Japan

New Japan-SM

New Japan | ca. 1965 | gemengde techniek op papier | 102 x 203,5 cm | Stedelijk Museum, Amsterdam

In 1964 waren tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid twee werken te zien met de titel Tokyo. Catalogusnummer 2, de kleinste van de twee, werd gebruikt voor het affiche van de expositie. Catalogusnummer 7 werd gefotografeerd door Eddy de Jongh en diende als illustratie bij het interview door Bibeb met Willem van Genk voor Vrij Nederland. Beide werken waren in het najaar opnieuw te zien tijdens de Duitse herhaling van de Hilversumse tentoonstelling bij de galerie van Alfred Schmela in Düsseldorf, Van Genk’s Phantastische Wirklichkeit. Schmela wist beide tekeningen te verkopen, voor respectievelijk DM 1.500 en DM 2.500, waarna ze uit zicht verdwenen. Dat er afbeeldingen van de twee werken bekend zijn, is te danken aan respectievelijk het tentoonstellingsaffiche en de foto van Eddy de Jongh. Het affiche is in kleur maar enigszins vaag, de foto is in zwart-wit maar wel meer gedetailleerd. [1]

Affiche Hilversum 001

Affiche voor de tentoonstelling bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum, 1964 (ontwerp: Pieter Brattinga)

In het interview met Bibeb laat Van Genks zwager Peter Persoon de interviewster een reproductie van een van de Tokio-tekeningen zien: ‘De zwager spoedt zich de kamer uit, komt terug met de van de affiche geknipte en ingelijste reproduktie van Van Genks ‘1 Mei in Tokio’. Hij houdt het omhoog: ‘Hoeveel denkt u dat dit waard is. Toch zeker f 200,-?’’ [2] Inderdaad is rechtsonder op de afbeelding een 1 mei-optocht met de bekende rode vlaggen te onderscheiden. Het gaat verder om een tekening van de stad in vogelvluchtperspectief, met nadruk op gebouwen en vervoersmiddelen, en met op de voorgrond enkele half afgesneden personen – een bekend procedé bij Van Genk. De andere Tokyo, eveneens een straatscène, kent een perspectief op ooghoogte en is grotendeels symmetrisch. Op de achtergrond staan twee gebouwen, op de voorgrond ligt een zebrapad over een weg waarop een tram rijdt en waarover personen lopen. Opnieuw is er een optocht met vlaggen afgebeeld, opnieuw ook zijn op de voorgrond enkele afgesneden personen te zien. [3]

Van Genk was in 1964 nog nooit in Japan geweest en zou er ook daarna nooit naartoe gaan. Zijn fascinatie met het land was echter groot. En hoewel iemand die de taal machtig is zou moeten vaststellen of de Japanse karakters op de werken correct zijn, lag het in ieder geval in Van Genks bedoeling om betekenisvolle opschriften aan te brengen op zijn werken. Als hij met Bibeb de tentoonstelling in Hilversum bezoekt: ‘Hij vertaalt spandoeken uit Tokio op de eerste mei. ‘De kinderen van Hiroshima’, praat geërgerd over de zwarte draden en kabels die Tokio ontsieren, omdat ze de bloesems verdringen.’ Ondanks die ergernis leken het toch juist die tegenstellingen te zijn die hem in het land fascineerden: ‘Ook weer terecht is zijn grote Japanboek. Japanse kersebloesem, vogels, enz. worden gesteld tegenover mannen met zwaarden die hoofden afhakken, tanks, martelingen en de atoombom.’ [4]

Via de tentoonstelling in Hilversum kwam Van Genk in contact met Pieter Brattinga, die het op zich had genomen om de kunstenaar internationaal te laten doorbreken. Brattinga stelde onder meer een tentoonstelling in Japan in het vooruitzicht, iets wat Van Genk uiteraard wel zag zitten. ‘Het doet mij plezier U te kunnen mededelen dat ik in onderhandeling ben inzake een tentoonstelling van Uw werken in Duitsland, Japan en de Verenigde Staten’, schrijft Brattinga aan zijn protegé op 9 juni 1964. Vier maanden later lijkt zuster Addy de moed in dat opzicht al bijna te hebben opgegeven: ‘Was het nog de bedoeling om ook in Recklinghausen, New York en Japan voor hem te exposeren?’ [5] Van Genk zelf bleef desalniettemin hoopvol en benadrukte bij voortduring in zijn werken de verbondenheid van Brattinga met Japan, met teksten als PIETER ∙ BRATTINGA & CO ∙ NEW ∙ YORK ∙ TOKYÔ ∙ DJAKARTA.

Genoemde tekst is rechtsonder te vinden op de collage New Japan. Zou dit nog een latere toevoeging kunnen zijn, aan de linkerkant van het werk staat in grote letters BRATTING en (twee keer) BRAGAH – de gangbare datering 1960 is daarmee niet vol te houden. Als zo vaak bij Van Genks collages lijkt een datering rond het midden van de jaren zestig meer op zijn plaats, waarbij oudere tekeningen in die periode tot een nieuw geheel zijn gemaakt. [6] Een aantal afbeeldingen op New Japan vertoont duidelijke gelijkenissen met de twee Hilversumse Tokio-werken, inclusief 1 mei-optochten. De grootste tekening in de collage laat het centrale treinstation van Tokio zien, een bakstenen gebouw uit 1914 dat geïnspireerd zou zijn door station Amsterdam Centraal.

Japanse kunst 1958

Affiche voor de tentoonstelling met Japanse kunst in het Haags Gemeentemuseum, 1958 (ontwerp: W. Stek)

Rechtsboven op New Japan bevindt zich een afbeelding van een boek, wat op zich te beschouwen is als een voorloper van de vele boekomslagen die Van Genk begin jaren zeventig in zijn geschilderde collages opneemt. In dit geval gaat het uiteraard om een boek over Japan, Japan in der Welt. Die japanische Expansion seit 1854 (1936) van de Oostenrijkse journalist Anton Zischka – zijn naam wordt iets naar links eveneens vermeld. Naast boeken geeft Van Genk op New Japan, rechts van de tekening met het treinstation in Tokio, nog een andere bron over Japan: JAPANSCHE KUNST IN HAAGS GEMEENTEMUSEUM. Van 23 september tot 8 november 1958 was in het Gemeentemuseum in Den Haag een grote tentoonstelling met schilder- en beeldhouwkunst uit Japan te zien, die Van Genk ongetwijfeld zal hebben bezocht. Het ging om een uiterst prestigieuze, reizende tentoonstelling: eerdere locaties waren het Musée Nationale d’Art Moderne in Parijs en het Victoria and Albert Museum in Londen, na Den Haag zou de expositie alleen nog doorreizen naar Rome.

De geëxposeerde, veelal tamelijk verstilde werken in het Gemeentemuseum leken in niets op de tekeningen van het drukke stadsleven die Van Genk in New Japan zou gebruiken. [7] Desalniettemin was de tentoonstelling op zich een teken dat er, dertien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, weer veel belangstelling bleek te bestaan voor Japan in het algemeen. Onduidelijk is waar en wanneer deze belangstelling specifiek bij Van Genk haar oorsprong vond, want er zijn eigenlijk geen vroege tekeningen van het Aziatische land bekend. Rond het midden van de jaren zestig had hij echter genoeg materiaal om New Japan te maken.

(wordt vervolgd)


 

NOTEN

[1] De tekening van Van Genk die voor het affiche werd gebruikt, is ook te zien op een andere foto van Eddy de Jongh (geraadpleegd op 15 juli 2020).

[2] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 114.

[3] De foto van Eddy de Jongh is hier te zien (geraadpleegd op 15 juli 2020).

[4] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, pp. 122-123.

[5] Brief van Addy Persoon-van Genk aan Pieter Brattinga, 5 oktober 1964 (archief Pieter Brattinga, Wim Crouwel Instituut).

[6] De datering 1960 wordt onder meer aangehouden in Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 136; Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 58; Looijen e.a., Woest, p. 118. Ook het Stedelijk Museum gaat in haar documentatie uit van deze datering.

[7] Een indruk van de werken die te zien waren in het Haags Gemeentemuseum biedt de catalogus Japanse kunst (‘s-Gravenhage 1958).

Nieuwe Realisten

Moskou (Rijksmuseum) (800x629)

Moskou | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 119,5 x 151,5 cm | Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed/Rijksmuseum, Amsterdam | foto: Clemens Boon, Amsterdam

Van 24 juni tot 30 augustus 1964 was in het Haags Gemeentemuseum de tentoonstelling Nieuwe Realisten te zien. De organisatoren hadden naar eigen zeggen geprobeerd om een tegenwicht te bieden aan de abstracte schilderkunst die ‘haar glorierijk hoogtepunt had bereikt’. [1] De lijst met deelnemende kunstenaars was duizelingwekkend en bevatte klinkende namen als Francis Bacon, Jean Dubuffet, Jasper Johns, Yves Klein, Roy Lichtenstein, Robert Rauschenberg, Jean Tinguely en Andy Warhol. Ook Van Genk mocht, dankzij bemiddeling van Joop Beljon, acte de présence geven. Dat hij met de tentoonstelling in Hilversum was doorgebroken was te veel gezegd, maar geheel onbekend was hij zeker niet meer.

Van Genk werd ondergebracht in de categorie ‘Traditioneel realisme’, samen met onder meer Krsto Hegedušić en Co Westerik. Binnen die categorie vertegenwoordigde hij ‘de naïeven en Zondagschilders’. [2] Het enige werk dat van hem werd getoond was één van de drie grote Moskou-tekeningen die in Hilversum te zien waren geweest. Een afbeelding ervan stond in de tentoonstellingscatalogus, samen met informatie over de kunstenaar plus een foto door Eddy de Jongh. De foto was eerder verschenen bij het interview met Bibeb en was een uitsnede van een grotere foto, genomen op de tentoonstelling in Hilversum. [3] De minimale informatie over Van Genk was overgenomen uit de Hilversumse catalogus.

Knipsel

Formulier van het Haags Gemeentemuseum t.b.v. Nieuwe Realisten (detail)

Het Haags Gemeentearchief bevat een aantal bevat een aantal stukken die betrekking hebben op Nieuwe Realisten. Op een ervan is te zien dat Van Genk ten tijde van de tentoonstelling werd vertegenwoordigd door Pieter Brattinga, dat de door Brattinga opgegeven maten van het werk niet overeenkomen met de maten in latere catalogi, [4] dat het werk voor fl. 10.000 was verzekerd en dat het voor diezelfde prijs te koop was. De Rijksdienst voor Beeldende Kunst kocht het werk in 1989 via galerie Hamer voor fl. 12.000. [5] Het Rijksmuseum in Amsterdam kreeg in 2017 het beheer over het werk en toont het (vanwege de gevoeligheid voor licht slechts enkele maanden per jaar) in de vaste opstelling Twintigste Eeuw.

Knipsel

V.l.n.r. logo Nieuwe Realisten – foto Willem van Genk (catalogus Nieuwe Realisten) – detail Arthur Hailey Airport 2 (ca. 1968)

Enkele jaren na Nieuwe Realisten schilderde Van Genk Arthur Hailey Airport 2[6] Op dit werk is een tondo aangebracht dat het logo van de Haagse tentoonstelling en de foto van Eddy de Jongh uit de catalogus combineert.


NOTEN

[1]“Het plan voor de tentoonstelling”, in: Wim Beeren (red.), Nieuwe Realisten, tent. cat. Den Haag (Haags Gemeentemuseum), Den Haag 1964, p. 7.

[2] “Traditioneel realisme”, in: idem, p. 7.

[3] De foto is hier te zien.

[4] De catalogus bij de tentoonstelling Een getekende wereld (1998) geeft als maten 119,5 x 151,5 cm maar beeldt het werk – Moskou (Kievstation) – in spiegelbeeld af (Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p. 95). De catalogus bij de tentoonstelling Woest toont het werk onder de naam Kiev Station Moskou maar geeft als maten 69 x 184 cm. Hoogstwaarschijnlijk gaat het hierbij om een redactiefout, aangezien als techniek ook wordt vermeld ‘balpen op papier’. Cf. Hans Looijen e.a., Woest. Willem van Genk 1927-2005, tent. cat. Amsterdam (Outsider Art Museum), Tielt/Amsterdam 2019, pp. 116-117.

[5] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 63.

[6] In de catalogus bij de tentoonstelling Woest wordt het werk ‘ca. 1965’ gedateerd. De roman Airport van Arthur Hailey, waarvan zowel de oorspronkelijke als de vertaalde titel prominent op het werk voorkomen, verscheen echter pas in 1968, zoals Ans van Berkum op de volgende pagina’s ook schrijft. Cf. Looijen e.a., Woest, pp. 44-46.

Leningrad

Leningrad II

Leningrad | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 72 x 91 cm | coll. Galerie Hamer, Amsterdam | foto: Clemens Boon, Amsterdam

Tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 waren 27 werken van Willem van Genk te zien. De kleine tentoonstellingscatalogus werd voor het grootste deel gevuld met een tekst van Joop Beljon – ‘het wilde geschrijf van Beljon’, om met Bibeb te spreken. [1] Pas op de laatste pagina staat een lijst met de geëxposeerde werken. Steeds gaat het om de naam van een stad, met daarbij de afmetingen van het werk in kwestie in zowel centimeters als inches. Negen van de 27 werken dragen de naam Mockba, vijf heten Amsterdam. Elk twee keer komen voor Tokyo, Köln en Leipzig, elk één keer Paris, Frankfurt am Main, Antwerpen, Berlin, Arnhem, Den Haag en Wien.

Ondanks deze schaarse informatie is het mogelijk om de meeste van de Hilversumse werken thuis te brengen. Daarbij dient de informatie uit de catalogus te worden gecombineerd met enkele foto’s die van de expositie zijn gemaakt, de beelden uit Brandpunt en het filmpje van Har Oudejans, teksten over de tentoonstelling, latere afbeeldingen en zo nog het een en ander. Dan blijkt onder meer dat de samensteller van de catalogus – Pieter Brattinga – niet altijd even zorgvuldig is geweest. De gegevens over het eerste werk tonen meteen al enkele zwakke plekken:

1    Mockba  . . . . . .  80 x 64 cm | 31½” x 25¼”

De spelling ‘Mockba’ was een poging om het Cyrillische МОСКВА = Moskou weer te geven. Een foto van Eddy de Jongh, kennelijk gemaakt tijdens het bezoek dat Van Genk met Bibeb bracht aan de tentoonstelling, laat de eerste vier werken uit de catalogus zien. [2] Nummer 1 is duidelijk het hierboven afgebeelde werk, dat echter niet Moskou maar Leningrad voorstelt. Ook de maten kloppen niet: de tekening meet in werkelijkheid 72 x 91 cm.

Een fraaie reproductie van het werk is te zien in het boek Nederlandse naïeve kunst uit 1979. [3] Het boek was gekoppeld aan een tentoonstelling in Slot Zeist bij Utrecht met werk van veertien kunstenaars wier werk als (enigszins) naïef kon worden beschouwd. Een jaar eerder had Nico van der Endt de tekening al verkocht aan een Amsterdamse kunstverzamelaar voor fl. 4.0000 tijdens de tentoonstelling Winterexpositie van naïeven uit binnen- en buitenland[4] Van der Endt zou het werk later weer terugkopen.

Leningrad I (800x603)

Leningrad | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 60 x 80 cm | coll. De Ruuk, Amsterdam | foto: Galerie Hamer, Amsterdam

En er was in Hilversum nog een tweede stadsgezicht van Leningrad te zien. Catalogusnummer 25, opnieuw aangeduid als Mockba, stelt eveneens Leningrad voor. De laatste tien werken in de catalogus zijn moeilijker te identificeren, omdat er geen foto’s of filmbeelden van zijn. De tentoonstellingsruimte omvatte waarschijnlijk drie muren met werk, van de derde muur zijn geen opnames bekend. Juist bij nummer 25 komt de catalogus echter te hulp, door bij wijze van uitzondering een afbeelding af te drukken. Nico van der Endt verkocht de tekening in 1985 aan een Amsterdamse verzamelaar voor fl. 4.500. [5]

Knipsel

Still uit Ver van huis (1997) – de heer De Ruuk toont zijn Leningrad

Beide stadsgezichten van Leningrad zijn te zien tijdens de lopende tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum, zij het niet naast elkaar. Wel naast elkaar staan ze in de catalogus, maar daar is nummer 1 uit Hilversum helaas in spiegelbeeld afgedrukt. Na Amsterdam reist de tentoonstelling door naar Lausanne en … Sint-Petersburg, het voormalige Leningrad. De twee stadsgezichten zullen daar vermoedelijk extra aandacht krijgen, dus misschien kan de indeling van de tentoonstelling daarop worden aangepast.


 

NOTEN

[1] Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier”, p. 115.

[2] ‘Twee dagen later. Wim van Genk en ik in de restauratiewagen van de trein, naar Utrecht. We zijn op weg naar Van Genks tentoonstelling in Hilversum.’ (Ibidem, p. 121) De foto is hier te zien (geraadpleegd op 9 november 2019); de vrouw rechts is Bibeb. Het kostte overigens enige moeite om de foto’s van Eddy de Jongh, waarvan bekend was dat ze bestonden, op te diepen uit de collectie van het Nederlands Fotomuseum: de naam van de kunstenaar ontbreekt, de foto’s zijn gelabeld ‘schilder den haag’. (Met dank aan Jos ten Berge.)

[3] Joop Bromet en Nico van der Endt, Nederlandse naïeve kunst, Venlo 1979. Leningrad is afgebeeld op p. 33. Een beschouwing over Van Genk is te lezen op pp. 34-38.

[4] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 41.

[5] Ibidem, p. 51. De tekening was daarna te zien tijdens verschillende tentoonstellingen, onder andere Vijf x vijf in Rhoon (december 1989 / januari 1990).