Aanzet tot een catalogue raisonné (8)

Dit is het achtste deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk.

Collage ’78 | 1978 | gemengde techniek op hardboard | 92 x 105,5 | Collection de l’Art Brut, Lausanne

WVG-0096

Een getekende wereld (1998), p. 119
Zelfportret-zwakzinnigennazorg | 1978 | mixed media on board | 94,5 x 105 cm | De Stadshof Zwolle, inv. nr. SH 190

Woest (2019), p. 26
Zelfportret Zwakzinnigennazorg | 1978 | gemengde techniek op hardboard | 94,5 x 105 cm | Stichting Collectie De Stadshof

Galerie Hamer verkocht het werk in 1989 voor fl. 15.000 aan een particuliere verzamelaar, die het in 1990 aan de Stichting Museum voor Naïeve Kunst schonk.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 48

Zie hier, hier en hier voor meer informatie over dit werk


WVG-0097

Een getekende wereld (1998), p. 119
Collage ’78 | 1978 | mixed media on board | 92 x 105,5 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 2654

Woest (2019), p. 104
Collage ’78 | 1978 | gemengde techniek op hardboard | 92 x 105,5 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 78.


WVG-0098

Een getekende wereld (1998), p. 119
Orkest van Coburg | 1980 | mixed media on paper | 81,5 x 118 cm | Instituut Collectie Nederland, inv. nr. K 89407

Woest (2019), p. 132
Orkest van Coburg | 1980 | gemengde techniek op papier | 93 x 130 cm | Collectie Dolhuys, Haarlem

Galerie Hamer verkocht het werk in 1989 aan de De Rijksdienst Beeldende Kunst voor fl. 16.500.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 50-51.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0099

Een getekende wereld (1998), p. 115
Vallei de los Caidos | 1986 | oil on board | 64 x 119 cm | artist

Vallei de los Caidos maakte uiteindelijk deel uit van het negental schilderijen dat Nico van der Endt in 1998 verkocht aan De Stadshof voor fl. 225.000. Het stond aanvankelijk niet genoemd in de subsidieaanvraag. [i] Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, p. 125.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0100

Een getekende wereld (1998), p. 115
Kapsalon | 1988 | oil on board | 61 x 120 cm | Collection de l’Art Brut Lausanne, inv. nr. 9748

Woest (2019), p. 148
Kapsalon | 1988 | olieverf op hardboard | 61,5 x 102,5 cm | Collection de l’Art Brut, Lausanne

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 68-69.


WVG-0101

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zonder titel | ca 1990 | mixed media on paper | 40 x 60 cm | artist

Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 40-41.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0102

Een getekende wereld (1998), p. 115
Station Brussel | 1994 | ballpoint on paper | 61,5 x 120,5 cm | Museum Charlotte Zander Schloβ Bönnigheim, inv. nr. Genk 2

Woest (2019), p. 60
Station Brussel Zuid | 1994 | bewerkte kopie van balpentekening | 61,5 x 120,5 cm | Sammlung Zander, Bönnigheim

Een identiek exemplaar van dit werk bevindt zich in de collectie van een particuliere verzamelaar in Den Haag. In dezelfde collectie bevindt zich ook een aantal al dan niet voltooide versies van dit werk, waarvan er enkele te zien waren tijdens Woest en waarvan er twee zijn afgedrukt in de publicatie (Woest, pp. 60 [onder] en 63).

Afbeelding: Woest, p. 60.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0103

Een getekende wereld (1998), p. 115
Zagreb | 1995 | ballpoint on paper | 86 x 138,5 cm | De Stadshof Zwolle, inv. nr. 6080

Galerie Hamer verkocht het werk in 1996 aan De Stadshof voor fl. 14.000. [ii] Het was niet te zien tijdens Woest. Bij Museum Dr. Guislain in Gent bevindt zich een versie waarbij de sinaasappelnetjes die op het werk zijn aangebracht, gekopieerd zijn.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 54-55.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0104

Een getekende wereld (1998), p. 115
Laatste stoomtrein over de Maas | 1996 | ballpoint on paper | 50 x 60 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om een werk dat is ontstaan uit de afbeelding links in de bovenste strook van Zagreb (WVG-0103). Bij Museum Dr. Guislain in Gent bevinden zich meerdere uitvergrote kopieën (sommige licht bewerkt) van deze tekening.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0105

Een getekende wereld (1998), p. 115
Orkest van Coburg in Zagreb | 1995 | ballpoint on paper | 41 x 210 cm | artist

Het betreft hier een bewerkte uitvergroting van de onderste strook van Zagreb (WVG-0103). Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Afbeelding: foto’s tentoonstelling Woest.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0106

Een getekende wereld (1998), p. 115
Busstation Arnhem | 1996 | ballpoint on paper | 68 x 146 cm | artist

Het betreft hier een bewerkte uitvergroting van de afbeelding in het midden van de bovenste strook van Zagreb (WVG-0103). Bij Museum Dr. Guislain in Gent bevindt zich een versie waarbij enkele kleurenkopieën niet helemaal op elkaar aansluiten. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie. 

Zie hier voor meer informatie over dit werk en een afbeelding.


WVG-0107

Een getekende wereld (1998), p. 115
Station | 1996 | ballpoint on paper | 15 x 70 cm | artist

Onbekend is welk werk hier wordt aangeduid. Mogelijk gaat het om een werk dat is ontstaan uit de afbeelding rechts in de bovenste strook van Zagreb (WVG-0103).

Woest, 3 oktober 2019. Links WVG-0098, rechts WVG-0105 (boven) en WVG-0106 (onder)

Van 19 september 2019 tot 3 januari 2021 was in het Outsider Art Museum (tegenwoordig: Museum van de Geest) in de Hermitage in Amsterdam de tentoonstelling Woest te zien. Het was na 1976 (Boxtel) en 1998 (Zwolle) de derde grote overzichtstentoonstelling van het werk van Willem van Genk. De publicatie bij de tentoonstelling toonde een groot aantal van de geëxposeerde werken, zij het niet alle. In de uitgave Woest zijn vijf tweedimensionale werken beschreven die in Een getekende wereld nog niet werden genoemd. [iii]


WVG-0108

Woest (2019), p. 57
Wissenschaft und Menscheid | datum onbekend | olieverf op hardboard | 63 x 30,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Het lijkt hier te gaan om een werk uit de periode 1975-1985.

Afbeelding: Woest, p. 56.


WVG-0109

Woest (2019), p. 64
Zonder titel | datum onbekend | tekening op papier | 27,5 x 41 cm | Collectie Irene Zalme, Den Haag

Afgebeeld is het gebouw van de Vlaamse Opera aan de Frankrijklei in Antwerpen, met op de straat ervoor enkele trams en een 1 mei-optocht.

Afbeelding: Woest, pp. 64-65.


WVG-0110

Woest (2019), p. 83
Bomenlaan | datum onbekend | olieverf op papier | 67 x 62 cm | Collectie Irene Zalme, Den Haag

Rechts op de afbeelding is een bordje te zien met de tekst Dieren Gelderse toren; in de verte rijdt een bus.

Afbeelding: Woest, p. 83.


WVG-0111

Woest (2019), p. 130
Drieluik Amsterdam | datum onbekend | gemengde techniek op papier | 39 x 194,5 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, pp. 130-131.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0112

Woest (2019), p. 154
Pink Pronkjewail | 1985 | olieverf op hardboard | 40 x 100 cm | Stichting Willem van Genk, Almere

Afbeelding: Woest, p. 154-155.


NOTEN

[i] E-mail van Frans Smolders aan Jack van der Weide, 6 april 2021.

[ii] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.

[iii] Over de werken die wel te zien waren tijdens de tentoonstelling maar niet in de publicatie werden opgenomen, kom ik later nog te spreken.

Aanzet tot een catalogue raisonné (2)

Dit is het tweede deel van een tekst over een aanzet tot een catalogue raisonné van het oeuvre van Willem van Genk via de getoonde werken tijdens de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid in 1964 bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum. Het eerste deel is hier te vinden.

Frankfurt | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | 81 x 160 cm | Sammlung Zander, Bönnigheim


WVG-0006

6 Tokyo . . . . . . . . 77 x 44 cm | 30 ½” x 17 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Tokio bij dag | ca 1960 | pencil on paper | 44 x 77 | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween.

Afbeelding: illustratie bij Bibeb, “Ik ben een stuk grijs pakpapier” (Vrij Nederland, 4 april 1964).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0007

7 Amsterdam . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976), p. 12 (boven)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram NZTM | ca 1959 | pencil on paper | 27,5 x 40 cm | private collection

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 2015 aan een verzamelaar in Zwitserland. De tekening was te zien tijdens Woest (met als bijschrift ‘Laatste tram in Raadhuisstraat Amsterdam ca. 1959’) maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: foto’s tentoonstelling Woest (niet in catalogus).

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0008

8 Frankfurt am Main . . . . . . . . 164 x 81 cm | 64 ½” x 31 ¾”

Willem van Genk (1976), p. 13
Frankfurt | Tekening | 160 x 81

Een getekende wereld (1998), p. 107
Frankfurt | ca 1955 | mixed media on paper | 81 x 160 cm | Museum Charlotte Zander Schloβ Bönnigheim, inv. nr. Genk 1

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1994 verkocht Galerie Hamer het voor DM 30.000 aan Charlotte Zander. [i] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Een getekende wereld, pp. 20-21.


WVG-0009

9 Köln . . . . . . . . 80 x 72 cm | 31 ½” x 28 ¼”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Dom van Keulen | ca 1960 | pencil on paper | 80 x 72 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.000, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Dom mit Rheinbrücke)”.

Afbeelding: catalogus Van Genk’s fantastische werkelijkheid, p. 13.

Zie hier en hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0010

10 Leipzig . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 14
Leipzig | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leipzig | ca 1955 | pencil on paper | 49,5 x 64,5 cm | Croatian Museum of Naive Art Zagreb, inv. nr. 1125

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. In 1991 schonk Galerie Hamer het aan het Kroatisch Museum voor Naïeve Kunst in Zagreb. [ii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: zie hieronder.

Leipzig | ca. 1960 | gemengde techniek op papier | 49,5 x 64,5 cm | Croatian Museum of Naive Art, Zagreb


WVG-0011

11 Leipzig . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 16
Berlijn | Tekening | 65 x 53

Een getekende wereld (1998), p. 107
Leipzig | ca 1955 | mixed media on paper | 49,5 x 64,5 cm | Arnulf Rainer Wenen

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Galerie Hamer verkocht het in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. [iii] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 18.


WVG-012

12 Mockba . . . . . . . . 142 x 114 cm | 56” x 45”

Willem van Genk (1976), p. 16
Moskou | Tekening | 143 x 114

Een getekende wereld (1998), p. 107
Moskou (Kievstation) | 1958 | mixed media on paper | 119,5 x 151,5 cm | Instituut Collectie Nederland, inv. nr. K 89320

Woest (2019), p. 116
Kiev Station Moskou | ca. 1960 | balpen op papier | 69 x 184 cm | Bruikleen van het Rijksmuseum. Rijksmuseum. Overdracht van beheer van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973.

Afbeelding: Woest, pp. 116-117.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0013

13 Antwerpen . . . . . . . . 100 x 70 cm | 39 ½” x 27 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 107
Antwerpen Place de la Gare | ca 1958 | mixed media on paper | 100 x 70 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 3.500, waarna het uit zicht verdween.

Afbeelding: foto bij de brief van Edy de Wilde aan Jean Dubuffet, 1 september 1966 (archieven van La Collection de l’Art Brut, Lausanne). Afgebeeld is het Koningin Astridplein in Antwerpen, dat tot 1935 het Place de la Gare/Statieplein heette.


WVG-0014

14 Amsterdam . . . . . . . . 51 x 67 cm | 20 ½” x 26 ½”

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam Stationsplein | ca 1959 | pencil on paper | 51 x 67 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween. Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen en verkocht haar aan een particuliere verzamelaar. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: zie hieronder.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

Amsterdam | ca. 1955 | gemengde techniek op papier | ca. 67 x 51 cm | privé-collectie | Foto: Nico van der Endt


WVG-0015

15 Berlin . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Willem van Genk (1976), p. 14
Berlijn | Tekening | 65 x 50

Een getekende wereld (1998), p. 107
Berlijn | 1958 | pencil on paper | 50 x 65 cm | Artist

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Na het overlijden van Van Genk in 2005 bleef het in bezit van Stichting Willem van Genk. Het werk was te zien tijdens Woest maar ontbrak in de publicatie.

Afbeelding: Museum Dr. Guislain/Stichting Willem van Genk, Willem van Genk bouwt zijn universum, pp. 110-111.


WVG-0016

16 Mockba . . . . . . . . 175 x 113 cm | 69” x 44 ½”

Woest (2019), p. 96
Panorama Moskou | voor 1964 | gemengde techniek op papier | 98 x 174,5 cm | Collectie Antoine de Galbert, Parijs

Het werk komt niet voor op de lijst Brattinga 1964, noch in de brieven van Alfred Schmela aan Brattinga uit 1964. Op een andere, ongedateerde lijst van Brattinga tekent hij bij dit werk aan: “vermist”. Het werk komt wel voor op een verzekeringspolis met werken van Van Genk die zich in de Amsterdamse woning van Brattinga bevinden, gedateerd 3 februari 1965. Op 3 mei 1973 bericht Brattinga aan zijn advocaat F.W. Grosheide dat dit werk “enkele weken geleden verkocht is […] voor een bedrag van fl. 5.000,-.” Nico van der Endt wist de tekening in 2002 op te sporen bij een verzamelaar in Duitsland.

Afbeelding: Woest, pp. 96-97.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0017

17 Mockba . . . . . . . . 65 x 53 cm | 25 ½” x 21”

Een getekende wereld (1998), p. 109
Kiev station Moskou | ca 1960 | mixed media on paper | 65 x 53 cm | unknown sold in 1964

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht voor DM 2.500, waarna het uit zicht verdween. In twee brieven aan Pieter Brattinga specifieert Alfred Schmela het werk met de toevoeging “(Bahnhof mit Lokomotiven)”.

Afbeelding: uitnodiging Van Genk’s phantastische Wirklichkeit.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0018

18 Mockba . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ¼”

Een getekende wereld (1998), p. 115
Tank | ca 1970 | pencil on paper | 40 x 30 cm | Arnulf Rainer Wenen

Volgens de lijst Brattinga 1964 werd het werk in eerste instantie via Galerie Schmela in Düsseldorf verkocht, voor DM 2.500. Alfred Schmela bericht hierover in een brief aan Brattinga, waar hij het werk aanduidt als “Russischer Panzer”. De koper ruilde het werk vervolgens om voor WVG-0014. Het was te zien tijdens de dubbeltentoonstelling met Afrikaanse kunst bij galerie De Ark in 1973-1974, maar ontbrak in de catalogus van De Ark uit 1976. Galerie Hamer verkocht het werk in 1997 aan kunstenaar Arnulf Rainer uit Oostenrijk. [iv] Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: uitnodiging Van Genk’s phantastische Wirklichkeit.

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0019

19 Arnhem . . . . . . . . 68 x 45 cm | 26 ¾” x 17 ¾”

Willem van Genk (1976)p. 15
Arnhem | Tekening | 60 x 45

Een getekende wereld (1998), p. 107
Arnhem | ca 1955 | mixed media on paper | 91,5 x 167 cm | artist?

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973. Na vele omzwervingen belandde de (bijgeknipte) tekening in 2019 bij een particuliere verzamelaar, via Galerie Hamer. Het werk was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: catalogus Willem van Genk, p. 15 (origineel); Walda, Koning der stations (2e druk), pp. 98-99 (bijgeknipt)

Zie hier voor meer informatie over dit werk.


WVG-0020

20 Den Haag . . . . . . . . 40 x 31 cm | 15 ¾” x 12 ½”

Willem van Genk (1976)p. 12 (onder)
Amsterdam | Tekening | 40 x 31

Een getekende wereld (1998), p. 107
Amsterdam laatste blauwe tram | ca 1959 | pencil on paper | 30 x 40 cm | artist

Het werk komt voor op de lijst Brattinga 1973 en is in bezit van Galerie Hamer. Het was niet te zien tijdens Woest.

Afbeelding: achterzijde folder Galerie Hamer bij willem van genk, een “museale” tentoonstelling. Bijschrift: ‘rozengracht amsterdam (laatste rit blauwe tram), ca 1957, mixed media on paper, 27,5 x 39,2 cm, part. coll. nederland (foto kees maaswinkel)’

Zie hier voor meer informatie over dit werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[i] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, pp. 69 en 93.

[ii] Ibid., p. 67.

[iii] Ibid., p. 109.

[iv] Ibid.

Madeleintje

Engelenburcht | ca. 1965 | olieverf op board | 60 x 61,5 cm | Stichting Willem van Genk, Haarlem | foto: Museum van de geest

“Wim had twee liefdes, maar het is helaas nooit wat geworden.” Aldus Tiny van den Heuvel-van Genk in 1997 tegen Dick Walda, als ze het heeft over de jonge jaren van haar broer. “De een was Madeleintje Storio, een beeldschoon meisje, heel talentvol. Speelde prachtig viool. Jarenlang heeft Wim naar haar gekeken, want de foto hing boven zijn bed. Hij kon Madeleintje zien vanaf zijn kussen. Ze vertrok naar Parijs en wat bleef was het verlangen van Wim naar dat meisje. En dan was er nog dat buurmeisje, een Indische. Die woonde beneden Wim en daar was hij in het geheim ook verliefd op. Zij is naar Den Briel verhuisd, hij hoopt haar nog eens te zien. Vandaar dat hij af en toe van zichzelf naar Den Briel moet.” [1] Het Indische buurmeisje wordt een jaar later niet genoemd in Een getekende wereld, Madeleintje wel:

[…] zegt Tiny van den Heuvel. “De vader van het meisje op wie hij verliefd was, Madeleintje Storio, heeft eens tegen mij gezegd, ‘hij is goochemer dan jullie met z’n allen bij elkaar!’ In dat gezin was aandacht voor muziek en architectuur. Daar trok Willem zich aan op. Daar voelde hij aansluiting. Op een gegeven moment zijn ze naar Parijs verhuisd en is Willem hen uit het oog verloren. Een foto van Madeleintje , een begaafd violiste, heeft hij op de dag van vandaag  in zijn slaapkamer staan. Hij verloor zijn droom, maar niet zijn adoratie. De wereld van die mensen had iets met de zijne te maken.” [2]

In een voetnoot bij dit citaat wordt toegevoegd: “Volgens Tiny van den Heuvel-van Genk was deze familie in de verte verwant aan de Van Genks en aan de familie Andriessen, waaruit enkele componisten zijn voorgekomen.”

Wie was Madeleintje Storio? Via internet leek ze niet te vinden – mogelijk was ze getrouwd en had ze een andere achternaam gekregen. De achternaam ‘Storio’ leverde in het gemeentearchief van Den Haag geen treffers op. Violistes met de voornaam ‘Madeleine’ kwamen wel voor op internet: er was een Madeleine Massart, geboren in 1929, en een Madeleine Vautier uit Marseille die in de jaren vijftig een aantal recitals in Nederland gaf. Geen van beiden leek echter een band met Den Haag te hebben, laat staan met de familie Van Genk of – een vermelding in een krantenartikel had voor de hand gelegen – met de familie Andriessen. Op Brooklyn Bridge (ca. 1970) is wel de Hongaarse violiste Johanna Marzy afgebeeld, haar naam wordt expliciet vermeld.

In Een getekende wereld beschrijft Ans van Berkum bij een bezoek aan de woning van Willem van Genk het werk Engelenburcht (“Van Genk heeft dit werk altijd bewaard op de plank boven zijn opklapbed”), waarbij ze onder meer het meisje met het ijsje rechtsonder op de afbeelding noemt: “We zullen haar nog vaker aantreffen. Ze zal zelfs uitgroeien tot een soort herkenningsmelodie. Zullen we ooit weten waar ze werkelijk vandaan komt?” [3] Van Berkum beseft niet hoe warm ze is: inderdaad is op Engelenburcht een aanwijzing te vinden over de identiteit van een meisje dat veel voor Van Genk heeft betekent, alleen bevindt die aanwijzing zich in een andere hoek van het werk.

Linksonder op Engelenburcht is een schilder afgebeeld die op de lage kade langs de Tiber een Japanse dame portretteert. Naast de schilder staat een man met een blauw jasje die naar de kunstenaar gebaart en gekke bekken lijkt te trekken. GEORGES LAMPE staat op de pijpen van zijn broek geschreven. Georg Lampe (1921-1982) was een schilder en graficus uit Den Haag die was opgeleid aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Lampe was van 1964 tot 1982 directeur van de Vrije Academie, een meer progressieve kunstopleiding in dezelfde stad – Jan Cremer, die begin 1958 was begonnen aan de Koninklijke Academie, zou al na enkele maanden verhuizen naar de Vrije Academie, waar hij zich beter thuis voelde. Lampe was getrouwd met interviewster Bibeb, die Van Genk in 1964 interviewde voor Vrij Nederland. In 1967 kreeg Van Genk uit handen van Lampe de prijs uitgereikt voor beste amateurschilder van Zuid-Holland in de teken- en schilderwedstrijd van Co-op Nederland.

Detail Engelenburcht (foto: Jan Vellekoop)

Ook de schilder op Engelenburcht heeft een aantal teksten om zich heen. Blijkens opschriften op zijn schoudertas en ezel werkt hij met v. GOGH VERF en REMBRANDT PRODUKT, terwijl op de poten van de ezel ook de aanduiding BRAGAH STUDIO te lezen is – een indicatie dat dit werk dus ná de kennismaking met Pieter Brattinga is geschilderd, aangezien het niet om een latere toevoeging lijkt te gaan. Het belangrijkste opschrift is echter te vinden op de schilderkist aan de voet van de ezel: ATELIER STORDIAU 105 2 RIEMERSTR den HAAG HOLLANDE  ANVERS. De schilder is daarmee te identificeren als (afkomstig uit het atelier van) de Haagse portrettist Pierre Stordiau, die in de verte geparenteerd was aan Willem van Genk en een dochter had genaamd Madeleine.

Petrus Josephus Maria Stordiau werd op 12 november 1887 geboren in Antwerpen en kwam in de jaren tien van de vorige eeuw naar Den Haag, waar hij bleef wonen en op 20 december 1969 overleed. Stordiau woonde in Den Haag aan de 2e De Riemerstraat 105. Op een website over dit “oudste woonerf van Den Haag”:

Tot 1923 bestond er slechts één De Riemerstraat, vernoemd naar de Haagse geschiedschrijver mr. Jacob de Riemer (1676-1762). Door de aanleg van de Vondelstraat, die de bereikbaarheid van het centrum moest vergroten, werd de straat verdeeld in een 1e en 2e De Riemerstraat. […] In de 2e De Riemerstraat ligt een hofje verscholen. In 1913 vestigde de kunstschilder Pierre Stordiau zich in het hofje. Deze baarde opzien in de buurt door altijd gekleed te gaan in een zwarte overjas, zwarte flambard met pellerini (een korte cape) waaronder donker haar tot op de schouders. Erbij een zwarte lavalière (gestrikte das met breed uitlopende einden) en een ebbenhouten wandelstok met zilveren knop. Ook zijn vrouw ging steeds in het zwart gekleed. Zij droeg een zogenoemd polkakapsel met zwarte baret. [4]

De ouders van Pierre Stordiau waren Hieronymus Eduardus Maria (Jérôme) Stordiau (1858-1911), een diamantair uit Antwerpen, en Cornelia Elisabeth van der Ouderaa (1857-1926) uit Bergen op Zoom. Ze hadden tien kinderen. Cornelia van der Ouderaa was een halfzuster van Alphonsus Franciscus Johannes van der Ouderaa, wiens zoon Kees getrouwd was met een zuster van de moeder van Willem van Genk: de tante uit Bergen op Zoom bij wie Van Genk na het overlijden van zijn moeder korte tijd woonde. Pierre Stordiau volgde een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar hij een leerling was van Pierre Jean (eigenlijk: Petrus Johannes) van der Ouderaa, een neef van zijn moeder.

Pierre Stordiau, ca. 1940 (foto: Haags gemeentearchief)

Pierre Stordiau trouwde in 1919 met Anna Helena Wilhelmina Gorter (1895-1964) uit Sneek. Ze kregen vier kinderen, die allen met hun tweede en derde voornaam naar hun ouders werden vernoemd: Jérôme Pierre Anne (1924), Madeleine Pierre Anne (1928), Grégoire Pierre Anne (1929) en Guido Pierre Anne (1935). Guido Stordiau werd slagwerker bij het Haagse residentieorkest en trouwde met de sopraan Germaine de Gruyl, die daarna door het leven ging (en bekend werd) als Germaine Stordiau.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Walda, Koning der stations, p. 38.

[2] Van Berkum e.a., Een getekende wereld, p 12.

[3] Ibid., p. 26.

[4] “Het oudst woonerf van Den Haag”. Volgens een gezinskaart in het Haags gemeentearchief vestigde Stordiau zich pas in 1919 op dit adres.

Schwebebahn

062 Schwebebahn M

Schwebebahn Wuppertal | ca. 1965 | olieverf op hardboard | 61 x 61 cm | Collectie Vellekoop, Vlaardingen | foto: Museum van de Geest, Haarlem

Sommige werken van Willem van Genk worden vaker afgebeeld dan andere. Factoren daarvoor zijn met name voorstelling en beschikbaarheid. Zelfportret in de Ark sierde in 1997 het omslag van Koning der stations van Dick Walda, vooral vanwege de weergave van het gezicht van de kunstenaar. Het werk is momenteel echter in bezit van het Museum of Everything van James Brett, waardoor het in Nederland minder vaak te zien is. Zelfportret – Zwakzinnigennazorg werd in 2010 gebruikt voor het omslag van Willem van Genk bouwt zijn universum en is in bezit van Stichting Collectie de Stadshof. Beide grote zelfportretten maakten deel uit van de tentoonstelling Woest maar behoorden tot de eerste werken die door de respectieve eigenaars weer werden teruggehaald. Van Stichting Collectie de Stadshof zijn ook World Aircraft II – Cubana Airways (Cubaanse luchthaven), Great Railroads of the World en Het project Asberry – Havanna (Project Asbery II), eveneens relatief populaire en daardoor vaker afgebeelde werken.

Schwebebahn Wuppertal is in particulier Nederlands bezit en wordt net als bijvoorbeeld Station Berlin Ost (idem) regelmatig ter beschikking gesteld voor tentoonstellingen. Beide eigenaren bezitten meerdere Van Genks, maar de voorkeur gaat bij afbeeldingen duidelijk uit naar de genoemde werken die tegelijkertijd compact, representatief en compositorisch aantrekkelijk zijn. Station Berlin Ost staat afgebeeld in Een getekende wereld, in Willem van Genk bouwt zijn universum en in Woest, werd gebruikt voor een ansichtkaart van Galerie Hamer en schopte het zelfs tot de voorkant van een notitieboekje van het (toen nog) Outsider Art Museum. Schwebebahn Wuppertal staat afgebeeld in Een getekende wereld en in Woest, werd gebruikt als kleurenillustratie bij een artikel over Van Genk in Het Parool in 2014 en was in datzelfde jaar te zien op de voorkant van een vouwblad van Galerie Hamer. [1]

Beide werken maakten ook al deel uit van de tentoonstelling De eigen wereld van 12 vrijetijdsschilders, die in 1967 gehouden werd in De Vishal in Haarlem. In de catalogus bij die tentoonstelling draagt Station Berlin Ost de titel Berlijn en krijgt het de datering 1964-1966. [2] Bij Schwebebahn Wuppertal ontbreekt helaas een datering; wel is een detail van het werk afgebeeld. Een getekende wereld en Woest geven als datering voor Schwebebahn Wuppertal 1960, maar dit is onverenigbaar met een affiche op het werk dat enkele optredens van The Beatles in Duitsland aankondigt – in Berlijn, Leipzig, Dortmund, Coburg, Keulen en Wuppertal zelf. Naast het Beatles-affiche is een advertentie te zien voor een kunstgalerie in Düsseldorf die bekend in de oren klinkt: BESUCHEN SIE […] DAS AUSSTELLUNGSHAUS […] GALERIE SCHMELA DÜSSELDORF. Met het oog op Van Genks expositie bij de galerie van Alfred Schmela in het najaar van 1964, lijkt een datering van ca. 1965 voor Schwebebahn Wuppertal waarschijnlijk.

De Wuppertaler Schwebebahn is een hangende monorail in de Duitse stad Wuppertal in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, zo’n vijftig kilometer ten noordoosten van Keulen. De Einschienige Hängebahn System Eugen Langen, die in 1901 werd geopend, is met 470 stalen dragers op 12 meter hoogte gebouwd boven de rivier de Wupper. De lijn is 13,3 kilometer lang, loopt van Vohwinkel in het westen naar Oberbarmen in het oosten en telt twintig stations. Eén van de belangrijkste is in de wijk Elberfeld station Hauptbahnhof, vroeger Döppersberg geheten. Aanvankelijk was dit stationsgebouw een vooral uit gietijzer en glas bestaande Jugendstil-constructie, ontworpen door de Berlijnse architect Bruno Möhring, die in de volksmond de “Elberfelder badkuip” werd genoemd. Omdat het gebouw de groeiende stroom reizigers niet meer aankon en ook de stijl als verouderd werd beschouwd, kwam er in 1926 een stenen ombouw om het station en ernaast gelegen Köbo-haus. [3]

die-wuppertaler-schwebebahn-gtw-1-202207

Elberfeld-Wuppertal-Schwebebahn-Doeppersberg-Wuppertal-Wuppertal-Stadtkreis

Station Hauptbahnhof/Döppersberg, voor (onder) en na (boven) 1926.

In Schwebebahn Wuppertal van Willem van Genk kijken we vanaf de straat schuin omhoog naar een station van de zweeftrein dat volgens de teksten Elberfeld Döppersberg heet. Het station heeft nog het oorspronkelijke Jugendstil-uiterlijk, maar de context is duidelijk die van de jaren zestig van de twintigste eeuw – de afbeelding lijkt de situatie te tonen zoals die zou zijn geweest als het oorspronkelijke gebouw was blijven bestaan. Het uiterlijk van het gebouw vertoont overeenkomsten met de zeppelinachtige rasterstructuren die typerend zijn voor stations in het werk van Van Genk. In de linker bovenhoek en aan de bovenzijde van Schwebebahn Wuppertal is eveneens een metalen constructie te zien, die de scène gedeeltelijk inkadert. Die constructie is te interpreteren als een van de dragers van de zweeftrein, waarop politieke graffiti is aangebracht.

Op de afbeelding zijn twee zweeftreinen afgebeeld. De trein rechts (met reclames TRINK Coca Cola en HERO’S konserven) is net vertrokken richting Oberbarmen, de trein in het station komt uit die richting en gaat naar het ander eindstation Vohwinkel. Achter het station is bebouwing te zien met op het hoekgebouw de teksten HOTEL AM BAHNHOF en MÜNCHENER PILSNER. In de rechter bovenhoek wordt in grote letters reclame gemaakt voor een ander biermerk, WICKÜLER. Boven de trein die net is vertrokken, is de torenspits van een kerk zichtbaar. Het motief van het vervoer gaat verder op de voorgrond, met een Duitse stadsbus (STADTLINIE HAUPTBAHNHOF) bij een Haltestelle en twee Nederlandse touringcars, een groene van NV WESTLA […] SCHAPPIJ met op de voorkant het woord CEBUTO; en een rode van REISBUREAU HOTAM.

Eveneens op de voorgrond, in de linker benedenhoek, staat een spoorwegbeambte, vooral herkenbaar aan het gevleugelde wiel op zijn pet. Hij maakt een gebaar met zijn linkerarm naar de beschouwer, die hij ook aankijkt. Een dergelijk procedé, met een personage aan de onderkant van de afbeelding dat tot bij de schouders is afgesneden, past Van Genk veel vaker toe. Iets meer naar rechts staat voor de groene touringcar een man met in zijn linkerhand een ijsco en in zijn rechter een tros ballonnen met lachende gezichtjes. Mogelijk gaat het om een oorlogsinvalide, teksten en parafernalia die daarop zouden kunnen wijzen zijn moeilijk te onderscheiden.

Met name in en rondom het stationsgebouw op Schwebebahn Wuppertal wemelt het van de teksten. Enerzijds zijn dat aanduidingen in alle soorten en maten die te maken hebben met de functie van het gebouw: haltestelle, ELECTR. SCHWEBEBAHNEN, Eingang zum Bahnsteige, DEUTSCHE BAHN en, op de dakrand, WUPPERTALER STADTWERKLE A.G. ELBERF […] BARMEN. Er zijn ERFRISCHUNGEN, SOUVENIERS en REISEFÜHRER te krijgen. Daarnaast is er een overvloed aan reclameteksten, met voor Van Genk typische merken als MARTINI, 7UP, Agfa GEVAERT en MAGGI. Specifiek voor in Duitsland gesitueerde werken zijn PERSIL, EMSER P […] Bad Ems en 4711 KÖLNISCH WASSER. Ook lijken er verkiezingen in aantocht te zijn: van de CDU is een banier met de oproep VERSTARKT UNSER REIHE! terwijl linksboven op de metalen staander een heel ander politiek geluid te lezen is: WÄHLT DIE KPD! en FREIHEIT FÜR SPANIE […], plus een leuze over de Spaanse dictator FRANCO.

Spanje keert terug op enkele van de vele affiches en reclameborden die zijn afgebeeld. In het station, rechts van de trein naar Vohwinkel, wordt achtereenvolgens geadverteerd voor reizen naar SEVILLA, naar Spanje als geheel (met LUFTHANSA), naar het Iberisch schiereiland en ook apart naar PORTUGAL. Aan de andere kant van het station hangt boven de advertentie voor Galerie Schmela een aankondiging voor de DRUPA, een grote beurs voor de gedrukte media, eveneens in Düsseldorf. [4] Het is dan ook niet vreemd dat de aankondiging tevens een reclame is voor de Schnellschneider van de firma KRAUSE.

Naast een algemene autobiografische component – een fascinatie met vervoermiddelen en reizen – zijn er enkele specifieke details op Schwebebahn Wuppertal die direct met de biografie van Willem van Genk te maken hebben. De verwijzing naar de Belgische firma Gevaert (boven de pet van de spoorwegbeambte), die in 1964 fuseerde met het Duitse Agfa AG, keert terug in meerdere werken. Het meest duidelijke voorbeeld is Zelfportret in De Ark, waar het portret van de kunstenaar wordt gepresenteerd als een foto van Gevaert Photo – ANVERS. Van Genks zuster Nora werkte tot in de jaren vijftig als fotografe in Antwerpen, omdat in België minder naar diploma’s werd gevraagd. Ze was onder meer in dienst bij Gevaert, waar ze veel studiowerk deed als portretfotografe. Later begon ze een eigen atelier. [5]

whatsapp-image-2020-08-20-at-14.50.21

De rode bus van Hotam (Reisprogramma Hotam 1956, archief Jan Vellekoop)

Nog dichter bij huis in letterlijke zin is de rode touringcar van reisbureau Hotam: Hotam (Hooijmans Taxi Maatschappij) was gevestigd aan het Valkenbosplein in Den Haag, op korte afstand van Magnoliastraat 10 waar het gezin Van Genk lange tijd woonde. Het reisbureau annex busbedrijf verzorgde zowel dagtochten als meerdaagse vakanties, waarbij gebruik werd gemaakt van een rode, zeer herkenbare touringcar. [6] Uiteraard valt niet uit te maken of Willem van Genk ook daadwerkelijk met een bus van Hotam Wuppertal heeft bezocht, of dat hij de bus aan zijn schilderij heeft toegevoegd vanwege een persoonlijke associatie. Duidelijk is wel dat hij dermate onder de indruk was van de Schwebebahn dat hij het vervoermiddel verschillende malen tekende en schilderde, vaak in combinatie met de omgeving van Keulen. Verdere informatie voegde hij toe op de achterkant van het werk.

(wordt vervolgd)


NOTEN

[1] Kees Keijer, “Van Genk zag alles”, in: Het Parool, 17 april 2014. Het vouwblad van Galerie Hamer verscheen ter gelegenheid van de expositie willem van genk, een “museale” tentoonstelling, van 22 maart tot 3 mei 2014.

[2] Dat het om dit werk gaat is af te leiden uit een etiket op de achterkant van het werk en een stickertje met het bewuste catalogusnummer (36).

[3] Informatie ontleend aan het lemma “Wuppertaler Schwebebahn” in Wikipedia. Op Youtube is een filmpje van ongeveer een half uur te zien van het hele traject van de Schwebebahn. (Beide geraadpleegd op 17 augustus 2020.) Op 16:00 rijdt de trein station Hauptbahnhof binnen. Vanaf 27:00 is station Werther Brücke te zien, dat als enige noch oorspronkelijke Jugendstilelementen bezit.

[4] De DRUPA (‘Druck und Papier’) wordt sinds 1951 om de vier of vijf jaar gehouden. In de jaren zestig van de twintigste eeuw was er een DRUPA-beurs in 1962 en in 1967.

[5] E-mails van Albert Roozenburg en Irene Zalme aan Jack van der Weide, 8 en 12 augustus 2020.

[6] Bij een historische foto van het Valkenbosplein op internet: ‘Bij het plantsoentje op de voorgrond had links Reisbureau Hotam een speciale parkeerplek voor z’n Bordeaux-rode bus.’ (“Bomenbuurt Den Haag – Valkenbosplein”, geraadpleegd op 21 augustus 2020)

 

Zelfportret in De Ark

Zelfportret in De Ark (1024x692)

Zelfportret in De Ark | ca. 1974 | gemengde techniek op hardboard | 92 x 62 cm | The Museum of Everything, Londen

Al tijdens de juridische schermutselingen met Brattinga, in de eerste helft van 1973, was Van Genk in contact gekomen met een galerie die wel mogelijkheden in hem zag. Het gaf zijn advocaat Schutte een extra argument in handen om de tekeningen van Van Genk die Brattinga nog beheerde, terug te eisen: de galerie wilde het werk van haar nieuwe cliënt exclusief gaan verkopen. Het ging om de jonge Galerie De Ark in Boxtel van ondernemer en kunstliefhebber Dick Heesen. Het contact was gelegd door Pieter van der Linden, die een relatie had met de oudste dochter van Van Genks zuster Nora. Van der Linden reed wekelijks enkele malen op en neer tussen Eindhoven en Den Haag en passeerde dan Boxtel. Voor Van Genk kan de achternaam van zijn nieuwe galeriehouder vertrouwd hebben geklonken – ook de tweede echtgenote van zijn vader heette Heesen. [1]

Heesen had grote plannen met zijn galerie. Enkele dagen na de opening op 7 april 1973, door burgemeester Paul Pesch van Boxtel, besteedde de Volkskrant aandacht aan De Ark, ‘een onderneming […] van een respectabel formaat, in Nederland niet eerder vertoond’:

In Boxtel is een galerie geopend die ongewoon grote pretenties heeft. Een voormalig parochiehuis, dat niet zo goed meer wilde functioneren als schouwburg, is door de zakenman Dick Heesen opgekocht en hij heeft er een tweevoudige bestemming aan gegeven: het oude voorwerk is in gebruik genomen als kantoorruimte voor een handelsonderneming, de oorspronkelijke schouwburgzaal is omgebouwd tot een galerie voor beeldende kunst. Zeg maar museum: de allure van de zaal is, ten gevolge van de omvang, eerder die van een museum dan van een galerie. […] Door zijn centrale ligging tussen Den Bosch, Tilburg en Eindhoven zou de Boxtelse Ark een belangrijke functie kunnen gaan vervullen in het cultuurpatroon van dit gebied. Het ziet er naar uit, dat daarop zowel zakelijk als artistiek wordt gemikt. Artistiek wordt een non-conformistische koers gezocht. [2]

Van Genk zou wel eens bij die non-conformistische koers kunnen passen, meende Heesen. Van 21 december 1973 tot 27 januari 1974 was in De Ark een dubbeltentoonstelling te zien van werk van Van Genk, gecombineerd met Afrikaanse kunst van de Amsterdamse galerie Anuschka. [3]

De dubbeltentoonstelling trok veel aandacht, meer dan De Ark tot dan toe had gekregen. Niet alleen verschenen er artikelen in onder meer de Volkskrant en Het Vrije Volk, ook zond het NOS-programma Uit de kunst op 11 januari 1974 een reportage over de galerie uit. Het leek daarbij vooral Van Genk te zijn die alle belangstelling genereerde. Sinds 1964 was nauwelijks meer iets van hem vernomen, maar: ‘Dick Heesen van de Boxtelse galerie De Ark heeft Van Genk om zo te zeggen opnieuw ontdekt. Ook hij is heilig overtuigd van Van Genks ongewone kunstenaarschap en hij heeft na tien jaar werkelijk en stralende tentoonstelling van het werk gemaakt.’ [4]

Uit de kunst 102

Still uit Uit de kunst, 11 januari 1974 – Dick Heesen wordt geïnterviewd in galerie De Ark; links achter hem (van boven naar beneden) Collage 2000 Beljon Inc., Paranasky Culture, Mr. Petrov, Kollage van de Haat

In de ruim zes minuten durende reportage van Uit de kunst mocht Heesen eerst iets vertellen over zijn galerie, terwijl de camera langs de werken van Van Genk en de etnografica van Anuschka gleed. Tentoongesteld waren enkele oudere stadsgezichten, collages op papier, etsen en de meeste werken van het lijstje dat Addy Persoon-Van Genk in februari 1972 aan Pieter Brattinga had gestuurd. Collage 2000 Beljon Inc. was te zien naast de verwante drieluiken Kollage van de Haat, Mr. Petrov en Paranasky Culture. In de tweede helft van de reportage was de aandacht exclusief voor Van Genk. Heesen was te horen als voice-over:

Willem van Genk is in 1936 geboren, hij woont in Den Haag, alleen, op een flat, met een hondje. ’t Is een man die vrij moeilijk z’n communicatie met z’n medemens gaande houdt, omdat … ja, waarom, is moeilijk te zeggen eigenlijk maar hij, hij communiceert gewoon moeilijk en heeft daarvoor zijn werk nodig om datgene wat op ‘m afkomt, de indrukken die-ie krijgt, wat-ie persoonlijk ondergaat, wat-ie ook aan wereldgebeuren zelf ervaart, om dat weer kwijt te raken, dat doet-ie eigenlijk helemaal via z’n werk …

Iedere vierkante centimeter van zijn doeken is volgekrabbeld met details die bovendien dan nog altijd ter zake doen. Puur fantasie is het geloof ik geen van allen, hij is d’r overal geweest, ófwel hij heeft er zoveel over gelezen en zoveel platen en opnamen over gezien dat-ie het zich zeer levendig kan voorstellen

Ook Van Genk zelf kwam nog enkele seconden in beeld, opduikend tussen de camera en Collage 70 Ruimtevaart.

Uit de kunst 104

Still uit Uit de kunst, 11 januari 1974 – Willem van Genk duikt op voor Collage 70 Ruimtevaart

Van Genk verwerkte zijn eerste ervaringen bij De Ark, met name de dubbeltentoonstelling met de etnografica van Anuschka, in Zelfportret in De Ark (ca. 1974). In het verlengde van de vier drieluiken uit de periode 1971-1972 is er opnieuw sprake van een centrale afbeelding met links en rechts ervan kleinere voorstellingen, plus een roodgele rand aan de onder- en bovenkant. De rand loopt nu echter door over de hele breedte van het werk en de golvende lijnen en punten zijn vervangen door teksten in verschillende talen en lettertypes. De centrale afbeelding is een zelfportret van de kunstenaar, met naast en zelfs gedeeltelijk over zijn gezicht enkele zwarte balken waarin teksten in witte letters: ART of PICASSO and ANUSCHKA / AFRICAN ART IN THE ARK ’73 / BOXTEL (NBr) / UIT DE KUNST NOS TV ’74 / DADAÏSM INFO. [5]

De centrale afbeelding kent nog meer teksten, zoals Dick Heesen (onder BOXTEL (NBr)); rechts onder Gevaert Photo ANVERS als fictieve signatuur van het zelfportret; en links boven “ARTISTIEKE” HOMOPHIEL IN DE ARK. Van Genk probeerde in de jaren zeventig en tachtig enige tijd aansluiting te vinden bij de homobeweging, wat terug te vinden is in sommige van zijn werken uit die tijd. Nico van der Endt, naar aanleiding van deze ‘inscriptie’: ‘“Dus je bent homofiel”, vroeg ik Willem eens. “Nee, nee, dat was een vergissing”.’ [6] Naast AFRICAN ART IN THE ARK ’73 staat ARMAND VANDERLICK, een Belgische kunstenaar die in het najaar van 1973 een tentoonstelling had in De Ark.

Een van de zaken die opvallen in Zelfportret in De Ark is de aanwezigheid van Poolse elementen, met Poolse teksten in de rood/gele balken en verwijzingen als WARSZAWA en THE BATTLE [of] WARSAW in de afbeeldingen. Naast Van Genks fascinatie met Oostblokstaten kan dit te maken hebben met het feit dat De Ark in 1973 zeer regelmatig werk van Poolse grafici exposeerde. Ook Antwerpen keert, als ANVERS, diverse malen in het zelfportret terug, maar hier gaat het om een locatie die al vanaf de vroegste tekeningen een rol speelt in het werk van Van Genk. Dat De Ark ook tentoonstellingen wijdde aan Belgische kunstenaars als Vanderlick, Jan Cobbaert en Camille D’Havé, lijkt hier niet meteen mee in verband te staan. Hoe dan ook had Van Gent in Boxtel artistiek weer onderdak gevonden.


 

NOTEN

[1] Mededelingen over de eerste contacten met Galerie De Ark afkomstig van Ans van Berkum. Dick Heesen en Van Genks stiefmoeder Maria Heesen waren voor zover valt na te gaan geen familie.

[2] Lambert Tegenbosch, “De Ark”, in: de Volkskrant, 14 april 1973.

[3] Een advertentie in De Tijd van 1 februari 1973 suggereert dat de tentoonstelling later nog werd verlengd tot 4 februari.

[4] Lambert Tegenbosch, “W. van Genk”, in: de Volkskrant, 28 december 1973.

[5] Tegelijk met het werk van Van Genk en de etnografica van Anuschka waren in De Ark ook litho’s van Picasso te zien. Waar DADAÏSM INFO naar verwijst is mij niet duidelijk.

[6] Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 105.