Kunsthuis, Moskou, Amsterdam

Trolleybus (detail)

Velp is een ‘dorp’ met bijna 20.000 inwoners in de gemeente Rheden in Gelderland. Het ligt tegen de stad Arnhem aan. Toen Arnhem in september 1949 de trolleybus invoerde, was het eerste traject Velp-Oranjestraat, enkele maanden later uitgebreid tot Velp-Oosterbeek. Deze lijn (tot 1944 een tramlijn) bleef decennialang in stand. De verbondenheid van Arnhem en Velp blijkt ook uit de straatnamen Velperplein en Velperweg, en uit de stationsnaam Arnhem Velperpoort. Op de vele werken van Willem van Genk die Arnhem als onderwerp hadden, wordt Velp zeer regelmatig genoemd. De plaats zelf beeldde hij bij mijn weten nooit af.

In 1989, van 8 juni tot 3 september, was in cultureel centrum Kunsthuis 13 in Velp de groepstentoonstelling Het speelse element te zien. Een van de exposanten was Willem van Genk, wiens ster weliswaar was gerezen sinds zijn tentoonstelling bij La Collection de l’Art Brut in 1986, maar die zeker nationaal nog relatief onbekend was. Er was in de landelijke kranten geen aandacht voor Het speelse element, maar tussen de nagelaten papieren van Nico van der Endt trof ik een fotokopie aan van een recensie uit waarschijnlijk De Gelderlander. Kunstcriticus Jan Nieland lijkt wel de kwaliteit van het werk van Van Genk te zien, al toont hij zich niet meteen een bewonderaar. Ook vindt hij het werk bepaald niet speels:

Willem van Genk schildert weinig opwekkend de draconische ideeën waarmee hij zelf schijnt om te moeten gaan. De met grote dwangmatigheid tot stand gekomen werken gunnen ons een blik in een wereld die vervuld is van angsten en duisterheid. We treden in de schemerachtige overkapte stations uit de vorige eeuw, in tunnels en in de ellende van een wereld die vol is van fobieën. Van Genk schijnt erdoor te worden beheerst en schept met zijn beelden één grote niet aflatende schreeuw.1

De tekst van de recensie was geplaatst rond een grote afbeelding geplaatst van Reiseland Italien (WVG-0037). Afgaand op de recensie als geheel leek Van Genk inderdaad de meest opvallende exposant te zijn.

Het kan zijn dat Van Genk de tentoonstelling bezocht, Nico van der Endt deed dat in ieder geval zeker. Hij herinnerde zich dat de kunstenaar hem ook om een boodschap probeerde te sturen: ‘Bij een bepaalde bakkerij in Arnhem kon je een cake kopen, verpakt in een soort bouwdoos […]. Ik herinner mij een keer, toen ik terloops meldde dat ik naar Arnhem moest (vanwege de expositie in Velp) hij mij vroeg een cake te kopen.’2 Later voegde hij hieraan nog toe, op mijn vraag of hij zich de naam van de bakker nog wist te herinneren: ‘Een naam/adres werd er toen niet bij genoemd, waarschijnlijk omdat ik niet erg enthousiast reageerde …’3

Brief aan aan Françoise Henrion, 19 februari 1988 (detail)

Het woord ‘Velp’ komt ook voor op het tweede blad van de brief die Van Genk op 19 februari 1988 aan Françoise Henrion stuurde en die in facsimile staat afgedrukt op pp. 1-2 van Een getekende wereld: ‘visit the Gorky Bollar Expo Velp Kastanjelaan’. Bollar, afkomstig uit Uruguay maar sinds 1976 woonachtig in Amsterdam, werd eveneens vertegenwoordigd door galerie Hamer. Hij exposeerde inderdaad in de eerste maanden van 1988 in Velp4 – ook bij Kunsthuis 13, gevestigd aan de Kastanjelaan nummer 13.  

***

Nog een keer terug naar Moskou. In mijn vorige post schreef ik over de ets Minsk, in het bijzonder over de teksten op die ets. Ik vergat daarbij een tekst aan de onderkant van de ets, gedeeltelijk verborgen door de bloemenrand om de afbeelding:

Minsk (detail)

In enigszins gestileerde letters valt het woord BERJOSKA te lezen, met links en rechts daarvan twee teksten in kleinere letters met een rand eromheen. ‘Berjoska’ (Berjozka, Beryozka; in het Russisch Берёзка, letterlijk ‘berkje’) was de naam van twee door de staat gerunde winkelketens in de Sovjetunie, waar men met Westerse valuta luxe consumptiegoederen kon kopen. Aardig is de beschrijving van vertaler en schrijver Charles B.Timmer:

Een aantal jaren geleden (de juiste datum is mij niet bekend), kwam er in Rusland een variant op het ‘Torgsin-systeem’ in zwang: de zogenaamde ‘Berjozka’-winkels (de ‘Berkeboom-winkels’), waarin tegen bescheiden prijzen aantrekkelijke goederen aan buitenlanders worden aangeboden. Iedere harde valuta (dus niet die van de bevriende Oosteuropese buurlanden en bondgenoten) is welkom, – maar voor sowjetonderdanen gelden hier strengere bepalingen: in de ‘Berjozka’-winkels hangt een plakkaat met de mededeling: ‘verkoop tegen valuta aan buitenlanders; sowjetburgers in bezit van valuta gelieven zich te wenden tot dat-en-dat bureau, waar zij hun valuta kunnen inwisselen tegen coupons’, – m.a.w. voor de sowjetburgers is een controle-apparaat ingeschakeld, dat nagaat, waar die valuta vandaan komt, – en dit maakt uiteraard het bezoek van die sowjetburgers aan de valutawinkels ‘Berjozka’ in sommige opzichten minder aantrekkelijk: illegaal door kontakten met buitenlanders, journalisten, diplomaten, enz. verworven valuta kan aanleiding geven tot pijnlijke vragen.5

ChatGPT wist in Moskou de locaties te vinden van zes Berjoska-winkels, onder andere in het Intourist-hotel in de Tverskaja-straat (‘hier zat een typische Beryozka-winkel’). Hoewel in de buurt, mag dit hotel niet worden verward met hotel Minsk, een fout die ik aanvankelijk ook zelf maakte. Hotel Intourist bestond tussen 1970 en 2022, en was de eerste decennia uitsluitend bedoeld voor buitenlandse toeristen. Het was dus niet verwonderlijk dat er een Berjoska-winkel zat. Maar omdat de ets Minsk uit 1967 stamt en het Intourist-hotel uit 1970, zal dit niet de specifieke winkel zijn waarnaar op het werk wordt verwezen. Ook op een ander werk van rond 1967, 50 jaar Sovjetunie, noemt Van Genk BERJOSKA SHOP in combinatie met INTURIST. Dat laatste zal hier dus evenmin een verwijzing naar het gelijknamige hotel zijn.

***

En ook nog een keer terug naar Amsterdam. In mijn vorige post maakte ik melding van een tekening van Willem van Genk die een paar weken geleden opdook op de website van de Outsider Art Fair 2026 en die werd aangeboden door de New Yorkse galerie Ricco/Maresca voor een bedrag van USD 125.000, Amsterdam Centraal Station. Na ampel onderzoek blijkt dit de tekening te zijn die galerie Hamer twee keer verkocht, eerst in 1987: ‘In februari en maart toon ik in de galerie onder de titel Contrasten een mengeling van naïeve kunst en art brut, waaronder een klein werk van Willem Centraal Station Amsterdam (gemengde techniek op papier en linnen, 52 x 40 cm) voor fl. 4250 […] waar hij niet bijzonder aan hecht en verkocht mocht worden aan een Amsterdamse verzamelaar.’6 Bij het citaat staat een voetnoot: ‘Uit het legaat van deze relatie zal de tekening in 2004 naar de V.S. verkocht worden als één van de drie werken die daar tot op heden via Galerie Hamer terecht komen.’3

Amsterdam Centraal Station (detail)

Ik was even op een dwaalspoor gezet omdat Van der Endt andere maten geeft dan Ricco/Maresca. Het gaat echter wel degelijk om hetzelfde werk, bevestigde ook de Amerikaanse koper uit 2004. Dat jaartal is overigens aan twijfel onderhevig, volgens een andere bron moet het 2006 zijn geweest. Daarnaast is er nog een tweede tekening die door Van der Endt met dezelfde titel wordt aangeduid: ‘Bij een verzamelaar in Düsseldorf bevinden zich twee tekeningen, een Panorama Moskou […] en een vroeg gezicht op het centraal station van Amsterdam, Centraal Station, Amsterdam (gem. techniek op papier op doek, 52 x 40 cm). Een jaar later verwerf ik beide tekeningen’.7 Het gaat hier om WVG-0014, door Hamer in 2003 verkocht aan een particuliere verzamelaar. De tekening was eerder te zien geweest bij de tentoonstelling Van Genk’s fantastische werkelijkheid bij Steendrukkerij De Jong & Co. in Hilversum in 1964. Volgens de tentoonstellingscatalogus waren de maten van het werk, catalogusnummer 14, 67 x 51 cm.8


NOTEN

  1. Jan Nieland, ‘Speels, maar geen spelletje. Kunsthuis 13 Velp pakt flink uit in zomertentoonstelling’, in: De Gelderlander, [1989]. ↩︎
  2. E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 11 mei 2014. ↩︎
  3. E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 9 juni 2016. ↩︎
  4. E-mail van Nico van der Endt aan Jack van der Weide, 17 februari 2020. ↩︎
  5. Charles B.Timmer, ‘Russische notities’, geciteerd uit: Tirade, jrg.15 (1971), p. 229. ↩︎
  6. Van der Endt, Kroniek van een samenwerking, p. 57. ↩︎
  7. Ibid., p. 125. ↩︎
  8. Van Genk’s fantastische werkelijkheid (tent. cat.), p. 14. ↩︎

Plaats een reactie