg is doorgestreept. ↩︎
- Tussen Jacquelines oude adressen staat bij de datum 6 februari 1942 ‘PB 110413’: het nummer van haar persoonsbewijs. ↩︎
- Van der Weide, De eenheid van het spinnenweb, p. 19. ↩︎
- Met veel dank aan Historisch Archief Westland, bij monde van Ingrid Nuijten. ↩︎
- Het werk bevindt zich in een particuliere collectie. ↩︎
- Zoals ik eerder schreef: ‘Een aantal werken van Willem van Genk kent een rijk bewerkte achterkant, met knipsels, tekeningen en teksten die in verband lijken te staan met de voorstelling op de voorkant. Vaak heeft die voorstelling betrekking op een stad of land, waardoor ook de verschillende onderdelen van de achterkant naar die geografische omgeving verwijzen’. ↩︎