Aanzet tot een catalogue raisonné (4)

Dit is het vierde deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk. Eerdere delen zijn hier, hier en hier te vinden.

Bergstrasse, Alt Heidelberg | ca. 1965 | gemengde techniek op board | 61 x 91,5 cm | American Visionary Art Museum, Baltimore | Foto: Nico van der Endt

In 1976 organiseerde galerie De Ark in Boxtel een tentoonstelling met zo’n zeventig tekeningen, schilderijen en etsen van Willem van Genk (zie hier). Bij de tentoonstelling verscheen een catalogus met waarschijnlijk alle geëxposeerde werken, inclusief afbeeldingen. Daaronder ook de tekeningen die te zien waren geweest bij Galerie Schmela in Düsseldorf en die de kunstenaar bijna tien jaar had moeten missen. Uitgaande van die catalogus – Willem van Genk (1976) – kan de inventarisatie van het werk van Van Genk verder worden uitgebreid.


WVG-0028

Willem van Genk (1976), p. 8
New Japan | Bezit Stedelijk Museum Amsterdam

Een getekende wereld (1998), p. 109
New Japan of Tokio Osaka | 1960 | mixed media on paper | 102 x 203,5 cm | Stedelijk Museum Amsterdam, inv. nr. A 35830

Woest (2019), p. 118
Nieuw Japan of Tokio Osaka
| 1960 | gemengde techniek op papier | 102 x 203,5 cm | Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam

Het werk werd waarschijnlijk rond 1975 via Galerie De Ark verkocht aan het Stedelijk Museum Amsterdam. [i]

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 58-59.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0029

Willem van Genk (1976), p. 17
Londen | Olieverf op board | 116 x 37

Een getekende wereld (1998), p. 109
London | 1965 | oil on board | 36 x 116 cm | artist

Het werk bevond zich in de woonkamer van Harmelenstraat 28. Het maakte uiteindelijk deel uit van het negental schilderijen dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000 hoewel het aanvankelijk niet stond genoemd in de subsidieaanvraag. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 44.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0030

Willem van Genk (1976), p. 18 (voor- en achterkant afgebeeld)
Schwebebahn | Olieverf op board | 61 x 61

Een getekende wereld (1998), p. 109
Schwebebahn | ca. 1960 | oil on board | 61 x 61 cm | private collection

Woest (2019), p. 134
Schwebebahn Wuppertal
| 1950 | olieverf op hardboard | 61 x 61 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Zweefbaan Wüppertal | o/b | 61 x 61 | ges. r.o.

Afbeelding: Woest, pp. 134-135 (voor- en achterkant).

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0031

Willem van Genk (1976), p. 19 (voor- en achterkant afgebeeld)
Station Berlijn oost | Olieverf op board | 51 x 66

Een getekende wereld (1998), p. 115
Station Berlin-Ost | ca. 1972 | oil on board | 65 x 51 cm | De Ruuk Amsterdam

Woest (2019), p. 60
Station Berlin Ost
| ca. 1972 | olieverf op board | 65 x 51 cm | Collectie De Ruuk, Amsterdam

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Berlijn | 1964-’66 | o/b | 66 x 51 | ges. r.o.

Afbeelding: Woest, pp. 61-62 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0032

Willem van Genk (1976), pp. 20-21 (voor- en achterkant afgebeeld + details achterkant)
1 Mei Parade | Olieverf op board | 185 x 61

Een getekende wereld (1998), p. 109
1 Mei Parade | 1964 | oil on board | 61 x 185 cm | artist

Woest (2019), p. 120
1 mei Parade
| 1964 | olieverf op hardboard | 67,5 x 190 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: Rode Plein Moskou | 1964 | o/b | 61 x 184 | ges. r.o.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 82-83 (voorkant), 86-87 (achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0033

Willem van Genk (1976), p. 22 (voor- en achterkant afgebeeld)
Madrid | Olieverf op board | 105 x 87

Een getekende wereld (1998), p. 109
Madrid | 1968 | mixed media on board | 90 x 109 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6703

Woest (2019), p. 28
Madrid
| 1968 | gemengde techniek op board | 86,5 x 105,6 cm | Collection de l’Art But, Lausanne

Afbeelding: Woest, p. 28.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0034

Willem van Genk (1976), p. 23 (voor- en achterkant afgebeeld)
Bergsstrasse | Olieverf op board | 91 x 61

Een getekende wereld (1998), p. 109
Alt Heidelberg/Bergstrasse | 1961 | mixed media on board | 61 x 91,5 cm | artist

Links op dit werk is Wenen afgebeeld. De auto’s rechts doen enigszins denken aan de ets Tunnel Napels (1967).

Galerie Hamer verkocht het werk in 1999 aan een Amerikaanse verzamelaar voor fl. 25.000. Het werd in 2009 geschonken aan het American Visionary Art Museum in Baltimore. [ii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 79.


Bergstrasse, Alt Heidelberg (achterzijde)

WVG-0035

Willem van Genk (1976), p. 24
Rome | Olieverf op board | 70 x 48

Een getekende wereld (1998), p. 109
Rome | ca 1965 | oil on board | 70 x 48 cm | artist

Het werk bevond zich in de woonkamer van Harmelenstraat 28 en verdween uit zicht na het uitruimen van het appartement in 1998.

Afbeelding: diverse foto’s van het interieur van Harmelenstraat 28.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0036

Willem van Genk (1976), p. 24
Assisië | Olieverf op board | 65 x 550

Een getekende wereld (1998), p. 111
Assisië | ca 1965 | oil on canvas | 65 x 55 cm | artist

Het werk bevond zich in de woonkamer van Harmelenstraat 28. Het was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. Het is eigendom van de Stichting Willem van Genk.

Afbeelding: diverse foto’s van het interieur van Harmelenstraat 28.


WVG-0037

Willem van Genk (1976), p. 25
Rome | Olieverf op linnen | 88 x 70

Een getekende wereld (1998), p. 128
Reiseland Italiën | 1964 | mixed media on paper | 70,5 x 80 cm | artist

Woest (2019), p. 122
Reiseland Italiën
| 1964 | gemengde techniek op papier | 71 x 82 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Linksboven is een afdruk van de ets Colonnade verwerkt.

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: St. Pieter | 1964 | o/b | 70 x 80 | ges. r.o.

Afbeelding: Woest, pp. 122-123.


WVG-0038

Willem van Genk (1976), p. 26 (voor- en achterkant afgebeeld)
Rome Colonnade | Olieverf op board | 51 x 66

Een getekende wereld (1998), p. 119
Rome Colonnade | ca 1975 | oil on board | 66 x 51 cm | private collection

Woest (2019), p. 136
Colonnade St. Pieter | 1966 | olieverf op hardboard | 66 x 51 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen

Het werk was een van de schilderijen en etsen die Nico van der Endt in 1996 overnam van Dick Heesen en doorverkocht aan met name particulieren. [iii]

Afbeelding: Woest, pp. 136 (voorkant), 139 (achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0039

Willem van Genk (1976), p. 27 (voor- en achterkant afgebeeld)
Praag | Olieverf op board | 122 x 122

Een getekende wereld (1998), p. 115
Praha | ca 1972 | mixed media on board | 122 x 122 cm | artist

Woest (2019), p. 127
Praag | ca. 1963 | gemengde techniek op hardboard| 132,5 x 131,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het werk was in 1966 te zien tijdens de reizende tentoonstelling Nederlandse zondagsschilders: de droomwereld der naïeven.

Afbeelding: Woest, pp. 127-128 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0040

Willem van Genk (1976)pp. 28-29 (voor- en achterkant afgebeeld)
Rome Termini | Olieverf op board | 285 x 69

Een getekende wereld (1998), p. 109
Rome Termini | ca 1965 | mixed media on board | 69 x 284 cm | artist

Nico van der Endt verkocht het werk in 2000 voor fl. 50.000 aan een Zwitserse verzamelaar. Het is momenteel eigendom van het Museum of Everything van James Brett. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 120-121 (voor- en achterkant).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0041

Willem van Genk (1976)p. 30
Tube Station | 125 x 75

Een getekende wereld (1998), p. 115
Tubestation | 1970 | mixed media on paper | 75 x 124 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 6897

Woest (2019), p. 58
Tubestation
| 1970 | gemengde techniek op board | 75 x 124 cm | Collection de l’Art But, Lausanne

Het werk was in 1967 te zien tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal: London Underground | 1959 | c | 75 x 123 | ges. r.o.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 18-19.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0042

Willem van Genk (1976)p. 30
Centraal Station | Tekeningen collage | 106 x 130

Een getekende wereld (1998), p. 107
Centraal Station Amsterdam | 1950/1966 | mixed media on paper | 130 x 106 cm | De Stadshof Zwolle

Het werk maakte deel uit van het negental schilderijen dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het is momenteel eigendom van het Stichting Collectie De Stadshof, dat op de eigen website als maten 130 x 110,5 cm geeft. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 37.


WVG-0043

Willem van Genk (1976)p. 31
Pilsen 2 | Bovendeel olie op | Onderdeel olie op | 75 x 94

Een getekende wereld (1998), p. 109
Pilsen 2 | ca 1965 | oil on board | 94 x 75 cm | Arnulf Rainer Wenen

In 1967 was tijdens de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders in de Haarlemse Vishal een werk te zien met de volgende beschrijving: Markt te Pilsen | o/b | 70 x 80 | ges. r.o. Mogelijk ging het hier om het onderste gedeelte van Pilsen 2, al heeft dit ongeveer de maten 50 x 75 cm.

Het werk bestaat uit twee delen die op een later moment aan elkaar lijken te zijn bevestigd. Op het bovenste deel is een aantal zeppelins te zien bij een landingstoren en een hangar. Het onderste deel toont de zuidoostelijke hoek van het Náměstí Republiky in Pilsen/Plzen, met een aantal inzetstukken en omgeven door een rode rand met daarop onder meer de woorden WARSZAWA en POLSKA. Het ornament in de linker bovenhoek is mogelijk een stukje van de Sint Bartholomeus-kathedraal, die zich op het plein bevindt. Van Genk bezocht Pilsen in 1963. De stad bestaat uit 10 districten, elk aangeduid met een nummer. Het Náměstí Republiky ligt niet in Pilsen 2 maar in Pilsen 3.

De onvolledige beschrijving in de catalogus van De Ark doet vermoeden dat er bij dit werk sprake is van twee soorten ondergrond. Nico van der Endt bevestigde dit: ‘Heb zojuist gekeken op de nota: bovendeel is board, onderste deel is doek!’ [iv] Galerie Hamer verkocht het werk in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 36 .

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0044

Willem van Genk (1976)p. 31
Oost Europa | Tekeningen collage | 172 x 97

Een getekende wereld (1998), p. 115
Cathedraal Pilsen | ca 1975 | mixed media on paper | 122 x 197,5 cm | Musée de Louvain-la-Neuve, inv. nr. 426

Woest (2019), p. 112
Kathedraal Pilsen
| ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 126 x 201 cm | Musée L, Louvain la Neuve

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 116-117

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0045

Willem van Genk (1976)p. 32 (voor- en achterkant afgebeeld)
Gezicht vanaf Vezuvius | Olieverf op board | 61 x 61

Een getekende wereld (1998), p. 109
Gezicht vanaf de Vesuvius | ca 1965 | oil on board | 61 x 61 cm | artist

Woest (2019), p. 111
Vesuvius
| verf op hardboard | 61 x 61 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Eerder merkte ik op dat Willem van Genk nooit Napels zou hebben bezocht, maar dit lijkt wel degelijk het geval te zijn geweest: een dagtrip tijdens een verblijf in Rome, waarbij ook de Vesuvius werd bezocht. Op de achterkant van dit werk zijn diverse knipsels en aantekeningen aangebracht die hierop wijzen.

Afbeelding: Woest, pp. 110-111 (voor- en achterkant).


NOTEN

[i] Nico van der Endt tegen Dick Walda: ‘Meneer Heesen, eigenaar van ‘De Ark’, vroeg f 40.000,- per schilderij aan het Amsterdams Stedelijk Museum dat belangstelling voor verwerving had getoond. Uiteindelijk werden er twee schilderijen voor f 10.000,- elk verkocht aan dit museum.’ (Walda, Koning der stations, p. 40) Dit verhaal is in ieder geval gedeeltelijk onjuist, aangezien het Stedelijk Museum een van de twee werken (Metrostation Opéra) al in de jaren zestig van Alfred Schmela kocht, voor DM 9.000.

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 117.

[iii] Ibid., p. 105.

[iv] E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 2 september 2019.

Metro

Metrostation Opéra | ca. 1963 | gemengde techniek op papier | 67,5 x 160 cm | Stedelijk Museum, Amsterdam

In zijn jeugd had Willem van Genk kennis gemaakt met verschillende vormen van openbaar vervoer: tram, bus, trein en mogelijk ook al de trolleybus. De metro kwam pas veel later. Op de tekeningen die begin 1964 te zien waren tijdens zijn eerste tentoonstelling in Hilversum, is dan ook maar één metrostation afgebeeld: Metrostation Opéra [Paris], nummer 4 in de catalogus. Uit brieven aan Pieter Brattinga blijkt dat het werk in het najaar van 1964 door Galerie Schmela in Düsseldorf werd verkocht voor DM 4.000. [1] Het Stedelijk Museum in Amsterdam kocht volgens informatie uit het eigen archief het werk in 1965 voor DM 4.500 van Schmela. Uit een brief van die laatste: ‘Lieber Herr Petersen – Am 9.7. habe ich die Firma Gustav Knauer, Düsseldorf, beauftragt das Bild “Pariser Metrostation” von W. van Genk an Sie zur Ansicht zu übersenden.’ [2] Ten tijde van de tentoonstelling in Hilversum werd een afbeelding van het werk als illustratie gebruikt bij twee grote artikelen over Van Genk. [3]

Het werk was ook opgevallen bij W.F. Hermans, die tijdens zijn toespraak bij de opening van de tentoonstelling erop wees dat op veel tekeningen vanaf een ‘hoog standpunt’ werd gekeken. Echter:

Van Genk heeft ook tekeningen gemaakt waar juist, omgekeerd, de waarnemer zich op een extreem laag standpunt bevindt, in het ingewand van de grote steden, de ondergrondse spoorwegen. Maar ook daar onder de grond, waar geen vogelvlucht mogelijk is, ook daar blijft het punt van waaruit gekeken wordt hoog. Het is of de tekenaar toch ook daar over de dingen heen kijkt. De mensen op het Parijse métrostation worden niet van beneden af gezien.

Het meervoud ‘tekeningen’ – elders spreekt hij ook over ‘metro’s’ die te zien zouden zijn – is niet juist maar geeft wel aan dat het werk op Hermans kennelijk veel indruk maakte. Volgens Bibeb was Van Genk begin 1964 in onder andere de metrosteden Parijs en Madrid geweest maar kende hij bijvoorbeeld Londen, Tokio en Moskou alleen van afbeeldingen. [4] Madrid en Londen waren op de tekeningen in Hilversum niet vertegenwoordigd, Moskou en Tokio wel maar zonder metrostations. In Nederland zelf zou de metro pas later haar intrede doen, in Rotterdam (1968) en Amsterdam (1977).

Metrostation Moskou | 1964 | gemengde techniek op karton | 35 x 53 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem

Metrostation Opéra kwam hoogstwaarschijnlijk voort uit eigen waarneming. Het werk lijkt kort voor de tentoonstelling in Hilversum te zijn gemaakt en is het enige werk van Van Genk waarop een stad in Frankrijk is afgebeeld. Niet te zien in Hilversum waren twee werken uit ongeveer dezelfde tijd die eveneens een metrostation tot onderwerp hadden, London Underground [Tubestation] (1959) en Metrostation Moskou (1964). [5] Deze bezitten echter niet de compositorische complexiteit van Metrostation Opéra: Van Genk had op dit laatste werk geprobeerd om tegelijkertijd verschillende ruimtes in het metrostation te tonen, soms door trappen met elkaar verbonden zoals linksonder te zien is. Rechtsboven is de uitgang naar PLACE OPÉRA afgebeeld.

Naast en na de drie genoemde werken zijn er vele afbeeldingen van en verwijzingen naar metrostations te vinden bij Van Genk, maar het gaat daarbij eigenlijk altijd om (kleinere of grotere) onderdelen – wat men zou kunnen interpreteren als een zekere gewenning bij de kunstenaar aan een aanvankelijk onbekende vorm van openbaar vervoer. De ondergrondse scènes worden vrijwel steeds aan de onderkant van de betreffende werken afgebeeld, waarbij de metro van Moskou een duidelijke favoriet is.

In 1980 reist Willem van Genk met Nico van der Endt en diens echtgenote naar New York. De metro in die stad heeft zijn bijzondere aandacht. Van der Endt: ‘ook reizen we soms samen in de ondergrondse, waarin hij met verbluffend gemak zijn weg weet te vinden, wij volgen. Zelfs in deze onbekende metropool voelt hij zich als een vis in het water, zowel bovengronds als ondergronds.’ [6] Enkele jaren eerder heeft Van Genk Collage ’78 (1978) gemaakt, waarop veel aandacht is voor de ondergrondse in Moskou (inclusief rechtsboven een trap vanaf straatniveau naar beneden). In een vergelijkbare stijl schildert hij na het bezoek aan New York Keleti Station, waarop de metro nog veel belangrijker is; cf. een eerdere tekst over dit werk. Zelfs de ondergrondse van Amsterdam wordt rechtsonder op het werk genoemd: AMSTERDAM OOSTLIJN METRO ’79.

Madrid | ca. 1968 | gemengde techniek op hardboard  | 86,5 x 105,6 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne | foto: Olivier Laffely, Lausanne

Madrid en Parijs moeten de eerste steden zijn geweest waar Willem van Genk een metro zag. Madrid (ca. 1968) toont het duidelijkst de scheiding die hij vaak aanbrengt tussen de bovengrondse en de ondergrondse wereld. Het werk is opgebouwd uit vier boardplaten, twee grotere aan de bovenkant en twee kleinere aan de onderkant. Er zijn in totaal drie afbeeldingen: een straattafereel op de twee grote delen aan de bovenzijde en twee taferelen in de metro aan de onderkant. Over de titel van het werk en daarmee de stad kan geen misverstand bestaan: MADRID staat rechtsboven in grote letters. De letters zijn, zoals te verwachten was, geknipt uit een document met informatie over Spanje. Ernaast staat een weergave van het beeld van Christoffel Columbus uit Barcelona

De achterzijde van Madrid is zeer uitgebreid beplakt en beschreven, waarbij de meeste teksten en knipsels verband houden met Spanje. Langs de verticale dwarslat staat onder meer, naast de naam en woonplaats van de kunstenaar, MADRID ALONSO MARTINEZ METROPOLITAN. Inderdaad is op de twee onderste taferelen het metrostation Alonso Martínez te zien. De rechter afbeelding toont de perrons voor lijn 4, links richting Pinar de Chamartin (eerstvolgende station: Colón), rechts richting Argüelles (eerstvolgende station: Bilbao). De linker afbeelding is moeilijker te determineren, maar ook hier lijken de perrons voor lijn 4 te zijn afgebeeld, maar nu vanaf de andere kant.

Het grote straattafereel boven de grond laat het Plaza de Santa Bárbara zien, waar een ingang is naar het metrostation Alonso Martínez. Het linker deel van de afbeelding wordt gedomineerd door een hotel op de hoek met de Calle de Serrano Anguita, het rechter deel geeft een doorkijk over het plein in de richting van het Plaza de Alonso Martínez. Zowel links als rechts rijden en staan er touringcars uit verschillende landen, met daarnaast een keur aan personen, voertuigen en reclames: een schoenpoetser, een echtpaar met een kinderwagen, een schilder, een Oosters gekleed echtpaar, een Amerikaanse toerist met een fototoestel, twee personen op een bromfiets, wagens van de politie, jeeps, BEBA SCHWEPPES TONICA, Gevaert art from anvers enzovoort.

Van de verschillende opschriften in het rechter deel van de bovengrondse afbeelding, vallen er twee met name op. Op het elektriciteitshuisje dat in het midden van het plein staat, staat in grote letters VIVA FABIOLA. Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida Mora y Aragón (1928-2014), die in 1960 door haar huwelijk met koning Boudewijn van België de vijfde koningin der Belgen was geworden, werd op zo’n honderd meter van het Plaza de Santa Bárbara geboren in het Paleis van Zurbano, een stadspaleis aan de Calle de Zurbano. Iets naar rechts staat op een gebouw MEXICO ’68, een verwijzing naar de Olympische Zomerspelen in Mexico-Stad in 1968. Het is waarschijnlijk dit opschrift dat voor Madrid de datering 1968 heeft ingegeven, al waren de spelen al in 1963 aan Mexico-Stad toegewezen en kan het werk dus ook eerder zijn gemaakt. [7]

Het linker deel van de afbeelding toont onder meer een reisgezelschap uit Nederland dat net is aangekomen bij zijn hotel. Uit het opschrift op de achterkant van de wagen die uiterst links te zien is, is op te maken dat ze zijn vervoerd door de firma Groeneveld uit Strijen. [8] Het lijkt om een katholiek reisgezelschap te gaan: niet alleen bevinden zich in de groep enkele mannelijke geestelijken (herkenbaar aan hun witte boord) en een non, ook dragen hun koffers onder meer de opschriften LOURDES en FATIMA. De koffer die het dichts bij de non staat heeft het opschrift MILL HILL: een van oorsprong Engelse organisatie van missionarissen waartoe ook Van Genks neef Jan van der Ouderaa behoorde en waarvan de naam eveneens te lezen is op het voorhoofd van de non op het verwante werk Engelenburcht. Een ander verband met Engelenburcht vormt de schilder die op het trottoir van het hotel aan het werk is: gezien het opschrift op zijn ezel (STORDIAU OLLANDA) gaat het opnieuw om de Haagse schilder Pierre Stordiau, over wie ik eerder schreef.

Zonder titel | ca. 1964 | gemengde techniek op papier |  67,5 x 102 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem | foto: Jack van der Weide

Waar de compositie van Madrid vrij eenvoudig is, heeft Van Genk ook ooit geprobeerd om de boven- en onderwereld in de Spaanse stad op een meer complexe wijze weer te geven. In het najaar van 2018 zag ik in Museum Dr. Guislain in Gent een onvoltooide tekening die uit twee delen bestond. Links was aan de onderkant een deel van het Madrileense metrostation Calao al verder uitgewerkt met gekleurde inkt, terwijl de rest van het werk nog alleen als opzet in potlood bestond. Te zien was dat Van Genk de twee werelden niet los van elkaar wilde afbeelden, maar dat hij van plan was om ze in elkaars verlengde te tonen – een soort dwarsdoorsnede van Madrid bij dit metrostation. Het Plaza del Calao linksboven was al uiterst minutieus getekend, inclusief een aantal reclameteksten.

Rechts onder was eveneens een deel van de tekening verder uitgewerkt en ingekleurd, en hier was metrostation Sol afgebeeld. Calao en Sol bevinden zich ook in werkelijkheid naast elkaar op lijn 3, zij het niet op dusdanig korte afstand als Van Genk hier doet voorkomen. Hier lag de potloodtekening niet meer in het verlengde van het uitgewerkte deel en kreeg men een idee van de problemen waarmee de kunstenaar wellicht had geworsteld. Dat het om een tekening op papier ging, suggereert dat dit werk ouder is dan Madrid, dat grotendeels is uitgevoerd in olieverf op hardboard. De compositie lijkt een nog ambitieuzere versie te zijn van wat Van Genk al deed met Metrostation Opéra, waarna hij in het geval van Madrid voor een meer eenvoudige oplossing koos. Navraag leerde dat de tekening eigendom was van de Stichting Willem van Genk en na langdurige bruikleen weer naar Nederland was teruggekeerd. [9] Het werk was niet te zien tijdens de tentoonstelling Woest.


NOTEN

[1] Brieven van Alfred Schmela aan Pieter Brattinga, 15 oktober 1964 en 2 december 1964 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut). In beide brieven duidt Schmela het werk aan als ‘Paris (Metro)’.

[2] Brief van Albert Schmela aan Ad. Petersen, 12 juli 1965 (archief Stedelijk Museum).

[3] “Geniaal of vreemd? Van Genks panorama’s”, in: De Tijd, 8 februari 1964; Hans Redeker, “In de fijn dichtgekrabbelde volte”, in: Algemeen Handelsblad, 22 februari 1964.

[4] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 111.

[5] Voor de genoemde jaartallen baseer ik me op respectievelijk de catalogus bij de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders uit 1967 (London Underground) en de datering op het werk zelf (Metrostation Moskou).

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 45. De metro in New York speelt al een kleine rol in de collage Brooklyn Bridge (ca. 1970).

[7] De datering 1968 vindt haar oorsprong bij Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 111. Bromet en Van der Endt geven negentien jaar eerder ‘ongedat. (ca. 1968)’ (Nederlandse naïeve kunst, p. 37).

[8] Informatie over Groeneveld is hier te vinden.

[9] E- mail van Annemie Sneijers aan Jack van der Weide, 11 januari 2021.