Context

Den Haag 1905, hoek Borneostraat/Malakkastraat. Op Malakkastraat nummer 6 (rechts, bij de etalageruit) was tussen 1916 en 1922 de winkel gevestigd van Jozef van Genk. (Foto: J.C.C. Witte, Haag Gemeentearchief.)

Jozef en Maria van Genk werden op 14 oktober 1915 ingeschreven in de gemeente ’s-Gravenhage, waarheen ze vertrokken waren vanuit Roosendaal. Maria van Genk was op dat moment zo’n vier maanden in verwachting van hun derde kind. Het eerste adres van het gezin van Genk in Den Haag was Westeinde 257, waar ze vier-en-een-halve maand zouden blijven wonen. De woning bevond zich in een hofje even opzij van de hoofdstraat, het zogeheten ‘Hofje van Vredebest’ dat uit 1864 stamde. Op 3 november kwam op nummer 247 een pasgetrouwd echtpaar wonen, Joop en Anna Bijmans, eveneens van katholieke huize. Anna Bijmans was bovendien net als Maria van Genk in verwachting; de beide echtparen zullen elkaar vrijwel zeker hebben gekend.

Op 29 februari verhuisde het gezin Van Genk naar Malakkastraat 6 in Den Haag, een woon-winkelpand. Hier werd op 9 maart 1916 dochter Nora geboren – en na haar ook Addy, Jacqueline, Riet, Agnes en (nog net) Isabella. Aangenomen mag worden dat Jozef van Genk op dit adres zijn fruithandel uit Roosendaal voortzette, met op 30 augustus 1918 opnieuw een faillissement dat een maand later werd opgeheven. Verhuizen deed het gezin pas weer in januari 1922, en opnieuw in maart 1923, toen Maria van Genk in verwachting was van dochter Willy. Vanaf dit laatste adres, Renbaanstraat 7 in Scheveningen, verhuisde het gezin Van Genk in juni 1925 naar Voorburg. Hier werd op 2 april 1927 zoon Willem geboren.

In 1929 gingen de negen zusjes naar een kostschool in België. Tiny van Genk, tachtig jaar na dato: ‘Het katholieke internaat in Leuven heette ‘Ecole du Commerce’. We moesten zakendametjes en zonnetjes van vader worden.’ [i] Eerder meldde ik dat ik geen school van die naam had kunnen vinden. Dat was ook niet zo vreemd, aangezien het in werkelijkheid ging om Het Heilig Hartinstituut in de Leuvense deelgemeente Heverlee, dat stamde uit 1887 en dat werd (en wordt) geleid door de Zusters Annuntiaten van Heverlee. Een eerste zoekactie van een behulpzame archivaris en erfgoedbeheerder leverde een leerlingenkaart op van Riet van Genk, waaruit bleek dat zij in de leerjaren 1932-1933 en 1933-1934 de richting handel volgde aan de Vlaamse afdeling van de beroepsschool. [ii] In september 1934 keerde zij terug naar Voorburg.

Ook over een andere zuster van Willem van Genk, Leny, waren gegevens te vinden en wel in de database van de Annuntiaten zelf. Leny (dan nog: Lena) bleek op 26 september 1932 te zijn ingetreden, ging zes jaar als ‘Lidwina’ door het leven en trad in 1938 weer uit. De foto van haar in habijt zal daarmee in deze periode zijn gemaakt. Dit verklaart ook de onzekerheid onder nog levende familieleden of hun tante ooit daadwerkelijk was ingetreden: ja, maar tijdelijk. Opmerkelijk is daarnaast dat de Annuntiaten een orde van tertiarissen vormen, een “derde orde”. Dit houdt in dat er verschillende soorten leden kunnen zijn, onder wie ook (eventueel: getrouwde) leken. Maria van Genk was volgens de tekst op haar bidprentje eveneens ‘Lid der Derde Orde’.

Leny keerde in augustus 1938 vanuit Heverlee terug naar Voorburg en verhuisde een jaar later met haar vader en een aantal van haar zusters naar de Magnoliastraat in Den Haag, waar zich uiteindelijk ook Willem bij hen voegde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Joseph van Genk als vermeld actief in het verzet. Via zijn werk als ambtenaar bij het Gewestelijk Arbeidsbureau kon hij onder meer jonge mannen behoeden voor tewerkstelling in Duitsland door doktersverklaringen voor ze te regelen. Hij maakte deel uit van de katholieke verzetsgroep “Voor God en de Koning” die onder leiding stond van Frans Mol, eveneens werkzaam op het Gewestelijk Arbeidsbureau. Omdat die groep in juni 1944 werd verraden, ging ik ervan uit dat ook Jozef van Genk toen werd gearresteerd en dat kort daarna de vaak aangehaalde ondervraging van Willem van Genk door de SD plaatsvond.

Uit een brief van de Stichting 1940-1945 aan Marijke Bijmans, een kleindochter van Jozef van Genk, blijkt dat de arrestatie al een half jaar eerder was:

Op 29 juli 1948 diende de heer Josephus Johannes Maria van Genk, geboren 10 november 1887, een aanvraag om toekenning buitengewoon pensioen in, daar hij van mening was dat zijn gezondheid geschaad was door het door hem verrichtte illegale werk. Bij beschikking van 8 februari 1952 werd hem door de (toenmalige) Buitengewone Pensioenraad een tijdelijk buitengewoon pensioen verleend.

De heer Van Genk was werkzaam bij het Gewestelijk Arbeidsbureau te Den Haag  en maakte deel uit van een uit personeel van dit bureau gevormde sabotagegroep. De heer Van Genk zond regelmatig personen die voor tewerkstelling in Duitsland in aanmerking kwamen naar artsen die hun medewerking wilden verlenen aan afkeuring. Hij voorzag onderduikers van valse papieren en distributiebescheiden. Hij heeft door deze werkzaamheden een groot aantal personen voor uitzending naar Duitsland weten te vrijwaren.

Op 30 januari 1944 werd hij op zijn werk door de SD gearresteerd. Hij wendde bewusteloosheid voor en werd naar het ziekenhuis St. Johannes de Deo aan het Westeinde gebracht. De arts zond de bewakers weg met de belofte dat hij zelf voor de bewaking zou zorgen. Men kwam nog eens ter controle terug en onmiddellijk daarna werd de heer Van Genk langs een andere weg uit het ziekenhuis gebracht. Hij vluchtte naar Schijndel waar hij tot de bevrijding ondergedoken bleef. Er volgden geen maatregelen tegen de arts. [iii]

Bij het overlijden van Jozef van Genk in 1958 kwam een deel van deze informatie terug in enkele korte krantentartikelen:

Jos. J. van Genk overleden

Op 70-jarige leeftijd is na een langdurige ziekte alhier overleden de heer Jos J. van Genk, die in de bezettingsjaren in de verzetsbeweging een zeer actieve rol heeft vervuld. De heer Van Genk werd als schrijver bij het departement van oorlog tijdens de bezetting bij het Gewestelijk Arbeidsbureau te werk gesteld. Het was in deze functie dat hij regelmatig een aantal doktoren heeft weten te bewegen, naar Duitsland tewerkgestelden te doen afkeuren. Door middel van valse papieren heeft hij zeer velen voor uitzending weten te behoeden. In 1944 toen zijn ondergronds werk aan de Duitsers ter ore kwam, is hij door de S.D. gearresteerd. Ten gevolge van ondergane mishandelingen, waarbij hij zich ten slotte bewusteloos hield, is het hem gelukt te ontkomen en naar Schijndel te kunnen vluchten. De vele spanningen hebben nadien ‘n sterke reactie op zijn gestel ten gevolge gehad, waarvan een langdurig ziekbed uiteindelijk het gevolg is geweest. Dinsdag om 10 uur wordt in de H. Familiekerk de uitvaart gehouden waarna de begrafenis op het St. Barbarakerkhof alhier plaatsheeft. [iv]

In een ander artikel stond iets meer informatie over de aanwezigen bij de uitvaart:

Op het kerkhof waren o.m. aanwezig de heer H. van Vugt, namens het Gewestelijk Arbeidsbureau, waaraan de overledene voorheen was verbonden. Van de Stichting 1940-45 waren er de heren C. Mineur en H. v. Vugt. Voorts volgden met de familieleden een aantal belangstellenden wier zonen tijdens de bezetting de wegvoering naar Duitsland, dank zij de hulp van de heer Van Genk bespaard is gebleven, de baar. Onder hen waren de kunstschilder P. Stordiau met echtgenote en zoon, de heer en mevrouw dr. E. J. del Campo en enkele anderen.

‘Kunstschilder P. Stordiau’ was een oude bekende van Jozef van Genk, over wie ik eerder schreef. [v] Zijn oudste zoon Jérôme (1924) had inderdaad de leeftijd om in 1942-1943 naar Duitsland te worden gezonden, maar het is uiteraard ook mogelijk dat Pierre Stordiau enkel als vriend van de familie bij de uitvaart aanwezig was. Met ‘dr. E.J del Campo’ is waarschijnlijk bedoeld Emile Joseph à Campo (1891-1981), toentertijd woonachtig in Den Haag. A Campo was de voormalige president-directeur van de Stichting voor de Ontwikkeling van de Machinelandbouw in Suriname en als zodanig een vooraanstaand Nederlander.

En mogelijk was er bij de uitvaart nog een persoon aanwezig die ‘tijdens de bezetting de wegvoering naar Duitsland, dank zij de hulp van de heer Van Genk bespaard is gebleven’. Op 4 februari 1948 trouwde de zevenentwintigjarige Agnes van Genk voor de wet met de één jaar oudere Karel Bijmans, zoon van Joop en Anna Bijmans die enkele maanden tegelijk met het echtpaar Van Genk in het Hofje van Vredebest hadden gewoond. Agnes en Karel Bijmans kregen twee dochters, maar lieten tegenover hen weinig los over hun kennismaking of de jaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wel was Karel Bijmans inderdaad via een doktersverklaring ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland, terwijl hij bij weten van zijn jongste dochter niets mankeerde. Binnen de standsbewuste familie Van Genk was de meer volkse Karel bovendien een enigszins vreemde eend in de bijt. [vi]

Foto tijdens het huwelijk van Karel Bijmans (A) en Agnes van Genk (B), waarbij ook aanwezig Riet van Genk (1), Willy van Genk (2), Isabella van Genk (3), Albertine van der Ouderaa (4), Jozef van Genk (5), Addy van Genk (6), Leonarda Pennekamp (7) en Leny van Genk (8) (archief Marijke Bijmans).

Een opmerkelijk gast bij het huwelijk van Agnes van Genk in 1948, getuige een bij die gelegenheid gemaakte foto, was Leonarda Pennekamp, die vier jaar later de derde echtgenote van Jozef van Genk zou worden. Ook op een andere foto uit die tijd is zij al te zien, samen met Agnes van Genk, Karel Bijmans, Riet van Genk, Tiny van Genk en Jozef van Genk. Die laatste was in 1948 officieel nog getrouwd met Maria Heesen, van wie hij hij echter al zo’n tien jaar gescheiden leefde. Uit een dossier bij de Sociale Verzekeringsbank bleek dat ook Leonarda Pennekamp een verzetsverleden had, zodat het waarschijnlijk is dat zij Jozef van Genk via die weg kende. [vii] Eerder was zij getrouwd geweest met Hendrik van der Wal, die in januari 1945 overleed. Na haar huwelijk met Jozef van Genk zou zij de telefoon blijven opnemen met de naam van haar eerst echtgenoot: ‘U spreekt met mevrouw Van der Wal …’ [viii]


NOTEN

[i] Walda, Koning der Stations, p. 31.

[ii] E-mail van Ria Christens aan Jack van der Weide, 1 juni 2021. De naam van Riet/Marietje (Maria Julia Anna) van Genk wordt op de kaart verfranst weergegeven als ‘Van Genck, Mariette Johanna’. Ook in het Frans vermeld zijn de studierichting en de taal van de afdeling.

[iii] Brief van M.J.C.F. Smits-Delfgaauw aan Marijke Bijmans, 8 augustus 1995.

[iv] Marijke Bijmans: ‘Ik heb ook nog wat rouwadvertenties van mijn grootvader uit de Haagse Courant, Het Binnenhof en de Volkskrant. Mijn moeder [Agnes van Genk; JvdW] heeft die krantenknipsels altijd bewaard. […] Helaas staat er niet bij welk artikel in welke krant stond. Deze krantenknipsels zaten bij elkaar in een envelop en op de envelop stond geschreven dat het in die genoemde kranten stond. Wel met de datum 6 en 7 oktober 1958.’

[v] Hier en hier.

[vi] Interview met Marijke Bijmans, 14 mei 2021.

[vii] E-mail van Alex de Baar aan Jack van der Weide, 17 september 2020.

[viii] Mededeling Irene Zalme, 27 februari 2018.

Jozef van Genk

De moeder van Willem van Genk, Maria van Genk-Hoogstraten, overleed op 25 november 1932, toen haar zoon vijf jaar oud was. Hij zal daarom geen concrete herinneringen aan haar hebben gehad, hooguit vage associaties. Maria Hoogstraten was volgens haar huwelijksakte van beroep ‘modiste’, net als enkele van de oudtantes van Willem van Genk uit Bergen op Zoom. Ze was dertig toen ze trouwde, haar vader was op dat moment al meer dan vijftien jaar dood dus ze had ruimschoots de tijd gehad voor het opbouwen van een eigen leven en daarmee ook voor een opleiding en uitoefening van een beroep.

Ouders Willem

De ouders van Willem van Genk, Maria van Genk-Hoogstraten en Jozef van Genk

Over vader Jozef van Genk zijn meer gegevens te vinden. Geboren in 1887 werd hij in 1906 ‘afgekeurd voor militaire dienst wegen[s] een gebrek aan de ogen. Zijn lengte was toen 1,71 cm.’ [1] Na zijn huwelijk met Maria Hoogstraten in 1913 verhuisde hij van Oudenbosch naar Roosendaal, waar in 1914 en 1915 zijn twee oudste dochters werden geboren. In oktober van dat laatste jaar vertrok het gezin Van Genk naar Den Haag, met als adressen onder meer Westeinde 257, Malakkastraat 6 en Renbaanstraat 7. In 1925 vond opnieuw een verhuizing plaats, dit keer naar Voorburg waar zoon Willem werd geboren.

In het adresboek van Roosendaal van 1914 staat Jozef van Genk vermeld als ‘winkelier’. Zowel in zijn eigen familie als in die van zijn vrouw kwamen diverse middenstanders voor, waarbij de negotie vaak in het verlengde van een ambacht (meubelmaker, schilder) lag. Dit was bij hem niet het geval: in zijn huwelijksakte wordt hij aangeduid als ‘fruithandelaar’ en dit blijft ook in andere officiële documenten terugkomen. Toch zal zijn oudste dochter Tiny later tegen Dick Walda zeggen dat haar vader een chocolaterie bezat. [2] Waar hij echter ook in handelde, het succes ervan lijkt wisselend te zijn geweest: zowel in 1914 als 1918 was in de Nederlandsche Staatscourant de mededeling te lezen dat hij ‘in staat van faillissement’ was verklaard, waarbij dit in het tweede geval binnen enkele weken weer werd opgeheven.

1914-1918 Nederlandsche Staatscourant

Mededelingen over faillissementen van Jozef van Genk in de Nederlandse Staatscourant, resp. 6 februari 2014 (boven), 2 september 1918 (midden) en 28 september 1928 (onder)

Jozef van Genk hertrouwde op 9 mei 1934 in Den Haag met Maria Anna Heesen, weduwe van Herman Johan Christiaan van Vlaardingen. De bruidegom was zesenveertig jaar oud, de bruid veertig; twee boden van de gemeente waren getuigen. In de huwelijksakte wordt Jozef van Genk nog steeds als ‘fruithandelaar […] wonende te Voorburg’ omschreven. Tiny van Genk over de tweede echtgenote van haar vader: ‘Hij vond een nieuwe vrouw, een Amerikaanse. Zij nam kinderen mee uit een vorig huwelijk.’ [3] Maria Heesen kwam uit Huisseling en Neerloon, en was dus geen Amerikaanse. Wel blijkt haar eerste man, afkomstig uit Zwolle, in 1931 overleden te zijn in Rochester in de staat New York. Het enige kind uit hun verbintenis was een dochter, Christina Johanna, geboren in 1918. [4]

Kort na zijn tweede huwelijk verhuisde Jozef van Genk weer naar Den Haag en ging hij volgens zijn oudste dochter werken voor de Haagse Arbeidsinspectie. In mei 1940 was hij 52 jaar oud. Tiny:

Onze vader was in de oorlog werkzaam bij de Arbeidsinspectie en beschikte zodoende over veel mogelijkheden om mensen te laten onderduiken en ze vooral aan valse papieren en bonkaarten te helpen. Op een gegeven moment is de verzetsploeg van mijn vader opgepakt door de Duitsers. Hij is als enige de dans ontsprongen, alle anderen zijn doodgeschoten. Mijn vader wist via het ziekenhuis, waarin hij na de verhoren terecht was gekomen, te ontsnappen. […] Hij is via Schijndel naar Frankrijk gereisd, naar het plaatsje Nerac in Bourgondië, waar hij in een groot kasteel terecht kwam. [5]

Wanneer deze gebeurtenissen plaatsvinden, is onduidelijk. Tiny zegt ergens in haar verhaal ‘We woonden toen in de Magnoliastraat’, en Magnoliastraat 10 was in ieder geval al in juni 1941 het adres van de familie Van Genk. [6] Desalniettemin verschijnt begin 1942 een opmerkelijk bericht in een dagblad in het oosten van Nederland:

Uit een exploit, den 10den Februari 1942 door den ondergeteekenden deurwaarder beteekend op de wijze, voorgeschreven bij art. 4. lid 7 van het Wetboek van Burg. Rechtsv. blijkt, dat ten verzoeke van JOHANNES HENDRIKUS HERMANUS VAN DER GRAVEN, koopman, wonende te Enschede, te dezer zake domicilie gekozen hebbende te Enschede aan de Haaksbergerstraat no. 21 ten kantore van den procureur Mr. L. M N. Schweitzer is gedagvaard: JOSEPHUS JOHANNES MARIA VAN GENK, zonder bekende woon- of verblijfplaats, echtgenoot van Maria Anna Heesen, pensionhoudster, wonende te Enschede om bij procureur te verschijnen ter Civiele Terechtzitting der Arrondissements-Rechtbank te Almelo van Woensdag 15 April 1942 des voormiddags te tien ure, ten einde zich te hooren veroordeelen tot vanwaardeverklaring van een door den ondergeteekenden deurwaarder op 4 Febr. 1942 gelegd revindicatoir beslag met verdere vorderingen. [7]

De tekst roept een aantal vragen op: waarom werd van Jozef van Genk vermeld dat hij ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats’ is? Waarom woonde en werkte Maria Heesen in Enschede? En vooral: waar ging dit om?

Maria Heesen overleed in juni 1951 – in Enschede. Jozef van Genk trouwde acht maanden later voor een derde keer, met Leonarda Pennekamp uit Den Haag. Zij was dochter van een smid, weduwe van fabrieksarbeider Hendrik van der Wal en moeder van een zoon die in 1911 twee maanden na de huwelijksvoltrekking werd geboren. Het gaat hier om ‘Henk […], de zoon van Leni, zijn vaders derde vrouw […]. Henk had in de oorlog met zijn fascistische sympathieën niet helemaal aan de goede kant gestaan’. [8] Leonarda Pennekamp overleed in juni 1954. Jozef van Genk hertrouwde dit keer niet en overleed zelf op 3 oktober 1958 in Den Haag.


 

NOTEN

[1] Website Bijmans, geraadpleegd op 14 november 2019. Marijke Bijmans is een kleindochter van Jozef van Genk.

[2] Walda, Koning der stations, pp. 30-31. De chocolaterie figureert eveneens in de eerste grote monografie over Willem van Genk uit 1998, waarbij men zich andermaal baseert op een interview met zus Tiny. Cf. Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 11.

[3] Walda, Koning der stations, pp. 31-32.

[4] Informatie afkomstig van deze website (geraadpleegd op 15 november 2019).

[5] Walda, Koning der stations, p. 35.

[6] Onderdeel van de tentoonstelling Woest is een kaft van een schoolboek van Willem van Genk met genoemde datum en adres. Volgens de website Oozo gaat het om een (boven-) ‘woning uit 1924 […]. Het pand heeft een oppervlakte van 110 m² en heeft 4 kamers waarvan 3 slaapkamers.’ (Geraadpleegd op 16 november 2019.)

[7] Tubantia, 13 februari 1942

[8] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 38. Een bron ontbreekt, maar vermoedelijk is Tiny weer de informant.