Collages

Collage '70 Ruimtevaart (719x800)

Collage 70 Ruimtevaart (Collage ’70) | 1970 | gemengde techniek op hardboard | 140,5 x 126 cm | LaM, Villeneuve d’Asq

Op het lijstje dat Addy Persoon-van Genk begin 1972 aan Pieter Brattinga stuurde, staan twee werken met het woord “collage” in de titel: Collage 70 Ruimtevaart en Collage 2000 Beljon Inc. Beide werken zijn te dateren, op respectievelijk 1970 (via de titel op het lijstje en de tweemaal nadrukkelijk gepresenteerde tekst Collage ’70 in het werk) en 1971 (via het getal 71 in de signatuur). Collage 2000 Beljon Inc. lijkt het eerste te zijn van een serie van vier opvallend gelijkvormige werken uit het begin van de jaren zeventig, die verder bestaat uit Kollage van de Haat (1971), Mr. Petrov (1971) en Paranasky Culture (1972). In alle gevallen gaat het om drieluiken met aan de onder- en bovenkant rood/gele randen met golvende lijnen en punten. De middelste afbeelding is vormgegeven als een cover van het tijdschrift Life, links en rechts staan vooral kleinere afbeeldingen verbonden door teksten. De signaturen rechtsonder bevatten steeds een datering en een tekst die het woord “collage” bevat. De afmetingen zijn vergelijkbaar en variëren van een hoogte van 61,5 tot 70 cm bij een breedte van 142 tot 163 cm.

Collage 70 Ruimtevaart is te beschouwen als een opmaat naar dit viertal, als een poging tot het vinden van een vorm om een aantal motieven weer te geven die persoonlijker zijn dan de treinen, vliegtuigen en steden die tot dan toe de boventoon voeren. In het linkerdeel zijn het nog steeds deze “klassieke” motieven die in de meerderheid zijn, met centraal twee opstijgende raketten – een Sovjetraket en een Amerikaanse raket – die het tweede deel van de titel verklaren. Verder zien we kleinere afbeeldingen met onder meer een tram, fietsen, auto’s, een schip, bussen, gebouwen, mensenmassa’s en ook weer een 1 mei-optocht. Veel van de stadsscènes spelen zich af in Aziatische landen als Indonesië en China. Een aantal van de afbeeldingen is vormgegeven als de cover van een tijdschrift: Life, maar ook Realta Sovietica, Revue en National Geographic.

In de rechterhelft van het werk zijn de steden en vervoersmiddelen vrijwel afwezig. Het is ook in deze helft dat de tekst Collage ’70 voorkomt. De middelste twee afbeeldingen zijn hier eveneens covers van tijdschriften, met links (Life) een voor Van Genk zeldzame close-up van een dier, in dit geval een aap (gesigneerd Karel Appel). Op het rechter tijdsschrift staat een man met in zijn ene hand een blindenstok en onder zijn andere arm een KALENDER 1970 NEDERL. KATTENZORG. Boven de man staat de tekst adam of aap, over hem heen ABSCHIED VOM MYTHOS MANN en onder beide afbeeldingen DE WET VAN CHARLES DARWIN. Thema van dit deel van het werk is derhalve “mens en dier”, met name de evolutietheorie van Darwin.

Onder de twee tijdschriftomslagen staat het meest in het oog springende deel van het werk, een zelfportret van Van Genk omgeven door kleinere afbeeldingen. Links van hem is een persoon te zien die schiet op een rij kruisbeelden, daaronder enkele gelaarsde benen die lopen over een vloer met diezelfde kruisbeelden, daar weer onder een doodskist. Rechts van het zelfportret ligt een uitgemergelde persoon in bed met daarboven in grote letters KANKER KANKER, over het bed heen KREBS en rondom het bed HET ZAL JE FAMILIE MAAR WEZEN – niet alleen de moeder van Van Genk was aan kanker overleden, de ziekte zou ook vrijwel al zijn zusters vellen. [1] Daarbij aansluitend staat links van het gezicht van Van Genk STEUNT HET KWF! Rechtsonder staat op zijn colbertjasje de signatuur met de tekst ONTW: WFAM van GENK ’S GRAVENHAGE. [2]

Die laatste woorden maken op andere werken uit deze periode deel uit van een meer uitgebreide formulering, die de samenwerking van de kunstenaar met Pieter Brattinga onder de aandacht moest brengen. En waar Brattinga zich in de loop der jaren steeds meer in stilte ging hullen, werd Van Genk juist spraakzamer – in zijn werk. Op Brooklyn Bridge (ca. 1970) is dit het duidelijkst, met centraal op het werk de teksten COPYRIGHT ∙ PIETER ∙ BRATTINGA ∙ NEW ∙ YORK ∙ TOKYÔ ∙ DJAKARTA en ONTW ∙ WFAMvanGENK ∙ ’s GRAVENHAGE. In weer andere werken kort hij de naam “Brattinga” af tot “Bratt” en/of gebruikt hij het woord “Bragah” om hun samenwerking onder de aandacht te brengen. De hierboven genoemde reeks van vier gelijkvormige werken, die begint met Collage 2000 Beljon Inc., kent rechtsonder op de gele rand steeds de tekst (GKF) BRATT ∙ PRINTING ∙ COMP ∙ MODEL ∙ WFAM ∙ s’HAGE’71 ∙ HOLLAND ∙ COLL ∙ ZH. [3] Daarbij is GKF – eigenlijk: GKf – de afkorting voor de Vereniging van Beoefenaars der Gebonden Kunsten, waarvan Brattinga in 1960 lid was geworden. [4]

Collage 2000 Beljon Inc

Collage 2000 Beljon Inc. (Academy Information/Art Expo) | 1971 | gemengde techniek op hardboard | 61,5 x 155 cm | Collectie Graffe, Brussel

In Collage 2000 Beljon Inc. stelt Van Genk zich de vraag welke positie hij innam of zou moeten innemen binnen de kunstwereld. Niet verwonderlijk is daarom in het werk een centrale rol weggelegd voor Joop Beljon, de persoon die van cruciaal belang was voor de eerste doorbraak van de kunstenaar in 1964 – een doorbraak die in de jaren die volgden nauwelijks een vervolg kreeg. Het middelste paneel heeft andermaal de vorm van een cover van het tijdschrift Life, met IN THIS ISSUE onder meer MR BELJON INC. Op de omslagfoto (van PHOTO STUDIO Eddy de Jongh, aldus Van Genk) is DRS J J BELJON afgebeeld achter een bureau, enthousiast sprekend door een van de vier telefoons die voor hem staan. Voor hem zit een man op een stoel in wie Van Genk waarschijnlijk zichzelf heeft afgebeeld. Op zijn rug staat onder meer de tekst Penning van genk’s werkelijkheid, Drs J J Beljon … geniaal, maniakaal … Bibeb & Vips; Wim van Genk ik ben een stuk grijs pakpapier, Bratt (GKF) “New-Realism” – woorden en namen die te maken hebben met zijn successen tot dan toe.

Ans van Berkum ziet in de afbeelding van Van Genk voor het bureau van Beljon een weergave van diens eerste bezoek aan de Haagse kunstacademie in 1958. [5] Aanvankelijk dacht ik dat het daarentegen ging om een soort toekomstvisie waarbij een al wat oudere Beljon bezig was om iets te regelen voor een al wat oudere Van Genk. Boven Beljon staan in grote letters de woorden ART EXPO NY met daaronder NEW YORK C ’80. De suggestie leek te zijn dat de afgebeelde scène gesitueerd was in een nabije, gewenste toekomst met Beljon die een tentoonstelling in New York regelt voor Van Genk. Nico van der Endt wees mij er echter op dat deze woorden pas later zijn toegevoegd, en inderdaad beleefde de genoemde beurs Artexpo in New York, die nog steeds jaarlijks wordt gehouden, in 1980 pas haar eerste editie.

Van Genk voegt aan de afbeelding elementen toe die hij kent, zoals een rol die tegen het bureau van Beljon ligt met de teksten AVONDLESSEN en TOON WINKEL. Beljon liet Van Genk indertijd toe tot de avondopleiding van de academie, [6] waar Toon Winkel docent was:

Toen de schilder Toon Winkel er van Genk, een beetje geïrriteerd opmerkzaam op maakte, dat hij een hele avond besteed had aan het prepareren van doeken voor van Genk, dat hij die doeken zelf betaald had en in de trein hád moeten meeslepen van Dordrecht naar Den Haag, merkte van Genk goeïg op: U doet maar, meneer, U doet maar. Ik laat alles aan U over. Wat U doet is goed gedaan. [7]

Op Collage 2000 Beljon Inc. zijn nog veel meer verwijzingen te zien naar kunst en de kunstwereld, onder andere in het linker paneel waar de namen SCHMELA en ROB RAUSCHENBERG opduiken in een tondo waarin Van Genk een galerie of museum afbeeldt. In het rechter paneel maakt ook Brattinga zijn opwachting, in een groot tondo dat hij deelt met Van Genks interpretatie van een werk van Ger Lataster. Dat het om Brattinga gaat, is te lezen in een grote pijl die wijst naar de in een blauw pak gehulde man: drs Pieter Brattinga behartiger der Westerse belangen stoere werker gezien persoon op het [onleesbaar]. Achter Brattinga is nog een deel van een deur te zien met de tekst … NG & CokerijVERSUM – Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum, de locatie van Van Genks eerste expositie.

Pieter Brattinga was zeker een harde werker en een gezien persoon in de wereld van kunst en grafisch ontwerp, [8] maar Van Genk wist daar na 1964 geen vruchten meer van te plukken. Joop Beljon had al eerder zijn handen van de kunstenaar afgetrokken. Van Genk wilde dit alles echter niet zien en bleef de twee mannen beschouwen als zijn wegbereiders naar wereldsucces. In een brief van Beljon aan Brattinga uit april 1972 zegt de eerste ‘vrij regelmatig bezoek van Willem van Genk’ te krijgen, die zijn werken terug wil hebben van Brattinga. [9] Kennelijk had de kunstenaar na acht jaar zijn hoop in de behartiger der Westerse belangen uiteindelijk toch opgegeven.


 

NOTEN

[1] Mededeling familielid van Willem van Genk in een e-mail aan mij, 22 december 2019.

[2] Voor de beschrijving van het werk heb ik me gebaseerd op een dia van Galerie Hamer. Een scherpe foto zou nog veel meer aspecten kunnen belichten van dit werk, dat niet te zien was tijdens de tentoonstelling Woest.

[3] In het geval van Paranasky Culture is 71 vervangen door 72.

[4] Cf. het lemma over Brattinga op de website van het RKD, geraadpleegd op 24 december 2019.

[5] Ans van Berkum, “Een vogel boven de stad”, p. 90.

[6] ‘Van Genk, die zichzelf schilderen heeft geleerd, bezoekt de avondschool van de academie’ (Graficus, 21 januari 1964); ‘Directeur J.J. Beljon […] nam Van Genk als leerling aan op de avondschool’ (Haagsche Post, 25 januari 1964).

[7] J.J. Beljon, “Tien hoofdstukken schaal 1:100. Over de wereld van Willem van Genk, kunstschilder”, VIII.

[8] ‘Brattinga bracht voortdurend mensen met elkaar in contact, speelde een bemiddelende rol tussen ontwerpers en kunstenaars enerzijds en zakenmensen, museummedewerkers en ambtenaren anderzijds, en probeerde steeds met behulp van woord en/of beeld informatie over te dragen. […] Recensenten noemden hem een “kosmopoliet”, “duizendpoot”, “polyglot” en “alleskunner”.’ (Wikipedia, “Pieter Brattinga”, geraadpleegd 25 december 2019.)

[9] Brief van Joop Beljon aan Pieter Brattinga, 24 april 1972 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

Lijstje

World Aircraft I - KLM

World Aircraft I – KLM (World Aircraft) | ca. 1970 | gemengde techniek op hardboard | 101 x 101 cm | particuliere collectie

Pieter Brattinga beklaagde zich in 1973 tegenover zijn advocaat onder andere over Van Genks ‘weigering om verdere werkstukken toe te voegen aan de “afgeronde” collectie’, dat wil zeggen aan de zevenentwintig werken waarvoor hij in 1964 een contract had ondertekend. [1] Dat was niet helemaal waar. Begin 1972 had hij van Addy Persoon-van Genk een brief gekregen waarin zij hem namens haar broer nieuw werk aanbood:

Hierbij treft U een lijstje aan, hetwelk Willem mijn broer tijd mij geruime tijd geleden heeft gegeven. […] Mijn broer heeft alleen het werk opgeschreven wat hij wel wilde verkopen. Ik denk echter, dat er inmiddels bijgekomen zullen zijn, aangezien ik het lijstje reeds zeer lange tijd in mijn bezit heb. […] Door het grote formaat is het werk zeer kwetsbaar niet gemakkelijk te vervoeren. Het is echter zeer zeker de moeite waard, aangezien het werk wat hij maakt veel beter is dan voorafgaande. Alles is geschilderd in kleur. [2]

Het bijgevoegde lijstje bevatte de titels en afmetingen van tien werken, geschreven in ballpoint – de titels in groen, de afmetingen in blauw. Zichtbaar is dat de titels eerst in potlood waren geschreven en daarna met groene ballpoint overgetrokken. Kenmerkend voor Van Genk is het gebruik van uitsluitend hoofdletters en vooral van liggende punten tussen de woorden. Aan de onderkant van de lijst bevindt zich de getypte regel ‘Etsen zwart/wit en gekleurd’, waarschijnlijk toegevoegd door zijn zuster. [3] Het handgeschreven deel van het lijstje:

RAILWAYS                                     66 cm   151 cm
AIRPORTS I/ - TOKYO·HANEDA·(INT.)           114 cm – 119 cm
AIRPORTS II/ - JAPAN·AIR·LINES              111 cm – 119 cm
AIRPORTS III/ - GARUDA-INDONESIA            120 cm –  91 cm
WORLDAIRCRAFT I/ K.L.M                       97 cm –  98 cm
WORLDAIRCRAFT II/ CUBANA·AIRWAYS             81 cm –  91 cm
HET·PROJECT·ASBERY·MOSKOU                    81 cm –  76 cm
HET·PROJECT·ASBERY·HAVANNA                   77 cm –  98 cm
COLLAGE·70 RUIMTEVAART                      138 cm – 123 cm
COLLAGE·2000·BELJON·INC.                     61 cm – 155 cm

Het leek hier inderdaad te gaan om nieuw werk, geen van de genoemde titels was bijvoorbeeld te zien tijdens de expositie De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders die in het najaar van 1967 werd gehouden in de Haarlemse Vishal. Het is verleidelijk om de volgorde die Van Genk geeft te zien als een chronologische, hoewel hier geen directe aanwijzingen voor zijn.

2019-12-16 15.46.36 (800x456)

‘Hierbij treft U een lijstje aan, hetwelk Willem mijn broer tijd mij geruime tijd geleden heeft gegeven.’ (Addy Persoon-van Genk)

Alle titels op het lijstje zijn terug te voeren op werken die later onder een (soms: gedeeltelijk) andere naam bekend werden. In volgorde, met steeds het equivalent zoals opgenomen in het overzicht “Oeuvre” in Een getekende wereld (1998): [4]

RAILWAYS [66 x 151 cm]
           = Great Railroads of the World [ca. 1970; 68 x 133 cm]
AIRPORTS I/ - TOKYO·HANEDA·(INT.) [114 x 119 cm] 
          = World Airport [ca. 1965; 113,5 x 120 cm]
AIRPORTS II/ - JAPAN·AIR·LINES [111 x 119 cm] 
          = Arthur Hailey Airport 1 (Soviet Space Research) 
            [ca. 1965; 111 x 119,5 cm]
AIRPORTS III/ - GARUDA-INDONESIA [120 x 91 cm] 
          = Arthur Hailey Airport 2 [ca. 1965; 91 x 120 cm]
WORLDAIRCRAFT I/ K.L.M [97 x 98 cm] 
          = World Aircraft [ca. 1965; 97 x 99 cm]
WORLDAIRCRAFT II/ CUBANA·AIRWAYS [81 x 91 cm] 
          = Cubaanse Luchthaven [ca. 1975; 81 x 91 cm]
HET·PROJECT·ASBERY·MOSKOU [81 x 76 cm] 
          = Project Asbery I [ca. 1970; 80 x 185 cm]
HET·PROJECT·ASBERY·HAVANNA [77 x 98 cm] 
          = Project Asbery II [ca. 1970; 78 x 122 cm]
COLLAGE·70 RUIMTEVAART [138 x 123 cm] 
          = Collage ’70 [ca. 1970; 140,5 x 126 cm]
COLLAGE·2000·BELJON·INC. [61 x 155 cm] 
          = Academy Information/Art Expo [ca. 1970; 61,5 x 155 cm]

Wat allereerst opvalt zijn enkele significante verschillen tussen de opgegeven maten en de werkelijke afmetingen. Het gaat daarbij om drie werken: Railways, Het project Asbery – Moskou en Het project Asbery – Havanna. In het geval van de laatste twee is identificatie met bekende werken desalniettemin onbetwistbaar, bij het eerste werk zou er lichte twijfel kunnen zijn. Omdat het bij alle werken gaat om aan elkaar bevestigde boardplaatjes, kan het zijn dat een strook in een eerdere versie nog niet tot het werk behoorde of andere afmetingen had.

Wat groepering en datering van de tien werken betreft zijn er meer opmerkingen te maken. Uiteraard zijn (deze versies van) de werken ontstaan vóór de datum waarop Addy Persoon-van Genk haar brief aan Pieter Brattinga stuurde, 11 februari 1972. Bovendien schrijft zij in die brief dat ze het lijstje ‘reeds zeer lange tijd’ in haar bezit heeft. Gevoegd bij het feit dat de werken nooit eerder gezien of genoemd zijn, zou ik ze willen dateren op ca. 1965-1971. Dit komt overeen met bijna alle dateringen die worden gegeven in Een getekende wereld. Collage 2000 Beljon Inc. (Academy Information/Art Expo) lijkt bij de signatuur gedateerd met het getal 71.

Vervolgens valt op dat de titels van bijna alle werken op het lijstje wijzen op kleinere clusters. Driemaal komt “Airports” voor, tweemaal “Worldaircraft”, tweemaal “Het project Asbery” en tweemaal “Collage”. Ten opzichte van de latere titels blijkt World Airport daarmee deel uit te maken van dezelfde serie als Arthur Hailey Airport 1 en Arthur Hailey Airport 2, en zijn ook World Aircraft en Cubaanse Luchthaven verwant. Dat laatste is tegelijk wel en niet onverwacht. Wel onverwacht omdat de twee latere titels geen enkele overeenkomst vertonen en omdat de dateringen in Een getekende wereld zo’n tien jaar uit elkaar liggen. Niet onverwacht omdat in beide werken sprake is van een frontaal afgebeelde neus van een vliegtuig die gedeeltelijk driedimensionaal is weergegeven.

Verder zijn er overeenkomsten als het gebruik van tijdschriftcovers in zeven van de negen afbeeldingen, met name die van Life – een procedé dat Van Genk tot halverwege de jaren zeventig zal blijven toepassen. Daarnaast komen op drie van de negen werken prominent zeppelins voor. De combinatie van prominent afgebeelde zeppelins en Life komt overigens ook terug in het bovendeel van het verticale tweeluik Pilsen 2, dat we om die reden eveneens in de periode 1965-1971 zouden kunnen situeren.

World Aircraft II - Cubana Airways

World Aircraft II – Cubana Airways (Cubaanse luchthaven) | ca. 1970 | gemengde techniek op hardboard | 81,5 x 91 cm | Stichting Collectie De Stadshof, Utrecht | Foto: Marcel Köppen

Een belangrijke factor bij pogingen tot dateren van werk van Van Genk is de aard en het gebruik van gele dan wel rood/gele randen en stroken, al dan niet voorzien van golvende lijnen en punten, of woorden. Zowel Railways als World Aircraft I – KLM hebben een donkergele rand aan respectievelijk de onder- en bovenkant en de zijkanten. De combinatie met een rode strook is hier afwezig. Het project Asbery – Havanna kent gele stroken met woorden, Collage 2000 Beljon Inc. heeft de kenmerkende rood/gele randen met golvende lijnen en punten. Bij Collage ’70 Ruimtevaart is sprake van verschillende soorten randen aan de linker- en bovenkant – geel, rood, rood/geel, rood met woorden, geel met woorden – alsof de kunstenaar geen vaststaand idee hierover had. Tekenend hierbij is dat de woorden in de randen aan de bovenkant van het werk ondersteboven staan.

World Aircraft II – Cubana Airways ten slotte heeft aan de onder- en bovenkant de rood/gele stroken met geel/rode letters, zoals die voorkomen in werk uit de periode na 1975 (Collage ’78, Zelfportret zwakzinnigennazorg, Keleti). Dit verklaart waarschijnlijk de datering ‘ca. 1975’ in Een getekende wereld. Inderdaad lijken de stroken een anachronisme te zijn in een werk dat rond 1970 moet worden gedateerd, maar de maten die Van Genk in zijn lijstje geeft zijn identiek met de afmetingen van Cubaanse luchthaven. De eerste afbeelding van het werk dateert van begin 1976; daar ziet het werk eruit zoals we het nu nog steeds kennen. [5]


 

NOTEN

[1] Brief van Pieter Brattinga aan F.W. Grosheide, 8 maart 1973 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[2] Brief van Addy Persoon-van Genk aan Pieter Brattinga, 22 februari 1971 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[3] Bijlage bij idem.

[4] Ans van Berkum e.a., Een getekende wereld, pp. 107-119. Dit is de eerste en tot op heden enige systematische poging tot het in kaart brengen van het oeuvre van Willem van Genk.

[5] Willem van Genk, tent. cat. Boxtel (Galerie De Ark), Boxtel 1976, p. 53.