Aanzet tot een catalogue raisonné (9)

Dit is het negende deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Woest, 3 oktober 2019. Links boven WVG-0113, daaronder WVH-0007, daarnaast WVG-0005, rechts WVG-0092

Dit is vooralsnog het laatste deel van mijn inventarisatie van het tweedimensionale werk van Willem van Genk. Aan bod komen eerst enkele werken die te zien waren tijdens Woest maar die niet waren opgenomen in de publicatie bij die tentoonstelling. Vervolgens wordt een aantal werken genoemd uit Willem van Genk bouwt zijn universum, een boek uit 2010 van Museum Dr. Guislain in samenwerking met de Stichting Willem van Genk. Details als afmeting, datering en techniek zijn in dit boek echter minimaal zodat er met enig voorbehoud naar dient te worden gekeken. Incidenteel verwijs ik naar ‘de lijst Van der Endt 2000’, een lijst gedateerd 1 juni 2000 met ‘nog verkoopbare werken van Willem van Genk’, opgesteld door Nico van der Endt. Ik eindig met enkele werken die ik ken uit eigen waarneming.

Veel ontbreekt nog, met name een flink aantal merendeels kleinere tekeningen, al dan niet verknipt, sommige te zien tijdens Woest (zonder begeleidende tekst), tijdens andere tentoonstellingen en/of afgebeeld in Willem van Genk bouwt zijn universum. De tekeningen zijn hoofdzakelijk in bezit van de Stichting Willem van Genk en Museum Dr. Guislain; in beide gevallen beschik ik niet over een overzicht. Daarnaast is uiteraard de vraag waar men een lijn dient te trekken. Wat bijvoorbeeld te doen met de brieven, in sommige gevallen geschreven in verschillende kleuren en bezaaid met tekeningen, in andere vrijwel alleen interessant vanwege de inhoud? Verder bestaan er schetsboekjes, plakboekjes, reisverslagen, literatuurlijsten, memo’s enzovoort. Op aard en aantal van deze items is nauwelijks zicht.


WVG-0113

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Amsterdam, gezicht op C.S., 1950 | gem. techniek/collage, 63,5 x 40 cm’.

Tijdens de tentoonstelling Woest had dit werk het bijschrift Amsterdam en was het te zien naast twee andere tekeningen over Amsterdam. Op de achterkant heeft Van Genk geschreven Amsterdam centraal station / met ronde Lutersche kerk PH kade, met daarnaast in een naamstempel het jaartal 1950.

Afbeelding: zie foto hierboven.


WVG-0114

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 109
Geldersche tramwegen | s.d. | mixed media | Privécollectie

Dit werk werd in 2017 samen met WVG-0068 door Museum Het Dolhuys aangekocht van een particuliere verzamelaar. Tijdens Woest was het te zien in een van de vitrines.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 109.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0115

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 34
Geldersche tramwegen | s.d. | knipsel uit de bibliotheek van Willem van Genk | Museum Dr. Guislain

Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit september 2015 meet dit werk 47 x 62 cm. [i] De ontbrekende tondo (met een plattegrond van Arnhem) is verwerkt in Urbanisme et Architecture (WVG-0054). Tijdens Woest was het werk te zien in een van de vitrines. [ii]

Afbeelding: Woest, p. 52.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0116

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 108
Laatste blauwe tram | mixed media op bordkarton | s.d. | Privécollectie.

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Laatste Blauwe Tram, ca. 1959 | gem. techniek/papier, ca. 28 x 39 cm’. Op de achterkant van dit werk heeft Van Genk geschreven: laatste blauwe tram “NZH”, met daarnaast in een naamstempel 10 Mei 1958. Dit betreft niet de datering van het werk maar is de datum waarop de Blauwe Tram voor de laatste keer reed tussen Den Haag en Voorburg. Tijdens Woest was het werk te zien in een van de vitrines.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 108.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0117

Dit titelloze, onafgemaakte werk bestaat uit zes boardplaatjes waarop Van Genk is begonnen aan een afbeelding van een trolleybus in een stedelijke omgeving. Mogelijk gaat het hier om het laatste werk van Van Genk op board. Tijdens Woest was het werk te zien in een van de vitrines.

Afbeelding: zie hieronder.

WVG-0117


WVG-0118

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 4
Organist St. Bavokerk Haarlem | s.d. | potlood op papier | Museum Dr. Guislain

Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 5.


WVG-0119

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 29
Knipsel uit bibliotheek van Willem van Genk | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een tram (lijn 1) op het Velperplein in Arnhem ter hoogte van de voormalige Incasso-Bank. Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit juni 2016 meet dit werk 65 x 64 cm. [iii]

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 29 (boven).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0120

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 36
Zonder titel | verf en kleurpotlood op papier | Museum Dr. Guislain

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Nijmegen/Bergbahnlinie, ca. 1959 | gem. techniek/papier, 23,5 x 34 cm’. Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit september 2015 meet dit werk 23,5 x 34 cm en heeft het als titel District Mooi Nederland. [iv] Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0121

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 74
Stadsplan Arnhem | uit de bibliotheek van Willem van Genk | Museum Dr. Guislain

Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit juni 2016 meet dit werk 21,8 x 32 cm. [v] Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne (vitrine).

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 74.


WVG-0122

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 104
Leiden – Breedstraat | s.d. | pen en inkt op papier | Privécollectie

Op het linkerdeel van de tekening is het Leidse stadhuis aan de Breestraat te zien. Rechts is afgebeeld het begin van de Breestraat vanaf het Rapenburg.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 104.


WVG-0123

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 126
Zonder titel | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een gele bus die door een landschap rijdt.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 126.


WVG-0124

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 127
Zonder titel
 | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een gele bus (lijn 100 naar Doetinchem) op een brug. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 126-127.


WVG-0125

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 127
Zonder titel
 | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is een tram voor het gebouw van ‘De Nederlanden van 1845’ aan het Willemsplein in Arnhem. Volgens informatie van Museum Dr. Guislain uit juni 2016 meet dit werk 23,5 x 34 cm. [vi] Het is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 127.


WVG-0126

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 142
Groot Arnhem | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Den Haag/Boekenweek | gem. techniek/papier, 22,8 x 30,8 cm’. Afgebeeld is de Hofplaats in Den Haag, met op de voorgrond een parkeerplaats met auto’s en touringcars.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 142 (boven).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0127

Willem van Genk bouwt zijn universum (2010), p. 142
Vaarwel Tram | s.d. | mixed media op papier | Museum Dr. Guislain

Afgebeeld is de Amsterdamse Poort in Haarlem. De tekst VAARWEL TRAM heeft betrekking op de laatste rit van de Noord-Hollandse Blauwe Tram op 31 augustus 1957. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.

Afbeelding: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 142 (onder).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0128

Tekening van een stadstafereel in Groningen. Op de lijst Van der Endt 2000 staat dit werk vermeld als ‘Groningen met 1 mei optocht | gem. techniek/papier, 24 x 35 cm’. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.


WVG-0129

Tekening van de St. Bavokerk in Haarlem. Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne.


WVFG-0130

Tekening van een 1 mei-optocht voor de Dom in Keulen. De ontbrekende tondo is verwerkt in Urbanisme et Architecture (WVG-0054). Het werk is te zien tijdens de tentoonstelling Megalopolis bij de Collection de l’Art Brut in Lausanne (vitrine).

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.

Megalopolis (Lausanne), maart 2021. Tegen de muur links v.l.n.r. WVG-0124, onbekend, WVG-0111; tegen de achtermuur WVG-0016 en een stukje van WVG-0028; tegen de muur rechts v.l.n.r. WVG-0118, WVG-0128, WVG-0125, WVG-0120, WVG-0127, WVG-0129; op de voorgrond in de vitrine WVG-0130


WVG-0131

Een set van zes litho’s die Van Genk in 1995 maakte. Drie litho’s vormen samen een afbeelding van het bovenste deel van een kerk, de drie andere tonen steeds drie personen op een treinperron.

WVG-0131a – linkerdeel kerk
WVG-0131b – middendeel kerk
WVG-0131c – rechterdeel kerk
WVG-0131d – perronscène I (links een man en een vrouw; lichter dan WVG-0131f)
WVG-0131e – perronscène II (paal met in spiegelbeeld de tekst VOIE).
WVG-0131f – perronscène III (links twee mannen; donkerder dan WVG-0131d)

Volledige sets litho’s bevinden zich bij Galerie Hamer, bij Stichting Collectie De Stadshof en in enkele particulier collecties.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.


WVG-0132

Tekening met een trein- of tramwagon met een reclame voor Turmac, een prominente pantograaf en het woord MÄRKLIN. Van Genk maakte meerdere kopieën van de tekening, die achter elkaar kunnen worden gelegd en op die manier een nieuwe afbeelding vormen. Het werk is vermoedelijk gemaakt in de tweede helft van de jaren negentig en bevindt zich bij Museum Dr. Guislain.

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.


WVG-0133

Tekening in vierkleurenbalpen van het Haagse Leyenburg-ziekenhuis. In een tweede, bewerkte versie is een kopie van een strook uit het midden van de afbeelding aan de onderkant van een kopie van het hele werk geplakt, waarna het resultaat opnieuw met balpen en gouacheverf is bewerkt. Het werk is vermoedelijk gemaakt in de tweede helft van de jaren negentig en bevindt zich bij Museum Dr. Guislain.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 21 september 2015.

[ii] Dit leid ik af uit het feit dat een afbeelding is opgenomen in de publicatie. Zelf heb ik het werk tijdens Woest niet gezien.

[iii] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 17 juni 2015.

[iv] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 21 september 2015.

[v] E-mail van Eline Van de Voorde aan Jack van der Weide, 17 juni 2015.

[vi] Idem.

Aanzet tot een catalogue raisonné (5)

Dit is het vijfde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk. Eerdere delen zijn hier, hier, hier en hier te vinden.

Vervoer USSR | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 156,5 x 175,5 cm | Musée L, Louvain-la-Neuve | Foto: J.-P. Bougnet

WVG-0046

Willem van Genk (1976)p. 33
Keulen | Collage | 98 x 140

Een getekende wereld (1998), p. 107
Keulen | ca 1960 | mixed media on paper | 140 x 98 cm | artist

Woest (2019), p. 112
Keulen | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 98 x 140 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, p. 113.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0047

Willem van Genk (1976), pp. 34-36 (voorkant + details)
Amsterdam | Tekeningen collage | 227 x 98

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam | ca 1959 | mixed media on paper | 90 x 227 cm | unknown

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 54-55.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0048

Willem van Genk (1976), p. 37
Amsterdam – Moskou per K.L.M. | Collage | 150 x 131

Een getekende wereld (1998), p. 109
Amsterdam – Moskou | 1967 | mixed media on board | 128 x 147 cm | Collection de l’Aracine in depot Musée d’art moderne de Lille Métropole Villeneuve d’Ascq, inv. nr. A. 996.301 (1282)

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 33.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0049

Willem van Genk (1976), p. 38
Waarheidsfestival | Collage | 152 x 100

Een getekende wereld (1998), p. 115
Waarheidsfestival | ca 1970 | mixed media on paper | 98 x 150 cm | artist

Woest (2019), p. 144
Waarheidsfestival 
| ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 108,5 x 159 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 4-5.


WVG-0050

Willem van Genk (1976)p. 38
Brooklyn Bridge | Collage | 180 x 100

Een getekende wereld (1998), p. 115
Brooklyn Bridge | ca 1975 | mixed media on paper | 88 x 111 cm | De Stadshof Zwolle

Broooklyn Bridge maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het is momenteel eigendom van het Stichting Collectie De Stadshof, dat op de eigen website als techniek vermeldt ‘gemengde techniek (ballpoint, potlood, gouache, acrylverf) collage op pakpapier (verschillende papieren, doorzichtig plastic)’, als datering ca. 1960 – 1975 en als maten 97 x 178 cm. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 82-83.


WVG-0051

Willem van Genk (1976)p. 39
Treinen | Collage Tekeningen | 122 x 70

Een getekende wereld (1998), p. 111
Blauwe trein/Victoriastation | ca 1966 | mixed media on board | 80 x 290 cm | Collection de l’Aracine in depot Musée d’art moderne de Lille Métropole Villeneuve d’Ascq, inv. nr. A. 996.302 (1283)

Bij de reizende tentoonstelling Nederlandse zondagsschilders: de droomwereld der naïeven in 1966 werd een werk van Van Genk met de titel Spoorwegen een eervolle vermelding; mogelijk gaat het hier om dit werk. Zeker is wel dat dit het werk getiteld Tram- en spoorwegen is waarmee Van Genk in 1967 de de landelijke schilder- en tekenwedstrijd van Co-op Nederland won.

De website van het LaM in Lille, waar het werk zich bevindt, geeft als datering ‘avant 1987’, als techniek ‘Encre, crayon de couleur, stylo-feutre et gouache sur papier brun marouflé sur toile’ en als maten 72 x 222 cm. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 124-125.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0052

Willem van Genk (1976)p. 39
Den Haag | Collage Tekeningen | 200 x 88

Een getekende wereld (1998), p. 107
Bouwend ‘s-Gravenhage | 1950/60 | mixed media on paper | 100 x 210 cm | artist

Woest (2019), p. 124
Bouwend ‘s-Gravenhage
 | 1960 | gemengde techniek op papier | 102 x 212 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 90-91.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0053

Willem van Genk (1976)p. 39
Moskou | Collage Tekeningen | 173 x 97

Een getekende wereld (1998), p. 115
Moskou | ca 1970 | mixed media on paper | 94,5 x 173 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6888

Woest (2019), p. 102
Moskou 
| 1966 | collage van tekeningen op papier | 94,5 x 173 cm | Collection de l’Art But, Lausanne

Afbeelding: Woest, pp. 102-103.


WVG-0054

Willem van Genk (1976)p. 41
Architectuur | Collage Tekeningen | 174 x 99

Een getekende wereld (1998), p. 109
Urbanisme et Architecture | 1960/1970 | mixed media on paper | 75,5 x 172 cm | De Stadshof Zwolle

Urbanisme et Architecture maakte deel uit van het negental werken dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het is momenteel eigendom van het Stichting Collectie De Stadshof, dat op de eigen website als techniek vermeldt ‘gemengde techniek (ballpoint, potlood, gouache, acrylverf) en collage op pakpapier’. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 62-63.


WVG-0055

Willem van Genk (1976)p. 41
Steden | Collage Tekeningen | 95 x 67

Een getekende wereld (1998), p. 109
Bragah | 1960 | mixed media on paper | 70 x 100 cm | Collection de l’Aracine in depot Musée d’art moderne de Lille Métropole Villeneuve d’Ascq, inv. nr. A. 996.331 (1616)

Woest (2019), p. 106
Minsk-Mosca
 | 1966-1967 | gemengde techniek op papier | 66,7 x 97,4 cm | Donatie door L’Aracine in 1999, LaM, Lille Métropole

De website van het LaM vermeldt onder afzonderlijke titels de voorkant (Minsk-Mosca, ‘Encre, stylo à bille et gouache sur morceaux de papier kraft marouflés sur toile libre’) en de achterkant (Bragah, ‘Stylo à bille sur papier contrecollé sur toile libre, stylo à bille sur la toile libre’) van dit werk.

Afbeelding: Woest, pp. 106-107 (voorkant), 108-109 (achterkant).


WVG-0056

Willem van Genk (1976)p. 43
Internationale | Collage Tekeningen | 171 x 101

Een getekende wereld (1998), p. 111
Internationale | ca 1967 | mixed media on paper | 98 x 174,5 cm | Alpha Cubic International Japan

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 76-77.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0057

Willem van Genk (1976)p. 43
Glimpses of Asia | Collage Tekeningen | 184 x 100

Een getekende wereld (1998), p. 111
Glimpses of Asia | ca 1967 | mixed media on paper | 95,5 x 180 cm | Alpha Cubic International Japan

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 74-75.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0058

Willem van Genk (1976)p. 44
50 jaar Sovjet-Unie | Collage Tekeningen | 175 x 97

Een getekende wereld (1998), p. 111
50 jaar Sovjet-Unie | 1967 | mixed media on paper | 96 x 174 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6702

Woest (2019), p. 98
50 jaar Sovjet-Unie 
| 1967 | gemengde techniek op papier | 96 x 174 cm | Collection de l’Art But, Lausanne

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, pp. 78-79.


WVG-0059

Willem van Genk (1976)p. 44
Märklin | Collage Tekeningen | 95 x 74

Een getekende wereld (1998), p. 115
Märklin | 1970 | mixed media on paper | 72,5 x 94 cm | The Outsider Collection/The Outsider Archive London, inv. nr. oa 326

Nico van der Endt verkocht het werk in 1989 aan het Outsider Archive voor ₤ 1.500. [i] Daarbij werd de commissie verrekend die Monika Kinley van het Outsider Archive kreeg voor haar bemiddeling bij de verkoop van WVG-0056 en WVG-0057 aan het Japanse Alpha Cubic. [ii] Märklin bevindt zich momenteel in de collectie van de Whitworth Art Gallery in Manchester. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Afbeelding: Raw Vision #36, p. 31.


WVG-0060

Willem van Genk (1976)p. 45
Vervoer U.S.S.R. | Collage Tekeningen | 151 x 133

Een getekende wereld (1998), p. 119
Vervoer USSR | 1975 | mixed media on paper | 156,5 x 175,5 cm | Musée de Louvain-la-Neuve, inv. nr. 425

Nico van der Endt verkocht het werk in 1988 aan het Musée de l’Université van Louvain-la-Neuve. Het was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 17.


WVG-0061

Willem van Genk (1976)p. 45
Moskou | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 115
Tank II | ca 1970 | pencil on canvas | 40 x 31 cm | artist

Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 29.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Waarheidsfestival | ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 108,5 x 159 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

Willem van Genk maakte vijf monochrome etsen, waarvan vier (hieronder genoemd) in oplagen van respectievelijk 13, 14, 5 en 5. De inkt is meestal zwart, maar er bestaan ook afdrukken in sepia en groen. Daarnaast is er een onbekend aantal ongenummerde exemplaren. De vijfde ets (WVG-0087) wordt niet genoemd in de catalogus van De Ark.


WVG-0062

Willem van Genk (1976), p. 37
Minsk | Ets oplage 13

Een getekende wereld (1998), p. 111
Minsk | 1967 | etching (13) | 53 x 63 cm | artist, private collection, Site de la Création Franche Bègles, inv. nr. 1602-93

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

1/13      Museum Dr. Guislain, Gent (zwart)
2/13      particuliere collectie, Ittigen
3/13      particuliere collectie, Maastricht (zwart)
4/13      Musée de la Création Franche, Bègles (zwart)
5/13      particuliere collectie, Amsterdam
6/13      particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)
7/13      Musée d’Arts Brut, Montpellier
12/13    particuliere collectie, Zürich (sepia)
13/13    particuliere collectie, Brussel (sepia)

Nummer 6/13 was te zien tijdens Woest vanaf september 2020.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 132.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0063

Willem van Genk (1976), p. 46
Tunnel Napels | Ets | oplage 14 stuks

Een getekende wereld (1998), p. 111
Tunnel Napels | 1967 | etching (14) | 30 x 40 cm | artist nr 14/14 en 3/14, Site de la Création Franche Bègles, inv. nr. 1601-93, nr 6/14, private collection

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

2/14      particuliere collectie, Maastricht (zwart)
3/14      Musée de la Création Franche, Bègles (zwart)
4/14      particuliere collectie, Amsterdam (zwart)
6/14      The Museum of Everything, Londen (zwart)
7/14      particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)
8/14     particuliere collectie, Zürich (zwart)
12/14    Andrew Edlin Gallery, New York (sepia)
14/14    particuliere collectie, Amsterdam (groen)

Nummer 7/14 was te zien tijdens Woest vanaf september 2020.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van en samenwerking, p. 81.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0064

Willem van Genk (1976), p. 46
Siljaline | Ets | oplage 5 stuks

Een getekende wereld (1998), p. 111
Siljaline | 1967 | etching (5) | 50 x 43,5 cm | artist, private collection

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

1/5      particuliere collectie, Maastricht (zwart)
3/5      particuliere collectie, Nijmegen (zwart)

De ets was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 133.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0065

Willem van Genk (1976), p. 47
Colonnade | Ets | oplage 5 stuks

Een getekende wereld (1998), p. 111
Colonnade/St. Petersdom | 1967 | etching (5) | 30 x 40 cm | artist

De huidige verblijfplaatsen van de genummerde etsen, voor zover valt na te gaan:

1/5      particuliere collectie, Vlaardingen (zwart)

Nummer 1/5 was te zien tijdens Woest vanaf september 2020.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 129.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


NOTEN

[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 63.

[ii] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 7 april 2021.

Aanzet tot een catalogue raisonné (3)

Dit is het derde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk via de getoonde werken tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum. Het eerste deel is hier te vinden, het tweede deel hier.

Detail Leningrad (ca. 1955)

WVG-0021

21 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 11 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram NZTM | ca 1959 | pencil on paper | 27,5 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Het verdween na 1976 uit zicht.

Afbeelding: catalogus Willem van Genk, p. 11.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0022

22 Mockba . . . . . . . . 80 x 58 cm | 31 ½” x 23”

Een getekende wereld (1998),p. 109
Moskou | ca 1960 | pencil on paper | 80 x 58 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.500, waarna het uit zicht verdween. Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen bij ‘een dame in Velbert’, maar kon deze niet kopen. [i] Op een foto van de tentoonstelling in Hilversum is vaag een werk te onderscheiden dat overeenkomt met de foto die Van der Endt in Duitsland maakte. [ii] Het formaat dat Van der Endt noteerde (40 x 30 cm) correspondeert echter niet met het formaat van het werk op de foto (plm. 80 x 60 cm).

Zie hier voor meer informatie over dit werk, inclusief de foto die Van der Endt ervan maakte.


WVG-0023

23 Köln . . . . . . . . 98 x 69 cm | 38 ½” x 27”

Willem van Genk (1976), p. 10
Keulen | Tekening | 98 x 69

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Keulen | ca 1960 | mixed media on paper | 70,5 x 101,5 cm | De Stadshof Zwolle

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 86-87.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0024

24 Mockba . . . . . . . . 80 x 58 cm | 31 ½” x 23”

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1976 maakte Dick Heesen voor Nico van der Endt een inventarislijst met al het hem bekende werk van Willem van Genk. Op deze lijst staat een werk met als titel Moskou, afmetingen 80 x 64, dat als enige geen corresponderend paginanummer heeft in de catalogus van De Ark uit 1976. Het zoeken is dus naar een werk met (ruwweg) deze afmetingen dat waarschijnlijk onder een andere titel bekend is en dat níet in de catalogus uit 1976 staat.


WVG-0025

25 Mockba . . . . . . . . 80 x 64 cm | 31 ½” x 25 ¼”

Willem van Genk (1976)p. 15
Moskou | Tekening | 80 x 64

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leningrad | ca 1955 | mixed media on paper | 60 x 80 cm | De Ruuk Amsterdam

Woest (2019), p. 101
Leningrad | 1955 | tekening | 60 x 80 cm | Collectie De Ruuk, Amsterdam

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1985 aan een Amsterdamse collectioneur voor fl. 4.500.

Afgaande op de afmetingen zou het kunnen dat catalogusnummers 24 en 25 omgewisseld zijn. In dat geval is het onderschrift bij de illustratie op pagina 4 van de Hilversumse catalogus foutief.

Afbeelding: Woest, p. 101.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0026

26 Wien . . . . . . . . 152 x 72 cm | 60” x 28 ¼

Een getekende wereld (1998), p. 107
Wenen | ca 1959 | mixed media on paper | 72 x 152 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 4.000, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Stephansdom)”.

Afbeelding: foto bij de brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne). Afgebeeld is een uitzicht vanaf het dak van de Stephansdom, met aan beide zijden twaalf kleinere tekeningen van Wenen.


WVG-0027

27 Mockba . . . . . . . . 143 x 123 cm | 56 ¼” x 48 ½”

Willem van Genk (1976), p. 17
Moskou | Tekening | 143 x 123

Een getekende wereld (1998), p. 107
Moskou | 1958 | mixed media on paper | 115 x 140 cm | Graves Art Gallery Sheffield

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Het was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 34.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Detail Keulen (ca. 1955)

Het maken van een catalogue raisonné is niet eenvoudig en dient uiterst zorgvuldig te gebeuren. Nogmaals zij benadrukt dat hierboven en in de voorgaande posts slechts een aanzet wordt gegeven. Het verdient aanbeveling om voor een catalogue raisonné van het werk van Van Genk een database in te richten, zoals dat al jaren gebruikelijk is bij het op een gestructureerde manier inventariseren en ordenen van het oeuvre van beeldend kunstenaars. Binnen een dergelijke database dient vervolgens plaats te zijn voor een aantal rubrieken:

  1. nummer binnen de catalogus
  2. titel of beschrijving
  3. huidige verblijfplaats van het werk
  4. technische details (afmetingen, techniek, ondergrond, signatuur etc.)
  5. afbeelding
  6. provenance (d.w.z. de historie van eigendom)
  7. verwijzingen (met name: tentoonstellingen en literatuur)
  8. conditie en technisch onderzoek
  9. opmerkingen [iii]

Het moge duidelijk zijn, zonder op details in te gaan, dat het vrijwel ondoenlijk is om al deze gegevens te verzamelen als geïnteresseerde leek, nog afgezien van diverse technische, organisatorische en toch ook financiële aspecten. Het opzetten van een degelijke catalogue raisonné dient bij voorkeur te worden geïnitieerd door een museum of instelling; in dit specifieke geval zou de Stichting Willem van Genk voor de hand liggen.

In het voorwoord bij Woest, de publicatie bij de grote overzichtstentoonstelling in het Outsider Art Museum/Museum van de Geest in Amsterdam, schrijft Hans Looijen: ‘Het OAM vindt het van cruciaal belang dat wetenschappelijk onderzoek naar leven en werk van Van Genk is gedaan’. [iv] Ervan uitgaand dat dit waar is, is hier in het boek zelf helaas weinig van te merken. Natuurlijk gaat het niet om een wetenschappelijke publicatie, maar een solide, zorgvuldig gelegde basis had veel uitglijders kunnen voorkomen.

Aanvankelijk was het de bedoeling om in de publicatie bij de tentoonstelling (toen nog Thrills of Power geheten) ook een aantal meer wetenschappelijk artikelen op te nemen, geschreven door onder meer kunsthistoricus Jos ten Berge, hoogleraar psychiatrie Jim van Os, Valérie Rousseau van het American Folk Art Museum en ondergetekende. Op enig moment werd dit plan losgelaten ten faveure van een afzonderlijke publicatie, te presenteren bij de opening van de tentoonstelling in De Hermitage in Sint Petersburg. Ook die route lijkt inmiddels te zijn verlaten. In Woest is het artikel van Sarah Lombardi, directeur van La Collection de l’Art Brut in Lausanne, mogelijk een overblijfsel van de oorspronkelijke opzet van het boek.

De websites van La Collection de l’Art Brut, Stichting Collectie De Stadshof en het LaM uit Lille geven, ieder op hun eigen wijze, gedetailleerde informatie over de werken van Willem van Genk die zich in de respectieve collecties bevinden. Daarbij baseert men zich logischerwijs voor een belangrijk deel op de monografie Een getekende wereld uit 1998, en daar gaat het mis. Die monografie kan niet genoeg worden geprezen, in de zin dat het boek een schat aan gegevens biedt over het leven en werk van Van Genk, uit allerlei bronnen bij elkaar gebracht. Tegelijkertijd is duidelijk dat Een getekende wereld bepaald niet het definitieve werk over Van Genk is: het is een (rijk) begin, een eerste poging tot ordening en inventarisatie waarmee men zich uiteen kan zetten. Dat het nog steeds als standaardwerk geldt, en dat ook Woest meer dan twintig jaar later gegevens rechtstreeks overneemt uit Een getekende wereld, is veelzeggend.

Laat dit daarom een oproep zijn aan Hans Looijen, niet alleen als directeur van het Museum van de Geest maar vooral ook als voorzitter van de Stichting Willem van Genk: wanneer hij het werkelijk ‘van cruciaal belang’ vindt dat ‘wetenschappelijk onderzoek naar leven en werk van Van Genk’ wordt gedaan, dan zou het goed zijn om enkele stappen te nemen die dergelijk onderzoek serieus mogelijk te maken. Een begin zou kunnen zijn om een oud idee nieuw leven in te blazen: het instellen van een adviesraad voor de Stichting Willem van Genk. Die raad zou dan een daadwerkelijke catalogue raisonné van het werk van Willem van Genk kunnen initialiseren.


NOTEN

[i] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 19 december 2019.

[ii] De foto staat in: Waldmann, The activities of Pieter Brattinga [paginanummer onbekend].

[iii] Ik baseer me hier op het document “Guidelines for Compiling a Catalogue Raionné” van de Cataloguing and Publishing Workgroup binnen het congres Authentication in Art, 7-9 mei 2014 in Den Haag (met dank aan Jos ten Berge). Het gaat om een advies voor negen mogelijke rubrieken.

[iv] Looijen, “Voorwoord”, in: Looijen e.a., Woest, p. 5.

Aanzet tot een catalogue raisonné (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk via de getoonde werken tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum. Het eerste deel is hier te vinden.

Frankfurt | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 81 x 160 cm | Sammlung Zander, Bönnigheim


WVG-0006

6 Tokyo . . . . . . . . 77 x 44 cm | 30 ½” x 17 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Tokio bij dag | ca 1960 | pencil on paper | 44 x 77 | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween.

Afbeelding: illustratie bij Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier” (Vrij Nederland, 4 april 1964).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0007

7 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 12 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram NZTM | ca 1959 | pencil on paper | 27,5 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 2015 aan een verzamelaar in Zwitserland. De tekening was te zien tijdens Woest (met als bijschrift ‘Laatste tram in Raadhuisstraat Amsterdam ca. 1959’) maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: foto’s tentoonstelling Woest (niet in catalogus).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0008

8 Frankfurt am Main . . . . . . . . 164 x 81 cm | 64 ½” x 31 ¾”

Willem van Genk (1976), p. 13
Frankfurt | Tekening | 160 x 81

Een getekende wereld (1998), p. 107
Frankfurt | ca 1955 | mixed media on paper | 81 x 160 cm | Museum Charlotte Zander Schloβ Bönnigheim, inv. nr. Genk 1

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1994 verkocht Galerie Hamer het voor DM 30.000 aan Charlotte Zander. [i] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 20-21.


WVG-0009

9 Köln . . . . . . . . 80 x 72 cm | 31 ½” x 28 ¼”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Keulen | ca 1960 | pencil on paper | 80 x 72 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.000, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Dom mit Rheinbrücke)”.

Afbeelding: catalogus Van Genk’s fantastische werkelijkheid, p. 13.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0010

10 Leipzig . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 14
Leipzig | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leipzig | ca 1955 | pencil on paper | 49,5 x 64,5 cm | Croatian Museum of Naive Art Zagreb, inv. nr. 1125

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1991 schonk Galerie Hamer het aan het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb. [ii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: zie hieronder.

Leipzig | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 49,5 x 64,5 cm | Croatian Museum of Naive Art, Zagreb


WVG-0011

11 Leipzig . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 16
Berlijn | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leipzig | ca 1955 | mixed media on paper | 49,5 x 64,5 cm | Arnulf Rainer Wenen

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. [iii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 18.


WVG-0012

12 Mockba . . . . . . . . 142 x 114 cm | 56” x 45”

Willem van Genk (1976), p. 16
Moskou | Tekening | 143 x 114

Een getekende wereld (1998), p. 107
Moskou (Kievstation) | 1958 | mixed media on paper | 119,5 x 151,5 cm | Instituut Collectie Nederland, inv. nr. K 89320

Woest (2019), p. 116
Kiev Station Moskou | ca. 1960 | balpen op papier | 69 x 184 cm | Bruikleen van het Rijksmuseum. Rijksmuseum. Overdracht van beheer van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973.

Afbeelding: Woest, pp. 116-117.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0013

13 Antwerpen . . . . . . . . 100 x 70 cm | 39 ½” x 27 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 107
Antwerpen Place de la Gare | ca 1958 | mixed media on paper | 100 x 70 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.500, waarna het uit zicht verdween.

Afbeelding: foto bij de brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne). Afgebeeld is het Koningin Astridplein in Antwerpen, dat tot 1935 het Place de la Gare/Statieplein heette.


WVG-0014

14 Amsterdam . . . . . . . . 51 x 67 cm | 20 ½” x 26 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Stationsplein | ca 1959 | pencil on paper | 51 x 67 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween. Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen en verkocht haar aan een particuliere verzamelaar. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: zie hieronder.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Amsterdam | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 67 x 51 cm | privé-collectie | Foto: Nico van der Endt


WVG-0015

15 Berlin . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 14
Berlijn | Tekening | 65 x 50

Een getekende wereld (1998), p. 107
Berlijn | 1958 | pencil on paper | 50 x 65 cm | Artist

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Na het overlijden van Van Genk in 2005 bleef het in bezit van Stichting Willem van Genk. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 110-111.


WVG-0016

16 Mockba . . . . . . . . 175 x 113 cm | 69” x 44 ½”

Woest (2019), p. 96
Panorama Moskou | voor 1964 | gemengde techniek op papier | 98 x 174,5 cm | Collectie Antoine de Galbert, Parijs

Het werk komt niet voor op de lijst Brattinga 1964, noch in de brieven van Alfred Schmela aan Brattinga uit 1964. Op een andere, ongedateerde lijst van Brattinga tekent hij bij dit werk aan: “vermist”. Het werk komt wel voor op een verzekeringspolis met werken van Van Genk die zich in de Amsterdamse woning van Brattinga bevinden, gedateerd 3 februari 1965. Op 3 mei 1973 bericht Brattinga aan zijn advocaat F.W. Grosheide dat dit werk “enkele weken geleden verkocht is […] voor een bedrag van fl. 5.000,-.” Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen bij een verzamelaar in Duitsland.

Afbeelding: Woest, pp. 96-97.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0017

17 Mockba . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Kiev station Moskou | ca 1960 | mixed media on paper | 65 x 53 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Bahnhof mit Lokomotiven)”.

Afbeelding: uitnodiging Van Genk’s phantastische Wirklichkeit.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0018

18 Mockba . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ¼”

Een getekende wereld (1998), p. 115
Tank | ca 1970 | pencil on paper | 40 x 30 cm | Arnulf Rainer Wenen

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk in eerste instantie via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht, voor DM 2.500. Alfred Schmela bericht hierover in een brief aan Brattinga, waar hij het werk aanduidt als “Russischer Panzer”. De koper ruilde het werk vervolgens om voor WVG-0014. Het was te zien tijdens de dubbeltentoonstelling met Afrikaanse kunst bij galerie De Ark in 1973-1974, maar ontbrak in de catalogus van De Ark uit 1976. Galerie Hamer verkocht het werk in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. [iv] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: uitnodiging Van Genk’s phantastische Wirklichkeit.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0019

19 Arnhem . . . . . . . . 68 x 45 cm | 26 ¾” x 17 ¾”

Willem van Genk (1976)p. 15
Arnhem | Tekening | 60 x 45

Een getekende wereld (1998), p. 107
Arnhem | ca 1955 | mixed media on paper | 91,5 x 167 cm | artist?

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Na vele omzwervingen belandde de (bijgeknipte) tekening in 2019 bij een particuliere verzamelaar, via Galerie Hamer. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: catalogus Willem van Genk, p. 15 (origineel); Walda, Koning der stations (2e druk), pp. 98-99 (bijgeknipt)

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0020

20 Den Haag . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976)p. 12 (onder)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram | ca 1959 | pencil on paper | 30 x 40 cm | artist

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973 en is in bezit van Galerie Hamer. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: achterzijde folder Galerie Hamer bij willem van genk, een “museale” tentoonstelling. Bijschrift: ‘rozengracht amsterdam (laatste rit blauwe tram), ca 1957, mixed media on paper, 27,5 x 39,2 cm, part. coll. nederland (foto kees maaswinkel)’

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 69 en 93.

[ii] Ibid., p. 67.

[iii] Ibid., p. 109.

[iv] Ibid.

Schwebebahn (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over het schilderij Schwebebahn Wuppertal. Het eerste deel is hier te vinden.

Schwebebahn Wuppertal (achterzijde) | ca. 1965 | gemengde techniek op hardboard | 61 x 61 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen | foto: Museum van de Geest, Haarlem

Een aantal werken van Willem van Genk kent een rijk bewerkte achterkant, met knipsels, tekeningen en teksten die in verband lijken te staan met de voorstelling op de voorkant. Vaak heeft die voorstelling betrekking op een stad of land, waardoor ook de verschillende onderdelen van de achterkant naar die geografische omgeving verwijzen: naar Praag en Tsjechoslowakije (Praag), naar Moskou en de Sovjet-Unie (1 mei parade), naar Rome en Italië (Roma Termini) en zo verder. Het zijn met name werken in olieverf op hardboard of karton uit de periode 1963-1967 die een dergelijke collageachtige keerzijde hebben. Het kan daarom een factor zijn bij de datering van werken als aan dergelijke achterkant aanwezig is. Andersom is het mogelijk te voorspellen of er sprake is van een collage, zoals recent bleek bij drie werken die in bezit zijn van een particuliere verzamelaar maar die niet eerder in detail waren bekeken. In twee gevallen was voldaan aan de genoemde criteria, in beide gevallen was de achterkant bewerkt.

Van de volgende werken is mij bekend dat de achterkant een collage bevat: [1]

  • 1 mei parade
  • Alt Heidelberg – Bergstraβe
  • Colonnade St. Pieter
  • Dom van Ravenna
  • Great Railroads of the World
  • Madrid
  • Metrostation Moskou
  • Praag
  • Roma Termini
  • Schwebebahn Wuppertal
  • Smolny kathedraal
  • Station Berlin Ost
  • Vesuvius

Mogelijk kan deze lijst worden uitgebreid met Engelenburcht, London en Reiseland Italien, die aan de gestelde criteria lijken te voldoen. Dat Van Genk ook informatie aanbracht op de achterkant van andersoortige werken blijkt onder meer uit Bahnhof Friedrichstrasse, Laatste Blauwe Tram en de collages Köln en Minsk-Mosca. [2] Toch zijn de keerzijdes hier aanzienlijk minder bewerkt en is bovendien met name sprake van teksten.

De collage op de achterkant van Schwebebahn Wuppertal bevat een tiental grotere onderdelen, terwijl er daarnaast een vergelijkbaar aantal kleinere knipsels en papiertjes is aangebracht. Ook zijn er met pen, potlood en viltstift teksten toegevoegd, zowel op de opgeplakte gedeeltes als rechtstreeks op de boardplaat. Niet door Van Genk zelf aangebracht zijn twee etiketten van het Frans Halsmuseum in Haarlem voor de tentoonstellingen Zondagssschilders II (1967; tegen de bovenrand) en, grotendeels afgescheurd, Zondagsschilders I (1966; linksonder). Vooral dat laatste is opmerkelijk omdat Zweefbaan Wuppertal, zoals de titel volgens de stickers luidde, niet wordt genoemd in de catalogus van die tentoonstelling. [3]

Linksboven heeft Van Genk een velletje papier opgeplakt waarop hij informatie over het zweefspoor over de Wupper heeft genoteerd – de naam in vier talen, een lijst met stations, enkele historische feiten en zo nog het een en ander. Er zijn toevoegingen van later datum in een andere kleur pen, onder meer over een Nederlandse equivalent van de zweeftrein:  verder noemen we nog de tijdelijke luchtspoor boven het zogenaamde «Deltaplan» in ons land. Onder het aantekeningenbriefje is een krantenfoto geplakt, met linksonder de kop en het bijschrift: “HOCHBAHN” ONTZET en Een zwaargeladen vrachtwagen daverde in het centrum van Wuppertal tegen een van de pilaren van de bekende “Hochbahn”. Er was alleen materiële schade, maar die mocht er dan ook zijn. Het betrof een ongeval op 11 september 1968 in Wuppertal, dat ook de Nederlandse kranten haalde. De foto en het bijschrift waren daarbij meestal standaard, de kop verschilde. Gezien de datum van het ongeval werd de krantenfoto dus pas opgeplakt ná de beide tentoonstellingen in Haarlem.

Een krantenknipsel linksboven toont in grote letters de naam HARTOG en daaronder de tekst Op Uw verzoek wordt U per auto van het station gehaald. Van Genk voegde met zwarte balpen toe: maar dit is niet het station Hilversum. Het knipsel kwam uit een advertentie van de meubelfirma Henk Hartog die filialen had in Amsterdam en Arnhem en die geïnteresseerde kopers vervoer vanaf de plaatselijke treinstations aanbood. [4] Mogelijk was er voor Van Genk een associatie met Simon den Hartog, die in 1964 de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum had ingericht. Het verband met de Schwebebahn in Wuppertal liep via het woord “trein”.

Dat Wuppertal in Duitsland ligt, verklaart de vele verwijzingen op de achterkant naar dit land in het algemeen en naar de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Van Genk hinkte duidelijk op twee gedachten: enerzijds had hij bewondering voor het technische vernuft van de Duitsers en de razendsnelle wederopbouw na 1945, anderzijds was hij het naziregime nog bepaald niet vergeten. Dit komt samen in de zin Het Duitsche “Wirtschafswunder” «KRUPP» werkt weer op volle toeren, in balpen onder de tekst OP DE RAILS. Rechtsonder is de minst verbloemde verwijzing naar nazi-Duitsland te zien, een balpentekening van een adelaar met gespreide vleugels op een krans met daarin een swastika – het wapen van het Derde Rijk, zij het dat in de tekening van Van Genk de armen van de swastika naar links gericht zijn. Onder de adelaar tekende hij een 1 mei-optocht met rode vlaggen, met erboven de teksten Bonn grijpt naar Afrika en «éénheid met Spanje en Portugal?».

Ook verwijzend naar oorlogssituaties zijn de vier tekeningen van tanks in een boslandschap, twee prominent in blauwe balpen en twee wat vager in potlood. De beide balpentekeningen vertonen duidelijke overeenkomsten met twee andere werken van Van Genk met afbeeldingen van tanks, in Een getekende wereld genoemd Tank en Tank II. Tank maakte in 1964 deel uit van de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in Hilversum en is waarschijnlijk catalogusnummer 18, Mockba. W.F. Hermans beschrijft het werk in zijn essay over de tentoonstelling als volgt: ‘Alleen de afbeelding van de tank is er een die gemaakt moet zijn door iemand die zich vlak bij de grond moet hebben bevonden – alsof hij al bijna door het oorlogsgeweld verpletterd was. […] Het lijkt of de tank een getatoeëerde huid heeft’. [5] Nico van der Endt verkocht de tekening in 1997 aan de Oostenrijke kunstenaar Arnulf Rainer. [6]

Boven: Tank (Moskou) | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 31 x 40 cm | Collectie Arnulf Rainer, Wenen

Onder: Tank II | ca. 1965 | gemengde techniek | 31 x 40 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Tank II is een tekening van hetzelfde formaat als Tank, met een vergelijkbare voorstelling: een tank van het Sovjetleger op een stenen weg, gezien vanuit kikkerperspectief, met op de achtergrond de vage contouren van een stad. Mogelijk heeft Van Genk de tekening gemaakt in de periode dat Tank onder de hoede van Pieter Brattinga was, als een soort kopie uit zijn geheugen. Er zijn duidelijke verschillen tussen beide tekeningen, onder meer het uiterlijk van de tank en de soldaat met de vlag op de geschutskoepel op Tank II, die ontbreekt op Tank. De twee balpentekeningen op de achterkant van Schwebebahn Wuppertal zouden schetsen kunnen zijn uit dezelfde periode als Tank II. Een eventueel verband met de afbeelding op de voorzijde is een opmerkelijke overeenkomst tussen de vorm van de tank zoals getekend door Van Genk en de vorm van het station (geschutskoepel) met de naar buiten stekende monorail (loop).

Linksboven zijn drie etiketten opgeplakt van Feine Oelfabe für Studien van de firma KREUL, mogelijk verf waarmee Van Genk werkte. Eronder staat in balpen ook een filiaal van Agfa in Bergstrasse te Wuppertal! Het verband kan worden gelegd met behulp van de tekst, iets naar links, IG Farben AG: IG Farben was een Duits chemieconcern dat in 1925 was ontstaan uit een samenwerkingsverband van acht ondernemingen, waaronder Agfa. Het concern produceerde voor de nazi’s het Zyklon B-gas dat in de concentratiekampen werd gebruikt. De samenwerking na de oorlog tussen Agfa en het Belgische Gevaert waar zijn zus Nora voor had gewerkt, kan voor Van Genk daarmee een dubbelzinnige lading hebben gehad – net als het gebruik van in Duitsland geproduceerde olieverf.

De twee stadplattegrondjes op de achterkant van Schwebebahn Wuppertal zijn beide van Keulen, meer precies van de omgeving van de Dom en het Hauptbahnhof. Ook dit is een indicatie dat er voor Van Genk een verband bestond tussen Keulen en Wuppertal, mogelijk omdat hij beide steden op één reis had bezocht. Over de reisorganisatie geeft hij eveneens een aanwijzing: het aantekeningenbriefje linksboven, met informatie over de zweeftrein, is ondertekend met een naamstempel waaraan met groene pen het woord Cebuto is toegevoegd – een woord dat we ook tegenkomen op de groene touringcar op de voorkant van het werk. Cebuto was oorspronkelijk een samenwerkingsverband van toeristenbusondernemers, die uitgroeide tot een reisorganisatie die bekend stond om haar meerdaagse reizen met een goede verzorging tegen betaalbare tarieven. [7]

Links: detail Schwebebahn Wuppertal (voorkant). Midden: detail Schwebebahn Wuppertal (achterkant). Rechts: een bus van Cebuto, ca. 1965

De collages die Willem van Genk in het midden van de jaren zestig placht te maken op de achterkanten van zijn schilderingen op hardboard en karton, kunnen in grote lijnen op eenzelfde manier worden gelezen als zijn werk in het algemeen: een chaotisch lijkende stortvloed van teksten en beelden krijgt structuur en betekenis door een zorgvuldige en uitgebreide analyse. Wel is het zo dat in deze collages de artistieke bewerking geringer is, waardoor de associatieve samenhang als ordenend principe belangrijker wordt. Anders uitgedrukt: het is makkelijker om het werk van Van Genk via de voorkant te benaderen, maar de achterkant kan veel toegevoegde informatie bevatten – al is wel wat geduld nodig om die informatie boven water te krijgen.


NOTEN

[1] De achterkanten van Colonnade St. Pieter, Metrostation Moskou, Praag, Metrostation Moskou, Station Berlin Ost, Schwebebahn Wuppertal en Vesuvius zijn te vinden in de catalogus van Woest (pp. 62, 74-75, 110-111, 128, 135, 139); die van Great Railroads of the World en Roma Termini in Een getekende wereld (pp. 58-59, 120-121); die van 1 mei parade in Kroniek van een samenwerking (pp. 86-87); die van Alt Heidelberg – Bergstraβe en Madrid in de catalogus van galerie De Ark uit 1976 (pp. 22-23). De achterkanten van Dom van Ravenna en Smolny kathedraal ken ik uit eigen waarneming.

[2] De achterkanten van Bahnhof Friedrichstrasse en Minsk-Mosca zijn te vinden in de catalogus van Woest (pp. 78, 108-109), die van Köln en Laatste Blauwe Tram ken ik uit eigen waarneming.

[3] Het ronde stickertje met cat. 37 hoort bij het etiket van Zondagsschilders II.

[4] De advertentie was onder meer te zien in het Algemeen Dagblad op 7 mei 1965.

[5] Hermans, “De werkelijkheid van Willem van Genk”, p. 9.

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 109. Van der Endt geeft als maten 50 x 65 cm (hetgeen onjuist lijkt) en als titel Russische tank. Albert Schmela refereert aan het werk als ‘die Arbeit ‘Russischer Pantzer’’ (brief van Albert Schmela aan Pieter Brattinga, 2 december 1964; archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[7] In een advertentie in het Algemeen Handelsblad van 25 mei 1957 biedt Cebuto onder meer een tweedaagse busreis naar Wuppertal aan (voor fl. 56,-).

Knipsels

2018-09-19 09.30.26 (1024x721)

Zonder titel (Keulen, 1 mei) | ca. 1950 | gemengde techniek op papier | afmetingen onbekend | Museum Dr. Guislain, Gent

In de monografie bij de overzichtstentoonstelling in Museum De Stadshof in 1998 onderscheidt Ans van Berkum binnen het werk van Willem van Genk vier hoofdonderdelen:

Eerst is er het tweedimensionale werk, waarin hij schilderingen en tekeningen aaneenrijgt en af en toe ook reliëf aanbrengt. Daarnaast vormt zijn collectie regenjassen een wezenlijk onderdeel. De derde categorie bestaat enkele tientallen trolleybussen, die hij maakte van bouwplaten en speciaal geselecteerd afvalmateriaal. Tenslotte is er het interieur van zijn flat aan de Harmelenstraat, een ‘Gesamtkunstwerk’. [1]

Twaalf jaar later zijn er van deze indeling nog drie onderdelen overgebleven en noemt Van Berkum achtereenvolgens ‘circa honderd tweedimensionale werken’ (waartoe zij ook Van Genks brieven rekent); ‘zijn collectie regenjassen’ (die volgens haar bewerkt zijn met insignes); en ‘enkele tientallen trolleybussen, die hij met behulp van bouwplaten en speciaal geselecteerd afvalmateriaal vervaardigde, en die naar mijn mening een onderdeel vormen van de grote installatie Trolleybusstation Arnhem, die in zijn flat aan de Harmelenstraat in Den Haag in de woonkamer was opgesteld.’ [2]

Over deze indelingen van het oeuvre van Van Genk valt veel te zeggen. In het algemeen is het denk ik zinvol om in ieder geval het tweedimensionale en driedimensionale werk te onderscheiden. Binnen de eerste categorie vallen alle tekeningen, schilderijen, collages, etsen en litho’s die Van Genk maakte. Met name het onderdeel “tekeningen” is uitermate breed en omvat naast de stadspanorama’s en late balpen-tekeningen ook nog nauwelijks geïnventariseerd werk uit de jaren veertig en vijftig. Of ook de brieven tot het tweedimensionale werk moeten worden gerekend, is zeer de vraag. Weliswaar zijn het meestal opmerkelijke objecten die soms ook nog grotere of kleinere tekeningen bevatten, maar de documentatieve waarde lijkt groter dan de artistieke. Daarbij zou inclusief de brieven het aantal tweedimensionale werken vele malen groter zijn dan ‘circa honderd’. Het driedimensionale werk bestaat uit enerzijds de bus-assemblages en anderzijds het busstation. De regenjassen zijn in deze blog al uitgebreid aan de orde geweest, met als conclusie dat ze voor mij (en voor de meeste beschouwers) geen deel uitmaken van Van Genks oeuvre. Het interieur van de woning in de Harmelenstraat vormt een aparte categorie die ik op een andere plaats zal bespreken.

De tweede indeling van Van Berkum was in 2010 te lezen in het boek Willem van Genk bouwt zijn universum, een gezamenlijke publicatie van Museum Dr. Guislain en Stichting Willem van Genk. Aanleiding was volgens het voorwoord vooral de toegenomen kennis van zijn werk; daarbij zouden ‘het belang van de medische achtergrond van Willem van Genk voor zijn oeuvre, evenals zijn liefde voor muziek, zijn encyclopedische fascinaties en zijn kijk op architectuur verder [zijn] onderzocht.’ [3] Waar men vraagtekens kan zetten bij de diepgang van dit onderzoek, zijn in ieder geval de illustraties in het boek de moeite waard. Naast werken die al bekend waren uit de monografie uit 1998 plus enkele nieuwe tekeningen en schilderijen, bevat de uitgave zo’n dertig ‘knipsels, uit de bibliotheek van Willem van Genk’.

Knipsels - KOLN 002

Detail titelloos document (ca. 1950)

De eerste tekst in Willem van Genk bouwt zijn universum, van de hand van Patrick Allegaert en Bart Marius, is getiteld “KUNST REIZEN BOEKEN De reisbibliotheek van Willem van Genk in Museum Dr. Guislain Gent”. Delen van de inboedel van Van Genk, met name diens boekenverzameling, waren na de onttakeling van het appartement in de Harmelenstraat terechtgekomen bij Museum Dr. Guislain. De auteurs betogen dat ook deze bibliotheek kan worden gezien als een onderdeel van het kunstenaarschap van Van Genk. Zoals Robert Geilfuss echter aangeeft, ligt hier een probleem:

Although Allegaert and Marius argue for the exceptional import of van Genk’s library, claiming that “it is part of his artistic production,” they only show how van Genk used his library as source material, an image bank to draw on and transform in his drawings, paintings, and collages: “And herein lies the importance of his library,” they write. “The realism and accurateness of his work were made possible thanks to the visual memory bank to which van Genk had access in his books.” It is not uncommon, however, for artists to use books as source material. What is uncommon is to consider the source material part of the artistic production. [4]

Evenmin als de regenjassen is voor Geilfuss daarmee de bibliotheek onderdeel van het oeuvre van Van Genk – waarmee nadrukkelijk niet is gezegd dat beide zaken, jassen en boeken, niet belangrijk kunnen zijn bij het begrijpen en interpreteren van dat oeuvre.

De zogenoemde “knipsels” zijn in de praktijk een aantal tekeningen en documenten van verschillende omvang, vaak met een uitgeknipt gedeelte; een enkele keer vormt juist dat uitgeknipte deel zelf het knipsel. Door het ontbreken van formaten in de bijschriften is het onmogelijk een goed beeld te krijgen van de afmetingen. Ook de titels variëren, naast de generieke naam ‘knipsel’ komt eveneens ‘zonder titel’ voor of zelfs een daadwerkelijke naam (‘Geldersche tramwegen’), waarna de materiaaltypering ‘knipsel’ is. De toevoeging ‘uit de bibliotheek van Willem van Genk’ doet vermoeden dat de tekeningen zijn aangetroffen in of tussen de boeken van Van Genk, maar ook dit is onduidelijk.

De in- of uitgeknipte tekeningen zijn uiteraard van groot belang bij onderzoek naar het werk van Van Genk, waarbij een eerste stap zou kunnen zijn om vast te stellen of, waar en hoe een uitgeknipt gedeelte is gebruikt in een groter werk. Ten tijde van de samenstelling van Willem van Genk bouwt zijn universum leek hier nog weinig aandacht voor te zijn: het tondo dat hoorde bij de ronde lacune in een tekening die was afgedrukt op bladzijde 8, was enkele pagina’s eerder op zijn kop afgedrukt onder de inhoudsopgave. Vier jaar later werd in een vitrine in het Gemeentemuseum in Den Haag het verband tussen beide delen van dezelfde tekening wél gelegd.

Knipsels - GTW 002

GTW Geldersche Tramwegen | ca. 1950  | gemengde techniek op papier | 47 x 62 cm | Museum Dr. Guislain, Gent

De tekening GTW Geldersche tramwegen is in het boek twee keer afgebeeld, op de achterkant van het omslag en op bladzijde 34. Uit de tekening is een tondo geknipt dat eveneens in het boek te vinden is, zij het met moeite: op bladzijde 49 is het werk Urbanisme et Architecture (ca. 1965) te zien, waar Van Genk in het middendeel het uitgeknipte tondo heeft gebruikt. De associatie is duidelijk: het tondo bevat een schematische weergave van het openbaar-vervoernet in en rond Arnhem, de stad die ook het onderwerp vormt van het middendeel van Urbanisme et Architecture. [5]

Knipsels - GTW 001

Detail Urbanisme et Architecture (ca. 1965) (foto: Marcel Köppen)

Blijven we bij Urbanisme et Architecture, dan zien we in het linkerdeel van dat werk in uitgeknipte letters het woord KOLN staan. Waar dit linkerdeel vooral gewijd lijkt te zijn aan Stockholm, is ook Duitsland in het algemeen en Keulen in het bijzonder meerdere malen vertegenwoordigd. Naast de letters zien we onder meer afbeeldingen van de spitsen van de Keulse Dom tijdens onweer en een tondo met daarin de bovenleidingen van een Duitse spoorweg. [6] Een deel van het document waaruit de letters K O L N zijn geknipt, is afgedrukt op bladzijde 8 van Willem van Genk bouwt zijn universum. Het betreft een lijst met boeken over vooral Duitsland met de titel Plaatwerken land en volkerenkunde. De letters K O L N zijn geknipt uit het gedeelte over Duitsland, waardoor vorm en inhoud met elkaar in relatie staan.

Knipsels - KOLN 001

Detail Urbanisme et Architecture (ca. 1965) (foto: Marcel Köppen)

We stuiten hier op een principe dat Van Genk vaker toepaste: letters werden geknipt uit een door hemzelf opgesteld document dat informatie bevatte over het land of de stad waarop het door de letters gevormde woord betrekking had. Ook in Brooklyn Bridge (ca. 1970) is dit aanwijsbaar: de woorden USA (links aan de onderkant) en AMERICANO (midden onder) zijn opgebouwd uit letters die zijn geknipt uit documenten over de Verenigde Staten. In USA is aan de bovenkant leesbaar “Werken (Lektuur) der U.S.A.” en betreft het duidelijk een literatuurlijst. In het geval van AMERICANO gaat het om een document met topografische informatie, met aanduidingen als 42e straat, Riverside Park, Yosemitedal en Los Angeles. In het middendeel van Urbanisme et Architecture is het woord ARNHEM opgebouwd uit letters die geknipt zijn uit een document over de tram- of trolleylijnen in die stad: lijn 1 – Velp – Arnhem – Oosterbeek.

Knipsels - BB 001

Detail Brooklyn Bridge (ca. 1970) (foto: Frans Smolders)

Een laatste opmerking over Urbanisme et Architecture betreft een detail in het rechterdeel, waar Moskou centraal staat, met uiteraard ook verwijzingen naar 1 mei. Aan de bovenkant is een tondo aangebracht met een afbeelding van een 1 mei-optocht, waarbij de deelnemers zich echter niet in Moskou bevinden maar in Keulen: de teksten op de meegedragen borden zijn in het Duits, op de achtergrond is HOTEL KÖLNERHOF te zien. De tekening waaruit het tondo afkomstig is bevindt zich eveneens in Museum Dr. Guislain, kon ik in het najaar van 2018 vaststellen. Er valt daar nog veel te ontdekken.


NOTEN

[1] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 25.

[2] Van Berkum, “Een vogel boven de stad”, pp. 57-58. Als onderbouwing van de opvatting dat alle trolleybussen onderdeel vormen van de busstation-installatie, haalt Van Berkum in noot 44 een uitspraak aan die ze toeschrijft aan Nico van der Endt (ibid., p. 101). De geciteerde uitspraak is echter afkomstig van Caroline Satink, Van der Endt is deze mening juist níet toegedaan.

[3] Patrick Allegaert & Annemiek Cailliau / Ans van Berkum, “Woord vooraf”, in: Willem van Genk bouwt zijn universum, p. 4.

[4] Wikipedia, “Willem van Genk” (geraadpleegd op 4 mei 2020). Geilfuss schreef het lemma in 2014 aan de hand van Engelse teksten over Van Genk, tijdens een stage bij het American Folk Art Museum (e-mail van Robert Geilfuss aan Jack van der Weide, 10 oktober 2014).

[5] Een grotere afbeelding van Urbanisme et Architecture is te vinden in Van Berkum e.a., Een getekende wereld, pp. 62-63. Van Berkum in haar bespreking van dit werk: ‘Opvallend in dit werk is de plaats die Van Genk inruimt voor de stedelijke vervoerskanalen.’ (ibid., p. 63)

[6] Dat het om een Duitse spoorweg gaat wordt aangegeven door het logo DB en de tekst DIE DEUTSCHE BUNDESBAHN WÜNSCHT IHNEN EINE AANGENEHME REISE! De tekening waaruit dit tondo is geknipt, was eveneens in 2014 in het Gemeentemuseum in Den Haag te zien.

Zagreb etc.

SH6080.tif

Zagreb | ca. 1995 | gemengde techniek op papier | 87,5 x 140 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

Zagreb (ca. 1995) bestaat uit fotokopieën en balpointtekeningen, waarbij ook de kopieën weer met balpoint zijn bewerkt. Het combineert een aantal afbeeldingen met elkaar, op een manier die aansluit bij de assemblage- en collagetechniek van Van Genk uit de jaren zestig en zeventig. Aan het werk ten grondslag lijkt de tekening te liggen die ik in mijn vorige post beschreef, met de dom van Keulen, een tram en een naar sjabloon getekende vrouw. Die tekening werd opgeblazen en verder uitgebreid, onder meer met op de voorgrond een tweede gesjabloneerde vrouw zodat het lijkt of beiden een gesprek staan te voeren tegen een stadsachtergrond met een tram. Naast de tweede vrouw beeldde Van Genk een terrasscène af met enkele mannen die een krant lezen en een ober met een dienblad.

De terrasscène wordt deels aan de blik van de kijker onttrokken door een raster van gele gouacheverf, links en rechts van de pratende vrouwen. Nog verder naar de rand van het werk gaat het raster over in opgeplakte stukjes van een oranje sinaasappelnet, waarachter met enige moeite de in tweeën gesplitste afbeelding van de dom van Keulen kan worden ontwaard. Door het net is de ‘oorspronkelijke’ versie van Zagreb (in het bezit van Stichting Collectie De Stadshof) goed te onderscheiden van een tweede, gekopieerde versie die zich bevindt in Museum Dr. Guislain in het Belgische Gent.

Boven en onder de gerasterde afbeelding voegde Van Genk enkele nieuwe tekeningen toe, waardoor een werk in drie stroken ontstond. Over de gehele breedte van de onderkant is dat een afbeelding van een orkest dat voor een publiek speelt. De bovenste strook van Zagreb bestaat uit drie tekeningen, met respectievelijk de al eerder beschreven stoomlocomotief op een spoorbrug, een rij trolleybussen op het stationsplein in Arnhem en een binnenaanzicht van het Kölner Hauptbahhof. [1] De drie stroken zijn aan elkaar gelijmd, waarbij de overgangen worden verdoezeld door smalle banen met vaak onleesbare teksten. De banen zijn onderdeel van een procedé waarbij Van Genk overgangen tussen delen van de afzonderlijke tekeningen en kopieën probeerde weg te werken met nieuwe balpenstrepen, gouacheverf of extra beeldelementen – vaak in de vorm van palen of andere verticale structuren.

Zagreb is in die zin een centraal werk binnen de balpentekeningen dat vrijwel alle motieven en technieken uit dat (kleine) corpus erin aanwijsbaar zijn, waarbij enerzijds kopieën van vroeger werk worden uitgebreid en anderzijds een aantal latere werken hier zijn oorsprong lijkt te hebben. De strook met het orkest leidde in bewerkte vorm tot een zelfstandig werk van vier decimeter hoog en meer dan twee meter breed, met nieuwe randen en een kleine uitbreiding van het publiek. Veel sterker is de uitgewerkte tekening van het stationsplein in Arnhem, die in zijn nieuwe vorm zowel evenwichtiger als aanmerkelijk expressiever is.

Ballpoint - 1996 Stationsplein Arnhem (1024x471)

Stationsplein Arnhem | 1996 | gemengde techniek op papier | 68 x 146 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

Stationsplein Arnhem toont het oude stationsplein, gezien vanuit de zuidwesthoek. Centraal in de tekening staat een aantal trolleybussen keurig in het gelid (bestemmingen als Presikhaaf, Hoogkamp en Velp zijn te onderscheiden), met op de voorgrond enkele voorbijgangers en op de achtergrond het station met aangrenzende gebouwen. Wat vooral opvalt is de sterk geaccentueerde kluwen bovenleidingen, waar in het bijzonder de voorste bus geheel mee lijkt vergroeid. Ten opzichte van de tekening in de bovenste strook van Zagreb zijn deze bovenleidingen zwaarder aangezet, met name aan de rechterkant. Daarnaast is de afbeelding aan alle zijden verder uitgewerkt, waardoor – opnieuw vooral aan de rechterzijde – meer diepgang ontstaat. De overgangen tussen de verschillende papierstroken zijn met name aan de onder- en rechterkant van de oorspronkelijke tekening zichtbaar. Aan de bovenkant verhullen elektriciteitsdraden de overgang, aan de linkerkant een paal. De voorbijgangers op de voorgrond zijn duidelijk later ingetekend.

Vgl. Arnhem

Boven: detail Zagreb (ca. 1995). Onder: detail Stationsplein Arnhem (1996).

Een soort voorstudie van Stationsplein Arnhem is te vinden op een brief van Van Genk aan de Brusselse galeriehoudster Françoise Henrion, gedateerd 19 februari 1988. In de rechterbovenhoek van het tweede vel staan twee trolleybussen getekend, met erachter enkele gebouwen met opschriften: verkeershuis Arnhem, film week theater Arnhem Polskie film, Haarhuis – opnieuw gaat het om het stationsplein, ditmaal (min of meer) gezien vanaf kant van het stationsgebouw. Helemaal op de achtergrond zijn twee kerkspitsen te zien, links met de tekst Eusebiuskerk .. Markt, rechts sloopkerk: de Kleine Eusebiuskerk aan het Nieuwe Plein, die in 1990 werd afgebroken.  Onder de tekening staan teksten als centrale vervoersdienst gemeente Arnhem, de Arnhemse statie haringkar, Arnhem centraal, «the trolly song», visit the Expo Velp Gorky Bollar Kastanjelaan en ze rijden ook in Moskou. [2]

Brief FH 001

Detail brief aan Françoise Henrion (1988).

Ook tekening van de stoomlocomotief, in de linkerbovenhoek van Zagreb, leek door Van Genk te zijn uitverkoren om tot een zelfstandig werk te worden gemaakt. Dick Walda in Koning der stations, in een aantekening die hij dateert op 1 april 1996:

De zuster offreert me een kopje thee met een Arnhems meisje en ik ben zo vrijpostig om een grote rol papier die er ligt open te vouwen en zie een schitterende tekening die Van Genk maakte. Het is zijn meest recente werk, waarover hij me in de auto heeft verteld:
‘Laatste stoomtrein over de Maasbrug’.
Ik zie een trein, vanuit het perspectief van de kunstenaar, die op de Maas lijkt te varen.
Met de bekende prachtige letters die hij maakt, lees ik: ‘Vaarwel Maasbrug’.
En in een hoek: ‘Knopen aanzetten zonder draad en naald. Handig’.
En helemaal schuin onderaan – als het ware zijn signatuur – ‘Vaticaan = Terreur’. [3]

Van de geciteerde teksten is op de versie in Zagreb alleen Vaarwel Maasbrug terug te vinden. Gezien de typering van de afbeelding lijkt Walda hier een werk te beschrijven dat niet meer bestaat of waarvan de verblijfplaats niet meer te achterhalen is, maar dat mogelijk op vergelijkbare manier is ontstaan als Stationsplein Arnhem. Ook elders in Koning der stations komt Laatste stoomtrein over de Maasbrug voorbij:

Enkele dagen na zijn derde terugkeer naar huis legde hij de laatste hand aan ‘Gezicht op Arnhem’, terwijl hij vlak voor zijn 70e verjaardag begon aan een nieuw tableau: ‘Laatste stoomtrein over de Maasbrug’. 

– Ik ben begonnen aan een nieuw werk, maar ik mag je nog niets laten zien. Alleen de titel ga ik je vertellen. Laatste stoomtrein over de Maasbrug. Alles verschwunden, maar niet in mijn hoofd. En straks voorgoed op papier, jaja. [26 maart 1997]

Geld mag geen rol spelen, misschien verkoop ik ‘Laatste stoomtrein over de Maasbrug’ wel aan een museum. [29 mei 1997]

Plotseling sta ik aan de Maasbrug en salueer, hand aan pet. Binnen de minuut ben je in je fantasie aan het strand van de Maas. Daar gaat de laatste stoomtrein, dat is verdrietig. [13 augustus 1997] [4]

Laatste stoomtrein over de Maasbrug zou het laatste voldragen werk van Willem van Genk kunnen zijn geweest. In zijn nalatenschap bevinden zich twee aanzetten van tekeningen die waarschijnlijk nog later moeten worden gedateerd maar die nooit tot een afgerond werk hebben geleid. De ene tekening (in balpen, kleurpotlood en aquarelverf) laat een trein- of tramwagon zien met een reclame voor Turmac, een prominente pantograaf en het woord MÄRKLIN. De maker was duidelijk geen kundig tekenaar meer: de lijnvoering is bibberig, rechte strepen zijn met behulp van een liniaal of ander hulpmiddel getrokken.

Nog een stap verder gaat het waarschijnlijk allerlaatste werk, een tekening in vierkleurenbalpen van het Haagse Leyenburg ziekenhuis waar Van Genk in 1997 tweemaal werd opgenomen na enkele beroertes. [5] Het gebouw lag op een paar honderd meter van zijn woning aan de Harmelenstraat. Van Genk lijkt nog wel te hebben geprobeerd procedés toe te passen om het werk meer te laten zijn dan enkel een tekening. Een kopie van een strook uit het midden van de afbeelding is aan de onderkant van een kopie van het hele werk geplakt, waarna het resultaat opnieuw met balpen en gouacheverf is bewerkt. Het eindproduct overtuigt niet.


 

NOTEN

[1] Dat het om dit station gaat is vooral af te leiden uit de cijfers 4711 aan het einde van de overkapping: de merknaam van de beroemde eau de cologne, nog steeds prominent zichtbaar in het Keulse hoofdstation.

[2] Voor een afbeelding van de brief zie: Ans van Berkum e.a., Een getekende wereld, pp. 1-2. “The Trolley Song” is een nummer van Judy Garland uit de film Meet Me In St. Louis (1944). Gorki Bollar exposeerde begin 1988 bij galerie Kunsthuis 13 aan de Kastanjelaan in Velp.

[3] Dick Walda, Koning der stations, p. 143.

[4] Ibid., p. 14, 139, 174, 181.

[5] ‘De nacht na zijn terugkeer werd hij door een tweede beroerte getroffen en opnieuw opgenomen in Leyenburg. Van Genk was – voor zijn reis – drukdoende om een groot tableau van dit ziekenhuis te maken.’ (ibid., p. 184) De genoemde reis vond plaats medio september 1997.

Keulen (2)

Dit is het tweede deel van een tekst die gebaseerd is op een analyse die ik in 2015 schreef voor Stichting Collectie De Stadshof van de tekening Keulen van Willem van Genk. Het eerste deel is hier te vinden.

Köln internet 016

Keulen in 1945 (prentbriefkaart)

In publicaties rond de Hilversums tentoonstelling uit 1964 werd vermeld dat Willem van Genk een aantal van de door hem getekende steden niet uit eigen waarneming kende, maar dat hij zich voor het maken van een tekening uitvoerig inlas en documenteerde. Joop Beljon beschreef dit in zijn catalogustekst:

Bij die wie het werk van van Genk voor het eerst ziet, rijst de vraag: heeft-ie dat van prentbriefkaarten, is-ie er zelf geweest; is het pure fantasie. Ik voor mij geloof dat het alles bij elkaar is en dan met nóg wat. Van Genk tekent geen briefkaarten na. Hij bestudeert kaarten en panorama’s van de steden, die hij schildert. Hij leest er boeken over. Hij verzamelt over zijn onderwerp tienduizende gegevens. Sommige ervan tekent hij trouwhartig op aan de achterkant van zijn conterfeitsels. Zoveel inwoners, zoveel katholieken, zoveel protestanten, zoveel joden, zoveel kilometer rails, de voornaamste gebouwen etc. etc. Zijn parate kennis voor zulke steden is enorm. [1]

In de reportage die Brandpunt over hem maakte, gaf Van Genk ook zelf kort aan wat zijn werkwijze was. Toen het ging over steden waar hij nooit was geweest, vroeg de interviewer hem: ‘En hoe weet u nou zo precies alles te liggen?’ Van Genk: ‘Ja, dat had eh … daar heb ik veel over gelezen van tijdschriften, en Baedekers, oude Baedekers.’ Het woord “Baedekers” viel ook in het interview met Bibeb: ‘Hij […] bestudeert (dit is de basis van zijn steden) plattegronden, baedekers, beschrijvingen van landen, enz. Deze gegevens vult hij aan met het gefantaseerde.’ [2]

De reisgidsen van de Duitse firma Baedeker, met hun illustraties en gedetailleerde plattegronden, moeten voor Van Genk bij uitstek bruikbaar zijn geweest bij het voorbereiden van zijn tekeningen. De relatieve nadruk op hotels in Keulen I kan ook worden teruggevoerd op het gebruik van deze reisgidsen, waarbij het uiteraard de betere hotels zijn die als eerste worden vermeld. Ze staan tevens ingetekend op de stadsplattegronden, zoals onderstaande kaart van de omgeving van de Dom uit 1912 laat zien:

Baedeker 1912 003b

Uit: Baedekers Rheinlande, Schwarzwald, Vogesen. Handbuch für Reisende (Leipzig 1912)

Links naast de linker torenspits van de Dom staat het Domhotel aan de Domhof aangegeven, links onder de Dom het Hotel du Nord aan de Frankenplatz .

Ook de foto’s uit de Baedeker van 1912 tonen gezichtspunten en details die bekend voorkomen. Daarmee is zeker niet gezegd dat Van Genk slechts foto’s heeft nagetekend of enkel deze uitgave heeft gebruikt, wel dat er een gerede kans is dat hij deze of een vergelijkbare uitgave onder ogen heeft gehad.

Baedecker 2x

Uit: Baedekers Rheinlande, Schwarzwald, Vogesen. Handbuch für Reisende (Leipzig 1912)

Iets dergelijks geldt ook voor het perspectief: vanaf de toren van het raadhuis van Keulen (op de plattegrond het gebouw linksonder) is de blik op de Dom en omgeving vergelijkbaar met het perspectief dat Van Genk hanteert. Foto’s die vanaf dit punt zijn gemaakt, vormen eveneens een zeer aannemelijke bron:

Köln internet 011

Prentbriefkaart, ca. 1915

De afbeeldingen van Keulen die Van Genk in de jaren vijftig onder ogen kwamen, zullen gedeeltelijk van vóór de Tweede Wereldoorlog hebben gestamd, met in ieder geval de Baedekers als te identificeren bron. De berichtgeving rond de verwoesting en bezetting van Keulen in de laatste oorlogsjaren, met bijbehorende foto’s, zal eveneens hebben bijgedragen aan het beeld dat de kunstenaar van de stad had, gezien onder meer de vroege tekeningen Keulen A en Keulen B. Als derde factor kwam daar zijn eigen bezoek aan de stad bij, waarvan de wederopbouw ook in contemporaine kranten en tijdschriften te zien was. Al deze bronnen samen resulteerden in het beeld van de stad zoals dat te zien is in Keulen I.

Twee aspecten van Keulen I dienen nog kort te worden aangestipt: de teksten en reclame-uitingen, en de vervoersmiddelen. Het eerste punt is als een vooraankondiging te beschouwen bij werk uit de jaren zestig en zeventig, waarin teksten vaak een grote rol spelen. Van de identificeerbare werken die te zien waren op de expositie in Hilversum, kent alleen het dan recente Paris (Metrostation Opéra) significant meer tekst. [3] Vooral in de hoeken aan de onderkant van Keulen I springen de woorden in het oog: links de reclame voor Emser Pastillen, rechts DRB, Eisenbahn Direktion en HOTEL DU NORD. Het lijkt daarmee voorstelbaar dat Keulen I ook om die reden later gedateerd moet worden dan Keulen II. Catalogusnummer 15 uit Hilversum, Berlin, kent bijvoorbeeld relatief veel tekst en zou dan eveneens jonger kunnen zijn dan veel andere getoonde werken.

Ook het afbeelden van vervoersmiddelen is een link naar het later werk van Van Genk, van de olieverfschilderijen in de jaren zestig en zeventig, via de trolleybussen en trams uit de jaren tachtig, tot de tekeningen in vierkleurenballpoint uit de vroege jaren negentig. Hier is echter niet direct een ontwikkeling aan te wijzen, vervoersmiddelen komen op vrijwel alle werken uit de Hilversumse catalogus voor. Het groen in Keulen I lijkt later te zijn toegevoegd dan de auto’s, treinen en trams, waarmee deze in een eerdere fase van het werk nadrukkelijker aanwezig zouden zijn geweest. Aanduidingen als DRB, Eisenbahn Direktion, VERKEHRSVEREIN en DEUTSCHE REICHSBAHN duiden eveneens op het belang voor de kunstenaar van met name het openbaar vervoer.

IMG_0001

Keulen | ca. 1970 | gemengde techniek op papier | 98 x 140 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

In de loop van de jaren zestig begon Van Genk, mogelijk onder invloed van zijn lessen aan de kunstacademie, met het maken van collages op papier waarbij hij delen van oudere tekeningen hergebruikte. Eén van die collages, door Van Berkum e.a. ‘ca 1960’ gedateerd, [4] is opnieuw gewijd aan Keulen (Keulen III). Het werk bestaat ruwweg uit twee delen: een voorstelling van de Dom beslaat iets meer dan de bovenste helft van de collage. Daaronder zijn diverse delen van kleinere tekeningen geplakt, min of meer rondom een historische afbeelding van het station met aangrenzende panden. Te zien zijn onder meer een zeppelin, autowegen, een rivier, tweemaal een monorail, een stoomtrein, marcherende benen, een ruiterstandbeeld, [5] een geornamenteerde beker, een portret van Beethoven en nog een afbeelding van de Dom. Prominent leesbaar in dit onderste deel zijn een reclame voor Emser Pastillen en tweemaal het woord KÖLN.

De blik op de Dom in het bovenste deel van Keulen III is vanuit westelijke richting, vergelijkbaar met de tekening Keulen A. Anders dan in die tekening, anders ook dan in alle bekende afbeeldingen van de Dom door Van Genk, is het lage perspectief. De Dom in Keulen ligt op een verhoging, de zogeheten “Domplatte”, en de nadrukkelijke illusie in Keulen III is dat wordt gekeken vanuit een lager of hooguit op dezelfde hoogte gelegen raam. Er is in de collage nog wel sprake van een centraal gebouw, maar de aandacht wordt afgeleid door het perspectief, de illusie van het raam, de details in het bovenste deel van het werk en vooral de stortvloed aan beelden (en tekst) in het onderste deel. De ontwikkeling in het werk van Van Genk wordt daarmee zichtbaar in de verschillende representaties van Keulen.

Een mogelijkheid tot datering van Keulen III biedt een klein tondo met tekst rechtsonder:

STADT KÖLN/DOM HBF
PIETER BRATTINGA & CO
BRAGAH STUDIO HOLLAND
ONTWERP WFAM van GENK
S’GRAVENHAGE STEENDRUKKERIJ
V/H (WED) de JONG & Znen HILVERSUM n/h
COPYRIGHT BRAGAH STUDIO
afb: DEUTSCHEN REICHSBAHN
STADT KÖLN (Rh) & UMGEBUNG
KÖLNER KARNEVAL

Eerder signaleerde ik dat Van Genk rond 1970 zijn samenwerking met Pieter Brattinga in zijn werk begon te benadrukken. Keulen III lijkt daarmee in die tijd te zijn ontstaan, waarbij losse delen van de collage uiteraard ouder zullen zijn. Interessant is daarnaast de verwijzing naar het Keulse carnaval. Van Genk was een fanatiek bezoeker van carnavalsvieringen in met name ’s-Hertogenbosch en Bergen op Zoom, maar ook het Keulse carnaval mocht zich in zijn belangstelling verheugen. In een latere tekening met de Dom schrijft hij onder meer halve Hahn, der Kobus, Prinz Karneval en Glühwein: een halve Hahn is in Keulen een roggebroodje met kaas, Waldemar Kobus was (en is) een acteur die ook optreedt als zanger tijdens het Keulse Karneval. De Duitse stad was, niet onbelangrijk, vanuit Nederland met de trein eenvoudig te bereiken en Van Genk zal die reis vaker hebben gemaakt.

Keulen I dook weer op in de catalogus bij de tentoonstelling ‘Willem van Genk’ die galerie De Ark in 1976 organiseerde. Keulen III kwam eveneens voor, Keulen II ontbrak uiteraard want was in 1964 door Schmela verkocht. Toen eveneens in 1976 Nico van der Endt de zakelijke vertegenwoordiging van Van Genk overnam, kreeg hij van Dick Heesen een inventarislijst met daarop Keulen I (prijs fl. 6000, minimumprijs fl. 3500) en Keulen III (prijs fl. 5000, minimumprijs fl. 4000). In mei 1998 verkocht Van der Endt negen werken van Van Genk aan museum De Stadshof voor een bedrag van fl. 225.000. Daaronder bevond zich ook Keulen I. [6] Keulen III bleef in bezit van de kunstenaar en kwam onder beheer van de Stichting Willem van Genk.


 

NOTEN

[1] Beljon, “Tien hoofdstukken schaal 1:100”, IX.

[2] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 111.

[3] Ook in catalogusnummer 3, Tokyo, lijken veel reclame-opschriften te zijn afgebeeld, maar hiervan is slechts een kleine afbeelding bekend.

[4] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 109. De drie afbeeldingen van Keulen (waarbij Keulen II wordt aangeduid als Dom van Keulen) krijgen alle dezelfde datering ‘ca. 1960’ mee (ibid.). De datering van Keulen III is in de catalogus bij de tentoonstelling Woest gehandhaafd (pp. 112-113).

[5] Het ruiterstandbeeld betreft mogelijk de ‘Bamberger ruiter’ waarover Beljon spreekt in de Hilversumse catalogus (“Tien hoofdstukken schaal 1:100”, II). Ans van Berkum lijkt hier zeker van te zijn: ‘Hij laat de […] Bamberger-ruiter […] terugkeren in een onvoltooid werk over Duitsland, tegen een kelk die misschien uit de domschat van Keulen stamt; een monumentale Keulse Dom domineert immers ook hier het beeld weer.’ (Een getekende wereld, p. 89) Waarom Keulen III onvoltooid wordt genoemd, is onduidelijk.

[6] Nico van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 113.

Keulen

Keulen I

Keulen | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 66 x 99 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | foto: Marcel Köppen

Eind 1976 nam Willem van Genk voor de eerste keer deel aan een tentoonstelling met Galerie Hamer als zijn zakelijke vertegenwoordiger. Op 28 november van dat jaar opende in de Haarlemse Vishal, een dépendance van het Frans Halsmuseum, de tentoonstelling Nederlandse naïeve kunst. Curatoren waren Mabel Hoogendonk en Nico van der Endt; die laatste benadrukte in de catalogus bij de tentoonstelling nog eens de aparte positie die Van Genk innam binnen het corpus van de deelnemende kunstenaars: ‘Van Genk is eerder een grensgeval tussen naieve kunst en ‘Art Brut’, zodat hij mede exposeerde in de tentoonstelling ‘tussen waan en zin’, waarin meer van dergelijke randnaieven onder de naam ‘para-naieven’ waren verzameld (Galerie Hamer, februari 1976).’ [1]

Van Van Genk werd in Haarlem de pentekening Keulen getoond, een stadsgezicht van Keulen met prominent in beeld de beroemde domkerk, gezien vanuit zuidoostelijke richting. Keulen was een van de twee tekeningen met die titel (eigenlijk: Köln) die in 1964 in Hilversum te bewonderen waren. De andere werd later dat jaar verkocht door Alfred Schmela. Op de Haarlemse tekening – die ik zal aanduiden als Keulen I – is de beeldbepalende, zwartgrijze Dom links van het midden in de tekening geplaatst. Door het midden van het werk loopt van boven naar beneden een strook die markeert waar twee vellen papier aan elkaar zijn bevestigd. Het linkerdeel is over het rechterdeel geplakt, met een duidelijk zichtbare overlapping.  Een tweede, minder duidelijk zichtbare stook loopt horizontaal in het linkerdeel van de tekening. Het bovenste deel is over het onderste deel geplakt, opnieuw met een kleine overlapping.

De Dom is aan de rechterkant, net voorbij de middelste ingang van het zuiderportaal, lichtbruin ingekleurd. Dit is met name waarneembaar bij de omgang, waarop in zwart kleine menselijke figuren zijn afgebeeld. Voor en naast de kerk zijn groen ingekleurde stroken bomen en planten getekend, met gele accenten. Daar weer naast zijn gebouwen te zien, die deels buiten het beeld vallen. Links tegen de rand van de tekening is een gebouw afgebeeld met op het dak duidelijk leesbaar het woord DOMHOTEL en met op en rond de gevel diverse reclameteksten voor met name alcoholische dranken en rookwaar. Achter het gebouw rijst links een kerktoren op, met daarnaast in lichtblauw kleurpotlood of krijt de vage contouren van een tweede toren. Tussen het gebouw en de Dom is een klein stukje stad zichtbaar met huizen, een of twee torens en reclameborden. In de linkerbenedenhoek van de tekening zijn de daken van een cluster gebouwen te zien. Geheel links staat op een dak een reclamebord met prominent de tekst Emser Pastillen, met daaronder aus den staatlichen Betrieben Bad Ems. Rechts van dit reclamebord staat op een ander dak een kleiner bord met de tekst Hôtel “Continentahll”.

Keulen I - detail (1024x674)

Detail Keulen (ca. 1955)

In rechterbenedenhoek zijn twee aangrenzende gebouwen te zien, met op de muur van het linker gebouw in grote witte letters DRB en op het dak Eisenbahn Direktion. Aan de bovenkant van de gevel van het gebouw rechts staat HOTEL DU NORD. Iets naar boven, aan de overkant van de straat, staat een gebouw met op de gevel een groot bord met de tekst VERKEHRSVEREIN. Hierachter loopt een verhoogde spoorweg met daarop een lange trein. Geheel rechts is een stenen constructie te zien met arcadebogen en een toren. Daarachter staat een door bouwsteigers omgeven kerktoren. Achter de trein zijn gebouwen en bouwkranen te zien; op een van de gebouwen staat de tekst DEUTSCHE REICHSBAHN EG. Aan de horizon zijn ook enkele rookpluimen getekend. Links, deels achter de Dom verscholen, is de koepel van het hoofdstation van Keulen zichtbaar. Op alle straten en pleinen tussen de gebouwen zijn mensen getekend, daarnaast zijn rond de Dom meerdere trams en auto’s te onderscheiden. De tekening is rechtsonder gesigneerd in blauw potlood WFAM van Genk met daarboven het logo van de kunstenaar.

De andere “Hilversumse Köln” (hier: Keulen II) stond afgebeeld in de catalogus bij Van Genk’s fantastische werkelijkheid. In dit werk is opnieuw de Dom het centrale beeldelement, maar nu gezien vanuit oostelijke richting en vanaf de andere oever van de Rijn. Er ontstaat daardoor meer ruimte voor het station, terwijl ook de spoorbrug over de Rijn (de Hohenzollernbrücke) is afgebeeld. Het gebied tussen de Dom en de rivier lijkt kaalgeslagen. Vanwege die kaalslag, plus de duidelijke werkzaamheden aan de spoorbrug, zou Keulen II de situatie van kort na de Tweede Wereldoorlog kunnen weergeven. Vanaf mei 1940 werd Keulen in totaal 262 keer gebombardeerd. In april 1945 werd de stad ingenomen door Amerikaanse troepen, waarbij hun opmars was vertraagd doordat Duitse soldaten zelf de Hohenzollernbrücke hadden opgeblazen. De Dom was overeind blijven staan, maar de omliggende bebouwing had veel schade opgelopen. De spoorbrug werd in 1948 weer in gebruik genomen.

Keulen II

Köln | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 72 x 80 cm | collectie onbekend | afbeelding: tent. cat. Van Genk’s fantastische werkelijkheid

De bevrijde (en verwoeste) stad Keulen was al eerder het onderwerp geweest van minimaal twee vroege tekeningen van Van Genk, nu in het bezit van de Stichting Willem van Genk. Op de eerste tekening (Keulen A) is het westportaal van de Dom frontaal afgebeeld, met op de voorgrond een groot aantal gevechtsvoertuigen. Links van de Dom zien we de overkapping van het centraal station, rechts de verwoeste spoorbrug over de Rijn. In de lucht is een aantal vliegtuigen nog steeds bezig met bombarderen. De tekenaar heeft de afbeelding rechtsboven van commentaar voorzien: Geallieerden strijdkrachten in Keulen. Alleen de dom staat nog overeind in de puinhopen van het Duitsche Rome. Met opzij de buitgemaakte Duitsche tijgertanks en de vernielde Hohenzollernbrücke.

In de tweede tekening (Keulen B) ligt het perspectief iets hoger en meer naar rechts, waardoor ook de zuidzijde van de Dom te zien is. Rechtsonder staat in grote letters “Köln am Rheinn” met daaronder in kleinere letters DOMPLATZ. Het gebied rondom de Dom is verwoest, op een muur staat nog WASSER AUS KÖLN en EAU DE COLOGNE. Achter de Dom is de bovenkant van de stationsoverkapping zichtbaar, rechts de vernielde spoorbrug. Opnieuw is rechtsboven een beschrijvende tekst aangebracht: […] 1945. De Keulsche kathedraal staat er nog, ondanks hevige verwoestingen in de omliggende straten en fabrieksbuurten. In de puinhopen der stad geven Duitsche soldaten zich over aan een Amerikaansche patrouille, die Keulen overmeesterden.

Keulen A+B

Beide: zonder titel (Keulen) | gemengde techniek op papier | Stichting Willem van Genk, Almere

De twee tekeningen lijken kort na de bevrijding gedateerd te moeten worden, als Willem van Genk ongeveer achttien jaar oud is. Mogelijk hebben foto’s in kranten aan de afbeeldingen ten grondslag gelegen, eigen waarneming valt uit te sluiten. Ook Keulen II toont het naoorlogse Keulen, maar inmiddels zou Van Genk de stad zelf gezien kunnen hebben. Met groepsreizen bezocht hij in de jaren vijftig een aantal Europese steden, waaronder Keulen. [2] Er is niets op de afbeelding dat een realistische lezing in de weg staat. Aan het begin van de Hohenzollernbrücke zijn twee torentjes te zien, overblijfselen van de neoromaanse portalen die in 1911 aan beide zijden van de brug waren gebouwd. De torentjes overleefden de bombardementen maar werden in 1958 alsnog afgebroken.

In het geval van Keulen I is de datering van de voorstelling problematischer. Enerzijds lijken de bouwwerkzaamheden rechts aan de horizon opnieuw te duiden op een situatie van wederopbouw. Ook enkele reclames, bijvoorbeeld voor Coca-Cola, passen daarbij. Geheel rechts is één van de twee torentjes van het portaal van de Hohenzollernbrücke te zien, wat eveneens geen anachronisme hoeft te zijn. Meer betekenend zijn de drie genoemde hotels: het Domhotel, het Hotel du Nord en het Hotel Continental. Zeker de eerste twee behoorden vóór de Tweede Wereldoorlog tot de beste hotels van de stad. Beide werden vernield tijdens de oorlog en alleen het Domhotel werd, in een andere vorm, weer opgebouwd. Op de tweede vroege tekening van Keulen is tussen de ruïnes rechts van de Dom het woord DOMHÔTEL te lezen. Het Domhotel zoals afgebeeld op Keulen I is duidelijk vooroorlogs.

Dit is het eerste deel van een tekst die gebaseerd is op een analyse die ik in 2016 schreef voor Stichting Collectie De Stadshof van de tekening Keulen van Willem van Genk.


 

NOTEN

[1] “willem van genk”, in: Nederlandse Naïeve Kunst, tent. cat. Haarlem (Frans Halsmuseum, Vishal), Haarlem 1976, p. 9.

[2] ‘Hij ging met reisverenigingen naar Parijs, Rome, Madrid, Kopenhagen, Keulen en Praag.’ Bibeb. “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 111.